Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:9012

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
24-11-2015
Datum publicatie
02-12-2015
Zaaknummer
200.169.864/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Moeder alleen belast met het gezag. Omgang in strijd met zwaarwegende belangen van de minderjarigen. Informatieverplichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.169.864/01

(zaaknummer rechtbank Overijssel C/08/156167/ES RK 14-1206)

beschikking van de familiekamer van 24 november 2015

inzake

[verzoeker] ,

wonende te [A] ,

verzoeker in hoger beroep,

verder te noemen: de vader,

advocaat: voorheen: mr. A.F.G. Bergmans-Jeurissen, kantoorhoudend te Sittard,
thans: mr. L.J.H.M. Achten, kantoorhoudend te Zwolle,

tegen

[verweerster],

wonende te [A] ,

verweerster in hoger beroep,

verder te noemen: de moeder,

advocaat: mr. B.H. Bongers, kantoorhoudend te Zwolle.

Als overige belanghebbende is aangemerkt:

Jeugdbescherming Overijssel,

gevestigd te Zwolle,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI).

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, van 29 januari 2015, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 29 april 2015, is de vader
in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking. De vader verzoekt het hof die beschikking te vernietigen als zijnde ongegrond, onbewezen, dan wel in strijd met de
wet en opnieuw rechtdoende alsnog zijn verzoeken toe te wijzen.

2.2

Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 22 juli 2015, heeft de GI het verzoek in hoger beroep van de vader bestreden.

2.3

Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 27 juli 2015, heeft de moeder het verzoek in hoger beroep van de vader bestreden.

2.4

Ter griffie van het hof zijn binnengekomen:

- op 22 mei 2015 een brief van 21 mei 2015 van de Raad voor de Kinderbescherming Regio Overijssel, locatie Zwolle (verder te noemen: de raad);

- op 19 oktober 2015 een journaalbericht van 19 oktober 2015 namens mr. Bergmans-Jeurissen met bijlage;

- op 20 oktober 2015 een journaalbericht van 19 oktober 2015 van mr. Achten met bijlagen.

2.5

Voorts bevinden zich de processen-verbaal van de zitting van de rechtbank van
14 augustus 2014 respectievelijk 29 januari 2015 bij de stukken.

2.6

De mondelinge behandeling heeft op 20 oktober 2015 plaatsgevonden.
Verschenen zijn mr. Achten namens de vader, de moeder, bijgestaan door haar advocaat, mevrouw [B] en mevrouw [C] namens de GI en de heer [D] namens de raad in het kader van zijn adviserende taak.

3 De vaststaande feiten

3.1

De vader en de moeder zijn de ouders van:

- [de minderjarige1] , geboren [in] 2006 in de gemeente [A] ;

- [de minderjarige2] , geboren [in] 2012 in de gemeente [A] .

3.2

Bij inleidend verzoekschrift, ingekomen ter griffie van de rechtbank op 8 mei 2014, heeft de moeder de rechtbank (onder meer) verzocht tussen partijen de echtscheiding uit te spreken, met bepaling dat de moeder alleen het ouderlijk gezag uitoefent over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] .

3.3

De vader heeft zich tegen het inleidende verzoek van de moeder verweerd en heeft daarbij (onder meer) verzocht te bepalen dat de kinderen hem eenmaal per twee weken mogen bezoeken.

3.4

Het huwelijk van de vader en de moeder is [in] 2015, door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 8 september 2014 in de registers van de burgerlijke stand, ontbonden.

3.5

Bij de - uitvoerbaar bij voorraad - verklaarde beschikking van 29 januari 2015, waarvan beroep, heeft de rechtbank bepaald dat het gezag over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] alleen aan de moeder toekomt. De rechtbank heeft daarnaast een informatieregeling vastgesteld, inhoudende dat de moeder de vader, in eerste instantie via tussenkomst van de gezinsvoogd, vier maal per jaar informeert over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] . De rechtbank heeft het meer of anders verzochte afgewezen en de kosten van de procedure gecompenseerd, in die zin dat de vader en de moeder hun eigen kosten dragen.

3.6

Bij (afzonderlijke) beschikking van 29 januari 2015 heeft de rechtbank [de minderjarige1] en [de minderjarige2] onder toezicht gesteld met ingang van 29 januari 2015 tot 29 januari 2016.

3.7

Bij vonnis van de rechtbank Overijssel van 5 juni 2014 is de vader voor
- samengevat - seksueel misbruik van twee nichtjes en een vriendinnetje van [de minderjarige1] , die toen tussen de vier en zes jaar oud waren, en het maken en bezitten van kinderporno veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar. De vader zit op dit moment nog in detentie.

4 De motivering van de beslissing

4.1

De vader voert ten aanzien van het gezag in zijn grieven aan dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de moeder voortaan alleen met het gezag over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] zal worden belast.
Ten aanzien van de omgang stelt de vader dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld
dat zij voldoende geïnformeerd was om over het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling te beslissen en ten onrechte heeft beslist dat een omgangsregeling tussen de vader en de kinderen in strijd is met de zwaarwegende belangen van de kinderen. De vader verzoekt het hof, na een onderzoek naar de voorwaarden waarbinnen een omgangsregeling kan worden vastgesteld, alsnog een omgangsregeling vast te stellen. Subsidiair verzoekt de vader het hof de moeder een uitgebreidere informatieregeling op te leggen, inhoudende dat de moeder hem eens per maand inlichtingen verstrekt over de kinderen, onder meer door het toezenden van een foto en een verslag over hoe het met de kinderen gaat en wat er in hun leven speelt.

4.2

Het hof leest in de - door de moeder bestreden - grieven van de vader en de daarop gegeven toelichting geen andere relevante punten dan die reeds in eerste aanleg waren aangevoerd en door de rechtbank gemotiveerd zijn verworpen. Het hof onderschrijft het oordeel van de rechtbank en neemt hetgeen de rechtbank ter motivering van haar beslissing heeft overwogen - na eigen onderzoek - over. Het hof overweegt aanvullend het volgende.

4.3

De raad heeft ter zitting van het hof naar voren gebracht dat de vader geheel verantwoordelijk is voor wat hij zijn gezin heeft aangedaan. Hij heeft het leven van de moeder en de kinderen op de kop gezet. De vader kijkt niet naar zijn eigen gedrag en geeft geen inzage in het door het NIFP opgemaakte rapport dat over hem is opgemaakt in het kader van de strafzaak. Wat betreft het gezag volgt de raad de moeder in haar verzoek, in aanmerking nemend dat er gronden zijn voor een verderstrekkende maatregel, te weten het beëindigen van het gezag van de vader. Er moeten verschillende stappen gezet worden, voordat er zelfs maar gedacht kan worden aan een vorm van (begeleide) omgang. Zo zal de vader eerst hulp en behandeling voor zichzelf moeten zoeken. Hij focust zich enkel en alleen op de kinderen, hetgeen de raad zeer verontrustend acht.

4.4

Het hof sluit zich bij de conclusie van de raad aan en overweegt daarnaast nog het volgende. Gebleken is dat de gedragingen waarvoor de vader is veroordeeld en de ernstige ontwrichting van het gezinsleven die dit tot gevolg heeft gehad nog steeds een grote impact hebben op het leven van de moeder en de kinderen. Er bestaan ernstige zorgen over het gedrag en de sociaal-emotionele ontwikkeling van [de minderjarige1] . Bij de moeder is een chronische depressie vastgesteld, waarvoor zij antidepressiva gebruikt. Desondanks werkt de moeder er hard aan om een stabiele en veilige opvoedingssituatie op te bouwen voor de kinderen.
Het is onduidelijk of de kinderen ook zijn misbruikt. Gebleken is wel, zo blijkt uit het strafvonnis, dat de door de vader gepleegde ontuchtige handelingen (ook) hebben plaatsgevonden in het bijzijn van andere (eigen) kinderen.


In verband met de ingrijpende gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden zullen de kinderen nog de nodige therapieën moeten volgen en begeleiding nodig hebben. De moeder heeft gesteld dat ze bang is dat de vader hieraan niet zijn medewerking zal verlenen, wanneer hij mee zou mogen beslissen over de kinderen. De moeder vertrouwt de vader niet en is erg bang voor hem nu zij geen inzicht heeft in zijn persoonlijke problematiek en hij haar met
de dood heeft bedreigd. De moeder wil om die reden dan ook geen contact met de vader.
Het hof is van oordeel dat niet van haar kan worden gevergd dat zij contact opneemt met de vader om te overleggen over beslissingen aangaande de kinderen, gelet op de grote angst die de moeder heeft voor de vader. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat het op de weg van de vader ligt te werken aan herstel van vertrouwen, maar dat hij zich zeer bedreigend heeft uitgelaten jegens de moeder en ook in hoger beroep geen enkele openheid heeft gegeven, bijvoorbeeld over het NIFP-rapport. Voor het hof is evident dat iedere vorm van contact tussen de ouders veel spanningen bij de moeder zal opleveren, hetgeen onvermijdelijk een negatieve weerslag zal hebben op [de minderjarige1] en [de minderjarige2] , wat nu juist moet worden voorkomen.
Ook moet voorkomen worden dat de vader de doorgang van de voor de kinderen noodzakelijk geachte therapieën zal belemmeren. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat
de vader ook op andere fronten heeft nagelaten zijn medewerking te verlenen, zoals bij de verkoop van de echtelijke woning, waartoe de moeder een gerechtelijke procedure heeft moeten starten, en bij het opzeggen van abonnementen, noodzakelijk om de financiële lasten zoveel mogelijk te verminderen.

4.5

Het hof is, op grond van het vorenstaande en met de rechtbank, van oordeel dat het in het belang van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] noodzakelijk is dat de moeder alleen met het gezag over hen is belast, nu er een onaanvaardbaar risico bestaat dat de kinderen bij het in stand laten van het gezamenlijk gezag klem of verloren zullen raken tussen beide ouders. Niet is te verwachten dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen.

4.6

Voorts is het hof net als de rechtbank van oordeel dat omgang tussen de vader en [de minderjarige1] en [de minderjarige2] in strijd is met de zwaarwegende belangen van de kinderen. Het hof acht het
in het belang van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] dat de rust en stabiliteit die zij sinds enkele maanden in hun leven hebben niet verstoord wordt door contactherstel met de vader, terwijl het voor het hof, bij gebrek aan inzicht in de persoon van de vader, niet is te overzien of, en zo ja, welke gevaren en risico's er zijn verbonden aan een eventuele omgangsregeling tussen de vader en de kinderen. Een en ander klemt te meer nu ter zitting van het hof is gebleken dat de vader in de penitentiaire inrichting geïsoleerd leeft en alleen nog maar gericht is op [de minderjarige1] en [de minderjarige2] .
Met de raad is het hof is van oordeel, dat de vader, voordat er kan worden nagedacht of er mogelijkheden zijn voor (begeleide) omgang, volledig en zonder voorbehoud openheid moet geven over de gebeurtenissen die hebben geleid tot zijn veroordeling en inzage moet geven in (het NIFP-rapport dat is opgemaakt over) zijn persoonlijke problematiek. De vader legt de verantwoordelijkheid van hetgeen gebeurd is voornamelijk buiten zichzelf, waar hij zich zou moeten richten op behandeling van en begeleiding bij zijn eigen problematiek in plaats van zich enkel en alleen te focussen op [de minderjarige1] en [de minderjarige2] . Gelet op de houding van de vader ziet het hof geen aanleiding om zijn verzoek om een onderzoek te laten verrichten naar de voorwaarden waarbinnen een omgangsregeling kan worden vastgesteld, toe te wijzen.

4.7

Het hof zal het subsidiaire verzoek van de vader dat ziet op het uitbreiden van de informatieregeling toewijzen voor wat betreft zijn verzoek om een foto van de kinderen toegezonden te krijgen. Het hof zal bepalen dat de moeder de vader vier maal per jaar dient te informeren over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] waarbij zij de vader een recente foto van de kinderen dient toe te zenden.

Een frequenter en (meer) uitgebreider informatieregeling, zoals door de vader verzocht, acht het hof niet in het belang van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] nu een dergelijke regeling een te zware wissel zal gaan trekken op de moeder, hetgeen negatief zal doorwerken op de situatie van de kinderen.

5 De slotsom

5.1

Gelet op het voren overwogene, zal het hof beslissen als na te melden.

6 De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, van 29 januari 2015, voor wat betreft de vastgestelde informatieregeling;

en in zoverre opnieuw beslissende:

stelt als informatieregeling vast:

- de moeder dient de vader vier maal per jaar te informeren over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] en daarbij de vader een recente foto van de kinderen toe te zenden;

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, van 29 januari 2015 voor het overige, voor zover aan dit hoger beroep onderworpen;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. I.A. Vermeulen, mr. J.B. de Groot en mr. E.B.E.M. Rikaart-Gerard, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 24 november 2015 in bijzijn van de griffier.