Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:7624

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
09-10-2015
Datum publicatie
15-01-2016
Zaaknummer
WAHV 200.157.241
Rechtsgebieden
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Op het afschrift van de beslissing van de kantonrechter zijn de vermelde datum van uitspraak en de naam van de kantonrechter met pen doorgehaald. Bijgeschreven zijn de datum waarop de zaak na aanhouding is behandeld en de naam van de kantonrechter die de zaak toen heeft behandeld. De beslissing van de kantonrechter is niet ondertekend door de kantonrechter en de reden daarvan is niet in de beslissing vermeld. Vaststaat dat de wijzigingen zijn aangebracht nadat het origineel voor kopie conform is getekend door de griffier. Een en ander vormt grond voor vernietiging van de beslissing van de kantonrechter.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.157.241

9 oktober 2015

CJIB 166281854

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

locatie Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam

van 5 augustus 2014

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

De zaak is behandeld ter zitting van 25 september 2015. De betrokkene is niet verschenen. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr. M.E. Joha.

Beoordeling

1. Het hof stelt vast dat zich in het dossier een afschrift van de beslissing van de kantonrechter bevindt. Als datum van de uitspraak staat daarop vermeld 27 mei 2014 en als kantonrechter [kantonrechter A] , maar die gegevens zijn met blauwe pen doorgehaald en daarbij staat geschreven als uitspraakdatum '5-8' (het hof begrijpt: 5 augustus 2014) en als kantonrechter [kantonrechter B] . Uit het dossier blijkt dat de behandeling van de zaak van de betrokkene op de zitting van 27 mei 2014 is aangehouden. Uit het proces-verbaal van de zitting van 5 augustus 2014 blijkt dat de zaak van de betrokkene op die dag is behandeld door mr. [kantonrechter B] . De beslissing van de kantonrechter is niet ondertekend door de kantonrechter, terwijl de reden van het niet ondertekenen niet staat vermeld in de beslissing. Bovendien staat mr. [kantonrechter B] niet op de beslissing van de kantonrechter vermeld als zijnde de rechter die op de zaak heeft beslist. Dat die naam met blauwe pen erbij is geschreven, maakt dat niet anders. Onduidelijk is door wie die wijzigingen zijn aangebracht, maar vaststaat dat die wijzigingen zijn aangebracht nadat het origineel voor kopie conform is getekend door de griffier.

2. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de beslissing van de kantonrechter dient te worden vernietigd. Het bepaalde in artikel 20d van de WAHV brengt mee dat het hof vervolgens zal doen hetgeen de kantonrechter had behoren te doen, te weten het bij de kantonrechter ingestelde beroep beoordelen.

3. Nu de beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd zal het hof de bezwaren die de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter buiten bespreking laten.

4. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 92,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximum snelheid op (auto)wegen buiten bebouwde kom, met 12 km/h (verkeersbord A1)”, welke gedraging zou zijn verricht op 5 augustus 2012 om 18.11 uur op de IJburglaan met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

5. Bij beslissing van de officier van justitie d.d. 14 juni 2013 zijn de initialen van de betrokkene gecorrigeerd en is het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard.

6. De betrokkene voert aan dat reeds uit de verklaring van de verbalisant volgt dat de gedraging niet is verricht. De tweede foto is een seconde later dan de eerste foto genomen, terwijl uit de in die tijd afgelegde afstand niet een overschrijding van de maximumsnelheid kan volgen. Voorts wordt aangevoerd dat de beslissing van de officier van justitie dient te worden vernietigd vanwege motiveringsgebreken. De officier van justitie heeft overwogen dat hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding geeft te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant, terwijl de betrokkene juist heeft aangevoerd dat uit die verklaring kan worden geconcludeerd dat de maximumsnelheid niet is overschreden. Van twijfel is geen sprake. Bovendien heeft de betrokkene in het beroepschrift tegen de inleidende beschikking aangegeven dat de inleidende beschikking niet aan hem is gericht, maar aan [naam] die niet woonachtig is op het adres van de betrokkene. De betrokkene is van mening dat de officier van justitie het door hem ingestelde beroep niet-ontvankelijk had dienen te verklaren, omdat hij geen belang had bij een beslissing in een procedure van [naam] .

7. In WAHV-zaken biedt de ambtsedige verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de ambtsedige verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.

8. Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in:

“De gemeten snelheid werd vastgesteld met twee in het wegdek aangebrachte en voor snelheidsmetingen goedgekeurde detectielussen. De gedraging (…) werd vastgelegd met aan de detectielussen gekoppelde digitale apparatuur.

Gemeten (afgelezen) snelheid: 65 km per uur.

Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 62 km per uur.

Toegestane snelheid: 50 km per uur.

Overschrijding met: 12 km per uur. (….)”

9. In het dossier bevinden zich twee foto's van de gedraging. De eerste foto toont het voertuig van de betrokkene op het moment dat de stopstreep wordt gepasseerd. De tweede foto is gemaakt na een interval van 10 meter. Uit de databalk volgt dat het voertuig van de betrokkene is gemeten met een snelheid van 65 km/h.

10. De conclusie van de betrokkene dat op basis van de verklaring van de verbalisant blijkt dat de maximumsnelheid niet is overschreden deelt het hof niet. Dat de tijdsaanduiding op de tweede foto één seconde verschilt van de tijdsaanduiding op de eerste foto, brengt niet mee dat van die waarde kan worden uitgegaan bij een berekening van de snelheid. Die tijdsaanduiding is afgerond op hele seconden, zodat op basis daarvan geen exacte berekening kan worden gemaakt van de snelheid die is gereden. Het hof ziet in hetgeen de betrokkene aanvoert geen aanleiding te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de snelheidsmeting en/of de vaststelling van de verbalisant dat de gedraging is verricht met het voertuig van de betrokkene. Door de betrokkene zijn geen concrete feiten en omstandigheden aangedragen die aanleiding geven daaraan te twijfelen, noch is uit het dossier van zulke feiten en omstandigheden gebleken. Derhalve is komen vast te staan dat de gedraging is verricht, zodat de officier van justitie het beroep terecht ongegrond heeft verklaard.

11. Hieraan kan niet afdoen dat in de inleidende beschikking de initialen van de betrokkene onjuist stonden vermeld doordat bij de administratieve verwerking de meesterstitel van de betrokkene voor zijn initialen werden gehouden. Ondanks de onjuiste vermelding van de initialen, is het hof van oordeel dat de inleidende beschikking aan de betrokkene is opgelegd en dat de officier van justitie de initialen terecht heeft gewijzigd. Voor een vernietiging van de beslissing van de officier van justitie en het niet-ontvankelijk verklaren van de betrokkene in het beroep wegens het ontbreken van belang, bestaat daarom geen aanleiding.

12. Gesteld noch gebleken is van proceskosten die op grond van het toepasselijke Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.

13. Het hof beslist als volgt.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep ongegrond.

Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Kuiper als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.