Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:5618

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
25-06-2015
Datum publicatie
24-07-2015
Zaaknummer
ISD P15/0120
Rechtsgebieden
Penitentiair strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Voor de door de verdediging verzochte aftrek biedt de wet in het kader van een beslissing tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel anders dan bij de oplegging van die maatregel geen ruimte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ISD P15/0120

Beslissing d.d. 25 juni 2015

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[veroordeelde] ,

geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [1980] ,

verblijvende in [detentieadres] .

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 10 september 2014, inhoudende het bevel dat de bij vonnis van 8 oktober 2013 voorwaardelijk opgelegde maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders alsnog zal worden tenuitvoergelegd.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de akte van beroep van de veroordeelde van 15 september 2014;

- het uittreksel Justitiƫle Documentatie van 4 juni 2015;

- het reclasseringsadvies van Novadic-Kentron van 23 april 2014 en 28 mei 2015; opgemaakt door R. Van de Merwe, GGZ ERW Novadic-Kentron Breda.

Het hof heeft ter zitting van 11 juni 2015 gehoord de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. G.J.P.M. Mooren, advocaat te Goirle, en de advocaat-generaal

mr. G.J. de Haas.

Overwegingen:

Het standpunt van de veroordeelde en zijn raadsman

Uit de rapporten van de reclassering kan geconcludeerd worden dat de veroordeelde niet de juiste behandeling heeft gehad. Hij is in een FPA opgenomen geweest maar het is niet duidelijk wanneer dit is geweest en op welke grond dat heeft plaatsgevonden. De veroordeelde moet voor zijn verslavingsproblematiek in een daarvoor bestemde instelling worden behandeld. De therapieƫn die hij al heeft ondergaan, zijn niet in de rapporten opgenomen. De raadsman heeft primair verzocht de beslissing van de rechtbank te vernietigen en de voorwaarde opname in een FPA te laten vervallen. Subsidiair heeft de raadsman verzocht in het geval de beslissing van de rechtbank wordt bevestigd de maatregel op te leggen met aftrek van de tijd die veroordeelde feitelijk heeft vastgezeten.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De terbeschikkinggestelde heeft bij beslissing van 7 november 2013 van dit hof een kans gekregen door de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijke opgelegde ISD-maatregel af te wijzen maar daarna is het niet goed gegaan. De maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders dient aan de ene kant ter bescherming van de maatschappij en aan de andere kant is deze bedoeld om de veroordeelde de kans te bieden om aan zijn problematiek te gaan werken. Het is nu tijd dat de veroordeelde zich in het kader van de ISD-maatregel voor zijn drugsverslaving laat behandelen. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank.

Het oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom zal de beslissing waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd.

Voor de door de verdediging verzochte aftrek biedt de wet in het kader van een beslissing tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel anders dan bij de oplegging van die maatregel geen ruimte.

Beslissing

Het hof:

Bevestigt de beslissing van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 10 september 2014 met betrekking tot de veroordeelde [veroordeelde].

Aldus gedaan door

mr. Y.A.J.M. van Kuijck als voorzitter,

mr. R.W. van Zuijlen en mr. J.P. Bordes als raadsheren,

en dr. A. Verheugt en drs. R. Vecht-van den Bergh als raden,

in tegenwoordigheid van B. Moorlag als griffier,

en op 25 juni 2015 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.