Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:8889

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
24-11-2015
Datum publicatie
26-11-2015
Zaaknummer
200.148.534/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Executiegeschil. De kantonrechter heeft de huurovereenkomst ontbonden en de huurders veroordeeld tot ontruiming van de woning. De huurders zijn vervolgens in kort geding een executiegeschil gestart. In eerste aanleg zijn de huurders in het ongelijk gesteld, waarna de woning is ontruimd.

Het hof heeft de (nieuwe) vordering van de huurders - die erop gebaseerd is dat de verhuurder misbruik heeft gemaakt van zijn executiebevoegdheid - verworpen, omdat die vraag pas kan worden beantwoord wanneer in een bodemprocedure is uitgemaakt of de verhuurder tot ontruiming mocht overgaan. De overige vorderingen zijn door het hof eveneens verworpen. In navolging van de voorzieningenrechter in eerste aanleg heeft het hof geoordeeld dan geen sprake is van een feitelijke of juridische misslag en evenmin dat de huurders door de ontruiming in een noodtoestand zijn komen te verkeren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.172.649/01

(zaaknummer rechtbank Overijssel C/08/171290 / KG ZA 15-156)

rolbeschikking van 24 november 2015

in de zaak van

1 [appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna: [appellant],

2. [appellante],

wonende te [woonplaats] ,

hierna: [appellante],

appellanten in principaal appel, verweerders in incidenteel appel,

in eerste aanleg: eisers,

hierna gezamenlijk: [appellanten],

advocaat: mr. Ph.J.N. Arnoudse, kantoorhoudend te Deventer,

tegen

Woonstichting De Marken,

gevestigd te Schalkhaar,

geïntimeerde in principaal appel, appellante in incidenteel appel,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna te noemen: De Marken,

advocaat: mr. M.H.J. Mühlstaff, kantoorhoudend te Deventer.

1 Het geding in eerste aanleg

1.1

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het tussenvonnis van 19 mei 2015 en het eindvonnis van 26 mei 2015 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Overijssel, team kanton en handelsrecht, locatie Zwolle (hierna: de voorzieningenrechter).

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure is als volgt:

- de dagvaarding in hoger beroep en de conclusie van eis van 22 juni 2015, waarin de grieven zijn opgenomen (met producties);

- de herstelexploten van 29 juni 2015 en 13 juli 2015;

- de akte overlegging productie van 3 augustus 2015;

- de memorie van antwoord tevens grieven in incidenteel appel van 18 augustus 2015 (met producties);

- de memorie van antwoord in incidenteel appel van 8 september 2015.

2.2

Vervolgens hebben partijen arrest gevraagd, waartoe door [appellanten] de stukken zijn overgelegd, en heeft het hof arrest bepaald.

2.3

Bij niet geregeld verzoek (H16 formulier) heeft de advocaat van [appellanten] ter rolle van 17 november 2015 gevraagd om alsnog pleidooi toe te staan. Als reden voor het verzoek is gegeven dat er sprake is van essentiële informatie die ontbreekt in de schriftelijke stukken, welke informatie in een pleidooi voor één raadsheer binnen 45 minuten kan worden gegeven.

3 Korte omschrijving van het geschil

3.1

Bij vonnis van 14 april 2015 van de rechtbank Overijssel, team kanton en handelsrecht, locatie Zwolle (hierna: de kantonrechter) is op vordering van De Marken de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan [adres] ontbonden en zijn [appellanten] veroordeeld tot ontruiming van de woning. Tegen het vonnis van de kantonrechter van 14 april 2015 hebben [appellanten] appel aangetekend, welke procedure bij het hof bekend is onder nummer 200.171.502/01.

3.2

In de onderhavige procedure hebben [appellanten] in eerste aanleg in kort geding gevorderd dat De Marken wordt bevolen om de tenuitvoerlegging van het vonnis van de kantonrechter van 14 april 2015 dan wel de de ontruiming van de woning op te schorten en de huurovereenkomst voort te zetten.

3.3

Bij de bestreden vonnissen heeft de voorzieningenrechter de vorderingen afgewezen en [appellant] verwezen in de proceskosten van De Marken.

4 Nagekomen berichten

4.1

Art. 5.4 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven (Lpr) geeft de hoofdregel weer voor nadere berichten nadat reeds een datum voor arrest is bepaald. Dit artikel luidt als volgt:

Berichten aan het hof nadat arrest is bepaald

Het hof neemt geen kennis van berichten van een partij die het hof bereiken nadat arrest is bepaald, tenzij de wederpartij met de kennisneming heeft ingestemd.

4.2

Art. 4.5 Lpr luidt als volgt:

Alsnog pleidooi vragen

Een niet tijdig gedaan verzoek om pleidooi kan worden ingewilligd, indien schriftelijk wordt toegelicht waarom het verzoek niet eerder is en alsnog wordt gedaan.

4.3

De rolraadsheer ziet geen reden in deze zaak van de hoofdregel van art. 5.4 Lpr af te wijken en het debat te heropenen (door pleidooi toe te staan) voordat op het overgelegde dossier arrest is gewezen. Gesteld noch gebleken is dat De Marken ermee heeft ingestemd dat [appellanten] zich tot het hof richten met een pleidooiverzoek, laat staan dat De Marken het met de inhoud van dat verzoek eens zou zijn. Bovendien is de toelichting op het verzoek dermate vaag dat het reeds op grond van art. 4.5 Lpr zou moeten worden afgewezen.

4.4

De rolraadsheer bepaalt dan ook dat het pleidooiverzoek vooralsnog wordt afgewezen.

5 De beslissing

De rolraadsheer:

bepaalt dat het pleidooiverzoek van [appellanten] vooralsnog wordt afgewezen.

Aldus gegeven te Leeuwarden op dinsdag 24 november 2015 door mr. J.H. Kuiper, lid van de enkelvoudige kamer.