Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:802

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
03-02-2015
Datum publicatie
10-02-2015
Zaaknummer
200.156.286-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Rechtbank splitst nevenverzoek over de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden af. Vrouw richt geen grieven tegen het einduitspraakgedeelte over de echtscheiding en de overige nevenvoorzieningen. Niet-ontvankelijk. Kostenveroordeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2015-0056
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.156.286/01

(zaaknummer rechtbank Overijssel C/08/150468/ ES RK 14-120)

beschikking van de familiekamer van 3 februari 2015

inzake

[verzoekster],

wonende te [A],

verzoekster in hoger beroep,

verder te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. N.P. Scholte, kantoorhoudend te 's-Hertogenbosch,

tegen

[verweerder] ,

wonende te [A],

verweerder in hoger beroep,

verder te noemen: de man,

advocaat: mr. R.H. Broeksema, kantoorhoudend te Zwolle.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 19 juni 2014, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift, ingekomen op 17 september 2014;

- het verweerschrift;

- het journaalbericht van mr. Scholte van 6 oktober 2014 met bijlagen, ingekomen op 7 oktober 2014;

- het journaalbericht namens mr. Broeksema van 13 oktober 2014 met bijlage, ingekomen op 14 oktober 2014;

- het journaalbericht van mr. Broeksema van 16 oktober 2014, ingekomen op diezelfde datum;

- het journaalbericht van mr. Scholte van 16 oktober 2014, ingekomen op diezelfde datum;

- het journaalbericht van mr. Scholte van 11 december 2014 met bijlagen, ingekomen op 12 december 2014.

2.2

De mondelinge behandeling heeft op 13 januari 2015 plaatsgevonden. Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten. Mr. Scholte heeft mede het woord gevoerd aan de hand van de overgelegde pleitnotities. Zoals van tevoren aan partijen was medegedeeld is tijdens de mondelinge behandeling uitsluitend de ontvankelijkheid van de vrouw in het door haar ingestelde appel besproken.

3 De motivering van de beslissing

De ontvankelijkheid van het appel

3.1

Bij beschikking van 19 juni 2014 heeft de rechtbank onder zaaknummer C/08/150468 / ES RK 14-120 de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en een aantal nevenvoorzieningen getroffen. Blijkens de overwegingen is de eindbeslissing met betrekking tot de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden, en daarmee ook het verzoek van de vrouw de man te veroordelen tot betaling van € 281.716,- aan de vrouw, aangehouden.

De nevenverzoeken dienaangaande zijn afgesplitst en voor verdere afdoening geregistreerd onder zaaknummer 157258 ES RK 14-1498. In het dictum is de beslissing met zaaknummer 157258 ES RK 14-1498 aangehouden. Alvorens verder te beslissen heeft de rechtbank de man en de vrouw verzocht om conform artikel 9.2 van het Procesreglement scheidingsprocedure uiterlijk op 6 november 2014 inlichtingen te verstrekken omtrent de door ieder van hen voorgestelde wijze van afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden.

3.2

De vrouw heeft op 17 september 2014 tegen de onder zaaknummer C/08/150468 / ES RK 14-120 gegeven beschikking van 19 juni 2014 hoger beroep ingesteld. Zij verzoekt het hof die beschikking te vernietigen en opnieuw recht doende 1) de man te veroordelen tot betaling aan haar van de vordering uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst van

€ 150.000,- zodra de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand en 2) de man te veroordelen tot betaling aan haar van het erkende deel ad

€ 129.216,- van de vordering uit hoofde van geldlening. De grieven van de vrouw in hoger beroep hebben aldus uitsluitend betrekking op het oordeel van de rechtbank over de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden.

3.3

Aangezien het oordeel van de rechtbank met betrekking tot een deel van de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden, te weten welke betekenis moet worden toegekend aan de door partijen opgemaakte vaststellingsovereenkomst van 10 augustus 2009, is gegeven in de rechtsoverwegingen van de beschikking, terwijl in het dictum de beslissing met betrekking tot de (volledige) afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden is aangehouden, is de beschikking van de rechtbank in zoverre een tussenbeschikking. Ingevolge artikel 358 lid 4 Rv kan hoger beroep van een tussenbeschikking slechts tegelijk met dat van de eindbeschikking worden ingesteld, tenzij de rechter anders heeft bepaald. Omdat de rechtbank niet anders heeft bepaald moet de vrouw niet-ontvankelijk worden verklaard in het door haar ingestelde hoger beroep. Dit zou anders zijn indien de vrouw in het appelschrift tevens grieven had gericht tegen het einduitspraakgedeelte van de beschikking, inhoudende de echtscheiding en de overige nevenvoorzieningen, niet zijnde de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden, maar het appelschrift houdt zodanige grieven niet in (vgl. ECLI:NL:HR:2011:BQ2306).

De proceskosten

3.4

Aangezien het vaste jurisprudentie is dat van dit soort tussenbeschikkingen geen appel mogelijk is, acht het hof het redelijk om de vrouw in de proceskosten van de man te veroordelen. Het verzoek van de man daartoe zal worden toegewezen.

3.5

De proceskosten van de man in hoger beroep bestaan uit het door hem verschuldigde griffierecht van € 308,- en het salaris van zijn advocaat. Overeenkomstig het forfaitaire liquidatietarief worden de advocaatkosten begroot op € 1.788,- (tarief II, 2 punten, € 894,- per punt: 1 punt voor het verweerschrift in rekestprocedures, 1 punt voor de mondelinge behandeling bij het hof).

4 De slotsom

4.1

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof beslissen als na te melden.

5 De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in het door haar ingestelde hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 19 juni 2014;

veroordeelt de vrouw in de kosten van deze procedure en begroot die tot aan deze uitspraak aan de zijde van de man op € 1.788,- aan advocaatkosten en op € 308,- aan griffierechten.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.P. den Hollander, mr. G.M. van der Meer en

mr. E.B.E.M. Rikaart-Gerard, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van

3 februari 2015 in het bijzijn van de griffier.