Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:8627

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
12-11-2015
Datum publicatie
20-11-2015
Zaaknummer
21-006768-14
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2014:7970, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Medeplegen diefstal met braak. Geen bewezenverklaring plegen en medeplegen geweld, nu niet duidelijk is wie van twee plegers agent heeft geslagen en niet blijkt van gezamenlijke uitvoering of (impliciete) voorafgaande afspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-006768-14

Uitspraak d.d.: 12 november 2015

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 17 november 2014 met parketnummer 05-862695-13 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1995] ,

wonende te [woonplaats] .

1 Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld in die zin dat het hoger beroep zich niet richt tegen de feiten 6 en 8 waarvan verdachte door de rechtbank Gelderland is vrijgesproken

2 Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 29 oktober 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd en als bijlage I aan dit arrest gehecht.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. M.F.G. Mulders, naar voren is gebracht.

3 Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing en strafoplegging komt. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

4 De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep en in zoverre in hoger beroep nog aan de orde - tenlastegelegd dat:

1:
Hij op of omstreeks 23 juli 2013 te gemeente Tiel, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres] ) weg te nemen (een) goed(eren) en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of het/de weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) het cilinderslot van de voordeur geforceerd/afgebroken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde 2] (agent van politie Gelderland-Zuid), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het bestolene te verzekeren, welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) een (harde) dreun/stomp/slag op het hoofd van die [benadeelde 2] heeft/hebben gegeven (waarna verdachte en/of zijn mededader(s) is/zijn gevlucht);

2
primair:
Hij in of omstreeks de periode van 19 juli 2013 tot en met 20 juli 2013 te Tiel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan het [adres] , heeft weggenomen laptops en (een) (nep)gouden voorwerp(en), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) het cilinderslot van de voordeurgeforceerd/opengebroken; (zaaksdossier 9)

2 subsidiair:
hij in of omstreeks de periode van 19 juli 2013 tot en met 09 december 2013 te Tiel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, laptops en (een)(nep)gouden voorwerp(en), in elk geval enig(e) goed(eren), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormeld(e) goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof; (zaaksdossier 9)

3
primair:
Hij in of omstreeks de periode van 30 oktober 2013 tot en met 31 oktober 2013 te Maurik, gemeente Buren, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres] , heeft weggenomen een of meer notebook(s), Ipod(s), Iphone, Ipad, tablet, geheugenkaart, schoeisel, tas, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 5] en/of [benadeelde 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) het cilinderslot van de voordeur geforceerd/opengebroken; (zaaksdossier 16)

3 subsidiair:
hij in of omstreeks de periode van 30 oktober 2013 tot en met 09 december 2013 te gemeente Tiel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer notebook(s), Ipod(s), Iphone, Ipad, tablet, geheugenkaart, schoeisel, tas, in elk geval enig(e) goed(eren), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormeld(e) goed(eren) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof; (zaaksdossier 16)

4:
hij op of omstreeks 02 december 2012 te gemeente Tiel met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een laptop, een postzegelverzameling en/of een of meerdere siera(a)d(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (immers heeft hij, verdachte, het raam van de keuken van voornoemde woning opengebroken/geforceerd); (zaaksdossier 27)

5 primair:
hij in of omstreeks de periode van 14 november 2013 tot en met 15 november 2013 te Maurik, gemeente Buren, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit de woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een kluis (met inhoud), een of meer laptop(s)/notebook(s), een sieradendoosje, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 8] en/of [benadeelde 9] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) het draairaam aan de voorzijde van voornoemde woning geforceerd/opengebroken);(zaaksdossier 34)

5 subsidiair:
hij in of omstreeks de periode van 15 november 2013 tot en met 09 december 2013 te Maurik, gemeente Buren en/of Tiel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een kluis (met inhoud), een of meer laptop(s)/notebook(s) en/of ander(e) goed(eren), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormeld(e) goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof; (zaaksdossier 34)

7:
hij in of omstreeks 06 november 2013 tot en met 09 december 2013 te Herveld, gemeente Overbetuwe en/of Tiel in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer laptop(s)/computer(s), te weten een Asus (SVO-nummer F.01.08.002) en/of een Dell (SVO-nummer F.02.08.001) (p. 2084) in elk geval enig(e) goed(eren), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormeld(e) goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof; (zaaksdossier 40)

9:
hij in of omstreeks 29 december 2011 tot en met 09 december 2013 te gemeente Tiel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer laptop(s)/tablet(s), te weten een Sony notebook (SVO-nummer F.02.04.002) (p. 2331 en 2332) in elk geval enig(e) goed(eren), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormeld(e) goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof; (zaaksdossier 46)

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 Vrijspraak

Feit 3, zaakdossier 16, feit 7, zaakdossier 40 en feit 9, zaakdossier 46

Het hof acht in het onderliggende dossier onvoldoende wettig bewijs aanwezig waaruit zonder redelijke twijfel kan worden geconcludeerd dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt de feiten als tenlastegelegd, zodat verdachte van deze feiten zal worden vrijgesproken.

De verdediging heeft - kort gezegd - aangevoerd dat de verklaringen van [heler] omtrent de herkomst van de bij hem aangetroffen voorwerpen niet betrouwbaar zijn. Als algemene stelling verwerpt het hof het betoog. Het hof gaat van zaak tot zaak na of de verklaring van [heler] betrouwbaar is, en in het bijzonder of diens verklaring voldoende steun vindt in andere feiten en omstandigheden.

Ten aanzien van feit 3 ontbreekt concreet en verifieerbaar bewijs die verdachte kan ‘linken’ aan de inbraak aan de [adres] te Maurik en de heling van de bij de inbraak gestolen goederen.

Weliswaar heeft [heler] ten aanzien van de feiten 3, 7 en 9 verklaard dat hij van verdachte [medeverdachte 1] en een andere persoon de bij deze inbraken gestolen laptops en tablet heeft verkregen, maar zijn verklaring wordt ten aanzien van deze tenlastegelegde feiten onvoldoende ondersteund door andere bewijsmiddelen. Daar komt bij dat [heler] ten aanzien van de bij de inbraak van feit 7 gestolen laptops heeft verklaard dat hij een laptop heeft gekregen van verdachte [medeverdachte 1] en de andere van een persoon die hij niet in verband brengt met [medeverdachte 1] met de naam [naam] , dit terwijl de beide laptops bij dezelfde inbraak in een woning zijn buitgemaakt. Dit kan er op duiden dat [heler] zich vergist.

6. Overweging met betrekking tot het bewijs van de overige feiten1

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

6.1

Met betrekking tot alle feiten

Met de rechtbank is het hof van oordeel dat zich in het dossier aanknopingspunten bevinden waaruit te herleiden valt dat de in het zogenoemde Boxer-onderzoek door verdachten gebruik is gemaakt van bepaalde telefoonnummers. Het hof is het eens met de door de rechtbank gegeven motivering en neemt deze, zoals hieronder weergegeven, nagenoeg geheel over.

Daar waar het hof in het dossier geen aanleiding heeft gevonden om tot een andere conclusie te komen, zal het hof dan ook in alle navolgende overwegingen en conclusies bij de beoordeling van de ten laste gelegde feiten, uitgaan van de hierna weergegeven combinatie van telefoonnummers en de gebruiker daarvan. Het hof is uit het dossier niet gebleken dat anderen dan de hierna te noemen personen gebruik hebben gemaakt van de telefoonnummers.

[medeverdachte 1]

Ten aanzien van het telefoonnummer [telefoonnummer]

Op 23 juli 2013 vond een poging tot inbraak plaats aan de [adres] te Tiel. Daarbij werd een politieagent mishandeld door de overlopen daders. In de nabijheid van deze woning werden een rijbewijs en identiteitskaart ten name van [medeverdachte 1] gevonden alsmede een LG-telefoon.2 Deze telefoon bevatte een simkaart met genoemd telefoonnummer waarvan in het blue view systeem van de politie was vermeld dat dit nummer in gebruik was bij [medeverdachte 1] .3 Bij doorzoeking van diens woning is in de slaapkamer van [medeverdachte 1] een simkaarthouder met dit telefoonnummer aangetroffen.4

Voorts heeft [medeverdachte 1] verklaard dat als dit nummer bij het gesprek met de wijkagent als zijn nummer is opgegeven dit dan wel zijn nummer zal zijn.5

Het hof gaat er daarom in het vervolg van uit dat [medeverdachte 1] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [telefoonnummer] .

Ten aanzien van het telefoonnummer [telefoonnummer]

Op 29 juli 2013 heeft [medeverdachte 1] bij de politie melding gedaan van vermissing van zijn rijbewijs en identiteitskaart. Daarbij heeft hij als zijn telefoonnummer opgegeven

[telefoonnummer] , als het nummer waarop hij bereikbaar zou zijn.6 Op 30 oktober 2013 werd door een politieagent gebeld naar dit telefoonnummer waarop de telefoon werd beantwoord door iemand die zich [medeverdachte 1] noemde. Er werd een afspraak gemaakt voor het ophalen van het rijbewijs en de identiteitskaart waarbij werd gezegd dat de politie de nodige vragen had over het kwijt raken van deze documenten.7 Dezelfde middag heeft [medeverdachte 1] zich gemeld bij de politie en is hij hierover gehoord.8 Voorts heeft [medeverdachte 1] verklaard alleen het simkaartje te gebruiken en het niet aan anderen af te geven en dat anderen van zijn telefoon met nummer geen gebruik mochten maken.9

Het hof gaat er daarom in het vervolg van uit dat [medeverdachte 1] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [telefoonnummer] .

Ten aanzien van het telefoonnummer [telefoonnummer]

Tijdens de doorzoeking in de woning van [medeverdachte 1] , [adres] te Tiel, op 11 december 2013 werd onder andere een Nokia telefoon aangetroffen en in beslag genomen waarin twee simkaarten konden worden geplaatst en die was voorzien van twee imei-nummers, te weten [nummer] en [nummer] . Daarnaast is (in de slaapkamer van [medeverdachte 1] ) een Nokia telefoon aangetroffen en in beslag genomen met imei-nummer [nummer] .10 Een simkaart met genoemd telefoonnummer [telefoonnummer] is gebruikt in deze twee telefoons.11

Het hof gaat er daarom in het vervolg van uit dat [medeverdachte 1] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [telefoonnummer] .

Ten aanzien van het telefoonnummer [telefoonnummer]

Tijdens dezelfde doorzoeking in de woning van [medeverdachte 1] werd eveneens in diens slaapkamer een Samsung telefoon met imei-nr. [nummer] aangetroffen en in beslag genomen (A.01.01.001).12 Deze telefoon is onderzocht en bleek een simkaart met telefoonnummer [telefoonnummer] te bevatten.13

Het hof gaat er daarom in het vervolg van uit dat [medeverdachte 1] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [telefoonnummer] .

[medeverdachte 2]

Ten aanzien van het telefoonnummer [telefoonnummer]

[medeverdachte 2] heeft op 19 december 2013 verklaard dat hij genoemd (prepaid) telefoonnummer gebruikt en al meer dan een jaar heeft.14

Het hof gaat er daarom in het vervolg van uit dat [medeverdachte 2] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [telefoonnummer] .

[medeverdachte 3]

Ten aanzien van het telefoonnummer [telefoonnummer]

Tijdens de doorzoeking in de woning van [medeverdachte 3] , [adres] te Tiel, op 11 december 2013 is onder andere een Samsung telefoon aangetroffen en in beslag genomen (D.06.02.001). Deze telefoon bevatte een simkaart met telefoonnummer [telefoonnummer] .15 Op

12 november 2013 werd door de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer] gebeld naar een ander telefoonnummer. Op de vraag naar het telefoonnummer van [medeverdachte 3] geeft de gebelde het nummer [telefoonnummer] door.16 [medeverdachte 2] heeft verklaard dat het telefoonnummer van [medeverdachte 3] eindigt op [getal] .17

Het hof gaat er daarom in het vervolg van uit dat [medeverdachte 3] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [telefoonnummer] .

[medeverdachte 4]

Ten aanzien van het telefoonnummer [telefoonnummer]

Op 15 en 20 oktober 2013 werd door twee verschillende personen naar dit telefoonnummer gebeld, waarbij de persoon die de telefoon beantwoordde ‘ [medeverdachte 4] ’ respectievelijk ‘ [medeverdachte 4] ’ werd genoemd.18 Op 22 oktober 2013 werd door de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer] gebeld naar een ander telefoonnummer, waarbij de persoon die de telefoon beantwoordde de beller ‘ [medeverdachte 4] ’ noemde.19 Op 19 oktober 2013 heeft de gebruikster van telefoonnummer [telefoonnummer] , dat is [naam] , de ex-vriendin van [medeverdachte 4] , een SMS-bericht gestuurd naar telefoonnummer [telefoonnummer] met de tekst “ [medeverdachte 4] dan blijf ik thuis.”20 Op 15 november 2013 werd door de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer] gebeld naar de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer]21, dat is [medeverdachte 2] . Hij heeft verklaard dat het klopt dat hij op die datum op laatstgenoemd telefoonnummer is gebeld door [medeverdachte 4] , die eerder in het verhoor is aangeduid als [medeverdachte 4] .22

Het hof gaat er daarom in het vervolg van uit dat [medeverdachte 4] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [telefoonnummer] .

[verdachte]

Ten aanzien van het telefoonnummer [telefoonnummer]

Op 18 oktober 2013 heeft de gebruiker van dit telefoonnummer gebeld naar ROC Rivierenland. Tijdens dit gesprek noemt de beller zich [verdachte] , met geboortedatum [1995] en woonplaats Tiel.23 Daarnaast stond in het LG-toestel dat op 23 juli 2013 bij de inbraak aan de [adres] te Tiel op de plaats van het delict is blijven liggen de naam ‘ [bijnaam verdachte] ’. Verdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat degene die als ‘ [bijnaam verdachte] ’ in de LG-telefoon stond, dezelfde was als degene die hij een dag daarvoor aanduidde als [verdachte] die achttien jaar oud was en in de wijk [naam] woonde.24

Het hof gaat er daarom in het vervolg van uit dat [verdachte] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [telefoonnummer] .

6.2

De bewijsbeoordeling per tenlastegelegde feit

6.2.1

Feit 1, zaakdossier 1

Op 23 juli 2013 hebben twee personen geprobeerd in te breken in de woning aan de [adres] te Tiel. Bij deze poging inbraak is een agent. [benadeelde 2] door een slag op het hoofd gewond geraakt.

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld op grond van uit de feiten en omstandigheden als opgenomen in haar op schrift gestelde requisitoir dat [medeverdachte 1] samen met [verdachte] betrokken is geweest bij deze poging tot inbraak en dat zij beiden verantwoordelijk te houden zijn voor het op de agent toegepaste geweld.

De verdediging stelt zich op het standpunt dat er geen bewijs is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de poging tot woninginbraak, en het geweld dat gebruikt is tegen de agent.

Beoordeling hof

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat er sprake is van het medeplegen van een poging tot inbraak door verdachte. Het hof dient de vraag te beantwoorden of verdachte al dan niet als medepleger of alleen betrokken is geweest bij het geweld tegen de agent. Het hof gaat in dit verband ook uitgebreid in op de feiten van de poging tot inbraak, omdat deze mede van belang zijn in verband met de beoordeling van feit 2. Het hof volgt daarbij de motivering van de rechtbank.

Een getuige heeft verklaard dat twee personen van de oprit van de [adres] te Tiel zijn weggerend, van wie één persoon een rugzak op de rug had op het moment dat de mannen nog bij de deur van de woning bezig waren.25 Ook droeg één van deze personen een witte pet, aldus deze en nog een andere getuige.26 De twee personen zijn weggevlucht van de [straat] naar de [straat] en vervolgens over het [straat] richting de [buurt] .27 Haaks op het [straat] is de [straat] gelegen.28 De getuige [getuige] , wonende aan de [straat] , heeft verklaard dat zij in de vroege ochtend van 23 juli 2013 geschreeuw en een knal hoorde. Toen zij door het raam naar buiten keek, zag zij een donker geklede jongeman vanuit de [straat] in de richting van het [straat] voorbij rennen. Achter die jongeman kwam een politieman aanrennen. De jongeman gooide al rennend een tas bij de getuige in de voortuin. Die tas bleek een grijze rugzak te zijn, bevattende onder meer diverse gereedschappen. Deze rugzak heeft de getuige aan een andere politieman afgegeven.29

Voorts heeft een buurtbewoner op 23 juli 2013 een hoesje met daarin pasjes (een identiteitskaart en een rijbewijs) gevonden bij rode paaltjes op de kruising [straat] / [straat] te Tiel.30 En op de kruising tegenover de onderhavige woning aan de [adres] , heeft verbalisant [benadeelde 2] een witte LG telefoon gevonden.31 Verbalisant [verbalisant] heeft langs het [straat] een wit petje gevonden.32

Op grond van het vorenstaande, in onderling verband bezien, concludeert het hof dat de daders van de inbraakpoging tijdens hun vlucht voor de politie de rugzak, het witte petje, de witte LG-telefoon en het hoesje met identiteitsbewijs en het paspoort hebben verloren of weggegooid.

Het identiteitsbewijs en het paspoort behoorden toe aan verdachte [medeverdachte 1]33 op wiens naam deze ook stonden.34 Ook de witte LG-telefoon behoorde toe aan verdachte.35

Op basis van DNA-onderzoek aan de rugzak en het petje is het volgende gerapporteerd:

 van het petje is een monster genomen met kenmerk AAGJ3025NL#01, in welk monster een DNA-profiel is aangetroffen dat past bij “onbekende man A” 36

 van de rugzak zijn monsters genomen met kenmerk AAGJ3789NL#01 t/m #09;

o in monster AAGJ3789NL#03 is een DNA-profiel aangetroffen dat past bij “onbekende man A”3837, en

o in monster AAGJ3789NL#01 is een DNA-profiel aangetroffen dat past bij “onbekende man B”,38

 aan DNA-identiteitszegel AAGJ3025NL#01 is DNA-profielcluster 26307 gekoppeld39.

 aan DNA-identiteitszegel AAGJ3789NL#01 is DNA-profielcluster 26337 gekoppeld40.

 opname van DNA-referentiemateriaal van [medeverdachte 1] in de DNA-databank heeft een match opgeleverd met DNA-profielcluster 26307.41

 opname van DNA-referentiemateriaal van [verdachte] in de DNA-databank heeft een match opgeleverd met DNA-profielcluster 26337.42

Het hof concludeert uit deze DNA-onderzoeken dat zowel het gevonden DNA-

materiaal op het petje als dat op de rugzak afkomstig is van dezelfde “man A”, hetgeen buiten redelijke twijfel betreft verdachte [medeverdachte 1] .

Het hof concludeert voorts uit het DNA-onderzoek dat het gevonden DNA-materiaal op de rugzak buiten redelijke twijfel afkomstig is van verdachte [verdachte] .

Onderzoek naar de in de witte LG telefoon opgeslagen gegevens heeft aan het licht gebracht dat onder de naam “ [bijnaam verdachte] ” het telefoonnummer [telefoonnummer] was opgeslagen.43 Over deze “ [bijnaam verdachte] ” heeft verdachte verklaard dat dit “onze [bijnaam verdachte] ” betreft, over wie de dag ervóór ook al is gesproken.44 Tijdens het verhoor van 11 december 2013 heeft verdachte een beschrijving van “ [bijnaam verdachte] ” gegeven.45 Het hof begrijpt dat hiermee is gedoeld op medeverdachte [verdachte] .

Voorts blijkt uit het onderzoek aan de LG telefoon dat op 23 juli 2013 omstreeks 01.49 uur van nummer [telefoonnummer] naar die LG-telefoon een bericht is gestuurd inhoudende “Wabdnjd”? Kort hierop, omstreeks 01.53 uur is van die LG-telefoon naar nummer [telefoonnummer] het bericht gestuurd: “Zijkant”.46

Door getuigen van de inbraakpoging is omstreeks 02.00 uur gezien dat de twee daders naar de achterkant van de woning zijn gelopen en daarna terugkwamen naar de zijkant van de woning47. Het hof leidt hieruit de conclusie af dat de hiervoor genoemde berichten van 01.49 uur en 01.53 uur hadden op de inbraakpoging aan de [adres] te Tiel.

Op grond van al hetgeen hiervoor is overwogen, heeft het hof de overtuiging bekomen dat [medeverdachte 1] en [verdachte] beiden – als medeplegers - betrokken zijn geweest bij de poging woninginbraak aan de [adres] te Tiel.

Anders dan de advocaat-generaal en de rechtbank acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte als medepleger of pleger betrokken is geweest bij het tegen agent [benadeelde 2] gebruikte geweld.

Vast staat dat [benadeelde 2] is geslagen. Het is niet gebleken dat beide daders van de woninginbraak daarbij in fysiek opzicht gezamenlijk hebben gehandeld dan wel dat er op dit punt sprake is van gezamenlijke uitvoering of bewuste samenwerking. Het hof gaat ervan uit dat [benadeelde 2] door een van de twee personen is geslagen. Verdachte ontkent het gebruik van geweld en de agent [benadeelde 2] heeft niet gezien door wie op hem het geweld werd toegepast, terwijl de medeverdachte hieromtrent (ook) geen uitsluitsel heeft gegeven. Ook overigens blijkt niet wie van de twee personen het is geweest die [benadeelde 2] heeft geslagen.

In het arrest van 17 december 2013 (ECLI:NL:HR:2013:1964) overweegt de Hoge Raad als volgt:

“2.3.2. In een geval als het onderhavige, waarin het verweten medeplegen van een met de vlucht verband houdend misdrijf is voorafgegaan door het mogelijk daarmee samenhangende medeplegen van een ander strafbaar feit, is geenszins uitgesloten dat de voor het medeplegen van dat misdrijf relevante samenwerking reeds vóórdien – in het onderhavige geval: in het kader van het medeplegen van de voorbereiding van de overval – is ontstaan.

2.3.3.

Het Hof heeft kennelijk geoordeeld dat de wijze waarop de beide verdachten met de scooter zijn gevlucht, niet als een zó waarschijnlijke mogelijkheid besloten lag in de eerdere nauwe en bewuste samenwerking met het oog op de voorgenomen overval, dat ook wat betreft die vlucht zo bewust en nauw is samengewerkt dat van medeplegen kan worden gesproken. Gelet op de vaststellingen en overwegingen van het Hof, in het bijzonder wat betreft de voorbereiding van de overval en de directe reactie op het waarnemen van een politieauto, is dat oordeel niet zonder meer begrijpelijk.”

Uit het dossier in dit geval kan niet worden vastgesteld dat de verdachten vooraf overleg hebben gehad hoe te handelen als zij zouden worden betrapt dan wel dat zij op het moment van betrapping daar enig overleg over hebben gevoerd of kunnen voeren. Ook overigens is niet komen vast te staan dat de wijze waarop de beide verdachten zijn gevlucht (waarbij de agent is geslagen) als een zó waarschijnlijke mogelijkheid besloten lag in de eerdere nauwe en bewuste samenwerking met het oog op de voorgenomen inbraak, dat ook wat betreft die vlucht zo bewust en nauw is samengewerkt dat van medeplegen kan worden gesproken.

Gelet op het bovenstaande zal verdachte van de verzwarende omstandigheid bij de inbraak, te weten dat de inbraak is gevolgd van geweld, worden vrijgesproken. Het hof zal de toepassing van het geweld wel als een omstandigheid in aanmerking nemen die van belang is voor de straftoemeting.

6.2.2

Feit 2, zaakdossier 9

In de nacht van 19 op 20 juli 2013 is ingebroken in de woning op het adres [adres] te Tiel. Daarbij is het cilinderslot van de voordeur geforceerd. Meegenomen zijn een laptop (Toshiba Satellite M40X), een laptop (Maxdata PRO 6100) en nep goud, die toebehoren aan [benadeelde 3] .48

De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat op grond van feiten en omstandigheden als opgenomen in haar op schrift gestelde requisitoir verdachten [medeverdachte 1] en [verdachte] zich aan de diefstal als onder feit 2 primair is tenlastegelegd hebben schuldig gemaakt.

De verdediging stelt zich op het standpunt dat zowel voor het primair als subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewijs ontbreekt.

Beoordeling hof

Het hof heeft hiervoor bij de beoordeling van feit 1 (paragraaf 6.2.1) wettig en overtuigend bewezen geacht dat [medeverdachte 1] en [verdachte] zich schuldig hebben gemaakt aan de poging woninginbraak op 23 juli 2013 aan de [adres] te Tiel. Door één van de twee is toen zij op heterdaad betrapt werden, tijdens hun vlucht een rugzak weggegooid, welke rugzak later door de politie is veiliggesteld. Op deze rugzak is DNA aangetroffen, dat, zoals hiervoor onder feit 1 al is aangehaald, afkomstig is van [verdachte] .

In de rugzak bevonden zich gereedschappen. Deze gereedschappen zijn vergeleken met sporen, die zijn veilig gesteld bij de woninginbraak aan [adres] te Tiel. Uit dit werktuigsporenonderzoek is gebleken dat braaksporen, afkomstig van het afgebroken cilinderslot49 van de woning [adres] te Tiel, zijn veroorzaakt met de verstelbare schroefsleutel [B], welke in de grijze rugzak is aangetroffen.50

Tijdens een doorzoeking op 9 december 2013 in de woning van [heler] , Rijswijklaan 4 te Tiel, zijn twee laptops aangetroffen, te weten een Toshiba Satellite M40X (in beslag genomen onder nummer F.01.01.001) en een Maxdata Pro 6100 (in beslag genomen onder nummer F.01.01.002).51 Beide laptops betroffen dezelfde laptops als die, welke waren ontvreemd bij de inbraak op het adres [adres] te Tiel.52

[heler] heeft verklaard dat hij de voorwerpen met beslagnummers F.01.01.001 en F.01.01.002 heeft verkregen van [bijnaam] en zijn vriend die bijna altijd bij hem was.53 Deze voorwerpen betroffen een laptop Toshiba respectievelijk een laptop Maxdata.54 Later heeft [heler] hierover verklaard dat hij niet beter weet dan dat hij deze laptops heeft gekocht van [bijnaam] en zijn vriend, en dat hij voor die laptops nog geen 20 euro heeft gegeven.55

Over “ [bijnaam] ” heeft [heler] verklaard dat hij een Marokkaanse jongen is, van wie [heler] weet dat hij “doet stelen” en met verkeerde jongens om gaat.56 Voorts heeft [heler] verklaard dat “ [bijnaam] ” aan de telefoon “ [medeverdachte 1] ” wordt genoemd.57 [heler] heeft “ [bijnaam] ” herkend van een foto.58 De persoon die is afgebeeld op deze foto betreft [medeverdachte 1] , geboren op 1 maart 1993 te Tiel.59

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat zijn vrienden hem onder meer “ [bijnaam] ” en “ [bijnaam] ” noemen.60

Hieruit leidt het hof af dat met ‘ [bijnaam] ’ wordt gedoeld op [medeverdachte 1]

Over de vriend van “ [bijnaam] ”, die bijna altijd bij [bijnaam] was, heeft [heler] verklaard dat het gaat om een Marokkaanse jongen, slank en mager, net zo lang als “ [bijnaam] ” en dat die hem vaker belde.61 [heler] heeft deze vriend van “ [bijnaam] ” herkend van een foto, waarbij [heler] heeft opgemerkt dat hij deze jongen ook betaald heeft voor spullen die gebracht zijn na een telefoongesprek op 31 oktober 2013 over het neerleggen van tassen.62 De persoon die is afgebeeld op deze foto betreft [verdachte] , geboren op [1995] te Tiel.63

Het hof concludeert uit het vorenstaande dat met de “vriend van [bijnaam] ” wordt gedoeld op [verdachte] .

Door de verdediging is gesteld dat de verklaringen van [heler] niet voor het bewijs gebezigd mogen worden omdat diens verklaringen onbetrouwbaar zijn. Zoals eerder overwogen, verwerpt het hof dit betoog als algemene stelling en gaat het van zaak tot zaak na of de verklaring van [heler] betrouwbaar is, in het bijzonder of diens verklaring voldoende steun vindt in andere feiten en omstandigheden. Deze vraag beantwoordt het in dit geval bevestigend. [heler] heeft vanaf het begin in zijn verklaringen verdachte genoemd als degene van wie hij de gestolen goederen heeft gekocht. De verklaringen van [heler] vinden voorts steun in het feit dat [medeverdachte 1] en [verdachte] de inbraak als tenlastegelegd onder feit 1 hebben gepleegd en hetgeen het hof daaromtrent heeft overwogen

en het feit dat de contacten tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] enerzijds en [heler] anderzijds, worden bevestigd door enkele tapgesprekken als hieronder weergegeven.

Daarbij is gebruik gemaakt van de volgende telefoonnummers:

  • -

    [medeverdachte 1] als gebruiker van de telefoonnummers [telefoonnummer] en

  • -

    [telefoonnummer] ; 64

 [verdachte] als gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] ;65

 [heler] als gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer] .66

Een tapgesprek (sessie 1867)67 waarin met nr. [telefoonnummer] wordt gebeld naar nr [telefoonnummer] op 31 oktober 2013, 14.23 uur, waarbij het volgende wordt gezegd:

“NNman: Hallo

[verdachte] : Hallo [bijnaam] ben je thuis man

NNman: Nee ben niet thuis. Sorry man ben nu aan het werk

[verdachte] : 0 ik moet.. Kan ik wat thuis bij jou leggen?

NNman: Ik weet niet ben zo thuis. ben zo thuis ja?

[verdachte] : Ik heb al die spullen zijn twee zakken is met taart voor vanavond ja

NNman: Ja is goed

[verdachte] : ja is goed. Zo snel mogelijk je weet. ik hier niet de hele tijd mee buiten lopen”

Een tapgesprek (sessie 1873)68 waarin met nr. [telefoonnummer] wordt gebeld met nr. [telefoonnummer] op 31 oktober 2013, 14.31 uur, waarbij wordt gezegd:

“ [medeverdachte 1] : Ja

[verdachte] : Ja luister

[medeverdachte 1] : Ja

[verdachte] : Hij is over vijf minuten thuis

[medeverdachte 1] : Ja

[verdachte] : Ik loop bij Emte nou. Ik ga hem ook die tablet laten zien ja

[medeverdachte 1] : Ik ben er over vijf minuten jongen

[verdachte] : Over vijf minuten in Tiel?

[medeverdachte 1] : Ja

[verdachte] : Wat zei je

[medeverdachte 1] : Ik kom met de fiets”

Uit deze tapgesprekken leidt het hof af dat [medeverdachte 1] en [verdachte] bespreken om spullen (waarbij gesproken wordt over “tablet”, “lapie”, twee zakken met “taart” waarmee [verdachte] niet te lang buiten wil rondlopen) af te leveren bij [heler] , dat zij hierover contact onderhouden met elkaar en samenwerken. Dit bevestigt de opmerking van [heler] dat beiden vaak samen kwamen en “de spullen” van hen beiden waren.

Concluderend is het hof van oordeel dat uit de omstandigheden dat:

- zich in de rugzak die gevonden is bij de inbraak aan de [adres] te Tiel een inbrekerswerktuig bevond dat is gebruikt bij de inbraak aan het [adres] te Tiel

en

- de omstandigheid dat de bij die laatste inbraak weggenomen goederen door [medeverdachte 1] en [verdachte] bij [heler] zijn afgeleverd,

kan worden afgeleid dat door [medeverdachte 1] en [verdachte] tezamen de inbraak aan het [adres] is gepleegd.

6.2.3

Feit 4, dossier 27

Op 2 december 2012 is ingebroken in een woning aan de [adres] te Tiel. Door [benadeelde 7] , de bewoner van dat pand, is aangifte gedaan van de diefstal van een Medion laptop, diverse sieraden en twee postzegelalbums. Aan de achterzijde van de woning zijn indruksporen van een breekwerktuig en bloedsporen op het keukenraamkozijn aangetroffen.

De advocaat-generaal heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal door middel van braak en inklimming.

De verdediging heeft aangevoerd dat het aantreffen van het DNA-materiaal van verdachte in een bloedspoor onvoldoende bewijs oplevert voor een bewezenverklaring. Het aantreffen van het DNA-spoor maakt dat hooguit geconcludeerd kan worden dat verdachte daar is geweest, maar is niet redengevend voor het oordeel dat verdachte het strafbare feit heeft gepleegd.

Oordeel hof

Bij het opengebroken keukenraam zijn diverse sporen aangetroffen. Dit zijn braaksporen aan het keukenraamkozijn, een bloedspoor op de onderdorpel van dat raam aan de binnenkant, handschoensporen op het kozijn van het keukenraam en schoenzoolsporen op het aanrecht onder het inklimraam. Elders zijn geen braaksporen aan de woning waargenomen, waardoor het niet anders kan zijn dan dat via het keukenraam de toegang tot de woning is verschaft.

Van het aangetroffen bloedspoor is een DNA-profiel opgesteld dat ‘matcht’ met het DNA-profiel van verdachte. Verdachte heeft ervoor gekozen om zich bij de politie en ter terechtzitting op vragen met betrekking tot het aangetroffen DNA-spoor te beroepen op zijn zwijgrecht. Een aannemelijke verklaring voor de aanwezigheid van het aangetroffen bloedspoor, die zou kunnen leiden tot het oordeel dat het spoor niet van verdachte afkomstig is, dan wel dat het bloedspoor geen verband houdt met de inbraak, is door de verdediging niet gegeven en ook niet anderszins aannemelijk geworden. Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat aan het bewijsminimum is voldaan.

6.2.4

Feit 5 zaakdossier 34

In de periode tussen 14 november 2013 tot en met 15 november 2013 is ingebroken in de woning van [benadeelde 8] aan de [adres] te Maurik. Bij deze inbraak zijn - onder

meer - de volgende aan hem toebehorende goederen weggenomen:

- een computer (notebook), van het merk/type Acer Aspire 930wsmi;

- een computer (notebook), van het merk Compaq;

- een kluis met inhoud

- een sieradendoosje.69

Dit feit is aan verdachte tenlastegelegd als primair: medeplegen van een woninginbraak door middel van braak en subsidiair medeplegen van opzetheling.

De advocaat-generaal acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig gemaakt aan het primair tenlastegelegde, de woningbraak.

De verdediging is van oordeel dat verdachte bij gebrek aan bewijs van zowel het primaire als subsidiaire tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken.

Oordeel hof

Het hof acht in het onderliggende dossier onvoldoende wettig bewijs aanwezig die maken dat zonder redelijke twijfel kan worden geconcludeerd dat verdachte schuldig is aan de woninginbraak. Het hof zal daarom verdachte van het onder feit 5 primair tenlastegelegde vrijspreken.

Het hof acht wel medeplegen van opzetheling bewezen. Het hof volgt de motivering van de rechtbank grotendeels en neemt deze als volgt over.

Op 11 december 2013 heeft een doorzoeking plaatsgevonden van een schuur/bergruimte, behorende bij het adres [adres] te Tiel, zijnde (destijds) het woonadres van [medeverdachte 2] . Bij deze doorzoeking is onder meer een kluis aangetroffen en in beslag genomen.70 In de kluis, met een buitenmaat van 25 x 25 x 35 centimeter, bevond zich onder andere een kentekenbewijs van een Opel met kenteken [kenteken] op naam van “ [benadeelde 10] , [adres] ”.71 De kluis en de inhoud daarvan is getoond aan [benadeelde 8] en deze heeft verklaard de kluis voor 100% als de zijne te herkennen aan de kleur, de cijferslotcombinatie en de klembouten waarmee de kluis bevestigd was.72

Op de aangetroffen kluis lag een plastic tas.73 Op die tas is een vingerafdruk aangetroffen van [medeverdachte 4] .74

[benadeelde 9] , de dochter van [benadeelde 8] , heeft tegenover een verbalisant verklaard dat de buurvrouw van haar ouders, [naam] , op 14 november 2013 omstreeks 17.00 uur nog in de woning van haar ouders is geweest, waarbij haar toen nog niets bijzonders was opgevallen. Voorts heeft [benadeelde 9] verklaard dat zij op 15 november 2013 omstreeks 10.00 uur bij de woning van haar ouders kwam en bij binnenkomst in de woonkamer zag dat er planten uit de vensterbank waren, dat de gordijnen scheef hingen en dat het draairaam was opengebroken.75

Dit rechtvaardigt naar het oordeel van het hof de conclusie dat de inbraak heeft plaatsgevonden in de periode die is gelegen tussen 14 november 2013, 17.00 uur, en

15 november 2013, 10.00 uur.

Het hof betrekt bij de verdere beoordeling een aantal afgeluisterde telefoongesprekken.

Zoals het hof hiervóór in paragraaf 6.1. reeds heeft overwogen, zijn de (mede)verdachten in het Boxer-onderzoek bij - onder meer - de navolgende telefoonnummers te plaatsen:

  • -

    [medeverdachte 4] als gebruiker van het telefoonnummer [nummer] ;

  • -

    [medeverdachte 1] als gebruiker van de telefoonnummers [telefoonnummer] en [telefoonnummer] ;

  • -

    [verdachte] als gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] ;

  • -

    [medeverdachte 3] als gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer] ;

  • -

    [medeverdachte 2] als gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer] .

Niet aannemelijk is geworden dat genoemde telefoonnummers door anderen dan de daarbij vermelde verdachten zijn gebruikt. Gelet hierop gaat het hof er van uit dat [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] en [verdachte] hebben deelgenomen aan de hierna weer te geven telefoongesprekken op grond van de aan die gesprekken gekoppelde telefoonnummers. Het hof neemt op dezelfde gronden aan dat [medeverdachte 4] op 15 november 2013 om 11:41:30 uur heeft gebeld met [medeverdachte 3] en dat hij later die dag, om 15:17:40 uur, heeft gebeld met [medeverdachte 2] .

In de periode waarbinnen de inbraak heeft plaatsgevonden, werden de volgende telefoongesprekken opgenomen, waarbij het hof voor de begrijpelijkheid telkens tussen haakjes zal vermelden wie volgens de hiervoor bedoelde overwegingen deelnemer aan het gesprek moet zijn:

- Sessienummer 274110976, 14 november 2013, 18:57:25 uur, gesprek tussen beller met telefoonnummer [telefoonnummer] [het hof: [verdachte] ] en gebelde met telefoonnummer [telefoonnummer] :-

- “(…) Nee, heb je wat gepakt of niet?

- Nee vanavond Jackie Jackpot.

- Wat zeg?

- Jackpot.

- Moet je nog doen?

- In M. Maurik.”

- Sessienummers 1083 en 48077, 15 november 2013, 03:38:18 uur, gesprek tussen beller met telefoonnummer [telefoonnummer] [het hof: [medeverdachte 1] ] en gebelde met telefoonnummer [nummer] [het hof: [medeverdachte 4] ], locatie gebelde respectievelijk beller: [adres]:

- “Ja.

- Kom naar de plek waar jij en ik zo straks hebben geparkeerd.

- Waar? O ja ciao.”

- Sessienummers 2820 en 48178, 15 november 2013, 04:07:57, gesprek tussen beller met telefoonnummer [telefoonnummer] [het hof: [medeverdachte 1] ] en gebelde met telefoonnummer [telefoonnummer] [het hof: [verdachte] ], locatie gebelde respectievelijk beller: [adres] :

- “Yo.

- Rij door de straat dan moet je gelijk naar links.

- Yo.”

Vervolgens werden, in de ochtend en middag van 15 november 2013, onder meer de volgende telefoongesprekken opgenomen:

- Sessienummer 109911279, 11:41:30 uur, gesprek tussen beller met telefoonnummer [nummer] [het hof: [medeverdachte 4] ] en gebelde met telefoonnummer [telefoonnummer] [het hof: [medeverdachte 3] ]:

- “(…) Jou broer he?

- Ja.

- Heeft die een schuur?

- Ja, volgens mij wel.

- Denk je dat die het goed vindt als ik daar in de middag een kluis open.

- (…) Groot? -

- Nee, nee, nee. Klein.”

- Sessienummer 1102,113 8012:07:10 uur, gesprek tussen beller met telefoonnummer [telefoonnummer] [het hof: [verdachte] ] en gebelde met telefoonnummer [nummer] [het hof: [medeverdachte 4] ]:

- “(…) Ik ben over twee uurtjes terug in Tiel. Dan moeten we even naar [bijnaam] toe.

- Naar [bijnaam] ?

- Ja naar zijn broer.

- Oo saffie waarom?

- Met die ding.

- Maar hoe zit het, en die andere dingen dan?

- Welke andere dingen?

- Om te open.

- Die ga ik nu halen.

- (…) Daar over twee uur?

- Ja twee drie uurtjes.”

- Sessienummer 284211481, 14:51:01 uur, gesprek tussen beller met telefoonnummer [telefoonnummer] [het hof: [verdachte] ] en gebelde met telefoonnummer [telefoonnummer] :

- “Is jouw broertje thuis. (…) Bel hem effe snel. Je weet een kloez die moet bij jullie in de schuur, je weet toch, even nagecheckt worden. (…) Is maar een kleine (…). Zit je in de schuur?

- Effe inpakken je weet toch.

- Zit je in de schuur?

- Ja man.

- Wacht even ik kom er aan met [bijnaam] ciao.”

- Sessienummer 112782, 15:03:36 uur, gesprek tussen beller met telefoonnummer [nummer] [het hof: [medeverdachte 4] ] en gebelde met telefoonnummer [telefoonnummer] [het hof: [medeverdachte 1] ]:

- “(…) Je moet naar die flat in West komen daar. Die oranje flat.

- Is goed.

- Naar die schuur. Ik ga nu even met [verdachte] die ding halen.

- Ja.

- Dan moet je daar heen komen.”

- Sessienummer 112983, 15:17:40 uur, gesprek tussen beller met telefoonnummer [nummer] [het hof: [medeverdachte 4] ] en gebelde met telefoonnummer [telefoonnummer] [het hof: [medeverdachte 2] ]:

- “Ben je thuis? (…) Ik ben nou onderweg naar jou.

- Kom naar mij toe dan.

- Ja, ik kom naar jou toe, je moet klaar staan beneden al, ik ben er in 1 minuut.

- Safie ik loop nu naar beneden.

- Safie is goed.”

Het hof constateert dat in de telefoongesprekken met de sessienummers 1099, 1102, 2842 en 1127 onder meer werd gesproken over een schuur van een broer, over het openen van een kleine kluis, over het openen van “andere dingen”, en over een “kloez” die “nagecheckt” moet worden in de schuur. Deze bewoordingen passen bij de eerdergenoemde bevindingen met betrekking tot het aantreffen van een kluis in de schuur/bergruimte die behoort bij de woning van [medeverdachte 2] , de broer van [medeverdachte 3] .

Naar het oordeel van het hof vloeit uit de op15 november 2013 vanaf 11:41:30 uur door [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] en [verdachte] gevoerde telefoongesprekken, in onderling verband beschouwd, en voorts bezien in nauwe samenhang met de overige hiervóór weergegeven bewijsmiddelen, voort dat zij omstreeks 15:17 uur zijn samengekomen bij de woning van [medeverdachte 2] om in de bij die woning behorende schuur/bergruimte een kluis te openen. Dit betreft de kluis die is ontvreemd bij de onderhavige inbraak. Immers, de aangetroffen kluis is herkend als de uit de woning aan de [adres] ontvreemde kluis en uit het gesprek met sessienummer 1099 herleidt het hof dat gesproken wordt over een kleine kluis. Bij dit laatste overweegt het hof dat de buitenmaat van de kluis 25 x 25 x 35 centimeter was117, hetgeen het hof als een kleine kluis aanmerkt.

Uit het voorgaande leidt het hof af dat [medeverdachte 4] , [medeverdachte 1] en [verdachte] zich gezamenlijk, in nauwe en bewuste samenwerking, schuldig hebben gemaakt aan opzetheling van de bij de inbraak aan de [adres] te Maurik gestolen kluis.

7 Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 primair, 4 en 5 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1:
Hij op of omstreeks 23 juli 2013 te gemeente Tiel, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres] ) weg te nemen (een) goed(eren) en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of het/de weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) het cilinderslot van de voordeur geforceerd/afgebroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

welke poging tot diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde 2] (agent van politie Gelderland-Zuid), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het bestolene te verzekeren,

welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) een (harde) dreun/stomp/slag op het hoofd van die [benadeelde 2] heeft/hebben gegeven (waarna verdachte en/of zijn mededader(s) is/zijn gevlucht); (zaaksdossier 1)
2 primair:
Hij in of omstreeks de periode van 19 juli 2013 tot en met 20 juli 2013 te Tiel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan het [adres] , heeft weggenomen laptops en (een) (nep)gouden voorwerp(en), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) het cilinderslot van de voordeurgeforceerd/opengebroken; (zaaksdossier 9)
4:
hij op of omstreeks 02 december 2012 te gemeente Tiel met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een laptop, een postzegelverzameling en/of een of meerdere siera(a)d(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (immers heeft hij, verdachte, het raam van de keuken van voornoemde woning opengebroken/geforceerd); (zaaksdossier 27)

5 subsidiair:
hij in of omstreeks de periode van 15 november 2013 tot en met 09 december 2013 te Maurik, gemeente Buren en/of Tiel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een kluis (met inhoud), een of meer laptop(s)/notebook(s) en/of ander(e) goed(eren), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormeld(e) goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof; (zaaksdossier 34)

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

8 Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het onder 2 primair bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het onder 5 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van opzetheling.

9 Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

10 Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte was ten tijde van het plegen van feit 4 nog zeventien jaar oud.

Het hof ziet zich voor de vraag gesteld of voor dit feit het minderjarigen- dan wel het meerderjarigenstrafrecht op verdachte dient te worden toegepast.

Hoofdregel in titel VIIIA van boek 1 van het Wetboek van Strafrecht is dat ten aanzien van degene die ten tijde van het begaan van een strafbaar feit de leeftijd van twaalf jaar, maar nog niet die van achttien jaar heeft bereikt, het minderjarigenstrafrecht van toepassing is.

Echter, ingevolge artikel 77b van het Wetboek van Strafrecht kan ten aanzien van degene die ten tijde van het begaan van het strafbaar feit de leeftijd van zestien jaar, maar nog niet de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, het minderjarigenstrafrecht buiten toepassing worden gelaten en recht worden gedaan overeenkomstig het meerderjarigenstrafrecht, indien daartoe grond wordt gevonden in de ernst van het feit, de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder het feit is begaan.

Het hof acht in onderhavige zaak op grond van de ernst van het feit toepassing van het meerderjarigenstrafrecht aangewezen en zal dientengevolge toepassing aan artikel 77b van het Wetboek van Strafrecht geven.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf van 30 maanden met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.

De verdediging ziet gelet op de leeftijd van verdachte en diens persoonlijkheid ten tijde van het plegen van de bewezenverklaarde feiten, ruimte voor zeer groot voorwaardelijk strafdeel.

Overweging hof

Verdachte heeft zich in een korte tijd schuldig gemaakt aan het medeplegen van een poging woningbraak en twee voltooide woninginbraken en opzetheling van een bij een woninginbraak gestolen kluis.

Woninginbraken veroorzaken de nodige materiële schade en maken een forse inbreuk op de privacy van de bewoners. Het is voor hen vaak bijzonder onaangenaam om te leven met de wetenschap dat een vreemde in hun woning is geweest en hun persoonlijke bezittingen heeft doorzocht. Daar komt bij dat de (poging) woninginbraak gepleegd werden terwijl de bewoners op vakantie waren, een feit waarvan verdachte en zijn mededaders dankzij een medewerksters van een reisbureau op de hoogte waren. Een dergelijke werkwijze getuigt van een groot gebrek aan respect van de persoonlijke levenssfeer van anderen.

Voorts houdt het hof rekening met het feit dat bij de vluchtpoging na de betrapping op heterdaad van de poging woninginbraak, een agent gewond is geraakt.

Daarnaast verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan heling van heling van een kluis.

Voor de feiten is oplegging van een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. Het hof neemt in aanmerking dat deze verdachte, anders dan medeverdachten, slecht kort in voorlopige hechtenis heeft verbleven, zodat het opleggen van een vrijheidsstraf betekent dat hij terug moet naar de gevangenis. De ernst en het aantal van de feiten noodt naar het oordeel van het hof echter tot het opleggen van een straf die het voorarrest ver overschrijdt. Gelet op het bovenstaande, en rekening houdend met het blanco strafblad van verdachte, acht het hof een gevangenisstraf van 12 maanden passend en geboden. Gelet op de jeugdige leeftijd van verdachte en de wenselijkheid hem er van te weerhouden in de toekomst wederom de fout in te gaan zal het hof van deze gevangenisstraf vier maanden voorwaardelijk opleggen.

Deze straf is lager dan door de advocaat-generaal is gevorderd omdat verdachte voor een feit niet voor de diefstal maar voor heling wordt veroordeeld en voor twee feiten wordt vrijgesproken.

11 Beslag

Het hof is van oordeel dat de inbeslaggenomen en nog niet teruggeven personenauto Volkswagen Golf, die aan verdachte toebehoort, aan verdachte moet worden teruggegeven nu niet vast staat dat de bewezenverklaarde feiten met behulp van de inbeslaggenomen auto zijn begaan.

12 Vordering van de benadeelde partijen

12.1

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € € 4.319,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 100,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

12.2

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 7]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 581. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Het hof zal de benadeelde [benadeelde 7] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering omdat deze vordering onvoldoende met stukken is onderbouwd. Een nadere beoordeling van de vordering zou een onevenredige belasting van het strafgeding meebrengen. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

12.3

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 8]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € € 15.121,36. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Verdachte wordt niet voor de diefstal maar voor heling veroordeeld. Onvoldoende is gebleken dat de gestelde schade rechtstreeks door het onder 5 subsidiair bewezenverklaarde handelen van verdachte is veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

12.4

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 11]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.434, 50 . De benadeelde partij is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 7 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

12.5

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 12]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 600,00. De benadeelde partij is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 9 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

13 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 47, 57, 63, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis voor zover in hoger beroep nog aan de orde en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 3 primair, 3 subsidiair, 5 primair, 7 en 9 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 primair, 4 en 5 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2 primair, 4 en 5 subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 4 (vier) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: Volkswagen Golf, kenteken JZ-JB-15.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 5] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 7]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 7] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 8]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 8] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 11]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 11] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 12]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 12] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Aldus gewezen door

mr. C. Caminada , voorzitter,

mr. J.A.W. Lensing en mr. J.A. Coster van Voorhout, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. G.W. Jansink, griffier,

en op 12 november 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. J.A. Coster van Voorhout is buiten staat dit arrest te tekenen.

1 In de hierna te melden bewijsmiddelen wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar dossierpagina’s of bijlagen, als opgenomen in het door [naam] , senior tactische opsporing, werkzaam bij de politie,eenheid Oost, districtsrecherche Gelderland Zuid, administratief coördinator bij het onderzoek 08Boxer, op 25 februari 2014 op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van politie regio Gelderland-Zuid, dossiernummer 2014003643, onderzoeknaam 08Boxer, alsmede de daarbij behorende bijlagen in de vorm van processen-verbaal en overige bescheiden.

2 Proces-verbaal, pag. 804 (p. 806).

3 Proces-verbaal, pag. 845.

4 Proces-verbaal beslag, pag. 3443 (p. 3445).

5 Verklaring [medeverdachte 1] , pag. 109.

6 Samenvattend proces-verbaal, pag. 54, en mutatie d.d. 29 juli 2013, p. 929.

7 Tapverslag sessie 389, pag. 930.

8 Proces-verbaal van verhoor, pag. 932.

9 Verklaring [medeverdachte 1] , pag. 110.

10 Proces-verbaal, pag. 69.

11 Proces-verbaal, pag. 71.

12 Proces-verbaal beslag, pag. 3445.

13 Proces-verbaal, pag. 65 en 66

14 Proces-verbaal, pag. 1864.

15 Proces-verbaal beslag, pag. 3449 en proces-verbaal bevindingen, pag. 458

16 Tapverslag sessie 2663, pag. 1522 en 1523.

17 Proces-verbaal, pag. 1866.

18 Tapverslag sessies 56 en 163, pag. 293 en 295.

19 Tapverslag sessie 263, pag. 296.

20 Tapverslag sessie 118, pag. 294.

21 Tapverslag 1129, pag. 1741

22 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] , pag. 1868.

23 Tapverslag sessie 383, pag. 176.

24 Verklaringen van [medeverdachte 1] pag. 110 en pag. 114.

25 Proces-verbaal van verhoor ‘getuige 2’, pag. 816.

26 Proces-verbaal van verhoor ‘getuige 1’(van wie de nadere gegevens bekend zijn bij de politie), pag. 813, en proces-verbaal van verhoor ‘getuige 2’, pag. 816.

27 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 juli 2013, pag. 805.

28 Luchtfoto, pag. 815.

29 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , pag. 895, proces-verbaal van verhoor getuige S.W. Haaksman, pag. 897, alsmede de kennisgeving van inbeslagneming, pag. 810.

30 Proces-verbaal van bevindingen (buurtonderzoek) d.d. 29 juli 2013, pag. 829, alsmede proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 september 2013, pag. 834.

31 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 juli 2013, pag. 806, alsmede de kennisgeving van inbeslagneming, pag. 810.

32 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 juli 2013, pag. 806, alsmede de kennisgeving van inbeslagneming, pag. 809.

33 Mutatierapport d.d. 29 juli 2013, alsmede proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , pag. 994.

34 Fotobijlage op pag. 837 bij de kennisgeving van inbeslagneming, pag. 835.

35 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , pag. 997.

36 Rapport NFI d.d. 29 oktober 2013, pag. 977 in combinatie met “tabel 1”, 2e rij, pag. 978.

37 Rapport NFI d.d. 29 oktober 2013, pag. 977 in combinatie met “tabel 1”, 4e rij, pag. 978.

38 Rapport NFI d.d. 29 oktober 2013, pag. 977 in combinatie met “tabel 1”, 4e rij, pag. 978

39 Bijlage bij rapport NFI d.d. 29 oktober 2013, pag. 981.

40 Bijlage bij rapport NFI d.d. 29 oktober 2013, pag. 982.

41 Rapport NFI d.d. 8 januari 2014, pag. 985.

42 Rapport NFI d.d. 10 januari 2014, pag. 989

43 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 september 2103, pag. 844.

44 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] d.d. 12 december 2013, pag. 995.

45 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] d.d. 11 december 2013, pag. 110.

46 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 september 2013, pag. 844 resp. 845.

47 Proces-verbaal van verhoor ‘getuige 1’, pag. 813 en proces-verbaal van verhoor ‘getuige 2’, pag. 816

48 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 3] , pag. 1009, alsmede proces-verbaal verhoor aangever, pag. 1052.

49 Proces-verbaal van werktuigsporenonderzoek d.d. 2 december 2013, pag. 937

50 Proces-verbaal van werktuigsporenonderzoek d.d. 2 december 2013, pag. 944 en pag. 938, 3e alinea.

51 Proces-verbaal “aangetroffen laptops” d.d. 17 december 2013, pag. 1050, alsmede stam proces-verbaal d.d. 24 februari 2014, pag. 1007.

52 Proces-verbaal verhoor aangever, pag. 1052-1053, alsmede proces-verbaal “aangetroffen laptops” d.d. 17 december 2013, pag. 1050.

53 Proces-verbaal van verhoor d.d. 12 december 2013 van [heler] , pag. 1057.

54 Proces-verbaal van verhoor d.d. 12 december 2013 van [heler] , pag. 1057.

55 Proces-verbaal van verhoor d.d. 5 februari 2014 van [heler] , pag. 1063

56 Proces-verbaal van verhoor [heler] d.d. 9 december 2013, pag. 513.

57 Verhoor van [heler] door de rechter-commissaris d.d. 26 september 2014 (pag. 2), alsmede het proces-verbaal van verhoor van [heler] d.d. 9 december 2013, pag. 513, laatste alinea.

58 Proces-verbaal van verhoor [heler] d.d. 9 december 2013, pag. 518. Desbetreffende foto is opgenomen op pag. 521.

59 Proces-verbaal d.d. 10 december 2013, pag. 522

60 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] d.d. 11 december 2013, pag. 110.

61 Proces-verbaal van verhoor [heler] d.d. 9 december 2013, pag. 518, laatste alinea.

62 Proces-verbaal van verhoor [heler] d.d. 11 december 2013, pag. 533, alsmede de weergave van een telefoongesprek op 31 oktober 2013 tussen [heler] en de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer] , pag. 1250. De foto betreft pag. 534.

63 Proces-verbaal d.d. 30 januari 2014, pag. 546.

64 Zie paragraaf 6.1. van dit arrest.

65 Zie paragraaf 6.1. van dit arrest.

66 Verklaring van [heler] , pag. 512.

67 Tapverslag, pag. 499.

68 Tapverslag, pag. 500.

69 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 9] d.d. 15 november 2013, pag. 1680-1682, en Bijlage weggenomen goederen d.d. 4 december 2013, pag. 1689-1693.

70 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 11 december 2013, pag. 1793, Lijst van inbeslaggenomen goederen, pag. 1794, en proces-verbaal doorzoeking d.d. 11 december 2013, pag. 1799 en 1800.

71 Proces-verbaal onderzoek kluis d.d. 11 december 2013, pag. 1803-1807.

72 Proces-verbaal verhoor getuige d.d. 13 december 2013, pag. 1826 en 1827

73 Bovenste foto op pag. 1797, als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 11 december 2013.

74 Proces-verbaal Sporenonderzoek d.d. 17 december 2013, pag. 1809, 5de alinea, Rapport dactyloscopisch onderzoek d.d. 6 januari 2014, pag. 1817 en 1818, alsmede rapport NFO d.d. 22 oktober 2014 (contra-expertise).

75 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 9] d.d. 15 november 2013, pag. 1681.

76 Tapverslag, pag. 1724 en 1725.

77 Tapverslag, pag. 1728 en 1729.

78 Tapverslag, pag. 1730 en 1731.

79 Tapverslag, pag. 1733 en 1734.

80 Tapverslag, pag. 1736

81 Tapverslag, pag. 1737.

82 Tapverslag, pag. 1739.

83 Tapverslag, pag. 1741.