Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:4855

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
30-06-2015
Datum publicatie
02-07-2015
Zaaknummer
200.144.120-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verklaring voor recht dat NTR met de uitzending ‘Dossier Loverboy’ onrechtmatig jegens geïntimeerde heeft gehandeld. Botsing tussen het recht op vrijheid van meningsuiting (artikel 10 EVRM) en het recht op eer en goede naam en op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (artikel 8 EVRM). Afweging van de wederzijdse belangen. Het hof onderzoekt of de door NTR aan geïntimeerde toegedichte rol van loverboy voldoende steun vindt in het beschikbare feitenmateriaal, in hoeverre er in de uitzending sprake is van herkenbaarheid van geïntimeerde en of het tonen van de foto van geïntimeerde in de uitzending (strikt) noodzakelijk was voor het aan de orde stellen van de misstand. Alle omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien leiden het hof naar het oordeel dat het recht van geïntimeerde op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer zwaarder dient te wegen dan het recht van NTR op vrijheid van meningsuiting, waarmee het onrechtmatig handelen van NTR jegens geïntimeerde gegeven is. De gevorderde schadevergoeding nader op te maken bij staat dient te worden toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2015/361
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.144.120/01

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland C/16/338102 / HL ZA 13-46)

arrest van de eerste kamer van 30 juni 2015

in de zaak van

Stichting NTR,

gevestigd te Hilversum,

appellante,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: NTR,

advocaat: mr. Ch.E. Koster, kantoorhoudend te Amsterdam,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiser,

hierna: [geïntimeerde],

advocaat: mr. B. Coskun, kantoorhoudend te Amsterdam.

1 Het geding in eerste aanleg

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen van
24 april 2013 en 18 december 2013 van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad (hierna: de rechtbank).

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure is als volgt:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 7 maart 2014,

- de memorie van grieven (met producties),

- de memorie van antwoord,

- het gehouden pleidooi waarbij een pleitnotitie is overgelegd.

2.2

Na afloop van het pleidooi heeft het hof arrest bepaald.

2.3

De vordering van NTR luidt:

"het vonnis van 18 december 2013 (…) te vernietigen en opnieuw rechtdoende, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de vorderingen van geïntimeerde alsnog geheel af te wijzen, met veroordeling van geïntimeerde in de kosten in beide instanties."

3 De feiten

3.1

Tegen de weergave van de vaststaande feiten in rechtsoverweging 2 (2.1 tot en met 2.5) van het vonnis van 18 december 2013 is geen grief ontwikkeld en ook anderszins is niet van bezwaren daartegen gebleken, zodat ook in hoger beroep van die feiten zal worden uitgegaan. Deze feiten luiden als volgt.

3.2

NTR heeft op [datum] het programma "Dossier Loverboy - aflevering [X]" (hierna: de uitzending) uitgezonden. Het programma is daarna tot november 2011 op internet via de website www.uitzendinggemist.nl te zien geweest.

3.3

In de uitzending vertelt [X] (hierna: [X]) haar verhaal. Zij vertelt slachtoffer te zijn geworden van gedwongen prostitutie en andere 'loverboy-praktijken'. De naam van de door haar aangewezen 'loverboy' is weggepiept, in de ondertiteling wordt de letter [G] weergegeven. Halverwege de uitzending wordt een foto getoond van haar 'loverboy'. Onder de foto staat de letter "[G]". De foto betreft de Hyves-profielfoto van [geïntimeerde]; te zien is [geïntimeerde] op de passagiersstoel van een auto. Het gezicht van [geïntimeerde] is via de zogenaamde 'blurtechniek' onscherp gemaakt.

3.4

[geïntimeerde], geboren op [geboortedatum], was ten tijde van de uitzending 16 jaar oud. Hij zat op dat moment in de vierde klas van het gymnasium. Op 26 mei 2011 heeft hij aangifte gedaan bij de politie Rotterdam-Rijnmond ter zake belediging.

3.5

Bij brief van 1 augustus 2011 heeft de gemachtigde van [geïntimeerde] NTR verzocht in overleg te treden in verband met de uitzending van NTR op [datum].

3.6

[geïntimeerde] heeft NTR op 21 maart 2012 gedagvaard voor de rechtbank Amsterdam en kort gezegd - een verklaring voor recht gevorderd dat NTR aansprakelijk is voor de schade die [geïntimeerde] heeft geleden als gevolg van de uitzending. Bij vonnis van 3 oktober 2012 (514241 / HA ZA 12-421) heeft de rechtbank Amsterdam [geïntimeerde] niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering, omdat hij minderjarig en derhalve procesonbekwaam was ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding.

4 De vordering in eerste aanleg en de beslissing daarop

4.1

[geïntimeerde] heeft in eerste aanleg een verklaring voor recht gevorderd dat NTR aansprakelijk is voor de schade die hij lijdt en heeft geleden als gevolg van de onrechtmatige uitzending van Dossier Loverboy van [datum], de onrechtmatige publicatie aangaande [geïntimeerde] op de website van NTR en de schade die het gevolg is van de weigering tot rectificatie van dit een en ander, welke materiële en immateriële schade dient te worden opgemaakt bij staat en te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf [datum] en met veroordeling van NTR in de proceskosten.

4.2

NTR heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

4.3

In het vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank voor recht verklaard dat NTR onrechtmatig jegens [geïntimeerde] heeft gehandeld. De rechtbank heeft NTR veroordeeld tot vergoeding van de door [geïntimeerde] als gevolg van het onrechtmatig handelen van NTR geleden schade nader op te maken bij staat. Voorts heeft de rechtbank NTR veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.

5 De motivering van de beslissing in hoger beroep
Inleiding

5.1

NTR heeft in hoger beroep zes grieven opgeworpen. De grieven beogen het geschil in volle omvang aan het hof voor te leggen. Het hof ziet daarin aanleiding de grieven gezamenlijk te bespreken.

5.2

Het hof stelt voorop dat de rechtbank onder rechtsoverweging 4.2 tot en met 4.5 terecht en in hoger beroep onbestreden - het volgende voorop heeft gesteld:


"Het gaat in deze zaak om een botsing tussen twee fundamentele rechten, te weten het recht op vrijheid van meningsuiting (artikel 10 EVRM) en het recht op eer en goede naam en op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (artikel 8 EVRM). Bij de beantwoording van de vraag of de uitzending van NTR al dan niet onrechtmatig is geweest jegens [geïntimeerde], dienen de wederzijdse belangen te worden afgewogen. Bij deze afweging komt niet in beginsel voorrang toe aan één van de beide rechten, zodat de toetsing in een keer dient plaats te vinden waarbij het oordeel dat één van beide rechten, gelet op alle ter zake dienende omstandigheden, zwaarder weegt dan het andere recht meebrengt dat daarmee de inbreuk op het andere recht voldoet aan de desbetreffende noodzakelijkheidstoets van artikel 8 lid 2, respectievelijk artikel 10 lid 2 EVRM.
4.3 Bij deze beoordeling gaat het enerzijds om de aard van de verdenkingen en de ernst van de te verwachten gevolgen voor de betrokkene en anderzijds om de ernst van de misstand die de uitzending aan de kaak beoogt te stellen, de mate waarin ten tijde van de uitzending de verdenkingen steun vonden in het toen beschikbare feitenmateriaal, de inkleding van de verdenkingen gezien in verhouding tot de voorgaande factoren en de mate van zorgvuldigheid van het aan de uitzending ten grondslag gelegde onderzoek.
4.4 Het belang van [geïntimeerde] is er in gelegen dat hij in bescherming dient te worden genomen tegen blootstelling aan lichtvaardige verdachtmakingen.
4.5 Het belang van NTR is dat zij zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend moet kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken, in dit geval gedwongen prostitutie van (veelal minderjarige) meisjes, en dat zij nieuwsfeiten naar buiten moet kunnen brengen."

5.3

Het hof zal, met inachtneming van de onder 5.2 genoemde maatstaf, beoordelen of NTR onrechtmatig jegens [geïntimeerde] heeft gehandeld en op grond daarvan aansprakelijk is voor door [geïntimeerde] geleden en nog te lijden schade.
Aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad (grief 1 t/m 4)

5.4

In het kader van de hiervoor genoemde belangenafweging acht het hof vooreerst van belang of de door NTR aan [geïntimeerde] toegedichte rol van loverboy van [X] voldoende steun vindt in het beschikbare feitenmateriaal.
NTR heeft zich in dit kader op het standpunt gesteld dat zij jarenlang zeer uitvoerig en gedegen onderzoek heeft verricht naar de misstand die in de uitzending wordt belicht en de feiten die hieraan ten grondslag liggen, onder andere door het raadplegen van meerdere bronnen, en dat de uitzending volledig wordt gedragen door dit feitenonderzoek.

5.5

Het hof heeft NTR tijdens het pleidooi de vraag voorgelegd op grond van welke feiten en omstandigheden NTR heeft kunnen concluderen dat [geïntimeerde] inderdaad de loverboy van [X] is geweest.
NTR heeft daarop verwezen naar de volgende feiten en omstandigheden, op grond waarvan volgens haar vast is komen te staan dat de rol die [geïntimeerde] in de uitzending wordt toegedicht, ook de rol is die hij in werkelijkheid heeft vervuld.
i) NTR heeft allereerst verwezen naar de verklaring van de moeder van [X] d.d. 15 augustus 2014 (productie 6 bij memorie van grieven). In deze verklaring zijn onder meer de volgende passages opgenomen:
"Door de contacten die ik met [Y] heb gehad betreffende dit programma, ben ik in de overtuiging dat [Y] altijd zeer zorgvuldig te werk is gegaan en heeft hij veel materiaal verzameld voor de uitzending over mijn dochter. Sterker nog ik heb daar vertrouwen in gekregen omdat het verzamelde materiaal overeenkomt met het materiaal wat ik zelf heb weten te bemachtigen buiten mijn dochter om, om destijds enig inzicht te krijgen van wat er speelde. Wat mijn dochter vertelde is informatie die ik heb kunnen achterhalen uit o.a. tientallen chats en opgenomen telefoongesprekken tussen mijn dochter en [geïntimeerde]. Hieruit blijkt heel duidelijk de tactiek die er gebruikt is door [geïntimeerde] om er uiteindelijk voor te zorgen dat mijn dochter in een isolement terecht is gekomen.
(…)
Dat [geïntimeerde] veelvuldig contact heeft gehad en gemaakt met mijn dochter is voor mij een vaststaand feit.
(…)
Door alle informatie waarover ik beschik staat voor mij vast dat [geïntimeerde] alles behalve een onschuldige jongen is en dat hij verantwoordelijk is voor wat hem in de schoenen wordt geschoven."

ii) Voorts heeft NTR verwezen naar de verklaring van programmamaker [Y] d.d. 12 augustus 2014 (productie 8 bij memorie van grieven). Hierin verklaart [Y] voor zover relevant:

“Voor iedere aflevering doen we uitgebreid onderzoek en zorgen we ervoor dat de uitzending gedragen kan worden door al het materiaal dat we onderzoeken en maken. Ik ben als volgt te werk gegaan.
(...)
[X] zat in 2010 en 2011 in het opvanghuis van [Z] en ik kon toen – om [X] niet in gevaar te brengen – de loverboy in kwestie waar zij over sprak niet benaderen.
(...)
[Z], [X] en haar moeder heb ik veelvuldig gesproken en dat maakt dat ik ben overtuigd geraakt van de juistheid van haar ervaringen m.b.t. de loverboy. Ik heb daar nooit enige twijfel over gehad ook door het vele verdere onderzoek en de situaties waar ik bij ben geweest, jarenlang. Dit komt ook door o.a.:
- door een heel lang en serieus gesprek dat ik met [X] had in de auto, waarvan zij aanvankelijk niet wist dat het opgenomen werd,
- verschillende andere gesprekken en ontmoetingen met [X] en haar familie,
- de ontmoetingsplekken tussen meisjes en loverboys die [X] me heeft laten zien,
- de aangifte die de moeder van [X] heeft gedaan tegen [geïntimeerde] ([X] was pas 13 jaar oud toen alles gebeurde!),
- de telefoongesprekken die ik heb gehoord tussen [geïntimeerde] en [X],
- alle msn-berichten (chats) en mailtjes die ik heb gezien tussen [geïntimeerde] en [X],
- de hyvespagina van [geïntimeerde], de manier waarop hij zich profileerde en bekend maakte. (...)
- zijn vriend [Q] die [X] herkende op beelden die ik ’s nachts gedraaid had in de haven van [woonplaats]. [Q] is de eerste man geweest die tijdens een groepsverkrachting [X] verkrachtte en dit heeft allemaal heel veel impact gehad,
- het 11 jarige zusje van [X] die ook slachtoffer werd van [geïntimeerde], ik heb de paniek van dichtbij meegemaakt,
- er zijn gesprekken geweest tussen [Z] en familie van [geïntimeerde],
- verder heb ik heel veel ander materiaal geschoten.
Verder zijn er ook veel gesprekken geweest met betrokkenen, en is er nog een aflevering geweest bij Paul de Leeuw waar aandacht is besteed aan het onderwerp loverboys. Naar aanleiding daarvan hebben zich nog een paar meisjes gemeld die zeggen dat ze ook de dupe zijn geworden van [geïntimeerde].”

iii) NTR verwijst voorts naar de verklaring van [Z], oprichtster van de stichting "Stop Loverboys Nu" d.d. 15 augustus 2014 (productie 10 bij memorie van grieven). [Z] verklaart onder meer:

“Toen zij [[X], toev. hof] verbleef bij ons in de opvang werd het al snel duidelijk dat zij in handen was gevallen van een groep Loverboys waaronder [geïntimeerde] haar eerste vriendje was die haar vervolgens tot prostitutie aanzetten. Misleiding en misbruik was hier een grote factor omdat zij in haar onschuld alles deed wat hij van haar verlangde ook omdat ze verliefd op hem was. Ook gebruikte zij alcoholische en verdovende middelen om de dingen te doen die [geïntimeerde] van haar verlangde waaronder seks met klanten.”
iv) Ook heeft NTR verwezen naar de uitdraaien van chatgesprekken die [X] en [geïntimeerde] gevoerd hebben (productie 7 bij memorie van grieven),

v) alsmede naar de door [Y] opgestelde transcripties van telefoongesprekken die tussen [X] en [geïntimeerde] hebben plaatsgevonden (productie 9 bij memorie van grieven). NTR heeft hierbij met name gewezen op het gespreksverslag van 21 april 2010, waarin de volgende passages zijn opgenomen:

“Donderdag 21 april 2010, half 1 ’s nachts (ouders zeiden dat [geïntimeerde] altijd voor 12 uur thuis is)
[X] belt [geïntimeerde]
(...)
[X:] lag je al te slapen, of niet?
[G:] ja
(...)
[G:] ga je niet uit huis?
[X:] nee, eigenlijk niet, ik zit alleen in de tuin, zeg maar
[G:] oei, joe, wat voor leven is dat, man
[X:] dat bedoel ik
[G:] komt door het werk toch, denk je niet?
[X:] en bedankt
[G:] ja, door het werk zeg maar, ging je toch van huis weg, zeg maar, daardoor komt het toch?
[X:] ja, weet je hoe het met [R] gaat?”
alsmede op het gespreksverslag d.d. 13 maart 2010, waarin de volgende passages zijn opgenomen:

“[X] belt [geïntimeerde]
(...)
[G:] 1 ding, [S] d’r vader zegt dat [T] zei dat ‘ik ben loverboy ofzo’
[X:] ik heb er niks over gezegd hoor
[G:] nee, [T] zei dat tegen mij
[X:] wie zei dat?
[G:] [T], [T], die [U] voor de vrienden, die [U] zou haar aan een loverboy gekoppeld hebben
[X:] ik ken die [T] niet eens, ik heb haar een paar keer gezien, maar ik ken haar niet.
[G:] nee, maar die dingen zegt ze gewoon, [V] d’r vrienden, [V] zeg maar, had het tegen haar verteld
[X:] ok
(...)”
vi) Tot slot wijst NTR op de uitzending zelf, waarbij NTR aangeeft dat er relaties bestaan tussen de in de uitzending gefilmde jongens en [geïntimeerde].

5.6

Anders dan NTR stelt, biedt het hiervoor weergegeven feitenmateriaal naar het oordeel van het hof onvoldoende steun voor de in de uitzending gesuggereerde betrokkenheid van [geïntimeerde] bij loverboypraktijken waarvan [X] slachtoffer is geworden. Weliswaar kan uit de overgelegde stukken worden afgeleid dat NTR (uitgebreid) onderzoek heeft verricht naar [X] en de hulpverlening die vanuit de stichting "Stop Loverboys Nu" aan haar wordt geboden, maar in het kader van de onder rechtsoverweging 5.2 weergegeven belangenafweging, is van belang of het beschikbare feitenmateriaal (ook) voldoende steun biedt voor in de uitzending aan [geïntimeerde] toegedichte rol van de loverboy van [X]. Dit is naar het oordeel van het hof niet het geval. Zowel de verklaringen van de moeder van [X] als de verklaringen van [Y] en [Z] zijn enkel gebaseerd op hetgeen zij van [X] vernomen hebben, en bieden derhalve geen zelfstandige grondslag voor de stelling dat [geïntimeerde] de loverboy van [X] is geweest. Ook de uitdraaien van de chatgesprekken tussen [X] en [geïntimeerde], alsmede de door [Y] opgestelde transcripties van de telefoongesprekken die hebben plaatsgevonden, bieden naar het oordeel van het hof onvoldoende aanknopingspunten voor aannemelijkheid van de stelling dat [geïntimeerde] de loverboy van [X] is geweest. NTR stelt weliswaar dat uit de telefoontranscripties - en dan met name waar wordt gesproken over "het werk" - onomstotelijk volgt dat [X] met [geïntimeerde] spreekt over de prostitutiewerkzaamheden waartoe zij is gedwongen, maar naar het oordeel van het hof geeft NTR hiermee een invulling aan het gesprek die als zodanig niet uit de overgelegde transcripties kan worden afgeleid. Voorts heeft NTR nagelaten stukken in het geding te brengen die haar stelling onderbouwen dat na de uitzending van Paul de Leeuw waarin [X] te gast was, zich een vijftal meisjes hebben gemeld die verklaard hebben eveneens slachtoffer te zijn geworden van [geïntimeerde]. Ten aanzien van de aangifte die de moeder van [X] volgens NTR tegen [geïntimeerde] heeft gedaan, heeft NTR evenmin stukken in het geding gebracht, terwijl NTR ter zitting in hoger beroep heeft verklaard dat [geïntimeerde] tot op heden niet is vervolgd. Het hof merkt tot slot nog op dat NTR weliswaar herhaaldelijk heeft aangegeven dat zij jarenlang onderzoek heeft verricht naar de rol van [geïntimeerde], maar tussen partijen is niet in geschil dat [geïntimeerde] [X] eerst heeft leren kennen in oktober 2010, terwijl de uitzending dateert van [datum].

5.7

Het hof concludeert op grond van het vorenoverwogene dat de in de uitzending door NTR gesuggereerde rol van [geïntimeerde] als loverboy van [X], onvoldoende steun vindt in het door NTR in het geding gebrachte feitenmateriaal.

5.8

NTR heeft ter zitting nog aangeboden door middel van getuigenbewijs aan te tonen dat een van de in de uitzending gefilmde jongens de 'hoofdman' van de groep loverboys is waarvan [X] slachtoffer is geworden en van welke groep ook [geïntimeerde], naar NTR stelt en [geïntimeerde] betwist, deel uitmaakte. Deze stelling, indien bewezen, levert naar het oordeel van het hof echter geen bewijs op van de stelling dat [geïntimeerde] de loverboy van [X] is geweest, zodat het bewijsaanbod als niet ter zake dienend moet worden gepasseerd.

5.9

Het hof acht in het kader van de (onder rechtsoverweging 5.2 weergegeven) te maken belangenafweging voorts van belang in hoeverre er in de uitzending sprake is van herkenbaarheid van [geïntimeerde].
NTR heeft zich in dit kader op het standpunt gesteld dat, nu de 'geblurde' foto van [geïntimeerde] slechts enkele seconden in beeld is geweest en de naam van [geïntimeerde] is weggepiept terwijl in de ondertiteling slechts de letter "[G]" werd weergegeven, [geïntimeerde] naar aanleiding van de uitzending op geen enkele manier herkend heeft kunnen worden.

5.10

Het hof onderschrijft deze stelling van NTR niet en overweegt daartoe als volgt. Het hof heeft de gewraakte uitzending bekeken en kunnen vaststellen dat de foto van [geïntimeerde] meer dan enkele seconden in beeld was. Het 'blurren' van de foto heeft het gezicht van [geïntimeerde] naar het oordeel van het hof niet volledig onherkenbaar gemaakt. Het hof kan zich goed voorstellen dat bekenden van [geïntimeerde] hem moeiteloos konden identificeren. Gelijk de rechtbank in rechtsoverweging 4.8 van haar eindvonnis heeft overwogen is het hof daarbij van oordeel dat NTR had moeten weten dat juist een profielfoto van een sociaal mediaplatform als 'Hyves' sneller tot herkenbaarheid zal leiden dan bij een andere foto het geval zou zijn geweest, met name bij het (jeugdige) publiek dat intensief van dit soort mediaplatforms gebruik maakt. De kans dat de foto van [geïntimeerde] ook in 'geblurde' vorm herkend zal worden is, gelet op dit specifieke gebruik dan ook bijzonder groot, zodat het 'blurren' van de foto in het onderhavige geval onvoldoende is om de aantasting van de persoonlijke levenssfeer van [geïntimeerde] in voldoende mate te beperken.

5.11

Het hof merkt nog op dat - anders dan NTR stelt - de vraag of [geïntimeerde] naar aanleiding van de uitzending ook daadwerkelijk herkend ís, in het kader van de beoordeling van de aansprakelijkheid van NTR niet relevant is, nu deze vraag betrekking heeft op de bepaling van hoogte van de eventueel door [geïntimeerde] geleden en te lijden schade, zodat deze vraag eerst in het kader van de schadestaatprocedure aan de orde zal kunnen komen.

5.12

Ten aanzien van de vraag of het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer in dit kader zwaarder dient te wegen dan het recht op vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid daaronder begrepen, acht het hof tot slot het volgende van belang.
In de betreffende uitzending heeft NTR een ernstig strafbaar feit, gedwongen prostitutie van jonge meisjes, aan de kaak gesteld. NTR heeft dit onderwerp onder de aandacht gebracht door diverse slachtoffers te volgen, waarbij in de betreffende uitzending [X] centraal staat. NTR heeft herhaaldelijk aangegeven dat het programma draait om de slachtoffers van gedwongen prostitutie waarbij [Z] wordt gevolgd in haar pogingen om de meisjes die zich bij haar hebben gemeld los te weken van het circuit waarin zij zijn beland. Het programma heeft uitdrukkelijk niet als doel om daders aan te wijzen, aldus NTR.

5.13

Het hof is van oordeel dat NTR in beginsel de vrijheid heeft een misstand onder de aandacht van het publiek te brengen op een wijze die haar goeddunkt. Nu de betreffende uitzending volgens de stellingen van NTR tot doel heeft de werkwijze rondom de hulpverlening aan slachtoffers van loverboys en de in dit kader opgerichte stichting "Stop Loverboys Nu", te belichten, is het hof van oordeel dat het in deze context tonen van de foto van [geïntimeerde] niet (strikt) noodzakelijk was voor het aan de orde stellen van de misstand. Het hof heeft bij dat oordeel in aanmerking genomen dat [geïntimeerde] in de uitzending (al dan niet indirect) wordt beschuldigd van een zeer ernstig strafbaar feit, waardoor bij het tonen van zijn foto terughoudendheid op zijn plaats is, terwijl voorts van belang is dat [geïntimeerde] ten tijde van de uitzending minderjarig was. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat, gelet op de kwetsbare positie van een minderjarige, deze niet mag worden blootgesteld aan meer publiciteit dan voor het aan de orde stellen van de kwestie strikt noodzakelijk is. De (enkele) stelling van NTR dat het tonen van de foto van [geïntimeerde] van belang was teneinde aan te kunnen tonen dat ook doorsnee jonge mannen in staat zijn zich in te laten met het 'exploiteren' van jonge meisjes, acht het hof in dit verband dan ook onvoldoende om de noodzakelijkheidstoets van artikel 8 lid 2 EVRM te kunnen doorstaan.

5.14

Alle omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, is het hof gelet op het vorenoverwogene van oordeel dat het recht van [geïntimeerde] op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer zwaarder dient te wegen dan het recht van NTR op vrijheid van meningsuiting. Daarmee is het onrechtmatig handelen van NTR jegens [geïntimeerde] gegeven.

5.15

NTR heeft nog betoogd dat het vertonen van de uitzending op internet geen onrechtmatig handelen van haar jegens [geïntimeerde] oplevert. NTR heeft aan dit standpunt echter uitsluitend dezelfde argumenten ten grondslag gelegd als de argumenten die in de voorgaande rechtsoverwegingen zijn besproken. Nu die stellingen falen, faalt daarmee ook het betoog dat het vertonen van de uitzending op internet niet onrechtmatig is.

5.16

De grieven 1 t/m 4 falen.
De verwijzing naar de schadestaatprocedure (grief 5)

5.17

NTR heeft zich op het standpunt gesteld dat [geïntimeerde] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij schade heeft geleden naar aanleiding van de uitzending, zodat zijn vordering tot schadevergoeding nader op te maken bij staat ten onrechte door de rechtbank is toegewezen.

5.18

Het hof stelt voorop dat volgens vaste rechtspraak aan de beslissing tot verwijzing naar de schadestaatprocedure geen strenge eisen worden gesteld. Voldoende voor de verwijzing naar de schadestaatprocedure is dat eiser de mogelijkheid dat schade is of zal worden geleden aannemelijk maakt (zie HR 30 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX6246). Enerzijds is niet vereist dat vaststaat dat de schade is geleden; de aannemelijkheid van de mogelijkheid daarvan is voldoende. Anderzijds is niet iedere hypothetische mogelijkheid van of zeer kleine kans op schade voldoende (zie A-G Spier in zijn conclusie voor HR 8 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR7435).

5.19

[geïntimeerde] heeft verklaard dat hij naar aanleiding van de uitzending is nageroepen, uitgescholden en bedreigd, waardoor hij nog steeds niet zonder vrees over straat durft te gaan. Ook stelt hij dat hij ten gevolge van de reacties op de uitzending een andere school heeft moeten zoeken en op een ander niveau zijn opleiding heeft moeten afronden. Tevens verklaart [geïntimeerde] hulp te hebben gezocht bij een psycholoog.

5.20

Bij gebreke van een voldoende gemotiveerde betwisting op dit punt acht het hof de mogelijkheid dat de uitzending schade voor [geïntimeerde] heeft meegebracht, aannemelijk, zodat de door [geïntimeerde] gevorderde schadevergoeding nader op te maken bij staat, terecht door de rechtbank is toegewezen.

5.21

Het hof gaat tot slot voorbij aan zowel het betoog van NTR dat geen verband bestaat tussen de uitzending en de vermeende schade van [geïntimeerde], als het betoog dat, voor zover [geïntimeerde] al enige schade heeft geleden, dit aan hemzelf te wijten is, nu het causale verband tussen de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust en de schade, alsmede ook eigen schuld (artikel 6:98 en 6:101 BW), deel uitmaakt van de vaststelling in de schadestaatprocedure van de omvang van de te vergoeden schade (HR 25 maart 1983, NJ 1984, 629 en HR 21 december 1984, NJ 1985, 904).

5.22

Grief 5 faalt.

De proceskosten (grief 6)

5.23

De zesde grief van NTR richt zich tegen het oordeel van de rechtbank aangaande de proceskosten. Zij voegt inhoudelijk geen argumenten toe aan de eerste vijf grieven en dient daarom het lot daarvan te delen.

5.24

Grief 6 faalt.
De slotsom

5.25

Het vonnis waarvan beroep dient te worden bekrachtigd met veroordeling van NTR als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding (3 punten, tarief II).

De beslissing

Het gerechtshof:

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, van 18 december 2013;

veroordeelt NTR in de proceskosten in hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerde] vastgesteld op € 2.682,- voor geliquideerd salaris voor de advocaat en € 308,- wegens verschotten;

verklaart dit arrest voor zover het betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit arrest is gewezen door mr. R.E. Weening, mr. G. van Rijssen en mr. A.J. Verheij en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 30 juni 2015.