Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:7391

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
02-10-2015
Datum publicatie
02-10-2015
Zaaknummer
21-005753-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld ter zake van medeplegen van oplichting van een woningbouwvereniging en het plegen van valsheid in geschrifte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-005753-14

Uitspraak d.d.: 2 oktober 2015

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 3 juli 2014 met parketnummer 19-993002-12 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [woonplaats] , [woonadres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 18 september 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van de verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en 4 tenlastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijke met een proeftijd van 2 jaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. R. Zilver, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het hof tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1 primair:
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 november 2006 tot en met 01 juli 2009 in de gemeente(n) [gemeente] en/of [gemeente] en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met [medeverdachte] en/of met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door één of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de [woningstichting] heeft bewogen tot het teniet doen van (een) inschuld(en) en/of tot de afgifte(n) van:

- een geldbedrag van (ongeveer) EUR 176.565 (zaakdossier 1.2.1), en/of

- (een) geldbedrag(en) van (ongeveer) EUR 98.339,95 en/of EUR 53.440 (zaakdossier 1.2.2), en/of

- een geldbedrag van (ongeveer) EUR 141.341 (zaakdossier 1.2.3), en/of

- een geldgedrag van (ongeveer) EUR 173.664 (zaakdossier 1.2.4), in elk geval (telkens) van enig(e) geldbedrag(en),

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met voren omschreven oogmerk -zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid in de (financiële) administratie van die [woningstichting] :

a. ten behoeve van (de verkoop van) een woning aan de [adres 1] (zaakdossier 1.2.1) - onder meer - (zie proces-verbaal bijlage 0.7.15; blz. 875-879):

- op grootboekrekening 1001.000.000 (huurdebiteuren) aan de debetzijde een bedrag van EUR 206.400,10 geboekt in plaats van aan de creditzijde een bedrag van EUR 95.203,90 geboekt, en/of

- op grootboekrekening 1007.000.001 (debiteuren subadm) aan de creditzijde een bedrag van EUR 468.260,65 geboekt in plaats van een bedrag van EUR 166.666,65, en/of

- op journaalblad 98289, boekpostnummer 9800706, boekdatum 01-06-2007 met de omschrijving "T.W.K. 06" vermeld een bedrag van EUR 318.262,73, en/of

- op de grootboekrekening 1003.200.600 (huurtoeslag 2006) aan de debetzijde een bedrag van EUR 318.262,73 geboekt, en/of

b. ten behoeve van (de verkoop van) een woning aan de [adres 2] ( zaakdossier 1.2.2) - onder meer - (zie proces-verbaal bijlage 0.7.17; blz. 1029-1034):

- op grootboekrekening 1001.000.000 (huurdebiteuren) aan de debetzijde een bedrag van EUR 73.216,96 geboekt in plaats van aan de creditzijde een bedrag van EUR 25.122,99, en/of

- op grootboekrekening 1007.000.001 (debiteuren subadm) aan de creditzijde een bedrag van EUR 99.537,22 geboekt in plaats van een bedrag van EUR 1.197,27, en/of

- op journaalblad 98408, boekpostnummer 9800807, boekdatum 01-07-2008 met de omschrijving "T.W.K. 08" vermeld een bedrag van EUR 101.498,98, en/of

- op grootboekrekening 1003.200.600 (huurtoeslag2006) aan de debetzijde EUR 206.400,10 geboekt in plaats van aan de creditzijde een bedrag geboekt van EUR 101.498,98,

c. ten behoeve van (de verkoop van) een woning aan de [adres 3] (zaakdossier 1.2.3, proces-verbaal bijlage 0.7.19; blz. 1200-1204) een factuur met het nummer 322.08.0000898 met het bedrag van EUR 107.261,72 gericht aan [verdachte] (proces-verbaal bijlage 5-194; blz. 1166) en/of een factuur met het nummer 170.08.0010140 met het bedrag van EUR 34.079,92 gericht aan [verdachte] (proces-verbaal bijlage 5-197; blz. 1168) niet heeft opgenomen en/of doen opnemen, en/of

d. ten behoeve van (de verkoop van) een woning aan de [adres 4] (zaakdossier 1.2.4, proces-verbaal bijlage 0.7.18; blz. 1307-1312) een factuur/eindnota met het nummer 170080010169 met het bedrag EUR 124.764,55 gericht aan [verdachte] (proces-verbaal bijlage 5-448; blz. 1370) en/of een factuur/eindnota met het nummer 17009000167 met het bedrag EUR 169.286,47 gericht aan [verdachte] (proces-verbaal bijlage 5-227; blz. 1296) niet heeft opgenomen en/of doen opnemen,

waardoor de [woningstichting] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven teniet doen van die inschuld(en) en/of afgifte(n);


1 subsidiair:
[medeverdachte] op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 november 2006 tot en met 01 juli 2009 in de gemeente [gemeente] en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door één of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de [woningstichting] heeft bewogen tot het teniet doen van (een) inschuld(en) van en/of tot de afgifte(n) van:

- een geldbedrag van (ongeveer) EUR 176.565 (zaakdossier 1.2.1), en/of

- (een) geldbedrag(en) van (ongeveer) EUR 98.339,95 en/of EUR 53.440 (zaakdossier 1.2.2), en/of

- een geldbedrag van (ongeveer) EUR 141.341 (zaakdossier 1.2.3), en/of

- een geldgedrag van (ongeveer) EUR 173.664 (zaakdossier 1.2.4), in elk geval (telkens) van enig(e) geldbedrag(en),

hebbende die [medeverdachte] en/of diens mededader(s) met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid in de (financiële) administratie van die [woningstichting] :

a. ten behoeve van (de verkoop van) een woning aan de [adres 1] (zaakdossier 1.2.1) - onder meer - (zie proces-verbaal bijlage 0.7.15; blz. 875-879)

- op grootboekrekening 1001.000.000 (huurdebiteuren) aan de debetzijde een bedrag van EUR 206.400,10 geboekt in plaats van aan de creditzijde een bedrag van EUR 95.203,90 geboekt, en/of

- op grootboekrekening 1007.000.001 (debiteuren subadm) aan de creditzijde een bedrag van EUR 468.260,65 geboekt in plaats van een bedrag van EUR 166.666.65, en/of

- op journaalblad 98289, boekpostnummer 9800706, boekdatum 01-06-2007 met de omschrijving "T.W.K. 06" vermeld een bedrag van EUR 318.262,73, en/of

- op de grootboekrekening 1003.200.600 (huurtoeslag 2006) aan de debetzijde een bedrag van EUR 318.262,73 geboekt, en/of

b. ten behoeve van (de verkoop van) een woning aan de [adres 2] (zaakdossier 1.2.2) - onder meer - (zie proces-verbaal bijlage 0.7.17; blz. 1029-1034)

- op grootboekrekening 1001.000.000 (huurdebiteuren) aan de debetzijde een bedrag van EUR 73.216,96 geboekt in plaats van aan de creditzijde een bedrag van EUR 25.122,99, en/of

- op grootboekrekening 1007.000.001 (debiteuren subadm) aan de creditzijde een bedrag van EUR 99.537,22 geboekt in plaats van een bedrag van EUR 1.197,27, en/of

- op journaalblad 98408, boekpostnummer 9800807, boekdatum 01-07-2008 met de omschrijving "T.W.K. 08" vermeld een bedrag van EUR 101.498,98, en/of

- op grootboekrekening 1003.200.600 (huurtoeslag 2006) aan de debetzijde EUR 206.400,10 geboekt in plaats van aan de creditzijde een bedrag geboekt van EUR 101.498,98,

c. ten behoeve van (de verkoop van) een woning aan de [adres 3] (zaakdossier 1.2.3, proces-verbaal bijlage 0.7.19; blz. 1200-1204) een factuur met het nummer 322.08.0000898 met het bedrag van EUR 107.261,72 gericht aan [verdachte] (proces-verbaal bijlage 5-194; blz. 1166) en/of een factuur met het nummer 170.08.0010140 met het bedrag van EUR 34.079,92 gericht aan [verdachte] (proces-verbaal bijlage 5-197; blz. 1168) niet heeft opgenomen en/of doen opnemen, en/of

d. ten behoeve van (de verkoop van) een woning aan de [adres 4] (zaakdossier 1.2.4, proces-verbaal bijlage 0.7.18; blz. 1307-1312) een factuur/eindnota met het nummer 170080010169 met het bedrag EUR 124.764,55 gericht aan [verdachte] (proces-verbaal bijlage 5-448; blz. 1370) en/of een factuur/eindnota met het nummer 17009000167 met het bedrag EUR 169.286,47 gericht aan [verdachte] ( proces-verbaal bijlage 5-227; blz. 1296) niet opgenomen en/of doen opnemen, en/of

waardoor de [woningstichting] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven teniet doen van die inschuld(en) en/of afgifte(n);

bij en/of tot het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 november 2006 tot en met 01 juli 2009 (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijke gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door (telkens) (deel)betalingen ten behoeve van de aankoop van de woning(en) contant te betalen en/of doen betalen aan die [medeverdachte] ;


2 primair:
hij in of omstreeks de periode van 01 maart 2007 tot en met 20 april 2007 in de gemeente(n) [gemeente] en/of [gemeente] en/of [gemeente] en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, een model-werkgeversverklaring op naam van/met de gegevens van (de werkgever) [bedrijf] en/of ten behoeve van/met de gegevens van (de werknemer) [zoon 1] (proces-verbaal bijlage 21-1; ordner zaaksdossier 1.2.1, blz. 865) -zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) valselijk -zakelijk omschreven- op die werkgeversverklaring - onder meer - :

- vermeld en/of doen vermelden dat [zoon 1] bedrijfsleider was bij [bedrijf] en/of een bruto jaarsalaris had van EUR 31.200, en/of

- een handtekening geplaatst en/of doen plaatsen die moest doorgaan voor die van [werknemer 1] , zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

2 subsidiair:
hij op of omstreeks 20 april 2007, althans in de periode van 01 maart 2007 tot en met 20 april 2007 in de gemeente(n) [gemeente] en/of [gemeente] en/of [gemeente] en/of [gemeente] en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals(e) of vervalst(e) model-werkgeversverklaring op naam van/met gegevens van (de werkgever) [bedrijf] en/of ten behoeve van/met de gegevens van (de werknemer) [zoon 1] (proces-verbaal bijlage 21-1; ordner zaaksdossier 1.2.1, blz. 865), - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat geschrift echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat verdachte en/of zijn mededader(s) die model-werkgeversverklaring heeft/hebben doen toekomen aan (de hypotheekverstrekker) Obvion N.V. en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat - zakelijk omschreven - op die werkgeversverklaring stond vermeld dat [zoon 1] bedrijfsleider was bij [bedrijf] en/of een bruto jaarsalaris had van EUR 31.200 en/of dat een handtekening was geplaatst die moest doorgaan voor die van [werknemer 1] ;

3 primair:
hij in of omstreeks de periode van 01 februari 2008 tot en met 26 februari 2008 in de gemeente(n) [gemeente] en/of [gemeente] en/of [gemeente] en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, een model-werkgeversverklaring op naam van (werkgever) [bedrijf] en/of ten behoeve van/met de gegevens van (werknemer) [zoon 2] (proces-verbaal bijlage 28-17; ordner zaaksdossier 1.2.2, blz. 1023) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) valselijk op die werkgeversverklaring - onder meer - :

- vermeld en/of doen vermelden dat [zoon 2] medewerker/monteur was bij [bedrijf] en/of een bruto jaarsalaris had van EUR 27.588, en/of

- een handtekening geplaatst en/of doen plaatsen die moest doorgaan voor die van [werknemer 2] ,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

3 subsidiair:
hij op of omstreeks 22 februari 2008, althans in de periode van 01 februari 2008 tot en met 26 februari 2008 in de gemeente(n) [gemeente] en/of [gemeente] (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals(e) of vervalst(e) model-werkgeversverklaring op naam van/met de gegevens van (werkgever) [bedrijf] en/of ten behoeve van/met de gegevens van (werknemer) [zoon 2] (proces-verbaal bijlage 28-17; ordner zaaksdossier 1.2.2, blz. 1023), - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat geschrift echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat verdachte en/of zijn mededader(s) die model-werkgeversverklaring heeft doen toekomen aan (de hypotheekverstrekker) Argenta Spaarbank NV en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat op die werkgeversverklaring - onder meer - stond vermeld dat [zoon 1] medewerker/monteur was bij [bedrijf] en/of een bruto jaarsalaris had van EUR 27.588,- en/of dat een handtekening was geplaatst die moest doorgaan voor die van [werknemer 2] ;

4:
hij in of omstreeks de periode van 01 september 2008 tot en met 31 oktober 2008 in de gemeente(n) [gemeente] en/of [gemeente] en/of [gemeente] en/of (elders) in Nederland, een model-werkgeversverklaring op naam van (werkgever) [bedrijf] en/of ten behoeve van hem, verdachte als werknemer van [bedrijf] (proces-verbaal bijlage 43-17; ordner zaaksdossier 1.2.4, blz. 1299) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) valselijk op die werkgeversverklaring een handtekening geplaatst en/of doen plaatsen die moest doorgaan voor die van [werknemer 3] , zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs ter zake van het onder 1 tenlastegelegde

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde. Hij heeft hiertoe primair aangevoerd dat verdachte in zijn verklaring – dat hij te goeder trouw gehandeld heeft – gevolgd moet worden, waardoor het tenlastegelegde oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling zou ontbreken. Medeverdachte [medeverdachte] had de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid, zodat verdachte mocht denken dat [medeverdachte] bevoegd was afspraken te maken en betalingen te ontvangen. In het verlengde van dit standpunt heeft de raadsman gesteld dat de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte] – kort gezegd – als onbetrouwbaar en ongeloofwaardig bestempeld moeten worden. Bij wijze van subsidiair standpunt heeft de raadsman bepleit dat uit de bewijsmiddelen geen nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte] afgeleid kan worden, noch sprake is van medeplichtigheid, zodat ook via die weg vrijspraak zou moeten volgen.

Betrouwbaarheid

Met betrekking tot de oplichting van [woningstichting] (hierna: [woningstichting] ) staat buiten kijf dat medeverdachte [medeverdachte] , inmiddels onherroepelijk veroordeeld voor het medeplegen van deze oplichting, de boekhouding van [woningstichting] heeft gemanipuleerd. Over de gang van zaken rond deze oplichting en verdachtes rol daarin zijn door verdachte en [medeverdachte] sterk uiteenlopende verklaringen afgelegd, waarvan het hof de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid zal moeten vaststellen.

Ten aanzien van de door [medeverdachte] afgelegde inhoudelijke verklaringen merkt het hof op dat te betwijfelen valt of [medeverdachte] met betrekking tot de uitwerking van het financiële gedeelte – daar waar hij stelt slechts een fractie van het overeengekomen financiële voordeel te hebben gekregen – volledige openheid van zaken heeft gegeven. Daargelaten enig eigen belang dat [medeverdachte] hierbij kan hebben, blijkt reeds uit het dossier dat verdachte meerdere keren hoge bedragen op de privérekening van [medeverdachte] heeft gestort. Behoudens deze kanttekening, worden de verklaringen van [medeverdachte] voor het overige gesteund door de stukken in het dossier en vormen deze verklaringen zodoende een voor de hand liggende uitleg voor de gedragingen van verdachte met betrekking tot de vier door hem van [woningstichting] aangekochte panden. Daarnaast zijn de door [medeverdachte] afgelegde verklaringen op essentiële onderdelen consistent.

Tegenover de door [medeverdachte] afgelegde verklaringen staan verdachtes sterk wisselende verklaringen, waarbij het voor het hof onbegrijpelijk is waarom verdachte niet onmiddellijk openheid van zaken zou geven, wanneer hij meende met een legitieme “deal” te maken te hebben gehad. De kern van verdachtes verklaringen – dat hij te goeder trouw gehandeld zou hebben – wordt overigens reeds ondermijnd door het feit dat verdachte behoorlijke sommen geld heeft overgemaakt op de privérekening van [medeverdachte] en betalingsbewijzen ontving (en indiende bij de hypotheekverstrekker) die niet overeenkwamen met hetgeen verdachte feitelijk zou betalen of zou hebben betaald. Daarnaast is voor de beweerdelijke afspraak dat verdachte de vier huizen met 20% korting zou kopen van [woningstichting] - buiten verdachtes verklaring daarover - geen enkel aanknopingspunt te vinden, terwijl een dergelijke gang van zaken allerminst gebruikelijk is bij de aankoop van een woning, ook indien de verkopende partij een woningbouwverenging betreft. Al deze feiten, in onderlinge samenhang beziend, maakt dat het hof aanleiding ziet om verdachtes verklaringen ter zake van het onder 1 tenlastegelegde als ongeloofwaardig terzijde te schuiven. De verklaring van [medeverdachte] acht het hof daarentegen om hiervoor genoemde redenen voldoende betrouwbaar om met betrekking tot de feitelijke gang van zaken en verdachtes rol voor het bewijs te bezigen. Het hof verwerpt derhalve het verweer van de raadsman op dit punt.

Oogmerk en medeplegen

In zijn algemeenheid stelt het hof vast dat een fraudeconstructie zoals de onderhavige alleen mogelijk is indien met de koper van de woningen afspraken worden gemaakt over valse nota’s, de betalingen en in zijn algemeenheid de wijze waarop de aanschaf van de woningen geregeld wordt. Ook in de onderhavige zaak heeft een dergelijke samenwerking plaatsgevonden, zo volgt uit de verklaringen van [medeverdachte] . [medeverdachte] heeft bij de raadsheer-commissaris op 13 april 2015 verklaard dat hij en verdachte samen hebben bedacht hoe ze de fraudeconstructie – die [medeverdachte] zelf al eerder had gebruikt voor het frauderen met huurgelden ten behoeve van huurders – op andere wijze zouden kunnen benutten. Ze hebben vervolgens afspraken gemaakt over de verdeling van taken en van het geld dat met de fraude vrij zou komen. [medeverdachte] heeft op dit punt verklaard dat verdachte de woningen van [woningstichting] zou kopen en de financiering van de woning zou regelen, maar telkens minder voor de woningen zou betalen dan het feitelijk afgesproken aankoopbedrag, waarbij [medeverdachte] informatie van binnenuit verschafte. [medeverdachte] manipuleerde na de koop de administratie van [woningstichting] zodanig dat het leek alsof de aan [woningstichting] verschuldigde bedragen wel volledig door verdachte waren betaald. De namens [woningstichting] aan verdachte verstrekte betalingsbewijzen die tevens suggereerden dat de volledige afgesproken betalingstermijn was voldaan, zou verdachte indienen bij de hypotheekverstrekker, waarna het geld dat de hypotheekverstrekker uitkeerde tussen verdachte en [medeverdachte] zou worden verdeeld. Gelet op deze verklaring, alsmede de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen die steun geven aan de gedachte dat dit ook de feitelijke gang van zaken is geweest, is het hof van oordeel dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte] , waarbij ook verdachte het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling heeft gehad. Het hof verwerpt derhalve de door de raadsman gevoerde verweren.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, zoals opgenomen in de aan dit arrest gehechte bijlage, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:


1 primair:
hij in of omstreeks de periode van 1 november 2006 tot en met 1 juli 2009 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met [medeverdachte] met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen, de [woningstichting] heeft bewogen tot het teniet doen van inschulden:

- een geldbedrag van ongeveer EUR 176.565 en

- een geldbedrag van ongeveer EUR 98.339,95, en

- een geldbedrag van ongeveer EUR 141.341, en

- een geldgedrag van ongeveer EUR 173.664,

hebbende verdachte en zijn mededader met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid in de financiële administratie van die [woningstichting] :

a. ten behoeve van de verkoop van een woning aan de [adres 1] - onder meer - :

- op grootboekrekening 1001.000.000 (huurdebiteuren) aan de debetzijde een bedrag van EUR 206.400,10 geboekt in plaats van aan de creditzijde een bedrag van EUR 95.203,90 geboekt, en

- op grootboekrekening 1007.000.001 (debiteuren subadm) aan de creditzijde een bedrag van EUR 468.270,65 geboekt in plaats van een bedrag van EUR 166.666,65, en

- op journaalblad 98289, boekpostnummer 9800706, boekdatum 01-06-2007 met de omschrijving "T.W.K. 06" vermeld een bedrag van EUR 318.262,73, en

- op de grootboekrekening 1003.200.600 (huurtoeslag 2006) aan de debetzijde een bedrag van EUR 318.262,73 geboekt, en

b. ten behoeve van de verkoop van een woning aan de [adres 2] - onder meer - :

- op grootboekrekening 1001.000.000 (huurdebiteuren) aan de debetzijde een bedrag van EUR 73.216,96 geboekt in plaats van aan de creditzijde een bedrag van EUR 25.122,99, en

- op grootboekrekening 1007.000.001 (debiteuren subadm) aan de creditzijde een bedrag van EUR 99.537,22 geboekt in plaats van een bedrag van EUR 1.197,27, en

- op journaalblad 98408, boekpostnummer 9800807, boekdatum 01-07-2008 met de omschrijving "T.W.K. 08" vermeld een bedrag van EUR 101.498,98, en

c. ten behoeve van de verkoop van een woning aan de [adres 3] een factuur met het nummer 322.08.0000898 met het bedrag van EUR 107.261,72 gericht aan [verdachte] en een factuur met het nummer 170.08.0010140 met het bedrag van EUR 34.079,92 gericht aan [verdachte] niet heeft opgenomen en/of doen opnemen, en

d. ten behoeve van de verkoop van een woning aan de [adres 4] een factuur met het nummer 170080010169 met het bedrag EUR 124.764,55 gericht aan [verdachte] en een factuur met het nummer 17009000167 met het bedrag EUR 169.286,47 gericht aan [verdachte] niet heeft opgenomen en/of doen opnemen,

waardoor de [woningstichting] telkens werd bewogen tot bovenomschreven teniet doen van die inschulden;

2 primair:
hij in de periode van 1 maart 2007 tot en met 20 april 2007 in Nederland, een model-werkgeversverklaring op naam van/met de gegevens van de werkgever [bedrijf] en ten behoeve van/met de gegevens van de werknemer [zoon 1] - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte valselijk - zakelijk omschreven - op die werkgeversverklaring een handtekening geplaatst die moest doorgaan voor die van [werknemer 1] , zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;


3 primair:
hij in de periode van 1 februari 2008 tot en met 26 februari 2008 in Nederland, een model-werkgeversverklaring op naam van werkgever [bedrijf] en ten behoeve van/met de gegevens van werknemer [zoon 2] - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte valselijk op die werkgeversverklaring een handtekening geplaatst die moest doorgaan voor die van [werknemer 2] ,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

4:
hij in de periode van 1 september 2008 tot en met 31 oktober 2008 in Nederland, een model-werkgeversverklaring op naam van werkgever [bedrijf] en ten behoeve van hem, verdachte als werknemer van [bedrijf] - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte valselijk op die werkgeversverklaring een handtekening geplaatst die moest doorgaan voor die van [werknemer 3] , zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van oplichting.

Het onder 2 primair, 3 primair en 4 bewezen verklaarde levert telkens op:

valsheid in geschrift.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachte gedurende een zeer lange periode van ruim 2 jaar schuldig gemaakt aan oplichting van [woningstichting] . Deze oplichting bestond uit het dusdanig manipuleren van de boekhouding of administratie van [woningstichting] , waardoor het leek alsof de door verdachte van [woningstichting] gekochte woningen volledig aan [woningstichting] betaald waren, terwijl dit in werkelijkheid niet het geval is geweest. De door medeverdachte gefabriceerde valse betalingsbewijzen die zogenaamd namens [woningstichting] werden verstrekt, zijn door verdachte op zijn beurt bij de hypotheekverstrekker ingeleverd waardoor de hypotheekverstrekker geld uitkeerde. Verdachte en medeverdachte hebben deze ‘truc’ uitgehaald bij de koop van vier woningen. Door aldus te handelen heeft verdachte de woningbouwvereniging, juist een instelling met een belangrijke maatschappelijke functie, ernstig benadeeld.

In het verlengde van deze oplichting heeft verdachte zich ook schuldig gemaakt aan valsheid in geschrifte. Teneinde de financiering voor de koop van drie van de vier woningen rond te krijgen, heeft verdachte door hem valselijke opgemaakte werkgeversverklaringen bij de hypotheekverstrekker ingediend. Verdachte heeft door zijn handelen deze financiële instellingen op het verkeerde been gezet en misbruik gemaakt van het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer pleegt te worden gesteld in dergelijke schriftelijke stukken. Verdachtes handelen getuigt van een zeker raffinement, waarbij hij enkel uit is geweest op financieel gewin te behoeve van zichzelf en zijn zonen. Voorts heeft verdachte ter terechtzitting in hoger beroep geen blijk gegeven van enig inzicht in de strafwaardigheid van zijn handelen, noch heeft hij op enige andere wijze verantwoordelijkheid genomen voor de wijze waarop hij heeft gehandeld. Hoewel het aangewezen lijkt de financiële sector te mijden na onderhavige fraude, is verdachte – aldus zijn verklaring ter terechtzitting in hoger beroep – thans juist werkzaam in de financiële dienstverlening waarbij hij tegen commissie adviseert over de financiering van projecten in het buitenland.

Het hof heeft tevens gelet op het de verdachte betreffende Uittreksel van de Justitiële Documentatie d.d. 20 augustus 2015, waaruit blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van strafbare feiten, doch niet voor soortgelijke feiten.

De onderhavige ernstige vorm van fraude rechtvaardigt zonder meer oplegging van een (deels) onvoorwaardelijke vrijheidsstraf. Bij de vaststelling van de duur van deze vrijheidsstraf heeft het hof – naast het reeds genoemde – in aanmerking genomen dat medeverdachte [medeverdachte] ter zake van het in de onderhavige zaak als 1 primair bewezenverklaarde feit, alsmede fraude met huurgelden reeds onherroepelijk door de rechtbank is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk. Dit betreft dezelfde straf als door de rechtbank aan verdachte in de onderhavige zaak is opgelegd. Het hof ziet in de ernst van het feit ten opzichte van de rechtsgelijkheid onvoldoende aanleiding om met de advocaat-generaal fors hoger te straffen dan de rechtbank in eerste aanleg heeft gedaan. Het hof zal derhalve een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, opleggen. Het voorwaardelijk deel van deze gevangenisstraf is mede bedoeld om verdachte te weerhouden van het opnieuw begaan van (soortgelijke) strafbare feiten. Gezien verdachtes huidige werkzaamheden ziet het hof aanleiding om – in afwijking van de rechtbank – de proeftijd vast te stellen op drie jaar.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 57, 63, 225 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en 4 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en 4 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 12 (twaalf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr. G. Dam, voorzitter,

mr. T.M.L. Wolters en mr. T.H. Bosma, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. J.E. van der Ploeg, griffier,

en op 2 oktober 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.