Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:4989

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
07-07-2015
Datum publicatie
07-07-2015
Zaaknummer
21-008218-13
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2013:4170, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Team Grootschalige Opsporing Tiel woningoverval

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-008218-13

Uitspraak d.d.: 7 juli 2015

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 29 oktober 2013 met parketnummer 05-720177-13 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1993],

thans verblijvende in [detentieadres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 23 juni 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,
mr. C.C. Polat, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1:
hij op of omstreeks 29 maart 2013 te Tiel - in/uit een woning gelegen aan de [adres] en/of op een voor nachtrust bestemd tijdstip - tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (Breitling)horloge, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij verdachte en/of zijn mededader(s)
- een ruit van de woning van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] met een steen heeft/hebben ingegooid en/of
- gewapend met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, de woning van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] is/zijn binnen gegaan en/of (vervolgens)
- de slaapkamer van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] is/zijn binnen gegaan en/of (vervolgens)
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [benadeelde 1] heeft/hebben gericht en/of
- die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond, in elk geval duidelijk zichtbaar heeft/hebben voorgehouden en/of (vervolgens)
- tegen die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft/hebben geroepen en/of geschreeuwd: "geld, goud en de kluis anders doe ik je wat aan!" en/of "we hebben een tip gehad. Jullie hebben geld, er moet geld zijn" en/of "we moeten geld hebben, anders doen we jou wat aan" en/of "een overval, een gewapende overval, ik wil geld, juwelen, waar is de kluis", althans woorden van gelijke aard of strekking;

2:
hij op of omstreeks 29 maart 2013 te Tiel - in/uit een woning gelegen aan de [adres] en/of op een voor nachtrust bestemd tijdstip - tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee (met inhoud, waaronder diverse passen, een rijbewijs en/of geld, (ongeveer 1000 euro)), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)
- een ruit van de woning van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] met een steen heeft/hebben ingegooid en/of
- gewapend met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp de woning van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] is/zijn binnen gegaan en/of (vervolgens)
- de slaapkamer van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] is/zijn binnen gegaan en/of (vervolgens)
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [benadeelde 1] heeft/hebben gericht en/of
- die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond, in elk geval duidelijk zichtbaar heeft/hebben voorgehouden en/of (vervolgens)
- tegen die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft/hebben geroepen en/of geschreeuwd: "geld, goud en de kluisanders doe ik je wat aan!" en/of "we hebben een tip gehad. Jullie hebben geld, er moet geld zijn" en/of (vervolgens) "we moeten geld hebben, anders doen we jou wat aan" en/of "een overval, een gewapende overval, ik wil geld, juwelen, waar is de kluis", althans woorden van gelijke aard of strekking;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen met betrekking tot het bewijs

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting betoogd dat van medeplegen van de overval door verdachte geen sprake kan zijn, nu van enige activiteit van verdachte bij de planning niet blijkt en van actieve betrokkenheid van verdachte bij de uitvoering van de overval al helemaal niet kan worden gesproken. Verdachte wist niet dat het ging om een overval en hij heeft zelf geen geweld uitgeoefend. Verdachte heeft verklaard dat hij slechts op de uitkijk stond en dat hij enkel naar binnen is geweest om de anderen te waarschuwen. Hieruit volgt dat er geen sprake is van de voor een bewezenverklaring vereiste nauwe en bewuste samenwerking.

Het hof overweegt het volgende en stelt op grond van de bewijsmiddelen onder meer het volgende vast.

Verdachte is een aantal dagen voordat de overval werd gepleegd benaderd door [medeverdachte 2]. [medeverdachte 2] gaf aan dat hij een tip had gekregen. Een dag vantevoren belde [medeverdachte 2] verdachte dat het op 29 maart 2013 zou moeten gebeuren. [medeverdachte 2] zei tegen verdachte dat hij naar de snackbar “Het Goudhaantje” moest komen. Verdachte is daar op 29 maart 2013 heengegaan en toen waren [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] daar ook. Daar is gepraat over wat er die nacht zou gaan gebeuren.

[medeverdachte 3] heeft [medeverdachte 1] als chauffeur geregeld. [medeverdachte 1] is later in Het Goudhaantje gekomen. [medeverdachte 3] heeft tegen [medeverdachte 2] en verdachte gezegd dat zij tegen [medeverdachte 1] moesten zeggen dat het een inbraak betrof en geen overval, omdat [medeverdachte 1] aan een overval niet mee zou doen omdat overvallen zwaarder bestraft worden dan inbraken. Het hof leidt hieruit af dat [medeverdachte 3], [medeverdachte 2] en verdachte er alle drie van op de hoogte waren dat er die nacht een overval – en niet “slechts” een inbraak – zou gaan plaatsvinden.

[medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en verdachte zijn met de VW Golf van (de broer van) [medeverdachte 1] weggegaan. Eerst zijn ze naar hun woonwijk gegaan waar ze zich alle vier verkleed hebben. Daarna zijn ze met de VW Golf naar Ingen gereden, waar ze zijn overgestapt in een eerder gestolen BMW met valse kentekenplaten. [medeverdachte 1] was de chauffeur van zowel de VW Golf als de BMW. In de BMW bevonden zich onder meer kraaienpoten.

Daarna zijn zij met z’n vieren naar Tiel gereden naar de woning van de familie [benadeelde 1]. Er is een vuurwapen meegenomen. Nadat een ruit met een baksteen is ingegooid, zijn [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en verdachte de woning binnen gegaan. [medeverdachte 1] is buiten gebleven bij de BMW.

[medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] zijn in de woning naar boven gegaan en verdachte is op de benedenverdieping gebleven. Verdachte is tweemaal naar boven gelopen. Hij heeft gehoord en gezien dat de bewoners van de woning thuis en wakker waren. De bewoners zijn onder meer met een vuurwapen bedreigd.

Verdachte zou meedelen in de buit.

Verdachte, [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] zijn met zijn vieren met de BMW weggegaan. De BMW is verongelukt. [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en verdachte zijn met zijn drieën bij de BMW weggelopen en naar de VW Golf van (de broer van) [medeverdachte 1] gegaan. Zij zijn later die nacht in die VW Golf aangehouden.

Er is onder meer een Breitling gestolen. Deze Breitling is teruggevonden in de stoelhoes aan de achterkant van de bijrijdersstoel van de VW Golf. Verdachte was degene die rechts achterin de VW Golf heeft gezeten. Uit een tapgesprek tussen verdachte en een NNman vanuit de PI leidt het hof af dat verdachte de Breitling om zijn pols heeft gehad.

De vraag die thans beantwoord moet worden is of uit het bovenstaande volgt dat ten aanzien van verdachte sprake is van het medeplegen van de overval. Het hof beantwoordt deze vraag bevestigend.

Voor een bewezenverklaring van medeplegen moet sprake zijn van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen. De bewezenverklaarde intellectuele en/of materiële bijdrage van de verdachte aan het delict moet van voldoende gewicht zijn.
Uit de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, blijkt dat de overval mede door verdachte is voorbereid c.q. voorbesproken, dat hij wist dat het om een overval ging en dat de overval ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Hij is ook bij de daadwerkelijke uitvoering betrokken geweest. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat drie personen, waaronder verdachte, de woning zijn binnengegaan en dat verdachte wist dat de bewoners thuis waren. Verdachte en zijn medeverdachten hebben gezamenlijk de woning verlaten en zijn met de BMW vertrokken. Later zijn verdachte en twee van de medeverdachten in de VW Golf verder gereden. Voorts zou verdachte meedelen in de buit en hij heeft de gestolen Breitling onder zich gehad.

Uit het bovenstaande leidt het hof, gelet op vorenstaande, af dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachten. In hetgeen door de verdediging is aangevoerd en ook overigens ziet het hof geen contra-indicaties die tot een ander oordeel zouden moeten leiden. Dat verdachte, zoals hij zelf zegt, buiten op de uitkijk zou hebben gestaan, is in strijd met de verklaring van zowel [medeverdachte 1] als [medeverdachte 3].

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1:
hij op of omstreeks 29 maart 2013 te Tiel - in/uit een woning gelegen aan de [adres] en/of op een voor nachtrust bestemd tijdstip - tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (Breitling)horloge, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij verdachte en/of zijn mededader(s)
- een ruit van de woning van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] met een steen heeft/hebben ingegooid en/of
- gewapend met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, de woning van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] is/zijn binnen gegaan en/of (vervolgens)
- de slaapkamer van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] is/zijn binnen gegaan en/of (vervolgens)
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [benadeelde 1] heeft/hebben gericht en/of
- die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond, in elk geval duidelijk zichtbaar heeft/hebben voorgehouden en/of (vervolgens)
- tegen die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft/hebben geroepen en/of geschreeuwd: "geld, goud en de kluis anders doe ik je wat aan!" en/of "we hebben een tip gehad. Jullie hebben geld, er moet geld zijn" en/of "we moeten geld hebben, anders doen we jou wat aan" en/of "een overval, een gewapende overval, ik wil geld, juwelen, waar is de kluis". althans woorden van gelijke aard of strekking;

2:
hij op of omstreeks 29 maart 2013 te Tiel - in/uit een woning gelegen aan de [adres] en/of op een voor nachtrust bestemd tijdstip - tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee (met inhoud, waaronder diverse passen, een rijbewijs en/of geld, (ongeveer 1000 euro)), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)
- een ruit van de woning van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] met een steen heeft/hebben ingegooid en/of
- gewapend met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp de woning van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] is/zijn binnen gegaan en/of (vervolgens)
- de slaapkamer van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] is/zijn binnen gegaan en/of (vervolgens)
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [benadeelde 1] heeft/hebben gericht en/of
- die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond, in elk geval duidelijk zichtbaar heeft/hebben voorgehouden en/of (vervolgens)
- tegen die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft/hebben geroepen en/of geschreeuwd: "geld, goud en de kluis anders doe ik je wat aan!" en/of "we hebben een tip gehad. Jullie hebben geld, er moet geld zijn" en/of (vervolgens) "we moeten geld hebben, anders doen we jou wat aan" en/of "een overval, een gewapende overval, ik wil geld, juwelen, waar is de kluis". althans woorden van gelijke aard of strekking;

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het onder 1 en 2 bewezen verklaarde levert op:

de eendaadse samenloop van

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

en

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren met aftrek van de tijd die door veroordeelde in voorarrest is doorgebracht.

De advocaat-generaal heeft een straf conform de door de rechtbank opgelegde straf gevorderd.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.


Verdachte heeft samen met anderen op een brutale wijze een gewapende overval gepleegd. Na het ontvangen van een tip dat er een kluis in de woning aanwezig zou zijn, heeft verdachte samen met zijn mededaders het plan opgevat om de overval te plegen. De overval was goed georganiseerd en brutaal, hetgeen blijkt uit het gebruik maken van een gestolen auto, die enige tijd is “koud gezet”, het monteren van gestolen kentekenplaten op die auto, het vlak voor de overval nog zonder te betalen brandstof tanken met die auto, het aanwezig hebben van kraaienpoten om eventuele achtervolgers af te schudden en het regelen van een chauffeur voor de vluchtauto.

Midden in de nacht zijn de bewoners in hun slaapkamer overvallen, waarbij met een vuurwapen is gedreigd. De overval en de bedreigingen met geweld hebben op de slachtoffers diepe indruk gemaakt en de handelingen van verdachte en zijn medeverdachten hebben hen veel angst aangejaagd. Naar de ervaring leert, zullen de slachtoffers van dergelijke gewelddadige vermogensdelicten nog lange tijd de nadelige psychische gevolgen ondervinden van wat hen is overkomen.

Gelet op de ernst van het feit, de rol die verdachte daarbij verweten wordt, de generale preventie en de mate van veronachtzaming van de belangen van de slachtoffers door verdachte, is het hof van oordeel dat niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf van een aanzienlijke duur.

In strafverzwarende zin heeft het hof meegewogen dat verdachte met dit feit in grote mate heeft bijgedragen aan de in de samenleving bestaande gevoelens van onveiligheid. Feiten als deze zorgen ervoor dat deze gevoelens van onveiligheid blijven bestaan en worden versterkt. Verdachte heeft, door eerst lange tijd te zwijgen en daarna zijn rol te bagatelliseren, ook geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen.

Ten tijde van de overval was verdachte pas 19 jaar. Hij is echter al eerder onherroepelijk veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten en heeft, ondanks zijn jeugdige leeftijd al een aanzienlijke documentatie. Uit de over verdachte uitgebrachte reclasseringsadviezen blijkt wel dat sprake is van mogelijke persoonlijkheidsproblematiek en zwakbegaafdheid.

Het hof acht, alles afwegende, de door de rechtbank opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde straf, te weten een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, passend en geboden.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.896,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 3.501,80. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 55, 311, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave aan [betrokkene] van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

een personenauto, merk BMW, met origineel kenteken [kenteken], een keuringsbewijs, een toegangspas en een sleutel.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende voor wat betreft de overige in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] ter zake van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 2.696,00 (tweeduizend zeshonderdzesennegentig euro) bestaande uit € 410,00 (vierhonderdtien euro) materiële schade en € 2.286,00 (tweeduizend tweehonderdzesentachtig euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 29 maart 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 29 maart 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 2], ter zake van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 2.696,00 (tweeduizend zeshonderdzesennegentig euro) bestaande uit € 410,00 (vierhonderdtien euro) materiële schade en € 2.286,00 (tweeduizend tweehonderdzesentachtig euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 36 (zesendertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 29 maart 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 29 maart 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] ter zake van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 3.501,80 (drieduizend vijfhonderdéén euro en tachtig cent) bestaande uit € 1.215,80 (duizend tweehonderdvijftien euro en tachtig cent) materiële schade en € 2.286,00 (tweeduizend tweehonderdzesentachtig euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 29 maart 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 29 maart 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1], ter zake van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 3.501,80 (drieduizend vijfhonderdéén euro en tachtig cent) bestaande uit € 1.215,80 (duizend tweehonderdvijftien euro en tachtig cent) materiële schade en € 2.286,00 (tweeduizend tweehonderdzesentachtig euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 45 (vijfenveertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 29 maart 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 29 maart 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Aldus gewezen door

mr. M. Barels, voorzitter,

mr. H.G.W. Stikkelbroeck en mr R.H. Koning, raadsheren,

in tegenwoordigheid van B.J. Berendsen, griffier,

en op 7 juli 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.