Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:9221

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
08-12-2015
Datum publicatie
08-12-2015
Zaaknummer
21-003862-14
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2017:39, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Kinderporno, poging ontucht en feitelijke aanranding (via Internet/webcam).

Verwerping verweer tot niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie.

Gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
IR 2016/9, UDH:IR/13054 met annotatie van Onder redactie van Tina van der Linden – Smit en Kea Kroeks – de Raaij
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-003862-14

Uitspraak d.d.: 8 december 2015

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 16 juni 2014 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 05-861706-13 en 05-740033-14, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 06-940031-11, tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [adres] ,

thans verblijvende in [detentieadres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 24 november 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. Th.U. Hiddema, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep- tenlastegelegd dat:

Zaak met parketnummer 05-861706-13:

1.
hij op of omstreeks de periode van 1 september 2012 tot en met 30 september 2013, te [plaats] , en/of elders in Nederland, een (groot) aantal afbeeldingen/multimediafiles (circa 92, althans 7 foto's en/of circa 42 althans 17 filmfragmenten), danwel één of meerdere gegevensdragers (zoals één of meer (externe) harde schijven en/of laptops)) bevattende die afbeeldingen/multimediafiles), van (telkens) (een) seksuele gedraging(en) waarbij één of meer persoon/personen is/zijn betrokken of schijnbaar is/zijn betrokken, die (kennelijk) de leeftijd van 18 jaar nog niet had(den) bereikt, in zijn bezit heeft gehad en/of één of meerdere van die afbeeldingen/multimediafiles heeft vervaardigd en/of verspreid en/of verworven en/of aangeboden en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, welke afgebeelde seksuele gedraging(en) in algemene zin (telkens) bestaat/bestaan uit één of meer geheel en/of gedeeltelijk ontklede minderjarige meisjes die op een dusdanige wijze poseert/poseren dat hun geslachtsdelen nadrukkelijk in beeld wordt/worden gebracht met het kennelijke doel om seksuele prikkeling op te wekken en/of uit één of meer geheel en/of gedeeltelijk ontklede minderjarige meisjes die masturberen, terwijl verdachte van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.

2.

primair
hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 september 2012 tot en met 30 september 2013, te [plaats] en/of te [plaats] en/of te [plaats] en/of elders in Nederland, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om, (via internet en/of door gebruikmaking van een webcam) buiten echt, ontuchtige handelingen te plegen met één of meerdere personen die de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt, waaronder [slachtoffer A] [geboortedatum] 2000) en/of [slachtoffer B] ( [geboortedatum] 2000) en/of [slachtoffer C] [geboortedatum] 1998 en/of [slachtoffer D] ( [geboortedatum] 2000) en/of [slachtoffer E] [geboortedatum] 1998), [slachtoffer F] (geboren [geboortedatum] 1997),

zichzelf heeft voorgedaan als zijnde een minderjarig lesbisch meisje (genaamd [gefingeerde naam] of [gefingeerde naam] ) en/of genoemde personen een naaktfoto van een minderjarig naakt meisje heeft toegestuurd en/of genoemde personen (meermalen) heeft gevraagd naaktafbeeldingen van zichzelf te maken en naar verdachte op te sturen en/of heeft gevraagd om (deels ontkleed en/of ontkleed) voor de webcam te verschijnen en/of (daarbij) te masturberen, en/of genoemde personen heeft gevraagd om voor de webcam te verschijnen en (iets van) zichzelf te laten zien op de webcam, en/of genoemde personen heeft gevraagd te komen logeren en/of samen met een vibrator te spelen en/of een skype account heeft aangemaakt om te kunnen skypen althans ten behoeve van webcam contact,

terwijl de uitvoering van dit misdrijf niet is voltooid.

subsidiair
hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 september 2012 tot en met 30 september 2013, te [plaats] en/of te [plaats] en/of elders in Nederland, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om door misleiding, te weten het aannemen van de valse identiteit van een fictief minderjarig meisje (genaamd [gefingeerde naam] of [gefingeerde naam] ) en/of door uit feitelijke verhouding voortvloeiend overwicht, te weten een aanzienlijk leeftijdsverschil tussen verdachte en na te noemen minderjarigen,

één of meer minderjarige personen, waaronder [slachtoffer F] (geboren [geboortedatum] 1997) en/of [slachtoffer A] ( [geboortedatum] 2000) en/of [slachtoffer B] [geboortedatum] 2000) en/of [slachtoffer C] [geboortedatum] 1998 en/of [slachtoffer D] ( [geboortedatum] 2000) en/of [slachtoffer E] ( [geboortedatum] 1998), wier minderjarigheid verdachte kende of behoorde te vermoeden,

te bewegen tot het plegen van ontuchtige handelingen, (meermalen) heeft gevraagd naaktafbeeldingen van zichzelf te maken en naar verdachte op te sturen en/of heeft gevraagd om (deels ontkleed en/of ontkleed) voor de webcam te verschijnen en/of daarbij te masturberen, en of genoemde personen heeft gevraag dom voor de webcam te verschijnen en (iets van) zichzelf te laten zien op de webcam, en/of genoemde personen heeft gevraagd te komen logeren en/of samen met een vibrator te spelen en/of een skype account heeft aangemaakt om te kunnen skypen althans ten behoeve van webcam contact,

terwijl de uitvoering van dit misdrijf niet is voltooid.

Zaak met parketnummer 05-740033-14:

primair
hij (op één of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 01 mei 2013 tot en met 3 juli 2013 te [plaats] en/of te [plaats] , in ieder geval in Nederland, [slachtoffer G] (geboortedatum [geboortedatum] 2000),

en/of [slachtoffer H] (geboortedatum [geboortedatum] 2001),

door één of meer feitelijkheden en/of door bedreiging met geweld en/of één of meer feitelijkheden, heeft gedwongen tot het plegen van een of meer ontuchtige handelingen,

immers hebben die [slachtoffer G] en/of die [slachtoffer H] zich, op aandringen/verzoek van verdachte, via een webcam (gedeeltelijk) naakt poserend en/of zichzelf ontuchtig betastend aan hem getoond, en bestaande die één of meer feitelijkheden en/of bedreiging met geweld en/of één of meer feitelijkheden er in dat verdachte

- heeft gedreigd eerder door hem van die [slachtoffer G] ontvangen (naakt)afbeeldingen (via internet) te verspreiden en/of

- die [slachtoffer G] en die [slachtoffer H] heeft gedreigd één of meer van hun familieleden geweld aan te doen,

- terwijl er sprake was van een aanzienlijk leeftijdsverschil tussen verdachte en die [slachtoffer G] en die [slachtoffer H] en verdachte zich valselijk voordeed als een fictief minderjarig en biseksueel meisje (genaamd [gefingeerde naam] en/of [gefingeerde naam] ).

subsidiair
hij (op één of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 01 mei 2013 tot en met 3 juli 2013 te [plaats] en/of te [plaats] , in ieder geval in Nederland, met [slachtoffer G] , geboortedatum [geboortedatum] 2000,

en/of [slachtoffer H] , geboortedatum [geboortedatum] 2001,

buiten echt, één of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers hebben die [slachtoffer G] en/of die [slachtoffer H] zich op verzoek van verdachte via een webcam (gedeeltelijk) naakt poserend en/of zichzelf ontuchtig betastend aan hem getoond, terwijl die [slachtoffer G] en die [slachtoffer H] toen de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt.

meer subsidiair
hij (op één of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 01 mei 2013 tot en met 3 juli 2013 te [plaats] en/of te [plaats] , in ieder geval in Nederland, door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten een aanzienlijk leeftijdsverschil tussen verdachte en na te noemen minderjarigen en/of door misleiding, te weten het zich op internet (habbohotel, Skype) valselijk voordoen als een fictief minderjarig en biseksueel meisje (genaamd [gefingeerde naam] en/of [gefingeerde naam] ),

[slachtoffer G] , geboortedatum [geboortedatum] 2000, en/of [slachtoffer H] , geboortedatum [geboortedatum] 2001, van wie verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij de leeftijd van achttien jaren nog niet hadden bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen,

immers hebben die [slachtoffer G] en/of die [slachtoffer H] zich via een webcam (gedeeltelijk) naakt poserend en/of zichzelf ontuchtig betastend aan verdachte getoond.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging. Hij heeft gesteld dat het strafdossier in de zaak een rotzooi is en dat er zodanig veel onvolkomenheden in voorkomen, dat het dossier niet als grondslag kan dienen voor de vervolging van verdachte.

In het bijzonder heeft de raadsman gewezen op een proces-verbaal van onderzoek naar een inbeslaggenomen goed, gedateerd 3 december 2013, waarvan vaststaat dat ermee geknoeid is. Er bevinden zich in het dossier twee versies van dit proces-verbaal met verschillende inhoud, terwijl de indruk is gewekt dat er maar één proces-verbaal met betrekking tot het inbeslaggenomen goed bestaat. De betrokken verbalisant heeft daarover vervolgens in strijd met de waarheid verklaard, getuige de inhoud van een proces-verbaal van bevindingen van 24 maart 2014. Volgens de raadsman heeft dit proces-verbaal kennelijk geen ander doel gehad dan het buiten het zicht houden van het onrechtmatig handelen van de betrokken verbalisant. Dit is zonder meer een vormverzuim in het voorbereidend onderzoek.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat dit verzuim niet is hersteld of als herstelbaar kan worden aangemerkt. Niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat de ‘chain of custody’ van de voor onderzoek relevante gegevensdragers niet doorbroken is, zodat nieuw onderzoek zinloos is geworden. Het vormverzuim kan niet worden hersteld.

Het belang van het geschonden voorschrift is volgens de raadsman zeer groot en de schending van het verzuim is zeer ernstig. Alle procespartijen moeten er immers op kunnen vertrouwen dat een proces-verbaal van politie waarheidsgetrouw wordt opgemaakt en de werkelijke gang van zaken weergeeft, nu daaraan door de rechter doorgaans bijzonder veel belang wordt gehecht bij diens oordeelsvorming.

Het belemmeren van de waarheidsvinding levert op zich al een nadeel voor verdachte op, veroorzaakt door het verzuim. Daarbij komt dat mede op grond van het gewraakte proces-verbaal van 3 december 2013 de voorlopige hechtenis van verdachte telkens is verlengd, terwijl het ook bij zijn veroordeling door de rechtbank een rol heeft gespeeld.

Volgens de raadsman kan er geen andere conclusie worden getrokken dan dat er sprake is geweest van een zeer ernstige schending van een belangrijk wettelijk voorschrift en dat er sprake is van een ernstige inbreuk op de beginselen van een goede procesorde, waardoor de belangen van verdachte doelbewust op grove wijze zijn veronachtzaamd en tekort is gedaan aan zijn recht op een eerlijk proces. Dit moet leiden tot de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, aldus de raadsman.

De raadsman heeft in zijn pleitnota voorts gewezen op andere fouten en onduidelijkheden in het strafdossier. Volgens de raadsman is welhaast ondoenlijk om na te gaan welke informatie in het dossier wel klopt en welke niet, zij het dat het in die gevallen kennelijk niet om opzet gaat, maar gewoon om slordigheid.

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft zich, kort gezegd, op het standpunt gesteld dat de rechtbank met juistheid heeft overwogen dat het openbaar ministerie wel ontvankelijk moet worden geacht in de strafvervolging.

Oordeel van het hof

Alvorens het hof kan beslissen op het verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie ziet het hof de noodzaak om eerst kort de feitelijke gang van zaken vast te stellen.

Bij de behandeling in eerste aanleg is gebleken dat aan de verdediging door het openbaar ministerie in januari 2014 een exemplaar van het proces-verbaal onderzoek in beslag genomen goed d.d. 3 december 2013 is toegezonden dat op een onderdeel afwijkt van de versie van datzelfde proces-verbaal dat zich in het strafdossier bevindt. De tweede alinea van pagina 13 van deze twee versies van hetzelfde proces-verbaal is namelijk niet gelijk.

In de versie die aan de raadsman is toegezonden in januari 2014 staat vermeld: ‘Het kinderpornografisch materiaal werd aangetroffen op de navolgende gegevensdrager: 13-0599-1 zijnde een laptop merk Asus en 13-0599-2 zijnde een desktop merk onbekend, zgn Clonepc.’

In de versie die zich bevindt in het strafdossier staat: ‘Het kinderpornografisch materiaal werd aangetroffen op de navolgende gegevensdragers: 13-0599-1 zijnde een laptop merk Asus en 13-0599-2 zijnde een desktop merk Acer. Op deze Acer werden 2 kinderpornografische filmpjes en 1 kinderpornografische foto aangetroffen. De overige kinderpornografische multimedia werd op de laptop Asus aangetroffen.’

De betrokken verbalisanten, [verbalisant Y] en [verbalisant X] , zijn vervolgens in eerste aanleg gehoord over de twee verschillende versies van één proces-verbaal. Uit de verklaringen van de verbalisanten blijkt dat [verbalisant X] degene is geweest die de aanpassing heeft verricht van het proces-verbaal inbeslaggenomen goed van 3 december 2013, in die zin dat hij de benaming (maar niet het webbasenummer) van één gegevensdrager heeft gewijzigd (van Clonepc naar Acer) en hij een regel heeft toegevoegd over de verdeling van de vindplaatsen van de kinderpornografische afbeeldingen over de beide onderzochte gegevensdragers. [verbalisant X] heeft de oorspronkelijke datum van het opmaken van het oorspronkelijke proces-verbaal in stand gelaten, ook al lag het moment van wijzigen ongeveer drie maanden later. Met digitaal knip- en plakwerk heeft [verbalisant X] de handtekening van [verbalisant Y] en zijn eigen handtekening onder dit aangepaste proces-verbaal geplaatst.

De vraag ligt voor, of het hof op grond hiervan tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging moet beslissen.

Het hof merkt vooraf op dat niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging, als een in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering voorzien rechtsgevolg, slechts in uitzonderlijke gevallen in aanmerking komt. Daarvoor is alleen plaats ingeval het vormverzuim daarin bestaat dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde waarbij en/of waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan.

Indien sprake is van een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering dient bij de vraag of aan dat vormverzuim enig rechtsgevolg dient te worden verbonden en, zo ja, welk rechtsgevolg dan in aanmerking komt, rekening gehouden te worden met de in het tweede lid van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering genoemde factoren. Het hof dient rekening te houden met het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat door het verzuim is veroorzaakt.

Naar het oordeel van het hof levert de handelwijze van [verbalisant X] inderdaad een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek op. Evident is dat [verbalisant X] - in zijn optiek - een vergissing heeft willen herstellen, maar dat hij hiervoor een werkwijze heeft gekozen die niet alleen - ook vanuit zijn optiek - omslachtig was en niet nodig was, maar ook incorrect en ontoelaatbaar moet worden geacht. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat als uitgangspunt geldt dat een ieder erop moet kunnen vertrouwen dat de weergave van feiten in processen-verbaal juist is. Met betrekking tot het door [verbalisant X] aangepaste ‘proces-verbaal onderzoek in beslag genomen goed’ van 3 december 2013 is gebleken dat dit niet het geval is. Dit doet afbreuk aan de betrouwbaarheid van dit onderdeel van het opsporingsonderzoek. Het gevolg van die handelwijze is immers dat het erop leek dat het aangepaste proces-verbaal het enige (en dus originele) proces-verbaal was en dat aldus (in eerste instantie) verborgen bleef dat het proces-verbaal was aangepast. Er zijn immers twee versies van hetzelfde proces-verbaal in omloop geraakt. Maar niet kan worden gezegd dat de betrouwbaarheid van het (gehele) opsporingsonderzoek in deze zaak zodanig is aangetast, dat geen sprake meer is van een eerlijk proces. Daarbij is voor het hof onder meer van belang dat het webbasenummer 13-0599-2, dat elders in het dossier wordt gekoppeld aan de Clonepc, niet is gewijzigd. De inhoud van het oorspronkelijke proces-verbaal - dat ook aan de verdediging in afschrift was verstrekt - is nauwelijks geweld aangedaan. De fout is tijdig - door de verdediging - opgemerkt. Beide verbalisanten zijn erover gehoord en de raadsman heeft hen daarover uitputtend vragen kunnen stellen. Door de wijze waarop hij de wijziging heeft aangebracht is wel sprake van een veronachtzaming van de belangen van verdachte.

Het hof acht dit, net als de rechtbank, mede gelet op het beperkte nadeel voor de verdediging onvoldoende voor de verstrekkende conclusie dat [verbalisant X] aldus doelbewust de belangen van verdachte heeft willen schenden of dat sprake is van een grove veronachtzaming van zijn belangen waardoor aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak tekort is gedaan.

Het hof is van oordeel dat hetgeen door de raadsman is aangevoerd niet leidt tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.

Beroep op bewijsuitsluiting

De raadsman heeft aangevoerd dat, in het geval het hof niet tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie komt, op de gronden als aangevoerd het hof de resultaten van onderzoek naar de digitale gegevensdragers dient uit te sluiten van het bewijs.

Het hof komt, evenals de rechtbank, niet tot een bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde voor zover het kinderpornografisch materiaal betreft dat zou zijn aangetroffen op de Notebook Packard Bell, de Acer desktop en de Clonepc. De raadsman heeft in zijn pleidooi terecht gewezen op onduidelijkheden en slordigheden in de aanduidingen van deze gegevensdragers in het strafdossier. En ook kunnen op grond van het strafdossier onduidelijkheden bestaan over de inbeslagneming van deze gegevensdragers. Mede in aanmerking genomen hetgeen is gebleken met betrekking tot het gewraakte proces-verbaal van 3 december 2013 zal het hof de bevindingen van onderzoek aan de Notebook Packard Bell, de Acer desktop en de Clonepc niet voor het bewijs bezigen.

In zoverre komt het hof niet toe aan een beoordeling van het verweer.

Het hof is van oordeel dat hetgeen door de raadsman is aangevoerd, bezien in het licht van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering, voor het overige niet leidt tot bewijsuitsluiting. De bevindingen van onderzoek aan de Asus laptop worden naar het oordeel van het hof niet geraakt door verzuimen, onduidelijkheden en slordigheden. Zij zullen wel voor het bewijs worden gebruikt. Het hof heeft uit de wettige bewijsmiddelen opgemaakt dat er op 8 juli 2013 een forensische kopie is gemaakt van de Asus laptop (nummer 13-0599-1). Het onderzoek dat in opdracht van het hof is verricht door de politie Midden-Nederland, is verricht aan deze forensische kopie, waarvan de herkomst dus vast staat. Het verweer wordt verworpen.

Bewijsoverwegingen

Gevoerde verweren

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het in de zaak met parketnummer 05-861706-13 onder 1 tenlastegelegde en heeft hiertoe het volgende aangevoerd.

Uit onderzoek is gebleken dat op 8 juli 2013 tussen 07:37 en 07:41 uur kinderpornografische bestanden zijn geplaatst in de ‘prullenbak’ van de Asus laptop. Volgens de raadsman is uit onderzoek niet gebleken dat zich toen (nog) een ander dan verdachte in diens woning bevond, zodat gesteld kan worden dat verdachte de bestanden heeft weggegooid en zich kennelijk bewust was van de aanwezigheid van de bestanden, zodat bewezen kan worden dat hij ze in bezit had.

Wat echter niet uit onderzoek blijkt, is dat het verdachte was die de foto’s en filmpjes heeft gemaakt of gedownload. De laptop was immers niet beveiligd door een wachtwoord en kon ook door anderen worden gebruikt. Nu niet kan worden uitgesloten dat een ander dan verdachte de laptop heeft gebruikt en het kinderpornografische materiaal heeft gemaakt of gedownload, kan verdachte volgens de raadsman niet worden veroordeeld wegens het vervaardigen, verwerven, aanbieden of de toegang verschaffen van dit materiaal.

Ook het verspreiden en aanbieden van kinderpornografisch materiaal kan niet worden bewezen. Verdachte zou op 2 januari 2013 een kinderpornografische afbeelding hebben verstuurd via WhatsApp. Uit het dossier blijkt echter niet dat het telefoonnummer dat hiervoor is gebruikt op 2 januari 2013 nog bij verdachte in gebruik was. Verdachte heeft dit telefoonnummer op 20 november 2012 aan de politie opgegeven toen hij melding maakte van vermissing van zijn rijbewijs. Het betrof een prepaid nummer en dergelijke nummers zijn niet aan een persoon gekoppeld en wisselen niet zelden van eigenaar. De simkaart van dit telefoonnummer is ook niet in juli 2013 bij verdachte thuis aangetroffen.

Gelet hierop kan volgens de raadsman ook geen bewezenverklaring volgen van al het in de zaak met parketnummer 05-861706-13 onder 2 tenlastegelegde. Als het telefoonnummer niet aan verdachte kan worden gekoppeld, kan ook niet worden vastgesteld dat hij contact heeft gehad met de slachtoffers van het onder 2 tenlastegelegde. Daarnaast is het gewraakte proces-verbaal van 3 december 2013 van [verbalisant X] en [verbalisant Y] de bron van hetgeen ten aanzien van de chatgesprekken met de onder 2 tenlastegelegde slachtoffers is aangetroffen op de Asus laptop. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat al hetgeen uit dat proces-verbaal blijkt als evident onbetrouwbaar en niet geschikt dient te worden uitgesloten van het bewijs. Het hof heeft immers niet voor niets nieuw onderzoek gelast naar de laptop Asus. In het aanvullend proces-verbaal wordt niets gerelateerd omtrent de chatgesprekken, zodat niet kan worden bewezen dat verdachte zich ooit heeft uitgegeven als [gefingeerde naam] , [gefingeerde naam] , [gefingeerde naam] en [gefingeerde naam] . Tenslotte heeft de raadsman er (nogmaals) op gewezen dat niet kan worden uitgesloten dat een ander dan verdachte gebruik heeft gemaakt van de Asus laptop. Het is niet uiterst onwaarschijnlijk dat een ander dan verdachte de chatgesprekken heeft gevoerd met de slachtoffers. Er dient wegens gebrek aan bewijs vrijspraak te volgen van al het in de zaak met parketnummer 05-861706-13 onder 2, en op dezelfde gronden van al het in de zaak met parketnummer 05-740033-14 tenlastegelegde, aldus de raadsman.

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het in de zaak met parketnummer 05-861706-13 onder 1 en 2 primair en het in de zaak met parketnummer 05-740033-14 primair tenlastegelegde wordt bewezen verklaard.

Het oordeel van het hof

De raadsman heeft ten aanzien van het gebruik van de Asus laptop en het mobiele telefoonnummer waarmee contact is geweest met de slachtoffers bepleit dat sprake is van een alternatief scenario, waarin een ander dan verdachte gebruik heeft gemaakt van de Asus laptop en het mobiele telefoonnummer en (daarmee) de tenlastegelegde feiten heeft gepleegd.

Het hof volgt deze redenering niet. Verdachte heeft in de summiere verklaringen die hij heeft willen afleggen in de onderhavige zaak enkel gesteld dat hij niet degene is geweest die de tenlastegelegde feiten heeft gepleegd. Hij heeft hieraan niets ter onderbouwing toegevoegd, zodat naar het oordeel van het hof niet aannemelijk is gemaakt en evenmin aannemelijk is geworden dan een ander dan verdachte de Asus laptop en het mobiele telefoonnummer heeft gebruikt.

Voor zover de raadsman heeft willen betogen dat het proces-verbaal van onderzoek inbeslaggenomen goed van 3 december 2013 niet kan worden gebruikt voor het bewijs, volgt het hof zijn verweer niet. Gelet op al hetgeen over dit proces-verbaal is geschreven en verklaard, twijfelt het hof niet aan de inhoud van dit proces-verbaal voor zover het betreft de inhoud van de Asus laptop.

Het hof is van oordeel dat het namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van al hetgeen is tenlastegelegd wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof zich kan verenigen met de bewijsoverwegingen in het vonnis van de rechtbank en zal hierna voor de volledigheid de conclusies van de rechtbank weergegeven, welke het hof aldus tot de zijne maakt.

Conclusie parketnummer 05-740033-14 tenlastegelegde

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat vanaf de Asus computer die op 8 juli 2013 onder verdachte in beslag is genomen chat/videogesprekken hebben plaatsgevonden met de in de tenlastelegging genoemde [slachtoffer G] en [slachtoffer H] , waarbij door verdachte gebruik is gemaakt van de namen [gefingeerde naam] en [gefingeerde naam] . Ook zijn op die Asus computer meerdere films aangetroffen waarbij meisjes gesprekken via Skype voerden met verdachte, waarbij hij zich uitgaf voor [gefingeerde naam] , [gefingeerde naam] , [gefingeerde naam] , [gefingeerde naam] en [gefingeerde naam] . Uit de bewijsmiddelen blijkt ook dat de in de tenlastelegging genoemde meisjes [slachtoffer G] en [slachtoffer H] zijn benaderd door een persoon die gebruik maakte van de naam [gefingeerde naam] en/of [gefingeerde naam] . […]

De laptop is onder verdachte in beslag genomen, kort nadat hij daarvan de bestanden heeft verwijderd, terwijl de politie bij hem voor de deur stond. De laptop is door hem gebruikt, onder meer door zich te bedienen van aliassen als [gefingeerde naam] en [gefingeerde naam] .

Hieruit wordt geconcludeerd dat verdachte degene is geweest die de in de tenlastelegging genoemde meisjes heeft benaderd, hen onder meer onder de dreiging ‘alles op internet te zetten’ daadwerkelijk zo ver heeft gekregen dat zij (meermalen) voor de webcam ontuchtige handelingen hebben gepleegd en dat hij daarvan ook digitale opnames heeft gemaakt.

Conclusie parketnummer 05-861706-13 onder 2 tenlastegelegde

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat op de Asus computer die op 8 juli 2013 in beslag is genomen meerdere films zijn aangetroffen waarbij meisjes gesprekken via Skype voerden met verdachte, waarbij hij zich uitgaf voor [gefingeerde naam] , [gefingeerde naam] , [gefingeerde naam] , [gefingeerde naam] en [gefingeerde naam] .

Uit de bewijsmiddelen blijkt ook dat de in de tenlastelegging genoemde meisjes [slachtoffer A] , [slachtoffer B] , [slachtoffer C] , [slachtoffer D] , [slachtoffer E] en [slachtoffer F] allen zijn benaderd door een persoon die gebruik maakte van de naam [gefingeerde naam] en/of [gefingeerde naam] .

Voorts blijkt uit de bewijsmiddelen dat vanuit de telefoon van verdachte (onder het alias [gefingeerde naam] ) contact is gezocht met [slachtoffer D] , terwijl [slachtoffer D] heeft verklaard dit contact toegevoegd te hebben, omdat [gefingeerde naam] haar vriendinnen [slachtoffer A] en [slachtoffer B] volgde.

Hieruit kan worden geconcludeerd dat het verdachte is geweest die de in de tenlastelegging genoemde meisjes onder valse voorwendselen via internetmedia heeft benaderd teneinde te pogen hen te verleiden tot het plegen van ontuchtige handelingen.

Conclusie parketnummer 05-861706-13 onder 1 tenlastegelegde

Gelet op het voorgaande wordt het vervaardigen, verspreiden en het bezit van kinderporno bewezen geacht, alsmede dat verdachte daarvan een gewoonte heeft gemaakt. Verdachte heeft immers digitale opnames gemaakt van voormelde chatgesprekken. Verder heeft hij (tenminste één) kinderpornografische afbeelding verspreid, meermalen, namelijk aan verschillende minderjarige meisjes. De gewoonte volgt uit de stelselmatige wijze waarop verdachte de betreffende minderjarigen onder valse voorwendselen benaderde en hen verleidde (althans probeerde dat te doen) tot het verrichten van seksuele handelingen voor de webcam.

Het hof acht al met al het onder parketnummer 05-861706-13 onder 1 en 2 primair en onder parketnummer 05-740033-14 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 05-861706-13 onder 1 en 2 primair en in de zaak met parketnummer 05-740033-14 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Zaak met parketnummer 05-861706-13:

1.
hij op of omstreeks de periode van 1 september 2012 tot en met 30 september 2013, te [plaats] , en/of elders in Nederland, een (groot) aantal afbeeldingen/multimediafiles (circa 92, althans 7 foto's en/of circa 42 althans 17 filmfragmenten), danwel één of meerdere gegevensdragers (zoals één of meer (externe) harde schijven en/of laptops)) bevattende die afbeeldingen/multimediafiles), van (telkens) (een) seksuele gedraging(en) waarbij één of meer persoon/personen is/zijn betrokken of schijnbaar is/zijn betrokken, die (kennelijk) de leeftijd van 18 jaar nog niet had(den) bereikt, in zijn bezit heeft gehad en/of één of meerdere van die afbeeldingen/multimediafiles heeft vervaardigd en/of verspreid en/of verworven en/of aangeboden en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, welke afgebeelde seksuele gedraging(en) in algemene zin (telkens) bestaat/bestaan uit één of meer geheel en/of gedeeltelijk ontklede minderjarige meisjes die op een dusdanige wijze poseert/poseren dat hun geslachtsdelen nadrukkelijk in beeld wordt/worden gebracht met het kennelijke doel om seksuele prikkeling op te wekken en/of uit één of meer geheel en/of gedeeltelijk ontklede minderjarige meisjes die masturberen, terwijl verdachte van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.

2.

primair
hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 september 2012 tot en met 30 september 2013, te [plaats] en/of te [plaats] en/of te [plaats] en/of elders in Nederland, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om, (via internet en/of door gebruikmaking van een webcam) buiten echt, ontuchtige handelingen te plegen met één of meerdere personen die de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt, waaronder [slachtoffer A] [geboortedatum] 2000) en/of [slachtoffer B] [geboortedatum] 2000) en/of [slachtoffer C] [geboortedatum] 1998 en/of [slachtoffer D] ( [geboortedatum] 2000) en/of [slachtoffer E] ( [geboortedatum] 1998), [slachtoffer F] (geboren [geboortedatum] 1997),

zichzelf heeft voorgedaan als zijnde een minderjarig lesbisch meisje (genaamd [gefingeerde naam] of [gefingeerde naam] ) en/of genoemde personen een naaktfoto van een minderjarig naakt meisje heeft toegestuurd en/of genoemde personen (meermalen) heeft gevraagd naaktafbeeldingen van zichzelf te maken en naar verdachte op te sturen en/of heeft gevraagd om (deels ontkleed en/of ontkleed) voor de webcam te verschijnen en/of (daarbij) te masturberen, en/of genoemde personen heeft gevraagd om voor de webcam te verschijnen en (iets van) zichzelf te laten zien op de webcam, en/of genoemde personen heeft gevraagd te komen logeren en/of samen met een vibrator te spelen en/of een skype account heeft aangemaakt om te kunnen skypen althans ten behoeve van webcam contact,

terwijl de uitvoering van dit misdrijf niet is voltooid.

Zaak met parketnummer 05-740033-14:

primair
hij (op één of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 01 mei 2013 tot en met 3 juli 2013 te [plaats] en/of te [plaats] , in ieder geval in Nederland, [slachtoffer G] (geboortedatum [geboortedatum] 2000),

en/of [slachtoffer H] (geboortedatum [geboortedatum] 2001),

door één of meer feitelijkheden en/of door bedreiging met geweld en/of één of meer feitelijkheden, heeft gedwongen tot het plegen van een of meer ontuchtige handelingen,

immers hebben die [slachtoffer G] en/of die [slachtoffer H] zich, op aandringen/verzoek van verdachte, via een webcam (gedeeltelijk) naakt poserend en/of zichzelf ontuchtig betastend aan hem getoond, en bestaande die één of meer feitelijkheden en/of bedreiging met geweld en/of één of meer feitelijkheden er in dat verdachte

- heeft gedreigd eerder door hem van die [slachtoffer G] ontvangen (naakt)afbeeldingen (via internet) te verspreiden en/of

- die [slachtoffer G] en die [slachtoffer H] heeft gedreigd één of meer van hun familieleden geweld aan te doen,

- terwijl er sprake was van een aanzienlijk leeftijdsverschil tussen verdachte en die [slachtoffer G] en die [slachtoffer H] en verdachte zich valselijk voordeed als een fictief minderjarig en biseksueel meisje (genaamd [gefingeerde naam] en/of [gefingeerde naam] ).

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 05-861706-13 onder 1 bewezen verklaarde levert op:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden, aanbieden, vervaardigen, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk de toegang daartoe verschaffen, meermalen gepleegd, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt.

Het in de zaak met parketnummer 05-861706-13 onder 2 primair bewezen verklaarde levert op:

poging tot met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 05-740033-14 primair bewezen verklaarde levert op:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Het hof heeft acht geslagen op de verschillende rapportages die over verdachte zijn opgemaakt. In hoofdzaak heeft het hof gelet op de meest recent uitgebrachte rapportages, te weten de rapportage van gedragskundige H.A. Feringa, psycholoog, gedateerd 9 augustus 2015 en de rapportage van psychiater dr. T.W.D.P. van Os, van 11 augustus 2015.

De psycholoog komt tot de conclusie dat bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestesvermogens. Verdachte is zwakbegaafd en heeft antisociale persoonlijkheidstrekken. Deze gebrekkige ontwikkeling was bij verdachte ten tijde van het tenlastegelegde aanwezig. Vanwege verdachtes ontkenning van het tenlastegelegde kan de psycholoog geen conclusie geven over de toerekeningsvatbaarheid.

Uit het rapport van de psychiater volgen dezelfde bevindingen aangaande de problematiek van verdachte en de psychiater is het met de psycholoog eens dat de zwakbegaafdheid en de antisociale persoonlijkheidsstoornis ook bestonden ten tijde van het tenlastegelegde. De psychiater acht het aannemelijk dat de gebrekkige ontwikkeling van invloed is geweest op de gedragskeuzes van verdachte voorafgaand aan en ten tijde van de hem ten laste gelegde feiten. Gezien de ontkenning van het tenlastegelegde heeft psychiater Van Os zich onthouden van een uitspraak over de toerekeningsvatbaarheid.

Het hof heeft de recente rapportages bezien tegen de achtergrond van eerdere omtrent verdachte uitgebrachte rapportages. Zo heeft het hof ook acht geslagen op Pro Justitia rapportages uit 2011. Uit die rapporten kwam reeds naar voren dat verdachte een zwakbegaafde man is en dat sprake is van een persoonlijkheidsstoornis. De psycholoog en psychiater hebben verdachte in 2011 verminderd toerekeningsvatbaar geacht ten aanzien van het toen aan verdachte tenlastegelegde. Niet gebleken is dat verdachte in de tussentijd behandeld is, zodat het hof ook kan teruggrijpen op die eerdere rapportages.

Het hof beziet de bovengenoemde rapportages in samenhang en acht verdachte met betrekking tot het bewezenverklaarde in enigszins verminderde mate toerekeningsvatbaar. Het hof zal hiermee bij het bepalen van de oplegging van straf en/of maatregel rekening houden.

Verdachte is strafbaar aangezien hij gelet op het voorgaande niet geheel ontoerekeningsvatbaar is en overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld wegens de thans bewezenverklaarde feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden en tot oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging.

De advocaat-generaal heeft hetzelfde gevorderd als door de rechtbank is opgelegd.

Door de raadsman is bepleit dat de door de rechtbank opgelegde straf, gezien de strafoplegging in volgens de raadsman vergelijkbare zaken, buitenproportioneel zwaar is. De gevangenisstraf zou aanzienlijk moeten worden gematigd. Daarnaast is de raadsman het ook niet eens met de oplegging van de maatregel TBS met dwangverpleging. Volgens hem kan en dient te worden volstaan met oplegging van een minder verstrekkende variant, te weten TBS met voorwaarden. De raadsman vindt dat eventueel recidivegevaar voldoende kan worden ingeperkt door verdachte onder streng toezicht te houden en hem tegelijkertijd ambulant te behandelen.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich via internetmedia voorgedaan als een minderjarig meisje en heeft via een chatbox contact gezocht met minderjarige meisjes. Met informatie die hij over zijn slachtoffers verzamelde, heeft verdachte hen bedreigd en gedwongen tot het verrichten van seksuele gedragingen voor de webcam. In twee gevallen heeft dit ertoe geleid dat minderjarige meisjes daadwerkelijk seksuele handelingen hebben verricht voor de webcam. Door zo te handelen heeft verdachte grenzen overschreden en ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van de slachtoffers, waarbij hij zich louter heeft laten leiden door zijn eigen lustgevoelens.

Verdachte heeft de beelden van de seksuele gedragingen op zijn pc vastgelegd en daarmee kinderporno vervaardigd en verspreid. Dit kan door ongecontroleerde verspreiding via het internet langdurig zeer nadelige gevolgen hebben voor degenen die voorkomen op de beelden.

Ter terechtzitting van het hof hebben ouders van verschillende slachtoffers verteld wat de impact van de bewezenverklaarde feiten is op de levens van de nog jonge meisjes. Naar de ervaring leert, zullen zij nog zeer lang de psychische gevolgen (kunnen) ondervinden van hetgeen hen is overkomen. Daarbij komt dat dit zijn weerslag heeft op de gehele sociale omgeving van de slachtoffers. Dit rekent het hof de verdachte zwaar aan.

Verdachte heeft door zijn optreden bijgedragen aan het exploiteren van jonge kinderen als lustobject. Het is buitengewoon laakbaar dat kinderen op die manier worden misbruikt voor de genoegens die, hoe onvoorstelbaar ook, sommige volwassenen daaraan beleven.

Het hof houdt er ook rekening mee dat uit het Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 27 oktober 2015, is gebleken dat verdachte eerder wegens misdrijven is veroordeeld en dat hij nog in de proeftijd liep van een veroordeling voor een soortgelijke feit als thans bewezen is verklaard.

Ook neemt het hof in aanmerking dat verdachte door zijn proceshouding geen enkel inzicht heeft gegeven in zijn beweegredenen om tot het plegen van de onderhavige feiten te komen.

De door de rechtbank opgelegde gevangenisstraf komt het hof juist voor.

Voor beantwoording van de vraag of naast de onvoorwaardelijke gevangenisstraf ook de maatregel van TBS moet worden opgelegd en zo ja, of dit onder voorwaarden zou moeten zijn of met een bevel tot dwangverpleging, heeft het hof acht geslagen op de eerder aangehaalde rapportages van psycholoog Feringa en psychiater Van Os.

Anders dan in eerste aanleg het geval was, heeft verdachte in hoger beroep in het laatste onderzoek meegewerkt aan de totstandkoming van de rapportages, zij het als ontkennende verdachte.

Psycholoog Feringa komt in het rapport van 9 augustus 2015 tot de conclusie dat de kans dat verdachte tot vergelijkbare delicten als het tenlastegelegde kan komen, zonder adequate behandeling en inbedding in hoge mate aanwezig is. Kenmerkend voor mensen met een ontwikkelingsstoornis (zwakbegaafd en beperkt sociaal-emotioneel functioneren) zijn de problemen die zich voordoen in het contact met hun directe omgeving en op de diverse levensgebieden. Ook bij verdachte speelde dit voorafgaand aan zijn handelen een navrante en wezenlijke rol. Het gevoelsleven van verdachte en zijn identiteitsontwikkeling zijn onvoldoende uitgerijpt. Door zijn gebrekkige mentaliserend, introspectief en zelfkritisch vermogen, het egocentrisme en de lacunaire gewetensvorming bevredigt verdachte zijn behoeftes zonder rekening te houden met de ander.

Om toekomstige problemen en recidive te voorkomen is het volgens de psycholoog van belang dat verdachte inziet en accepteert dat hij gedurende langere tijd in zijn leven ondersteuning en hulp nodig heeft op alle levensgebieden. Verdachte toonde tot nu toe in zijn leven, passend bij zijn pathologie en beperkt probleembesef en afwezig probleeminzicht, geen intrinsieke behandelmotivatie en wees ambulante en klinische hulpverlening meerdere keren af, dan wel kwam afspraken niet na. De psycholoog concludeert dat gezien de ernst van de problematiek, de ernst van de delicten, de ontkenning van het tenlastegelegde en het hoge recidivegevaar alsmede de afwezigheid van beschermende factoren, het van belang is dat verdachte een proces van behandeling en langdurige begeleiding doorloopt, waarbij deze het meest gewaarborgd wordt door een TBS-maatregel met dwangverpleging. Feringa overweegt expliciet dat een TBS met voorwaarden niet aangewezen is, aangezien er bij verdachte geen sprake is van intrinsieke behandelmotivatie.

Ook psychiater Van Os heeft in zijn rapport van 10 augustus 2015 gesteld dat het risico op herhaling van feiten zoals de onderhavige hoog is. Eerdere veroordelingen hebben verdachte er niet van weerhouden tot nieuwe feiten te komen. De psychiater wijst erop dat er zowel ambulant als klinisch is geïnvesteerd in verdachte. Dit heeft niet het gewenste resultaat gebracht. Ook is er een gebrek aan probleeminzicht en probleembesef en een grote mate van zelfoverschatting. Zonder behandeling en langdurige begeleiding blijven de risicofactoren onveranderd. Een intensief behandeltraject is nodig om het aanwezige recidiverisico op soortgelijke feiten te reduceren tot een aanvaardbaar niveau. Volgens de psychiater heeft verdachte aangetoond dat hij zich niet aan voorwaarden kan houden en deze overtreedt. De psychiater acht dan ook een ambulante of klinische begeleiding en behandeling als voorwaarden bij een voorwaardelijke gevangenisstraf niet haalbaar. Datzelfde geldt ook voor andere voorwaardelijke sancties zoals bijvoorbeeld de TBS met voorwaarden. Een klinische behandeling wordt noodzakelijk geacht, net als een hoog beveiligingsniveau om het gevaar dat verdachte voor anderen vormt, te ondervangen. Het advies is om aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling van verpleging van overheidswege op te leggen.

Gelet op het voorgaande zal het hof bevelen dat verdachte ter beschikking wordt gesteld, nu de bewezenverklaarde feiten misdrijven betreffen waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van meer dan vier jaren is gesteld en de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen het opleggen van die maatregel eist.

Het is evident dat de onder parketnummer 05-861706-13 onder 2 primair en in de zaak met parketnummer 05-740033-14 primair bewezenverklaarde feiten misdrijven zijn, die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In aanmerking genomen hetgeen de psycholoog en de psychiater hebben geconcludeerd, ziet het hof geen mogelijkheden voor oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden.

Het hof zal bevelen dat verdachte van overheidswege zal worden verpleegd.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer G]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.917,69. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-740033-14 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer H]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 3.000,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 2.500,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-740033-14 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer F]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 650,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-861706-13 onder 2 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer E]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 666,80. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-861706-13 onder 2 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de meervoudige kamer in de rechtbank Zutphen van 18 oktober 2011 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden, parketnummer 06-940031-11. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 14h, 14i, 14j, 36f, 37a, 37b, 45, 57, 240b, 246 en 247 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 05-861706-13 onder 1 en 2 primair en in de zaak met parketnummer 05-740033-14 primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 05-861706-13 onder 1 en 2 primair en in de zaak met parketnummer 05-740033-14 primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer G]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer G] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-740033-14 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 2.917,69 (tweeduizend negenhonderdzeventien euro en negenenzestig cent) bestaande uit € 417,69 (vierhonderdzeventien euro en negenenzestig cent) materiële schade en € 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 14 november 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 14 november 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer G] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-861706-13 onder 1, 2 primair en in de zaak met parketnummer 05-740033-14 primair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 2.917,69 (tweeduizend negenhonderdzeventien euro en negenenzestig cent) bestaande uit € 417,69 (vierhonderdzeventien euro en negenenzestig cent) materiële schade en € 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 39 (negenendertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 14 november 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 14 november 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer H]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer H] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-740033-14 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 26 november 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer H] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-861706-13 onder 1, 2 primair en in de zaak met parketnummer 05-740033-14 primair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 35 (vijfendertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 26 november 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer F]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer F] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-861706-13 onder 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 650,00 (zeshonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 29 mei 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer F] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-861706-13 onder 1, 2 primair en in de zaak met parketnummer 05-740033-14 primair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 650,00 (zeshonderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 13 (dertien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 29 mei 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer E]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer E] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-861706-13 onder 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 666,80 (zeshonderdzesenzestig euro en tachtig cent) bestaande uit

€ 16,80 (zestien euro en tachtig cent) materiële schade en € 650,00 (zeshonderdvijftig euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 26 september 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 26 september 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer E] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-861706-13 onder 1, 2 primair en in de zaak met parketnummer 05-740033-14 primair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 666,80 (zeshonderdzesenzestig euro en tachtig cent) bestaande uit € 16,80 (zestien euro en tachtig cent) materiële schade en € 650,00 (zeshonderdvijftig euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 13 (dertien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 26 september 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 26 september 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Vordering tot tenuitvoerlegging

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige kamer te Zutphen van 18 oktober 2011, parketnummer 06-940031-11, te weten van:

gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Aldus gewezen door

mr. M. Barels, voorzitter,

mr. J.A.W. Lensing en mr. M.L.H.E. Roessingh-Bakels, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. B.P. Rekmans-Snijder, griffier,

en op 8 december 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.