Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:8740

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
17-11-2015
Datum publicatie
08-05-2017
Zaaknummer
21-001476-14
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2017:774, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-001476-14

Uitspraak d.d.: 17 november 2015

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 7 maart 2014 met parketnummer

18-730083-13 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,

wonende te [woonplaats].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 3 november 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vernietiging van het vonnis van de politierechter, bewezenverklaring van het ten laste gelegde en veroordeling van verdachte tot een taakstraf van 30 uren, subsidiair 15 dagen vervangende hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman,

mr. D. Uygul, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 19 oktober 2012 te Leeuwarden, (althans) in de gemeente Leeuwarden, [verbalisant], hoofdagent van politie, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [verbalisant] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik maak jou kapot en jij gaat ook kapot [verbalisant]", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 19 oktober 2012 te Leeuwarden, [verbalisant], hoofdagent van politie, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [verbalisant] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik maak jou kapot en jij gaat ook kapot [verbalisant]".

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht of met zware mishandeling.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich in de nachtelijke uren van 19 oktober 2012 in het uitgaansgebied van Leeuwarden schuldig gemaakt aan bedreiging van een verbalisant. Door meerdere verbalisanten was gezien dat hij zich al enige tijd hinderlijk gedroeg door te schreeuwen en ruzie te zoeken met uitgaanspubliek. Toen verdachte vanwege verstoring van de openbare orde werd gesommeerd het centrum te verlaten, uitte hij de bewezen verklaarde bewoordingen in de richting van verbalisant [verbalisant]. Genoemde verbalisant, bezig met zijn normale taakuitoefening, heeft verklaard zich bedreigd te hebben gevoeld.

Dat verdachte zich vervolgens hevig heeft verzet tegen zijn daaropvolgende aanhouding is weliswaar niet ten laste gelegd, maar kleurt het incident in negatieve zin. Het spreekt voor zich dat dergelijke gedragingen in het uitgaansleven ongewenst zijn en uiterst onaangenaam voor degenen die daarvan ongewild getuige zijn.

Het hof heeft voorts gelet op het de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiƫle documentatie van 6 oktober 2015. Daaruit blijkt dat verdachte meermalen is veroordeeld voor strafbare feiten van diverse aard, waaronder een bedreiging.

De politierechter heeft verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 30 uren, subsidiair

15 dagen vervangende hechtenis. De advocaat-generaal heeft overeenkomst gevorderd.

Het hof ziet geen aanleiding om tot een andersluidende beslissing te komen. Aan verdachte zal dan ook een taakstraf worden opgelegd van gelijke duur.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 63 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. O. Anjewierden, voorzitter,

mr. R. de Groot en mr. G.M. Meijer-Campfens, raadsheren,

in tegenwoordigheid van J.B. Schwerzel, griffier,

en op 17 november 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. R. de Groot is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.