Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:4497

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
09-06-2015
Datum publicatie
19-06-2015
Zaaknummer
21-006434-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Aanrijding met zwaar lichamelijk letsel als gevolg van onvoldoende aandacht bij de weg hebben en het vasthouden van een mobiele telefoon, art. 6 WVW 1994.

De bestuurster van een auto had kort voor de aanrijding met een fietser whatsapp-berichten verzonden. Zij verklaarde dat ze waarschijnlijk in gedachten nog met de telefoon bezig was en dat zij daardoor deels niet met haar gedachten bij de weg was. Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend en onachtzaam heeft gereden en het hof komt mede daardoor tot een zwaardere straf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-006434-14

Uitspraak d.d.: 9 juni 2015

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 28 oktober 2014 met parketnummer 05-821664-13 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1983],

wonende te [woonplaats].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 26 mei 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal inhoudende dat het gerechtshof verdachte zal veroordelen tot 150 uren werkstraf te vervangen door 75 dagen hechtenis en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van negen maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Op de vordering is, in afwijking van de mondelinge vordering, vermeld dat de 150 uren werkstraf dienen te worden vervangen door 30 dagen hechtenis.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en haar raadsvrouw,

mr. J.M. Poortinga, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere beslissing komt ten aanzien van het bewijs en ten aanzien van de straf. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

primair:
zij op of omstreeks 9 juli 2013 te Ermelo, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, Citroën Xsara, [kenteken]), daarmede rijdende over de weg, de Horloseweg, ter hoogte van de kruising met de Horster-Zoomweg, roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam, heeft gereden,

hierin bestaande dat verdachte,

terwijl het zicht ter plaatse en/of het uitzicht van verdachte niet werd belemmerd, beperkt en/of werd gehinderd, en/of

tijdens het besturen van voornoemd motorrijtuig niet voortdurend haar aandacht bij de weg en/of het verkeer heeft gehouden, en/of

(daarbij) niet, althans in onvoldoende mate op het voor haar gelegen weggedeelte van die weg(en) en/of het overige verkeer heeft gelet en/of is blijven letten, en/of

(daarbij) in strijd met artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een mobiele telefoon heeft vastgehouden, althans (daarbij) met een mobiele telefoon een verbinding met een andere telefoon tot stand heeft gebracht, althans heeft geprobeerd te brengen, althans (daarbij) (een) handeling(en) met of aan een mobiele telefoon heeft verricht, en/of

(daarbij) in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 haar snelheid niet zodanig heeft geregeld dat zij, verdachte, in staat was voormeld motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover zij, die weg, de Horloseweg, kon overzien en waarover deze vrij was en/of

vlak na, danwel op genoemd kruisingsvlak, een over die Horloseweg in dezelfde richting als zij, verdachte, van rechts komende bestuurster en/of bestuurder van een fiets niet (tijdig) heeft waargenomen, ten gevolge waarvan zij met het door haar, verdachte, bestuurde motorrijtuig in botsing of aanrijding is gekomen met die (bestuurster en/of bestuurder van die) fiets en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander, te weten [slachtoffer], zwaar lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht.

subsidiair:
zij op of omstreeks 9 juli 2013 te Ermelo als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, Citroën Xsara, [kenteken]), daarmede rijdende over de weg, de Horloseweg, ter hoogte van de kruising met de Horster-Zoomweg, terwijl het zicht ter plaatse en/of het uitzicht van verdachte niet werd belemmerd, beperkt en/of werd gehinderd, en/of tijdens het besturen van voornoemd motorrijtuig niet voortdurend haar aandacht bij de weg en/of het verkeer heeft gehouden, en/of (daarbij) niet, althans in onvoldoende mate op het voor haar gelegen weggedeelte van die weg(en) en/of het overige verkeer heeft gelet en/of is blijven letten, en/of (daarbij) in strijd met artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een mobiele telefoon heeft vastgehouden,

althans (daarbij) met een mobiele telefoon een verbinding met een andere telefoon tot stand heeft gebracht, althans heeft geprobeerd te brengen, althans (daarbij) (een) handeling(en) met of aan een mobiele telefoon heeft verricht, en/of (daarbij) in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 haar snelheid niet zodanig heeft geregeld dat zij, verdachte, in staat was voormeld motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover zij, die weg, de Horloseweg, kon overzien en waarover deze vrij was en/of vlak na, danwel op genoemd kruisingsvlak, een over die Horloseweg in dezelfde richting als zij, verdachte, van rechts komende bestuurster en/of bestuurder van een fiets niet (tijdig) heeft waargenomen, ten gevolge waarvan zij met het door haar, verdachte, bestuurde motorrijtuig in botsing of aanrijding is gekomen met die (bestuurster en/of bestuurder van die) fiets. Door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof is van oordeel dat het door de verdediging gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt daarbij in het bijzonder het volgende.

Verdachte heeft verklaard dat zij op 9 juli 2013 op de Horloseweg reed met haar Citroën

Xsara. Zij reed op het midden van de weg. Zij was tegen 16:30 uur vertrokken bij haar vriend die woonachtig is in Groot Horloo. Onder het rijden heeft ze nog even haar telefoon gebruikt en een aantal whatsapp-berichten verzonden. Het laatste door haar verzonden berichtje is van 16:36 uur. Toen zij op de Horloseweg reed hoorde zij uit het niets een klap. Zij zag dat rechts van haar een man op een fiets langs de auto ging. Zij is daarop direct gestopt en uit de auto gestapt. Een vrouw die zij vermoedelijk ook had aangereden riep dat zij 112 moest bellen, waarop zij direct 112 heeft gebeld.

Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft verdachte verklaard dat zij de fietsers niet heeft gezien. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft verdachte verklaard dat zij de fietsers, vlak voordat zij bij het kruispunt was, heeft gezien. Tevens heeft ze verklaard dat ze waarschijnlijk in gedachten nog met de telefoon bezig was en dat zij daardoor deels niet met haar gedachten bij de weg was. Ze is vervolgens tegen de fietskar gereden die zich achter de fiets van de mannelijke fietser bevond.

De politie heeft samen met verdachte haar mobiele telefoon bekeken. Hieruit bleek dat het laatste door verdachte verzonden whatsapp-bericht was verzonden op 9 juli 2013 om 16:36 uur. Uit de telefoongegevens bleek verder dat verdachte op 9 juli 2013 om 16:37 uur met 112 had gebeld.

[slachtoffer] heeft verklaard dat hij die dag samen met zijn vrouw op de Horloseweg te

Ermelo fietste. Hij fietste aan de buitenkant en zijn vrouw aan de binnenkant. Hij had zijn

drie kinderen bij zich, waarvan twee op de fiets en één in de fietskar. Kort na het rechtsaf slaan van de Horster-Zoomweg naar de Horloseweg was er een knal. Het eerste wat hij zich vervolgens kon herinneren, was dat hij op de grond lag en dat hij zijn vrouw hoorde roepen om 112. Hij is door de

ambulance naar het ziekenhuis gebracht, waar werd geconstateerd dat de uitstulpingen van de nekwervels C6 en C7 waren afgebroken. De herstelperiode zou minimaal zes weken bedragen.

Aanvullend heeft hij op 27 september 2013 verklaard dat hij nog op therapeutische basis

werkzaam was. Zijn normale werkzaamheden als sportinstructeur kon hij tot op die dag nog steeds niet hervatten. Er is bij hem als een gevolg van het ongeval een post traumatisch stresssyndroom (PTSS) geconstateerd, waarvoor hij in behandeling is bij een psycholoog.

Ter terechtzitting in hoger beroep is duidelijk geworden dat [slachtoffer] nog redelijk lang medicatie moet slikken voor de pijn en de PTSS en dat een week voorafgaande aan de zitting in hoger beroep duidelijk is geworden dat zijn oorspronkelijke werk of soortgelijk werk niet meer mogelijk is.

De echtgenote van [slachtoffer] heeft over de aanrijding verklaard dat zij naast haar man aan de binnenkant van de weg fietste en dat ze aan het einde van de Horster-Zoomweg rechtsaf zijn geslagen, de Horloseweg in. Na ongeveer 50 meter hoorde zij een knal en hoorde zij haar man roepen. Zij heeft de bestuurster van de auto geïnstrueerd 112 te bellen.

Uit de opgestelde VerkeersOngevalAnalyse (VOA) is naar voren gekomen dat er op 9 juli 2013 een verkeersongeval heeft plaatsgevonden op de Horloseweg te Ermelo, waarbij een

personenauto Citroën Xsara met het [kenteken] en twee fietsers waren betrokken. Het verkeersongeval vond gezien de rijrichting van de bestuurster van de Citroën plaats net voorbij het kruispunt van de Horloseweg en de Horster-Zoomweg. Het was droog en zonnig weer en van een belemmerd uitzicht was volgens de afgelegde verklaringen geen sprake. Op het moment van de aanrijding was achter de fiets een fietskar gekoppeld. Tijdens de aanrijding heeft de rechtervoorzijde van de Citroën de linkerachterzijde van de fietskar geraakt. Daardoor werd de fiets van achteren opgedrukt en raakte het achterwiel van de fiets ingeklemd. Uit de positie van de sporen op het wegdek bleek dat de naast elkaar rijdende fietsers op het moment van de aanrijding aan de rechterzijde van de weg reden.

Het hof komt op grond van het vorenstaande tot een bewezenverklaring van het primair

tenlastegelegde.

Uit de bewijsmiddelen leidt het hof af dat verdachte als bestuurster van haar auto tijdens het rijden haar mobiele telefoon heeft gebruikt en dat zij (mede) als gevolg daarvan op het moment waarop het ertoe deed niet zo goed heeft opgelet dat zij de voor haar fietsende fietsers – die duidelijk te zien moeten zijn geweest – tijdig heeft gezien en haar rijgedrag heeft aangepast door niet tegen met de fiets van [slachtoffer] verbonden fietskar aan te rijden. Het hof kwalificeert dit gedrag, anders en zwaarder dan de rechtbank heeft gedaan, als zeer onvoorzichtig en onoplettend en onachtzaam.

Het door het door haar veroorzaakte ongeval aan [slachtoffer] toegebrachte letsel is naar het oordeel van het hof zwaar lichamelijk letsel.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

primair:
zij op of omstreeks 9 juli 2013 te Ermelo, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, Citroën Xsara, [kenteken]), daarmede rijdende over de weg, de Horloseweg, ter hoogte van de kruising met de Horster-Zoomweg, roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam, heeft gereden,

hierin bestaande dat verdachte,

terwijl het zicht ter plaatse en/of het uitzicht van verdachte niet werd belemmerd, beperkt en/of werd gehinderd, en/of

tijdens het besturen van voornoemd motorrijtuig niet voortdurend haar aandacht bij de weg en/of het verkeer heeft gehouden, en/of

(daarbij) niet, althans in onvoldoende mate op het voor haar gelegen weggedeelte van die weg(en) en/of het overige verkeer heeft gelet en/of is blijven letten, en/of

(daarbij) in strijd met artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een mobiele telefoon heeft vastgehouden, althans (daarbij) met een mobiele telefoon een verbinding met een andere telefoon tot stand heeft gebracht, althans heeft geprobeerd te brengen, althans (daarbij) (een) handeling(en) met of aan een mobiele telefoon heeft verricht, en/of

(daarbij) in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 haar snelheid niet zodanig heeft geregeld dat zij, verdachte, in staat was voormeld motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover zij, die weg, de Horloseweg, kon overzien en waarover deze vrij was en/of

vlak na, danwel op genoemd kruisingsvlak, een over die Horloseweg in dezelfde richting als zij, verdachte, van rechts komende bestuurster en/of bestuurder van een fiets niet (tijdig) heeft waargenomen, ten gevolge waarvan zij met het door haar, verdachte, bestuurde motorrijtuig in botsing of aanrijding is gekomen met een van de (bestuurster en/of bestuurder van die) fietsen en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander, te weten [slachtoffer], zwaar lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het primair bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft op 9 juli 2013 in Ermelo een verkeersongeval veroorzaakt, ten gevolge waarvan een fietser letsel heeft opgelopen dat gekwalificeerd dient te worden als zwaar lichamelijk letsel.

Verdachte heeft tijdens het besturen van haar auto zitten whatsappen. Zij heeft daardoor zeer onvoorzichtig gereden. De gevolgen die dit ongeval voor het slachtoffer en zijn gezin met zich hebben gebracht zijn groot. Uit de ter terechtzitting in hoger beroep door [slachtoffer] en zijn echtgenote voorgelezen slachtofferverklaringen blijkt dat het slachtoffer nog steeds niet hersteld is van zijn verwondingen en dat het de vraag is of dit ooit zal gebeuren. Het slachtoffer zal zijn oude beroep van sportinstructeur nooit meer kunnen uitoefenen. Dit heeft zowel emotioneel als financieel een enorme impact op het gezin.

Het hof zal bij het bepalen van de strafmaat de oriëntatiepunten van het LOVS volgen en rekening houden met het zware lichamelijke letsel dat het slachtoffer is toegebracht.

Het hof zal een werkstraf opleggen van 120 uren

Gelet op het zeer onvoorzichtige gedrag van verdachte in het verkeer, acht het hof daarnaast een deels onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid passend en geboden. Anders dan door de advocaat-generaal is ge-ëist, zal het hof een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen opleggen voor de duur van negen maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Verdachte zal dus zes maanden niet mogen rijden.

Verdachte heeft aangevoerd dat zij haar rijbewijs nodig heeft om eens in de twee weken haar dochter naar diens vader te kunnen brengen, maar het hof ziet hierin geen aanleiding de duur van de onvoorwaardelijke rijontzegging te matigen. Verdachte zal het wegbrengen van haar dochter op een andere manier moeten regelen.

Het hof legt een zwaardere straf op dan de rechtbank heeft gedaan, maar het is dan ook van oordeel dat verdachte niet aanmerkelijk, maar zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden, terwijl het hof het letsel van het slachtoffer heeft gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.

Ontzegt de verdachte ter zake van het primair bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 9 (negen) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de bijkomende straf van ontzegging, groot 3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door

mr. M. Barels, voorzitter,

mr. J.A.W. Lensing en mr. R.H. Koning, raadsheren,

in tegenwoordigheid van T.M.M. van Lieshout-Witjes, griffier,

en op 9 juni 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. M. Barels is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 9 juni 2015.

Tegenwoordig:

mr. J.A.W. Lensing, voorzitter,

mr. H. Wijbrandts, advocaat-generaal,

J.R.M. Roetgerink, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De veroordeelde is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.