Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:6443

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
01-09-2015
Datum publicatie
01-10-2015
Zaaknummer
200.145.722/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Herroeping
Inhoudsindicatie

In de onderstaande zaak wordt verzocht om eerdere uitspraken gedaan door zowel rechtbank als hof te laten vervallen. Daarbij is gekozen voor de vorm van een herroepingsprocedure.

Het hof is van oordeel dat de gronden die daarbij aangevoerd worden onvoldoende zijn. Bovendien is de in artikel 383 Rv genoemde termijn voor het aanhangig maken een herroepingsprocedure reeds verstreken daar de partij die herroeping vordert al langer dan drie maanden met de door haar aangevoerde gronden bekend was. In verband met de laatste is nog aangevoerd dat de vorderende partij geen advocaat kon vinden. Ook aan dat laatste punt gaat het hof voorbij daar het hier gaat om de handhaving van rechtsmiddelentermijnen waaraan in beginsel strak de hand moet worden gehouden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.145.722/01

arrest van de eerste kamer van 1 september 2015

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser tot herroeping,

hierna: [eiser],

advocaat: M.G.J. Smit, kantoorhoudend te Rotterdam,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

hierna: [gedaagde],

advocaat: T.J.J. Bodewes, kantoorhoudend te Groningen.

1 Het geding tot herroeping

1.1

Het verloop van de procedure is als volgt:

- de dagvaarding tot herroeping d.d. 16 april 2014, tevens houdend de herroepingsgronden,

- de memorie van grieven (met producties),

- de memorie van antwoord,

- een nadere akte tevens inbreng producties van de zijde van [eiser] ,

- een akte herroeping van de zijde van [gedaagde] .

1.2

Vervolgens heeft [eiser] om pleidooi gevraagd en heeft het hof pleidooi bepaald op 14 januari 2015.

1.3

Direct voorafgaand aan het pleidooi heeft [eiser] het hof gewraakt, welke wraking door de wrakingskamer van het hof niet-ontvankelijk is verklaard.

1.4

Eveneens direct voorafgaand aan het pleidooi heeft mr. M.G.J. Smit, de advocaat van [eiser] , zich onttrokken in de hoofdzaak.

1.5

Het hof heeft daarop, in overeenstemming met artikel 7.6 van het Landelijk Procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven (hierna: het LPr gerechtshoven) geoordeeld dat onttrekking van de advocaat aan de zaak voorafgaande aan de zitting onvoldoende reden is voor uitstel van de zitting, tenzij het hof anders beslist. De zitting heeft om die reden doorgang gevonden. [eiser] is bij het pleidooi niet verschenen, noch heeft hij een (andere) advocaat doen stellen.

1.6

Nu, aansluitend aan het pleidooi, door [gedaagde] wel maar door [eiser] niet om arrest is verzocht, is overeenkomstig het LPr gerechtshoven de zaak met inachtneming van een termijn van twee weken verwezen naar de rol van 3 februari 2015 voor het stellen van een nieuwe advocaat door [eiser] .

1.7

Op de rolzitting van 3 februari 2015 heeft [eiser] geen nieuwe advocaat doen stellen, zodat het hof de zaak voor arrest heeft geplaatst.

Het petitum van de appèldagvaarding luidt:
" het uw Gerechtshof moge behagen bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut:

A. te verbieden om de vonnis te mogen gebruiken als bewijs in de strafzaak;

B. het vonnis (zaaknummer 200.111.504/01) van het Gerechtshof d.d. 9 oktober 2012 te vernietigen;

C. het vonnis (met zaaknummer / rolnummer: 134249 / KG ZA 12-147) op 6 juli 2012 te vernietigen;

D. te oordelen dat de zaak niet verder in behandeling wordt genomen, nu geïntimeerde geen

belang meer heeft bij het straatverbod;

E. te oordelen dat de zaak in eerste aanleg tijdens de hoorzitting wordt voortgezet;

F. geïntimeerde te veroordelen in de kosten van dit geding;".

De conclusie van de memorie van grieven luidt:
"A. de uitspraken met zaaknummer 200.111.504/01) van het Gerechtshof d.d. 9 oktober 2012 en de uitspraak met zaaknummer / rolnummer: 134249 1 KG ZA 12-147) van de rechtbank Noord-Nederland d.d. 6juli 2012 te schorsen;

B. te verbieden om de uitspraken te mogen gebruiken als bewijs in de strafzaak;

C. het vonnis (zaaknummer 200.111.504101) van het Gerechtshof d.d. 9 oktober 2012 te vernietigen;

D. het vonnis (met zaaknummer / rotnummer: 134249 1 KG ZA 12-147) op 6 juli 2012 te vernietigen;

E. te oordelen dat de zaak niet verder in behandeling wordt genomen, nu geïntimeerde geen belang meet heeft bij het straatverbod;

F. te oordelen dat de zaak in eerste aanleg tijdens de hoorzitting wordt voortgezet;

G. Geïntimeerde te veroordelen in de kosten van dit geding.”

2 Ontvankelijkheid

2.1

In de onderhavige, als herroepingsprocedure ingeklede, zaak vordert [eiser] onder B. en C. vernietiging van de uitspraken van 9 oktober 2012 van het gerechtshof en van 6 juli 2012 van de rechtbank. De overige vorderingen (A., D., E. F) vloeien voort uit de verzochte herroepingen.

2.2

De herroepingsgronden zijn door [eiser] genoemd in zijn dagvaarding, aangevuld in een “memorie van grieven” en nader aangevuld bij “nadere akte” (onder 13 tot en met 20).

2.3

De herroepingsgronden komen op het volgende neer. [eiser] maakt bezwaar tegen het (volgens hem onjuiste) verloop van de procedure bij de rechtbank omdat wraking door [eiser] niet (tijdig) door de rechtbank is behandeld: de procedure is voortgezet en uiteindelijk is door de gewraakte rechters uitspraak is gedaan. Daarnaast klaagt [eiser] erover dat hij (deels zonder bijstand door een advocaat) onvoldoende gelegenheid heeft gehad zich in de procedure bij de rechtbank te verweren, terwijl [gedaagde] wel de gelegenheid kreeg haar standpunten naar voren te brengen. Voorts klaagt [eiser] erover dat de rechtbank door [gedaagde] onvolledig is geïnformeerd, meer in het bijzonder dat [gedaagde] slechts een selectie van de (aldus [eiser] ) honderden sms- en e-mailberichten heeft overgelegd. Nu [gedaagde] niet de volledige ‘communicatie’ tussen partijen heeft overgelegd, heeft zij de rechtbank (en het hof) onvolledig geïnformeerd en kwamen dezen daarom tot een onjuiste beslissing in het nadeel van [eiser] . Eerst sinds kort, aldus [eiser] , heeft hij op zijn gerepareerde mobiele telefoon vele sms-berichten van [gedaagde] kunnen achterhalen. Meer in het algemeen stelt [eiser] nog dat [gedaagde] ten onrechte diverse feiten niet heeft ingebracht.

2.4

Het hof overweegt het volgende. Uit de aangevoerde gronden volgt, wat er ook zij van het antwoord op de vraag of deze kunnen leiden tot herroeping, dat [eiser] met het bestaan daarvan reeds op de hoogte was ten tijde van de procedure in eerste aanleg. Hij kon, zoals hij ook heeft gedaan, tegen het vonnis van 6 juli 2012 het gewone rechtsmiddel van hoger beroep instellen. Het bijzondere rechtsmiddel van herroeping is niet bedoeld om een reeds in hoger beroep heroverwogen beslissing nogmaals aan de rechter voor te leggen. De herroeping zou daarmee een verkapte herhaling van het reeds gevoerde hoger beroep zijn.

2.5

In artikel 383 Rv is bepaald dat het rechtsmiddel van herroeping moet worden aangewend binnen drie maanden nadat de (aangevoerde) gronden voor de herroeping zijn ontstaan en eiser daarmee bekend is geworden. De termijn voor herroeping vangt voorts niet aan voordat de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. Voor het vonnis zou dat (zonder het ingestelde hoger beroep) op 6 oktober 2012 zijn geweest, terwijl het te herroepen arrest op 9 januari 2013 in kracht van gewijsde is gegaan. In ieder geval per die laatste datum heeft de in artikel 383 Rv genoemde termijn van drie maanden een aanvang genomen, zodat deze per 9 april 2013 is verstreken zonder dat een vordering tot herroeping was ingesteld.

2.6

[eiser] heeft in dit verband aangevoerd dat hij diverse brieven heeft gezonden aan zowel de Hoge Raad als het hof en dat hij geen advocaat kon vinden die hem op grond van een toevoeging bijstand wilde verlenen. Nog los van de omstandigheid dat de genoemde brieven niet in deze procedure zijn ingebracht, doen de genoemde omstandigheden niet af aan het feit dat door [eiser] niet uiterlijk 9 april 2013 een dagvaarding tot herroeping is uitgebracht. Nu aan termijnen voor rechtsmiddelen in beginsel strak de hand moet worden gehouden en [eiser] geen relevante feiten en omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan een inbreuk op dat uitgangspunt dient te worden gemaakt, zal het hof [eiser] niet-ontvankelijk verklaren.

3 Slotsom

Nu [eiser] niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn vordering tot herroeping zullen ook de overige daarop gebaseerde vorderingen worden afgewezen. [eiser] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep (4 punten; tarief II).

De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn vorderingen

veroordeelt [eiser] in de proceskosten voor zover gevallen aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 3.576,- voor geliquideerd salaris van de advocaat en € 308,- voor verschotten.

Aldus gewezen door mr. G. van Rijssen, R.E. Weening en A.J. Verheij en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 1 september 2015 in bijzijn van de griffier.