Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:6591

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
08-09-2015
Datum publicatie
22-09-2015
Zaaknummer
200.144.365
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ9463, Overig
Cassatie: ECLI:NL:HR:2017:753, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Overname/wijziging supermarkten. Is zelfstandig geworden supermarkt tegen voormalige franchisegever tekortgeschoten?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof: 200.144.365

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland: 836856)

arrest van de derde kamer van 8 september 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Kippersluis Supermarkt Amersfoort B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

appellante in het principaal hoger beroep,
geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,

hierna: Kippersluis,

advocaat: C.M. Kan.

tegen:

1 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Super de Boer Winkels B.V.(thans Jumbo Supermarkten B.V.),

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Van Eerd Beheer B.V.,

beide gevestigd te Veghel,

geïntimeerden in het principaal hoger beroep,

appellanten in het incidenteel hoger beroep,

hierna: tezamen Jumbo c.s., afzonderlijk Super de Boer of Jumbo en Van Eerd,

advocaat: mr. S.H.W. Le Large,

1 Het verdere verloop van de gedingen in hoger beroep

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 3 februari 2013 hier over.

1.1

Het verdere verloop blijkt uit:

- de pleidooien overeenkomstig de pleitnotities. Hierbij is akte verleend van de stukken die bij berichten van 17 maart 2015 en 29 mei 2015 door beide partijen zijn ingebracht.

1.2

Na afloop van de pleidooien heeft het hof arrest bepaald.

2 De vaststaande feiten

Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen
2.1 tot en met 2.11 van het bestreden vonnis van 24 april 2013. Daarnaast gaat het hof uit van de navolgende feiten:

2.1

In mei 2012 heeft er bij Kippersluis een inval van de FIOD plaatsgevonden. Jumbo heeft begin 2013 de beschikking gekregen over de processen-verbaal waaruit volgt dat de bestuurders van Kippersluis omzet hebben achtergehouden voor de fiscus en de franchisefees over de achtergehouden omzet niet hebben afgedragen aan Super de Boer.

2.2

In januari 2014 is Super de Boer gefuseerd met Jumbo waarbij Super de Boer de verdwijnende en Jumbo de verkrijgende vennootschap was.

3 De motivering van de beslissing in hoger beroep

3.1

Het gaat in dit geding kort samengevat over het volgende. Kippersluis heeft vanaf 1974 als franchisenemer en onderhuurder van (rechtsvoorgangers van) Super de Boer een supermarkt gedreven aan de Leusderweg te Amersfoort. De directe rechtsvoorganger van Super de Boer is Van Eerd. In 2004 is met Kippersluis een nieuwe onderhuurovereenkomst gesloten voor de periode van 1 juli 2004 tot en met 30 juni 2014. Verder heeft Kippersluis met een rechtsvoorganger van Super de Boer in augustus 1975 een samenwerkingsovereenkomst gesloten. In artikel 1.2 van de onderhuurovereenkomst van 2004 is opgenomen dat een toerekenbare tekortkoming in de samenwerkingsovereenkomst geldt als een toerekenbare tekortkoming in de huurovereenkomst.

3.2

Tussen partijen is onenigheid ontstaan over de gevolgen van de voorgenomen overname van Super de Boer door Jumbo. Super de Boer heeft Kippersluis gemeld dat haar supermarkt een C1000 supermarkt zou worden en in dat kader verzocht gegevens aan C1000 aan te leveren zodat C1000 een omzetprognose kon maken. Bij brief van 15 oktober 2010 heeft Super de Boer aan Kippersluis laten weten dat de samenwerkingsovereenkomst per
1 november 2011 werd opgezegd in het geval dat Kippersluis bleef weigeren medewerking te verlenen aan de contractovername door C1000.

3.3

Kippersluis heeft Super de Boer en Van Eerd gedagvaard voor de rechtbank
‘s-Hertogenbosch die bij vonnis van 6 juli 2011 - voor zover hier van belang - de vordering van Kippersluis heeft toegewezen: “verklaart voor recht dat Kippersluis-Amersfoort ter zake van de exploitatie van haar supermarkt aan de Leusderweg 146 tot en met 154A te Amersfoort jegens gedaagden niet juridisch verplicht is om tegen haar uitdrukkelijke wens in mee te werken aan vervanging van haar bestaande contractuele rechtsverhouding met gedaagden, waaronder de overeenkomst d.d. 26 augustus 1975 en de huurovereenkomst bedrijfsruimte d.d. 29 november 2004, door een nieuw overeen te komen rechtsverhouding met de C1000 supermarktorganisatie of met welke andere, niet door eiseressen zelfgekozen supermarktorganisatie ook”.

3.4

Bij brief van 21 juli 2011 heeft Super de Boer de huurovereenkomst tegen 30 juni 2014 opgezegd op grond van dringend eigen gebruik, een slechte bedrijfsvoering en de belangenafweging alsmede aangekondigd ontbinding van de huurovereenkomst te gaan vorderen.

3.5

In eerste aanleg heeft Jumbo c.s. primair de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde gevorderd en subsidiair de beëindiging door opzegging ervan op 30 juni 2014 en verklaringen voor recht dat de samenwerkingsovereenkomst is geëindigd per 12 november 2011 door ontbinding bij brief van Super de Boer van 28 oktober 2011, dat Kippersluis aansprakelijk is voor de door Super de Boer geleden en nog te lijden schade, met veroordeling van Kippersluis in de proceskosten. De kantonrechter heeft in het tussenvonnis van 24 april 2013 voor zover thans van belang geoordeeld dat het beroep van Super de Boer op dringend eigen gebruik slaagt op grond waarvan de huurovereenkomst zal worden beëindigd. De kantonrechter heeft Kippersluis toegelaten zich bij akte uit te laten over haar verhuis- en inrichtingskosten. Bij eindvonnis van 13 november 2013 heeft de kantonrechter (voorwaardelijk) bepaald dat de huurovereenkomst eindigt op 30 juni 2014 en Kippersluis veroordeeld om de winkelruimte te ontruimen. Als tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten heeft de kantonrechter een bedrag van € 50.000 vastgesteld onder de voorwaarde dat Kippersluis haar onderneming binnen 12 maanden na de ontruiming verplaatst naar een nieuwe locatie in de gemeente Amersfoort dan wel binnen een straal van 10 km van het gehuurde. De proceskosten heeft de kantonrechter tussen partijen gecompenseerd.

3.6

Het principaal hoger beroep richt zich met vier grieven - samengevat - tegen het oordeel dat er sprake is van dringend eigen gebruik en betoogt daarnaast dat de opzegging door de verkeerde vennootschap is gedaan en in strijd is met de wachttermijn van drie jaar (artikel 7:296 lid 2 BW). Het incidenteel hoger beroep richt zich met 22 grieven tegen voornamelijk het tussenvonnis van 24 april 2013. Jumbo c.s. heeft bovendien haar eis gewijzigd. Zij vordert thans primair een verklaring voor recht dat Kippersluis is tekortgeschoten in de nakoming van de huurovereenkomst en dat de kantonrechter de huurovereenkomst had dienen te ontbinden en de ontbinding van de huurovereenkomst, onder bepaling dat Kippersluis het gehuurde dient te ontruimen en subsidiair de huurovereenkomst te ontbinden en te bepalen dat Kippersluis de winkelruimte dient te ontruimen, meer subsidiair de huurovereenkomst te beëindigen per 31 juni 2014 en uiterst subsidiair de huurovereenkomst te beëindigen op grond van de gedane opzeggingen, alles met veroordeling van Kippersluis in de kosten van beide instanties.

3.7

Het hof ziet aanleiding om eerst de navolgende aangevoerde gronden voor ontbinding te bespreken, de primaire grondslag van de vorderingen van Jumbo c.s. Jumbo c.s. stelt dat Kippersluis is tekortgeschoten door haar weigering mee te werken aan omzetprognoses voor een exploitatie als C1000 supermarkt, althans door haar weigering in te gaan op het aanbod (alsnog) een Jumbo supermarkt te worden. Daarnaast stelt Jumbo c.s. dat Kippersluis is tekortgeschoten door jarenlang fraude te plegen en de franchisefees niet af te staan. Het hof oordeelt als volgt.

3.8

Kippersluis heeft beroep gedaan op het gezag van gewijsde van het vonnis van de rechtbank ‘s-Hertogenbosch van 6 juli 2011 (zie hiervoor rov. 3.3). In dat (in kracht van gewijsde gegaan) vonnis heeft de rechtbank voor recht verklaard dat Kippersluis niet gehouden is mee te werken aan vervanging van haar contractuele verhouding met Super de Boer en Van Eerd “door een nieuw overeen te komen rechtsverhouding met de C1000 supermarktorganisatie of met welke andere, niet door eiseressen zelfgekozen supermarktorganisatie ook”. Hieruit volgt niet alleen dat Kippersluis niet kon worden gedwongen mee te werken aan overname door de C1000 supermarktorganisatie maar eveneens niet aan overname door een andere supermarktorganisatie, waaronder Jumbo. Op dat moment (juli 2012) was Jumbo een concurrerende supermarktorganisatie. Eerst in januari 2014 is immers de fusie tussen Super de Boer en Jumbo tot stand gekomen. Hieruit volgt dat Kippersluis niet verplicht was tot (medewerking aan) contractsovername door C1000 noch door Jumbo. Daarop strandt het betoog van Jumbo c.s.

3.9

Daarnaast geldt dat Super de Boer de samenwerkingsovereenkomst per 1 november 2011 had opgezegd. Voor zover moet worden aangenomen dat eenzijdige opzegging niet mogelijk was omdat de samenwerkingsovereenkomst was aangegaan voor bepaalde duur, moet worden aangenomen dat de samenwerkingsovereenkomst per 1 november 2011 is geëindigd wegens wederzijds goedvinden. Tussen partijen is immers niet in geschil dat Kippersluis heeft ingestemd met beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst.

3.10

Super de Boer heeft in juni 2011 Kippersluis (alsnog) aangeboden over te gaan tot de Jumboformule. Dit aanbod moet worden aangemerkt als een verzoek aan Kippersluis terug te komen van haar instemming met de beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst, althans haar instemming met het intrekken van de opzegging van die overeenkomst. Het was immers de bedoeling van Super de Boer dat Kippersluis ook na 1 november 2011 de supermarkt zou voortzetten en dan onder de Jumboformule. Voor zover moet worden aangenomen dat het afwijzen van dit aanbod, dat ook na het wijzen van het vonnis door de rechtbank Den Bosch is herhaald, niet onder het gezag van gewijsde zou vallen, geldt het volgende.

3.11

Omdat de samenwerkingsovereenkomst reeds was beëindigd, was er geen contractuele plicht van Kippersluis meer om mee te werken aan een formulewijziging. De vraag is vervolgens of op Kippersluis op grond van de feiten en omstandigheden van het geval desondanks een rechtsplicht rustte om in te gaan op het aanbod de samenwerkingsovereenkomst ondanks de beëindiging daarvan voort te zetten en over te gaan tot de Jumbo supermarktorganisatie. De grondslag voor deze rechtsplicht zou kunnen voortvloeien uit de redelijkheid en billijkheid die de rechtsverhouding van partijen na het einde van hun contractuele relatie zouden binden.

3.12

Na het vonnis van de rechtbank Den Bosch stond voor Super de Boer vast dat zij Kippersluis niet kon dwingen tot het accepteren van overname door C1000 en evenmin door Jumbo. Zij heeft vervolgens de huur op 21 juli 2011 opgezegd tegen 30 juni 2014. Kippersluis heeft zich sinds de opzegging in oktober 2010 voorbereid op een exploitatie van de door haar gehuurde supermarkt onder eigen naam en zou tot in elk geval 2014 daarmee door kunnen gaan. Gelet op het voorgaande, stond dat haar vrij.

3.13

Jumbo heeft geen andere feiten en omstandigheden aangevoerd die zo zwaarwegend zijn dat zij zouden moeten meebrengen dat Kippersluis medio/eind 2011 gehouden was in te stemmen met de voortzetting van de samenwerking met Super de Boer en aan een overname door Jumbo. Daarbij komt dat Kippersluis vanaf het moment dat bekend werd dat Super de Boer uit de markt zou verdwijnen vanaf maart 2010 steeds heeft verzocht een Jumbo supermarkt te mogen worden, wat Super de Boer pertinent heeft geweigerd. Exploitatie onder de vlag van Jumbo was niet aan de orde (brieven 19 maart 2010 en 15 oktober 2010, producties C en M, memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep). Super de Boer heeft forse druk gezet op Kippersluis om over te gaan naar C1000 en toen dat niet tot enig resultaat leidde, de samenwerkingsovereenkomst opgezegd. Eerst later heeft zij zich bedacht, Kippersluis verzocht mee te werken aan ongedaanmaking van de opzegging/beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst en de Jumboformule alsnog aangeboden. Ook hierin heeft Kippersluis een reden mogen vinden om verder geen zaken meer te doen met Super de Boer/Jumbo. Tot slot is niet onaannemelijk dat Kippersluis medio/eind 2011 reeds kosten voor voorbereiding en implementatie had gemaakt voor de voortzetting van de supermarkt onder eigen naam. De conclusie is dan ook dat Kippersluis contractueel noch buitencontractueel verplicht was de aangeboden Jumboformule te accepteren. Kippersluis is op dit punt dus niet tekortgeschoten.

3.14

Jumbo c.s. heeft aan haar ontbindingsvordering tevens ten grondslag gelegd dat Kippersluis in zowel de huurovereenkomst als in de samenwerkingsovereenkomst is tekortgeschoten omdat zij jarenlang fraude heeft gepleegd. Anders dan Jumbo heeft gesteld, valt zonder nadere toelichting, die ontbreekt niet in te zien dat de artikelen 6.1 en 6.2 van de algemene bepalingen van de huurovereenkomst van 2004 mede betrekking hebben op het achterhouden van omzet en franchisefees. Omdat een toerekenbare tekortkoming in de samenwerkingsovereenkomst heeft te gelden als een toerekenbare tekortkoming in de huurovereenkomst (artikel 1.2 van de onderhuurovereenkomst) zal het hof beoordelen of Kippersluis door te frauderen op het moment dat de samenwerkingsovereenkomst nog van kracht was, in strijd heeft gehandeld met de samenwerkingsovereenkomst.

3.15

Daarbij stelt het hof voorop dat niet is vereist dat de bestuurders van Kippersluis strafrechtelijk zijn veroordeeld voor het plegen van fraude om in onderhavig geding aan te nemen dat zij hebben gefraudeerd. In het civiele recht geldt een vrije bewijsleer. Weliswaar bepaalt artikel 161 Rv dat een door de strafrechter op tegenspraak gewezen vonnis dwingend bewijs oplevert van het bewezen geachte feit, maar daaruit kan niet het tegendeel worden afgeleid dat bij gebreke daarvan de aanwezigheid van een strafbaar feit niet kan worden aangenomen.

3.16

Jumbo heeft enkele stukken uit het dossier van de FIOD overgelegd (producties 44 tot en met 53 voorafgaand aan de comparitie in eerste aanleg). De FIOD heeft onderzoek gedaan naar fraude in de jaren 2006 – 2010 en heeft na extrapolatie geconcludeerd dat Kippersluis (locaties Utrecht Biltstraat en Amersfoort) bijna € 600.000 aan omzet heeft achtergehouden. Blijkens de verklaringen van de bestuurders van Kippersluis is de fraude in 2011 doorgegaan. Op grond van het conditiestelsel was Kippersluis verplicht 6,33% van de omzet als fee te voldoen aan Super de Boer. Vast staat dat Kippersluis gedurende jaren de bedongen fee niet heeft afgedragen over de achtergehouden omzet. Dit levert een toerekenbare tekortkoming op. Verder oordeelt het hof dat de inval van de FIOD, de media-aandacht voor Kippersluis en de door haar bestuurders gepleegde fraude alsmede de mogelijke toekomstige strafzaken tegen de bestuurders van Kippersluis imagoschade voor Super de Boer meebrengen. Tot slot hebben de bestuurders van Kippersluis zich als onbetrouwbare zakenpartners getoond, terwijl een franchiseovereenkomst gebaseerd moet zijn op onderling vertrouwen. De franchisenemer exploiteert immers als zelfstandig ondernemer de supermarkt. De franchisegever heeft weinig mogelijkheden voor toezicht en inzicht in de bedrijfsvoering. Een en ander leidt het hof tot het oordeel dat Kippersluis toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de samenwerkingsovereenkomst. Deze toerekenbare tekortkoming geldt als een toerekenbare tekortkoming in de huurovereenkomst (artikel 1.2 van de onderhuurovereenkomst) en levert dus een grond op voor ontbinding van de huurovereenkomst.

3.17

Kippersluis heeft zich erop beroepen dat de tekortkoming de ontbinding niet rechtvaardigt. Zij heeft erop gewezen dat leidinggevenden van Super de Boer ervan op de hoogte waren dat vele franchisenemers fraudeerden, dat 125 van de 150 franchisenemers fraudeerden en Jumbo met hen nog steeds een contractuele relatie onderhoudt en dat de fraudebedragen die Jumbo c.s. aan het FIOD dossier heeft ontleend, niet kloppen. De werkelijke fraudebedragen zijn verwaarloosbaar op het totaal aan omzet en de afgedragen franchisefees, aldus Kippersluis.

3.18

Het hof verwerpt het verweer. Ook indien wordt aangenomen dat enkele leidinggevenden van Super de Boer wisten dat er gefraudeerd werd, brengt dit nog niet mee dat fraude is toegestaan. Kippersluis heeft deze stelling niet voldoende feitelijk onderbouwd en in het bijzonder niet gesteld wie op welke wijze van de fraude op de hoogte is gesteld en deze (al dan niet stilzwijgend) heeft goedgekeurd. Het door Kippersluis gedane bewijsaanbod passeert het hof dan ook.

3.19

Weliswaar heeft de meerderheid van de franchisenemers van Super de Boer gefraudeerd, maar onbestreden is gebleven dat Kippersluis met vijf andere franchisenemers aanzienlijk meer heeft gefraudeerd dan anderen. Zes franchisenemers, waaronder Kippersluis, worden strafrechtelijk onderzocht en waarschijnlijk vervolgd. Tijdens het pleidooi is aan de orde gekomen in welke mate Jumbo met de andere vijf al dan niet contractuele relaties is aangegaan of heeft onderhouden. Onbetwist is gebleven dat Jumbo afscheid heeft genomen van vier beweerdelijk grote fraudeurs. Partijen twisten over het lot van de laatste van de zes, kennelijk de klokkenluider, van wie Kippersluis heeft aangevoerd dat deze tot zijn pensioen heeft mogen werken, hetgeen Jumbo heeft betwist. In elk geval is hetgeen Kippersluis heeft aangevoerd omtrent de andere frauderende franchisenemers geen vrijbrief voor de eigen fraude. Jumbo heeft naar het oordeel van het hof voldoende afstand genomen van de franchiseondernemers die op grote schaal hebben gefraudeerd.

3.20

Er is sprake geweest van langdurige en structurele fraude met een relatief grote omvang. Dat volgt uit de processen-verbaal die zijn overgelegd. De bestuurders hebben erkend dat er vanaf 2004 geld is afgeroomd en dat er te weinig belasting is betaald. De negatieve boekingen betroffen volgens de FIOD in Amersfoort bijvoorbeeld voor het jaar 2006 € 1.000 tot € 2.500 per week in bedragen van telkens € 500. Het afgeroomde geld was bestemd voor kosten en bonussen voor personeelsleden, aldus de bestuurders, en het restant werd door beiden gedeeld. Er is ook personeel zwart van uitbetaald. De hoofdcaissière en assistent caissière van locatie Amersfoort hebben een en ander deels bevestigd. Voor zover de door FIOD geëxtrapoleerde fraudebedragen voor de locaties Utrecht en Amersfoort niet zouden kloppen, gaat het dan nog steeds om een aanzienlijk fraudebedrag waarover Super de Boer jarenlang 6,33% fee heeft gemist. De enkele omstandigheid dat het fraudebedrag en de achtergehouden fee procentueel ondergeschikt zijn aan de totale omzet en de afgedragen franchisefee in de onderzochte jaren 2006 – 2010 legt tegenover al het voorgaande te weinig gewicht in de schaal.

3.21

De conclusie luidt dat Kippersluis door het achterhouden van franchisefees, de toegebrachte imagoschade en het geschonden vertrouwen toerekenbaar tekortgeschoten is in de samenwerkingsovereenkomst. Deze tekortkoming rechtvaardigt de ontbinding van de onderhuurovereenkomst.

3.22

De huurovereenkomst zal op deze grond worden ontbonden. In zoverre slaagt het incidenteel hoger beroep. Bij deze stand van zaken kunnen de opzeggingsgronden en daarmee samenhangende grieven buiten bespreking blijven (het meer subsidiair en uiterst subsidiair gevorderde). Kippersluis en Jumbo c.s. hebben bij de bespreking van de overige grieven en verweren daarom geen belang meer.

3.23

Op grond van de devolutieve werking van het hoger beroep dient het hof de niet besproken en verworpen verweren van Kippersluis opnieuw te beoordelen. Kippersluis heeft aangevoerd dat artikel 1.2 van de onderhuurovereenkomst vernietigbaar is omdat dit een afwijkend beding betreft voor het einde van de huurovereenkomst waarvoor geen goedkeuring van de kantonrechter is verkregen. Het hof sluit zich aan bij de overweging van de kantonrechter in rov. 4.6 van het bestreden tussenvonnis van 24 april 2013 dat een beding dat ziet op beëindiging van de huurovereenkomst in het geval van wanprestatie niet valt onder de bedingen die onder het bereik van artikel 7:291 BW vallen. Het beroep op vernietigbaarheid gaat niet op.

Slotsom

3.24

De grieven in het incidenteel hoger beroep, voor zover ontbinding op grond van fraude daarvan onderdeel uitmaken, slagen zodat het bestreden vonnis moet worden vernietigd. De huurovereenkomst zal alsnog worden ontbonden. Het hof zal bepalen dat Kippersluis het gehuurde binnen twee maanden na betekening dient te ontruimen. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien dat Jumbo c.s. bij de gevorderde verklaring voor recht een zelfstandig belang heeft, zodat de vordering daartoe zal worden afgewezen. Voor de grieven in het principaal hoger beroep en de overige grieven in het incidenteel hoger beroep geldt dat zij falen of dat partijen bij de bespreking ervan geen belang hebben.

3.25

Voor zover Jumbo c.s. reeds verhuis- en inrichtingskosten aan Kippersluis heeft voldaan, dient Kippersluis deze terug te betalen. In die zin zal de restitutievordering worden toegewezen. Niet valt in te zien dat de betaling van verhuis- en inrichtingskosten een handelsovereenkomst betreffen in de zin van artikel 6:119a BW, zodat het hof de wettelijke rente zal toewijzen.

3.26

Als de overwegend in het ongelijk te stellen partij zal het hof Kippersluis in de kosten van beide instanties veroordelen. De kosten voor de procedure in eerste aanleg aan de zijde van Jumbo c.s. zullen worden vastgesteld op € 83,17 aan explootkosten, nihil aan griffierecht en op € 400 aan salaris advocaat (2 punten x tarief van € 200). De kosten voor de procedure in hoger beroep zullen voor het principaal hoger beroep worden vastgesteld op € 77,52 voor het anticipatie-exploot, € 704 aan griffierecht en op € 2.682 aan salaris advocaat (3 punten x tarief II) en voor het incidenteel hoger beroep op € 1.341 (3 punten x tarief II x 0,5) . De kosten voor het voegingsincident, waarin Jumbo c.s. zich heeft gerefereerd, zal het hof compenseren.

4 De beslissing

Het hof, recht doende

in het incidenteel hoger beroep:

vernietigt de vonnissen van de kantonrechter (rechtbank midden Nederland, locatie Utrecht) van 24 april 2013 en 13 november 2013 (zaaknummer 836856) en doet opnieuw recht:

ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen per heden;

bepaalt dat Kippersluis het gehuurde aan de Leusderweg 146 -154A te Amersfoort binnen twee maanden na betekening van dit arrest dient te ontruimen;

veroordeelt Kippersluis tot terugbetaling van al hetgeen Jumbo c.s. uit hoofde van het vonnis van 13 november 2013 aan haar heeft voldaan, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag der betaling tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Kippersluis in de kosten van de eerste aanleg, tot aan de bestreden uitspraken aan de zijde van Jumbo c.s. vastgesteld op € 83,17 voor explootkosten, nihil voor griffierecht en op € 400 voor salaris advocaat overeenkomstig de kantonstaffel;

in het principaal hoger beroep:

verwerpt het beroep;

in beide hoger beroepen:

veroordeelt Kippersluis in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Jumbo c.s. voor het principaal hoger beroep vastgesteld op € 77,52 voor het anticipatie-exploot,
€ 704 aan griffierecht en op € 2.682 voor salaris advocaat overeenkomstig het liquidatietarief en voor het incidenteel hoger beroep op € 1.341 salaris advocaat overeenkomstig het liquidatietarief;

verklaart dit arrest ten aanzien van de daarin vervatte veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs. Th.C.M. Willemse, H. van Loo, M.F.J.N. van Osch en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 8 september 2015.