Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:8075

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
27-10-2015
Datum publicatie
31-12-2015
Zaaknummer
200.158.810
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:GHARL:2017:8229
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ongerechtvaardigde verrijking

Glassolutions levert glaswanden aan Unispace, die deze monteert in een bedrijfshal van Van de Ven. De glaswanden blijken gebrekkig te zijn. Van de Ven vordert herstel door Unispace, die daarop Glassolutions aanspreekt. De verzekeraar van de producent van de glasplaten keert aan Glassolutions € 115.000 uit voor de montagekosten van de glasplaten. Nieuwe glasplaten worden door de producent rechtstreeks aan Van de Ven geleverd. Nog voordat Unispace tot herstel kan overgaan, gaat zij failliet. Van de Ven gaat zelf over tot montage van de nieuwe glasplaten en vordert de plaatsingskosten van Glassolutions, stellende dat Glassolutions is verrijkt door de verzekeringsuitkering van € 115.000 niet aan haar te betalen, maar te behouden. Glassolutions stelt dat zij verplicht was op grond van een vaststellingsovereenkomst het bedrag aan Unispace te betalen. Het hof overweegt dat als die afspraak niet komt vast te staan, Glassolutions ongerechtvaardigd is verrijkt ten opzichte van Van de Ven door de verzekeringsuitkering te behouden. Er volgt een bewijsopdracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.158.810

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland C/16/359074)

arrest van 27 oktober 2015

in de zaak van

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Van de Ven Beheer B.V.,

gevestigd te Eersel,

appellante,

hierna: Van de Ven,

advocaat: mr. M.J.G. Pennings,

tegen:

de naamloze vennootschap

Koninklijke Saint-Gobain Glass Nederland N.V.,

handelende onder de naam Glassolutions,

gevestigd te Amersfoort,

geïntimeerde,

hierna: Glassolutions,

advocaat: mr. G.P. Lobé.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 12 maart 2014 en 16 juli 2014 die de rechtbank Midden-Nederland tussen Van de Ven als eiseres en Glassolutions als geïntimeerde heeft gewezen.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

■ de dagvaarding in hoger beroep d.d. 14 oktober 2014,

■ de memorie van grieven,

■ de memorie van antwoord.

2.2

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

3 De vaststaande feiten

3.1

Van de Ven Beheer staat aan het hoofd van de Vencogroep, een groep van ondernemingen die wereldwijd stalinstallaties levert voor leghennen en vleeskuikens, eierverwerkingssystemen, mestdroogbandsystemen en stalklimaatinrichtingen. In 2011 heeft Van de Ven besloten tot de realisatie van de Venco Campus. De opening van de Venco Campus heeft plaatsgevonden op 13 september 2012 door Zijne Koninklijke Hoogheid (destijds kroonprins) Willem-Alexander.

3.2

Onderdeel van het ontwerp was een groot aantal in glas uitgevoerde wandsystemen. De realisatie daarvan is uitbesteed aan Unispace Project B.V. (hierna Unispace Project). Op 29 mei 2012 is Van de Ven met Unispace Project een overeenkomst aangegaan voor de levering en plaatsing van de wandsystemen. De levering bestond uit een groot aantal glaswanden, plafondelementen en glasdeuren met bijbehorende elementen. De totale aanneemsom bedroeg € 817.072,38 exclusief BTW.

3.3

Unispace B.V., een zustervennootschap van Unispace Project (hierna: Unispace), heeft de betreffende glasplaten ingekocht bij Glassolutions. Glassolutions heeft de glasplaten gekocht bij een Duitse producent, Semco Glastechnik GmbH te Nordhorn (hierna Semcoglas).

3.4

De levering van het glas heeft medio 2012 plaatsgevonden. Unispace Project heeft het glas verwerkt tot glaselementen. Deze zijn in de maanden juni en juli 2012 geplaatst. Tijdens de plaatsing van de elementen bleek dat een aantal glaselementen spontane glasbreuk vertoonden. Van de Ven heeft Unispace Project vervolgens aansprakelijk gesteld en Unispace Project heeft aansprakelijkheid geaccepteerd. Unispace heeft Glassolutions vervolgens aansprakelijk gesteld en kosteloze vervanging van de glasplaten en een vergoeding voor de in- en uitbouw geëist. Glassolutions heeft vervolgens Semcoglas aansprakelijk gesteld.

3.5

Omdat er niet meteen vervangend glas beschikbaar was en Van de Ven onder tijdsdruk stond wegens de geplande opening op 13 september 2012, heeft Van de Ven in overleg met Unispace Project besloten om het breukglas te verwerken. De glaselementen zijn op de kop geplaatst waardoor er minder spanning kwam op de slechte zijde van het glaspaneel. Daarmee werd het risico op spontaan springen verkleind. Onderdeel van de afspraak was dat de elementen te gelegener tijd door Unispace Project vervangen zouden worden.

3.6

Uit onderzoek naar de deugdelijkheid van de glasplaten is gebleken dat er sprake is geweest van een productiefout, waardoor de door Semcoglas geleverde platen spontaan kapot sprongen. Semcoglas heeft de aansprakelijkheid erkend en aan Glassolutions meegedeeld dat zij nieuwe glasplaten zou leveren.

3.7

Op 7 mei 2013 zijn Unispace Project en Unispace failliet verklaard.

3.8

Op 14 en 15 mei 2013 heeft Semcoglas in opdracht van Glassolutions nieuwe glasplaten geleverd aan Van de Ven.

3.9

Semcoglas heeft op 20 mei 2013 € 115.000,- betaald aan Glassolutions in verband met de kosten van herplaatsing van de glasplaten. Semcoglas had dit bedrag uitgekeerd gekregen van haar verzekeraar.

3.10

Bij brief van 28 mei 2013 heeft de curator van Unispace Project laten weten dat Unispace Project geen werkzaamheden meer zal uitvoeren. Glassolutions heeft Van de Ven bericht niet bereid te zijn de vervanging van de glasplaten uit te voeren.

3.11

Begin augustus 2013 heeft Van de Ven een start gemaakt met de vervanging van de glaselementen. Bij de verwerking van de nieuwe glaselementen bleek opnieuw sprake van gebreken. Enkele glasplaten waren gebroken, een deel van de glasplaten had een verkeerde maatvoering en de glasplaten waren verkeerd gestickerd. Daarnaast waren er 54 glasplaten waarop een waas te zien was. In opdracht en voor rekening van Glassolutions heeft Novuscan te Zaandam de glasplaten schoongemaakt. Verder zijn glasplaten nageleverd. Van de Ven heeft Van Ginkel Afbouw opdracht gegeven om voor verwijdering van de gebrekkige glasplaten en vervanging door de nieuwe glasplaten zorg te dragen.

4 De motivering van de beslissing in hoger beroep

4.1

Van de Ven vordert, voor zover in hoger beroep nog van belang, een verklaring voor recht dat Glassolutions ongerechtvaardigd is verrijkt, althans onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door de verzekeringsuitkering van € 115.000,- te behouden en niet aan haar uit te keren ter dekking van de door haar gemaakte kosten van vervanging van de glasplaten, althans dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat Glassolutions jegens haar een beroep op verrekening heeft gedaan met een vordering die Glassolutions stelt te hebben op Unispace. Van de Ven vordert verder veroordeling van Glassolutions tot betaling van € 123.228,34, te vermeerderen met wettelijke rente en kosten. De rechtbank heeft in het bestreden vonnis van 16 juli 2014 de vorderingen, die in eerste aanleg nog op enkele andere grondslagen waren gebaseerd, afgewezen. Van de Ven is daarvan in hoger beroep gekomen onder aanvoering van zes grieven. Glassolutions heeft verweer gevoerd.

4.2

De grieven 1 tot en met 3 hebben betrekking op de feitenvaststelling door de rechtbank. In 3.1 tot en met 3.11 heeft het hof, rekening houdend met deze grieven, de vaststaande feiten opnieuw vastgesteld, in verband waarmee de grieven verder geen behandeling behoeven.

4.3

Glassolutions betwist dat zij ongerechtvaardigd is verrijkt of onrechtmatig heeft gehandeld door de kosten van Van de Ven wegens vervanging van de glasplaten niet te vergoeden door middel van de verzekeringsuitkering van € 115.000,-. Zij stelt dat zij op grond van een op 26 februari 2013 overeengekomen vaststellingsovereenkomst tussen Glassolutions en Semcoglas en hun verzekeraars en Unispace gehouden was de verzekeringsuitkering van € 115.000,- aan Unispace te betalen. Zij heeft aan deze opeisbare verbintenis voldaan door middel van verrekening met enkele opeisbare verbintenissen, waarvan Unispace schuldenaar was en waarvan het totaal volgens haar € 155.594,45 bedroeg.

4.4

Van de Ven betwist de gestelde vaststellingsovereenkomst. Zij stelt dat (1) noch Unispace noch Unispace Projects haar schade heeft vergoed, (2) deze vennootschappen geen schade hebben geleden, nu de curator heeft aangegeven niet te zullen zorgdragen voor vervanging van de glasplaten en de vervangende glasplaten zijn geleverd door een voorschakel in de keten, (3) Unispace daarom geen vordering op Glassolutions had en (4) de verrekening door Glassolutions geen effect heeft gesorteerd wegens het ontbreken van een tegenover de vordering van Glassolutions staande vordering van Unispace, zodat (5) de verzekeringsuitkering van € 115.000,- zich nog steeds in het vermogen van Glassolutions bevindt en (6) Glassolutions ongerechtvaardigd wordt verrijkt door de uitkering niet te besteden aan datgene waarvoor de verzekeraar van Semcoglas de uitkering heeft gedaan, namelijk bestrijding van de kosten van vervanging van de glasplaten, (7) welke kosten zijn gedragen door Van de Ven die (8) daarmee is verarmd.

4.5

Het hof overweegt dat als vast komt te staan dat Glassolutions geen verplichting had € 115.000,- aan Unispace te betalen, zij met dit bedrag is verrijkt door het te behouden en niet te besteden aan het doel, waarvoor de verzekeraar van Semcoglas de uitkering had gedaan, te weten het zelf uitvoeren van de vervangingswerkzaamheden of het schadeloos stellen van Van de Ven voor deze kosten tot het bedrag van de uitkering. Deze verrijking is ongerechtvaardigd tegenover Van de Ven die dientengevolge is verarmd doordat zij deze kosten heeft gedragen, omdat er geen redelijke grond is aan te wijzen, waarom Glassolutions het ontvangen bedrag mocht behouden zonder het aan het doel te besteden.

4.6

Omdat Van de Ven er zich op beroept dat Glassolutions is verrijkt en Glassolutions dit betwist, zal het hof Van de Ven toelaten tot het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat Glassolutions geen verplichting had de verzekeringsuitkering van € 115.000,- te betalen aan Unispace.

4.7

Glassolutions betwist de verarming van Van de Ven. Zij voert aan dat Van de Ven posten in haar schadebegroting heeft opgenomen die geen verband houden met de vervanging van de glasplaten en dat mogelijk de CAR-verzekeraar van Van de Ven een uitkering heeft gedaan ter dekking van de schade wegens de vervanging van de glasplaten. Het hof zal daarom Van de Ven toelaten tot het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat de voor haar rekening komende schade € 123.228,34 bedraagt, althans tenminste
€ 115.000,-.

4.8

Van de Ven heeft betwist dat Unispace een schuld aan Glassolutions had van ± € 155.000,-. Het hof nodigt Glassolutions uit om in aanvulling op productie 10 memorie van antwoord, waarop Van de Ven nog niet heeft kunnen reageren, nadere stukken in het geding te brengen, bij voorkeur ook correspondentie van de curator, waaruit blijkt dat Unispace ten tijde van de door Glassolutions gestelde verrekening een schuld aan haar had van € 155.594,45.

4.9

De behandeling van de grieven 4, voor zover gebaseerd op onrechtmatig handelen van Glassolutions, 5 en 6 houdt het hof aan tot na bewijslevering.

4.10

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

laat Van de Ven toe tot het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit blijkt (1) Glassolutions geen verplichting had de verzekeringsuitkering van € 115.000,- te betalen aan Unispace en (2) de voor haar rekening komende schade ter zake van de vervanging van de glasplaten € 123.228,34 bedraagt, althans tenminste € 115.000,-;

bepaalt dat, indien Van de Ven uitsluitend bewijs door bewijsstukken wenst te leveren, zij die stukken op de roldatum 24 november 2015 (vier weken na arrestdatum) in het geding dient te brengen,

bepaalt dat, indien Van de Ven dat bewijs (ook) door middel van getuigen wenst te leveren, het verhoor van deze getuigen zal geschieden ten overstaan van het hierbij tot raadsheer-commissaris benoemde lid van het hof mr. F.J. de Vries, die daartoe zitting zal houden in het paleis van justitie aan de Walburgstraat 2-4 te Arnhem en wel op een nader door deze vast te stellen dag en tijdstip;

bepaalt dat partijen, beide vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte en tot het beantwoorden van vragen in staat is, bij het getuigenverhoor aanwezig dienen te zijn opdat hun naar aanleiding van de getuigenverklaringen vragen kunnen worden gesteld en om na afloop van het getuigenverhoor te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden;

bepaalt dat Van de Ven het aantal voor te brengen getuigen alsmede de verhinderdagen van beide partijen, van hun advocaten en van de getuigen zal/zullen opgeven op de roldatum 10 november 2015 (twee weken na arrestdatum), waarna dag en uur van het verhoor (ook indien voormelde opgave van een of meer van partijen ontbreekt) door de raadsheer-commissaris zullen worden vastgesteld;

bepaalt dat Van de Ven overeenkomstig artikel 170 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de namen en woonplaatsen van de getuigen tenminste een week voor het verhoor aan de wederpartij en de griffier van het hof dient op te geven;

bepaalt dat indien een partij bij gelegenheid van het getuigenverhoor nog een proceshandeling wenst te verrichten of producties in het geding wenst te brengen, waaronder de in 4.8 bedoelde stukken, deze partij ervoor dient te zorgen dat het hof en de wederpartij uiterlijk twee weken voor de dag van de zitting een afschrift van de te verrichten proceshandeling of de in het geding te brengen producties hebben ontvangen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. W.L. Valk, F.J. de Vries en C.J.M. Klaassen, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2015.