Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:8886

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
24-11-2015
Datum publicatie
26-11-2015
Zaaknummer
200.137.586/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geschil tussen kredietverzekeraar en cliënt over de (internationale) incasso van de vordering van de cliënt door de verzekeraar. Toepasselijkheid voorwaarden verzekeraar. Grondslag provisieberekening. Zorgplicht kredietverzekeraar bij de incasso.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.137.586/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/17/116375/HA ZA 11-739)

arrest van de meervoudige kamer van 24 november 2015

in de zaak van

Interpolis Kredietverzekeringen N.V.,

gevestigd te 's-Hertogenbosch,

appellante in het principaal hoger beroep,

geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,

in eerste aanleg: eiseres in conventie en verweerster in reconventie,

hierna: Interpolis,

advocaat: mr. H.A.P. Pijnacker, kantoorhoudend te Tilburg,

tegen

Cramm Yachting Systems B.V.,

gevestigd te Berlikum,

geïntimeerde in het principaal hoger beroep,

appellante in het incidenteel hoger beroep,

in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiseres in reconventie,

hierna: Cramm,

advocaat: mr. M.A. Oostendorp, kantoorhoudend te Velp (Gld.).

1 Het geding in eerste aanleg

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen van

6 juni 2012 en 19 september 2012 van de (voormalige) rechtbank Leeuwarden, sector civiel recht en in de vonnissen van 17 april en 9 oktober 2013 van de rechtbank Noord-Nederland, afdeling privaatrecht, locatie Leeuwarden (hierna: de rechtbank).

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure is als volgt:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 12 november 2013,

- de memorie van grieven, tevens akte van eiswijziging (met producties),

- de memorie van antwoord, tevens van grieven in incidenteel appel (met producties),

- de memorie van antwoord in incidenteel appel.

2.2

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2.3

De vordering van Interpolis, als geformuleerd in de memorie van grieven, tevens akte van eiswijziging, luidt:

“de vonnissen van de rechtbank Noord-Holland, locatie Leeuwarden, gewezen op 19 september 2012, 17 april 2013 en 9 oktober 2013 in conventie als in reconventie op tegenspraak tussen partijen gewezen onder zaaknummer 116375 HA ZA 11-739 te vernietigen met het eerbiedig verzoek om opnieuw rechtdoende bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, Cramm Yachting Systems B.V. te veroordelen, bij arrest, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, terzake voormeld Interpolis Kredietverzekeringen N.V. tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de som van € 139.987,16 (zegge: honderdnegenendertig duizend negenhonderdzevenentachtig euro en zestien eurocents) vermeerderd met de wettelijke handelsrente ex art. 6: 120 lid 2 j° art. 119a BW. over een bedrag ad € 126.902,86 vanaf 9 november 2011 - subsidiair de dag van de dagvaarding - tot de dag der uiteindelijke voldoening met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van het geding, de kosten van de gelegde conservatoire beslagen daaronder begrepen en in reconventie Cramm Yachting Systems B.V. niet ontvankelijk te verklaren, althans haar haar vorderingen te ontzeggen met veroordeling van Cramm Yachting Systems B.V. in de kosten van beide instanties.”

2.4

In incidenteel appel heeft Cramm gevorderd:

"de vonnissen in eerste aanleg van de Rechtbank Leeuwarden respectievelijk Rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden d.d. 6 juni 2012, 19 september 2012, 17 april 2013 en 9 oktober 2013 (zaaknummer C/17/116375 / HA ZA 11-739) waarvan beroep, te vernietigen en opnieuw rechtdoende alsnog de vorderingen van Interpolis niet-ontvankelijk te verklaren, althans deze af te wijzen en de vorderingen van Cramm in reconventie alsnog toe te wijzen door:

- Interpolis te veroordelen tot terugbetaling aan Cramm van hetgeen Cramm naar aanleiding van het in eerste aanleg gewezen vonnis reeds aan Interpolis heeft voldaan en Interpolis derhalve te veroordelen tot betaling aan Cramm van het bedrag van € 76.064,47, althans een door uw hof in goede justitie vast te stellen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 november 2013, althans een door uw hof in goede justitie vast te stellen datum tot aan de dag der algehele voldoening;

- voor recht te verklaren dat de bepalingen in de Incassovoorwaarden en de Tarievenlijst van Interpolis ten aanzien van de incassering van de vordering op Dünya rechtsgeldig zijn vernietigd door Cramm, althans de bepalingen in de Incassovoorwaarden en de Tarievenlijst alsnog te vernietigen ten aanzien van de incassering door Interpolis van de vordering van Cramm op Dünya;

- Interpolis te veroordelen tot ongedaanmaking van de reeds door Interpolis ontvangen prestaties en derhalve Interpolis te veroordelen tot betaling aan Cramm van een bedrag van € 111.838,60, althans een door uw rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 januari 2012 tot aan de dag der algehele voldoening;

- Interpolis te veroordelen tot vergoeding van de aan de zijde van Cramm geleden schade en derhalve Interpolis te veroordelen tot betaling aan Cramm van de door Cramm geleden schade, nader op te maken bij staat;

- de ten laste van Cramm gelegde beslagen op te heffen;


alsmede in conventie en reconventie Interpolis te veroordelen in de kosten van deze procedure in beide instanties."

3 De beoordeling van het geschil
Wijziging van eis

3.1

Interpolis heeft bij memorie van grieven haar eis gewijzigd, in die zin dat zij thans de wettelijke handelsrente vanaf 9 november 2011 over de hoofdsom vordert. Cramm heeft zich niet verzet tegen deze eiswijziging. Het hof ziet geen reden om de wijziging ambtshalve buiten beschouwing te laten, zodat recht gedaan zal worden op de gewijzigde eis.
Vaststaande feiten

3.2

De rechtbank heeft in rechtsoverweging 2 (2.1 tot en met 2.20) van het vonnis van
6 juni 2012 de feiten vastgesteld. Tegen deze vaststelling zijn geen grieven gericht en ook overigens is niet van bezwaren gebleken. Het hof zal dan ook van de door de rechtbank vastgestelde feiten uitgaan, die aangevuld met enkele andere feiten, op het volgende neerkomen.

3.2.1

Cramm exploiteert een onderneming die zich bezig houdt met de levering en installatie van apparatuur in schepen.

3.2.2

Interpolis heeft Cramm een offerte tot het sluiten van een debiteurenpolis (een kredietverzekering) gezonden met als “offertedatum” 6 mei 2010. Cramm heeft deze offerte met dagtekening 21 mei 2010 ondertekend. In de offerte is als contractueel bepaalde ingangsdatum 1 september 2010 genoemd en de dekking is omschreven als: "Debiteurenverlies als gevolg van insolventie en vermoedelijke insolventie (non-betaling 180 dagen na vervaldag) exclusief BTW".
Ten slotte is in de offerte onder Machtiging Automatische Incasso het volgende vermeld:
"N.V. Interpolis Kredietverzekeringen en Euler Hermes Services B.V. (h.o.d.n. Interpolis Services) incasseren uw premie, poliskosten, alle kosten inzake kredietlimieten, incasso-overdrachten en andere facturen automatisch. Als u deze offerte, met nummer 2356 voor akkoord ondertekent, verleent u toestemming hiervoor."

Bij de offerte zijn tevens aan Cramm toegezonden de incassotarieven, algemene voorwaarden en incassovoorwaarden van Interpolis, die op de verzekering van toepassing zijn. In de incassovoorwaarden wordt - voor zover van belang - het volgende vermeld: Begripppenlijst
(…)
Polis
Het door ons opgestelde en aan u verstrekte bewijs van de verzekeringsovereenkomst van uw eventuele kredietverzekering bij N.V. Interpolis Kredietverzekering.
(…)

Artikel 3 Verplichtingen verzekerde tijdens het incasso
(…)
b als u na de incasso-overdracht betalingen ontvangt, dan bent u verplicht deze direct schriftelijk aan ons te melden. We gaan er vanuit dat deze betalingen door onze maatregelen tot stand zijn gekomen.
(…)
Artikel 7 Incassokosten
a Voor het openen van een incassodossier bent u dossierkosten verschuldigd;
b voor ter incasso overgedragen vorderingen bent u incassoprovisie verschuldigd zoals vermeld op de op de polis geldende tarievenlijst. Voor de provisie geldt een ‘no cure no pay’ basis zodat u alleen provisie verschuldigd bent over de geïncasseerde bedragen;
c kosten van ingeschakelde derden, proces- en executiekosten brengen wij volledig bij u in rekening;
d incassokosten kunnen door ons worden verrekend met betalingen door de debiteur waarop het incasso wordt gevoerd;
e u ontvangt een eindfactuur als de vordering geheel verzekerd is. In dit geval worden de facturen verrekend met de schadeloosstelling. Bij een gedeeltelijk verzekerde of onverzekerde vordering ontvangt u facturen gedurende het incasso traject.

Artikel 8 Wijziging of intrekking van het incasso door u
U kunt een verzoek tot wijziging of intrekking van de incasso-opdracht schriftelijk aan ons kenbaar maken. Bij een wijziging of intrekking op uw verzoek:
a Behouden wij ons het recht voor om de in artikel 7 genoemde incassokosten volledig aan u in rekening te brengen als zou uw debiteur de gehele vordering inclusief kosten, door onze bemiddeling hebben voldaan;
b zal Interpolis Kredietverzekeringen de betreffende vordering onverzekerd verklaren.”

3.2.3

In de tarievenlijst, waarnaar in artikel 7 aanhef en onder b van de incassovoorwaarden wordt verwezen, is vermeld dat voor niet nader genoemde landen, in die tarieflijst aangeduid als Categorie D, een incassoprovisie geldt van 36% voor vorderingen tot € 5.000,- van 22% over het meerdere tot € 25.000,- en van 20% over het meerdere boven € 25.000,-. Verder is vermeld:
“De provisies luiden op ‘no cure no pay basis en zijn alleen verschuldigd over de geïncasseerde bedragen (en bedragen die gedurende het incasso aan de debiteur worden gecrediteerd), vermeerderd met de eventueel niet verhaalbare kosten van ingeschakelde derden, proces- en executiekosten. Bij intrekking van een incasso door de opdrachtgever behouden wij ons het recht voor de provisie aan te rekenen over de volledige vordering.
Over alle kosten van Interpolis Services is BTW verschuldigd. De vermelde kosten gelden exclusief BTW.”

3.2.4

Dunya Yatçilik Anonim Sirketi (hierna Dunya) is een Turkse werf, die in opdracht van een derde een tweetal schepen heeft gebouwd. Voor de bouw van deze schepen heeft Cramm in opdracht van Dunya in 2009 en 2010 diverse goederen geleverd aan Dunya. In het voorjaar van 2010 bleef de betaling van Dunya van de facturen die Cramm ter zake aan haar had verzonden uit.

3.2.5

Bij e-mailbericht van 12 augustus 2010 heeft de heer [managing director] , managing director van Dunya, - voor zover van belang - het volgende aan de heer [bestuurder Cramm] (hierna [bestuurder Cramm] ), bestuurder van Cramm, bericht:
“As far as the open invoices here is the situation;
(...)
I know i have promised this week to partial invoice closing but unfornuately I still could not finish my deal with the bank to release more fundings for the project. August 18th is the day for the banks decision which will enable us to pay invoices WEEK 34.
Please notice that we will have contract signing by September 8th where we will get 75% of the contract price which will solce all my problems... but 1 am trying to solve this with an interim funding from the banks so 1 can pay you guys.
You have waited and released most of my equipments without getting paid. . ..I would not have closed the deal without your help. 1 understand your position but please try to understand mine.... we have gone this far i hope we wont let anything spoil this in the future...

But again it is your position and i respect it....”

3.2.6

Cramm heeft in augustus 2010 aan Interpolis de opdracht verstrekt haar vordering op Dunya inclusief rente en incassokosten voor haar te incasseren, welke opdracht door Interpolis is aanvaard (hierna de incasso-overeenkomst). Interpolis heeft Euler Hermes Kredietverzekering N.V. (hierna Euler Hermes), handelend onder de naam Interpolis Services, ingeschakeld om de vordering te incasseren.

3.2.7

In verband met die incasso heeft op 3 en 23 augustus 2010 telefonisch contact plaatsgevonden tussen mevrouw [X] van Cramm en mevrouw [Y] van Interpolis. Naar aanleiding van deze contacten heeft [Y] de volgende notities opgesteld:
“Gesproken over het wel of niet overdragen van een incasso. Nadrukkelijk gewezen op de no cure no pay en het moeilijk incasseren van rente en incasso in het buitenland.” (3 augustus)
“Ze belt om te vragen of er iemand vandaag langs kan komen om een incassodossier op te halen. Heb haar van kunnen overtuigen dat het digitale netwerk toch sneller is. Gaat om bijna 1 miljoen op een turk. Nogmaals gewezen op de kosten, dit is hun bekend maar zij vinden het nu het meest belangrijk met iedere euro dat binnen kan komen. Ze klinken erg paniekerig omdat ze het gevoel hebben dat als ze niet handelen het helemaal niet meer lukt” (23 augustus)

3.2.8

Op 30 augustus 2010 heeft telefonisch contact plaatsgevonden tussen [Y] en [Z] van de Rabobank Hoorn – Midden Westfriesland, de bank van Cramm. Naar aanleiding van dit contact heeft [Y] de volgende notitie gemaakt:
“Gesproken over het incassodossier van de Turk. Ze willen nu al om commercieel oogpunt handelen over de incassokosten. Meteen de verwachtingen gemanaged dat dit in geen geval zal zijn. Ik heb hun goed en duidelijk uitgelegd over de provisiekosten op basis van no-cure no pay en hoe lastig het is om dat in het buitenland te verhalen. En dat dus op hun rekening gaat komen.
Uitgelegd hoe het is gegaan. Hij is bang dat het spelletje wordt gespeeld via [X] en dat zij wellicht niet slim genoeg is.
Ook gewezen op het feit dat er nu een on hold wordt gezet op het dossier door de heer [bestuurder Cramm] . [A] heeft de heer [bestuurder Cramm] nog gebeld om hem daar nadrukkelijk op te wijzen.”

3.2.9

Bij brief van 27 augustus 2010 heeft Euler Hermes Dunya namens Cramm gesommeerd binnen 7 dagen een bedrag te voldoen van € 1.354.760,07, bestaande uit een bedrag in hoofdsom van € 1.074.809,10, een rentebedrag van € 118.729,60 en incassokosten ten bedrage van € 161.221,37. De hoofdsom is gespecificeerd. In de specificatie is rekening gehouden met een betaling van € 115.411,60 op 27 augustus 2010.

3.2.10

Bij e-mailbericht van 3 september 2010 heeft Dunya aan Cramm bericht dat zij alle facturen van Cramm heeft gecontroleerd en dat zij de verschuldigdheid van een deel van de gefactureerde bedragen, nader omschreven in die e-mail, betwistte. Dit betrof de volgende factuurbedragen: € 14.200,-, € 6.946,-, € 3.840,-, € 1.280,-, € 9.600,-, € 3.410,- en €19.680,-.

3.2.11

Eind september 2010 heeft [bestuurder Cramm] op een beurs in Cannes overleg gevoerd met Dunya. Daarbij is, blijkens een e-mailbericht van [bestuurder Cramm] aan Dunya van 28 september 2010, overeengekomen dat Dunya wekelijks € 50.000,- aan Cramm zou betalen. In oktober 2010 heeft Dunya tweemaal € 50.000,- betaald. In e-mailberichten van 21 en 28 oktober 2011 heeft mevrouw [X] van Cramm Euler Hermes in kennis gesteld van de ontvangst van deze bedragen. Interpolis heeft daarop tweemaal een factuur van € 10.000,- exclusief BTW (€ 11.900,- inclusief BTW) naar Cramm gestuurd, welke facturen door Cramm zijn voldaan.

3.2.12

Op 5 november 2010 heeft Euler Hermes per e-mailbericht - voor zover van belang - het volgende aan Dunya bericht:
“Further to our phone call on Thursday November 4th, I herewith confirm that we can agree with a postponement of the total payment under the following strict conditions:
1. The total overdue sum, including collection fees and interest, has to be paid by Dunya. This amount is specified:
Initial amount € 1.074.809,10
Interest € 131.215,05
Collection fees € 161.221,37
€ 1.367.245,52
Payments € 100.000,00
€ 1.267.245,52
2. The full amount has to be payable on Monday December 6th 2010. Payment has to be guaranteed by Dunya Yachts by a Bill of Exchange, to be issued by you at latest on November l2th 2010. (...)“

3.2.13

Bij e-mailbericht van 9 november 2010 heeft Dunya - voor zover van belang - het volgende aan Euler Hermes bericht:
“As you will see on your attached notice to us with number of invoices listed which Cramm should have notified you about our email exchanges urging to solve for the inconsistent invoices, false invoices and double invoices. We also requested to see from Cramm their “Terms and Conditions” to understand the reasoning behind claim amount since we don ‘t have any signed contract nor signed confirmations. But this was also denied by them which we believe it is our right to have and review.
To summarize It very simply;
Total Amount of Equipments we have received from Cramm so far 372,165 Euros
Total Amount of Payments have been paid to Cramm so far 619,930 Euros
We do have a dispute of the outstanding invoices with Cramm contain some double invoicing which you can easily see from the attached document.
As far as your total of your Claim amount totally ignores the amount have been paid so far. Interest and collectionfees are excessive and have no legal foundations. Even all the equipments subject to contract were delivered, deducting our payments, claimed amount is exceeding total value seems to be dictating an unconscionable conduct of business which is illegal and unethical.”

3.2.14

In reactie op deze e-mail van Dunya heeft Euler Hermes bij e-mailbericht van
22 november 2010 - voor zover van belang - het volgende aan Dunya bericht:
“It is remarkable that nowfor the first time you have objections against the overdue invoices. Previously you made several promises top the total amount and now suddenly you raise a dispute. In our view this dispute is not founded on the agreements you have with Cramm, but it is purely meant to delay the payments you are obliged to make.
(...)
As long as you don ‘t show your willingness to pay the full overdue amount, we will feel free to take legal measures.”

3.2.15

Interpolis dan wel Euler Hermes heeft vervolgens mr. [advocaat Belgie] (hierna mr. [advocaat Belgie] ), advocaat te België, ingeschakeld om de vordering van Cramm op Dunya te kunnen innen. Mr. [advocaat Belgie] heeft op zijn beurt de Turkse advocaat mr. [advocaat Turkije] (hierna mr. [advocaat Turkije] ) ingeschakeld.

3.2.16

Mr. [advocaat Belgie] heeft zich door [bestuurder Cramm] laten voorlichten over de vordering van Cramm op Dunya.

3.2.17

Op 18 april 2011 heeft overleg in Istanbul plaatsgevonden tussen (één of meer) vertegenwoordigers van Dunya enerzijds en [bestuurder Cramm] , als bestuurder van Cramm, anderzijds. [bestuurder Cramm] werd in de onderhandelingen bijgestaan door (in ieder geval) mr. [advocaat Turkije] . Tijdens het overleg zijn afspraken gemaakt, die zijn neergelegd in een overeenkomst, getiteld “Protocol” (hierna het Protocol).
In het Protocol is - voor zover van belang - het volgende bepaald:
“A Protocol has been concluded between “Cramm (..) on one side (shall be hereinafter referred to as the payee) and “Dünya (...) on the other side (shall be hereinafter referred to as the debtor), stating that:
1- The debtor party has dispatched orders to the mentioned payee or the products which are stated below, related with the yachting accessories on the prices which are also stated below based on the final orders and the finalized verbal contract between the parties
(…)
€ 1.444.347
2- The debtor company has made the advance payments for the products and materials which are demanded in the orders based on the progress reports. The mentioned products and the payments made by the debtor company to the payee are stated as follows:
(...)
€ 619.926,90
3.- The payee has a residue. receivable which is in the amount of 824.420,10 EURO from the debtor party due to the progress of the orders based on the mentioned verbal contract as stated in the table below.
4- The payee party has received an amount of 619.926,90 euro from the debtor party until today, related with the products and materials stated in the orders, and the payee delivered the products which are stated below to the debtor party in return for the amounts he received. The other products and materials stated in the order are waiting at the place of payee and the creditor releases the debtor in the amount of paid 619.926,90 Euros as irrevocable.
06 [naam] Wingstations 06.05.2010 delivered € 46.055,00
11 [naam] Shell Doors 24.07.2010 delivered € 308.451,00
07 [naam] 3x Hydraulic ONE PCS delivered
5- According to this, the parties agreed as follows concerning the liquidation of the residue debts.
a- 91.604,10 € of the mentioned debt shall be paid wholly in cash in 15 business days after the signing of this Protocol hereby at the latest.
b- The residue amount 732.816 € shall be paid by the debtor to the creditor in the terms and amounts which are stated below:
AMOUNT TERM
€ 91.602,00 25.05.2011
€ 91.602,00 25.06.2011
€ 91.602,00 25.07.2011
€ 91.602,00 25.08.2011
€ 91.602,00 25.09.2011
€ 91.602,00 25.10.2011
€ 91.602,00 25.11.2011
€ 91.602,00 25.12.2011
TOTAL AMOUNT € 732.816.00
6- On condition that the debt are paid regularly by the debtor in the terms and amounts stated above, the creditor shall deliver the goods and materials which are listed below to the debtor within the dates stated below. (...)
7- The debtor shall submit promissory notes to the creditor for each of the terms and amounts defined in Article 5 and 8 in total on the date of the signing of this Protocol 6 juni 2012 hereby. The amounts and dates of the promissory notes shall be as defined in Article 5.
8- After 91,604,10 € of the total debt of 824.420,10 EURO mentioned within this Protocol hereby is paid, the parties have come to an agreement concerning the payment of the residu 732.816 € by the debtor trade title of which is, Dunya (…) as stated in the Protocol hereby and delivery of the goods and materials mentioned within this Protocol by the creditor CRAMM (…) within the terms stated in this Protocol as follows:

Code

Material

Payee Mat. Delivery date

Debtor payment amount

Debtor payment dates

02

[naam] Rotating Boarding (quest)

07.06.2011 delivery

€ 91.602,00

25.05.2011

09

[naam] (…)

07.07.2011 delivery

€ 91.602,00

25.06.2011

03

[naam] (…)

07.08.2011 delivery

€ 91.602,00

25.07.2011

07

[naam] (…)

07.09.2011 delivery

€ 91.602,00

25.08.2011

01

[naam] (…)

07.09.2011 delivery

10

[naam] (…)

07.10.2011 delivery

€ 91.602,00

25.09.2011

€ 91.602,00

25.10.2011

05

[naam] (…)

07.11.2011 delivery

€ 91.602,00

25.11.2011

08

[naam] (…)

07.12.2012 delivery

€ 91.602,00

25.12.2011

Total € 732.816,00
(…)
12- Istanbul courts and Execution offices are authorized for the conflicts emanated from this contract; the applicable laws are the Laws of Republic of Turkey.
13- The parties shall be considered as the release the debts of other party due to the finalized order relationship based on verbal contract on condition that the provisions of this Protocol are fulfilled fully and completely.”

3.2.18

In een brief van 15 april 2011 van mr. [advocaat Belgie] aan [bestuurder Cramm] bevestigt mr. [advocaat Belgie] een telefoongesprek van 14 april 2011 met [bestuurder Cramm] , waarin [bestuurder Cramm] mr. [advocaat Belgie] een aantal in de brief omschreven “technische wijzigingen” in het Protocol heeft voorgesteld.
Mr. [advocaat Belgie] vraagt [bestuurder Cramm] hem te bevestigen of deze wijzigingen kloppen.

3.2.19

Bij brief van 21 april 2011 heeft mr. [advocaat Belgie] het (gewijzigde) Protocol aan [bestuurder Cramm] toegestuurd en hem verzocht het geparafeerd en ondertekend te retourneren, indien het Protocol een juiste weergave was van hetgeen tijdens het overleg was overeengekomen. [bestuurder Cramm] heeft het Protocol vervolgens geparafeerd en ondertekend geretourneerd, waarna het Protocol is geparafeerd en ondertekend door Dunya.

3.2.20

Na de ondertekening van het Protocol is Dunya begonnen met het verrichten van (deel)betalingen conform de regeling als omschreven in artikel 5 van het Protocol en heeft Interpolis na elke deelbetaling incassoprovisie aan Cramm gefactureerd. De factuurbedragen werden betaald door middel van automatische incasso.

3.2.21

Dunya heeft de op grond van het Protocol verschuldigde laatste twee termijnen (die opeisbaar waren op 25 november en 25 december 2011) onbetaald gelaten. Zij heeft Cramm via een verklaring van een Turkse notaris d.d. 5 december 2011 in gebreke gesteld ten aanzien van de levering die Cramm op 7 november 2011 diende te verrichten en heeft zich op opschorting van haar betalingsverplichtingen betreffende de twee laatste termijnen beroepen.

3.2.22

Uiteindelijk heeft Dunya in de loop van 2012 de openstaande termijnen (in elk geval) grotendeels betaald. Volgens Cramm staat nog een bedrag van € 33.304,- open.

3.2.23

Cramm heeft de incassofacturen van Interpolis van 13 september en 14 oktober 2011 onbetaald gelaten. Beide facturen betreffen een factuurbedrag van € 21.801,28 en in beide facturen is, net als in de andere facturen, de berekening van dit bedrag als volgt uitgewerkt: “Ontvangsten door u [van Dunya; toevoeging hof]: 91.602,00 EUR
(...)
Totaal kosten 18.320,40 EUR
BTW 19% 3.480,88 EUR
door u te betalen 21.801,28 EUR”

3.2.24

Bij brief van 2 november 2011 heeft mr. [B] , namens Cramm - voor zover van belang - het volgende aan Interpolis bericht:
“Cramm (…) heeft een debiteurenpolis bij uw organisatie afgestoten (...). Ter zake een niet verzekerde vordering heeft Cramm gebruik gemaakt van uw incassoservice die verbonden is aan de debiteurenpolis. Dit betreft de vordering van Cramm op de Turkse werf Dünya (...) Nadat deze vordering van Cramm moeilijk inbaar bleek, is Cramm een incasso-overeenkomst met uw Organisatie aangegaan onder de voorwaarden van de incassoservice die verbonden is aan de debiteurenpolis. Middels dit schrijven zegt Cramm deze incasso-overeenkomst ter zake de vordering op Dünya met onmiddellijk ingang op, wegens de toerekenbare tekortkoming c.q. de schending van de zorgplicht door uw organisatie en stelt zij uw organisatie aansprakelijk voor de geleden en te lijden schade.
(...)
Cramm ontbindt derhalve de incasso-overeenkomst met uw Organisatie ter zake de vordering op Dünya met onmiddellijke ingang. De ontbinding leidt er toe dat Cramm niet langer een incassopercentage verschuldigd is aan uw Organisatie en deze dus ook niet zal afdragen.
(...)
Cramm vordert middels dit schrijven per ommegaande terugbetaling van de door uw organisatie zonder recht of titel toegeëigende gelden ter zake de incassering van de vordering op Dünya. Derhalve verzoek - en voor zover vereist- sommeer ik N. V Interpolis Kredietverzekeringen binnen 14 dagen na dagtekening van deze brief het bedrag van € 89.204 -- over te maken (...).”

3.2.25

Bij factuur van 2 november 2011 heeft Interpolis een bedrag van € 83.300,12 aan Cramm gefactureerd. In de bijgevoegde incassospecificatie is dit bedrag, voor zover van belang, als volgt gespecificeerd:

“(…)

Debiteur

Ontvangen door u

(…)

Commissie

(…)

BTW bedrag

Verrekenen

(…)

(…)

Cumulatief

999.614,000

200.622,92

(…)

38.118,35

(…)

Reeds verrekend

649.614,10

130.622,82

(…)

24.818,34

(…)

Dunya (…)

350.000,50

70.000,10

(…)

13.300,02

83.300,12

350.000,50

70.000,10

(…)

13.300,02

83.300,12”

3.2.26

Met verlof van de voorzieningenrechter van de (voormalige) rechtbank Leeuwarden heeft Interpolis op 4 november 2011 ten laste van Cramm conservatoir derdenbeslag gelegd onder de Rabobank en beslag gelegd op inventaris en voorraden (met uitzondering van de handelsvoorraden) die in eigendom toebehoren aan Cramm.
Procedure in eerste aanleg

3.3

Interpolis heeft Cramm gedagvaard en heeft betaling gevorderd van de openstaande facturen ad € 126.902,68, te vermeerderen met rente en kosten. Cramme heeft verweer gevoerd en een reconventionele vordering ingesteld, inhoudende een verklaring voor recht dat de bepalingen in de Incassovoorwaarden en de Tarievenlijst van Interpolis ten aanzien van de incassering van de vordering op Dunya rechtsgeldig zijn vernietigd (althans een vordering tot vernietiging van deze bepalingen) en een veroordeling van Interpolis tot ongedaanmaking van de reeds door haar ontvangen prestaties, tot terugbetaling aan Cramm van een bedrag van € 111.838,60 en tot veroordeling van Interpolis tot schadevergoeding op te maken bij staat. Ook heeft Cramm opheffing van de gelegde beslagen gevorderd en een veroordeling van Interpolis in de proceskosten.

3.4

In haar vonnis van 6 juni 2012 heeft de rechtbank overwogen dat Interpolis onvoldoende onderbouwd heeft gesteld dat haar algemene voorwaarden en incassovoorwaarden van toepassing zijn op de overeenkomst met Cramm betreffende de incassering van de vordering op Dunya (1). Voorts heeft de rechtbank Cramm opgedragen te bewijzen dat mr. [advocaat Turkije] op 18 april 2011 in Istanbul uitlatingen heeft gedaan tegen [bestuurder Cramm] waaruit volgt dat de rente en incassokosten geen onderdeel van de schikking waren, maar separaat van Dunya gevorderd zouden worden (2).
In haar vonnis van 17 april 2013 heeft de rechtbank overwogen dat nu Cramm heeft afgezien van het leveren van bewijs, het door haar te leveren bewijs niet is bijgebracht. Cramm mocht er dan ook niet van uitgaan dat het Protocol enkel een regeling betrof ter zake van de betaling door Dunya van de aan Cramm verschuldigde hoofdsom en niet zag op de rente en incassokosten (3). Volgens de rechtbank heeft Cramm haar stelling dat zij zich op

18 april 2011 in Turkije bereid heeft verklaard de hoofdsom vast te stellen op een bedrag van
€ 824.420,20 onder de voorwaarde dat aanspraak werd gehouden op rente en incassokosten onvoldoende onderbouwd. De rechtbank overwoog daarbij dat de bewijslast van deze stelling op Cramm rust, maar dat zij begrijpt dat Cramm afziet van bewijslevering (4). Bij deze stand van zaken was een verduidelijking van het Protocol, in die zin dat door Interpolis of de door haar ingeschakelde derden werd aangegeven dat geen aanspraak meer gemaakt kon worden op rente en/of incassokosten, niet nodig (5). De rechtbank gaat er vanuit dat Dunya vanwege de tekortkoming van Cramm in de nakoming van haar leveringsverplichtingen gerechtigd was haar latere betalingsverplichtingen op te schorten. Cramm heeft de niet-betaling door Dunya dan ook zelf veroorzaakt. Om die reden gaat het niet aan dat Cramm Interpolis verwijt dat het Protocol - door het achterwege blijven van een keuze voor Nederlands recht en een forumkeuze voor de Nederlandse rechter – haar onvoldoende bescherming biedt tegen de negatieve gevolgen van niet-betaling door Dunya (6). De slotsom is dat er geen grond bestond voor de ontbinding van de overeenkomst door Cramm. De vorderingen tot ongedaanmaking en tot schadevergoeding op te maken bij staat falen dan ook (7). Het is niet komen vast te staan dat de Tarievenlijst op de overeenkomst tussen partijen van toepassing is. Vernietiging van die Tarievenlijst is dan ook niet aan de orde (8). Nu wel vast staat dat partijen provisie zijn overeengekomen, maar de hoogte van de provisie niet kan worden bepaald, ziet de rechtbank aanleiding aan te sluiten bij artikel
7:405 lid 2 BW, dat recht geeft op een redelijk loon. Partijen kunnen zich uitlaten over de vraag wat in dit geval een redelijk loon is (9).
In het (eind)vonnis van 9 oktober 2013, nadat partijen de rechtbank hadden geïnformeerd over de tarieven die plegen te worden gehanteerd door de grote kredietverzekeraars, overwoog de rechtbank dat, alles afwegend, een percentage van 17% op zijn plaats is (10). Dit percentage dient te worden berekend over een bedrag van € 824.420,10 (11). Het door Cramm verschuldigde bedrag komt aldus uit op € 166.780,19 inclusief BTW, waarop in mindering strekt het door Cramm reeds betaalde bedrag van € 111.838,19, zodat € 54.954,57 resteert, welk bedrag toewijsbaar is, vermeerderd met proces- en beslagkosten (12).

Bespreking van de grieven

3.5

In de procedure in hoger beroep staan, gelet op de in principaal en incidenteel appel aangevoerde grieven, de volgende vragen centraal:
a. Zijn de algemene voorwaarden van Interpolis en/of de tarievenlijst op de overeenkomst tussen partijen van toepassing en, indien niet, hoe dient de vergoeding van Interpolis dan te worden vastgesteld? (Beslispunten 1, 8, 9 en 10 van de rechtbank en grieven I, II en III in principaal appel).
b. Over welk bedrag dient de (eventueel) verschuldigde vergoeding te worden berekend?
(Beslispunt 11 van de rechtbank, grief IV in principaal appel en grief 2 in incidenteel appel).
c. Is Interpolis toerekenbaar tekortgeschoten in haar verplichtingen jegens Cramm en, zo ja, wat zijn daarvan de gevolgen? Beslispunten 2 tot en met 7 van de rechtbank, grieven 1 en 2 in incidenteel appel).
d. Is Cramm wettelijke handelsrente verschuldigd? (Beslispunt 12 van de rechtbank, grief V in principaal appel).
Het hof zal deze geschilpunten hierna bespreken en in dat verband de aangevoerde grieven bespreken.
Ad a – de berekening van de provisie

3.6

Tussen partijen staat niet ter discussie dat zij in mei 2010 met ingang van 1 september 2010 een kredietverzekeringsovereenkomst zijn aangegaan en dat op deze overeenkomst de algemene voorwaarden en incassovoorwaarden van Interpolis van toepassing zijn. Zij verschillen van mening over de vraag of de incassovoorwaarden en/of de tarievenlijst van toepassing zijn op de incasso-overeenkomst die zij eind augustus 2010 zijn aangegaan betreffende de vordering op Dunya. Volgens Interpolis is dat het geval, volgens Cramm niet.

3.7

Het is aan Interpolis om feiten en omstandigheden te stellen waaruit volgt dat de incassovoorwaarden en/of de tarievenlijst tussen partijen van toepassing zijn. Daarbij zijn alle feiten en omstandigheden van belang, zowel die welke voorafgaand aan en bij het totstandkomen van de overeenkomst voordeden als die welke zich nadien hebben voorgedaan. Interpolis zal de door haar te stellen feiten en omstandigheden bij voldoende weerspreken daarvan door Cramm ook moeten bewijzen.

3.7.1

Interpolis heeft allereerst aangevoerd dat Cramm op het moment dat zij de incasso-opdracht (in augustus 2010) gaf al drie maanden in het bezit was van een afschrift van de kredietverzekeringsovereenkomst met de bijbehorende (incasso)voorwaarden en tarieven. Cramm kende bij het aangaan de incasso-overeenkomst derhalve de door Interpolis bij een incasso-opdracht gehanteerde voorwaarden en tarieven. Dat de incasso-overeenkomst enkele dagen eerder dan de kredietverzekering tot stand kwam, doet daaraan niet aan aldus Interpolis niet af.
Het hof acht die omstandigheid niet doorslaggevend. Cramm heeft er terecht op gewezen dat de kredietverzekeringsovereenkomst, die met ingang van 1 september 2010 tussen partijen gold, een andere overeenkomst is dan de incasso-overeenkomst. De incassovoorwaarden van Interpolis zijn van toepassing verklaard op de kredietverzekerings-overeenkomst en zijn ook op die overeenkomst toegespitst. Dat volgt, zoals Cramm terecht heeft opgemerkt, ook al wel uit de tekst van die incassovoorwaarden, waar de wederpartij van Interpolis als “verzekerde” wordt omschreven (art. 3). Bovendien bevatten de algemene voorwaarden bepalingen, zoals artikel 4 waarin melding wordt gemaakt van een franchise en artikel 8 aanhef en onder b over het onverzekerd verklaren van een vordering ten aanzien waarvan de incasso-opdracht wordt ingetrokken, die alleen kunnen worden verstaan tegen de achtergrond van het bestaan van een overeenkomst van kredietverzekering. Onder deze omstandigheden mocht Interpolis er op grond van het enkele feit dat een kredietverzekeringsovereenkomst met ingang van
1 september 2010 was aangegaan, nog niet van uitgaan dat Cramm, toen zij Interpolis de opdracht gaf de vordering op Dunya te incasseren instemde met de toepasselijkheid van de op die kredietverzekeringsovereenkomst toepasselijke incassovoorwaarden en/of de tarievenlijst op de incasso-opdracht. Cramm hoefde er op grond van (enkel) die omstandigheid redelijkerwijs geen rekening mee te houden dat de incassovoorwaarden en de tarievenlijst op de incasso-overeenkomst van toepassing waren. Dat Cramm de incassovoorwaarden en de tarievenlijst van Interpolis kende, is echter wel een omstandigheid die naast andere omstandigheden in het voordeel van Interpolis kan meewegen. Het hof zal nagaan of er ook andere omstandigheden zijn.

3.7.2

Interpolis heeft gewezen op de hiervoor onder 3.2.7 en 3.2.8 vermelde telefoonnotities. Uit deze notities volgt in elk geval dat gesproken is over de verschuldigdheid van incassokosten. Er volgt niet uit dat van de zijde van Interpolis is aangegeven dat op "losse" incasso-opdrachten andere voorwaarden en tarieven van toepassing zijn dan die van toepassing zijn op de verzekeringsovereenkomst. Dat Interpolis dergelijke voorwaarden zou hanteren, is ook niet aannemelijk geworden.

3.7.3

Interpolis heeft overeenkomstig de tarievenlijst facturen aan Cramm gezonden. Cramm heeft gedurende een periode van een jaar zes van die facturen betaald. Op die facturen is steeds vermeld wat het van Dunya door Cramm ontvangen bedrag is en vervolgens welk bedrag aan commissie Cramm op grond daarvan aan Interpolis dient te voldoen. Pas bij de factuur van 13 september 2011 maakte Cramm (ruim een jaar na ontvangst van de eerste factuur) er bezwaar tegen dat de nota’s werden gebaseerd op de incassotarieven van Interpolis.

3.7.4

In de in rechtsoverweging 3.2.24 aangehaalde brief van 2 november 2011 heeft de raadsman van Cramm aangegeven dat de incasso-overeenkomst is aangegaan onder de voorwaarden van de incassoservice die verbonden is aan de debiteurenpolis. Dat hij zich van het karakter van de overeenkomst bewust was, volgt uit het feit dat hij in de brief heeft aangegeven dat de overeenkomst een niet verzekerde vordering betrof.

3.7.5

Naar het oordeel van het hof is met de hiervoor vermelde omstandigheden tezamen voorshands bewezen dat op de incasso-overeenkomst de incassovoorwaarden en tarievenlijst van Interpolis van toepassing zijn. Het hof zal Cramm echter toelaten tot het leveren van tegenbewijs.

3.8

Het hof zal de verdere bespreking van dit geschilpunt (en de daarmee samenhangende grieven) aanhouden tot na de bewijslevering.
Ad b – de grondslag van de provisieberekening

3.9

Partijen twisten over de vraag of voor de berekening van de provisie ook rekening moet worden gehouden met het door Cramm in oktober 2010 van Dunya ontvangen bedrag van € 100.000,-. De rechtbank heeft deze betalingen niet meegenomen, volgens Interpolis ten onrechte. Indien de incassovoorwaarden van Interpolis van toepassing zijn, volgt uit artikel 3 onder b van deze voorwaarden, aangehaald in rechtsoverweging 3.2.3 dat ook een provisie is verschuldigd over het in oktober 2010, derhalve na het aangaan van de overeenkomst, betaalde bedrag van € 100.000,-. Indien dat niet het geval is, ontbreekt een grondslag voor de verschuldigdheid van provisie over de door Dunya gedane betalingen, nu naar door Cramm is gesteld en door Interpolis onvoldoende is betwist, deze betalingen zijn verricht naar aanleiding van de tussen [bestuurder Cramm] en Dunya in september 2010 te Cannes gemaakte afspraken en in deze periode de incasso-overeenkomst was opgeschort. Interpolis heeft niet aangevoerd dat, en op grond waarvan, over het bedrag van € 100.000,- provisie is verschuldigd indien de incassovoorwaarden niet van toepassing zijn. Zij heeft slechts gesteld dat de betalingen hebben plaatsgevonden “na inschakeling van Interpolis”, daarmee refererend aan genoemd artikel 3 onder b van de incassovoorwaarden.

3.10

Partijen twisten ook over de vraag of Cramm provisie is verschuldigd over het bedrag van € 33.304,- dat Dunya volgens Cramm onbetaald heeft gelaten. Het hof stelt voorop dat Interpolis onvoldoende gemotiveerd heeft betwist dat dit bedrag onbetaald is gebleven. Daarvan zal het hof dan ook uitgaan.
Interpolis beroept zich voor de verschuldigdheid van incassokosten over het niet geïncasseerde bedrag op artikel 8 aanhef en onder a van de incassovoorwaarden. Deze bepaling biedt haar de mogelijkheid om na wijziging of intrekking van de incasso-opdracht
- en dat daarvan sprake is geweest, staat tussen partijen niet ter discussie – de in artikel 7 bedoelde incassokosten volledig in rekening te brengen “als zou uw debiteur de gehele vordering (…) door onze bemiddeling hebben voldaan.” Voor het verschuldigd worden van incassokosten is op grond van deze bepaling derhalve niet vereist dat de vordering daadwerkelijk is voldaan. Uit de bepaling volgt niet dat de reden van het onbetaald blijven van de vordering van belang is. Om die reden kan in het midden blijven of het achterwege blijven van de betaling aan Cramm is te wijten, zoals Interpolis stelt maar Cramm betwist. Indien de incassovoorwaarden niet van toepassing zijn, kan het hof niet inzien dat Cramm provisie is verschuldigd over een niet door haar ontvangen bedrag, ook niet indien het aan haarzelf is te wijten dat zij dat bedrag niet heeft ontvangen. Interpolis heeft een dergelijke grondslag ook niet aangevoerd.

3.11

De slotsom is dat ook voor een beslissing op dit geschilpunt bewijslevering betreffende de toepasselijkheid van de incassovoorwaarden dient plaats te vinden.
Ad c – tekortschieten Interpolis

3.12

Volgens Cramm is Interpolis toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de incasso-overeenkomst. De door Interpolis ingeschakelde hulppersonen hebben verschillende fouten gemaakt. Cramm stelt ook dat Interpolis haar zorgplicht heeft geschonden. Volgens haar heeft de rechtbank ten onrechte geen aandacht geschonden aan de door haar gestelde schending van de zorgplicht. Het hof kan Cramm niet volgen in het (gekunstelde) onderscheid dat Cramm lijkt te maken tussen de tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen uit de incasso-overeenkomst en de zorgplichtschending. Op Interpolis rust de verplichting bij de uitvoering van de incasso-opdracht de zorg van een goed opdrachtnemer te betrachten (artikel 7:401 BW). Indien zij in deze zorgverplichting tekortschiet, schiet zij tekort in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst, terwijl anderzijds een door Interpolis gemaakte (of aan haar toe te rekenen fout van een hulppersoon) een zorgplichtschending impliceert. Het hof zal de door Cramm nu eens als tekortkoming dan weer als zorgplichtschending gekwalificeerde fouten dan ook tezamen en door elkaar heen behandelen zonder de door Cramm gekozen kwalificatie aan te houden.

3.13

Cramm heeft Interpolis allereerst verweten dat zij toen zij de opdracht niet zelf kon uitvoeren maar een derde moest inschakelen, mr. [advocaat Belgie] , de opdracht niet heeft teruggegeven en/of Cramm niet heeft doorverwezen naar mr. [advocaat Belgie] , zodat Cramm zelf met een derde of met mr. [advocaat Belgie] afspraken had kunnen maken over de incasso van de vordering. In dat verband wijst Cramm er op dat Interpolis haar een veelvoud in rekening heeft gebracht van het bedrag dat mr. [advocaat Belgie] (uiteindelijk via Euler Hermes) aan Interpolis in rekening heeft bedrag voor zijn bemoeienissen.

3.14

Het hof volgt Interpolis niet in dit betoog. Het staat een opdrachtnemer in beginsel vrij derden als hulppersoon in te schakelen bij de uitvoering van de opdracht. Dat is anders indien de opdracht is verleend met het oog op een persoon van degene die met of in dienst van de opdrachtnemer een beroep of bedrijf uitoefent (artikel 7:404 BW), maar die situatie doet zich niet voor. Indien de opdracht, zoals hier, het door een kredietverzekeraar incasseren van een vordering op een buitenlandse vennootschap inhoudt, ligt het voor de hand dat de kredietverzekeraar indien de debiteur niet na een eerste of volgende aanmaning betaalt, maar mogelijk rechtsmaatregelen getroffen moeten worden, een (buitenlandse) advocaat inschakelt, zoals in dit geval ook is gebeurd. Een kredietverzekeraar die dat doet, handelt daarmee dan ook niet in strijd met een op hem rustende zorgplicht. Uiteraard rust op de kredietverzekeraar in een dergelijke situatie de verplichting een voldoende deskundige advocaat in te schakelen, maar dat Interpolis met de keuze voor mr. [advocaat Belgie] die verplichting heeft geschonden, heeft Cramm niet (gemotiveerd) gesteld. In dit verband wijst het hof er op dat Cramm heeft aangevoerd dat Interpolis haar de mogelijkheid heeft onthouden om zich rechtstreeks tot mr. [advocaat Belgie] te wenden. Bovendien was Cramm op de hoogte van het feit dat Interpolis een derde heeft ingeschakeld. De heer [bestuurder Cramm] van Cramm heeft met mr. [advocaat Belgie] overleg gevoerd nadat mr. [advocaat Belgie] was ingeschakeld. De inschakeling van mr. [advocaat Belgie] heeft ook niet tot extra kosten voor Cramm geleid. Interpolis heeft het incassotarief in rekening gebracht en de kosten van mr. [advocaat Belgie] niet bovenop dit tarief in rekening gebracht aan Cramm. Dat het tarief van mr. [advocaat Belgie] lager was dan het tarief dat Interpolis aan Cramm in rekening bracht, betekent niet dat Interpolis Cramm had moeten adviseren zelf een advocaat in te schakelen. Cramm was bekend met het door Interpolis te hanteren tarief en zij had, indien zij dat tarief te hoog vond, ook zelf contact kunnen opnemen met een advocaat. Op Interpolis rustte nadat partijen de incasso-overeenkomst waren aangegaan, niet de verplichting om Cramm te wijzen op goedkopere alternatieven voor deze overeenkomst.

3.15

Cramm heeft Interpolis vervolgens verweten dat zij, zonder dat zij daarmee heeft ingestemd, de rente en incassokosten niet meer kan verhalen op Dunya. Het betreft een substantieel bedrag waarvan Cramm nooit afstand heeft willen doen, aldus Cramm. De verschuldigdheid van rente en incassokosten had dan ook moeten worden opgenomen in het Protocol, meent Cramm, die er ook op wijst dat zij op basis van uitlatingen van mr. [advocaat Turkije] in de veronderstelling verkeerde dat de rente en de incassokosten op een later moment op Dunya zouden (kunnen) worden verhaald.

3.16

Het hof stelt voorop dat tussen partijen niet ter discussie staat dat het Protocol er aan in de weg staat dat Cramm rente en incassokosten op Dunya verhaalt. Cramm heeft daarover in haar toelichting op grief I in incidenteel appel (nr. 107) opgemerkt:
“Doordat het Protocol kwalificeert als een vaststellingsovereenkomst waarbij kwijting is verleend kan Cramm deze rente en incassokosten niet meer op Dunya verhalen.”

3.17

Het hof is, met de rechtbank, van oordeel dat de tekst van het Protocol geen aanknopingspunt bevat voor de gedachte dat Cramm na realisering van de daarin gemaakte afspraken nog aanspraak heeft op betaling van rente en incassokosten. In artikel 8 van het Protocol wordt de (restant) vordering van Cramm op Dunya vastgesteld op € 732.816,-. Deze bepaling bevat vervolgens een afbetalingsregeling betreffende genoemd bedrag, die er op neerkomt dat dit bedrag op 25 november 2011 volledig zal zijn betaald. Het staat vast dat [bestuurder Cramm] het Protocol heeft ondertekend nadat dat hem was toegestuurd. Het kon hem naar het oordeel na lezing van het Protocol duidelijk zijn dat de vordering van Cramm in het Protocol werd vastgesteld op € 732.816,- en dat geen voorbehoud werd gemaakt voor rente en incassokosten, ook indien dit Cramm / [bestuurder Cramm] niet was meegedeeld door Interpolis of de betrokken advocaten. [bestuurder Cramm] heeft het Protocol desalniettemin ondertekend. Onder deze omstandigheden, en mede gelet op het feit dat het Protocol is ondertekend nadat partijen hadden onderhandeld over het tussen hen bestaande geschil, heeft Cramm onvoldoende onderbouwd dat zij aanspraak wilde blijven houden op rente en incassokosten. Dat is alleen anders indien, zoals Cramm stelt maar Interpolis betwist, mr. [advocaat Turkije] (gezien het bovenstaande: ten onrechte) aan [bestuurder Cramm] heeft meegedeeld dat de rente en incassokosten op een later moment zouden worden geregeld. Een dergelijke onterechte mededeling van
mr. [advocaat Turkije] , die als hulppersoon van Interpolis bij de uitvoering van de aan Interpolis verleende opdracht heeft te gelden, wordt aan Interpolis toegerekend. Cramm heeft haar stelling over de onterechte mededeling in hoger beroep (nader) onderbouwd met een verwijzing naar een schriftelijke verklaring van de heer Ergun van Dunya. Interpolis heeft de stelling bestreden en zich in dat verband beroepen op schriftelijke verklaringen van
mr. [advocaat Turkije] en mr. [advocaat Belgie] . Cramm, op wie de bewijslast rust, heeft in hoger beroep een gespecificeerd bewijsaanbod gedaan. Het hof zal haar tot dat bewijs toelaten. Het kan pas na de bewijslevering oordelen over het verwijt van Cramm dat zij, zonder dat zij daarmee heeft ingestemd, de rente en incassokosten niet kan verhalen.

3.18

Met hetgeen hiervoor is overwogen, heeft het hof ook het derde verwijt van Cramm besproken, te weten dat Interpolis zich niet heeft gehouden aan de aanwijzingen van Cramm, om niet alleen de hoofdsom maar ook de rente en incassokosten te incasseren. Indien Cramm (na de onderhandelingen met Dunya) heeft ingestemd met het Protocol, dat niet voorziet in de vergoeding van rente en incassokosten en door mr. [advocaat Turkije] niet is aangegeven dat de rente en incassokosten op een later moment konden worden geïncasseerd, kan Cramm Interpolis niet met succes tegenwerpen dat het Protocol niet voorziet in vergoeding van rente en incassokosten. Dat is alleen anders indien Cramm, zoals zij stelt, rond de onderhandelingen over het Protocol aan Interpolis en de door Interpolis ingeschakelde hulppersonen de opdracht heeft gegeven om ook de rente en incassokosten te verhalen en dat desalniettemin niet is gebeurd.

3.19

Cramm verwijt Interpolis vervolgens dat Interpolis (naar het hof aanneemt: en de door Interpolis ingeschakelde hulppersonen) haar niet heeft (hebben) gewezen op de consequenties van de in het protocol vastgelegde regeling. Cramm was zich er om die reden niet bewust van het finale karakter van de regeling, en dat zij dus geen aanspraak meer kon maken op rente- en incassokosten en de eigen incassokosten geheel zelf zou moeten dragen, aldus Cramm.

3.20

Uitgangspunt bij de beoordeling van dit verwijt is dat de op Interpolis (en dat geldt ook voor de door haar ingeschakelde hulppersonen) rustende zorgplicht meebrengt dat Interpolis haar opdrachtgever wanneer deze met haar bijstand een overeenkomst sluit betreffende de ter incasso uit handen gegeven vordering in staat dient te stellen goed geïnformeerd te beslissen over het aangaan van deze overeenkomst. Het antwoord op de vraag of en in welke mate een rechtshulpverlener zijn cliënt daarbij behoort te informeren over en te waarschuwen voor een bepaald risico, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij onder meer betekenis toekomt aan de ernst en de omvang van het desbetreffende risico, de mate van waarschijnlijkheid dat het zich zal realiseren en de mate waarin de cliënt er blijk van heeft gegeven zich reeds van dit risico bewust te zijn (vgl. Hoge Raad 29 met 2014, ECLI:NL:HR:2015:1406 betreffende de zorgverplichting van een advocaat).

3.21

Uit hetgeen hiervoor is overwogen over de inhoud van het Protocol volgt reeds dat het Cramm duidelijk behoorde te zijn dat zij na instemming met het Protocol geen aanspraak meer kon maken op rente- en incassokosten (tenzij mr. [advocaat Turkije] haar anders heeft geïnformeerd, zoals Cramm dient te bewijzen). Het logische gevolg daarvan, dat Cramm ook duidelijk behoorde te zijn, was dat Cramm de haar in rekening gebrachte incassokosten zelf diende te dragen. Interpolis mocht daar ook van uitgaan. Daarbij speelt een rol dat Cramm een professionele marktpartij is en dat de bestuurder van Cramm zelf betrokken was bij de onderhandelingen over de overeenkomst. Ook dit verwijt is derhalve niet terecht.

3.22

Volgens Cramm heeft Interpolis ten onrechte niet gewezen op de vergoeding van ruim € 200.000,- waarop zij aanspraak meent te kunnen maken. Het hof acht dit verwijt onterecht. Het was Cramm bekend dat Interpolis een vergoeding in rekening zou brengen voor haar werkzaamheden en dat deze vergoeding gekoppeld zou zijn aan het te incasseren bedrag. In de toelichting op haar grieven geeft Cramm zelf aan dat partijen gesproken hebben over no cure no pay. Indien de incassovoorwaarden en de tarievenlijst van toepassing zijn, kon het Cramm ook bekend zijn op welk bedrag zij kon rekenen. Bovendien had Cramm ook voordat het Protocol werd ondertekend Cramm reeds twee facturen ontvangen, elk van € 10.000,- exclusief BTW (20% van het door Cramm ontvangen bedrag). Onder deze omstandigheden was Interpolis niet gehouden om Cramm er op te wijzen dat zij over het te incasseren bedrag een vergoeding zou dienen te betalen gelijk aan het op basis van de incassovoorwaarden en de tarievenlijst te berekenen bedrag. Dat een dergelijke vergoeding verschuldigd was, vloeide immers voort uit de toepasselijkheid van die voorwaarden. Dat Cramm het door haar verschuldigde bedrag niet kon verhalen op Dunya, was het gevolg van het bepaalde in het Protocol.

3.23

Cramm verwijt Interpolis, ten slotte, dat in het Protocol onnodige risico's zijn genomen en dat haar rechten onvoldoende zijn geborgd, allereerst doordat Turks recht van toepassing is verklaard en de Turkse rechter als de bevoegde rechter werd aangewezen en vervolgens doordat onvoldoende zekerheid was bedongen voor de nakoming door Dunya van haar verplichtingen. In dat verband heeft Cramm er op gewezen dat het overeengekomen betalingsschema er in voorziet dat de laatste betalingen door Dunya pas dienden te geschieden nadat Cramm aan haar leveringsverplichting had voldaan en de overeengekomen garantiewissels, anders dan een bankgarantie, onvoldoende zekerheid boden. Om de garantiewissels te innen, diende Cramm in Turkije een procedure te volgen.

3.24

Aan Cramm kan worden toegegeven dat ook gekozen had kunnen worden voor de toepasselijkheid van Nederlands recht en de bevoegdheid van de Nederlandse rechter. Dat die keuze niet is gemaakt, betekent niet dat het een onjuiste keuze betreft. Ook voor de toepasselijkheid van Turks recht en de Turkse rechter valt wel wat te zeggen, nu de debiteur van Cramm een Turks bedrijf was en de onderhandelingen in Turkije werden gevoerd. Gesteld noch gebleken is dat Dunya (veel) verhaal buiten Turkije bood. er dient dan ook van te worden uitgegaan dat verhaal van de vordering (grotendeels) in Turkije diende plaats te vinden. Onder deze omstandigheden, en mede in aanmerking nemende dat Cramm werd bijgestaan door een Turkse advocaat, is de keuze voor de bevoegdheid van de Turkse rechter en voor de toepasselijkheid van Turks recht alleszins verdedigbaar.

3.25

Cramm heeft Interpolis ingeschakeld omdat een Dunya de openstaande vordering van Cramm onbetaald liet. Uit de hiervoor aangehaalde correspondentie met Dunya volgt dat Dunya heeft aangegeven dat zij liquiditeitsproblemen heeft en de omvang van de vordering van Cramm betwist. Daarnaast heeft zij bezwaar tegen de gevorderde buitengerechtelijke kosten. dat tegen die achtergrond een betalingsregeling is getroffen, acht het hof voorstelbaar. Het is maar de vraag of Dunya wel in staat was het volledige bedrag te voldoen. Bovendien was evident dat een betalingsregeling werd getroffen. Cramm heeft daar, door in te stemmen met de overeenkomst, ook haar goedkeuring aan verleend. In (artikel 8 van) de overeenkomst is een verbinding gemaakt tussen de nakoming door Dunya van de betalingsregeling en de nakoming door Cramm van haar leveringsverplichtingen uit de oorspronkelijke overeenkomst tussen partijen. De overeenkomst voorzag er in dat Cramm steeds diende te leveren nadat de overeengekomen betalingstermijn was verstreken, zodat Cramm steeds van een volgende levering kon afzien indien Dunya zich niet aan haar betalingsverplichting hield (vgl. artikel 6 en 9 van de overeenkomst. Die betalingsverplichtingen waren bovendien verzekerd door garantiewissels (vgl. artikel 7 van de overeenkomst). Daarmee was het risico van non-betaling - dat inherent is aan het treffen van een betalingsregeling - weliswaar niet geheel gemitigeerd, maar wel beperkt en voorzag het in de overeenkomst vastgelegde opschortingsrecht bovendien in een prikkel voor Dunya om haar betalingsverplichtingen te voldoen. Naar het hof heeft Interpolis op dit punt dan ook haar zorgplicht niet geschonden. Dat desalniettemin betalingsproblemen zijn ontstaan, doet daaraan niet af. Die zouden wellicht zijn voorkomen indien Dunya een abstracte bankgarantie (bij een Nederlandse bank) zou hebben afgegeven, maar dat Dunya daartoe in staat was, is gesteld noch gebleken. Het is, gelet op het feit dat Dunya toen Interpolis werd ingeschakeld een forse betalingsachterstand had, ook niet zonder meer aannemelijk. Het hof laat dan nog buiten beschouwing dat Cramm en Dunya, buiten Interpolis om, later aanvullende afspraken hebben gemaakt over de leveringstermijnen.

3.26

De slotsom is dat Interpolis alleen is tekortgeschoten in haar zorgverplichtingen indien mr. [advocaat Turkije] aan [bestuurder Cramm] heeft meegedeeld dat rente en incassokosten op een later moment zouden worden geregeld.
Ad d - wettelijke handelsrente

3.27

De overeenkomst tussen Interpolis en Cramm is een handelsovereenkomst in de zin van artikel 6:119a BW; het betreft een overeenkomst betreffende de levering van diensten om baat tussen twee rechtspersonen. Dat betekent dat indien sprake is van een vertraging in de voldoening van een op grond van deze overeenkomst verschuldigde geldsom de schuldenaar de wettelijke handelsrente verschuldigd is. Dat is, anders dan Cramm betoogt, ook het geval indien het hof (na bewijslevering) zou oordelen dat de tarieven uit de tarievenlijst niet van toepassing zijn en op grond van artikel 7:405 lid 2 BW een redelijke vergoeding dient vast te stellen. Op de vraag vanaf welk moment die vergoeding dan verschuldigd is, zal het hof dan nog terugkomen. Het hof overweegt dienaangaande nu het volgende. Indien de incassovoorwaarden en de tarievenlijst wel van toepassing zijn, geldt dat nu gesteld noch gebleken is dat partijen een factuurtermijn zijn overeengekomen, een termijn van 30 dagen dient te worden gehanteerd vanaf de ontvangst van de factuurdatum (artikel 119a lid 2 sub b BW), dan wel vanaf 30 dagen na ontvangst door Cramm van de geïncasseerde bedragen, indien de bedragen na de factuur zijn geïncasseerd (artikel 6:119 lid 2 sub b BW). Cramm dient daartoe, na de bewijslevering, aan te geven wanneer zij de bedragen waarop de geïncasseerde bedragen waarop de onbetaald gebleven facturen betrekking hebben, heeft ontvangen.

3.28

De slotsom is dat voor zover in grief V in principaal appel wordt betoogd dat de wettelijke handelsrente dient te worden toegepast, de grief terecht is voorgesteld.

4 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

alvorens nader te beslissen:

laat Cramm toe tot het leveren van tegenbewijs tegen het door het hof voorshands bewezen geachte feit dat op de incasso-overeenkomst de incassovoorwaarden en tarievenlijst van Interpolis van toepassing zijn;

laat Cramm toe te bewijzen dat mr. [advocaat Turkije] aan [bestuurder Cramm] heeft meegedeeld dat de rente en incassokosten op een later moment zouden worden geregeld;

bepaalt dat, indien Cramm dat bewijs (ook) door middel van getuigen wenst te leveren, het verhoor van deze getuigen zal geschieden ten overstaan van het hierbij tot raadsheer-commissaris benoemde lid van het hof mr. H. de Hek, die daartoe zitting zal houden in het paleis van justitie aan het Wilhelminaplein 1 te Leeuwarden en wel op een nader door deze vast te stellen dag en tijdstip;

bepaalt dat Cramm het aantal voor te brengen getuigen alsmede de verhinderdagen van beide partijen, van hun advocaten en van de getuigen zal opgeven op de roldatum 8 december 2015, waarna de raadsheer-commissaris dag en uur van het verhoor (ook indien voormelde opgave van een of meer van partijen ontbreekt) vaststelt;

bepaalt dat Cramm overeenkomstig artikel 170 Rv de namen en woonplaatsen van de getuigen tenminste een week voor het verhoor aan de wederpartij en de griffier van het hof dient op te geven;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mr. H. de Hek, mr. G. van Rijssen en mr. I. Tubben en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag

24 november 2015.