Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:7993

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
22-10-2015
Datum publicatie
22-10-2015
Zaaknummer
21-008865-13
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2013:4582, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaard zijn een bedreiging met zware mishandeling, een poging tot het teweeg brengen van een ontploffing met gevaar voor personen en goederen en een vernieling. De beroepen op noodweer en psychische overmacht worden verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-008865-13

Uitspraak d.d.: 22 oktober 2015

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 15 november 2013 met parketnummer 05-720787-12 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1965] ,

wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 8 oktober 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 3 jaar, met aan de proeftijd verbonden bijzondere voorwaarden zoals deze door de rechtbank waren opgelegd, alsmede tot een taakstraf van 240 uren. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij deels niet-ontvankelijk wordt verklaard en deels wordt afgewezen. De vordering van de advocaat-generaal is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en haar raadsman, mr. K. Kok, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1:
zij op of omstreeks 09 mei 2012 te [plaats] [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, door opzettelijk dreigend meermalen, althans eenmaal, met een mes in de buik van die [slachtoffer 1] te prikken en/of een mes tegen de buik van die [slachtoffer 1] te zetten en vervolgens die [slachtoffer 1] in een hoek te duwen en/of een mes voor die [slachtoffer 1] heen en weer te bewegen en/of de punt van een mes in de nek van die [slachtoffer 1] te duwen en/of een mes tegen de nek van die [slachtoffer 1] te zetten en/of vervolgens die [slachtoffer 1] in de richting van de telefoon te duwen en te zeggen dat hij, die [slachtoffer 1] , zijn kinderen moet bellen.

2 primair:
zij op of omstreeks 10 mei 2012 te [plaats] , ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf opzettelijk een ontploffing teweeg brengen terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was, vier gaspitten van het gasfornuis in de woning op het adres [plaats] heeft opengedraaid en/of (vervolgens) een aansteker in haar hand heeft genomen en/of gehouden, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten de woning en/of de goederen in of nabij de woning op het adres [plaats] en/of de aangrenzende woningen en/of de goederen in of nabij de aangrenzende woningen te duchten was en/of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel van de personen die zich bevonden in de aangrenzende woningen, althans die zich bevonden in de nabijheid van de woning op het adres [plaats] , te duchten was, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2 subsidiair:
zij op of omstreeks 10 mei 2012 te [plaats] hoofdagent van politie [slachtoffer 2] en/of hoofdagent van politie [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, hierin bestaande dat verdachte opzettelijk dreigend een aansteker heeft vastgehouden en heeft gedreigd deze te gebruiken en/of (daarbij) voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Als jullie de woning binnenkomen dan blaas ik de boel op", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

3:
zij in of omstreeks de periode van 9 mei 2012 tot en met 10 mei 2012 te [plaats] opzettelijk en wederrechtelijk een televisietoestel en/of een digitale ontvanger en/of kleding uit een raam van de woning op het adres [plaats] heeft gegooid, en aldus dat televisietoestel en/of die digitale ontvanger en die kleding, in elk geval enig goed of goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar heeft gemaakt.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs van het onder 1 tenlastegelegde

De verdediging stelt zich op het standpunt dat verdachte moet worden vrijgesproken van het haar onder 1 tenlastegelegde, omdat zij niet de intentie had om aangever te bedreigen.

Het hof verwerpt dit verweer en overweegt daartoe het volgende. Het ten aanzien van feit 1 door de verdediging gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Voor de bewezenverklaring gaat het hof uit van de verklaring van aangever, nu deze verklaring door het hof geloofwaardig wordt geacht en door verschillende bewijsmiddelen wordt ondersteund.

Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 primair en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1:
zij op of omstreeks 09 mei 2012 te [plaats] [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, door opzettelijk dreigend meermalen, althans eenmaal, met een mes in de buik van die [slachtoffer 1] te prikken en/of een mes tegen de buik van die [slachtoffer 1] te zetten en vervolgens die [slachtoffer 1] in een hoek te duwen en/of een mes voor die [slachtoffer 1] heen en weer te bewegen en/of de punt van een mes in de nek van die [slachtoffer 1] te duwen en/of een mes tegen de nek van die [slachtoffer 1] te zetten en/of vervolgens die [slachtoffer 1] in de richting van de telefoon te duwen en te zeggen dat hij, die [slachtoffer 1] , zijn kinderen moet bellen.

2 primair:
zij op of omstreeks 10 mei 2012 te [plaats] , ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf opzettelijk een ontploffing teweeg brengen terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was, vier gaspitten van het gasfornuis in de woning op het adres [plaats] heeft opengedraaid en/of (vervolgens) een aansteker in haar hand heeft genomen en/of gehouden, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten de woning en/of de goederen in of nabij de woning op het adres [plaats] en/of de aangrenzende woningen en/of de goederen in of nabij de aangrenzende woningen te duchten was en/of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel van de personen die zich bevonden in de aangrenzende woningen, althans die zich bevonden in de nabijheid van de woning op het adres [plaats] , te duchten was, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3:
zij in of omstreeks de periode van 9 mei 2012 tot en met 10 mei 2012 te [plaats] opzettelijk en wederrechtelijk een televisietoestel en/of een digitale ontvanger en/of kleding uit een raam van de woning op het adres [plaats] heeft gegooid, en aldus dat televisietoestel en/of die digitale ontvanger en die kleding, in elk geval enig goed of goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar heeft gemaakt.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat zij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met zware mishandeling.

Het onder 2 primair bewezen verklaarde levert op:

poging tot opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar

voor goederen en levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Verweren strekkende tot ontslag van alle rechtsvervolging

De verdediging heeft met betrekking tot het onder 1 bewezenverklaarde aangevoerd dat verdachte heeft gehandeld vanuit zelfverdediging, zodat zij zich kan beroepen op noodweer. Verdachte stelt dat aangever haar wilde slaan en dat zij zich daartegen heeft mogen verdedigen op de wijze zoals zij heeft gedaan.

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het beroep op noodweer dient te worden verworpen, omdat niet aannemelijk is geworden dat verdachte zich moest verdedigen tegen enige wederrechtelijke aanranding.

Het hof overweegt het volgende. Het hof acht niet aannemelijk dat verdachte zich tegen enige ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding van aangever moest verdedigen. De feitelijke toedracht, zoals die door de verdediging ten verwere is aangevoerd, is naar het oordeel van het hof niet aannemelijk geworden. Het verweer wordt daarom verworpen.

Ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde stelt de verdediging dat verdachte heeft gehandeld vanuit psychische overmacht, zodat zij dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Er was sprake van een van buiten komende drang waaraan verdachte geen weerstand kon en hoefde te bieden, namelijk een telefoongesprek met aangever, waarin aangever zou hebben gezegd dat hij met zijn familie naar verdachte toe zou komen. Hierdoor vreesde verdachte voor haar leven.

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het beroep op psychische overmacht dient te worden verworpen.

De voorwaarden voor aanvaarding van psychische overmacht zijn houden in dat sprake moet zijn van een van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijze geen weerstand kon en ook niet behoefde te bieden. Geen rechtsregel staat er aan in de weg de persoonlijkheid van de verdachte te betrekken bij de beantwoording van de vraag of die verdachte redelijkerwijze geen weerstand kon en ook niet behoefde te bieden aan de ten verwere aangevoerde drang (HR 6 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR1146).

Het hof is van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat er sprake was van enige dreiging door aangever waardoor verdachte moest vrezen voor haar leven laat staan dat gezegd kan worden dat zij daardoor redelijkerwijs niet anders kon handelen dan zij heeft gedaan. Daarom kan niet worden gesteld dat er sprake was van een van buiten komende drang waartegen weerstand redelijkerwijs niet kon worden gevergd. Het beroep op psychische overmacht wordt verworpen.

Strafbaarheid van de verdachte

Het hof heeft kennis genomen van de verschillende rapportages betreffende de persoonlijkheid van verdachte, in het bijzonder van de rapportages die zijn opgemaakt in het kader van het hoger beroep in deze zaak, te weten een psychologische rapportage (Pro Justitia) opgesteld door [naam 1] , klinisch psycholoog, van 4 maart 2015, en een psychiatrische rapportage (Pro Justitia), opgesteld door [naam 2] , psychiater, van 20 februari 2015.

In die rapportages wordt - kort gezegd – gesteld dat verdachte ten tijde van het tenlastegelegde voldoende inzicht had in de wederrechtelijkheid van de door haar begane feiten. Verdachtes PTSS-problemen en de borderline persoonlijkheidsstoornis veroorzaken echter instabiliteit in emoties en maken dat zij in uitersten en somberheid kan vervallen en met suïcidaliteit kan reageren, waardoor zij verminderd in staat was haar wil overeenkomstig dat inzicht te bepalen. Er zijn onvoldoende aanwijzingen om aan te nemen dat tijdens het bewezenverklaarde sprake was van (verregaande) dissociatie. Geadviseerd wordt verdachte voor de feiten verminderd toerekeningsvatbaar te achten. Het hof neemt de conclusies en het advies van de deskundigen over en maakt deze tot het zijne.

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De advocaat-generaal heeft geëist dat de verdachte ter zake van de tenlastegelegde feiten zal worden veroordeeld tot de straf zoals haar is opgelegd in eerste aanleg.

Het hof heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een bedreiging met zware mishandeling, een poging tot het teweeg brengen van een ontploffing en een vernieling. Met name het tweede feit, waarbij verdachte de gaskranen van het fornuis in haar woning heeft opengedraaid en met een aansteker in haar hand heeft gedreigd een ontploffing teweeg te brengen, was zeer gevaarzettend. Het noopte de gealarmeerde hulpverleners tot drastische ingrepen, zoals de evacuatie van omwonenden en het laten afsluiten van de gasleiding. De ernst van dit feit maakt dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in beginsel passend is.

Het hof zal echter in het voordeel van verdachte rekening houden met haar psychische problemen en in het bijzonder met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte. Positief is ook dat verdachte bereid is een behandeling te ondergaan en daarmee ook reeds begonnen is. Door de rapporteurs is geadviseerd tot voortzetting van het (ambulante) behandeltraject. Daarom zal aan verdachte naast de maximale taakstraf een voorwaardelijke gevangenisstraf worden opgelegd.

De reclassering Nederland heeft in haar voortgangsverslag van 5 oktober 2015 geadviseerd tot continuering van de bijzondere voorwaarden zoals opgelegd in eerste aanleg, namelijk de meldplicht en de behandelverplichting. Ook het hof acht het van belang dat verdachte haar behandeling voortzet, teneinde recidive in de toekomst te voorkomen. Aan de voorwaardelijke gevangenisstraf zullen daarom de bijzondere voorwaarden zoals ook opgelegd door de rechtbank, worden verbonden.

Er moet naar het oordeel van het hof, mede gelet op de uitgebrachte rapportage van de reclassering en het strafrechtelijk verleden van verdachte en het feit dat de behandeling nog niet is afgerond, ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte weer een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Het hof zal daarom de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar verklaren.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 6.600,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard voor een bedrag van € 1.500,- en de rest van de vordering is afgewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

De advocaat-generaal en de verdediging hebben het hof verzocht om de beslissing van de rechtbank met betrekking tot de benadeelde partij te volgen.

Het hof is van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan daarom thans in haar gehele vordering niet worden ontvangen en zij kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14e, 22c, 22d, 45, 57, 157, 285 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2 primair en 3 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden;

stelt de proeftijd vast op 3 (drie) jaren onder de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- zich gedurende de proeftijd moet houden aan de aanwijzingen die de reclassering haar geeft, voor zover deze niet reeds zijn opgenomen in een andere bijzondere voorwaarde; daartoe moet veroordeelde zich binnen drie dagen na het uitspreken van dit arrest melden bij de reclassering en hierna moet zij zich gedurende een door reclassering Nederland bepaalde periode blijven melden zo frequent als de reclassering dit gedurende die periode nodig acht;
- zich onder behandeling zal stellen van een forensisch psychiatrische polikliniek, dan wel bij Max Ernst GGZ of een soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling aan de reclassering, op de tijden en plaatsen als door of namens die zorginstelling aan te geven, teneinde zich te laten behandelen voor de bij haar aanwezige psychische problematiek.

Geeft de voormelde reclasseringsinstelling opdracht om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt dat de op grond van artikel 14c gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 14d uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, te weten 2 (twee) uren, zijnde 1 (één) dag hechtenis.

Heft op het geschorste bevel van de voorlopige hechtenis.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Aldus gewezen door

mr. J.A.W. Lensing, voorzitter,

mr. M.H.M. Boekhorst Carrillo en mr. R.H. Koning, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A.C. Jochems, griffier,

en op 22 oktober 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 22 oktober 2015.

Tegenwoordig:

mr. R. van den Heuvel, voorzitter,

mr. W.V. Gerretschen, advocaat-generaal,

J.R.M. Roetgerink, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.