Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:4990

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
07-07-2015
Datum publicatie
07-07-2015
Zaaknummer
21-008219-13
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2013:4171, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Team Grootschalige Opsporing Tiel woningoverval

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-008219-13

Uitspraak d.d.: 7 juli 2015

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 29 oktober 2013 met parketnummer 05-720178-13 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 05-730287-11, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1993],

wonende te [woonplaats],

verblijvende in de [detentieadres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 23 juni 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,
mr. A.C. Vingerling, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep- tenlastegelegd dat:

1. primair:
hij op of omstreeks 29 maart 2013 te Tiel - in/uit een woning gelegen aan de [adres] en/of op een voor nachtrust bestemd tijdstip - tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (Breitling)horloge, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij verdachte en/of zijn mededader(s)
- een ruit van de woning van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] met een steen heeft/hebben ingegooid en/of
- gewapend met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, de woning van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] is/zijn binnen gegaan en/of (vervolgens)
- de slaapkamer van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] is/zijn binnen gegaan en/of (vervolgens)
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [benadeelde 1] heeft/hebben gericht en/of
- die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond, in elk geval duidelijk zichtbaar heeft/hebben voorgehouden en/of (vervolgens)
- tegen die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft/hebben geroepen en/of geschreeuwd: "geld, goud en de kluis anders doe ik je wat aan!" en/of "we hebben een tip gehad. Jullie hebben geld, er moet geld zijn" en/of "we moeten geld hebben, anders doen we jou wat aan" en/of "een overval, een gewapende overval, ik wil geld, juwelen, waar is de kluis", althans woorden van gelijke aard of strekking;

1. subsidiair:
[medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 29 maart 2013 te Tiel

- in/uit een woning gelegen aan de [adres] en/of op een voor nachtrust bestemd tijdstip - tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen een (Breitling)horloge, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1],
[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of

vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3],

- een ruit van de woning van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] met een steen heeft/hebben ingegooid en/of

- gewapend met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, de woning van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] is/zijn binnengegaan en/of (vervolgens)

- de slaapkamer van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] is/zijn binnengegaan en/of (vervolgens)

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [benadeelde 1] heeft/hebben gericht en/of

- die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond, in elk geval duidelijk zichtbaar heeft/hebben voorgehouden en/of (vervolgens)

- tegen die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft/hebben geroepen en/of geschreeuwd: “geld, goud en de kluis. Anders doe ik je wat aan!” en /of ”we hebben een tip gehad. Jullie hebben geld. Er moet geld zijn.” en/of “we moeten geld hebben, anders doen we jou wat aan” en/of “een overval, een gewapende overval, ik wil geld, juwelen, waar is de kluis?”, althans woorden van gelijke aard of strekking,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte- op of omstreeks 29 maart 2013 te Tiel en/of elders in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door:

- voornoemde [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] naar de woning van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] te vervoeren en/of

- ( vervolgens) in de nabije omgeving van de woning van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] op de uitkijk te staan en/of

- ( vervolgens)in de nabije omgeving van de woning van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] met een vluchtauto klaar te staan en/of

- ( vervolgens) voornoemde [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3], nadat zij weer in de auto hadden plaatsgenomen, een snelle aftocht heeft verzorgd en/of een snelle vlucht heeft geboden vanaf de woning van Duits en/of [benadeelde 2].

2 primair:
hij op of omstreeks 29 maart 2013 te Tiel - in/uit een woning gelegen aan de [adres] en/of op een voor nachtrust bestemd tijdstip - tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee (met inhoud, waaronder diverse passen, een rijbewijs en/of geld, (ongeveer 1000 euro)), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) - een ruit van de woning van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] met een steen heeft/hebben ingegooid en/of - gewapend met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp de woning van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] is/zijn binnen gegaan en/of (vervolgens) - de slaapkamer van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] is/zijn binnen gegaan en/of (vervolgens) - een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [benadeelde 1] heeft/hebben gericht en/of - die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond, in elk geval duidelijk zichtbaar heeft/hebben voorgehouden en/of (vervolgens) - tegen die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft/hebben geroepen en/of geschreeuwd: "geld, goud en de kluis anders doe ik je wat aan!" en/of "we hebben een tip gehad. Jullie hebben geld, er moet geld zijn" en/of (vervolgens) "we moeten geld hebben, anders doen we jou wat aan" en/of "een overval, een gewapende overval, ik wil geld, juwelen, waar is de kluis", althans woorden van gelijke aard of strekking;

2 subsidiair:
[medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 29 maart 2013 te Tiel

- in/uit een woning gelegen aan de [adres] en/of op een voor nachtrust bestemd tijdstip - tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee (met inhoud, waaronder diverse passen, een rijbewijs en/of geld, (ongeveer 1000 euro)), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of aan verdachte, welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3],

- een ruit van de woning van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] met een steen heeft/hebben ingegooid en/of

- gewapend met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, de woning van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] is/zijn binnengegaan en/of (vervolgens)

- de slaapkamer van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] is/zijn binnengegaan en/of (vervolgens)

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [benadeelde 1] heeft/hebben gericht en/of

- die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond, in elk geval duidelijk zichtbaar heeft/hebben voorgehouden en/of (vervolgens)

- tegen die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft/hebben geroepen en/of geschreeuwd: “geld goud en de kluis. Anders doe ik je wat aan!” en /of ”we hebben een tip gehad. Jullie hebben geld. Er moet geld zijn.” en/of “we moeten geld hebben, anders doen we jou wat aan” en/of “een overval, een gewapende overval, ik wil geld, juwelen, waar is de kluis?”, althans woorden van gelijke aard of strekking,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 29 maart 2013 te Tiel en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door:

- voornoemde [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] naar de woning van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] te vervoeren en/of

- ( vervolgens) in de nabije omgeving van de woning van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] op de uitkijk te staan en/of

- ( vervolgens)in de nabije omgeving van de woning van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] met een vluchtauto klaar te staan en/of

- ( vervolgens) voornoemde [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3], nadat zij weer in de auto hadden plaatsgenomen, een snelle aftocht heeft verzorgd en/of een snelle vlucht heeft geboden vanaf de woning van [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2].

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak van het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde

De raadsman heeft ter terechtzitting betoogd dat het uitsluitend besturen van de vluchtauto onvoldoende is om medeplegen aan te nemen.

Voor de kwalificatie medeplegen is vereist dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. Die kwalificatie is slechts gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde - intellectuele en/of materiële - bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is

Het hof overweegt dat uit de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen, met name ook uit de verklaring van verdachte zelf, blijkt dat verdachte de vluchtauto heeft bestuurd op zowel de heen- als de terugweg naar/van de woning waar de overval heeft plaatsgevonden. Er blijkt niet dat verdachte vooraf bij het bespreken van de plannen aanwezig is geweest en dus ook dat hij niet precies wist wat die nacht de bedoeling was.

Het hof is van oordeel dat verdachte met datgene wat hij wél heeft gedaan, namelijk het besturen van de vluchtauto, niet een zodanige intellectuele of materiële bijdrage aan het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde delicten heeft geleverd dat gesproken kan worden van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen die medeplegen oplevert. Het besturen van een vluchtauto is een typische gedraging die met medeplichtigheid in verband pleegt te worden gebracht.

Verdachte dient derhalve zowel van het onder 1 primair als het onder 2 primair tenlastegelegde te worden vrijgesproken.

Bewijsoverwegingen ten aanzien van het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair tenlastegelegde

Verdachte heeft – eerst in hoger beroep bij de raadsheer-commissaris- bekend dat hij de chauffeur is geweest van de VW Golf en de BMW waarin de plegers van de overval naar en van de woning van de familie [benadeelde 1] zijn gereden. Hij heeft verklaard dat hij dacht dat het zou gaan om een inbraak en hij wist niet dat er geweld zou worden gebruikt.

De raadsman heeft aangevoerd dat het bewezenverklaarde handelen van verdachte daarom hooguit medeplichtigheid aan een inbraak in vereniging zou kunnen opleveren, maar niet medeplichtigheid aan diefstal met geweld. Volgens de raadsman is van medeplichtigheid aan afpersing, het feit onder 2 subsidiair tenlastegelegd, in het geheel geen sprake, omdat verdachte niet wist dat een afpersing zou plaatsvinden.

Het hof oordeelt hierover als volgt.

Verdachte heeft de vluchtauto bestuurd en hij was ervan uitgegaan dat het ‘alleen’ om een inbraak ging. Ook de verklaringen van twee medeverdachten, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3], bieden steun aan de lezing dat verdacht niet wist dat geweld zou worden gebruikt.

In de woning heeft een overval plaatsgevonden, waarbij onder dreiging met een vuurwapen geweld een horloge (Breitling) is weggenomen en waarbij aangever [benadeelde 1] onder dreiging van dat vuurwapen een portemonnee met inhoud heeft afgegeven. Dat de overval juridisch gezien daarom in twee aparte strafbare feiten uiteen valt, is in zoverre min of meer toevallig, het gaat immers om een en dezelfde overval.

De mededaders gingen met het in de woning gebruikmaken van geweld verder dan waarop het opzet van verdachte op voorhand was gericht. Anders dan bij medeplegen is het bij medeplichtigheid mogelijk dat bewezenverklaring volgt voor een verdergaand delict dan waarop het opzet van de medeplichtige was gericht. Van belang is dat sprake is van een voldoende verband met het gronddelict. Het feit dat bij de woninginbraak door de medeverdachten gebruik is gemaakt van dreiging met geweld, is naar het oordeel van het hof niet een ver verwijderd verband.

Ingevolge het bepaalde in artikel 49 lid 4 van het Wetboek van Strafrecht volgen bij medeplichtigheid de bewezenverklaring en kwalificatie de bewezenverklaring en kwalificatie ten aanzien van de pleger.

Pas bij de strafoplegging wordt dan rekening gehouden met het opzet van de medeplichtige.

Mede op basis van de verklaring van verdachte dat hij de vluchtauto heeft bestuurd acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplichtigheid aan de overval, zowel voor wat betreft de onder 1 subsidiair tenlastelegde diefstal met geweld als voor wat betreft de onder feit 2 subsidiair tenlastegelegde afpersing.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1. subsidiair:
[medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 29 maart 2013 te Tiel

- in/uit een woning gelegen aan de [adres] en/of op een voor nachtrust bestemd tijdstip - tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen een (Breitling)horloge, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1],
[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of

vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3],

- een ruit van de woning van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] met een steen heeft/hebben ingegooid en/of

- gewapend met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, de woning van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] is/zijn binnengegaan en/of (vervolgens)

- de slaapkamer van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] is/zijn binnengegaan en/of (vervolgens)

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [benadeelde 1] heeft/hebben gericht en/of

- die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond, in elk geval duidelijk zichtbaar heeft/hebben voorgehouden en/of (vervolgens)

- tegen die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft/hebben geroepen en/of geschreeuwd: “geld, goud en de kluis. Anders doe ik je wat aan!” en/of ”we hebben een tip gehad. Jullie hebben geld. Er moet geld zijn.” en/of “we moeten geld hebben, anders doen we jou wat aan” en/of “een overval, een gewapende overval, ik wil geld, juwelen, waar is de kluis?”, althans woorden van gelijke aard of strekking,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte- op of omstreeks 29 maart 2013 te Tiel en/of elders in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door:

- voornoemde [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] naar de woning van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] te vervoeren en/of

- (vervolgens) in de nabije omgeving van de woning van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] op de uitkijk te staan en/of

- (vervolgens) in de nabije omgeving van de woning van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] met een vluchtauto klaar te staan en/of

- (vervolgens) voornoemde [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3], nadat zij weer in de auto hadden plaatsgenomen, een snelle aftocht heeft verzorgd en/of een snelle vlucht te bieden vanaf de woning van [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2];

2 subsidiair:
[medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 29 maart 2013 te Tiel

- in/uit een woning gelegen aan de [adres] en/of op een voor nachtrust bestemd tijdstip - tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee (met inhoud, waaronder diverse passen, een rijbewijs en/of geld, (ongeveer 1000 euro)), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of aan verdachte, welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3],

- een ruit van de woning van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] met een steen heeft/hebben ingegooid en/of

- gewapend met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, de woning van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] is/zijn binnengegaan en/of (vervolgens)

- de slaapkamer van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] is/zijn binnengegaan en/of (vervolgens)

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [benadeelde 1] heeft/hebben gericht en/of

- die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond, in elk geval duidelijk zichtbaar heeft/hebben voorgehouden en/of (vervolgens)

- tegen die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft/hebben geroepen en/of geschreeuwd: “geld goud en de kluis. Anders doe ik je wat aan!” en/of ”we hebben een tip gehad. Jullie hebben geld. Er moet geld zijn.” en/of “we moeten geld hebben, anders doen we jou wat aan” en/of “een overval, een gewapende overval, ik wil geld, juwelen, waar is de kluis?”, althans woorden van gelijke aard of strekking,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 29 maart 2013 te Tiel en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door:

- voornoemde [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] naar de woning van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] te vervoeren en/of

- (vervolgens) in de nabije omgeving van de woning van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] op de uitkijk te staan en/of

- (vervolgens) in de nabije omgeving van de woning van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] met een vluchtauto klaar te staan en/of

- (vervolgens) voornoemde [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3], nadat zij weer in de auto hadden plaatsgenomen, een snelle aftocht heeft verzorgd en/of een snelle vlucht te bieden vanaf de woning van [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2].

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het hof acht niet bewezen dat verdachte op de uitkijk heeft gestaan, zodat hij van dat

onderdeel van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

de eendaadse samenloop van

medeplichtigheid aan diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

medeplichtigheid aan afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen -en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden- dat verdachte medeplichtig is aan een op een brutale wijze gepleegde overval. Na het ontvangen van een tip dat er een kluis in de woning aanwezig zou zijn, hebben de mededaders van verdachte het plan opgevat om de overval te plegen. Verdachte is als chauffeur van de vluchtauto opgetreden, maar hem was alleen gezegd dat het om een inbraak ging. De overval was goed georganiseerd en op brutale wijze uitgevoerd, hetgeen blijkt uit het gebruik maken van een tevoren gestolen auto, die enige tijd is “koud gezet” en waarop gestolen kentekenplaten gemonteerd waren, het verkleden in donkere kleding, het vlak voor de overval nog zonder te betalen brandstof tanken met die auto enhet aanwezig hebben van kraaienpoten om eventuele achtervolgers af te schudden. Toen de door verdachte bij de vlucht bestuurde BMW verongelukte, is verdachte samen met de mededaders gevlucht. Verdachte zou voor zijn rol een deel van de buit krijgen.

De overval en de bedreigingen met geweld hebben op de slachtoffers diepe indruk gemaakt en de handelingen van de medeverdachten hebben hen veel angst aangejaagd. Naar de ervaring leert, zullen de slachtoffers van dergelijke gewelddadige vermogensdelicten nog lange tijd de nadelige psychische gevolgen ondervinden van wat hen is overkomen.

Het hof heeft meegewogen dat verdachte door mee te gaan naar de plaats van de overval in grote mate heeft bijgedragen aan de in de samenleving bestaande gevoelens van onveiligheid. Feiten als deze zorgen ervoor dat deze gevoelens van onveiligheid blijven bestaan en worden versterkt.

Ten tijde van het plegen van het bewezenverklaarde was verdachte 19 jaar. Verdachte is al eerder onherroepelijk veroordeeld voor het plegen van vermogensdelicten en liep ten tijde van de overval nog in een proeftijd. Deze voorwaardelijke straf heeft verdachte er niet van weerhouden thans dit delict te plegen.

Bij de straftoemeting speelt mee dat verdachte als medeplichtige een minder prominente rol had dan zijn mededaders. Bovendien was verdachtes opzet niet gericht op het feit dat geweld zou worden gebruikt, hetgeen op grond van het bepaalde in artikel 49 lid 4 van het Wetboek van Strafrecht tot een lagere straf leidt.

Alles afwegende is het hof van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden passend en geboden is.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.696,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van de gevorderde materiële schade gehouden zodat de vordering tot een bedrag van € 410,00 zal worden toegewezen, in die zin dat sprake zal zijn van een hoofdelijke veroordeling met de plegers van de overval.

Voor het overige, de gevorderde immateriële schadevergoeding, is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, nu deze schade hoofdzakelijk lijkt te zijn ontstaan door het jegens de benadeelde partij uitgeoefende geweld. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 3.501,80. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van de gevorderde materiële schade gehouden, zodat de vordering tot een bedrag van € 1215,80 zal worden toegewezen, in die zin dat sprake zal zijn van een hoofdelijke veroordeling met de plegers van de overval.

Voor het overige, de gevorderde immateriële schade, is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, nu deze schade hoofdzakelijk lijkt te zijn ontstaan door het jegens de benadeelde partij uitgeoefende geweld. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de kinderrechter te Arnhem van 22 september 2011 opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie van 40 dagen, parketnummer 05-730287-11. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Aangezien verdachte het feit heeft begaan tijdens de proeftijd, is tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie zonder meer passend. Het hof acht echter, gelet op het feit dat verdachte inmiddels 28 maanden in voorarrest heeft doorgebracht en het hof tot oplegging van een veel lagere onvoorwaardelijke gevangenisstraf komt, het niet opportuun om deze vordering tenuitvoerlegging te bevelen. De vordering tot tenuitvoerlegging zal derhalve worden afgewezen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14h, 14i, 14j, 36f, 48, 55, 311, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave aan [betrokkene] van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

een personenauto, merk BMW, met origineel kenteken [kenteken], een keuringsbewijs, een toegangspas en een sleutel.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende voor wat betreft de overige in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] ter zake van het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 410,00 (vierhonderdtien euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 29 maart 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 2], ter zake van het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 410,00 (vierhonderdtien euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 (acht) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 29 maart 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] ter zake van het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.215,80 (duizend tweehonderdvijftien euro en tachtig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 29 maart 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1], ter zake van het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 1.215,80 (duizend tweehonderdvijftien euro en tachtig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 22 (tweeëntwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 29 maart 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Gelderland van
4 juni 2013, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de kinderrechter te Arnhem van 22 september 2011, parketnummer 05-730287-11, voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie.

Aldus gewezen door

mr. M. Barels, voorzitter,

mr. H.G.W. Stikkelbroeck en mr R.H. Koning, raadsheren,

in tegenwoordigheid van B.J. Berendsen, griffier,

en op 7 juli 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.