Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:8534

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
10-11-2015
Datum publicatie
16-11-2015
Zaaknummer
200.172.180/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Eenhoofdig gezag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.172.180/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/18/144877 / FA RK 13-2736)

beschikking van de familiekamer van 10 november 2015

inzake

[verzoeker] ,

naar eigen zeggen wonende te [A] ,

verzoeker,

verder te noemen: de man,

advocaat: mr. M.J. Flach, kantoorhoudend te Groningen,

tegen

[verweerster],

wonende te [B] ,

verweerster,

verder te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. E. Leentjes, kantoorhoudend te Groningen.

1 Het geding in eerste aanleg

1.1

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 24 maart 2015, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 22 juni 2015, is de man in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking. De man verzoekt het hof die beschikking te vernietigen en, rechtdoende in hoger beroep, alsnog het inleidend verzoek van de vrouw af te wijzen.

2.2

Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 7 augustus 2015, heeft de vrouw het verzoek in hoger beroep van de man bestreden en geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de man, althans afwijzing van zijn verzoek in hoger beroep met bekrachtiging van de bestreden beschikking, zo nodig onder aanvulling of verbetering van de gronden.

2.3

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de brief met bijlagen en bijbehorend journaalbericht van mr. Flach van 2 september 2015. Bij brief van 1 juli 2015 heeft de Raad voor de Kinderbescherming (verder te noemen: de raad) het hof desgevraagd medegedeeld niet te beschikken over rapporten in deze zaak.

2.4

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 15 oktober 2015. Partijen en hun advocaten zijn daarbij verschenen.

3 De vaststaande feiten

3.1

Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad en hebben op basis van een samenlevingscontract met elkaar samengewoond.

3.2

Uit de relatie zijn twee thans nog minderjarige kinderen geboren, namelijk:
- [de minderjarige1] , geboren [in] 2005 in de gemeente
[B] (hierna: [de minderjarige1] ) en;

- [de minderjarige2] , geboren [in] 2007 in de gemeente
[B] (hierna: [de minderjarige2] ).

3.3

De man heeft [de minderjarige1] en [de minderjarige2] erkend. Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de kinderen.

3.4

Partijen hebben de relatie in 2010 beëindigd en hebben in dat kader een ouderschapsplan opgesteld, gedagtekend 24 december 2010, hetwelk op verzoek van de vrouw - naar de man stelt met zijn instemming - is opgenomen in een uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking van de rechtbank Groningen van 22 maart 2011.

3.5

In het ouderschapsplan zijn partijen onder meer overeengekomen dat partijen gezamenlijk belast blijven met het gezag over de kinderen, dat de kinderen hun hoofdverblijf bij de vrouw hebben en een contactregeling met de man en voorts hebben partijen afspraken gemaakt over de financiën, waaronder de door de man aan de vrouw verschuldigde kinderalimentatie.

3.6

De vrouw heeft op 27 november 2013 een verzoekschrift ingediend, waarin zij de rechtbank verzoekt te bepalen dat zij voortaan alleen zal zijn belast met het ouderlijk gezag over de minderjarigen [de minderjarige1] en [de minderjarige2] .

3.7

De man heeft op 25 februari 2014 een verweerschrift ingediend.

3.8

De rechtbank heeft de zaak behandeld ter zitting op 27 februari 2014. Partijen hebben daarna nog aktes genomen waarna de behandeling ter zitting is voortgezet ter terechtzitting van 23 januari 2015.

3.9

In de bestreden beschikking van 24 maart 2015 heeft de rechtbank vervolgens aldus beslist - uitvoerbaar bij voorraad - dat de vrouw alleen wordt belast met het gezag over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] .

4 De motivering van de beslissing

4.1

Ingevolge artikel 1:253n BW kan de rechter op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of van een van hen het gezamenlijk gezag beëindigen als nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing op grond waarvan het gezamenlijk gezag is ontstaan van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De rechter kan dan bepalen dat het gezag over een kind aan één van hen toekomt indien:

a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of b. wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

4.2

De rechtbank heeft in de bestreden beschikking geoordeeld dat aan de criteria voor gezagswijziging is voldaan. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat de communicatie tussen partijen ernstig is verstoord en de man lastig is te bereiken voor de vrouw en niet of nauwelijks reageert op door de vrouw verzonden e-mails en sms-berichten, waardoor de vrouw wordt belemmerd in een behoorlijke uitoefening van het gezag, hetgeen onder meer heeft geresulteerd in een voor de kinderen vervelend incident op Schiphol. Ook de afspraken die partijen via Skype hebben gemaakt zijn niet van de grond gekomen. Die situatie is volgens de rechtbank zeer onwenselijk gelet op het belang van de kinderen. Niet valt volgens de rechtbank te verwachten dat in deze situatie binnen afzienbare termijn een verandering ten positieve zal optreden.

4.3

De man kan zich niet vinden in die overwegingen en de daaruit voortvloeiende beslissing van de rechtbank. De man betwist in zijn beroepschrift in het bijzonder dat hij niet bereikbaar is geweest voor de vrouw en merkt op dat nergens blijkt uit de stukken dat de vrouw hem rechtstreeks benaderd heeft. Het incident waarbij de vrouw en de kinderen op Schiphol zijn gestrand medio juli 2014, omdat de toestemming van de man ontbrak voor een vakantie van de vrouw met de kinderen naar het buitenland, kan hem niet worden aangerekend. De man wist niet dat zijn toestemming daarvoor nodig was en merkt op dat een paar dagen tevoren, op 13 juli 2014, nog Skypecontact heeft plaatsgevonden tussen hem en de vrouw en de vrouw hem niet heeft geïnformeerd omtrent de vereiste toestemming. Dat incident kan daarom volgens de man niet aan de beslissing ten grondslag worden gelegd. De man betwist niet dat de communicatie tussen partijen beter moet maar merkt op dat partijen de intentie hebben uitgesproken om onder begeleiding van een deskundige te werken aan verbetering van de communicatie via een Ouderschap Na Scheiding traject (ONS-traject bij Elker; specialist in jeugd- en opvoedhulp en GGZ-hulp) en dat zulks daadwerkelijk van start is gegaan.

4.4

De vrouw heeft de grieven van de man bestreden in haar verweerschrift en is kort gezegd van mening dat de rechtbank terecht tot de conclusie is gekomen dat de man voor de vrouw onvoldoende bereikbaar is en de communicatie tussen partijen zeer te wensen overlaat, waardoor geen uitvoering kan worden gegeven aan het gezamenlijk gezag. De vrouw heeft voorts een toelichting gegeven op de schadelijke gevolgen van de situatie voor de kinderen. Beide kinderen hebben last van de onbereikbaarheid van de man en hebben teleurstellingen moeten incasseren. [de minderjarige2] is hierdoor erg teruggetrokken, verdrietig, overgevoelig en mist haar vader hetgeen ze dan uit door niet te willen spelen. [de minderjarige1] ondervindt problemen door de onzekerheid van de situatie. Hij heeft angststoornissen en problemen op school. De vrouw heeft hulp gezocht bij de GGz voor hem.

4.5

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is het hof gebleken dat partijen aanvankelijk de afspraken in het ouderschapsplan zijn nagekomen maar dat in de tweede helft van 2011 onenigheid tussen partijen daarover is ontstaan, waarbij klaarblijkelijk de kinderalimentatie een belangrijke rol speelde. De man heeft gesteld dat hij destijds zijn baan is kwijtgeraakt en de kinderalimentatie niet meer kon betalen. De vrouw heeft in dat kader beslag laten leggen op vermogensbestanddelen van de man en het LBIO ingeschakeld, hetgeen heeft geresulteerd in overneming van de inning door het LBIO. Een en ander heeft bijgedragen aan het oplopen van de spanningen tussen partijen. De man ziet, getuige diverse uitlatingen van zijn zijde in deze procedure, kennelijk een verband tussen zijn financiële situatie en de wijze waarop hij invulling dient te geven aan zijn overige ouderlijke verantwoordelijkheden. Begin april 2012 is de situatie geëscaleerd en heeft er een geweldsincident plaatsgevonden tussen partijen waarvan door beide partijen jegens de ander aangifte is gedaan bij de politie, maar dat niet tot een strafrechtelijke veroordeling van een van partijen heeft geleid. . Sinds dat incident is de bezoekregeling tussen de man en de kinderen gestagneerd en heeft de man de kinderen nog slechts enkele keren gezien (via de broer van de man en door middel van onaangekondigd bezoek). De man heeft na het laatste contact met de kinderen in 2012 afscheid van hen genomen en tegen hun gezegd dat hij ze pas weer zou zien als ze volwassen waren. In 2013 is er sporadisch contact geweest tussen de man en de kinderen. In 2014 is er helemaal geen georganiseerd contact geweest tussen de man en de kinderen, alleen een enkele keer skypecontact, op onregelmatige basis in de periode maart 2014 t/m december 2014 toen de man in Singapore (dan wel Indonesië zoals hij ter zitting heeft toegelicht) was voor werk. Eind december 2014 is de man naar eigen zeggen teruggekeerd naar Nederland. Begin 2015 is via Skype getracht tot herstel van de contacten te komen tussen de man en de kinderen maar uit de door de vrouw overgelegde Skypeverslagen blijkt dat de man meermalen niet op de afgesproken tijdstippen voor die Skypecontacten beschikbaar was en dat zulks, even zovele malen, tot teleurstelling bij de kinderen heeft geleid, hetgeen de man niet heeft betwist. De vrouw heeft in haar verweerschrift voorts toegelicht dat de man van 31 mei 2015 tot 12 juli 2015 wederom van de radar was verdwenen en zijn Skype-afspraken niet nakwam. Op 2 augustus 2015 heeft de man naar hij erkent voor de tweede keer de kinderen laten weten dat hij ze niet meer zal zien en spreken (skypen) tot ze achttien jaar zijn. De kinderen waren daardoor blijkens de toelichting van de vrouw zeer overstuur. Vervolgens stond de man op 1 september 2015 onaangekondigd bij de vrouw op de stoep.

4.6

Ondanks de moeilijke bereikbaarheid van de man en moeizame verstandhouding tussen partijen heeft de vrouw zich blijkens de stukken ervoor ingespannen om in het belang van de kinderen de onderlinge communicatie tussen partijen te verbeteren en de contacten tussen de man en de kinderen te herstellen dan wel te behouden, mede door inschakeling van derden. Na het geweldsincident in april 2012 is door de vrouw een hulpverleningstraject ingezet bij onder meer Stichting [C] (waarbij [de minderjarige1] aangemeld is voor psychologische hulp). Uit de stukken blijkt dat de vrouw de man meermalen heeft benaderd en dat ook in het kader van de hulpverlening pogingen zijn gedaan om de man erbij te betrekken maar dat zulks op problemen is gestuit doordat de man niet of moeilijk bereikbaar was voor de vrouw en de hulpverlening en/of doordat de man niet altijd een bekende woon- of verblijfplaats had. De man ziet blijkens zijn toelichting in het beroepschrift in het beslag dat is gelegd op (onder meer) zijn woning in Haren een beperkende factor voor hervatting van de contacten maar het hof is daarvan niet overtuigd geraakt en ziet hierin bevestigd dat de man door persoonlijke problematiek - die door hemzelf ook wordt erkend - wordt belemmerd in het nakomen van afspraken.

4.7

De man laat het aldus structureel afweten waar het gaat om zijn ouderlijke verantwoordelijkheden. en toont geen enkel inzicht in wat de onduidelijkheden rond het contact met hun vader voor de kinderen betekenen. Meermalen heeft de man de kinderen medegedeeld dat hij geen contact meer met hen kan hebben.Van zijn laatste Skypecontact met de kinderen heeft de vrouw een schriftelijke weergave overgelegd welke weergave de man heeft erkend. De man legt daarin de oorzaak van zijn problemen bij de vrouw en belast de kinderen hiermee(jullie moeder heeft het huis van pappa afgepakt…ik zal jullie missen maar dit is wel wat jullie mamma wil….jullie mamma heeft alle centjes van pappa afgepakt en het werk weggehaald…pappa wil jullie zien maar dat is iets wat jullie mamma niet wil...het is de schuld van mamma). Vanuit emotionele opwellingen kwetst en belast de man de kinderen op een zodanige wijze dat het hof dit als emotionele mishandeling beschouwt. De man heeft ter zitting wel erkend dat zijn opstelling naar de kinderen hun het gevoel zal hebben gegeven dat ze door hun vader in de steek zijn gelaten. Het hof heeft echter daarbij de indruk gekregen dat de ernst en de schadelijkheid van zijn gedrag niet tot hem zijn doorgedrongen. Ook legt hij de oorzaak van zijn gedrag buiten zichzelf door aan te voeren dat zijn gedrag en uitlatingen naar de kinderen zijn veroorzaakt door de moeilijke financiële situatie en woonsituatie waarin hij verkeert. Nog los van de vraag of, zoals de man vindt, de vrouw oorzaak is van die situatie, door in de slachtofferrol te gaan zitten en daar de kinderen mee te belasten stelt de man zijn eigen belangen boven die van de kinderen.

4.8

Voor zover de man heeft aangevoerd dat het zogenoemde 'Schipholincident' hem niet kan worden verweten overweegt het hof dat het niet alleen in het kader van de reisbescheiden voor de kinderen noodzakelijk is dat binnen afzienbare tijd beslissingen kunnen worden genomen over de kinderen, maar ook bijvoorbeeld in het kader van de hulpverlening voor de kinderen, de begeleiding voor dyslexie, behandeling in verband met psychische klachten en het doubleren van de kinderen op school waar de ouders ook zeggenschap in hebben. Het hof acht aannemelijk dat door de opstelling van de man dergelijke beslissingen niet voldoende adequaat kunnen worden genomen bij behoud van het gezamenlijk gezag.

4.9

Wat betreft het inmiddels ingezette ONS-traject bij Elker is het hof ter zitting gebleken dat de man zonder afmelding de intake op 24 augustus 2015 aan zich voorbij heeft laten gaan. Dat onderschrijft nog eens dat de man door zijn persoonlijke problematiek niet in staat is het belang van de kinderen voorop te stellen en onbetrouwbaar is in het nakomen van afspraken betreffende de kinderen. Daarbij bestaat overigens bovendien nog steeds enige onduidelijkheid omtrent de woon- en verblijfplaats van de man. In dit verband heeft de man aanvankelijk ter zitting verklaard dat hij bij zijn ouders woont terwijl hij later, aan het eind van de zitting, verklaarde in een vakantiewoning in [D] te verblijven.

4.10

Nu de man tot op heden geen probleeminzicht heeft getoond en zich niet uit eigen beweging met een adequate hulpvraag tot de hulpverlening heeft gewend, heeft het hof in deze procedure geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat binnen afzienbare tijd verandering zal komen in de hiervoor geschetste situatie. Het hof is dan ook van oordeel dat voldaan is aan voormelde criteria voor gezagswijziging en dat daarom het hoger beroep van de man moet worden afgewezen.

5 De slotsom

5.1

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen dient het hof de bestreden beschikking te bekrachtigen.

6 De beslissing

Het gerechtshof:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 24 maart 2015 waarvan beroep.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.B.E.M. Rikaart-Gerard, mr. A.W. Beversluis en
mr. J.G. Idsardi en is in het openbaar uitgesproken op 10 november 2015 in bijzijn van de griffier.