Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:5337

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
15-07-2015
Datum publicatie
08-01-2016
Zaaknummer
WAHV 200.156.269
Rechtsgebieden
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Visuele waarneming roodlichtgedraging. Verkeersregelinstallaties kunnen zo zijn afgesteld dat de ontruimingstijd nul of negatief is. Dat brengt, in een situatie waarin de verbalisant (kort) groen licht heeft op het moment dat hij uit een conflicterende rijrichting een voertuig de kruising op ziet rijden, terwijl hij geen zicht heeft op het voor die bestuurder geldende licht, mee, dat door de verbalisant moet worden vastgesteld dat het conflicterende licht rood moet zijn geweest alvorens een sanctie voor een roodlichtgedraging kan worden opgelegd. De verbalisant zal ook moeten vermelden hoe hij dat heeft vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2016/57
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.156.269

15 juli 2015

CJIB 162070977

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

locatie Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Limburg

van 22 mei 2014

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft - nadat het hof de zaak had teruggewezen - het bedrag van de door de betrokkene te betalen zekerheid op nihil gesteld en het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

Bij brief d.d. 8 februari 2015 heeft de betrokkene verzocht om een behandeling ter zitting.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

De zaak is behandeld ter zitting van 1 juli 2015. De betrokkene is, zoals tevoren bericht, niet verschenen. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen E.J. Swart.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 220,- opgelegd ter zake van “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”, welke gedraging zou zijn verricht op 20 mei 2012 om 09:15 uur op de Euregioweg te Heerlen, met het voertuig met het kenteken [kenteken].

2. De betrokkene verzoekt de zaak te seponeren. In een brief d.d. 22 september 2012 is verwezen naar het oordeelvermogen van de verbalisant, maar die schreef wel een onjuist kenteken op, te weten [kenteken] in plaats van [kenteken]. Ondanks meerdere klachten hierover staat dezelfde fout in de beslissing van de kantonrechter. Na twee jaar komt men er ineens mee aanzetten dat de betrokkene door een rood licht reed dat drie seconden op rood stond. De drie seconden groen die verbalisant Bosma in zijn aanvullend proces-verbaal beschrijft, geven geen uitsluitsel over de kleur die het verkeerslicht voor de betrokkene uitstraalde. De agent had namelijk vanuit zijn positie geen rechtstreeks zicht op het voor de betrokkene geldende verkeerslicht. Er zijn verkeersregelinstallaties in Landgraaf waar conflicterende lichten gelijktijdig op groen kunnen staan omdat men er op anticipeert dat een botsing achterwege blijft gelet op de door de voertuigen af te leggen weg tot het punt waarop zij zouden kunnen botsen. Op de Euregioweg is de afstand tussen de stopstrepen op beide wegen nog groter. De laatste seconde oranje voor de betrokkene overlapt de eerste seconde groen licht voor de politie, aldus de betrokkene.

3. De onder 1 genoemde gedraging is een overtreding van artikel 62 in verbinding met artikel 68, eerste lid, aanhef en onder c, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).

4. Artikel 68, eerste lid, van het RVV 1990 houdt in:

"Bij driekleurige verkeerslichten betekent:

a. groen licht: doorgaan;

b. geel licht: stop: voor bestuurder die het teken zo dicht genaderd zijn dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is: doorgaan;

c. rood licht: stop."

5. In WAHV-zaken biedt de ambtsedige verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de ambtsedige verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.

6. De ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het op verzoek van de advocaat-generaal op 26 februari 2015 opgemaakte proces-verbaal van bevindingen, houdt, onder meer het volgende in:

"Ik reed over de Schelsberg, ter plaatste gelegen binnen de bebouwde kom van de gemeente Heerlen. (…) Ik naderde het verkeerslicht van de t-kruising Schelsberg en de Euregioweg. Ik was voornemens om linksaf de Euregioweg in te rijden. Ik stopte aldaar voor de stopstreep. Nadat ik gestopt was zag ik dat het verkeerslicht voor linksaf, dus het verkeerslicht waarvoor ik voorgesorteerd stond, groen licht uitstraalde. (…) Ik reed op. Ik zag tijdens het oprijden dat een voertuig van links over de Euregioweg de t-kruising naderde en zonder te stoppen de t-kruising opreed. Het verkeerslicht van de rijstrook waar ik zelf op reed straalde toen al zeker 3 seconden groen licht uit. Hieruit concludeerde ik dat de bestuurder, die voor mij gezien van links over de Euregioweg de t-kruising naderde, rood licht moet hebben gehad. (…) Ik had vanuit de positie waar het dienstvoertuig stond, geen direct zicht welk licht het verkeerslicht voor betrokkene uitstraalde. (…) De maximale snelheid ter plaatste bedraagt 50 km/u. Het wegverloop is in het geheel geen "bergaf" situatie op de rijbaan waarover betrokkene de t-splitsing naderde. Betrokkene spreekt over een technische fout in de installatie. Ik kan aangeven dat op genoemd kruisingsvlak geen aanrijdingen plaatsvinden die betrekking hebben op het niet functioneren van deze installatie."

Bij het proces-verbaal is als bijlage een luchtfoto gevoegd van de betreffende kruising met daarop aangegeven wie voor welk verkeerslicht stond. In het zaakoverzicht van het CJIB is als ambtsedige verklaring van de verbalisant opgenomen: "verklaring betrokkene: Ik dacht dat het nog even oranje bleef."

7. Anders dan de betrokkene mogelijk meent, is voor het opleggen van een sanctie voor het niet stoppen voor een rood verkeerslicht niet vereist dat een verbalisant rechtstreeks zicht heeft op het verkeerslicht dat voor de betrokkene geldt. Wel moet hetgeen de verbalisant omtrent zijn waarneming verklaart, de conclusie kunnen rechtvaardigen dat de betrokkene het rode verkeerslicht heeft genegeerd.

8. De betrokkene ontkent door rood licht te zijn gereden en doet een beroep op de zogenaamde "ontruimingstijd". Het is het hof ambtshalve bekend dat waar het voorheen gewoonlijk zo was dat er meerdere seconden als “ontruimingstijd” zaten tussen het moment dat het verkeerslicht voor de ene rijrichting op rood springt en het moment dat het verkeer uit de conflicterende rijrichting(en) groen licht krijgt, teneinde te verzekeren dat het kruisingsvlak vrij is, verkeersregelinstallaties thans met enige regelmaat zodanig zijn afgesteld dat de ontruimingstijd ook nul of zelfs negatief kan zijn. Het hof is daarom van oordeel dat in een situatie als de onderhavige, waarin een verbalisant (kort) groen licht heeft op het moment dat hij uit een conflicterende rijrichting een voertuig de kruising op ziet rijden, terwijl hij geen zicht heeft op het voor die bestuurder geldende licht, door de verbalisant ook zal moeten worden vastgesteld dat het conflicterende licht rood moet zijn geweest alvorens een sanctie voor een roodlichtgedraging kan worden opgelegd. De verbalisant zal ook moeten vermelden hoe hij dat heeft vastgesteld, bijvoorbeeld door direct na de waarneming ter plaatste te controleren hoe de lichten zijn afgesteld of door te vermelden wat daaromtrent uit de technische gegevens van de betreffende verkeersregelinstallatie blijkt. De verbalisant heeft een dergelijke controle in deze zaak niet uitgevoerd. Het hof ziet geen aanleiding om in deze fase van de procedure de verbalisant nog om nadere informatie te verzoeken.

9. Naar het oordeel van het hof is onvoldoende komen vast te staan dat de onder 1. genoemde gedraging is verricht. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter vernietigen en doende wat de kantonrechter had behoren te doen, het beroep gegrond verklaren en de beslissing van de officier van justitie vernietigen en -met gegrondverklaring van het beroep daartegen- de inleidende beschikking vernietigen. Dit brengt mee dat de overige bezwaren van de betrokkene geen bespreking meer behoeven.

10. Niet gebleken is van kosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt de beslissing van de officier van justitie;

verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond en vernietigt de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 162070977 de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de WAHV tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd.

Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.