Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:6878

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
18-09-2015
Datum publicatie
22-09-2015
Zaaknummer
21-007505-14
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2014:7747, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor mensenhandel tot een gevangenisstraf van 30 maanden. Roemeense straatkrantverkopers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-007505-14

Uitspraak d.d.: 18 september 2015

TEGENSPRAAK

Promis

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 15 december 2014 met parketnummer 05-780072-14 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1982] ,

thans verblijvende in [detentieadres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 21 augustus 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. H.J. Scholten, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen, omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1
hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 maart 2014 tot en met 4 juli 2014 te [plaats] en/of elders in Nederland,

(lid 3, onder 1°)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal (telkens),

een ander, te weten, [slachtoffer 1]

telkens door dwang, geweld of een andere feitelijkheid of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid of door dreiging met een andere feitelijkheid, door afpersing, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie,

(sub 1°)

- heeft geworven en/of gehuisvest en/of opgenomen en/of vervoerd en/of overgebracht met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1]

en/of

(sub 4°)

- heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten

dan wel

onder die omstandigheden enige handelingen heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten

en/of

(sub 6°)

telkens opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer 1]

en/of

(sub 9°)

- heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of verdachte(s) mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer 1] , seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling

immers heeft/is verdachte en/of diens mededader(s) (telkens)

(terwijl die [slachtoffer 1] de Nederlandse taal niet machtig is en/of schulden had en/of schulden kreeg)

- die [slachtoffer 1] beloofd werk te regelen in Nederland en/of

- de reiskosten voor die [slachtoffer 1] voorgeschoten en/of

- die [slachtoffer 1] gezegd dat zij nog meer schulden had en/of

- die [slachtoffer 1] gehuisvest en/of

- die [slachtoffer 1] kranten laten verkopen en/of

- die [slachtoffer 1] in de prostitutie laten werken en/of

- die [slachtoffer 1] naar haar werkplaats vervoerd en/of

- die [slachtoffer 1] mishandeld en/of bedreigd en/of

- naaktfoto's van die [slachtoffer 1] gemaakt en/of

- de telefoon van die [slachtoffer 1] kapot gegooid en/of

- die [slachtoffer 1] vastgebonden en/of

- het door die [slachtoffer 1] verdiende geld afgenomen en/of

- die [slachtoffer 1] laten betalen voor de huisvesting en/of het vervoeren;

door welke feiten en omstandigheden voor voornoemde [slachtoffer 1] een (afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan zij zich niet heeft kunnen onttrekken en/of ten gevolge waarvan zij geen weerstand aan verdachte en/of diens mededader(s) heeft kunnen bieden;

2
hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 maart 2014 tot en met 4 juli 2014 te [plaats] en/of elders in Nederland,

(lid 3, onder 1°)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal (telkens),

een ander, te weten, [slachtoffer 2]

telkens door dwang, geweld of een andere feitelijkheid of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door afpersing, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie,

(sub 1°)

- heeft geworven en/of gehuisvest en/of opgenomen en/of vervoerd en/of overgebracht met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 2]

en/of

(sub 4°)

- heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten

dan wel

onder die omstandigheden enige handelingen heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 2] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten

en/of

(sub 6°)

telkens opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer 2] ,

immers heeft/is verdachte en/of diens mededader(s) (telkens)

(terwijl die [slachtoffer 2] de Nederlandse taal niet machtig is en/of schulden had en/of schulden kreeg)

- die [slachtoffer 2] beloofd werk te regelen in Nederland en/of

- de reiskosten voor die [slachtoffer 2] voorgeschoten en/of

- die [slachtoffer 2] gezegd dat hij nog meer schulden had en/of

- die [slachtoffer 2] gehuisvest en/of

- die [slachtoffer 2] kranten laten verkopen en/of

- die [slachtoffer 2] naar zijn werkplaats vervoerd en/of

- die [slachtoffer 2] mishandeld en/of bedreigd en/of

- het door die [slachtoffer 2] verdiende geld afgenomen en/of

- die [slachtoffer 2] laten betalen voor de huisvesting en/of het vervoeren;

door welke feiten en omstandigheden voor voornoemde [slachtoffer 2] een (afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan hij zich niet heeft kunnen onttrekken en/of ten gevolge waarvan hij geen weerstand aan verdachte en/of diens mededader(s) heeft kunnen bieden;

3
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 4 juli 2014 te [plaats] en/of elders in Nederland,

terwijl ten aanzien van verdachte bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Zutphen van 13 april 2011 de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing was verklaard,

ter bedrieglijke verkorting van de rechten die zijn schuldeiser(s) jegens de boedel konden doen gelden, (een) bate(n) niet heeft verantwoord,

immers heeft hij, verdachte,

- de inkomsten uit de verkoop van kranten en/of

- de inkomsten uit kamerverhuur en/of

- de inkomsten uit vervoer en/of

- de inkomsten uit prostitutiewerkzaamheden, niet opgegeven aan en/of verzwegen voor zijn bewindvoerder.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak ter zake van het onder 3 tenlastegelegde

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring ter zake van het onder 3 tenlastegelegde.

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 3 tenlastegelegde, nu verdachte geen oogmerk heeft gehad op de bedrieglijke verkorting van de rechten van zijn schuldeisers.

Het hof heeft op grond van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat verdachte de in de tenlastelegging genoemde inkomsten niet bij zijn bewindvoerder heeft gemeld ter bedrieglijke verkorting van de rechten van zijn schuldeisers en spreekt verdachte daarom vrij van het onder 3 tenlastegelegde. Het hof overweegt daartoe het volgende.

Uit het dossier volgt dat verdachte tot 11 april 2014 in de schuldsaneringsregeling zat en [slachtoffer 1] op 29 maart 2014 naar Nederland kwam. Zij verbleef vanaf die datum in de woning van de verdachte en zij zou verdachte hiervoor 10 euro per dag betalen. Verder blijkt uit het dossier dat [slachtoffer 1] op 31 maart 2014 met de straatkrantenverkoop begon, maar onduidelijk is of verdachte in de periode tot 11 april 2014 een gedeelte van de verdiensten van [slachtoffer 1] heeft ontvangen. Gebleken is immers dat [slachtoffer 1] de eerste tijd met de verkoop van de straatkranten weinig verdiende, zij kort na haar aankomst 50 euro overmaakte naar een familielid in Roemenië en zij bovendien de afspraak met [medeverdachte] had de reiskosten terug te betalen die [medeverdachte] had voorgeschoten. Voor zover de vergoeding van 10 euro per dag aan verdachte voor het verblijf in zijn huis als inkomsten kunnen worden beschouwd, blijkt onvoldoende uit het dossier dat verdachte deze inkomsten niet gemeld heeft ter bedrieglijke verkorting van de rechten van zijn schuldeisers.

Bewijsoverwegingen ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde

Inleiding

Het hof geeft onderstaand eerst een overzicht van de relevante bewijsmiddelen, waarvan de redengevende onderdelen voor het bewijs worden gebruikt. Vervolgens wordt de beoordeling door het hof van de tenlastelegging besproken.

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde.

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1 en 2 tenlastegelegde. Daartoe heeft de raadsvrouw -kort gezegd- naar voren gebracht dat er onvoldoende bewijs voorhanden is om vast te kunnen stellen dat sprake is geweest van uitbuiting van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .

Het hof is van oordeel dat hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht, wordt weersproken door de bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan door het hof, zoals hieronder wordt weergegeven.

Bewijsmiddelen 1

1. Het proces-verbaal van bevindingen (op 4 juli 2014), inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van aangeefster [slachtoffer 1]:

Ik woon bij [verdachte] (het hof begrijpt: verdachte) en [medeverdachte] (het hof begrijpt: medeverdachte [medeverdachte] ) in [plaats] . Op 30 juni jl. was ik precies drie maanden in Nederland. [medeverdachte] heeft in Roemenië, in de plaats [plaats] , een huis laten bouwen. Mijn partner is afkomstig uit [plaats] en heeft in haar huis gewerkt. [medeverdachte] heeft aan mij gevraagd of ik naar Nederland wilde komen om extra geld te verdienen. Dit wilde ik. [medeverdachte] heeft er ook voor gezorgd dat mijn partner naar Nederland kon komen. [verdachte] heeft haar hiermee geholpen. [verdachte] is de partner van [medeverdachte] . De reiskosten van mijn partner bedroegen volgens [verdachte] 100 euro. Mijn partner is sinds twee weken hier in Nederland. Mijn partner en ik wonen van begin af aan bij [verdachte] en [medeverdachte] in. Ik slaap met mijn partner op de zolder op een matras. Hiervoor betalen wij 20 euro per nacht. Daarnaast moeten wij extra geld betalen wanneer [verdachte] ons naar een plek brengt waar wij kranten kunnen verkopen. Wij betalen hiervoor per rit 10 euro. Met de krantenverkoop verdien ik per dag tussen de 15 en 45 euro. Tussen 12.00 uur en 13.00 uur kwam [medeverdachte] altijd langs om geld op te halen. Ik bedoel daarmee het geld dat ik verdiend had met de krantenverkoop. Volgens [medeverdachte] had mijn partner een restschuld van 750 euro, want zij vond dat mijn partner in Roemenië zijn werk niet afgemaakt had. Hiermee bedoel ik zijn werkzaamheden aan het huis van [medeverdachte] . Mijn man heeft inderdaad aan de woning van [medeverdachte] gewerkt. Ik betaalde zijn schuld met het geld dat ik met de krantenverkoop verdiende. Wij worden in de gaten gehouden. Ik mag niet zelfstandig naar de wc, roken of iets anders doen. Mijn man is ook door [verdachte] geslagen. Hij had een dikke lip. Ik vroeg hoe dit gebeurd was en hij vertelde dat [verdachte] dit gedaan had. [medeverdachte] wilde dat ik mijn restschuld van 120 euro zo snel mogelijk ging betalen. Een maand geleden heeft [verdachte] mijn telefoon kapot gemaakt. Daarom heb ik helemaal geen contact meer met mijn kinderen en familie in Roemenië. Tevens hebben zij mijn ID-kaart afgepakt, zodat ik geen geld kan storten naar Roemenië. Ongeveer anderhalve maand geleden was ik bij de AH kranten aan het verkopen. Omstreeks 12.00 uur kwam [medeverdachte] naar mij toe om mijn opbrengst op te halen. Ik had toen 12 euro op zak. [medeverdachte] vond dit te weinig en pakte mij vast en vroeg waarom ik zo weinig verdiende. Hierna is [verdachte] op verzoek van [medeverdachte] naar de AH gekomen. Ik ben achterin de auto van [verdachte] gaan zitten. [verdachte] pakte een mes en wilde dit tegen mijn keel zetten. Ik wilde zodoende zo snel mogelijk mijn schulden afbetalen. Ik stemde in om in de prostitutie te gaan werken. De klant betaalde mij 75 euro. Hiervan gaf ik 50 euro aan [verdachte] om mijn schulden af te lossen. Ook moest ik [verdachte] 25 euro aan benzinekosten betalen, dus zelf kreeg ik niets. Klanten die [verdachte] kenden, betaalden [verdachte] het geld. Klanten die [verdachte] niet kenden, betaalden aan mij. [verdachte] was altijd in de buurt en wachtte mij op op een parkeerplaats. [verdachte] was in het begin alleen met mij toen wij naar de klanten gingen. Later kwam [medeverdachte] ook wel eens met ons mee. Ik heb in totaal twee tot drie weken in de prostitutie gewerkt. Toen [verdachte] vandaag aangehouden werd, schreeuwde hij dat ik mijn mond moest houden, anders zou hij mij wel pakken.2

2. Het proces-verbaal van verhoor (op 15 juli 2014), inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van [slachtoffer 1] :

U toont mij een foto van [medeverdachte] . Ik kan u vertellen dat dat inderdaad de [medeverdachte] is die ik bedoel. Zij is een rotwijf. Tijdens één van de gesprekken met [medeverdachte] heb ik haar gevraagd of zij aan [verdachte] wilde vragen of ik ook naar Nederland mocht komen. Ik heb toen [verdachte] aan de lijn gehad. Hij vertelde dat ik naar Nederland mocht komen, maar dat ik 10 euro per nacht moest betalen om bij hem te kunnen wonen. Ik ben zaterdag 29 maart 2014 naar Nederland gekomen. Ongeveer een maand geleden gaf [medeverdachte] aan dat [verdachte] mijn telefoon wilde hebben. Ik heb mijn telefoon toen aan [medeverdachte] gegeven. Ik hoorde een hard geluid toen zij naar beneden liep. Het klonk alsof er iets kapot gegooid werd. [verdachte] kwam naar boven en gooide mijn kapotte telefoon op de grond. [verdachte] had de dag daarvoor tegen mij gezegd dat hij het vermoeden had dat ik geld uitgaf aan het bellen naar Roemenië. Twee of drie weken nadat ik in Nederland was aangekomen, heeft [medeverdachte] mijn ID-kaart afgepakt. [verdachte] had dat aan [medeverdachte] gevraagd. [verdachte] dacht namelijk dat ik geld naar Roemenië stuurde. Ongeveer drie weken na mijn aankomst in Nederland ben ik in de prostitutie gaan werken. Op een gegeven moment was ik aan het douchen. [medeverdachte] wilde toen dat ik de deur van de badkamer opende. Ik heb de deur voor haar geopend. Zij deed de deur toen op slot. Ik was helemaal ingezeept en was naakt. [medeverdachte] heeft toen foto’s van mij genomen terwijl ik naakt was. Ik heb toen gevraagd waarom ze foto’s van mij nam en ik heb aangegeven dat ik dat niet wilde. Daarna ben ik naar boven gelopen en [medeverdachte] liep mee. [medeverdachte] zei dat ik languit op het matras moest gaan liggen. Ik was toen naakt en toen heeft [medeverdachte] weer foto’s genomen. Ik moest toen huilen. Ik moest ook gaan staan van [medeverdachte] en verschillende poses aannemen. Ik begreep dat ze de foto’s op internet wilde zetten zodat ik in de prostitutie kon werken. Ik heb gezegd dat ik het niet wilde. Ik was namelijk heel erg bang. Een paar dagen daarvoor vond [medeverdachte] dat ik te weinig had verdiend met kranten verkopen. [medeverdachte] gaf mij toen een duw in mijn rug en een klap op mijn hoofd. Bij het maken van de foto’s durfde ik niets te doen, omdat ik bang was voor de gevolgen. Een keer heb ik mijn man telefonisch verteld dat [verdachte] en [medeverdachte] mijn ID-kaart hadden afgepakt. [verdachte] had de telefoon op de luidspreker gezet. Mijn man vroeg of ik soms gegijzeld werd. Ik zei hem dat ik niet wist waarom ze mijn ID-kaart hadden afgepakt. Ik heb toen gezegd dat dit misschien was omdat ik nog een schuld had bij [verdachte] en [medeverdachte] . [medeverdachte] heeft mij toen aan mijn haren naar de slaapkamer van [verdachte] en [medeverdachte] getrokken. Ook heeft ze me geslagen op mijn hoofd. Dit deed pijn. Ze heeft mij ook geschopt waar ze me maar raken kon. Ook heeft ze mij gestompt met haar vuisten. Dit deed mij heel veel pijn. Op een later moment moest ik van [medeverdachte] naar de woonkamer. Ik moest daar op mijn knieën gaan zitten en toen heeft [medeverdachte] mijn benen en mijn polsen aan elkaar gebonden. [verdachte] vroeg toen aan haar waarom ze dat deed en toen hoorde ik [medeverdachte] zeggen dat ik dan zou zien wat gijzelen betekent. Nadat ze mij vastgebonden had, vertelde ze mij dat ik nu pas wist wat gijzelen was. Ik had pijn in mijn benen en polsen. Ik had dorst en was bang. Ik durfde niks te doen omdat zij groter en sterker waren en met zijn tweeën waren. Ik dacht dat ik helemaal alleen was. Ik kon nergens heen. Ik kende hier niemand. [medeverdachte] had mij eerder verteld dat de politie ook niks voor mij kon doen. [verdachte] had namelijk een goede advocaat en ook kende hij de politie. Ik voelde mij eenzaam, verlaten en geïsoleerd. Ik was steeds bang en gestrest. Dit was allemaal de aanleiding dat ik niets durfde te doen tegen het maken van de foto’s. [verdachte] zou mijn kinderen naar Nederland halen om geld te verdienen als ik niet genoeg geld zou verdienen. Dat wilde ik niet. [verdachte] heeft gedreigd mij en mijn kinderen te vermoorden. Doordat ik mijn man een keer met een bloedneus zag, werd ik nog banger. Hij was namelijk ook mishandeld. De foto’s zijn gemaakt met de telefoon van [verdachte] . [medeverdachte] vertelde mij dat de telefoon van [verdachte] was. [verdachte] had mijn foto’s op internet gezet. Ik vertelde dat ik dat niet wilde. [medeverdachte] vertelde mij toen dat het niet uitmaakte wat ik wilde. Tussen 19.00 uur en 20.00 uur vertelde [medeverdachte] mij dat ik mij moest aankleden omdat [verdachte] al een klant voor mij had. Ik werd door [verdachte] naar de klant gebracht. Ik voelde mij toen niet goed. Ik kende de persoon niet. Ik was bang wat er zou gebeuren. Ik wist niet wat die man wel of niet zou kunnen doen. Ik schaamde mij dat ik het met een onbekende moest doen. Ik voelde ook walging. [verdachte] wachtte in de auto tot ik klaar was. Voor zover ik weet werden de afspraken via internet gemaakt. Ik heb drie weken in de prostitutie gewerkt. De eerste week ben ik door [verdachte] drie keer naar een klant gebracht. De tweede week ben ik in twee dagen bij vijf klanten geweest. Eén dag had ik twee klanten en één dag drie klanten. Ik vertelde toen dat ik niet zoveel klanten op één dag wilde hebben. [verdachte] zei dat ik gewoon moest gaan, want hij zou me niet naar één klant op een dag brengen als het er ook meer konden zijn en dat [medeverdachte] immers haar geld moest terugkrijgen. Met het geld bedoelde [verdachte] de schuld die ik bij hen zou hebben. [medeverdachte] heeft mij één keer 50 euro gegeven zodat ik dit naar mijn dochter kon sturen. [medeverdachte] had mij even mijn ID-kaart gegeven zodat ik het geld over kon maken. Daarna moest ik mijn ID-kaart weer aan haar teruggeven. Wanneer [medeverdachte] geld naar haar ouders stuurde, moest ik altijd mee naar het postkantoor in de Primera in [plaats] . Ik kreeg mijn ID-kaart dan terug en dan moest ik geld sturen naar de familie van [medeverdachte] onder mijn naam. Na het overmaken van het geld moest ik mijn ID-kaart weer aan haar teruggeven. Op die 50 euro na is er geen geld naar mijn familie gestuurd. In de derde week had ik vier klanten. Ik gebruikte niet altijd condooms. Ik heb vier klanten gehad zonder condoom. [verdachte] had afspraken gemaakt op het internet met de klant. Ik moest doen wat de klanten wilden van [verdachte] . Vier klanten wilden geen condoom. Ik gebaarde naar de klanten dat ik een condoom wilde gebruiken. Zij schudden dan nee. Van [verdachte] en [medeverdachte] kreeg ik geen condooms verstrekt. Ik vond het nooit leuk. Als ik het zonder condoom deed, was ik bang dat ik een ziekte zou krijgen. Ik was bang. Ook was ik bang wat [verdachte] zou doen. [verdachte] had mij namelijk verteld dat ik moest doen wat de klant wilde, omdat ik anders met hem te maken zou krijgen. Ik was bang dat hij mij zou slaan als hij zijn geld niet zou krijgen. Eén klant woont bij de Jumbo in [plaats] . Dit is een klant die [verdachte] kent. Een andere klant woont dicht bij het station in [plaats] . [medeverdachte] kent deze klant van het kranten verkopen. De klant had haar gevraagd of ze iemand wist met wie hij seks zou kunnen hebben. [medeverdachte] belde mij toen ik kranten aan het verkopen was en zei dat ik met de trein naar haar toe moest komen. Ik had de telefoon bij me die [verdachte] later kapot heeft gegooid. Als het nog vroeg op de dag was, moest ik na de klant weer kranten verkopen. Ik heb in Roemenië nooit in de prostitutie gewerkt. Ik wil dat [medeverdachte] en [verdachte] vervolgd worden omdat ze mij in de prostitutie hebben laten werken en omdat ze mijn geld hebben afgepakt.3

3. Het proces-verbaal van verhoor (op 17 juli 2014), inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van [slachtoffer 1] :

Ik spreek en versta Roemeens, Oekraïens en Russisch. Ik heb met mijn huidige man

[slachtoffer 2] een stuk bouwgrond en wij willen daar samen een huis op bouwen. Ik ben naar Nederland gekomen om geld te verdienen. Ik wist via de familie van [medeverdachte] dat ik voor de verkoop van kranten naar Nederland ging. Voordat ik uit Roemenië vertrok, heb ik telefonisch met [medeverdachte] afgesproken dat zij de reiskosten van 120 euro zou betalen. Ik zou dit bedrag in Nederland terugbetalen. Ik wist niet wat ik ging verdienen in Nederland. Ik wist wel dat ik 10 euro per nacht moest betalen voor de huur. [verdachte] en [medeverdachte] hebben mij verteld dat ik de opbrengst van de kranten zelf mocht houden. Op zondag 30 maart 2014 heeft [medeverdachte] mij de kranten gegeven. De eerste dag kreeg ik 20 kranten van [medeverdachte] . Ik moest [verdachte] 15 euro betalen voor het ophalen van de kranten. Toen mijn man [slachtoffer 2] en de oom van [medeverdachte] genaamd [getuige] kwamen, moesten wij 10 euro per persoon betalen voor het ophalen van de kranten. De kosten werden gedeeld door het aantal verkopers. Ik zou de kranten terugbetalen nadat ik deze had verkocht. [medeverdachte] heeft mij verteld dat ik naast de schuld van 120 euro voor de reis ook een schuld had van 100 euro voor de kranten. Ik heb het niet bijgehouden omdat was afgesproken met [verdachte] en [medeverdachte] dat ik de opbrengst van de kranten mocht houden, nadat ik de schuld van 220 euro had afgelost. Feitelijk heb ik nooit geld ontvangen voor de verkoop van de kranten. Ik moest dagelijks alle opbrengsten van de kranten afgeven aan [verdachte] en [medeverdachte] . Ik heb eenmalig een bedrag van 50 euro overgemaakt naar mijn dochter. [medeverdachte] vertelde mij dat dit de eerste en laatste keer zou zijn dat ik geld kreeg. Ik had mijn man [slachtoffer 2] ( [slachtoffer 2] ) gebeld om hem uit te leggen wat de werkelijke situatie met betrekking tot het geld en de schulden in Nederland was. Ik begreep zelf niet waarom ik nog een schuld zou hebben. Ik had het bedrag van 220 euro (de kosten voor de reis en de kranten) afgelost en voor zover ik wist, had ik geen andere schulden. Later heeft [medeverdachte] mij verteld dat mijn man een schuld van 750 euro bij haar had in verband met de bouw van haar woning in Roemenië. De bouw was niet afgerond door mijn man en volgens [medeverdachte] waren de kosten 750 euro. Volgens [medeverdachte] moest ik het bedrag van 750 euro samen met mijn man terugbetalen. Eigenlijk was er helemaal geen sprake van een schuld. Mijn man en ik hadden allebei geen schuld bij [medeverdachte] of [verdachte] . Het bedrag van 750 euro was bepaald door [medeverdachte] . Mijn man reageerde hierop door te vertellen dat hij voor niets zou hebben gewerkt. [medeverdachte] pakte daarna één van haar slippers. Zij pakte mijn man vast bij zijn T-shirt en zij sloeg mijn man enkele keren met haar slipper. Zij zei daarbij: “Geen commentaar en jij betaalt mij gewoon terug.” Ik heb gezien dat [medeverdachte] mijn man op zijn gezicht en op zijn schouder heeft geraakt met haar slipper. Wij moesten gaan werken om de schuld terug te betalen, anders zouden wij grotere problemen krijgen. Ik ben op 29 maart 2014 met een minibus vanuit Roemenië naar Nederland gekomen. [medeverdachte] betaalde de chauffeur 120 euro bij mijn aankomst bij de woning van [verdachte] en [medeverdachte] in [plaats] . Op maandag 31 maart 2014 ben ik als krantenverkoopster gaan werken. Ik heb de eerste drie dagen bij de Albert Heijn in [plaats] de Huet gewerkt. [verdachte] heeft mij met zijn auto naar deze Albert Heijn gebracht. De eerste dag ging [medeverdachte] mee. Ik heb haar gevraagd wat ik moest doen. Ik moest de krant voor mij houden. Het enige wat ik moest zeggen was: “Hallo, hallo”. [verdachte] ging de kranten ophalen. Van [verdachte] kreeg ik een badge die ik moest dragen op de kleding tijdens de verkoop van de kranten. [verdachte] bracht [medeverdachte] met de auto naar de winkel en [medeverdachte] kwam het geld (de opbrengst van mijn krantenverkoop) bij mij ophalen terwijl [verdachte] in de auto bleef wachten. Zij kwamen tweemaal per dag geld ophalen. Ik werkte van maandag tot en met zaterdag van 08.00 uur tot 19.00 à 20.00 uur. Ik werkte iedere dag, ongeacht het weer. Ik had geen pauzes. Ik mocht alleen naar de wc. Ik mocht niets eten of drinken. [medeverdachte] en [verdachte] kwamen een paar keer per dag, zonder dat ik het wist, controleren of ik wel op mijn plaats stond. Ik was alleen op zondag vrij. Als ik ergens naartoe wilde gaan, moest ik dat tegen [verdachte] en [medeverdachte] vertellen. Er waren ook dagen dat ik van [medeverdachte] en [verdachte] gewoon echt niet weg mocht. Nadat mijn telefoon was vernield, was er geen contact meer mogelijk tussen mij en mijn familie in Roemenië. Ik heb nooit iets voor mijzelf gekocht, want ik had geen geld. Ik voel me uitgebuit door [verdachte] en [medeverdachte] .4

4. Het proces-verbaal van verhoor (op 5 juli 2014), inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van [slachtoffer 2] :

Ik ben bouwvakker van beroep. Ik heb in de herfst van vorig jaar opdrachten gekregen van een man met de naam [grootvader medeverdachte] . [grootvader medeverdachte] is de grootvader van [medeverdachte] . Op een gegeven moment was [grootvader medeverdachte] ’s geld op. Ik had inmiddels een ander klusje en ik gaf aan dat ik dat ging doen en als hij geld had dat ik zijn huis af kon maken na dat andere klusje. [grootvader medeverdachte] belde mij op en eiste dat ik moest komen werken. [grootvader medeverdachte] had telefonisch contact gehad met [medeverdachte] en die was niet blij. Uiteindelijk heb ik voor al het werk wat ik heb verricht in plaats van 1.000 euro, maar 650 euro betaald gekregen. Tijdens de gesprekken met [medeverdachte] over de bouw beloofde [medeverdachte] mijn echtgenote dat zij mee kon komen naar Nederland om geld te verdienen. Mijn vrouw en ik hebben een terrein en willen daar een huis bouwen in Roemenië. Wij konden dus op deze manier geld verdienen in Nederland om ons huis te kunnen bouwen. Mijn echtgenote is daarom drie-en-een-halve maand geleden naar Nederland vertrokken. Zij verbleef bij [medeverdachte] . Ik heb vervolgens twee-en-een-halve maand geen contact met mijn vrouw gehad. Mijn vrouw heet [slachtoffer 1] ( [slachtoffer 1] ). Ik kreeg geen contact met haar. Toen ik contact kreeg met [medeverdachte] bleek dat de telefoon van [slachtoffer 1] kapot was. Later bleek dat de telefoon van mijn echtgenote kapot gemaakt was door [verdachte] , de persoon waarmee [medeverdachte] samenwoonde. Later heb ik op de zolder van de woning van [verdachte] en [medeverdachte] de telefoon en simkaart kapot in een zakje gezien. Ik kreeg bijna geen contact met mijn echtgenote of [medeverdachte] . Ik ben bij [grootvader medeverdachte] gaan wachten tot [medeverdachte] belde. Ik heb toen twee minuten met [slachtoffer 1] kunnen praten. Dat moest op de luidspreker. Een andere keer had ik [medeverdachte] weer aan de telefoon en zij vertelde mij dat mijn echtgenote nog schulden had. Ik snapte dit niet omdat mijn echtgenote had verteld dat ze al geld terug had betaald. In de telefoongesprekken hoorde ik dat [verdachte] boos was op [slachtoffer 1] , omdat zij te weinig geld verdiende. [verdachte] heeft haar ID-kaart afgenomen. [verdachte] had ook de telefoon van mijn echtgenote kapot gemaakt. [medeverdachte] zei dat [slachtoffer 1] niet met mij aan de telefoon wilde komen. Later hoorde ik van [slachtoffer 1] in Nederland dat dit niet waar was. In het laatste telefoongesprek met [medeverdachte] heb ik aangegeven dat ik wilde dat [slachtoffer 1] terug kwam naar huis. [medeverdachte] gaf aan dat dit niet kon omdat [slachtoffer 1] nog schulden had. [medeverdachte] vertelde dat [slachtoffer 1] slecht kranten verkocht. [medeverdachte] stelde mij voor om ook naar Nederland te komen en in hun huis te verblijven, zodat ik kon helpen het geld terug te verdienen en om langer te verblijven om meer geld te verdienen in Nederland. Dit stelde [medeverdachte] voor in overleg met [verdachte] . [medeverdachte] gaf aan dat [verdachte] het geld zou betalen voor de reis. Ik ben op een donderdag vertrokken. De oom van [medeverdachte] ging ook mee. Ik ben vrijdag twee weken geleden in Nederland aangekomen. De zaterdag daarna was ik al kranten aan het verkopen. [verdachte] pakte een stuk papier en legde mij uit dat ik hem 1.000 euro moest betalen, omdat ik mijn werkzaamheden bij [grootvader medeverdachte] niet had afgemaakt. Uiteindelijk kwam [verdachte] tot de conclusie dat er nog 750 euro betaald moest worden voor het niet afmaken van de bouw van de woning en 100 euro voor de reis naar Nederland. In totaal moest ik van [verdachte] 850 euro betalen. [verdachte] zei dat het misschien niet eerlijk was, maar dat het de wens van [medeverdachte] was. Ze hadden kranten voor mij gekocht. [verdachte] schreef op een stuk papier wat ik moest zeggen en hoeveel ik voor de kranten moest vragen. Ik moest de tekst maar de hele nacht uit mijn hoofd leren. Ik gaf aan [medeverdachte] aan dat het onmogelijk was dat ik hun geld moest betalen. Toen kreeg ik door dat het allemaal met voorbedachte raad was. Ik had door dat mijn echtgenote al het geld aan [medeverdachte] en [verdachte] had gegeven en dat ze mij naar Nederland gehaald hadden om nog meer geld aan ons te verdienen. Ik besefte dat mij verzetten tegen [medeverdachte] onmogelijk is, omdat zij een monster is. [medeverdachte] nam mijn ID-kaart af. Deze heb ik een paar dagen geleden teruggekregen. Aan mij werd uitgelegd wat ik met de kranten moest doen. [verdachte] heeft mij naar een dorp gebracht. [verdachte] vertelde mij dat ik 10 euro per dag moest betalen voor het wonen in zijn woning en 5 euro voor het brengen naar de plaats om de krantjes te verkopen. Als ik meer dan die 15 euro verdiend had, moest ik dit ook aan hem geven omdat ik nog een schuld had van 850 euro. Op het moment dat ik alles terug had betaald, zou ik terug mogen naar Roemenië. Ik kende de taal niet en had mijn gedachten niet op een rij. Op een dag had ik 12 euro verdiend. [verdachte] hoorde dat ik maar 12 euro verdiend had. Hij werd daarop boos en begon te schreeuwen. Ik moest maar doorwerken en op straat blijven in de nacht omdat ik onvoldoende geld had verdiend om in zijn woning te verblijven. Ik stapte toen in de auto bij [verdachte] . [verdachte] gaf aan dat ik mij niet druk moest maken omdat hij wel andere oplossingen had. Hij zou mij naar de mannen brengen en [slachtoffer 1] moest werken als prostituee. Ik was erg geschrokken en durfde niet te reageren. Ik denk dat [verdachte] tot alles in staat is. Gisteren tijdens de aanhouding was ik zo bang dat ik, maar ook mijn vrouw, het bijna in de broek deden van angst. Ik zou wel willen vertrekken, maar wij hadden totaal geen geld. Twee keer per dag werden wij gecontroleerd door [verdachte] en [medeverdachte] of wij geen geld achterhielden. ’s Avonds moesten wij ons helemaal uitkleden totdat we naakt waren. Zo konden [verdachte] en [medeverdachte] controleren of wij geen geld achterhielden. Een keer kwam er een vrouw bij mij die mij 20 euro cadeau gaf voor mijn kinderen. Dat geld was een cadeau. Tien minuten daarna kwamen [medeverdachte] en [verdachte] met de oom van [medeverdachte] . [verdachte] vroeg hoe het ging met de verkoop van kranten. Ik gaf antwoord, maar dacht daarbij niet aan het cadeau. Toen ik het geld uit mijn zakken haalde, zat daar ook het biljet van 20 euro bij. Ik zag dat het briefje van 20 euro gecontroleerd werd. Ik zag dat [medeverdachte] een foto op haar telefoon had van het serienummer van het briefje van 20 euro. Toen wist ik dat het een controle was. Ze controleerden mij overal. Ik mocht niet eten voor de winkel. Ze keken zelfs in mijn schoenen of ik geen geld achterhield. We mochten alleen de eerste week eten en drinken gebruiken. We mochten dan maar 1 euro besteden van het krantengeld. Tijdens de tweede week kregen we van [medeverdachte] een brood en twee patés en dat moesten we verdelen en daar moesten we de hele week mee doen. In de ochtend kregen wij niets te eten. In de avond mochten wij niet naar buiten. Op dezelfde dag als het voorval met het biljet van 20 euro is er nog iets gebeurd. Ik merkte dat [verdachte] erg zenuwachtig werd. Hij reed een secundaire weg op. Dit was een kiezelweg langs een kanaal. [verdachte] heeft mij uit de auto gezet. Vervolgens is [verdachte] uitgestapt en heeft hij mij twee keer geschopt en drie keer in mijn gezicht geslagen. Daardoor had ik mijn rechteroog blauw. Mijn neus bloedde. De schoppen waren op mijn bekken en in mijn ribben. [verdachte] vertelde mij dat ik had gerookt en dat dit niet mocht. Ik kreeg in de auto een tissue zodat er geen bloed in de auto zou komen. [medeverdachte] en haar oom waren ook aanwezig bij dit voorval. Onderweg naar huis zijn we gestopt bij een Jumbo. [medeverdachte] heeft daar een zak diepvriesdoperwten gekocht om als kompres tegen mijn neus te houden. [verdachte] zei elke ochtend tegen mij: “minimaal 30 euro”. Ik hoorde dat [slachtoffer 1] de eerste maand kranten had verkocht. Daarna had [medeverdachte] gefilmd toen [slachtoffer 1] naakt onder de douche vandaan kwam. Ze hebben het vervolgens op internet gezet. Mijn vrouw heeft in de prostitutie gewerkt. Zondag na het tweede conflict riep [verdachte] [slachtoffer 1] bij hem op de kamer. [verdachte] zei tegen [slachtoffer 1] dat hij een klant had waar zij twee keer per week kon schoonmaken. [slachtoffer 1] zei dat ze snel moest gaan douchen. Gisteren hoorde ik dat dit geen klant voor het schoonmaken was, maar voor prostitutie via internet. Mijn echtgenote vertelde mij letterlijk dat zij om zes uur bij een klant moest zijn voor seks. [medeverdachte] ’s oom heet [getuige] . [verdachte] bracht ons als chauffeur naar de plek om de kranten te verkopen. [medeverdachte] ging soms ook mee. Ook [getuige] verkocht kranten. Iedereen werd naar een ander dorp gebracht. Een keer had ik 20 euro verdiend. [verdachte] gaf aan dat het voor hem niet opschoot. Hij zei tegen mij dat ik geluk had dat mijn vrouw zo lelijk was. Hij zei dat hij mij anders op zolder had vastgebonden en voor mijn ogen orale seks zou hebben met mijn vrouw. Ik heb voor 116 kranten 120 euro moeten betalen aan [verdachte] en [medeverdachte] voor het kopen van de kranten. Ook moesten wij één keer in de week 10 euro per persoon betalen voor het halen van de kranten. Wij moesten de kranten zelf kopen en de opbrengst ging naar [verdachte] . Ik had nooit de indruk dat ik van mijn schuld af kon komen. Het is een vicieuze cirkel. Afgelopen dinsdag zei [medeverdachte] dat ik op haar bestelling moest gaan stelen als ik niet genoeg kranten verkocht. Gisteren werd ik naar de COOP gebracht en mijn vrouw naar de Albert Heijn in dezelfde plaats. Ik zag het niet meer zitten. Mijn vrouw was inmiddels erg vermagerd. [verdachte] had tegen mij gezegd dat hij mij zou vermoorden als ik bij de politie zou komen. Ik besloot om naar de winkel te gaan waar mijn vrouw kranten stond te verkopen. Ik gaf aan om samen weg te gaan. Het was ongeveer 12.00 uur en [verdachte] en [medeverdachte] zouden het eerste geld komen halen. Mijn vrouw zei tegen mij dat ik mij in het park moest verstoppen omdat [verdachte] mij niet mocht zien, omdat ik bij de COOP moest zijn. Ik heb mij ongeveer een half uur in het park verstopt. Mijn vrouw gaf haar geld aan [verdachte] . [verdachte] was eerst bij de COOP geweest en ik was daar niet meer. Mijn vrouw heeft mij opgezocht en wij zijn verschillende straten ingelopen om de politie tegen te komen. [verdachte] had bij de Albert Heijn tegen mijn vrouw gezegd dat hij mij af zou maken als ik niet bij de COOP was als hij mij eenmaal zou vinden. Wij zagen [verdachte] in de auto langsrijden. Wij waren heel bang dat [verdachte] ons zou zien. Wij zagen een politieagent op een motor langsrijden. Ik heb hem verteld wat er gebeurd was. Toen ik met de politieagent aan het praten was, zag ik dat [verdachte] en [medeverdachte] in de auto langs kwamen. [verdachte] en [medeverdachte] zeiden allebei dat als wij iets verkeerds zouden zeggen, dat [verdachte] naar Roemenië zou komen en hij zijn eigen wet zou toepassen. Dat was niet de eerste keer dat [verdachte] ons bedreigd heeft. Hij dreigde mijn oudste dochter ook in de prostitutie te laten werken. Er kwamen vervolgens meer politieagenten bij. [verdachte] werd geboeid en werd meegenomen. Ook [medeverdachte] werd meegenomen door de politie. [verdachte] en [medeverdachte] hebben ons met zoete woorden verleid om naar Nederland te komen en hebben het vervolgens een hel laten worden.5

5. Het proces-verbaal van verhoor (op 15 juli 2014), inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van [slachtoffer 2] :

Het was nog erger dan in een gevangenis. In de avond kregen we ook heel weinig te eten. We waren helemaal kapot. [verdachte] dreigde dat wij niet naar de politie moesten gaan. Dat zei hij bijna iedere dag. Hij heeft mij ook op allerlei andere manieren bedreigd. Ik was bang voor [verdachte] als persoon. Hij straalde macht uit. Voordat ik naar Nederland kwam, had ik goed contact met [verdachte] . In Nederland veranderde alles. Als ik niet genoeg had verdiend, dreigde [verdachte] dat ik dan eventueel in de bosjes moest gaan slapen. De term “geproduceerd” wordt in Roemenië vaak gebruikt voor prostituees die dan werken en geld maken. [verdachte] werd dagelijks kwaad. Ik had niet de moed om iets terug te zeggen. [medeverdachte] heeft aan mijn vrouw duidelijk gemaakt dat ze hoe dan ook moet produceren om van haar schuld af te komen en dat zij geen spelletje kan spelen met [verdachte] . Op zijn computer ontving [verdachte] verzoeken. [verdachte] maakte ook de afspraken. Hij haalde mijn vrouw op. Zij moest zich douchen en werd daarna naar een klant gereden. Mijn vrouw vertelde mij dat zij ongeveer 12 of 13 contacten heeft gehad. Als de klant een kennis was van [verdachte] betaalde de klant vooraf aan [verdachte] in de auto. Anders betaalde de klant aan mijn vrouw en moest mijn vrouw het verdiende geld later aan [verdachte] afgeven. Mijn vrouw kreeg zelf niets voor de door haar verleende seksuele diensten, want zij moest de schulden aflossen. [medeverdachte] belde mij ongeveer anderhalve maand geleden. [medeverdachte] vertelde mij toen dat ik in Nederland 50 tot 60 euro per dag kon verdienen met de verkoop van kranten. [medeverdachte] vertelde dat ik naar Nederland moest komen. Ik zou kranten krijgen en [medeverdachte] zou mij vertellen hoe ik de kranten moest verkopen. Er zijn geen afspraken gemaakt met betrekking tot de verdiensten. Het enige wat ik wist is dat ik 5 euro per nacht voor het verblijf in Nederland moest betalen. Later bleek dit 10 euro per persoon per nacht te zijn. Op zaterdag en zondag was het zelfs 20 euro per persoon per nacht. Voor dit bedrag sliepen wij samen op één matras op de betonnen vloer van de zolder in de woning van [verdachte] . Wij moesten 75 cent per krant betalen. Ook moesten wij [verdachte] ieder 10 euro betalen voor het ophalen van de kranten. Wij werden ’s ochtends rond 08.00 uur naar de supermarkt gebracht en ’s avonds tussen 18.00 en 19.00 uur werden wij opgehaald. In die tijd stond ik dan voor een supermarkt om kranten te verkopen. Wij hadden geen pauzes. Dit was verboden. Alle opbrengsten uit de verkoop van de kranten hebben wij moeten afstaan aan [verdachte] en [medeverdachte] .6

6. Het proces-verbaal van verhoor (op 6 juli 2014), inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van verdachte:

Ik ken de twee personen die aangifte tegen mij hebben gedaan als [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . De echte namen zijn iets van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 2] , iets in die geest.7

7. Het proces-verbaal van verhoor (op 27 augustus 2014), inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van verdachte:

[slachtoffer 1] kwam met een busje naar Nederland. U vraagt mij hoe de werkdag van de krantenverkoper eruit ziet. Als ik er langs kom, breng ik ze weg. De supermarkten hebben het telefoonnummer van mij voor als er problemen zijn. Ze spreken de taal niet. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn de eerste burgermensen die alleen Roemeens spreken. De kranten werden verkocht door [slachtoffer 1] ( [slachtoffer 1] ), [slachtoffer 2] , [medeverdachte] en [getuige] , de oom van [medeverdachte] . [slachtoffer 2] is uiteindelijk met een busje naar Nederland gekomen. [getuige] kwam samen met [slachtoffer 2] naar Nederland. Het klopt dat ik mijn moeder heb gebruikt om de integriteit van [slachtoffer 2] te testen door middel van een bankbiljet van 20 euro. Ik heb mijn moeder verteld waarom ik dit wilde doen. Ik had het serienummer opgeschreven van het bankbiljet en ik had er een foto van gemaakt. [medeverdachte] en mijn moeder waren daarbij aanwezig. Ik vermoedde dat [slachtoffer 2] geld achterhield. Op deze manier heb ik dat kunnen bewijzen. Ik heb hem ermee geconfronteerd en hoopte dat hij het niet meer zou doen.8

8. Het proces-verbaal van verhoor (op 27 augustus 2014), inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van verdachte:

[medeverdachte] heeft de foto’s van [slachtoffer 1] gemaakt. Ik sloeg de foto’s op op mijn laptop. [medeverdachte] heeft foto’s gemaakt in onze badkamer. Ik maak inderdaad gebruik van het

e-mailadres [e-mailadres verdachte] . Ik heb [slachtoffer 1] naar de klanten gebracht. Ik had al langer een account op de sekssite. De eerste keer dat ik zelf een echte advertentie heb aangemaakt, was de advertentie voor [slachtoffer 1] . Klanten voor de advertentie van [slachtoffer 1] konden reageren via het e-mailadres [e-mailadres verdachte] . Ik heb de correspondentie via dat

e-mailadres gevoerd met de klanten. Ik bracht [slachtoffer 1] met mijn VW Passat naar de klant. De prijs was 75 euro per klant. Soms belde ik aan bij de klant omdat [slachtoffer 1] geen Nederlands sprak. Ik heb dit enkele weken gedaan. U houdt mij voor dat mevrouw [slachtoffer 1] een woning aan de [adres] te [plaats] heeft aangewezen als een woning waar zij als prostituee naartoe is gebracht. Dat is inderdaad een klant van [slachtoffer 1] geweest. Ik heb daarover mailcontact gehad met de klant. De klant heette volgens mij [naam klant] . U toont mij het e-mailverkeer tussen getuige [naam klant] ( [e-mailadres klant] ) en het

e-mailadres [e-mailadres verdachte] . Die mails herken ik. Dat zijn de mails waarin ik contact heb gehad met de klant van [slachtoffer 1] .9

9. Het proces-verbaal van verhoor (op 28 augustus 2014), inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van verdachte:

U houdt mij de foto’s voor waarop is te zien dat [slachtoffer 1] vastgebonden is aan handen en voeten. Ik was boven in mijn woning en ging naar beneden en zag daar inderdaad [slachtoffer 1] geknield en vastgebonden op de grond. Ik begreep van [medeverdachte] dat zij dat had gedaan. Ze had dit gedaan omdat [slachtoffer 1] naar Roemenië had gebeld en verteld had dat ze vastgehouden werd. Omdat [medeverdachte] het er niet mee eens was, heeft ze [slachtoffer 1] laten merken wat echt vastzitten is. Ik heb dat allemaal opgenomen.10

10. Het proces-verbaal van verhoor (op 28 augustus 2014), inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van verdachte:

[medeverdachte] is de eindverantwoordelijke. Ik ben er wel bij betrokken geweest. Het was [medeverdachte] ’s plan om [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] naar Nederland te halen. Ook de bedreigingen en intimidaties waren haar idee. Het doel van de bedreigingen en intimidaties was ook om het bedrag van 850 euro zo snel mogelijk terug te laten betalen door [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] hadden een schuld bij [medeverdachte] . Dat is de schuld van 850 euro vermeld op het overzicht dat u mij gisteren heeft laten zien.11

11. De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van de rechtbank Arnhem op 1 december 2014, inhoudende -zakelijk weergegeven-:

Het klopt dat ik heb geholpen met de prostitutiesites. [medeverdachte] heeft de naaktfoto’s van [slachtoffer 1] gemaakt. [slachtoffer 1] heeft meerdere klanten gehad. De afstand tussen mijn woning en de dichtstbijzijnde plek waar kranten worden verkocht, is 500 meter. Als ik die kant op moest, kon ik ze met de auto meenemen. Ik ontken niet dat ik heb gefilmd. Ik begon daarmee op het moment dat [slachtoffer 1] vast zat.12

12. Het proces-verbaal van verhoor (op 27 augustus 2014), inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van [medeverdachte] :

Toen ik werd aangehouden, woonden [verdachte] , het kind van [verdachte] , [getuige] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 1] en ik op de [adres] te [plaats] . U toont mij foto’s van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Dat zijn [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . [slachtoffer 1] verkocht kranten in [plaats] de Huet. [slachtoffer 2] heeft een paar keer krantjes verkocht bij de COOP. De moeder van [verdachte] is naar de plaats gegaan waar [slachtoffer 2] kranten verkocht in Terborg. Zij kocht een krant van [slachtoffer 2] en zij betaalde hem met een briefje van 20 euro. [verdachte] stond te kijken zonder dat [slachtoffer 2] hem zag. Toen [slachtoffer 2] thuis kwam, vroeg [verdachte] of hij kranten had verkocht. [slachtoffer 2] antwoordde dat hij geen kranten had verkocht. De moeder van [verdachte] gaf [verdachte] het serienummer van het biljet van 20 euro. Ik heb met mijn eigen ogen gezien dat [verdachte] [slachtoffer 2] sloeg. Dat deed hij vanuit de auto. Wij reden ergens naartoe en opeens ging [verdachte] [slachtoffer 2] slaan. [verdachte] sloeg hem met zijn vuist op zijn gezicht. Er kwam bloed uit [slachtoffer 2] ’s neus. Wij zijn toen naar de Jumbo gegaan. [getuige] en ik hebben boodschappen gedaan waarna we naar huis zijn gereden. [verdachte] heeft [getuige] geld gegeven om doperwtjes uit de diepvries te kopen, want hij was bang dat [slachtoffer 2] blauwe plekken zou krijgen.13

13. Het proces-verbaal van verhoor (op 28 augustus 2014), inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van [medeverdachte] :

U laat mij een deel van het videofilmpje met de naam ‘ [bestandsnaam] ’ horen en vraagt mij wie ik hier hoor praten. Ik hoor [slachtoffer 1] , [verdachte] en mijzelf praten.14

14. Het proces-verbaal van verhoor (op 5 september 2014), inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van [medeverdachte] :

U houdt mij voor dat uit het audiofragment blijkt dat ik heb gezegd dat ik [slachtoffer 1] vastgebonden heb. Ik heb haar vastgebonden. Ik heb het gedaan om haar een lesje te leren. Mijn opa heeft 1.000 euro aan [slachtoffer 2] gegeven en 1.000 euro aan [slachtoffer 1] . Dat was haar schuld bij mijn opa. [tante medeverdachte] is mijn tante. Zij is de vrouw van mijn oom [getuige] .15

15. Het proces-verbaal van verhoor (op 4 augustus 2014), inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van [getuige] :

Ik heb [verdachte] omstreeks 2009 of 2010 leren kennen. Sinds die tijd woon ik bij [verdachte] en [medeverdachte] als ik in Nederland ben. [slachtoffer 2] heeft een paar keer een klap gekregen van [verdachte] . Ik ben samen met [slachtoffer 2] naar Nederland gereisd. Wij zijn bij [verdachte] thuis afgezet in [plaats] . [verdachte] heeft 100 euro voor [slachtoffer 2] betaald. Mijn vrouw heet [tante medeverdachte] . [medeverdachte] is mijn nicht. De anderen waren bang voor [verdachte] . Ik heb zelf gezien dat [slachtoffer 2] zich moest uitkleden en dat [verdachte] alles doorzocht voor geld. [verdachte] gebruikt de vrouw van [slachtoffer 2] als prostituee. Hij bracht haar naar klanten. [verdachte] heeft mij op zijn laptop naaktfoto’s van [slachtoffer 1] laten zien. Ik heb ook een advertentie gezien. Ik heb eens gezien dat [verdachte] [slachtoffer 1] met de auto wegbracht. [verdachte] vertelde mij dan dat hij haar weer naar een klant had gebracht. Ik heb twee keer gezien dat [verdachte] [slachtoffer 1] wegbracht .

[slachtoffer 1] is de vrouw van [slachtoffer 2] . [slachtoffer 1] heet eigenlijk [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heet [slachtoffer 2] . Ik was een keer met [slachtoffer 2] kranten aan het verkopen. Ik werd door [verdachte] met de auto opgehaald en zag dat [slachtoffer 2] ook in de auto zat. Wij hebben toen [medeverdachte] opgehaald bij de Albert Heijn. Daarna reed [verdachte] naar een plek onder de snelweg. [verdachte] heeft [slachtoffer 2] toen mishandeld omdat [slachtoffer 2] nog schulden had en sigaretten had gekocht. Ik zat met [slachtoffer 2] in de auto. [verdachte] stopte en stapte uit. Hij liep naar [slachtoffer 2] toe en trok hem uit de auto. Ik heb gezien dat [verdachte] met zijn vuist in het gezicht van [slachtoffer 2] sloeg. Ze stonden toen buiten de auto. [medeverdachte] en ik zaten nog in de auto. Ik zag gelijk dat er bloed uit de neus van [slachtoffer 2] kwam. Ik heb ook gezien dat [verdachte] [slachtoffer 2] ging schoppen. Daarna zag ik dat [verdachte] [slachtoffer 2] hielp om in de auto te stappen. We zijn daarna naar de Jumbo gereden. Ik moest diepvriesdoperwten kopen om op de neus van [slachtoffer 2] te zetten. [verdachte] vertrouwde [slachtoffer 2] niet en controleerde hem met het geld wat hij verdiende en wat hij aan [verdachte] af moest geven. Eenmaal heeft [verdachte] zijn moeder gebruikt om [slachtoffer 2] te controleren. De moeder van [verdachte] had [slachtoffer 2] 20 euro gegeven toen hij kranten aan het verkopen was. [verdachte] had het serienummer van dat bankbiljet genoteerd. Later heeft [verdachte] [slachtoffer 2] opgehaald en mee naar huis genomen. Daar heeft [verdachte] aan [slachtoffer 2] gevraagd hoeveel geld hij die dag had verdiend. [slachtoffer 2] heeft toen gezegd dat hij 7 of 8 euro verdiend had. Vervolgens heeft [verdachte] [slachtoffer 2] gecontroleerd en het biljet van 20 euro gevonden. [verdachte] heeft toen gezegd dat [slachtoffer 2] liegt en dat hij [slachtoffer 2] nu ook in elkaar kon slaan.16

16. Het proces-verbaal van bevindingen, inhoudende -zakelijk weergegeven- het relaas van verbalisant:

Op 4 juli 2014 kreeg ik een melding dat een brandweerman door twee Roemeense personen was aangesproken die volkomen in paniek waren. Ik zag deze twee personen uit de struiken komen en naar mij zwaaien. Aan hun gedrag zag ik dat ze angstig waren. De twee personen keken steeds om zich heen en kwamen dicht bij mij staan. De man gaf mij een Roemeense identiteitskaart. Ik zag dat de man [slachtoffer 2] was. Middels een tolk begreep ik dat de twee Roemeense personen gegijzeld, bedreigd en mishandeld waren en dat zij verplicht waren om kranten te verkopen en dat zij het geld moesten afgeven. Ik hoorde de tolk ook zeggen dat de identiteitskaart van de vrouw was afgenomen. Ik hoorde dat ze graag naar het politiebureau wilden gaan om aangifte te doen. Ik vroeg de Roemeense personen of zij wisten in welk voertuig de verdachte zou rijden. Zij zeiden dat het een grijze Volkswagen Passat betrof. Op een gegeven moment zag ik dat ze naar een rij met auto’s wezen. Ik zag een Volkswagen Passat over de kruising rijden waar wij stonden. De Roemeense personen werden erg bang. Ik zag dat in de auto de mij ambtshalve bekende [verdachte] zat. Naast [verdachte] zat een vrouw in de auto. [verdachte] en de vrouw stapten uit en begonnen direct in een voor mij onbekende taal te schreeuwen richting de twee Roemeense personen. De twee Roemeense personen kwamen achter mij staan. [verdachte] wees naar beide Roemenen en riep wat in een voor mij onverstaanbare taal. Ik zag aan de reactie van de Roemenen dat ze hiervan onder de indruk waren. Zij deden een stap achteruit en maakten zich klein. Kennelijk voelden zij zich erg bedreigd door [verdachte] . Op dat moment kwamen collega’s [naam] en [naam] ter plaatse. Wij besloten [verdachte] en de vrouw aan te houden.17

17. Het proces-verbaal van bevindingen, inhoudende -zakelijk weergegeven- het relaas van verbalisant:

Op zondag 6 juli 2014 bevond ik mij in de woning aan de [adres] te [plaats] . Uit de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] bleek dat zij verbleven en woonden op de zolderkamer van deze woning. Ik ben naar de zolderkamer van deze woning gegaan. Ik zag dat de zolder nagenoeg leeg was. De wanden waren kaal. De vloer was van kaal beton. Op de grond lag één eenpersoonsmatras met één dekbed en één kussen.18

18. Het proces-verbaal van verhoor (op 5 augustus 2014), inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van [naam klant] :

Mijn e-mailadres is: [e-mailadres klant] . Het contact met de prostituee vond plaats bij mij thuis aan de [adres] te [plaats] . Ik ben met haar in contact gekomen via een advertentie op de erotische site ‘ [naam website] ’. Ik heb seks met die vrouw gehad zonder condoom. De man die haar bracht was Nederlands. Ik heb aan die man nog gevraagd of het zonder condoom kon. Dat was geen probleem. In de mailwisseling is dit ook besproken. De communicatie met betrekking tot het in contact komen met de prostituee is via de mail gegaan. Toen ik seks had met de prostituee, bleef de man bij mij in de tuin achter de poort wachten. Ik moest het bedrag vooraf aan die man betalen. Ik heb precies 75 euro aan die man betaald.19

19. Een schriftelijk bescheid, te weten een uitdraai van e-mailwisselingen tussen [e-mailadres klant] ( [naam klant] ) en [e-mailadres verdachte] , inhoudende -zakelijk weergegeven-:

From: [e-mailadres klant] .

To: [e-mailadres verdachte] .

Date: Wed, 28 May 2014 21:29:33.

“In de advertentie stond dat alles ook zonder condoom mogelijk was?

En is het mogelijk om meer dan 1x klaar te komen?

En in haar klaarkomen, is dat een probleem?”

From: [e-mailadres verdachte] .

To: [e-mailadres klant] .

Date: Wed, 28 May 2014 21:30:52.

“Ja dat is mogelijk alleen ze slikt niet.

U kunt haar helemaal gebruiken zoals u wilt,

voor 75 euro blijft ze een uur de uwe ;)”

From: [e-mailadres klant] .

To: [e-mailadres verdachte] .

Date: Wed, 28 May 2014 21:34:49.

“Ok, dan wil ik een afspraak met haar,

alleen heb ik 1 verzoek,

in verband met de buurt zou de dame in normale kleding kunnen komen?

En komt u bij mij aan de deur om af te rekenen of reken ik met de dame af?

Mijn adres is:

[adres]

[postcode]

[plaats] .”

From: [e-mailadres verdachte] .

To: [e-mailadres klant] .

Date: Wed, 28 May 2014 21:37:19.

“Ik zal haar vertellen in normale casual kleding te komen, ik breng haar aan de deur dan kunt u met mij afrekenen, de dame gaat met u mee, u doet u ding zal ik maar zeggen en een uurtje later laat u haar uit en pik ik haar weer op met de auto.”

From: [e-mailadres klant] .

To: [e-mailadres verdachte] .

Date: Wed 2 Jul 2014 10:44:33.

“Fijn om te horen dat de dame weer beschikbaar is,

zou het mogelijk zijn dat ik vannacht om 12 uur de dame voor een uur zou kunnen gebruiken?

75 euro was de prijs toch?

En is alles nog mogelijk?

Anaal, seks zonder condoom?

Het adres is [adres] .

Jullie zijn er al eens geweest.”

From: [e-mailadres verdachte] .

To: [e-mailadres klant] .

Date: Wed, 2 Jul 2014 10:53:03.

“Ja hoor dat is geen probleem…

75 euro klopt.”

From: [e-mailadres verdachte] .

To: [e-mailadres klant] .

Date: Wed, 2 Jul 2014 11:12:51.

“Overigens een vraagje ik krijg klachten over het pijpwerk van haar de een zegt dat ze er niets van kan en een ander vind het geweldig…

Wat is je mening daarover?”20

20. Het proces-verbaal van bevindingen, inhoudende -zakelijk weergegeven- het relaas van verbalisanten:

Op vrijdag 11 juli 2014 heb ik onderzoek gedaan naar de inhoud van de laptop die op 6 juli 2014 in beslag is genomen in de woning van verdachte [verdachte] aan de [adres] te [plaats] .

Map: windows/xxx/ [slachtoffer 1]

In deze map zag ik, verbalisant [naam] , 59 foto’s. Op deze foto’s zag ik een vrouw naakt onder de douche staan. Daarnaast zag ik 36 foto’s waarop ik zag dat dezelfde vrouw achterover naakt op een bed lag, waarbij zij soms haar benen gespreid heeft en soms haar vagina met haar handen gespreid houdt. Daarnaast zag ik foto’s waarbij de vrouw haar borsten vasthoudt en optilt. Ik, verbalisant [naam] , herkende de vrouw als [slachtoffer 1] . Ik herkende bovendien de locatie waar de foto’s zijn genomen. Dat is op de [adres] te [plaats] .

Map: users/G/documents

In deze directory zag ik een videobestand met de naam ‘ [bestandsnaam] ’. [slachtoffer 1] is de bijnaam die verdachte [verdachte] conform zijn eigen verklaringen gaf aan [slachtoffer 1] . Het is een video van 50 minuten. Op de video zag ik de eerste 5 seconden beeld, waarna het beeld zwart werd terwijl de geluidsopname wel doorging. Ik hoorde een gesprek tussen een man en twee of mogelijk drie vrouwen. Het gesprek werd gevoerd in een mij onbekende taal. Op 1.15 minuten na het begin van de video zag ik gedurende 10 seconden beeld. Ik zag de mij ambtshalve bekende [medeverdachte] aan een eetkamertafel zitten. Het gesprek tussen de drie of vier personen duurde voort tot het einde van de video.21

21. Het proces-verbaal van bevindingen, inhoudende -zakelijk weergegeven- het relaas van verbalisant:

Op zondag 6 juli 2014 werd er uit de fouillering van verdachte [verdachte] een mobiele telefoon van het merk Apple, type iPhone in beslag genomen. Uit onderzoek naar de inhoud van deze mobiele telefoon bleek dat er via deze mobiele telefoon verbinding is geweest met de website www.mijnalbum.nl en dat er naar deze website foto’s waren geüpload. Er werden 17 albums met foto’s aangeleverd. Bij alle albums werd gebruik gemaakt van het IP-adres [IP-adres] (dit betreft het IP-adres van [adres] te [plaats] ).

Bijlage afbeeldingen 7 t/m 11:

Afbeeldingen van aangeefster [slachtoffer 1] waarbij zij met haar handen en vermoedelijk ook bij haar voeten is vastgebonden en op de grond zit. Ik herken de ruimte waarin aangeefster [slachtoffer 1] zit als zijnde de woonkamer van de woning [adres] te [plaats] .22

22. Een schriftelijk bescheid, te weten een vertaling van het te horen gesprek in het bestand ‘ [bestandsnaam] ’, inhoudende -zakelijk weergegeven-:

[medeverdachte] : Weet je waarom je hier bent? Wat heb jij gedaan dat je dit is overkomen… vertel me wat er met je is gebeurd dat je vastgebonden bent, dat je in deze toestand ben…

[medeverdachte] : Met wie heb je net gebeld? Wie mocht je bellen?

NNvrouw: Met [slachtoffer 2] .

[medeverdachte] : Wat zei je tegen hem over mij? Waarom hebben wij ruzie? Waarom ben je nu vastgebonden? Waarvoor heb ik dit met je gedaan?

NNvrouw: Ik heb mijn ID-kaart niet bij me, omdat ik een schuld heb.

NNman: Ik nam haar ID-kaart.

[medeverdachte] : Vertel me, waarom ben je hier vastgebonden?

NNman: Van mij was ze niet zo makkelijk af.

[medeverdachte] : Dit moet je onthouden. Weet je wat ik met je zou willen doen? Maar ik kan het niet over mijn hart brengen, God houdt me tegen… ik zou je willen wurgen vrouw…

NNman: Van mij was ze niet ontkomen.

NNman: Nee, zeg het tegen haar. Heb ze haar lesje geleerd of moeten we ze de hele dag vastbinden.

[medeverdachte] : Is het tot je doorgedrongen? Hm?

[medeverdachte] : Maar luister wat ze tegen de man zei… ik zei tegen haar: “Ik laat je met je man praten”, dat je zegt: “Het gaat goed met mij… stuur het geld naar [medeverdachte] dat ik haar afbetaal.”

NNman: [ntv] AlQaida. [lacht]

[slachtoffer 1] : Ik zei dat [verdachte] mij met de auto weg heeft gebracht… en van daar breng jij mij met de fiets.

[medeverdachte] : [verdachte] heeft je met de auto weggebracht… en [verdachte] brengt je niet meer met de auto en ik breng je op de fiets en je betaalt mij 10 euro.

[slachtoffer 1] : Hij vroeg aan mij hoeveel huur ik betaal… ik zei 10 euro.

[medeverdachte] : Voor 10 euro… heb ik mijn rug beschadigd om je naar de winkel te brengen… en dat had je niet moeten zeggen dat je mij het geld geeft… jij gaf mij de schuld terug…

NNman: Luister… ik ben 32 jaar… ik heb mensen die ik in elkaar wil rammen om woorden die zij 15 tot 20 geleden hebben gezegd, ik vergeet geen woord… wat denkt ze wel, dat ze van mij af is? Als ze naar Roemenië gaat… wat denk je, ben je van me af?

NNman: Kun je nagaan… ik wilde haar kleden… naar de schoonheidssalon brengen, zodat ze goed uitziet en voor ons verdient…

NNman: Ik wil mijn investering terug.

NNman: Wat moet ik met haar doen… ik heb haar telefoon afgepakt, haar ID-kaart… wat moet ik haar nog meer aandoen?... haar benen breken?... wat wil je dat ik met haar doe?

[medeverdachte] : Heb je het nu begrepen?

NNman: Of wat wil ze… al ze geen geld verdient… dat ik een vinger afsnijd?

NNman: Het is simpel, ze heeft geen telefoon hoe kan ze praten?

[medeverdachte] : Als ik een woord hoor, in Roemenië… zal ik je zoeken, bij je familie, bij je man… als ik hoor, bij de politie…

NNman: Ik heb haar ID-kaart afgepakt dat ze geen geld stiekem naar familie stuurt.

NNman: Alleen daarom heb ik haar ID-kaart afgepakt. [ntv] voor Western Union.

NNman: Zodat ze geen kans heeft om geld achter te houden…

Aan het einde van de weergave van het gesprek:

[medeverdachte] : Ik maak haar los.

NNman: Waarom?

[medeverdachte] : Kijk naar haar hand.23

23. Het proces-verbaal van bevindingen, inhoudende -zakelijk weergegeven- het relaas van verbalisant:

In haar verhoor op 15 juli 2014 verklaarde aangeefster [slachtoffer 1] dat zij in opdracht van verdachte [medeverdachte] bij het postkantoor in de Primera in [plaats] contant geld moest storten. Zij moest het geld storten op naam van de familie van [medeverdachte] . Bij de Primera in [plaats] is een kantoor van Western Union gevestigd. Om de verklaringen van [slachtoffer 1] te bevestigen en om inzicht te krijgen in de financiële situatie van de verdachten zijn middels een vordering ex. 126nd Sv bij Western Union de overboekingen gevorderd die bij Western Union zijn gedaan door benadeelde [slachtoffer 1] , verdachte [medeverdachte] en verdachte [verdachte] voor de periode 29 maart 2014 tot en met 4 juli 2014. In de voornoemde periode bleek [slachtoffer 1] 12 keer geld te hebben overgeboekt via Western Union. [slachtoffer 1] heeft zich gelegitimeerd met haar ID-kaart. Op 14 april 2014 maakte zij 100 euro over naar ‘ [naam begunstigde] ’ in Roemenië. Vervolgens is 9 keer een bedrag overgemaakt naar ‘ [tante medeverdachte] ’. Naar [tante medeverdachte] zijn in de periode 22 april 2014 tot 26 juni 2014 in totaal 9 stortingen van in totaal 1.545 euro overgemaakt. Het telefoonnummer dat [slachtoffer 1] opgeeft bij haar stortingen, [telefoonnummer] , staat volgens CIOT op naam van

[verdachte] .24

Oordeel hof

Feit 2 ( [slachtoffer 2] )

Sub 4

Het hof gaat ervan uit dat pas tot een bewezenverklaring van een tenlastelegging die ziet op artikel 273f lid 1 sub 4 Sr kan worden gekomen indien sprake is geweest van uitbuiting.25

Artikel 273f lid 2 Sr bepaalt dat (onder meer) sprake is van uitbuiting als het gaat om gedwongen of verplichte arbeid of diensten, slavernij en met slavernij of dienstbaarheid te vergelijken praktijken.

De Hoge Raad heeft bepaald dat de vraag of er sprake is van uitbuiting niet in algemene termen te beantwoorden is en sterk is verweven met de concrete omstandigheden van het geval. Bij de beantwoording van die vraag komt volgens de Hoge Raad onder meer betekenis toe aan de aard en duur van de tewerkstelling, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt, en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald. Bij de weging van deze en andere relevante factoren dienen de in de Nederlandse samenleving geldende maatstaven als referentiekader te worden gehanteerd.26

Uit de hierboven genoemde bewijsmiddelen volgt dat de omstandigheden waaronder verdachte en medeverdachte [slachtoffer 2] lieten werken en waaronder [slachtoffer 2] bij verdachte en medeverdachte verbleef zodanig waren dat sprake was van uitbuiting. Het gaat daarbij dan om de volgende omstandigheden:

  • -

    [slachtoffer 2] moest lange werkdagen maken (van 8.00 uur tot 18.00 uur) en mocht niet pauzeren.

  • -

    [slachtoffer 2] moest al het geld dat hij verdiende afstaan aan verdachte en medeverdachte.

  • -

    [slachtoffer 2] moest vergaande en vernederende controles ondergaan (waarbij [slachtoffer 2] zich zelfs moest uitkleden) om te voorkomen dat hij geen geld achterhield.

  • -

    Als [slachtoffer 2] niet deed wat hem werd gezegd, werd er geweld toegepast en werden er bedreigingen geuit door verdachte.

  • -

    [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] hadden in de woning van verdachte en medeverdachte gezamenlijk één matras en één kussen om op te slapen.

  • -

    [slachtoffer 2] kreeg slecht te eten en had zelf geen geld om eten te kopen.

  • -

    [slachtoffer 2] kon geen kant op. Hij had geen geld en door middel van het uiten van bedreigingen door verdachte werd getracht te voorkomen dat hij naar de politie ging.

Het feit dat verdachte en medeverdachte in staat waren [slachtoffer 2] uit te buiten was een gevolg van de kwetsbare positie waarin [slachtoffer 2] zich bevond (hij had geen geld om terug te keren naar Roemenië), het geweld dat door verdachte tegen [slachtoffer 2] werd gebruikt en het dreigen met geweld of andere feitelijkheden door verdachte waardoor angst ontstond bij [slachtoffer 2] en hij zich gedwongen voelde te doen wat verdachte en medeverdachte van hem verlangden, zoals de lange werkdagen zonder pauzes.

Uit de bewijsmiddelen volgt verder dat verdachte dit feit samen met medeverdachte [medeverdachte] heeft gepleegd. Aldus acht het hof bewezen dat verdachte het hem onder feit 2 sub 4 tenlastegelegde heeft medegepleegd.

Sub 1

Ten tijde van de uitbuiting woonde [slachtoffer 2] bij verdachte en medeverdachte in. Verdachte en medeverdachte waren bereid om [slachtoffer 2] te huisvesten zodat [slachtoffer 2] in staat was in Nederland kranten te verkopen en de schuld die [slachtoffer 2] aan [medeverdachte] had af te lossen. Met dat zelfde doel werd [slachtoffer 2] door verdachte naar de plekken vervoerd om de kranten te verkopen. De wijze waarop [slachtoffer 2] werd gehuisvest en de omstandigheden waaronder verdachte en medeverdachte [slachtoffer 2] lieten werken, waren echter zodanig dat sprake was van uitbuiting. Aldus kan worden gesteld dat verdachte en medeverdachte [slachtoffer 2] huisvestten en verdachte bovendien [slachtoffer 2] vervoerde met het oogmerk van uitbuiting.

Ondanks het feit dat zijn situatie erg slecht was, kon [slachtoffer 2] tijdens zijn verblijf bij verdachte en medeverdachte bijna geen kant op. Hij had geen geld om terug te keren naar Roemenië en verdachte probeerde te voorkomen dat [slachtoffer 2] naar de politie zou gaan door hem te bedreigen met geweld. Aldus heeft [slachtoffer 2] enige tijd in het huis van verdachte en medeverdachte verbleven en moeten toestaan dat hij naar de werkplekken werd vervoerd als gevolg van dreiging met geweld en misbruik van de kwetsbare positie waarin [slachtoffer 2] verkeerde en het overwicht dat verdachte en medeverdachte (hierdoor) op hem hadden. De huisvesting door verdachte en medeverdachte van [slachtoffer 2] en het vervoer van [slachtoffer 2] door verdachte was dus een gevolg van de kwetsbare positie waarin die [slachtoffer 2] zich bevond en de dreiging met geweld.

Uit de bewijsmiddelen volgt verder dat verdachte dit feit samen met medeverdachte [medeverdachte] heeft gepleegd. [slachtoffer 2] woonde bij verdachte en medeverdachte in huis. Ten aanzien van het vervoer geldt dat verdachte [slachtoffer 2] vervoerde, maar dat dit gebeurde in het kader van de nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte om door middel van uitbuiting het geld binnen te halen dat [slachtoffer 2] verschuldigd was aan (de familie van) medeverdachte [medeverdachte] . Aldus acht het hof bewezen dat verdachte het hem onder feit 2 sub 1 tenlastegelegde heeft medegepleegd.

Sub 6

Uit de bewijsmiddelen volgt dat [slachtoffer 2] ten tijde en als gevolg van de uitbuiting zijn verdiensten afstond aan verdachte en medeverdachte. Aldus hebben verdachte en medeverdachte opzettelijk voordeel getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer 2] . Er is sprake van medeplegen omdat verdachte en medeverdachte nauw en bewust hebben samengewerkt bij de uitbuiting van [slachtoffer 2] en deze samenwerking er op gericht was om financieel van de uitbuiting te profiteren.

Het hof merkt nog op dat door de wijze van tenlastelegging ook de vraag aan de orde is of bewezen kan worden dat het voordeel trekken een gevolg is geweest van de toepassing van één of meer dwangmiddelen, terwijl volgens de delictsomschrijving het gebruik van een dwangmiddel bij het voordeeltrekken geen vereiste is. Er is dus meer tenlastegelegd dan de delictsomschrijving eist. Uit de hierboven genoemde bewijsmiddelen volgt dat als gevolg van een of meer dwangmiddelen, [slachtoffer 2] werd uitgebuit en verdachte en medeverdachte daar door een of meer van die dwangmiddelen profijt van hadden.

Feit 1 ( [slachtoffer 1] )

Sub 4

[slachtoffer 1] heeft drie maanden bij verdachte en medeverdachte verbleven. In die periode heeft zij straatkranten verkocht en in de prostitutie gewerkt.

De omstandigheden waaronder verdachte en medeverdachte [slachtoffer 1] kranten lieten verkopen en waaronder zij bij verdachte en medeverdachte verbleef waren zodanig dat gesproken kan worden van uitbuiting, nu uit de bewijsmiddelen blijkt dat:

  • -

    [slachtoffer 1] lange werkdagen zonder pauzes had.

  • -

    Zij nagenoeg al haar verdiende geld moest afstaan.

  • -

    Als zij te weinig verdiende zij bedreigd werd met geweld.

  • -

    Zij geïsoleerd werd; [slachtoffer 1] kende niemand in Nederland, sprak de Nederlandse taal niet en verdachte had de telefoon van [slachtoffer 1] stuk gemaakt zodat zij niet meer kon bellen met haar familie in Roemenië. Ook was haar identiteitskaart afgenomen.

  • -

    Op het moment dat zij een keer mocht bellen met haar man en er over klaagde dat ze vastgehouden werd, haar een ‘lesje werd geleerd’; ze werd door medeverdachte mishandeld en vastgebonden.

Door toedoen van verdachte en medeverdachte was [slachtoffer 1] in een isolement geraakt en door het geweld en de bedreigingen met geweld, had ze slechts de keuze verdachte en medeverdachte te gehoorzamen. Ze heeft daarom niet alleen de uitbuiting ten aanzien van de krantenverkoop ondergaan, maar ook niet tegengestribbeld toen medeverdachte naaktfoto’s van haar maakte en verdachte haar naar klanten bracht voor het hebben van betaalde seks. Met een aantal klanten had [slachtoffer 1] onbeschermde seks als gevolg van het feit dat verdachte die mogelijkheid in de advertentietekst had opgenomen.

Uit de bewijsmiddelen volgt dus dat verdachte en medeverdachte als (direct of indirect) gevolg van geweld en bedreiging met geweld en misbruik van de kwetsbare positie waarin [slachtoffer 1] verkeerde en het overwicht dat ze (daardoor) op [slachtoffer 1] hadden, [slachtoffer 1] hebben bewogen tot het verrichten van de prostitutiewerkzaamheden.

Verdachte heeft zich dus samen met medeverdachte [medeverdachte] zowel ten aanzien van de verkoop van straatkranten door [slachtoffer 1] als ten aanzien van de prostitutiewerkzaamheden door [slachtoffer 1] schuldig gemaakt aan artikel 273f lid 1 sub 4 Sr.

Sub 6

Uit de bewijsmiddelen volgt dat als gevolg van de nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte beiden voordeel hebben gehad van de uitbuiting van [slachtoffer 1] . Aldus hebben zij dit delict medegepleegd.

Het hof merkt nog op dat door de wijze van tenlastelegging ook de vraag aan de orde is of bewezen kan worden dat het voordeel trekken een gevolg is geweest van de toepassing van één of meer dwangmiddelen, terwijl het toepassen van een dwangmiddel volgens de delictsomschrijving geen voorwaarde is voor strafbaarheid. Er is dus meer tenlastegelegd dan de delictsomschrijving eist. Uit de hierboven genoemde bewijsmiddelen volgt evenwel dat als gevolg van een of meer dwangmiddelen, [slachtoffer 1] werd uitgebuit en verdachte en medeverdachte daar -ook als gevolg van één of meer van die dwangmiddelen- profijt van hadden.

Sub 9

Gelet op hetgeen door het hof onder sub 4 is overwogen ten aanzien van de prostitutiewerkzaamheden en feit dat dezelfde dwangmiddelen er toe geleid hebben dat [slachtoffer 1] al haar met de prostitutie verdiende geld aan verdachte en medeverdachte afdroeg, acht het hof bewezen dat verdachte en medeverdachte het tenlastegelegde ten aanzien van sub 9 hebben medegepleegd.

Sub 1

In het kader van de uitbuiting werd [slachtoffer 1] door verdachte en medeverdachte gehuisvest en werd [slachtoffer 1] door verdachte naar klanten gebracht. Het geld dat door middel van de uitbuiting binnen werd gehaald ging naar verdachte en medeverdachte. Verdachte en medeverdachte hadden met de huisvesting en het vervoer van [slachtoffer 1] het oogmerk op uitbuiting. Als gevolg van onder meer haar isolement, gebrek aan geld, het niet kunnen beschikken over haar identiteitsbewijs en de druk die op haar werd uitgeoefend de schuld terug te betalen die medeverdachte [medeverdachte] had op de echtgenoot van [slachtoffer 1] , was het voor [slachtoffer 1] niet mogelijk zich aan de huisvesting en het vervoer te onttrekken.

Het hof acht bewezen dat verdachte het onder feit 1 sub 1 met medeverdachte [medeverdachte] heeft medegepleegd.

Reactie op bewijsverweren

De stelling van de raadsvrouw dat het bewijs dat nodig is voor een bewezenverklaring van uitbuiting, enkel volgt uit de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , deelt het hof niet. Uit andere bewijsmiddelen, zoals de weergave van de geluidsopnames (die gemaakt zijn op het moment dat [slachtoffer 1] was vastgebonden), de verklaring van de oom van medeverdachte [medeverdachte] en de verklaring van [medeverdachte] zelf, volgt dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] door verdachte en medeverdachte (door geweld en bedreiging met geweld) geïntimideerd werden. Uit het proces-verbaal van bevindingen van de verbalisant tot wie [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zich hadden gewend na hun vlucht, volgt hoe bang zij voor verdachte en medeverdachte waren. Door verdachte zelf is op 28 augustus 2014 bovendien verklaard dat het doel van de intimidaties was om [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zo snel mogelijk de schuld te laten betalen, waarbij het dus ging om een schuld, die [slachtoffer 2] aan (de familie van) [medeverdachte] had. Dat [slachtoffer 1] het door haar verdiende geld zelf heeft behouden wordt door de bewijsmiddelen tegengesproken en is mede door de hierboven genoemde verklaring van verdachte ook geenszins aannemelijk. Dat op naam van [slachtoffer 1] geld is overgemaakt naar Roemenië doet hier niet aan af, nu dit geld werd overgemaakt naar een familielid van [medeverdachte] en het er juist om ging dat de schuld aan (de familie van) [medeverdachte] werd betaald.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1
hij op één of meerderetijdstippen in of omstreeks de periode van 30 maart 2014 tot en met 4 juli 2014 te [plaats] en/of elders in Nederland,

(lid 3, onder 1°)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal (telkens),

een ander, te weten, [slachtoffer 1]

telkens door dwang, geweld of een andere feitelijkheid of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid of door dreiging met een andere feitelijkheid, door afpersing, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie,

(sub 1°)

- heeft geworven en/of gehuisvest en/of opgenomen en/of vervoerd en/of overgebracht met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1]

en/of

(sub 4°)

- heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten

dan wel

onder die omstandigheden enige handelingen heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten

en/of

(sub 6°)

telkens opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer 1]

en/of

(sub 9°)

- heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of verdachte(s) mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer 1] , seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling

immers heeft/is verdachte en/of diens mededader(s) (telkens)

(terwijl die [slachtoffer 1] de Nederlandse taal niet machtig is en/of schulden had en/of schulden kreeg)

- die [slachtoffer 1] beloofd werk te regelen in Nederland en/of

- de reiskosten voor die [slachtoffer 1] voorgeschoten en/of

- die [slachtoffer 1] gezegd dat zij nog meer schulden had en/of

- die [slachtoffer 1] gehuisvest en/of

- die [slachtoffer 1] kranten laten verkopen en/of

- die [slachtoffer 1] in de prostitutie laten werken en/of

- die [slachtoffer 1] naar haar werkplaats vervoerd en/of

- die [slachtoffer 1] mishandeld en/of bedreigd en/of

- naaktfoto's van die [slachtoffer 1] gemaakt en/of

- de telefoon van die [slachtoffer 1] kapot gegooid en/of

- die [slachtoffer 1] vastgebonden en/of

- het door die [slachtoffer 1] verdiende geld afgenomen en/of

- die [slachtoffer 1] laten betalen voor de huisvesting en/of het vervoeren;

door welke feiten en omstandigheden voor voornoemde [slachtoffer 1] een (afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan zij zich niet heeft kunnen onttrekken en/of ten gevolge waarvan zij geen weerstand aan verdachte en/of diens mededader(s) heeft kunnen bieden;

2
hij op één of meerderetijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2014 tot en met 4 juli 2014 te [plaats] en/of elders in Nederland,

(lid 3, onder 1°)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal (telkens),

een ander, te weten, [slachtoffer 2]

telkens door dwang, geweld of een andere feitelijkheid of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door afpersing, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie,

(sub 1°)

- heeft geworven en/of gehuisvest en/of opgenomen en/of vervoerd en/of overgebracht met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 2]

en/of

(sub 4°)

- heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten

dan wel

onder die omstandigheden enige handelingen heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 2] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten

en/of

(sub 6°)

telkens opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer 2] ,

immers heeft/is verdachte en/of diens mededader(s) (telkens)

(terwijl die [slachtoffer 2] de Nederlandse taal niet machtig is en/of schulden had en/of schulden kreeg)

- die [slachtoffer 2] beloofd werk te regelen in Nederland en/of

- de reiskosten voor die [slachtoffer 2] voorgeschoten en/of

- die [slachtoffer 2] gezegd dat hij nog meer schulden had en/of

- die [slachtoffer 2] gehuisvest en/of

- die [slachtoffer 2] kranten laten verkopen en/of

- die [slachtoffer 2] naar zijn werkplaats vervoerd en/of

- die [slachtoffer 2] mishandeld en/of bedreigd en/of

- het door die [slachtoffer 2] verdiende geld afgenomen en/of

- die [slachtoffer 2] laten betalen voor de huisvesting en/of het vervoeren;

door welke feiten en omstandigheden voor voornoemde [slachtoffer 2] een (afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan hij zich niet heeft kunnen onttrekken en/of ten gevolge waarvan hij geen weerstand aan verdachte en/of diens mededader(s) heeft kunnen bieden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 en 2 bewezen verklaarde levert op:

telkens:

mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft geëist dat aan verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde een gevangenisstraf van 36 maanden -met aftrek van voorarrest- wordt opgelegd.

De rechtbank heeft de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, met aftrek van voorarrest.

In haar vonnis stelt de rechtbank dat ‘voor zover uit het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 november 2014 (GHARL:2014:9146) zou kunnen worden afgeleid dat als uitgangspunt een gevangenisstraf van drie maanden per maand seksuele uitbuiting zou gelden, de rechtbank dit niet volgt.’

Het hof merkt voor de duidelijkheid op dat het hof in zijn algemeenheid een dergelijk uitgangspunt niet hanteert.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat aan verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde een gevangenisstraf van 36 maanden -met aftrek van voorarrest- wordt opgelegd.

Bij het bepalen van de straf gaat het hof uit van de strafdoeleinden, te weten de vergelding, speciale en generale preventie.

In verband met die strafdoeleinden acht het hof voor strafoplegging in mensenhandelzaken in het algemeen de volgende omstandigheden van belang:

- de periode waarin sprake is geweest van uitbuiting;

- het aantal slachtoffers dat is uitgebuit;

- de omstandigheid dat sprake is van een georganiseerd verband;

- de wijze (zoals de mate van geweld) waarop het slachtoffer is gedwongen/bewogen de prostitutiewerkzaamheden te doen;

- de leeftijd en/of kwetsbaarheid van het slachtoffer;

- het aantal dagen per week en het aantal uren per dag waarop er gewerkt moest worden;

- de werkzaamheden die verricht moesten worden;

- de werkomstandigheden (werken op straat of binnen, werken tijdens ziekte en zwangerschap, zonder condoom);

- de hoeveelheid geld die werd afgedragen;

- het percentage van de verdiensten dat moest worden afgedragen;

- overige omstandigheden zoals gedwongen abortus, tatoeages en borstvergrotingen;

- de rol van verdachte met betrekking tot die uitbuiting (vervulde hij een kernrol of was hij ‘slechts’ faciliterend?);

- de houding van de verdachte (heeft hij inzicht getoond in het kwalijke van zijn gedrag);

- relevante recidive.

Verdachte heeft samen met medeverdachte [medeverdachte] gedurende een periode van drie maanden [slachtoffer 1] en gedurende een periode van twee weken [slachtoffer 2] uitgebuit. Het ging daarbij om een vergaande vorm van uitbuiting. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] werden namelijk geheel beperkt in hun zelfbeschikkingsrecht. Verdachte en medeverdachte bepaalden de werktijden bij de straatkrantenverkoop door [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] , namen al het geld af en dwongen door het vastbinden van [slachtoffer 1] , geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] gehoorzaamheid af. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] verbleven in de woning van verdachte en medeverdachte en moesten samen een eenpersoonsmatras en een kussen delen, kregen slecht te eten en werden vernederd door de controles die [slachtoffer 2] moest ondergaan (om te voorkomen dat hij geld achterhield) en de naaktfoto’s die door medeverdachte van [slachtoffer 1] werden gemaakt en door verdachte op internet werden geplaatst. [slachtoffer 1] werd bovendien bewogen zich te prostitueren, waarbij een aantal malen -als gevolg van de afspraken die verdachte met klanten maakte- sprake was van onbeschermde seks.

Gelet op de ernst van de feiten is uit oogpunt van vergelding een langdurige gevangenisstraf geboden.

Ten aanzien van de generale preventie is eveneens een langdurige gevangenisstraf op zijn plaats. Duidelijk moet zijn dat voor uitbuiting zoals in deze zaak heeft plaatsgevonden, langdurige gevangenisstraffen worden opgelegd.

Ten aanzien van de speciale preventie geldt enerzijds dat verdachte (mogelijk door zijn persoonlijkheidsproblematiek) weinig inzicht heeft getoond in het kwalijke van zijn gedrag. Anderzijds blijkt uit het reclasseringsrapport van 12 maart 2015 dat verdachte in detentie zich van zijn goede kant laat zien en dat hij is aangemeld voor behandeling in detentie. Ook blijkt uit het dossier dat verdachte vaker mensen in Roemenië huisvestte, die vervolgens straatkranten gingen verkopen, zonder dat (voor zover bekend) sprake was van uitbuiting. Dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] door verdachte en medeverdachte zijn uitgebuit lijkt geheel samen te hangen met de schuld die [slachtoffer 2] zou hebben aan (de familie van) medeverdachte [medeverdachte] . Er was aldus geen sprake van het structureel uitbuiten van straatkrantenverkopers. Ook is verdachte niet eerder veroordeeld voor mensenhandel. Wel is hij eerder veroordeeld voor geweldsdelicten.

Gelet op met name de ernst van de feiten acht het hof een gevangenisstraf van 36 maanden, zoals geëist door de advocaat-generaal, op zichzelf passend. Het hof is echter bekend met het vonnis tegen medeverdachte [medeverdachte] . De rechtbank heeft haar een gevangenisstraf van 27 maanden opgelegd voor dezelfde feiten als waarvoor het hof verdachte veroordeelt. Het vonnis tegen [medeverdachte] is inmiddels onherroepelijk.

Hoewel het in het algemeen -in verband met de vele verschillende omstandigheden- moeilijk is om mensenhandelzaken met elkaar te vergelijken, kan dat nu wel omdat het gaat om dezelfde feiten. De persoonlijke omstandigheden -die ook een rol spelen bij het bepalen van de strafmaat- kunnen nog wel verschillen en daarbij geldt dat het hof niet (volledig) bekend is met de persoonlijke omstandigheden van [medeverdachte] .

Ondanks het feit dat het hof niet bekend is met de persoonlijke omstandigheden van [medeverdachte] acht het hof het verschil in strafmaat te groot worden als aan verdachte voor dezelfde feiten een gevangenisstraf wordt opgelegd van 36 maanden. Het hof zal daarom net als de rechtbank volstaan met een gevangenisstraf van 30 maanden.

Het hof merkt nog op dat het de verdachte -anders dan de rechtbank- vrijspreekt van het onder 3 tenlastegelegde, maar dat het ervan uit gaat dat dit feit -zoals valt af te leiden uit de strafmotivering van de rechtbank- geen rol heeft gespeeld bij de bepaling van de hoogte van de straf die door de rechtbank is opgelegd. Kennelijk is het verschil in strafmaat (30 maanden voor verdachte en 27 maanden voor medeverdachte [medeverdachte] ) met name bepaald door de persoonlijke factoren.

Beslag

De in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen:

  • -

    een personenauto [kenteken] Volkswagen Passat (kleur: grijs, svo p01) en

  • -

    een telefoontoestel Nokia S01.001

zijn voorwerpen met behulp waarvan één of meer van de bewezenverklaarde feiten zijn begaan. De telefoon behoort aan verdachte toe.

Met betrekking tot de personenauto overweegt het hof dat deze in eigendom toebehoorde aan verdachte. Dat de moeder van verdachte de auto op haar naam had staan, was enkel omdat verdachte in de schuldsanering zat. Verdachte betaalde de verzekering van de auto. De moeder van verdachte betaalde de belasting.

Het hof zal voornoemde voorwerpen verbeurd verklaren.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 7.050,=. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 4.550,=. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Door de verdediging is de vordering bestreden.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden.

Door [slachtoffer 1] is gedurende een periode van ruim drie maanden straatkranten verkocht. Zij werkte zes dagen per week en moest haar geld afstaan. Zij vraagt voor dit onderdeel een schadevergoeding van € 1.600. Het hof acht voldoende vaststaan dat [slachtoffer 1] deze schade heeft geleden en zal dat bedrag toewijzen.

Ten aanzien van de prostitutiewerkzaamheden vraagt [slachtoffer 1] een bedrag van € 450. Niet betwist is dat [slachtoffer 1] € 75 per klant ontving. Het hof gaat er verder van uit dat [slachtoffer 1] , zoals zij zelf heeft verklaard, al haar verdiensten aan verdachte afstond. Ook gaat het hof ervan uit dat er meer dan één klant is geweest. [slachtoffer 1] spreekt in haar verklaring over acht klanten. Verdachte heeft verklaard bij de politie dat hij [slachtoffer 1] naar klanten bracht. Het hof vindt voldoende vaststaan dat de schade van [slachtoffer 1] (tenminste) € 450 is en zal ook dit bedrag toewijzen.

Tenslotte vraagt [slachtoffer 1] € 5.000 aan immateriële schadevergoeding. Ook dit bedrag zal het hof geheel toewijzen. [slachtoffer 1] is gedurende drie maanden tijd in vergaande mate uitgebuit. Zij is mishandeld, vastgebonden en moest meermalen zonder condoom prostitutiewerkzaamheden verrichten. Het leed dat haar is aangedaan rechtvaardigt het gevraagde bedrag.

Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 740,=. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

De vordering is door de verdediging betwist.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden.

Door [slachtoffer 2] is gedurende een periode van twee weken straatkranten verkocht. Hij werkte zes dagen per week en moest zijn geld afstaan. Hij vraagt voor dit onderdeel een schadevergoeding van € 240 in verband met inkomstenderving. Het hof acht voldoende vaststaan dat [slachtoffer 2] deze schade heeft geleden en zal dat bedrag toewijzen.

Verder vraagt [slachtoffer 2] € 500 aan immateriële schadevergoeding. [slachtoffer 2] is gedurende twee weken uitgebuit. Hij maakte lange werkdagen, kreeg slecht te eten, moest een matras en een kussen delen met [slachtoffer 1] en werd mishandeld. Het bedrag dat wordt gevraagd acht het hof redelijk en zal worden toegewezen.

Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 24, 33, 33a, 36f, 57 en 273f van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- Personenauto [kenteken] Volkswagen Passat grijs svo p01;

- Telefoontoestel Nokia S01.001.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 7.050,= (zevenduizend vijftig euro) bestaande uit € 2.050,= (tweeduizend vijftig euro) materiële schade en € 5.000,= (vijfduizend euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededader, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1] , ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 7.050,= (zevenduizend vijftig euro) bestaande uit € 2.050,= (tweeduizend vijftig euro) materiële schade en € 5.000,= (vijfduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 70 (zeventig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover de mededader heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededader van de verdachte voormeld bedrag heeft betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 740,= (zevenhonderdveertig euro) bestaande uit € 240,= (tweehonderdveertig euro) materiële schade en € 500,= (vijfhonderd euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededader, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 2] , ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 740,= (zevenhonderdveertig euro) bestaande uit € 240,= (tweehonderdveertig euro) materiële schade en € 500,= (vijfhonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 14 (veertien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover de mededader heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededader van de verdachte voormeld bedrag heeft betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Aldus gewezen door

mr. J.D. den Hartog, voorzitter,

mr. A.H. Garos en mr. R. de Groot, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. R. Jansen, griffier,

en op 18 september 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. A.H. Garos is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 18 september 2015.

Tegenwoordig:

mr. J.D. den Hartog, voorzitter,

mr. H. Wijbrandts, advocaat-generaal,

mr. G.J.B. van Weegen, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

1 In de hierna te melden bewijsmiddelen wordt telkens -tenzij anders aangegeven- verwezen naar de bijlagen van het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL0700-2014073033, gesloten en getekend op 10 september 2014 door [naam] , coördinator/dossiervormer bij de Politie Eenheid Oost-Nederland, Team Opsporing Mensenhandel.

2 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen, p. 537-539A, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1] .

3 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor (p. 540-548), inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1] .

4 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor (p. 551-560), inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1] .

5 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor (p. 579-587), inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2] .

6 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor (p. 588-595), inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2] .

7 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor (p. 88), inhoudende de verklaring van verdachte.

8 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor (p. 92-99), inhoudende de verklaring van verdachte.

9 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor (p. 126-133), inhoudende de verklaring van verdachte.

10 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor (p. 143-146), inhoudende de verklaring van verdachte.

11 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor (p. 155-159), inhoudende de verklaring van verdachte.

12 Het proces-verbaal van de terechtzitting van de rechtbank Arnhem d.d. 1 december 2014, inhoudende de verklaring van verdachte.

13 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor (p. 188-203), inhoudende de verklaring van [medeverdachte] .

14 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor (p. 208), inhoudende de verklaring van [medeverdachte] .

15 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor (p. 222-228), inhoudende de verklaring van [medeverdachte] .

16 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor (p. 645-651), inhoudende de verklaring van [getuige] .

17 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (p. 535-536), inhoudende het relaas van verbalisant.

18 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (p. 624), inhoudende het relaas van verbalisant.

19 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor (p. 658-662), inhoudende de verklaring van [naam klant] .

20 Een schriftelijk bescheid, te weten een uitdraai van e-mailwisselingen tussen [e-mailadres klant] en [e-mailadres verdachte] (p. 663-670).

21 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (p. 693-695), inhoudende het relaas van verbalisanten.

22 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (p. 715-716), inhoudende het relaas van verbalisant.

23 Een schriftelijk bescheid, te weten een vertaling van het te horen gesprek in het bestand ‘ [bestandsnaam] ’ (p. 1376-1389).

24 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (p. 835-837), inhoudende het relaas van verbalisant.

25 Hof Arnhem-Leeuwarden 4 december 2014 (ECLI:NL:GHARL:2014:9416)

26 HR 27 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI7099.