Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:6523

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
20-08-2015
Datum publicatie
09-09-2015
Zaaknummer
200.173.256/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzoek gesloten plaatsing na 18-jarige leeftijd afgewezen. Geen concreet uitzicht op afronding van de behandeling binnen korte en afzienbare tijd na het bereiken van de 18-jarige leeftijd.

Wetsverwijzingen
Jeugdwet
Jeugdwet 6.1.2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2015-0274
JPF 2015/130
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.173.256/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, C/17/142505/FJ RK 15-604)

beschikking van de familiekamer van 20 augustus 2015

inzake

[verzoekster] ,

verblijvend in Behandelcentrum [A] te [B] , gemeente [C]

wonende te [D] , gemeente Dantumadiel,

verzoekster in hoger beroep,

verder te noemen: [verzoekster] ,

advocaat: mr. K.E. Wielenga, kantoorhoudend te Leeuwarden,

tegen

Het college van burgemeester en wethouders van Dantumadiel,

gevestigd te Damwâld, gemeente Dantumadiel,

verweerder in hoger beroep,

verder te noemen: het college.

Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:

1 Regiecentrum Bescherming en Veiligheid,

gevestigd te Leeuwarden,

hierna te noemen: de GI,

2 [de ouders] ,

wonende te [D] , gemeente Dantumadiel,

hierna te noemen: de ouders.

1 Het geding in eerste aanleg

1.1

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 10 juli 2015, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 14 juli 2015, is [verzoekster] in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking. [verzoekster] verzoekt het hof die beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende het door (het hof leest:) de GI gedane verzoek af te wijzen. Ter zitting heeft mr. Wielenga medegedeeld dat het hoger beroep van [verzoekster] zich uitsluitend richt tegen de machtiging gesloten plaatsing voor de periode vanaf haar meerderjarigheid, derhalve vanaf 29 juli 2015.

2.2

Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 3 augustus 2015, heeft de GI het verzoek in hoger beroep van [verzoekster] bestreden.

2.3

Ter griffie van het hof is binnengekomen op 10 augustus 2015 een brief van dezelfde datum van mr. Wielenga met bijlage.

2.4

De mondelinge behandeling heeft op 14 augustus 2015 plaatsgevonden. Verschenen zijn: [verzoekster] , bijgestaan door mr. Wielenga, en mevrouw [E] namens het college. Voorts zijn namens de GI verschenen mevrouw mr. [F] en mevrouw [G] . Tevens zijn de ouders verschenen. De GI heeft het woord gevoerd aan de hand van een pleitnota.

3 De vaststaande feiten

3.1

[verzoekster] is geboren [in] 1997 en is inmiddels achttien jaar. De ouders zijn gehuwd en waren -gedurende haar minderjarigheid- gezamenlijk met het gezag over [verzoekster] belast.

3.2

[verzoekster] is vanaf haar twaalfde levensjaar bekend bij de hulpverlening in verband met persoonlijke problematiek. In oktober 2013 is [verzoekster] tijdelijk uit huis geplaatst vanwege escalaties in de thuissituatie. In november 2013 is zij gesloten geplaatst bij [H] , waarna zij in januari 2014 middels de module [I] weer thuis bij haar ouders is gaan wonen. Gedurende de periode van 23 maart 2015 tot 1 juni 2015 is [verzoekster] middels machtigingen van de kinderrechter gesloten geplaatst geweest bij Behandelcentrum [A] .

3.3

Op 1 juni 2015 is [verzoekster] (tegen het advies van de hulpverlening) in terug naar huis gegaan. Op 19 juni 2015 heeft het college wederom een spoedmachtiging voor opname en verblijf van [verzoekster] in een accomodatie voor gesloten jeugdhulp verzocht voor de duur van vier weken, welk verzoek bij beschikking van 19 juni 2015 is toegewezen. Op 22 juni 2015 heeft het college verzocht aansluitend een machtiging te verlenen voor de duur van zeven maanden met toestemming van de ouder(s) met gezag, welk verzoek bij de bestreden beschikking is toegewezen. De kinderrechter heeft bij die beschikking een machtiging gesloten jeugdhulp verleend met ingang van 17 juli 2015 tot uiterlijk 29 januari 2016. [verzoekster] heeft tegen deze beslissing hoger beroep ingesteld.

4 De motivering van de beslissing

4.1

Ingevolge artikel 6.1.2 lid 1 Jeugdwet (verder: Jw) kan de kinderrechter op verzoek een machtiging verlenen om een jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven. Een machtiging kan ingevolge artikel 6.1.2 lid 2 Jw slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren en de opneming en het verblijf noodzakelijk zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.

4.2

Een machtiging gesloten jeugdhulp voor een jeugdige die achttien jaar is, kan slechts worden verleend indien:

a. sprake is van een behandeling die reeds aangevangen is voordat de leeftijd van achttien jaar is bereikt;

b. voor het bereiken van de leeftijd van achttien jaar een hulpverleningsplan is vastgesteld;

c. toegewerkt wordt naar een andere vorm van jeugdhulp dan gesloten jeugdhulp en dit ook blijkt uit het hulpverleningsplan, en

d. de gesloten jeugdhulp niet langer duurt dan zes maanden na het bereiken van de leeftijd van achttien jaar.

4.3

De GI en het college zijn van mening dat de bestreden beschikking bekrachtigd dient te worden.

4.4

Op grond van de stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gekomen, overweegt het hof als volgt. Gebleken is dat [verzoekster] sinds 19 juni 2015 opnieuw gesloten is geplaatst bij Behandelcentrum [A] , nadat het in de thuissituatie wederom is misgegaan. Er hebben zich ernstige incidenten voorgedaan, waarbij [verzoekster] agressief is geweest tegen haar ouders en/of haar vader en de Multidimensionale Familie Therapie (hierna: MDFT)-therapeute. Uiteindelijk is [verzoekster] door de politie meegenomen en in verzekering gesteld. [verzoekster] is inmiddels veroordeeld tot 50 uur werkstraf met een proeftijd van twee maanden in verband met bedreiging van haar vader. Er dient binnenkort een tweede strafzaak. Thans is derhalve ook de jeugdreclassering bij [verzoekster] betrokken. In week 34 staat een intake gepland bij [J] te [K] . [J] is een behandelvoorziening voor jongeren tot 23 jaar met meervoudige problematiek (een combinatie van gedragsproblematiek, psychiatrische problematiek of verslavingsproblematiek). Mr. Wielenga heeft ter zitting opgemerkt dat het door de jaren heen steeds slechter met [verzoekster] is gegaan en dat eerder doorgepakt had moeten worden. Volgens hem zijn de interventies teveel afhankelijk geweest van de wil van [verzoekster] en de ouders, die door [verzoekster] werden gemanipuleerd en die een 'toegeeflijke' opvoedingsstijl hanteren. Namens [verzoekster] is voorts betoogd dat het huidige (nog niet bijgestelde) hulpverleningsplan, gelet op de strenge toetsingscriteria voor gesloten jeugdhulp na het bereiken van de leeftijd van achttien jaar, onvoldoende concreet is en dat teveel onduidelijkheid bestaat over het te doorlopen traject. Er dient uitzicht te zijn op afronding binnen afzienbare termijn en er mag niet zondermeer uitgegaan worden van de maximale termijn van zes maanden. [verzoekster] heeft nu vijf gesprekken gehad in het kader van cognitieve gedragstherapie. Ook zou EMDR ingezet worden (in verband met een onverwerkt trauma) maar onduidelijk is wanneer die therapie van start gaat en hoe lang die gaat duren. Ook is geen inschatting bekend van de duur van een behandeling bij Verslavingszorg Noord-Nederland (VNN) in verband met het drugsprobleem dat door [verzoekster] nu erkend wordt. Voorts is niet bekend of zij op korte termijn de door haar gewenste opleiding kan gaan volgen.

4.5

Buiten iedere twijfel is dat er om [verzoekster] zeer ernstige zorgen bestaan in verband met haar gedrag, drugsgebruik, suïcidale uitingen, afhankelijkheid van vriend(en), bereidheid tot medewerking en wegloopgedrag (en er ook al jaren zeer veel hulpverlening is ingezet, waaronder ook eerdere gesloten en crisis plaatsingen). Er is naar het oordeel van het hof dan ook sprake van een situatie waarin [verzoekster] dringend en naar alle waarschijnlijkheid voor langere tijd intensieve professionele hulp behoeft.

4.6

Het hulpverleningsplan dat geldt vanaf 12 mei 2015 tot en met 12 augustus 2015 is gericht op thuisplaatsing van [verzoekster] . De MDFT is gericht op ondersteuning van de ouders bij het opstellen van duidelijke voorwaarden voor [verzoekster] voor thuisplaatsing en ouders te informeren over welke vormen van hulpverlening er bestaan na de achttiende verjaardag van [verzoekster] .

4.7

Vaststaat dat de thuisplaatsing van [verzoekster] niet is gelukt en dat [verzoekster] daarna opnieuw gesloten is geplaatst. Vast staat ook dat nadien geen nieuw hulpverleningsplan is opgesteld.

4.8

Alle betrokkenen zijn het er over eens dat [verzoekster] intensieve professionele hulp nodig heeft. [J] lijkt ook geschikt voor de complexe problematiek waar [verzoekster] mee kampt, maar die behandeling is niet voor [verzoekster] ’s achttiende verjaardag aangevangen.

4.9

In het verweerschrift van de GI is aangekondigd dat het hulpverleningsplan bijgesteld dient te worden, nu niet meer naar thuisplaatsing wordt toegewerkt maar naar zelfstandig wonen. Dit is niet gebeurd. Daarbij komt dat er slechts summiere informatie is gegeven over het [J] traject, dat vier maanden beslaat.

4.10

Alle feiten en omstandigheden in aanmerking nemende, is het hof van oordeel dat niet voldaan is aan de voorwaarden dat de behandeling is aangevangen vóór het bereiken van de meerderjarigheidsleeftijd én er concreet uitzicht is op afronding van de behandeling binnen korte en afzienbare tijd na het bereiken van de achttienjarige leeftijd, zodat niet is voldaan aan de eisen die artikel 6.1.2 lid 4 Jw stelt.

4.11

Uit het voorgaande volgt dat het hof de beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, dient te vernietigen en in zoverre opnieuw zal beschikken aldus dat het hof het inleidend verzoek van het college zal afwijzen voor zover dat betrekking heeft op de periode vanaf [in] 2015.

5 De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 10 juli 2015 voor zover deze betrekking heeft op de periode na de meerderjarigheid van [verzoekster] , [in] 2015, en in zoverre opnieuw beschikkende:

wijst het verzoek van het college af, voor zover dit betrekking heeft op de periode na het meerderjarig worden van [verzoekster] , zijnde [in] 2015;

bekrachtigt de beschikking voor het overige.

Deze beschikking is gegeven door mr. G. Jonkman, mr. M.P. den Hollander en

mr. B.F. Keulen, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 20 augustus 2015 in bijzijn van de griffier.