Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:7181

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
25-09-2015
Datum publicatie
25-09-2015
Zaaknummer
21-004143-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak mensenhandel; geen bewijs voor ‘uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht’ en ‘misbruik van omstandigheden’.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-004143-14

Uitspraak d.d.: 25 september 2015

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, van 10 juli 2014 met parketnummer 08-950717-13 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

ingeschreven te [adres] .

Het hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 11 september 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot:

- vernietiging van het vonnis waarvan beroep;

- bewezenverklaring van het tenlastegelegde;

- oplegging van gevangenisstraf voor de duur van 480 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 390 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, en een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis.

Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. V. Wolting, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 21juni 2013 in de gemeente Zwolle en/of Hasselt en/of elders in Nederland,

een ander, genaamd [slachtoffer] ,

(telkens) door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feiteljkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing, fraude en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer] ,

en/of

(telkens) met één of meerdere van de onder 1 van dit artikel genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden, door fraude, afpersing, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie, die [slachtoffer] , heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten (bestaande uit seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling) dan wel onder de onder 1 van dit artikel genoemde omstandigheden, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden, door fraude, afpersing, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten,

en/of

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting (in de prostitutie) van die [slachtoffer] ,

en/of

(telkens) een ander, genaamd [slachtoffer] , door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feiteljkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of één of meer andere feiteljkhe(i)d(en), door afpersing, fraude en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie die [slachtoffer] , heeft gedwongen dan wel bewogen, verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele handeling(en) met of voor een derde,

immers is/heeft hij, verdachte, (telkens):

- terwijl verdachte en/of die [slachtoffer] geen inkomsten heeft/hebben uit reguliere arbeid en/of

- terwijl verdachte en die [slachtoffer] een huwelijksrelatie hebben en/of samenwonen en samen twee kinderen hebben en/of

- terwijl die [slachtoffer] een (ernstige) alcoholverslaving heeft en/of

- van/over die [slachtoffer] seksadvertenties onder de (werk)naam “ [naam 1] ’ en/of “ [naam 2] ” op internet geplaatst/gezet en/of

- die [slachtoffer] ondergebracht in (een) hotel(s) ( [hotel 1] en [hotel 2] ) teneinde aldaar klanten te kunnen ontvangen, althans een kamer geregeld in (een) hotel(s) teneinde klanten te kunnen ontvangen en/of

- ( blikjes) bier, althans alcoholhoudende drank voor die [slachtoffer] gekocht/geregeld (opdat/zodat die [slachtoffer] onder invloed verkeerde terwijl ze klanten ontving) en/of

- die [slachtoffer] (werk)instructies gegeven over wat zij moest zeggen en/of schrijven en/of

- tegen de klanten gezegd dat ze naar kamer 304 ( [hotel 1] ) op de 3e verdieping moesten gaan en/of

- klanten bewogen om aan hem, verdachte, geld te betalen, nadat seks met die [slachtoffer] had plaatsgevonden en/of

- aldus en/of op enigerlei (andere) wijze in de communicatieve en/of feitelijke omgang met die [slachtoffer] een situatie gecreëerd en/of in stand gehouden, waarin verdachte door de feitelijke omstandigheden een overwicht verkreeg over die [slachtoffer] en/of misbruik heeft gemaakt van het uit feitelijke omstandigheden voorvloeiend overwicht dat verdachte over die [slachtoffer] had en/of

- door welke feiten en omstandigheden voor die [slachtoffer] een (afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan zij zich niet heeft kunnen onttrekken en/of tengevolge waarvan zij geen weerstand aan verdachte heeft kunnen bieden.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof komt evenals de rechtbank tot een algehele vrijspraak van hetgeen verdachte verweten wordt.

Het hof overweegt hiertoe als volgt.

Met de rechtbank, de advocaat-generaal en de verdediging is het hof van oordeel dat er geen wettig en overtuigend bewijs aanwezig is voor het feit dat sprake is geweest van geweld of dreiging met geweld, afpersing, fraude of misleiding door verdachte jegens [slachtoffer] (verder te noemen: [slachtoffer] ), zodat hij van die onderdelen van de tenlastelegging moet worden vrijgesproken.

Resteert de vraag of wettig en overtuigend bewezen is dat er sprake is geweest van een ‘uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht’ van verdachte op [slachtoffer] en/of ‘misbruik van een kwetsbare positie’. Zowel verdachte als [slachtoffer] hebben zich op het standpunt gesteld dat dit niet het geval is. Om te kunnen beoordelen of ondanks dit standpunt van verdachte en [slachtoffer] er toch sprake is geweest van een ‘uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht’ van verdachte op [slachtoffer] en/of ‘misbruik van een kwetsbare positie’ dient allereerst vastgesteld te worden welke feitelijke handelingen verdachte heeft verricht.

Verdachte heeft een deel van die tenlastegelegde feitelijke handelingen erkend.

Zo bestaat er tussen het openbaar ministerie en de verdediging geen discussie over het feit dat verdachte en [slachtoffer] in de tenlastegelegde periode een relatie hadden en samen de ouders zijn van twee kinderen. In het begin van de tenlastegelegde periode was verdachte gedetineerd. Vanaf zijn voorwaardelijke invrijheidstelling op 10 mei 2013 verbleven verdachte en [slachtoffer] regelmatig in hotels. In de tenlastegelegde periode hadden zowel [slachtoffer] , als verdachte geen inkomen uit reguliere arbeid. Er zijn seksadvertenties op internet geplaatst en [slachtoffer] heeft in de tenlastegelegde periode als prostituee gewerkt onder de namen [naam 1] en [naam 2] . Ook weerspreekt verdachte niet de stelling dat [slachtoffer] destijds verslaafd was aan alcohol en dat ook hijzelf problemen had met alcohol.

Verdachte heeft echter uitdrukkelijk ontkend dat hij [slachtoffer] (werk)instructies heeft gegeven over wat zij in verband met de seksadvertenties moest zeggen of schrijven, dat hij klanten naar de desbetreffende hotelkamers heeft verwezen, en dat hij klanten heeft bewogen geld aan hem te betalen. Voorts heeft hij ontkend dat hij met de door hem erkende tenlastegelegde feitelijke handelingen voornoemd, aldus [slachtoffer] heeft bewogen tot prostitutie en van haar kwetsbare positie misbruik heeft gemaakt. Verdachte heeft van meet af aan verklaard dat [slachtoffer] op vrijwillige basis zichzelf prostitueert en zelf regelt wat daarvoor nodig is, zoals het plaatsen van een advertentie en het maken van afspraken.

Het openbaar ministerie en de verdediging zijn met name verdeeld daar waar het gaat om de rol van verdachte ten aanzien van het alcoholgebruik van [slachtoffer] en de betrokkenheid van verdachte bij de (feitelijke) uitvoering van de prostitutie werkzaamheden door [slachtoffer] .

Het hof stelt vast dat [slachtoffer] vrijwillig voor het werk van prostituee heeft gekozen. [slachtoffer] heeft immers ook buiten de invloedsfeer van verdachte prostitutie werkzaamheden uitgevoerd, namelijk toen verdachte in de tenlastegelegde periode gedetineerd zat. Uit de verklaringen van verdachte en [slachtoffer] begrijpt het hof dat binnen hun huwelijk [slachtoffer] de ruimte kreeg om vrijelijk inhoud te geven aan haar keuze voor prostitutiewerkzaamheden.

Vrijwilligheid aan de zijde van de prostituee sluit een bewezenverklaring van het tenlastegelegde echter niet uit. Omdat er geen aangifte in het dossier ligt, zal het bewijs voor de dwangmiddelen uit andere bewijsmiddelen moeten volgen, zoals verklaringen van getuigen, camerabeelden, brieven en de verklaring van verdachte.

Op grond van het dossier zijn er sterke argumenten om te veronderstellen dat [slachtoffer] in de tenlastegelegde periode nog steeds verslaafd was aan alcohol en zich derhalve in een kwetsbare positie bevond. Het verwijt dat verdachte onder meer wordt gemaakt is dat hij misbruik heeft gemaakt van deze kwetsbare positie. Niet wettig en overtuigend bewezen kan echter worden dat verdachte de alcoholverslaving van [slachtoffer] heeft bevorderd door haar te voorzien van alcohol. Integendeel, er zijn aanwijzingen dat verdachte probeerde het alcoholgebruik van [slachtoffer] te verminderen dan wel te ontmoedigen, zelfs vanuit de gevangenis. Dit leidt het hof af uit de brieven die verdachte tijdens zijn detentie aan [slachtoffer] schreef. Uit de brieven komt het beeld naar voren dat verdachte zich zorgen maakt over [slachtoffer] . Omdat verdachte ten tijde van het schrijven ervan niet heeft kunnen vermoeden dat deze mogelijk tegen hem zouden worden gebruikt, is er geen reden om aan de betrouwbaarheid ervan te twijfelen.

Het hof acht tevens niet wettig bewezen dat verdachte misbruik gemaakt heeft van de kwetsbare positie van [slachtoffer] door haar te assisteren bij het vormgeven van haar prostitutie werkzaamheden. Het enkel verlenen van hulp bij het opmaken van een advertentie of het beantwoorden van een e-mail brengt niet mee dat sprake is van een uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht op [slachtoffer] of het maken van misbruik van de kwetsbare positie van [slachtoffer] .

Voor de overige tenlastegelegde handelingen, zoals het onderbrengen van [slachtoffer] in hotels, het geven van aanwijzingen en instructies aan [slachtoffer] en haar klanten, alsmede het ontvangen van gelden van klanten, is geen wettig bewijs aanwezig. Weliswaar heeft [slachtoffer] samen met verdachte in de tenlastegelegde periode in verschillende hotels verbleven en was verdachte in de nabijheid aanwezig toen [slachtoffer] klanten ontving, het dossier biedt echter geen steun voor het verwijt dat verdachte daarin een dermate actieve en sturende rol had, dat sprake is geweest van ‘misbruik van een kwetsbare situatie’ of een ‘uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht’.

Het hof is met de rechtbank en de verdediging van oordeel dat ook de dwangmiddelen

‘misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht’ en ‘misbruik van een kwetsbare positie’ niet wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

Het hof zal verdachte dan ook integraal vrijspreken.

Beslag

Nu verdachte wordt vrijgesproken van de gehele tenlastelegging, zal de teruggave worden gelast van de onder hem in beslag genomen laptop.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een laptop.

Aldus gewezen door:

mr. T.M.L. Wolters, voorzitter,

mr. G.M. Meijer-Campfens en mr. W.F. van Zant, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. G.M. Fondse, griffier,

en op 25 september 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. W.F. van Zant is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.