Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:7688

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
13-10-2015
Datum publicatie
14-10-2015
Zaaknummer
200.151.328/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Koop auto. Auto blijkt achteraf van diefstal afkomstig te zijn. Non-conformiteit? Uitleg exoneratiebeding. Schending onderzoeksplicht?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2015/291
NJF 2015/491
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.151.328/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 383565 \ CV EXPL 12-921)

arrest van de eerste kamer van 13 oktober 2015

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: [appellant],

advocaat: mr. M.A. Buijs, kantoorhoudend te Heerenveen,

tegen

1 [geïntimeerde 1] ,
hierna: [geïntimeerde 1] ,

2. [geïntimeerde 2] ,

hierna: [geïntimeerde 2],
beiden wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerden,

in eerste aanleg: eisers,

hierna gezamenlijk te noemen: [geïntimeerden],

advocaat: mr. N. Hollander, kantoorhoudend te Groningen.

1 Het geding in eerste aanleg

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen van 18 april 2012, 31 oktober 2012, 22 mei 2013 en 25 maart 2014 van de rechtbank Noord-Nederland, sector kanton, locatie Leeuwarden (hierna: de kantonrechter).

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure is als volgt:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 17 juni 2014,

- de memorie van grieven,

- de memorie van antwoord (met productie).

2.2

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2.3

De vordering van [appellant] in hoger beroep luidt:


"bij arrest voor zover wettelijk toelaatbaar:
1. te vernietigen de vonnissen d.d. 18 april 2012, 31 oktober 2012, 22 mei 2013 en 25 maart 2014, waarvan beroep;
2. alsnog doende wat de rechtbank in eerste aanleg had behoren te doen;
3. geïntimeerden niet-ontvankelijk te verklaren in hun vorderingen althans tot afwijzing daarvan, met veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van geïntimeerden in de kosten van deze procedure en om geïntimeerden te veroordelen om al hetgeen appellant ter uitvoering van het bestreden vonnis aan geïntimeerden heeft voldaan aan appellant terug te betalen vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling tot de dag van terugbetaling;
4. geïntimeerden te veroordelen in de kosten van beide instanties te vermeerderen met de nakosten ten belope van € 131,-- zonder betekening en verhoogd met € 68,-- in geval van betekening, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en - voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening."

3 De feiten

3.1

In deze zaak staat als enerzijds gesteld en anderzijds niet dan wel onvoldoende weersproken het volgende vast.

3.1.1

[geïntimeerden] hebben op 26 augustus 2011 met [appellant] een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot een personenauto van het merk Toyota, type [typenr] met het kenteken

[kenteken] (hierna: de auto). De koopovereenkomst is tot stand gekomen, nadat de auto door [appellant] op marktplaats.nl te koop was aangeboden. De koopsom bedroeg € 16.750,-, welk bedrag door [geïntimeerden] aan [appellant] is voldaan. Vervolgens is het kenteken van de auto op naam van [geïntimeerde 1] gesteld en is de auto aan haar geleverd. Bij aflevering bleek geen reservesleutel van de auto aanwezig te zijn.

3.1.2

Bij onderzoek is gebleken, dat over het originele chassisnummer van deze auto een

ander chassisnummer was aangebracht. Uit onderzoek door [geïntimeerden] bleek dat

met betrekking tot de auto in oktober 2010 aangifte van diefstal was gedaan door mevrouw [X] (hierna: [X] ) uit Duitsland. Na contact met [X] heeft de verzekeraar Westfälische Provinzial Versicherung AG (hierna: WPV) opdracht gegeven aan de Duitse autotransporteur 'Schneider' om de auto bij [geïntimeerden] op te halen. [geïntimeerden] hebben dat kunnen voorkomen.

3.1.3

Op 28 oktober 2011 is door de RDW het kentekenbewijs van de auto ingetrokken.

Pogingen van [geïntimeerden] om de intrekking van het kentekenbewijs weer ongedaan

te maken mislukten.

3.1.4

Na daartoe verkregen toestemming heeft WPV op 11 maart 2011 conservatoir beslag op de auto doen leggen en de auto in gerechtelijke bewaring doen nemen. [geïntimeerden] zijn vervolgens door WPV in rechte betrokken waarbij onder meer afgifte van de auto werd gevorderd. De rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, heeft de vordering van WPV afgewezen bij vonnis van 26 juni 2013 (zaaknummer/rolnummer C/19/92194/HA ZA 12-101). Dit vonnis is in kracht van gewijsde gegaan.

4. Het geschil en de beoordeling in eerste aanleg

4.1

[geïntimeerde 2] heeft in eerste aanleg - na meerdere wijzigingen van eis - gevorderd, zakelijk weergegeven:
Primair ontbinding van de overeenkomst en terugbetaling van het aankoopbedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 augustus 2011, alsmede (aanvullende) schadevergoeding, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.
Subsidiair vernietiging van de overeenkomst wegens dwaling en terugbetaling van het aankoopbedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 augustus 2011, alsmede (aanvullende) schadevergoeding, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.
Meer subsidiair schadevergoeding, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

4.2

De kantonrechter heeft de koopovereenkomst ontbonden en [appellant] veroordeeld tot terugbetaling aan [geïntimeerden] van een bedrag van € 16.750,- , vermeerderd met de wettelijke rente hierover te berekenen vanaf 26 augustus 2011 tot aan de dag der algehele voldoening. [appellant] is in de kosten van de procedure veroordeeld. Het meer of anders gevorderde, waaronder de gevorderde verwijzing naar de schadestaatprocedure, heeft de kantonrechter afgewezen.

5 Met betrekking tot de grieven

5.1

Vooropgesteld wordt dat [appellant] alleen grieven richt tegen het eindvonnis d.d. 25 maart 2014. Dit brengt mee dat het hoger beroep tegen de tussenvonnissen wordt verworpen.
Grondslag van de vordering

5.2

De kantonrechter heeft de vordering van [geïntimeerden] in het bestreden eindvonnis - onder herhaling van hetgeen ter zake in het tussenvonnis van 31 oktober 2012 is overwogen - beoordeeld op basis van non-conformiteit (artikel 7:17 BW). Hieraan ligt, zo begrijpt het hof het vonnis van de kantonrechter, de volgende redenering ten grondslag. Nu de Duitse verzekeraar van [X] (WPV) de procedure tegen [geïntimeerden] heeft verloren en [geïntimeerden] de auto weer in hun macht hebben, is niet komen vast te staan dat [geïntimeerden] geen eigenaar van de auto zijn geworden. Als gevolg daarvan kan niet geoordeeld worden dat [appellant] zijn verplichting om de eigendom van de auto aan [geïntimeerden] over te dragen heeft geschonden (artikel 7:9 BW in samenhang met artikel 7:15 BW). Dit neemt niet weg dat sprake kan zijn van non-conformiteit als bedoeld in artikel 7:17 BW, hierin bestaande dat de auto als gevolg van het vervalst blijken te zijn van het chassisnummer niet (langer) aan het wegverkeer kan en mag deelnemen door het intrekken van het kenteken. Nu tegen deze uitgangspunten niet door [appellant] is gegriefd, zal het hof hier ook van uitgaan.
Exoneratie?

5.3

Ter afwering van het beroep op non-conformiteit heeft [appellant] zich beroepen op een bij de aankoop van de auto door [geïntimeerde 1] ondertekend, handgeschreven stuk d.d. 29 augustus 2011 met de volgende tekst:
"Hierbij heb ik Toyota [typenr] gekocht
Bouwjaar 2008 Datum deel 1 26-3-2008
Geen garantie, geen conformiteit, geen compensatie, zoals gezien en bereden
kenteken [kenteken] voor deze afspraak
hier zijn we allebei mee tevreden
Totaalprijs = 16.750."
[geïntimeerden] betwisten de echtheid van de handtekening onder dit stuk. De kantonrechter heeft geoordeeld dat in het midden kan blijven of [geïntimeerde 1] dit stuk heeft ondertekend, omdat de zinsnede "geen conformiteit" niet inhoudt dat [geïntimeerden] hebben aanvaard dat sprake was of kon zijn van een van diefstal afkomstige auto met een vervalst chassisnummer. Met grief I komt [appellant] op tegen dit oordeel.

5.4

Het hof zal er veronderstellenderwijs van uitgaan dat de hiervoor onder 5.3 geciteerde tekst als onderdeel van de koop is overeengekomen. Bij de uitleg van dit onderdeel van de overeenkomst stelt het hof voorop dat de vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding tussen partijen is geregeld, niet kan worden beantwoord op grond van uitsluitend een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van het contract. Voor de beantwoording van die vraag komt het immers aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (ECLI:NL:HR:1981:AG4158).

5.5

Het hof is van oordeel dat [geïntimeerden] de woorden "geen conformiteit" in samenhang met de zinsnede "zoals gezien en bereden" redelijkerwijs hebben mogen begrijpen als een exoneratie voor technische gebreken. Zij behoefden daaraan redelijkerwijs niet de betekenis toe te kennen, terwijl [appellant] dit ook redelijkerwijs niet van hen mocht verwachten, dat zij accepteerden dat de auto mogelijk in het geheel niet gebruikt zou kunnen worden voor het enige doel waarvoor deze is gekocht, te weten het rijden op de openbare weg, omdat de auto van diefstal afkomstig was en een vervalst chassisnummer had als gevolg waarvan het kenteken is ingetrokken.
Schending onderzoeksplicht?

5.6

In het kader van grief I doet [appellant] tevens een beroep op schending door [geïntimeerden] van hun onderzoeksplicht bij de aanschaf van de auto.

5.7

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
Artikel 7:17 lid 2, tweede zin BW bepaalt dat de koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. Het beroep van [appellant] op schending door [geïntimeerden] van hun onderzoeksplicht strekt derhalve ten betoge dat geen sprake van non-conformiteit.

5.8

Naar het oordeel van het hof heeft [appellant] geen dan wel onvoldoende feiten of omstandigheden gesteld op grond waarvan [geïntimeerden] eraan hadden moeten twijfelen of de auto niet van diefstal afkomstig was. [appellant] stelt integendeel dat hij hiervan zelf niet op de hoogte was, zodat het kennelijk niet op eenvoudige wijze te ontdekken viel dat de auto gestolen was. Dit sluit aan bij het door [geïntimeerden] gestelde, namelijk dat het chassisnummer op de auto overeenstemde met het chassisnummer op het kentekenbewijs en dat de auto bij de RDW niet als gestolen of gezocht stond geregistreerd. Pas na de totstandkoming van de koop is bij een bezoek door [geïntimeerden] aan de garage ontdekt dat het chassisnummer van de auto niet overeenstemde met de administratie van de importeur en dat sprake was van een vervalst chassisnummer. Vervolgens zijn - toen de auto op de brug stond - bij toeval lijmresten in de vorm van de letters "Weinbuket.de", de onderneming van [X] , ontdekt. Het hof is van oordeel dat [appellant] onder deze omstandigheden niet aan [geïntimeerden] kan tegenwerpen dat zij hun onderzoeksplicht hebben geschonden.

5.9

Grief I faalt derhalve. Hetzelfde geldt voor grief II, die zelfstandige betekenis mist.

Slotsom

5.10

De grieven falen, zodat het bestreden eindvonnis moet worden bekrachtigd. Het hof zal het beroep tegen de bestreden tussenvonnissen verwerpen.

Het hof zal [appellant] als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het hoger beroep veroordelen.

De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van [geïntimeerde 2] zullen worden vastgesteld op:

- griffierecht

704,-

totaal verschotten

704,-

en voor salaris advocaat overeenkomstig het liquidatietarief:

1 punt x € 894,-

(tarief II)

894,-

6 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:


verwerpt het beroep tegen de vonnissen d.d. 18 april 2012, 31 oktober 2012 en 22 mei 2013;

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, Locatie Leeuwarden, sector kanton van 25 maart 2014;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerde 2] vastgesteld op € 894,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief en op € 704,- voor verschotten;

verklaart dit arrest voor zover het de hierin vermelde proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mr. L. Janse, mr. H. de Hek en mr. I. Tubben en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag

13 oktober 2015.