Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:8507

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
10-11-2015
Datum publicatie
12-11-2015
Zaaknummer
200.161.181/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Advocaat appellant heeft zich aan de zaak onttrokken. Voor appellant heeft zich geen nieuwe advocaat gesteld. Het recht om van grieven te dienen is daardoor komen te vervallen. Volgt verwerping van het beroep met veroordeling van appellant in de kosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.161.181/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/18/126948 / HA ZA 11-478)

arrest van 10 november 2015

in de zaak van

[appellant],

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: [appellant] ,

advocaat: voorheen mr. J.T. Schlepers, kantoorhoudend te Stadskanaal, die zich heeft onttrokken,

tegen

[geïntimeerde],

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: [geïntimeerde],

advocaat: mr. J.A. Venema, kantoorhoudend te Emmen.

1 Het geding in eerste instantie

1.1

In eerste aanleg is overwogen en beslist zoals weergegeven de vonnissen van 28 september 2011 en 23 mei 2012 van de toenmalige rechtbank Groningen, sector civielrecht, en de vonnissen van 10 juli 2013, 16 oktober 2013, 23 april 2014 en 27 augustus 2014 van de rechtbank Noord-Nederland, afdeling privaatrecht, locatie Groningen (hierna: de rechtbank).

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Bij exploot van 26 november 2014 is door [appellant] hoger beroep ingesteld van voormelde vonnissen met dagvaarding van [geïntimeerde] tegen de zitting van 16 december 2014. In de appeldagvaarding wordt geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden vonnissen en tot het alsnog afwijzen van de vorderingen van [geïntimeerde] , met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van het geding in beide instanties, uitvoerbaar bij voorraad.

2.2

Aangezien [appellant] het griffierecht niet (tijdig) had voldaan, hebben partijen op de rol van 3 februari 2015 een akte genomen ex art. 127a lid 2 Rv. Het bij deze gelegenheid door [appellant] gedane beroep op de hardheidsclausule is door het hof gehonoreerd, waarna de zaak verder is gegaan voor grieven.

2.3

Ter rolle van 17 maart 2015 heeft [appellant] niet van grieven gediend. [appellant] heeft vervolgens uitstel gekregen voor het nemen van de memorie van grieven tot 28 april 2015 en daarna tot 26 mei 2015. Op laatstgenoemde roldatum heeft [appellant] niet van grieven gediend, waarna hiervoor uitstel is verleend met 53 weken, ambtshalve peremptoir.

2.4

[geïntimeerde] heeft de zaak eerder opgebracht en heeft [appellant] partij peremptoir gesteld tegen de roldatum van 1 september 2015 en tijdig akte niet dienen aangezegd.

2.5

Op de rol van 1 september 2015 heeft [appellant] geen memorie van grieven genomen en aan [geïntimeerde] is akte niet dienen verleend. Op dezelfde roldatum heeft mr. Schlepers zich onttrokken aan de zaak en zijn cliënt schriftelijk gewezen op de gevolgen daarvan.

2.6

Voor het opnieuw stellen van een advocaat is aan [appellant] een uitstel van twee weken verleend tot 15 september 2015.

2.7

Op laatstgenoemde roldatum heeft zich geen nieuwe advocaat gesteld voor [appellant] .

2.8

[geïntimeerde] heeft op de rol van 29 september 2015 arrest gevraagd en daartoe de stukken overgelegd.

3 De beoordeling

3.1

Het hof overweegt dat aan [geïntimeerde] op de rol van 1 september 2015 ten onrechte akte niet dienen is verleend, aangezien aan [appellant] naar aanleiding van de onttrekking van zijn advocaat een nader uitstel van twee weken is verleend. Aangezien zich namens [appellant] ter rolle van 15 september 2015 geen nieuwe advocaat heeft gesteld, heeft [appellant] op laatstgenoemde roldatum niet (alsnog) van grieven gediend. De premature verlening van de akte niet dienen op de rol van 1 september 2015 heeft in dit geval daarom verder geen gevolgen.

3.2

[appellant] heeft de hem door het hof gestelde termijnen voor het nemen van de memorie van grieven ongebruikt laten verstrijken. Conform art. 6.4 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de hoven (Lpr) is hierdoor het recht van [appellant] om alsnog van grieven te dienen, komen te vervallen.

3.3

Nu [appellant] geen grieven heeft ontwikkeld tegen de vonnissen waarvan beroep, en in aanmerking nemend dat de bestreden vonnissen van de rechtbank niet in strijd zijn met rechtsregels van openbare orde, zal het hoger beroep van [appellant] worden verworpen.

3.4

[appellant] moet in hoger beroep worden beschouwd als de in het ongelijk te stellen partij. Het hof zal [appellant] dan ook veroordelen in de kosten van het geding in hoger beroep (salaris advocaat: ½ punt in tarief II).

De beslissing

Het gerechtshof:

verwerpt het hoger beroep van [appellant] ;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep en stelt die kosten aan de zijde van [geïntimeerde] tot aan deze uitspraak vast op € 1.920,- aan verschotten en op € 447,- aan geliquideerd salaris voor de advocaat.

Dit arrest is gewezen door mr. J.H. Kuiper, mr. L. Groefsema en mr. D.H. de Witte, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 10 november 2015.