Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:6535

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
01-09-2015
Datum publicatie
14-09-2015
Zaaknummer
200.170.049/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen omzetting curatele in beschermingsbewind. Onvoldoende gewichtige redenen aanwezig om de curator te vervangen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.170.049/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 3387936 CB VERZ 14-1031)

beschikking van de familiekamer van 1 september 2015

inzake

[verzoeker] ,

wonende te [A] ,

verzoeker in hoger beroep,

verder te noemen: de rechthebbende,

advocaat: mr. O.M.M. Philips, kantoorhoudend te Haren,

Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:

1 [B] ,

kantoorhoudend te [C] ,

hierna te noemen: curator [B] ,

advocaat: mr. H.J. Griede, kantoorhoudend te Hoogezand,

2. [D],

wonende te [E] ,

hierna te noemen: curator [D] ,

advocaat: mr. H.J. Griede, kantoorhoudend te Hoogezand,

3. [de zus],

wonende te [F] ,

hierna te noemen: de zus van de rechthebbende.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter, locatie Groningen, van de rechtbank Noord-Nederland van 9 februari 2015, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 8 mei 2015, is de rechthebbende in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking. De rechthebbende verzoekt het hof die beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende:

primair: de curatele op te heffen, onder het gelijktijdig uitspreken van beschermingsbewind met benoeming van mevrouw [G] tot bewindvoerder;

subsidiair: curator [B] als curator te ontslaan, onder gelijktijdige benoeming van mevrouw [G] tot opvolgend curator.

2.2

Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 1 juli 2015, hebben curator [B] en curator [D] het verzoek in hoger beroep van de rechthebbende bestreden en het hof verzocht de bestreden beschikking te bekrachtigen.

2.3

Ter griffie van het hof zijn binnengekomen:

- op 1 juli 2015 een journaalbericht van dezelfde datum van mr. Griede;

- op 3 augustus 2015 een journaalbericht van 31 juli 2015 van mr. Philips met bijlagen.

2.4

De mondelinge behandeling heeft op 13 augustus 2015 plaatsgevonden. Verschenen zijn de rechthebbende, vergezeld van zijn vriendin mevrouw [H] en bijgestaan door zijn advocaat, en curator [B] en curator [D] , bijgestaan door hun advocaat. Tevens is verschenen de zus van de rechthebbende.

3 De vaststaande feiten

3.1

De kantonrechter heeft bij beschikking van 25 april 2014 de rechthebbende onder curatele gesteld en curator [B] en curator [D] tot curatoren benoemd.

3.2

Bij verzoekschrift, ingekomen bij de kantonrechter op 25 augustus 2014, heeft de rechthebbende verzocht curator [B] te ontslaan als curator en mevrouw [G] te benoemen tot opvolgend curator. Ter zitting in eerste aanleg heeft de rechthebbende dit verzoek aangevuld en verzocht de curatele om te zetten in een onderbewindstelling.

3.3

Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter de verzoeken van de rechthebbende afgewezen.

4 De motivering van de beslissing

Standpunt rechthebbende

4.1

De rechthebbende heeft zich in hoger beroep - samengevat - op het volgende standpunt gesteld. Naar de mening van de rechthebbende levert het gebrek aan wederzijds vertrouwen en de gebrekkige samenwerking met curator [B] , een gewichtige reden op zoals bedoeld in artikel 1:385 BW die het ontslag van curator [B] als curator rechtvaardigt. Daarnaast voert de rechthebbende aan dat uit de wet volgt dat de kantonrechter bij het benoemen van een curator uitdrukkelijk de voorkeur van betrokkene volgt, behoudens bijzondere omstandigheden. De rechthebbende is van mening dat zijn voorkeur gevolgd dient te worden en dat daarom mevrouw [G] tot opvolgend curator moet worden benoemd.

Voorts stelt de rechthebbende dat de curatele een te zware maatregel is en dat zijn belangen beter worden gediend als de curatele wordt omgezet in een minder zware maatregel. De rechthebbende erkent dat hij hulp nodig heeft bij het beheren van zijn financiën, maar stelt dat hij geen hulp nodig heeft bij de behartiging van zijn niet-vermogensrechtelijke belangen.

Verder heeft de rechthebbende aangevoerd dat hij onder curatele is gesteld vanwege verkwisting. De rechthebbende stelt dat hij sindsdien geen grote uitgaven of pogingen daartoe meer heeft gedaan.

Standpunt curatoren

4.2

Curator [B] en curator [D] hebben zich verweerd en - samengevat - het volgende aangevoerd. De curatoren zijn beiden van mening dat de rechthebbende een verkeerde voorstelling van zaken geeft. Volgens de curatoren is de noodzaak voor curatele nog altijd aanwezig. Curator [D] is van mening dat de rechthebbende niet in staat is de gevolgen van zijn handelen te overzien. Curator [B] heeft gezien de handelwijze van de rechthebbende een aantal keren moeten ingrijpen, onder meer met betrekking tot het maken van een begroting voor een besteding van het (ontvangen) vakantiegeld. Daarnaast zijn beide curatoren van mening dat de rechthebbende bij een wijziging in zijn situatie tegen dezelfde problematiek zal aanlopen.

Ter zitting in hoger beroep hebben de curatoren - kort gezegd - desgevraagd verklaard dat in het geval van de rechthebbende de toegevoegde waarde van curatele in vergelijking met beschermingsbewind is dat niet alleen de financiële belangen behartigd worden, maar dat tevens onderzocht kan worden welke woonvorm en begeleiding het meest geschikt is voor de rechthebbende, dat de rechthebbende geholpen kan worden bij het vinden van dagbesteding en bij het verder op de rails te krijgen van zijn leven.

Verzoek omzetting curatele in beschermingsbewind

4.3

De rechthebbende heeft in hoger beroep primair verzocht de curatele op te heffen, onder het gelijktijdig uitspreken van beschermingsbewind met benoeming van mevrouw [G] tot bewindvoerder.

4.4

Gelet op het bepaalde in artikel 1:389 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) eindigt de curatele wanneer bij in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak is vastgesteld dat de oorzaken die tot de curatele aanleiding hebben gegeven, niet meer aanwezig zijn.

4.5

Op grond van artikel 1:431 lid 1 BW kan de kantonrechter, indien een meerderjarige als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen, een bewind instellen over één of meer van de goederen die hem als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren.

4.6

Het hof is met de rechtbank van oordeel dat dit verzoek dient te worden afgewezen. De rechthebbende en de curatoren verschillen van mening over de vraag of de ondercuratelestelling van de rechthebbende nog noodzakelijk is. Naar het oordeel van het hof heeft de rechthebbende onvoldoende onderbouwd dat de gronden op basis waarvan hij in april 2014 onder curatele is gesteld, thans niet meer aanwezig zijn en dat de curatele voor hem een te zware maatregel is. De rechthebbende heeft noch stukken met betrekking tot de situatie destijds, noch stukken met betrekking tot de huidige situatie overgelegd, bijvoorbeeld een rapportage van [I] , welke instantie hem de afgelopen jaren mede heeft begeleid en welke instantie - zo stelt de rechthebbende - zou hebben verklaard dat de rechthebbende zelf in staat is zijn eigen belangen te behartigen. Op grond van de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting ziet het hof dan ook geen redenen aanwezig om de curatele te beëindigen en een beschermingsbewind in te stellen.

Verzoek ontslag curator [B]

4.7

Subsidiair heeft de rechthebbende in hoger beroep verzocht curator [B] als curator te ontslaan, onder gelijktijdige benoeming van mevrouw [G] tot opvolgend curator.

4.8

Op grond van artikel 1:385 lid 1 onder d BW, voor zover hier van belang, kan de curator te allen tijde wegens gewichtige redenen op verzoek van de onder curatele gestelde door de kantonrechter worden ontslagen.

4.9

Het hof stelt vast dat curator [B] in april 2014 op verzoek van de rechthebbende als zijn curator is benoemd en dat derhalve destijds in ieder geval voor wat betreft de te benoemen persoon de voorkeur van de rechthebbende is gevolgd. Naar het oordeel van het hof heeft de rechthebbende onvoldoende gewichtige redenen aangevoerd en aangetoond op grond waarvan curator [B] als curator ontslagen zou dienen te worden. De door de rechthebbende gestelde, en kennelijk de door hem zo ervaren communicatieproblemen en de omstandigheid dat er geen sprake zou zijn van een klik tussen de rechthebbende en curator [B] - wat beide door curator [B] is betwist - zijn naar het oordeel van het hof onvoldoende om curator [B] als curator te ontslaan.

Daarnaast is in hoger beroep gebleken dat de rechthebbende een andere curator wil, omdat bepaalde (financiële) zaken thans niet op de door hem gewenste manier afgehandeld worden. Het hof acht het - evenals de curatoren - aannemelijk dat de rechthebbende ook bij wijziging van curator tegen dezelfde problematiek zal aanlopen.

Daarbij komt dat de rechthebbende ter zitting desgevraagd geen voorbeelden van niet-vermogensrechtelijke belangen heeft kunnen geven die in zijn ogen niet op de juiste wijze behartigd zouden worden.

4.10

Gelet op het bovenstaande is het hof van oordeel dat ook het (subsidiaire) verzoek van de rechthebbende tot ontslag van curator [B] dient te worden afgewezen.

5 De slotsom

5.1

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen dient het hof de bestreden beschikking

te bekrachtigen.

6 De beslissing

Het gerechtshof:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 9 februari 2015.

Deze beschikking is gegeven door mr. I.A. Vermeulen, mr. J.G. Idsardi en mr. G.K. Schipmölder, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 1 september 2015 in bijzijn van de griffier.