Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:6877

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
17-09-2015
Datum publicatie
22-09-2015
Zaaknummer
21-000030-15
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2014:7941, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor mensenhandel en bezit kinderporno tot een gevangenisstraf van 6 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk en een taakstraf van 180 uur. Minderjarig slachtoffer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-000030-15

Uitspraak d.d.: 17 september 2015

TEGENSPRAAK

Promis

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 22 december 2014 met parketnummer 05-862245-13 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats ] op [1982] ,

wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 3 september 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. S.R. van Laar, naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Verdachte is bij vonnis waarvan beroep vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde voor zover dat ziet op het strafbaar gestelde in artikel 273f lid 1 sub 2 van het Wetboek van Strafrecht. Hoger beroep tegen deze (deel)vrijspraak staat voor verdachte niet open. Het hof zal verdachte daarom in zoverre niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep verklaren.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep -voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen- vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd, voor zover in hoger beroep nog aan de orde, dat:

1
hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 april 2013 tot en met 1 juli 2013 te Arnhem en/of Otterlo en/of elders in Nederland,

(lid 3, onder 1°)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal (telkens),

een ander, te weten, [slachtoffer] (geboren [geboortedatum] )

(lid 1, onder 5°)

ertoe heeft/hebben gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling

en/of

enige handeling(en) heeft/hebben ondernomen waarvan hij, verdachte en/of diens mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die handelingen,

terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

en/of

(lid 1, sub 8°)

opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit seksuele handelingen van die [slachtoffer] met of voor een derde tegen betaling,

terwijl voornoemde [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt,

immers heeft/hebben verdachte en/of diens mededader(s) (telkens)

- die [slachtoffer] gevraagd om seks te hebben met anderen voor geld en/of

- seksueel/erotisch getinte foto's van die [slachtoffer] gemaakt en/of een seksfilmpje van die [slachtoffer] gemaakt en/of

- een seksadvertentie gemaakt van die [slachtoffer] en/of op internet geplaatst en/of die [slachtoffer] geholpen om een seksadvertentie te maken en/of op internet te plaatsen en/of

- de klantentelefoon beheerd en/of afspraken gemaakt met klanten voor die [slachtoffer] en/of

- die [slachtoffer] naar klanten gebracht en/of

- het door die [slachtoffer] verdiende geld ingenomen en/of niet aan die [slachtoffer] gegeven;

2
hij in of omstreeks de periode van 25 april 2013 tot en met 22 november 2013 te Arnhem en/of elders in Nederland, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen

één of meermalen (telkens)

een (groot) aantal afbeeldingen, (telkens) van [slachtoffer] (geboren [geboortedatum] ), te weten

- een gegevensdrager, te weten een laptop, bevattende 232 foto's en/of (aldus) meerdere afbeelding(en) en/of 6 video's en/of aldus meerdere afbeelding(en)

en/of

- een gegevensdrager, te weten een mobiele telefoon bevattende 92 foto's en/of (aldus) meerdere afbeelding(en),

(telkens) heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of verworven en/of in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

en/of

-19 foto's en/of (aldus) meerdere afbeelding(en) bij/middels een advertentie op de website van [site] .nl,

(telkens) heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of verworven en/of in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

terwijl op die afbeelding(en) (telkens) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, te weten [slachtoffer] (geboren [geboortedatum] )

welke voornoemde seksuele gedraging(en) bestonden uit (onder meer):

op voornoemde laptop,

- het poseren door die [slachtoffer] (geboren [geboortedatum] ), althans een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, met nadruk op geslachtsdelen en/of borsten en/of billen door (ongeveer 100%) geheel naakt en/of gedeeltelijk naakt en/of een uitsnede afbeelding (o.a. inzoomen) en/of striptease-act/houding en/of camerastandpunt en/of onnatuurlijke houding (p. 643 einddossier)

en/of

op de mobiele telefoon

- het poseren door die [slachtoffer] (geboren [geboortedatum] ), althans een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, op een onnatuurlijke wijze en/of waarbij de billen richting de camera zijn gedraaid en/of de billen en/of het ontblote bovenlichaam prominent en/of nadrukkelijk zichtbaar zijn en/of waarbij het gezicht niet waarneembaar is, (foto's genummerd [nr] )

en/of

bij de advertentie op de website [site] .nl

- het poseren door die [slachtoffer] (geboren [geboortedatum] ), althans een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, op een onnatuurlijke wijze en/of waarbij de billen richting de camera zijn gedraaid en/of de billen en/of het ontblote bovenlichaam prominent en/of nadrukkelijk zichtbaar zijn en/of waarbij het gezicht niet waarneembaar is (foto's genummerd 1 tot en met 4, 6, 7, 9, 11, 12, 15, 16, 18, 19)

en/of

- het poseren door die [slachtoffer] (geboren [geboortedatum] ), althans een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, met nadruk op geslachtsdelen/borsten en billen door (ongeveer 100%) geheel naakt en/of gedeeltelijk naakt en/of uitsnede afbeelding (o.a. inzoomen) en/of striptease-act/houding en/of camerastandpunt en/of onnatuurlijke houding (foto's genummerd 8, 10, 13, 14, 17, 20).

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverwegingen ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde

Inleiding

Het hof geeft onderstaand eerst een overzicht van de relevante bewijsmiddelen, waarvan de redengevende onderdelen voor het bewijs worden gebruikt. Vervolgens wordt de beoordeling door het hof van de tenlastelegging besproken.

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde.

De raadsvrouw heeft ten aanzien van feit 1 betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken voor zover dit feit ziet op het strafbaar gestelde in artikel 273f lid 1 sub 8 van het Wetboek van Strafrecht. Daartoe heeft de raadsvrouw -kort gezegd- naar voren gebracht dat verdachte geen profijt heeft gehad van dan wel voordeel heeft getrokken uit de door [slachtoffer] verrichte seksuele handelingen. Voorts heeft de raadsvrouw aangevoerd dat er geen sprake is van medeplegen ten aanzien van het opzettelijk voordeel trekken uit de seksuele handelingen van [slachtoffer] . De bewezenverklaarde periode moet volgens de raadsvrouw worden beperkt tot ‘27 april 2013 tot en met 11 mei 2013’.

Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat verdachte niet als medepleger kan worden aangemerkt en dat hij dientengevolge van dit feit moet worden vrijgesproken.

Het hof is van oordeel dat hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht, wordt weersproken door de bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan door het hof, zoals hieronder wordt weergegeven.

Bewijsmiddelen 1

1. Het proces-verbaal van verhoor (op 23 juli 2013), inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] :

Mijn naam is [slachtoffer] en ik ben [leeftijd] oud. Ik heb ongeveer acht maanden geleden een relatie gekregen met [medeverdachte 1] . Na twee maanden stelde [medeverdachte 1] mij voor om seks te gaan hebben met anderen, want dat kon hij wel voor mij regelen. [medeverdachte 1] heeft alles geregeld. Ik kreeg van hem een telefoon waar ik altijd op bereikbaar moest zijn en hij belde mij als ik iets moest doen. Zo belde hij mij als ik klaar moest staan en hij me thuis op kwam halen. Hij had ook geregeld dat we foto’s gingen maken voor de seksadvertentie die op internet zou komen te staan. Ik ben samen met [medeverdachte 1] naar een woning gereden op de [adres] in Arnhem. Daar werd ik voorgesteld aan [verdachte] en [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] werkte zelf ook in de seksindustrie. [medeverdachte 2] maakte de foto’s van mij voor op de advertentie en heeft de advertentie gemaakt. Vanaf april 2013 ben ik daadwerkelijk gaan werken in de prostitutie. Ik werd dan door [medeverdachte 1] gebeld dat ik me klaar moest maken en dat hij me op kwam halen. Vaak bracht [medeverdachte 1] me eerst naar de woning van [verdachte] en [medeverdachte 2] en vanuit daar reed [verdachte] mij naar de klant. [verdachte] reed in een donkere Jaguar. [verdachte] was een soort bodyguard. Hij zorgde ervoor dat ik bij de klant kwam. Een deel van het verdiende geld was voor [verdachte] en de rest ging naar [medeverdachte 1] . Ik heb nooit een euro gezien van mijn verdiende geld. In de maanden april en mei 2013 heb ik in de prostitutie gewerkt. Ik weet nog dat ik klanten had in Otterlo en in Arnhem. Ik durfde pas eind mei 2013 tegen [medeverdachte 1] te zeggen dat ik niet meer in de prostitutie wilde werken en dat ik ermee wilde stoppen. Dit was onder andere omdat [medeverdachte 1] vertelde dat [verdachte] een kamer had geregeld in Arnhem met een bubbelbad erin zodat we nog meer geld konden gaan vragen per uur.2

2. Het proces-verbaal van verhoor (op 26 september 2013), inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van [slachtoffer]:

Wij reden met de auto van [verdachte] naar de klanten. [medeverdachte 2] had dan gebeld met de klant. [medeverdachte 1] pikte mij eerst thuis op. [medeverdachte 1] belde mij gelijk als hij [verdachte] had gesproken en er een afspraak was. Dan belde [medeverdachte 1] mij op en zei hij dat hij mij over een uur kwam ophalen en dat ik mij moest klaarmaken. Als hij dat zei, wist ik dat ik naar een klant moest. Bij de klant aangekomen, bleef [medeverdachte 1] in de auto zitten en liep [verdachte] met mij mee naar de voordeur. [verdachte] zei dan dat eerst de betaling gedaan moest worden. Het geld werd dus vooraf aan [verdachte] gegeven. Dat gebeurde bij de deur. Vervolgens zei [verdachte] dat hij mij zou sms-en vijf minuten voordat de tijd voorbij was. Aan het eind kreeg ik dan een sms’je van [verdachte] met daarin de boodschap: “Nog vijf minuten”.3

3. Het proces-verbaal van verhoor (op 15 oktober 2013), inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van [slachtoffer]:

U toont mij foto’s van een meisje/vrouw gekleed in lingerie met zebraprint. Te zien is dat zij in verschillende uitdagende seksuele poses op de foto’s wordt afgebeeld. Ik herken deze foto’s. Ik ben degene die op de foto’s staat. De foto’s zijn gemaakt bij [verdachte] en [medeverdachte 2] thuis. De foto’s zijn in twee avonden gemaakt en daarna op de site van [site] .nl gezet. [medeverdachte 2] heeft alle foto’s van mij gemaakt. Op alle foto’s die u mij toont, sta ik zelf. Toen de foto’s door [medeverdachte 2] werden gemaakt, waren [medeverdachte 1] en [verdachte] boven in de woning. Zij wisten dat er foto’s van mij werden gemaakt. Nadat we klaar waren met het maken van de foto’s riep [medeverdachte 2] [medeverdachte 1] . Hij kwam naar beneden en keek welke foto’s er op de advertentie geplaatst konden worden. Dezelfde avond nadat er foto’s van mij zijn gemaakt, is er ook door [medeverdachte 2] een profiel van mij aangemaakt op de laptop. Ik wist dat ik op een sekssite kwam te staan. [medeverdachte 1] heeft samen met [medeverdachte 2] gekeken wat er over mij op de site moest komen te staan. Er is ook één filmpje van mij gemaakt door [medeverdachte 2] . Dat filmpje is ook door [medeverdachte 2] op de sekssite gezet.4

4. Het proces-verbaal van verhoor (op 4 december 2013), inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van [slachtoffer]:

[medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en ik waren erbij toen wij bespraken wat er in de advertentie moest komen te staan. Ik had ook een klant in Braamt. Het vaste bedrag was 145 euro per klant. [verdachte] was er altijd bij als ik naar klanten werd gebracht. Het ging [verdachte] meer om het geld. Ik heb [verdachte] een keer boos horen schreeuwen door de telefoon. Dat was omdat ik gestopt was met alles.5

5. Het proces-verbaal van verhoor (op 20 november 2013), inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van [medeverdachte 2]:

Ik heb de advertentie voor [slachtoffer] aangemaakt op [site] .nl. Dat deed ik bij mij thuis in [woonplaats] . Er moesten ook foto’s gemaakt worden voor de advertentie. Toen de foto’s werden gemaakt, was ik alleen met [slachtoffer] . Ik heb de foto’s gemaakt met mijn laptop. Toen de foto’s klaar waren, heeft [slachtoffer] samen met [medeverdachte 1] de foto’s bekeken. Uiteindelijk bleef er een aantal foto’s over. Uit deze foto’s heb ik uiteindelijk de foto’s voor de advertentie gekozen. Als er een klant belde voor [slachtoffer] , nam ik de telefoon op. Ik bekeek dan of het een serieuze klant was voor [slachtoffer] . [verdachte] reed [slachtoffer] naar de klanten. Dat hadden [verdachte] en [medeverdachte 1] samen afgesproken. [verdachte] ontving per klant benzinegeld. [slachtoffer] had klanten in Arnhem, Otterlo en Braamt. Ik heb al vijf jaar een relatie met [verdachte] . Ik heb één laptop. Deze ligt bij mij thuis op de slaapkamer.6

6. Het proces-verbaal van verhoor van getuige bij de rechter-commissaris (op 24 juni 2014), inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van [medeverdachte 2]:

Er werd inderdaad gereageerd op de advertentie van [slachtoffer] op [site] .nl. Elke dag kwamen er veel mails, telefoontjes en sms’jes binnen. Ik gaf het aan [verdachte] door als er een afspraak gemaakt was met een klant. Als [verdachte] niet kon rijden, kon [slachtoffer] niet naar de klant toe.7

7. Het proces-verbaal van verhoor (op 19 november 2013), inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van verdachte:

Ik ben nu sinds vijf jaar samen met [medeverdachte 2] . Ik woon op het adres [adres] te [woonplaats] met [medeverdachte 2] en onze zoon [zoon verdachte] . Ik heb voor [slachtoffer] als chauffeur gereden in mijn Jaguar terwijl zij in de prostitutie werkte. Ik reed haar en liep mee naar de voordeur en nam het geld in ontvangst. [medeverdachte 1] was er altijd bij. Toen [medeverdachte 1] en [slachtoffer] bij ons waren, ben ik met [medeverdachte 1] naar boven gegaan. [medeverdachte 2] heeft toen foto’s gemaakt van [slachtoffer] .8

8. Het proces-verbaal van verhoor (op 20 november 2013), inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van verdachte:

Ik ken [slachtoffer] vanaf het moment dat er bij mij thuis foto’s werden gemaakt om te gebruiken voor de seksadvertentie op [site] .nl. Eind 2012 of begin 2013 hoorde ik voor het eerst van [slachtoffer] . [medeverdachte 1] kwam toen bij mij en zei dat hij een meisje had dat wilde werken als escort in de prostitutie. Als er een klant was voor [slachtoffer] , belde ik [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] haalde [slachtoffer] dan op in [plaats] en kwam dan terug om mij op te halen waarna we met mijn Jaguar naar een klant gingen. [slachtoffer] is twee keer bij mij thuis geweest, beide keren om foto’s te maken. Als je een nieuwe foto plaatst op [site] .nl krijg je credits en kom je hoger te staan. Er is ook een filmpje gemaakt van [slachtoffer] . [medeverdachte 2] maakte de foto’s en het filmpje. Zoals ik al zei, is het [medeverdachte 1] geweest die mij vertelde dat hij een meisje had die als hoer wilde werken. Hij vroeg mij of ik wat voor hem kon doen. [medeverdachte 1] vroeg of ik dat kon regelen. Dat moet in januari 2013 zijn geweest. Toen de foto’s van [slachtoffer] gemaakt werden, was [medeverdachte 2] alleen met [slachtoffer] in de kamer. [medeverdachte 1] en ik waren op dat moment boven in de slaapkamer.9

9. Het proces-verbaal van verhoor (op 21 november 2013), inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van verdachte:

Als er een klant belde voor [slachtoffer] , belde die klant het nummer dat in de seksadvertentie stond. De telefoon lag bij mij thuis op de [adres] te [woonplaats] . Deze telefoon had ik van [medeverdachte 1] gekregen als werktelefoon voor [slachtoffer] . Ik kreeg deze telefoon op 27 april 2013. Ik kreeg deze telefoon toen de advertentie geplaatst werd. Als de klant had gebeld op de klantentelefoon belde ik met [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] belde [slachtoffer] dan en haalde haar op met zijn auto. Vervolgens kwamen [medeverdachte 1] en [slachtoffer] met de auto van [medeverdachte 1] naar mijn huisadres. Vervolgens stapten [medeverdachte 1] , [slachtoffer] en ik in mijn personenauto. Ik reed dan naar het adres toe en belde aan. [slachtoffer] liep dan al met mij mee. De klant betaalde altijd aan mij het bedrag. Ik pakte een deel van het geld en gaf de rest aan [medeverdachte 1] . Ik heb nooit gezien dat [medeverdachte 1] geld gaf aan [slachtoffer] . [slachtoffer] had haar eerste klant binnen drie dagen nadat de advertentie geplaatst is. Dus binnen drie dagen na 27 april 2013 had zij haar eerste klant.10

10. De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van de rechtbank Arnhem op 8 december 2014, inhoudende -zakelijk weergegeven-:

Ik heb [slachtoffer] zes keer weggebracht naar een klant. Ik ontving 45 euro per keer. [medeverdachte 2] heeft de seksadvertentie geplaatst. Zonder mij zou [medeverdachte 2] nooit bij dit alles betrokken zijn geraakt. [medeverdachte 1] vroeg mij om hulp en ik heb mijn vriendin [medeverdachte 2] erbij betrokken, omdat ik zelf niet handig ben met computers. Ik ben naar boven gegaan toen [medeverdachte 2] en [slachtoffer] beneden de foto’s maakten.11

11. Het proces-verbaal van inbeslagname, inhoudende -zakelijk weergegeven- het relaas van verbalisant:

Op dinsdag 19 november 2013 werden de verdachten [verdachte] en [medeverdachte 2] aangehouden in hun woning aan de [adres] te [woonplaats] . [medeverdachte 2] vertelde dat zij haar telefoon op het bed van haar zoon had gelegd. Ik, verbalisant [verbalisant 1] , zag een mobiele telefoon liggen op het bed in de kinderkamer. Het betrof een witte Samsung Galaxy S3. De telefoon heb ik in beslag genomen.12

12. Het proces-verbaal van bevindingen, inhoudende -zakelijk weergegeven- het relaas van verbalisant:

Op 19 november 2013 heb ik de inbeslaggenomen telefoon, zijnde een Samsung Galaxy S3, uitgelezen. Deze telefoon is mogelijk in gebruik bij [medeverdachte 2] . Ik heb hierbij foto’s veiliggesteld waarbij de minderjarige [slachtoffer] te zien is in uitdagende poses waarbij zij gekleed is in (zeer) uitdagende kleding en/of gedeeltelijk uitdagend gekleed en gedeeltelijk ongekleed is.13

13. Het proces-verbaal van bevindingen, inhoudende -zakelijk weergegeven- het relaas van verbalisant:

Tijdens de verhoren van [medeverdachte 2] verklaarde zij dat zij in het bezit was van een Apple laptop. Zij verklaarde dat er foto’s van het slachtoffer/aangeefster [slachtoffer] op deze laptop zouden staan. In het verhoor gaf [medeverdachte 2] toestemming om deze Apple laptop op te halen. Vervolgens is deze laptop in beslag genomen.14

14 De kennisgeving van inbeslagneming, inhoudende -zakelijk weergegeven-:

Inbeslagneming

Plaats: [adres] , [plaats] .

Datum en tijd: 22 november 2013 te 10.45 uur.

Object: Computer (Notebook).

Merk/type: Apple.

Eigenaar: [medeverdachte 2] .15

15. Het proces-verbaal van onderzoek inbeslaggenomen goed, inhoudende -zakelijk weergegeven- het relaas van verbalisanten:

Er werden series van kinderpornografische afbeeldingen aangetroffen.

1 Serie rood netjurkje.

Soort gegevensdrager: laptop.

Beschrijving afbeelding: deze foto maakt deel uit van een serie van in totaal 77 foto’s. Op de foto’s die deel uitmaken van deze serie is één en hetzelfde vrouwelijke model te zien. Het model op deze foto’s is gekleed in een rood netjurkje (jurkje met gaten). Door deze structuur van het jurkje zijn op sommige foto’s delen van haar lichaam, onder andere de borsten, goed te zien. In de serie neemt het model diverse poses aan. Het model zit met de benen ver uit elkaar, zit op haar knieën of met één van haar benen in de lucht. Verder houdt het model op diverse foto’s haar borsten vast. Op een foto zit het model op de bank. Zij heeft haar benen ver uit elkaar. Zij heeft het jurkje opgetrokken waardoor haar onderlijf naakt is. De focus van deze foto ligt op het onderlichaam van het model. Door deze houding aan te nemen, is haar vagina zeer goed te zien.

Er werd ook een film op de laptop aangetroffen. In deze film is hetzelfde model te zien als op bovenomschreven foto’s. Zij draagt hetzelfde rode kledingstuk. In de film wrijft het model zich over haar borsten en draait vervolgens haar naakte achterwerk naar de camera en wrijft zich vervolgens over haar billen en in en over haar schaamstreek. Zij draait zich vervolgens weer naar de camera en doet de benen uit elkaar waardoor haar vagina goed te zien is. Er werden nog vijf films, kennelijk kopieën van deze film, aangetroffen op de laptop.

2 Serie bikini.

Soort gegevensdrager: laptop.

Beschrijving afbeelding: deze foto maakt deel uit van een serie van in totaal 155 foto’s. Op de foto’s die deel uitmaken van deze serie is één en hetzelfde vrouwelijke model te zien. Het model is gekleed in een bikini. Op enkele foto’s draagt het model het bovenstukje van deze bikini niet en is haar bovenlijf naakt en zijn haar borsten te zien. In de serie neemt het model diverse poses aan. Zij zit op haar hurken, op haar knieën, op handen en voeten met haar achterwerk in de richting van de camera en trekt haar bikinibroekje wat naar beneden. Op de foto’s waarop het model het bovenstukje van de bikini niet draagt, houdt zij op enkele van deze foto’s haar ontblote borsten vast. Op een foto heeft zij haar duimen achter de band van het bikinibroekje en trekt zij daarmee het bikinibroekje iets naar beneden waardoor een gedeelte van haar schaamstreek goed te zien is.

4 Serie paarse slip.

Soort gegevensdrager: telefoon Samsung.

Beschrijving afbeelding: op de foto’s die deel uitmaken van deze serie is één en hetzelfde model te zien. Het model is gekleed in een paarsachtige slip. In de serie neemt het model diverse poses aan. Het model zit met de benen ver uit elkaar, zit op haar knieën of staat gebukt. Verder houdt het model op diverse foto’s haar borsten vast. Op enkele foto’s van deze serie is het hoofd van het model gedeeltelijk te zien, maar komt het gezicht niet herkenbaar in beeld.

Aan [slachtoffer] werden de foto’s getoond afkomstig uit de bovenomschreven series beschreven onder 1, 2 en 4. [slachtoffer] verklaarde dat zij het model op deze foto’s is. Verder verklaart [slachtoffer] dat er ook een filmpje van haar is gemaakt tegelijkertijd met het maken van de foto’s. Ten tijde van de inbeslagname van de gegevensdragers had [slachtoffer] de leeftijd van 18 jaar nog niet bereikt.16

16. De collectiescan (ten aanzien van de op de mobiele telefoon aangetroffen foto’s), bijlage 1 bij het proces-verbaal van onderzoek inbeslaggenomen goed op p. 978 e.v., inhoudende -zakelijk weergegeven-:

Poseren door minderjarige met nadruk op geslachtsdelen/borsten en billen door:

  • -

    gedeeltelijk naakt;

  • -

    niet bij leeftijd passende kleding (lingerie etc.);

  • -

    uitsnede afbeelding (o.a. inzoomen);

  • -

    striptease-act/houding;

  • -

    camerastandpunt.17

17. De collectiescan (ten aanzien van de op de laptop aangetroffen foto’s), bijlage 2 bij het proces-verbaal van onderzoek inbeslaggenomen goed op p. 631 e.v., inhoudende

-zakelijk weergegeven-:

Poseren door minderjarige met nadruk op geslachtsdelen/borsten en billen door:

  • -

    geheel naakt;

  • -

    gedeeltelijk naakt;

  • -

    uitsnede afbeelding (o.a. inzoomen);

  • -

    onnatuurlijke houding.18

Oordeel hof

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde:

Uit de hiervoor vermelde bewijsmiddelen blijkt dat verdachte zich tezamen en in vereniging met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] schuldig heeft gemaakt aan het strafbaar gestelde in artikel 273f lid 1 sub 5 van het Wetboek van Strafrecht, nu zij samen handelingen hebben ondernomen waarvan zij wisten of redelijkerwijs moesten vermoeden dat [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met derden tegen betaling, terwijl [slachtoffer] op dat moment minderjarig was. Overigens merkt het hof op dat de raadsvrouw niet ter discussie heeft gesteld dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het strafbaar gestelde in artikel 273f lid 1 sub 5 van het Wetboek van Strafrecht.

Het hof leidt eveneens uit de bewijsmiddelen af dat verdachte zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan het strafbaar gestelde in artikel 273f lid 1 sub 8 van het Wetboek van Strafrecht. Het hof verklaart bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de prostitutiewerkzaamheden van [slachtoffer] , terwijl [slachtoffer] op dat moment minderjarig was.

Daartoe overweegt het hof als volgt. Uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen blijkt dat sprake was van een zekere taakverdeling tussen verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] met betrekking tot het maken en plaatsen van de seksadvertentie, het beheren van de klantentelefoon en het maken van afspraken met klanten met wie [slachtoffer] seks zou hebben voor geld en ten slotte met betrekking tot het brengen van [slachtoffer] naar klanten en het begeleiden van haar. Zo stond [medeverdachte 2] de klanten te woord en maakte zij een selectie van klanten. Ook lichtte zij verdachte en [slachtoffer] in over een afspraak met een klant. Verdachte nam vervolgens contact op met [medeverdachte 1] , die daarna contact opnam met [slachtoffer] , haar ophaalde om naar verdachte en aansluitend, met [slachtoffer] en verdachte, naar de desbetreffende klant te gaan. Voorts bestond er een afspraak met betrekking tot een verdeling van het door [slachtoffer] verdiende geld, waarbij verdachte een vergoeding kreeg van 45 euro per klant en het overige bedrag aan [medeverdachte 1] werd overhandigd. [slachtoffer] ontving zelf geen geld voor de door haar verleende seksuele diensten.

Gelet op het voorgaande acht het hof bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de prostitutiewerkzaamheden van [slachtoffer] , terwijl zij op dat moment minderjarig was.

Anders dan de raadsvrouw heeft betoogd, ziet het hof geen aanleiding om de bewezenverklaarde periode ter zake van het onder 1 tenlastegelegde te beperken tot ‘27 april 2013 tot en met 11 mei 2013’, nu uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat [slachtoffer] van eind april tot eind mei 2013 in de prostitutie heeft gewerkt.

Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde:

Het hof leidt uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen af dat [medeverdachte 2] , de partner van verdachte, in de maand april 2013 ten behoeve van een seksadvertentie foto’s heeft gemaakt van de toen minderjarige [slachtoffer] . Deze foto’s zijn kinderpornografisch van aard. Op 27 april 2013 heeft [medeverdachte 2] de advertentie geplaatst op de website [site] .nl. De foto’s en de video -die ook kinderpornografisch van aard is- van [slachtoffer] zijn gemaakt in de woning van verdachte en [medeverdachte 2] in Arnhem. Verdachte was op dat moment ook in die woning aanwezig. Hij wist dat er foto’s van [slachtoffer] werden gemaakt ten behoeve van een seksadvertentie. Uit de verklaring van verdachte leidt het hof af dat [medeverdachte 1] hem verteld had dat een vriendin van hem in de escortbranche wilde werken en dat [medeverdachte 1] verdachte hierbij om hulp heeft gevraagd. Volgens verdachte is [slachtoffer] twee keer bij hem en [medeverdachte 2] thuis geweest om foto’s te maken en een filmpje. Verdachte had dit met [medeverdachte 1] afgesproken. Omdat verdachte zelf niet handig is met computers heeft hij de hulp van zijn vriendin [medeverdachte 2] ingeschakeld. De kinderpornografische foto’s van [slachtoffer] waren opgeslagen op de laptop en op de mobiele telefoon van [medeverdachte 2] . Deze laptop bevond zich in de woning van verdachte en [medeverdachte 2] in [woonplaats] . De mobiele telefoon van [medeverdachte 2] bevond zich, in elk geval toen deze in beslag werd genomen op 19 november 2013, in diezelfde woning.

Anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, acht het hof niet bewezen dat verdachte zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan het vervaardigen van de op de laptop en de mobiele telefoon van [medeverdachte 2] aangetroffen foto’s. Van dit onderdeel van de tenlastelegging zal verdachte daarom worden vrijgesproken. Het hof overweegt daartoe dat [medeverdachte 2] degene is geweest die de foto’s van [slachtoffer] gemaakt heeft. Verdachte bevond zich toen boven in de woning en was dus niet bij het vervaardigen van die foto’s aanwezig.

Verdachte heeft ook geen bemoeienis gehad bij het plaatsen van de seksadvertentie op de website [site] .nl. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [slachtoffer] zonder verdachte hebben gesproken over het plaatsen van de advertentie. Het hof spreekt verdachte daarom ook vrij van het onder 2 tenlastegelegde voor zover de tenlastelegging ziet op de foto’s op de website van [site] .nl.

Het hof verklaart uitsluitend bewezen dat verdachte zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan het in bezit hebben van de op de laptop en de mobiele telefoon aangetroffen foto’s en video’s. Daartoe overweegt het hof dat verdachte in de woning aanwezig was toen de foto’s van [slachtoffer] door [medeverdachte 2] werden gemaakt. Voorts was verdachte ervan op de hoogte dat er foto’s van [slachtoffer] werden gemaakt ten behoeve van een seksadvertentie. Bovendien was verdachte degene die [medeverdachte 2] om hulp heeft gevraagd (nadat verdachte door [medeverdachte 1] was benaderd). Zoals hiervoor al is vermeld, woont verdachte samen met [medeverdachte 2] . De laptop en de mobiele telefoon, waarop het kinderpornografische materiaal van [slachtoffer] is aangetroffen, bevonden zich in de woning van verdachte en [medeverdachte 2] . Verdachte had dus ook toegang tot dat materiaal en hij was op de hoogte van de aanwezigheid daarvan. Derhalve heeft verdachte de kinderpornografische foto’s en video’s van [slachtoffer] samen met [medeverdachte 2] in bezit gehad.

Evenals de rechtbank acht het hof niet bewezen dat de mobiele telefoon 92 kinderpornografische foto’s bevatte. Het aanvullend proces-verbaal van 24 maart 2014 en dat van 24 november 2014 lopen uiteen voor wat betreft het aantal op de telefoon aangetroffen foto’s. Het is daarom niet met zekerheid vast te stellen om hoeveel foto’s het daadwerkelijk ging. Het hof verklaart aldus uitsluitend bewezen dat verdachte ‘meerdere afbeeldingen’ op de telefoon in zijn bezit heeft gehad.

Het hof spreekt verdachte vrij van al het overige ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1
hij op één ofmeerdere tijdstippen in of omstreeksde periode van 25 april 2013 tot en met 1 juni 2013 te Arnhem en/ofOtterlo en/ofelders in Nederland,

(lid 3, onder 1°)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal (telkens),

een ander, te weten, [slachtoffer] (geboren [geboortedatum] )

(lid 1, onder 5°)

ertoe heeft/hebben gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling

en/of

enige handeling(en) heeft/hebben ondernomen waarvan hij, verdachte en/of diens mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat [slachtoffer] (geboren [geboortedatum] ) zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling,

terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

en/of

(lid 1, sub 8°)

opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit seksuele handelingen van die [slachtoffer] met of voor een derde tegen betaling,

terwijl voornoemde [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt,

immers heeft/hebben verdachte en/of diens mededader(s) (telkens)

- die [slachtoffer] gevraagd om seks te hebben met anderen voor geld en/of

- seksueel/erotisch getinte foto's van die [slachtoffer] gemaakt en/of een seksfilmpje van die [slachtoffer] gemaakt en/of

- een seksadvertentie gemaakt van die [slachtoffer] en/of op internet geplaatst en/of die [slachtoffer] geholpen om een seksadvertentie te maken en/of op internet te plaatsen en/of

- de klantentelefoon beheerd en/of afspraken gemaakt met klanten voor die [slachtoffer] en/of

- die [slachtoffer] naar klanten gebracht en/of

- het door die [slachtoffer] verdiende geld ingenomen en/of niet aan die [slachtoffer] gegeven;

2
hij in of omstreeksde periode van 25 april 2013 tot en met 22 november 2013 te Arnhem en/of elders in Nederland, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen

één of meermalen (telkens)

een (groot) aantal afbeeldingen, (telkens) van [slachtoffer] (geboren [geboortedatum] ), te weten

- een gegevensdrager, te weten een laptop, bevattende 232 foto's en/of (aldus) meerdere afbeelding(en) en/of 6 video's en/of aldus meerdere afbeelding(en)

en/of

- een gegevensdrager, te weten een mobiele telefoon bevattende 92 foto's en/of (aldus) meerdere afbeelding(en),

(telkens) heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

en/of

-19 foto's en/of (aldus) meerdere afbeelding(en) bij/middels een advertentie op de website van [site] .nl,

(telkens) heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of verworven en/of in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

terwijl op die afbeelding(en) (telkens) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, te weten [slachtoffer] (geboren [geboortedatum] )

welke voornoemde seksuele gedraging(en) bestonden uit (onder meer):

op voornoemde laptop,

- het poseren door die [slachtoffer] (geboren [geboortedatum] ), althans een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, met nadruk op geslachtsdelen en/of borsten en/of billen door (ongeveer 100%) geheel naakt en/of gedeeltelijk naakt en/of een uitsnede afbeelding (o.a. inzoomen) en/of striptease-act/houding en/of camerastandpunt en/of onnatuurlijke houding (p. 643 einddossier)

en/of

op de mobiele telefoon

- het poseren door die [slachtoffer] (geboren [geboortedatum] ), althans een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, op een onnatuurlijke wijze en/of waarbij de billen richting de camera zijn gedraaid en/of de billen en/of het ontblote bovenlichaam prominent en/of nadrukkelijk zichtbaar zijn en/of waarbij het gezicht niet waarneembaar is, (foto's genummerd [nr] )

en/of

bij de advertentie op de website [site] .nl

- het poseren door die [slachtoffer] (geboren [geboortedatum] ), althans een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, op een onnatuurlijke wijze en/of waarbij de billen richting de camera zijn gedraaid en/of de billen en/of het ontblote bovenlichaam prominent en/of nadrukkelijk zichtbaar zijn en/of waarbij het gezicht niet waarneembaar is (foto's genummerd 1 tot en met 4, 6, 7, 9, 11, 12, 15, 16, 18, 19)

en/of

- het poseren door die [slachtoffer] (geboren [geboortedatum] ), althans een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, met nadruk op geslachtsdelen/borsten en billen door (ongeveer 100%) geheel naakt en/of gedeeltelijk naakt en/of uitsnede afbeelding (o.a. inzoomen) en/of striptease-act/houding en/of camerastandpunt en/of onnatuurlijke houding (foto's genummerd 8, 10, 13, 14, 17, 20).

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen onder de omstandigheid dat de persoon ten aanzien van wie het feit wordt gepleegd de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, meermalen gepleegd.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft geëist dat aan verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde een gevangenisstraf van 30 maanden -met aftrek van voorarrest- wordt opgelegd.

De rechtbank heeft de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat aan verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk

-met aftrek van voorarrest- wordt opgelegd.

Bij de beslissing ten aanzien van de straf heeft het hof rekening gehouden met:

  • -

    de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

  • -

    de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer gelet is op:

o het Uittreksel Justitiële Documentatie betreffende verdachte, gedateerd 5 augustus 2015, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld en

o een reclasseringsadvies betreffende verdachte, gedateerd 29 september 2014.

Bij het bepalen van de straf gaat het hof uit van de strafdoeleinden, te weten de vergelding, speciale en generale preventie.

In verband met die strafdoeleinden acht het hof voor strafoplegging in mensenhandelzaken in het algemeen de volgende omstandigheden van belang:

- de periode waarin sprake is geweest van uitbuiting;

- het aantal slachtoffers dat is uitgebuit;

- de omstandigheid dat sprake is van een georganiseerd verband;

- de wijze (zoals de mate van geweld) waarop het slachtoffer is gedwongen/bewogen de prostitutiewerkzaamheden te doen;

- de leeftijd en/of kwetsbaarheid van het slachtoffer;

- het aantal dagen per week en het aantal uren per dag waarop er gewerkt moest worden;

- de werkzaamheden die verricht moesten worden;

- de werkomstandigheden (werken op straat of binnen, werken tijdens ziekte en zwangerschap, zonder condoom);

- de hoeveelheid geld die werd afgedragen;

- het percentage van de verdiensten dat moest worden afgedragen;

- overige omstandigheden zoals gedwongen abortus, tatoeages en borstvergrotingen;

- de rol van verdachte met betrekking tot die uitbuiting (vervulde hij een kernrol of was hij ‘slechts’ faciliterend?);

- de houding van de verdachte (heeft hij inzicht getoond in het kwalijke van zijn gedrag);

- relevante recidive.

Ten aanzien van de ernst van het feit en het verwijt dat verdachte daarvan gemaakt kan worden geldt het volgende:

Aangeefster heeft als 16-jarige met een aantal mannen seks tegen betaling gehad. Verdachte heeft daarbij een belangrijke faciliterende rol gespeeld. Verdachte -die niet alleen een vriendin heeft die in de seksbranche werkt, maar ook zelf (als chauffeur en bodyguard) werkzaamheden (heeft) verricht in die branche- werd benaderd door [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] had aangeefster overgehaald om prostitutiewerkzaamheden te verrichten, maar was kennelijk niet in staat om een en ander te organiseren. Verdachte en zijn partner [medeverdachte 2] konden en wilden dat wel. Verdachte bracht [medeverdachte 1] en aangeefster in contact met zijn partner, waarna er door die partner foto’s en een filmpje van aangeefster werden gemaakt, welk(e) foto’s en filmpje vervolgens gebruikt werden voor een seksadvertentie. Mannen die geïnteresseerd waren, namen contact op met de partner van verdachte. Op het moment dat er een geschikte klant was, werd verdachte ingelicht. Vervolgens nam verdachte weer contact op met [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] haalde aangeefster op en bracht haar naar verdachte, waarna verdachte (met [medeverdachte 1] ) aangeefster vervoerde naar de klant. Verdachte belde bij de klant aan en nam het geld in ontvangst. Van het geld hield hij 45 euro en de rest gaf hij aan [medeverdachte 1] . Verdachte liet aangeefster weten wanneer de tijd met de klant bijna voorbij was en haalde haar vervolgens weer op.

Het hof gaat ervan uit dat verdachte (anders dan [medeverdachte 1] ) niet wist van haar minderjarigheid. Niettemin kan verdachte een ernstig verwijt worden gemaakt. Hoewel aangeefster twee keer bij verdachte thuis is geweest om foto’s te laten maken en verdachte ook door haar te vervoeren een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de totstandkoming van de prostitutiewerkzaamheden, heeft hij aangeefster geen enkele keer gevraagd hoe oud ze was. De mogelijkheid dat ze minderjarig was, interesseerde hem kennelijk te weinig.

Ten aanzien van de generale preventie geldt dat voor de mensen die werkzaam zijn in de prostitutiebranche duidelijk moet zijn dat het laten werken van een minderjarige in de prostitutie in principe wordt bestraft met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Een dergelijke strafdreiging moet er toe leiden dat serieus onderzoek wordt gedaan naar de leeftijd van de prostituee.

Ten aanzien van de speciale preventie geldt dat verdachte inzicht heeft getoond in het kwalijke van zijn gedrag. Hij heeft van het begin af aan openheid van zaken gegeven en aangegeven dat hij de fout is ingegaan door niet de leeftijd van aangeefster te onderzoeken. Deze houding van de verdachte en het getoonde inzicht, zijn voor het hof aanleiding de op te leggen straf sterk te matigen.

Tenslotte heeft het hof acht geslagen op de straf die door de rechtbank bij (inmiddels onherroepelijk) vonnis van 22 december 2014 is opgelegd aan medeverdachte [medeverdachte 2] . De rechtbank heeft haar een nagenoeg (op drie dagen na, de tijd die zij in voorarrest heeft doorgebracht) geheel voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd en een werkstraf van 240 uur. Hoewel het -vanwege het grote aantal verschillende omstandigheden- vaak moeilijk is om mensenhandelzaken met elkaar te vergelijken, geldt dat het nu wel kan, omdat de bewezenverklaringen in beide zaken voor een groot deel overeenkomen. Voor [medeverdachte 2] geldt dat zij de foto’s en het filmpje (die aangemerkt zijn als kinderporno) heeft vervaardigd en zij de telefoon beantwoordde als klanten belden, waardoor ook zij een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de totstandkoming van kinderprostitutie, zij het dat bij haar (anders dan bij verdachte) geen sprake lijkt te zijn van een financieel motief en zij (ook anders dan verdachte) een blanco strafblad heeft. Vanwege de overeenkomsten tussen beide zaken is het hof van oordeel dat de straffen niet in sterke mate uiteen kunnen lopen. De straf die is gevorderd door de advocaat-generaal komt reeds daarom niet in beeld.

Het hof is van oordeel dat vanwege de ernst van het feit en uit oogpunt van generale preventie een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf geboden is, maar zal (ten opzichte van de door de rechtbank opgelegde straf) het onvoorwaardelijk deel in verband met de houding van verdachte en uit oogpunt van rechtsgelijkheid sterk matigen, waardoor het onvoorwaardelijke deel op drie maanden uitkomt.

Daarnaast legt het hof aan verdachte een taakstraf op van 180 uur.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 28.250,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 11.600,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft een vordering ingediend ter verkrijging van schadevergoeding in verband met de bewezenverklaarde feiten. Zij heeft een bedrag gevorderd van in totaal € 28.250,--, vermeerderd met de wettelijke rente. De vordering bestaat uit de volgende onderdelen:

  • -

    € 1.100,-- inkomsten uit prostitutiewerkzaamheden;

  • -

    € 1.150,00 kosten studiemateriaal;

  • -

    € 16.000,-- vergoeding studievertraging;

  • -

    € 10.000,00 immateriële schade.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Het hof overweegt hiertoe het volgende.

Het onder 1 tenlastegelegde is bewezenverklaard zoals hiervoor weergegeven. Gelet hierop en op het feit dat de vordering op dit punt voldoende onderbouwd is, zal de vordering ter zake van gederfde inkomsten uit de prostitutiewerkzaamheden worden toegewezen.

Het hof is verder van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat de benadeelde partij mede door toedoen van verdachtes handelen, zoals bewezenverklaard, rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. Het hof begroot die schade naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid op € 2.500,--. Daarbij betrekt het hof het gegeven dat verdachte, anders dan de medeverdachte [medeverdachte 1] , niet voor uitbuiting van de benadeelde partij is veroordeeld en evenmin voor het door die medeverdachte ten opzichte van de benadeelde partij gepleegde geweld.

Voor beide toe te wijzen onderdelen van de vordering van de benadeelde partij geldt dat verdachte niet meer tot vergoeding is gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededaders is of wordt voldaan.

Voor wat betreft de vorderingen ten aanzien van de kosten van het studiemateriaal en de vergoeding van de studievertraging is het hof van oordeel dat de behandeling van die vorderingen een onevenredige belasting van het strafgeding betekent. In zoverre zal de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat zonder nader uitgebreid onderzoek niet is vast te stellen in hoeverre de -in vergelijking met de rol van medeverdachte [medeverdachte 1] - relatief beperkte rol van verdachte bij de bewezenverklaarde feiten (rechtstreeks) heeft bijgedragen aan het optreden van onder meer de studievertraging. Daar komt bij dat, zoals uit de stukken blijkt, de benadeelde partij ook voordat het kwam tot de prostitutiewerkzaamheden last had van psychische klachten. Het is voor het hof in deze strafprocedure daarom niet mogelijk om vast te stellen welke omstandigheden nu in welke mate hebben bijgedragen tot de studievertraging en in hoeverre verdachte daarvoor aansprakelijk kan worden gesteld.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 47, 57, 63, 240b en 273f van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 ten laste gelegde voor zover dat ziet op het strafbaar gestelde in artikel 273f lid 1 sub 2 van het Wetboek van Strafrecht.

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 90 (negentig) dagen hechtenis.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 3.600,00 (drieduizend zeshonderd euro) bestaande uit € 1.100,00 (duizend honderd euro) materiële schade en € 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer] , ter zake van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 3.600,00 (drieduizend zeshonderd euro) bestaande uit € 1.100,00 (duizend honderd euro) materiële schade en € 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 46 (zesenveertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Aldus gewezen door

mr. J.A.W. Lensing, voorzitter,

mr. J.D. den Hartog en mr. J.I.M.W. Bartelds, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. R. Jansen, griffier,

en op 17 september 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 17 september 2015.

Tegenwoordig:

mr. J.M.J. Denie, voorzitter,

mr. N Schapendonk, advocaat-generaal,

K. Elema, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

1 In de hierna te melden bewijsmiddelen wordt telkens -tenzij anders aangegeven- verwezen naar de bijlagen van het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd 07DMH13007 (onderzoek Zwaluw), gesloten en getekend op 14 januari 2014 door [verbalisant 2] , dienstdoende bij de Politie Eenheid Oost-Nederland, Dienst Regionale Recherche, Team Mensenhandel, locatie Arnhem.

2 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor (p. 58-61), inhoudende de verklaring van [slachtoffer] .

3 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor (p. 66-77), inhoudende de verklaring van [slachtoffer] .

4 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor (p. 89-91), inhoudende de verklaring van [slachtoffer] .

5 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor (p. 100-106), inhoudende de verklaring van [slachtoffer] .

6 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor (p. 349-357), inhoudende de verklaring van [medeverdachte 2] .

7 Het proces-verbaal van verhoor van getuige bij de rechter-commissaris d.d. 24 juni 2014, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 2] .

8 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor (p. 317-324), inhoudende de verklaring van verdachte.

9 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor (p. 325-334), inhoudende de verklaring van verdachte.

10 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor (p. 335-343), inhoudende de verklaring van verdachte.

11 Het proces-verbaal van de terechtzitting van de rechtbank Arnhem d.d. 8 december 2014, inhoudende de verklaring van verdachte.

12 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van inbeslagname (p. 879), inhoudende het relaas van verbalisant.

13 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (p. 624), inhoudende het relaas van verbalisant.

14 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (p. 625), inhoudende het relaas van verbalisant.

15 De kennisgeving van inbeslagneming (p. 904-905).

16 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal onderzoek inbeslaggenomen goed (p. 978-985), inhoudende het relaas van verbalisanten.

17 De collectiescan, gevoegd als bijlage 1 bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal onderzoek inbeslaggenomen goed op p. 978 e.v. (p. 987).

18 De collectiescan, gevoegd als bijlage 2 bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal onderzoek inbeslaggenomen goed op p. 631 e.v. (p. 643).