Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:8879

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
25-11-2015
Datum publicatie
25-11-2015
Zaaknummer
21-000934-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Raadkamernummer: 449-15

I.c. is er geen last tot teruggave zodat art. 119 lid 2 Sv niet van toepassing is. Het hof ziet aanleiding om het verzoek zo te duiden dat om teruggave van het in beslag genomen voorwerp wordt gevraagd. Verzoek toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN,

LOCATIE LEEUWARDEN

Beschikking d.d. 25 november 2015 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden, meervoudige raadkamer, op een verzoekschrift c.q. klaagschrift ex artikel 552a en artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv), van:

[verzoekster] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , hierna te noemen verzoekster.

Verzoekster en haar advocaat mr. I.V. Nagelmaker, advocaat te Lelystad, zijn niet in raadkamer verschenen.

De inhoud van het verzoekschrift

Verzoekster verzoekt bij verzoekschrift d.d. 4 juli 2014 om vergoeding van de door haar geleden schade van € 11.000,- ten gevolge van de onterechte verkoop van haar auto (Mini Cooper) door het openbaar ministerie en voorts vergoeding van de kosten voor het indienen van dit verzoekschrift ad € 280,-.

De ontvankelijkheid van het verzoekschrift

Het verzoekschrift is op de voorgeschreven wijze en tijdig ingediend. Daarbij is in aanmerking genomen dat de rechtbank Midden-Nederland zich bij beslissing van 5 augustus 2014 onbevoegd heeft verklaard om van het onderhavige verzoekschrift kennis te nemen en heeft bevolen dat het verzoekschrift in handen zal worden gesteld van de griffier van het hof.

De behandeling in raadkamer

Het verzoekschrift is behandeld ter openbare raadkamer van 11 november 2015. Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal.

Voorts heeft het hof kennis genomen van de stukken.

De beoordeling van het verzoek

Uit de stukken en het verhandelde in raadkamer is het volgende gebleken. Op 9 maart 2011 is in de zaak tegen verzoekster met parketnummer (eerste aanleg) 07-690094-11 op grond van artikel 94a Sv de Mini Cooper van verzoekster met het kenteken [kenteken] in beslag genomen. Bij vonnis van 6 november 2012 heeft de politierechter van de rechtbank Zwolle-Lelystad verzoekster veroordeeld tot straf. Voorts heeft die politierechter bij afzonderlijke beslissing van diezelfde datum de ontnemingsvordering tegen verzoekster afgewezen. Tegen deze laatste beslissing heeft de officier van justitie hoger beroep ingesteld, dat onder parketnummer 21-000934-13 bij het hof aanhangig is (geweest). Bij arrest van 28 april 2014 heeft het hof de ontnemingsvordering afgewezen. Dit arrest is op 12 mei 2014 onherroepelijk geworden. Het openbaar ministerie heeft geen last tot teruggave van de Mini Cooper gegeven.

Verzoekster verzoekt thans om vergoeding van de door haar geleden schade van € 11.000,- en voert daartoe aan dat uit de beslissing van het hof in de ontnemingszaak volgt dat geen sprake is van wederrechtelijk verkregen voordeel, zodat het openbaar ministerie haar auto ten onrechte heeft verkocht. Voorts merkt zij op dat het openbaar ministerie dat al heeft gedaan voordat sprake was van een onherroepelijke uitspraak.

De advocaat-generaal heeft bij de behandeling in raadkamer naar voren gebracht dat ten onrechte is nagelaten om te gelasten dat de Mini Cooper na het onherroepelijk worden van het arrest van het hof in de ontnemingszaak aan verzoekster wordt teruggegeven en dat het verzoekschrift daarom gegrond moet worden verklaard in dier voege dat het hof de teruggave zou moeten gelasten.

Het hof stelt vast de verzoekster haar verzoek heeft gebaseerd op artikel 119, tweede lid, Sv. Deze bepaling is van toepassing indien er een last tot teruggave is gegeven, hetgeen in dit geval niet zo is. Daarnaast merkt het hof op dat het in dit kader niet aan het hof is om te oordelen over de waarde van de auto bij vervreemding tijdens het beslag en dat ook anderszins een wettelijke basis voor het toekennen van een vergoeding zoals verzocht ontbreekt. Wel ziet het hof aanleiding om het verzoekschrift aldus te duiden, dat verzoekster het hof verzoekt te gelasten dat de Mini Cooper met het kenteken [kenteken] aan haar wordt teruggegeven.

Gelet op voormeld arrest van het hof in de ontnemingszaak is het belang zoals bedoeld in artikel 94a Sv aan het beslag komen te ontvallen. Derhalve zal het hof het verzoek gegrond verklaren en de teruggave van de Mini Cooper met het kenteken [kenteken] aan verzoekster gelasten. Voorts acht het hof gronden van billijkheid aanwezig om verzoekster een vergoeding voor de kosten voor het indienen van dit verzoekschrift ad € 280,- toe te kennen. Voor zover het verzoek van klaagster moet worden opgevat als een verzoek tot schadevergoeding zal het hof dit niet-ontvankelijk verklaren.

De beschikking

Het hof:

verklaart het verzoek niet-ontvankelijk voor zover dit een verzoek tot schadevergoeding betreft.

verklaart het verzoek overigens gegrond;

gelast de teruggave van de Mini Cooper met het kenteken [kenteken] aan klaagster;

kent aan [verzoekster] toe een vergoeding uit 's Rijks kas ten bedrage van € 280,-.

Aldus gegeven door mr. Van Schuijlenburg als voorzitter, mrs. De Witt en Fuhler, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier voornoemd.

De voorzitter beveelt de tenuitvoerlegging ten aanzien van voormeld bedrag door overmaking van dat bedrag op bankrekeningnummer NL44 INGB 066.97.83.064 ten name van Advocatenkantoor Taner stichting derdengelden.

Voorzitter