Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:7632

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
06-10-2015
Datum publicatie
12-10-2015
Zaaknummer
21-003666-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van witwassen. Geen uitzonderlijk groot bedrag en ook niet op een heimelijke wijze vervoerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2016/11
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-003666-13

Uitspraak d.d.: 6 oktober 2015

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Nederland van 11 maart 2013 met parketnummer 05-700387-11 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Irak) op [1985] ,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 22 september 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn hoger beroep, subsidiair tot bevestiging van het vonnis waarvan beroep. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 15 november 2010, te [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een voorwerp, te weten een geldbedrag van (ongeveer) 12.400 Euro, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten dat geldbedrag, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het hof overweegt in het bijzonder het volgende.

Bij gelegenheid van een controle in het kader van het Mobiel Toezicht Vreemdelingen wordt verdachte staande gehouden. In verband met een verdenking van overtreding van de Opiumwet wordt verdachte aan zijn kleding onderzocht. In zijn broekzak wordt een bedrag van ongeveer 200 euro aangetroffen, in zijn jaszak een enveloppe met ongeveer 8.000 euro. Verder worden in het dashboardkastje van de auto waarin verdachte reist twee enveloppen met geld aangetroffen. In totaal zit er in de drie enveloppen 12.400 euro. Verdachte heeft verklaard dat hij samen met de bestuurder de auto heeft gehuurd en hij legt over de herkomst van het geld ter zitting van de rechtbank een andere verklaring af dan tegenover de politie.

Anders dan de rechtbank en het openbaar ministerie acht het hof de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden niet voldoende om te komen tot een bewezenverklaring van (schuld)witwassen. Het gaat niet om een uitzonderlijk groot bedrag dat ook niet op heimelijke wijze werd vervoerd. Weliswaar heeft verdachte twee uiteenlopende verklaringen omtrent de herkomst van het aangetroffen geld gegeven, maar het hof acht een en ander bij gebreke van andere redengevende feiten en omstandigheden onvoldoende om te kunnen oordelen dat het niet anders kan zijn dan dat het aangetroffen geld uit enig misdrijf afkomstig is.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven geldbedrag, te weten:

€ 12.400,00.

Aldus gewezen door

mr. J.I.M.W. Bartelds, voorzitter,

mr. A. van Waarden en mr. R.H. Koning, raadsheren,

in tegenwoordigheid van J.R.M. Roetgerink, griffier,

en op 6 oktober 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.