Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:7754

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
13-10-2015
Datum publicatie
02-12-2015
Zaaknummer
200.111.958
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Uitleg CAO. Werken in ploegendienst op feestdagen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/2419
AR 2015/2396
AR-Updates.nl 2015-1222
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.111.958

(zaaknummer rechtbank Utrecht, sector handel en kanton, kantonrechter, locatie Utrecht, 732179)

arrest van 13 oktober 2015

in de zaak van

de naamloze vennootschap

de Europese naamloze vennootschap (SE) Equens SE, mede handelend onder de naam Interpay,

gevestigd te Utrecht,

appellante,

hierna: Equens,

advocaat: mr. P.Th. Mantel,

tegen:

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

hierna: [geïntimeerde],

advocaat: mr. R.A. Severijn.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 16 juni 2015 hier over.

1.2

Het verdere verloop blijkt uit:

- akte na tussenarrest van de zijde van Equens;

- antwoordakte na tussenarrest van de zijde van [geïntimeerde].

2 De verdere beoordeling van het geschil in hoger beroep

2.1

Zoals reeds overwogen betreft het geschil dat partijen verdeeld houdt, de vraag of [geïntimeerde] op grond van de tussen partijen geldende CAO’s recht heeft op compensatie van feestdagen voor ploegendienstmedewerkers.

2.2

[geïntimeerde] heeft vanaf datum indiensttreding (op 1 december 2000) jaarlijks 7 extra vrije dagen ontvangen, ter compensatie van de in de ploegendienst opgenomen feestdagen, die niet op een zondag vallen. Equens heeft in 2003/2004 besloten om met terugwerkende kracht per 1 april 2004 deze dagen niet langer toe te kennen. Bij brief van 20 september 2004 (productie 6 bij inleidende dagvaarding) heeft Equens onder meer het volgende aan [geïntimeerde] geschreven:

(…)

In de CAO is opgenomen dat, indien u in ploegendienst op een erkende feestdag werkt, die niet op een zondag valt, u de door u daadwerkelijk gewerkte uren in tijd op een ander tijdstip als vrij ingeroosterd krijgt. Valt deze erkende feestdag wel op een zondag, dan vindt geen compensatie in tijd plaats, aldus de CAO, U ontvangt wel een toeslag in geld.

De CAO is en wordt op dit punt niet altijd door een ieder correct uitgevoerd. (…).

1. Ploegendienst en feestdagen

Het is niet correct om aan het begin van elk jaar 50,4 uur op uw vakantiekaart bij te schrijven, zoals een aantal ploegendienstmedewerkers deden. Deze 50,4 uur voor 7 feestdagen is kennelijk tot stand gekomen door over vele jaren een gemiddelde te berekenen, waarbij rekening is gehouden met het fenomeen dat ook bijvoorbeeld een van de Kerstdagen op een zondag kan vallen.

Vanaf 2004 wordt de CAO correct uitgevoerd. Dit betekent, dat u alleen voor daadwerkelijk gewerkte uren in ploegendienst deze gewerkte uren op een ander moment kunt (laten) inroosteren, waarbij 1 gewerkt uur 1 vrij uur is. (…).

[geïntimeerde] heeft zich op het standpunt gesteld dat Equens de compensatieregeling in 2004 eenzijdig heeft veranderd/aangepast en de 7 extra dagen ten onrechte niet meer op zijn verlofsaldo heeft bijgeschreven. [geïntimeerde] vordert dan ook, kort gezegd, dat Equens wordt veroordeeld om de 7 compensatiedagen per jaar bij te schrijven over de periode 2004 tot heden.

2.3

De kantonrechter heeft de vordering van [geïntimeerde] toegewezen. Onder aanvoering van

19 grieven, die zich deels voor gezamenlijke behandeling lenen, komt Equens tegen het oordeel van de kantonrechter op.

Rechtsverwerking

2.4

Equens stelt zich op het standpunt dat zij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat [geïntimeerde], na jarenlang te hebben gewacht met het instellen van zijn vordering en door niet meer te reageren op eerdere correspondentie, zijn aanspraak niet meer geldend kan maken. Hierdoor is het voor Equens ondoenlijk geworden om de toenmalige inroostering te achterhalen en wordt zij onredelijk benadeeld indien de vordering van [geïntimeerde] zou worden toegewezen.

2.5

Het hof verwerpt dit beroep op rechtsverwerking. Een beroep hierop kan immers slechts slagen indien de wederpartij zich heeft gedragen op een wijze die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onverenigbaar is met het vervolgens geldend maken van het betrokken recht. Uitgangspunt hierbij is dat het enkel tijdsverloop of enkele stilzitten van de wederpartij onvoldoende grond oplevert voor het aannemen van rechtsverwerking. Van rechtsverwerking kan pas sprake zijn indien bijzondere omstandigheden aanwezig zijn als gevolg waarvan bij de wederpartij het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de gerechtigde zijn aanspraak niet meer geldend zal maken dan wel indien de positie van de wederpartij onredelijk zou worden benadeeld in geval de gerechtigde zijn aanspraak alsnog geldend zou maken. De door Equens in 2.4 genoemde omstandigheden zijn daartoe onvoldoende.

2.6

[geïntimeerde] voert als verweer allereerst aan dat, hoewel hij zich volledig kan vinden in het eindoordeel en het dictum van de kantonrechter, de kantonrechter de eigenlijke grondslag van zijn vordering heeft miskend, namelijk dat Equens een voor [geïntimeerde] geldende arbeidsvoorwaarde ongeoorloofd en in het nadeel van [geïntimeerde] eenzijdig heeft gewijzigd. Volgens [geïntimeerde] is in de discussie die in de procedure in eerste aanleg is ontstaan over de uitleg van de CAO-bepalingen, het punt van de eenzijdige wijziging van arbeidsvoorwaarden, onbesproken gebleven.

Equens heeft bij schriftelijk pleidooi op voormeld punt gemotiveerd verweer gevoerd.

Uitleg van de tot 1 januari 2008 geldende CAO-bepaling

2.7

Equens voert in dit verband, in de kern weergegeven, aan dat de kantonrechter ten onrechte heeft overwogen dat uit de tekst van de tot 1 januari 2008 geldende CAO’s ondubbelzinnig kan worden afgeleid dat niet alleen de werknemer in ploegendienst die heeft gewerkt op een feestdag, niet zijnde een zondag, recht heeft op een extra vakantiedag, maar ook de werknemer die niet heeft gewerkt. Daarbij heeft de kantonrechter ten onrechte overwogen dat de door haar verdedigde uitleg naar objectieve maatstaven niet in de tot

1 januari 2008 gebezigde bewoordingen van de tekst kan worden gelezen.

2.8

Het hof overweegt als volgt. Volgens vaste rechtspraak dient de uitleg van CAO- bepalingen te geschieden naar objectieve maatstaven, waarbij onder meer acht kan worden geslagen op de elders in de CAO gebruikte formuleringen en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden. Behalve aan de taalkundige betekenis van de bewoordingen, gelezen in de context van de regeling als geheel, komt mede betekenis toe aan de ratio van de regeling, de redelijkheid van de uitkomst en de mate waarin de uitleg past binnen het systeem van de CAO als geheel, waarvan de bepaling waarop een beroep wordt gedaan deel uitmaakt. Het komt derhalve niet aan op de bedoelingen van de partijen bij de CAO, voor zover deze niet uit de CAO-bepalingen en de (eventuele) toelichting kenbaar zijn, maar op de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen waarin de CAO en de toelichting zijn gesteld. De overwegingen die voor CAO-partijen ten grondslag hebben gelegen aan de wijze waarop de CAO is geredigeerd, zijn voor buitenstaanders, zoals [geïntimeerde], immers niet kenbaar.

Anders dan Equens heeft aangevoerd, kan de Werkwijzer 2005 (productie 10 bij akte na comparitie) niet worden beschouwd als een toelichting van CAO-partijen op de CAO die voor medewerkers van Equens en dus voor [geïntimeerde] kenbaar was nu het hier een eenzijdig door de werkgever (Equens) opgesteld document betreft. Hetzelfde geldt voor de op 19 juli 2011 afgegeven verklaring van het hoofd Sociaal-Economische Zaken van de Nederlandse Vereniging van Banken (productie 7 bij akte na comparitie) ten aanzien van de uitleg van de Algemene Bank-CAO, zoals van toepassing tot 1 januari 2008. De CAO kan immers niet worden uitgelegd aan de hand van een achteraf opgestelde verklaring van één van partijen.

Van een toelichting door de CAO-partijen op de in deze zaak relevante artikelen is niet gebleken, zodat het bij de uitleg aankomt op de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen van de CAO-bepaling zelf.

Anders dan de kantonrechter is het hof van oordeel dat uit de tekst van de tot 1 januari 2008 geldende CAO’s niet ondubbelzinnig kan worden afgeleid dat niet alleen de werknemer in ploegendienst die heeft gewerkt op een feestdag, niet zijnde een zondag, recht heeft op een extra vakantiedag, maar ook de werknemer die niet heeft gewerkt. Zo staat in de in de periode 1 juli 2004 tot 1 januari 2006 geldende Algemene Bank-CAO het volgende te lezen:

IV Ploegendienst

§1 Ploegendienst en verschoven werktijden

1 Ploegendienst: het werken in een dienstrooster dat volgens een vaste regeling het werken buiten de gebruikelijke werktijden met zich meebrengt. (…)

§2 Compensatie (…)

2 Elke algemeen erkende feestdag die niet op een zondag valt en die wel in het rooster voor ploegendienst is opgenomen, heeft hetzelfde gewicht als een zondag en leidt bovendien tot een vervangende extra vakantiedag. De werknemer die dienst heeft op een algemeen erkende feestdag die op zaterdag of zondag valt, ontvangt over de gewerkte uren op zaterdag tot 17.00 uur bovendien een extra toeslag van 25% en op zaterdag ná 17.00 uur en op zondag bovendien een extra toeslag van 50% van het uurloon. Over de gewerkte uren op oudejaarsavond na 20.00 uur zal een extra toeslag worden gegeven ter overbrugging van het verschil in gewicht van deze uren en de uren op nieuwjaarsdag. (…).

In precies dezelfde bewoordingen is de definitie van “ploegendienst” in artikel IV.1.1.1. van de in de periode 1 januari tot en met 31 december 2006 geldende Interpay (rechtsvoorgangster van Equens) CAO opgenomen evenals de regeling over algemeen erkende feestdagen die niet op een zondag vallen en die wel in het rooster zijn opgenomen (in artikel IV. 2.1.3.). Ten slotte geldt dit ook voor de in de periode 1 januari tot en met

31 december 2007 geldende Equens Nederland CAO, zie de artikelen IV.1.1.1 en IV. 2.1.3.

Uit de tekst van deze CAO’s volgt naar het oordeel van het hof dat alleen de daadwerkelijk gewerkte uren gecompenseerd worden. Dit leidt het hof af uit de definitie van het begrip ploegendienst, te weten: het werken in een dienstrooster, de woorden “over de gewerkte uren” in de specifieke bepaling over de compensatie en het daarin vermelde woord “bovendien” dat niet anders kan worden begrepen dan terugslaand op de daadwerkelijk gewerkte uren. Dit betekent dat alleen de werknemer in ploegendienst die daadwerkelijk op een algemeen erkende feestdag heeft gewerkt, aanspraak kan maken op een extra vakantiedag. Bij deze beoordeling is van belang dat partijen het er over eens zijn dat bij de totstandkoming van de hierna te bespreken CAO 2008/2009 Equens Nederland is beoogd de CAO-tekst ten aanzien van de opbouw van feestdagencompensatie uit voorgaande CAO’s te vereenvoudigen zonder dat een inhoudelijke wijziging van de desbetreffende regeling zou plaatsvinden. Dit houdt in dat vanaf 1 januari 2008 geen andere uitleg is beoogd dan de uitleg die vóór 2008 gold. Zoals hierna zal blijken, kan de CAO bepaling vanaf 2008 redelijkerwijs niet anders worden uitgelegd dan dat alleen een ploegendienstmedewerker die daadwerkelijk op een algemeen erkende feestdag heeft gewerkt aanspraak kan maken op een extra vrije dag. In dat licht bezien dienen de hiervoor genoemde CAO-bepalingen aldus te worden geïnterpreteerd op de wijze zoals Equens die voorstaat, te weten dat alleen een ploegendienstmedewerker die daadwerkelijk op een algemeen erkende feestdag heeft gewerkt, recht heeft op een extra vrije dag.

Uitleg van de vanaf 1 januari 2008 geldende CAO-bepaling

2.9

Volgens Equens heeft de kantonrechter ten onrechte geoordeeld dat (ook) de vanaf

1 januari 2008 geldende CAO-bepaling over feestdagencompensatie aldus moet worden geïnterpreteerd dat ook de ploegendienstmedewerker die niet op een feestdag heeft gewerkt aanspraak kan maken op een vrije dag. Over de tekst van artikel E.3.2.3. van de CAO 2008/2009 Equens Nederland kan geen onduidelijkheid bestaan, omdat in dit artikel is opgenomen dat alleen de uren die ingeroosterd worden gewerkt worden gecompenseerd. Dit blijkt eveneens uit de onderliggende stukken die aan de vereenvoudiging van de voormelde tekst heeft plaatsgevonden, aldus Equens.

2.10

De voor zover thans relevante bepalingen uit de CAO 2008/2009 Equens Nederland die gold in de periode 1 januari 2008 tot en met 31 januari 2009 luiden als volgt:

E.3 Ploegendienst

E.3.1 Definities en uitgangspunten ploegendienst

E.3.1.1 Ploegendienst

Ploegendienst is het werken in een rooster, dat volgens een vaste regeling het werken buiten de normale werktijden met zich meebrengt.

(…)

E.3.2.3

De uren, die ingeroosterd worden gewerkt op een erkende feestdag, die niet op een zondag valt, worden naast de ploegentoeslag met een extra vakantiedag gecompenseerd”.

Ook deze bepaling kan naar het oordeel van het hof, gelet op de woorden “werken” in artikel 3.1.1. en de eerste zinsnede van artikel E.3.2.3 (“De uren die ingeroosterd worden gewerkt”) niet anders worden uitgelegd dan dat een ploegendienstmedewerker alleen recht heeft op compensatie van gewerkte erkende feestdagen.

2.11

De conclusie uit het bovenstaande is dat [geïntimeerde] uit hoofde van de hier aan de orde zijnde opeenvolgende CAO’s geen recht heeft op de door hem gevorderde extra vakantiedagen. De CAO’s zoals die gelden vanaf 2008 - naast de reeds genoemde CAO’s wijst het hof nog op de CAO 2010/2011 voor werknemers in Nederland van Equens SE die gold in de periode 1 februari 2010 tot en met 31 januari 2011 (productie 1 bij conclusie van antwoord) - vormen een bevestiging van de lijn die Equens al voorstond.

sprake van een van de CAO’s afwijkende arbeidsvoorwaarde/verworven recht?

2.12

Vervolgens rijst de vraag of Equens, zoals [geïntimeerde] stelt en Equens betwist, bewust van de regelingen van de CAO is afgeweken en sprake is van een verworven recht.

2.13

Het hof beantwoordt deze vraag ontkennend. [geïntimeerde] heeft onvoldoende concreet onderbouwd waarin deze bewuste afwijking is gelegen en dat de regeling van 7 extra vakantiedagen een voor hem geldende arbeidsvoorwaarde is geworden. Daarvoor is immers vereist dat [geïntimeerde] voldoende heeft onderbouwd dat bij Equens sprake is van een consistente handelwijze waardoor bij [geïntimeerde] door het verloop van jaren het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat hij ook zonder op de bewuste feestdag gewerkt te hebben, recht heeft op een extra vrije dag als die dag in het ploegendienstrooster was opgenomen.

Dat van een consistente handelwijze geen sprake was, blijkt wel uit de in 2.2 vermelde brief van 20 september 2004 van (de rechtsvoorganger van) Equens, waarin wordt geschreven “de CAO is en wordt op dit punt niet altijd door een ieder correct uitgevoerd” en “ Vanaf 2004 wordt de CAO correct uitgevoerd. Dit betekent, dat u alleen voor daadwerkelijk gewerkte uren in ploegendienst deze gewerkte uren op een ander moment kunt (laten) inroosteren, waarbij 1 gewerkt uur 1 vrij uur is”. Veeleer is de bijschrijving van de 50,4 extra uren aan het begin van het jaar uit praktisch oogpunt ingegeven, terwijl die bijschrijving ook nog verschillend werd toegepast. Ten slotte acht het hof het tijdsverloop van 4 jaren, zonder bijkomende omstandigheden die [geïntimeerde] niet heeft gesteld, te kort om aan te nemen dat [geïntimeerde] het door hem gewenste recht heeft verkregen.

Bij deze stand van zaken behoeft het betoog van [geïntimeerde] dat Equens het door hem verworven recht ontoelaatbaar eenzijdig heeft gewijzigd, geen bespreking meer.

2.14

Dit alles betekent dat het hoger beroep slaagt, dat het vonnis waarvan beroep moet worden vernietigd en dat de vorderingen van [geïntimeerde] alsnog moeten worden afgewezen. Als de in het ongelijk gestelde partij zal het hof [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties veroordelen.

3 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

vernietigt het vonnis van de kantonrechter (rechtbank Utrecht, sector handel en kanton, locatie Utrecht) van 25 april 2012 en doet opnieuw recht;

wijst de vorderingen van [geïntimeerde] af;

veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties, tot aan de bestreden uitspraak aan de zijde van Equens wat betreft de eerste aanleg vastgesteld op € 500,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief en tot aan deze uitspraak wat betreft het hoger beroep vastgesteld op € 83,57 voor explootkosten, op € 666,- voor griffierecht en op € 1.788,-

(2 punten x tarief II) voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit arrest, en - voor het geval voldoening binnen bedoelde termijn niet plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening;

veroordeelt [geïntimeerde] in de nakosten, begroot op € 131,-, met bepaling dat dit bedrag zal worden verhoogd met € 68,- in geval [geïntimeerde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan deze uitspraak heeft voldaan én betekening heeft plaatsgevonden;

verklaart dit arrest voor zover het de hierin vermelde proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. E.B. Knottnerus, M.F.J.N. van Osch en A.A. van Rossum en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2015.