Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:806

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
10-02-2015
Datum publicatie
10-02-2015
Zaaknummer
21-006086-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling ter zake van belaging en van bedreiging tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-006086-13

Uitspraak d.d.: 10 februari 2015

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland van 1 juli 2013 met parketnummer 05-701942-12 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 05-016136-12, in de strafzaak tegen

[Verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op[geboortedatum],

wonende te [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 27 januari 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. S. Grilk, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2012 tot en met 3 december 2012 te Elst, althans in de gemeente Overbetuwe, in elk geval in Nederland, (telkens) wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [aangeefster 1], in elk geval van een ander, met het oogmerk die [aangeefster 1], in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft hij, verdachte, in voornoemde periode

- meermalen, althans eenmaal, (onnodig) (met de auto) langs/om/rond de woning van die [aangeefster 1] gereden en/of (telkens) onnodig geclaxonneerd/getoeterd en/of

- meermalen, althans eenmaal, (een) ei(eren) richting de woning van die [aangeefster 1] gegooid en/of

- meermalen, althans eenmaal, planten uit (een) plantenbak(ken) van die [aangeefster 1] getrokken/weggenomen;

2 primair:
hij op of omstreeks 27 mei 2012 te Elst, gemeente Overbetuwe, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om opzettelijk [aangever 2] en/of [aangeefster 1] en/of [getuige 1] en/of [getuige 2] van het leven te beroven, opzettelijk (met hoge snelheid) als bestuurder van een personenauto/voertuig (op de openbare weg) met die/dat personenauto/voertuig op de/het personenauto/voertuig, van/waarin zich als inzittende(n) deze [aangever 2] en/of [getuige 1] en/of [aangeefster 1] en/of [getuige 2] bevond(en), is in-/toe/afgereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2 subsidiair:
hij op of omstreeks 27 mei 2012 te Elst, gemeente Overbetuwe, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om aan[aangever 2] en/of [aangeefster 1] en/of [getuige 1] en/of [getuige 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, opzettelijk (met hoge snelheid) als bestuurder van een personenauto/voertuig (op de openbare weg) met die/dat personenauto/voertuig, waarin zich als inzittende(n) deze [aangever 2] en/of [getuige 1] en/of [aangeefster 1] en/of [getuige 2] bevond(en), is in-/toe/-afgereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2 meer subsidiair:
hij op of omstreeks 27 mei 2012 te Elst, gemeente Overbetuwe, [aangever 2] en/of[aangeefster 1] en/of [getuige 1] en/of [getuige 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, door opzettelijk dreigend (met hoge snelheid) als bestuurder van een personenauto/voertuig (op de openbare weg) met die/dat personenauto/voertuig op de/het personenauto/voertuig, waarin zich als inzittende(n) deze [aangever 2] en/of [getuige 1] en/of [aangeefster 1] en/of [getuige 2] bevond(en), is in-/toe-/afgereden;

2 meest subsidiair:
hij op of omstreeks 27 mei 2012 te Elst, gemeente Overbetuwe, als bestuurder van een voertuig (personenauto (van het merk Opel Astra)), daarmee rijdende op de weg, (Rijksweg-Zuid), (ter hoogte van het viaduct/verkeerslichten richting/nabij de A15), (terwijl het verkeerslicht op rood stond), (met hoge snelheid) is (door)gereden en/of op een personenauto/voertuig (waarin zich als inzittende(n) [aangever 2] en/of [aangeefster 1] en/of [getuige 1] en/of [getuige 2] bevond(en)), is in-/toe-/afgereden door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;


3:
hij op of omstreeks 17 juni 2012 te Bemmel, althans in de gemeente Lingewaard, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [aangever 2]),

- bij de keel heeft gepakt en/of

- bij de polsen heeft gepakt en/of

- op/tegen de borstkas, althans het lichaam, heeft geduwd (waarbij deze [aangever 2] op de grond is gevallen),

waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden; (parketnummer 05-800074/13).

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 2 primair, 2 subsidiair en 3 tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Met betrekking tot feit 3 is het hof van oordeel dat op grond van de verklaringen van verdachte en van [aangever 2] niet buiten redelijke twijfel is komen vast te staan dat verdachte [aangever 2] opzettelijk pijn of letsel heeft toegebracht.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Verdachte heeft de aan hem onder feit 1 ten laste gelegde belaging in grote lijnen bekend.

Het hof is van oordeel dat het door en namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het onder 2 meer subsidiair tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. Dat de aard van de gedragingen van verdachte bedreigend was, leidt het hof af uit de verklaringen van de getuigen. In het bijzonder uit de verklaring van [aangever 2] – waaraan het hof geloof hecht - dat er sprake was van oogcontact met verdachte, leidt het hof af dat verdachte de bedreigende verkeersmanoeuvre met zijn auto – waarbij naar van algemene bekendheid de kans op zwaar lichamelijk letsel aanmerkelijk is - willens en wetens verrichtte.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2012 tot en met 3 december 2012 te Elst, althans in de gemeente Overbetuwe, in elk geval in Nederland, (telkens) wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van[aangeefster 1], in elk geval van een ander, met het oogmerk die [aangeefster 1], in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft hij, verdachte, in voornoemde periode

- meermalen, althans eenmaal, (onnodig) (met de auto) langs/om/rond de woning van die [aangeefster 1] gereden en/of (telkens) onnodig geclaxonneerd/getoeterd en/of

- meermalen, althans eenmaal, (een) ei(eren) richting de woning van die [aangeefster 1] gegooid en/of

- meermalen, althans eenmaal, planten uit (een) plantenbak(ken) van die [aangeefster 1] getrokken/weggenomen;

2 meer subsidiair:
hij op of omstreeks 27 mei 2012 te Elst, gemeente Overbetuwe, [aangever 2] en/of [aangeefster 1] en/of [getuige 1] en/of [getuige 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, door opzettelijk dreigend (met hoge snelheid) als bestuurder van een personenauto/voertuig (op de openbare weg) met die/dat personenauto/voertuig op de/het personenauto/voertuig, waarin zich als inzittende(n) deze [aangever 2] en/of [getuige 1] en/of [aangeefster 1] en/of [getuige 2] bevond(en), is in-/toe-/afgereden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

belaging.

het onder 2 meer subsidiair bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Gelet op de ernst van de feiten en de duur van de belaging is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in beginsel passend. Dit geldt temeer nu verdachte kort na een veroordeling voor belaging door de politierechter van mevrouw [aangeefster 1] met het lastig vallen is verder gegaan. Ter terechtzitting in hoger beroep is echter gebleken dat verdachte vrijwillig professionele hulp heeft gezocht voor zijn problemen. Voorts heeft hij intussen werk gevonden en heeft hij een nieuwe relatie. Van nieuwe problemen tussen verdachte en zijn ex-vriendin mevrouw [aangeefster 1] is niet gebleken. Gelet op die omstandigheden zal het hof volstaan met de oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf, beide van de hierna aan te geven duur.

De advocaat-generaal heeft aangevoerd dat op grond van artikel 22b, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht een taakstraf niet kan worden opgelegd omdat aan verdachte in 2012 een taakstraf is opgelegd voor een soortgelijk misdrijf.

Het hof overweegt hierover dat volgens de rechtspraak van de Hoge Raad een taakstraf gelet op artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht niet kan worden opgelegd indien de verdachte die eerder opgelegde taakstraf daadwerkelijk heeft verricht dan wel op grond van artikel 22g Sr de tenuitvoerlegging is bevolen van de vervangende hechtenis. Uit het dossier – in het uit bijzondere het uittreksel justitiële documentatie d.d. 29 december 2014 – blijkt hier niet van. Daarom is het opleggen van een taakstraf in de onderhavige zaak wel degelijk mogelijk.

Vordering van de benadeelde partij [aangeefster 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.357,-. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 800,-. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de Politierechter te Arnhem van 18 april 2012 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf, parketnummer 05-016136-12. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom kan de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. Het hof ziet aanleiding om dat slechts voor een gedeelte van die straf te doen.

Op grond van hetgeen omtrent de veroordeelde ter terechtzitting is gebleken, zal het hof in plaats van een last tot tenuitvoerlegging van deze vrijheidsstraf een taakstraf van te melden duur gelasten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14g, 14h, 14i, 14j, 22c, 22d, 36f, 57, 285 en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 primair, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 meer subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [aangeefster 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [aangeefster 1] ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 800,00 (achthonderd euro) bestaande uit € 57,00 (zevenenvijftig euro) materiële schade en € 743,00 (zevenhonderddrieënveertig euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [aangeefster 1], ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 800,00 (achthonderd euro) bestaande uit € 57,00 (zevenenvijftig euro) materiële schade en € 743,00 (zevenhonderddrieënveertig euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 (zestien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering tenuitvoerlegging

Gelast de gedeeltelijke tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Arnhem van 18 april 2012, parketnummer 05-016136-12, te weten van gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, namelijk voor de duur van één maand, te vervangen door:

taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. M. Barels, voorzitter,

mr. J.A.W. Lensing en mr. M.L.H.E. Roessingh-Bakels, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. W.B. Kok, griffier,

en op 10 februari 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.