Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:4275

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
11-06-2015
Datum publicatie
08-01-2016
Zaaknummer
WAHV 200.155.904
Rechtsgebieden
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Volmachtverlening. De akte houdt niet een bijzondere volmacht in om in deze procedure beroep in te stellen. De kantonrechter kon het beroep van de pretense gemachtigde pas niet-ontvankelijk verklaren wegens het ontbreken van een deugdelijke machtiging na deze gemachtigde in gelegenheid te hebben gesteld het verzuim te herstellen (6:6 Awb). Dat is niet gebeurd. Vernietiging beslissing van de kantonrechter.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.155.904

11 juni 2015

CJIB 173673041

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

locatie Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant

van 11 juni 2014

betreffende

[bedrijf] (hierna te noemen: betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats],

voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde],

kantoorhoudende te [plaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Bij de bestreden beslissing heeft de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat de zich in het dossier bevindende door [gemachtigde] overgelegde akte van volmacht d.d. 17 mei 2013, gezien de algemene bewoordingen ervan, niet een bijzondere volmacht inhoudt van [gemachtigde] om namens de betrokkene beroep in te stellen tegen de inleidende beschikking.

2. De gemachtigde van de betrokkene heeft gesteld dat het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. Daartoe heeft hij - zakelijk weergegeven - aangevoerd dat de overgelegde machtiging voldoet aan de eisen die daaraan gesteld mogen worden en dat de kantonrechter ten onrechte de eis heeft gesteld dat dat de machtiging specifiek dient te zien op de onderhavige beschikking.

3. In het dossier bevindt zich een akte van volmacht, waarin [naam] als (middellijk) bestuurder van de betrokkene [gemachtigde] machtigt om onder meer rechtsmiddelen aan te wenden. Uit deze akte blijkt dat bedoelde machtiging is verleend, in aanmerking genomen dat aan de betrokkene een beschikking is opgelegd naar aanleiding van een vermeende verkeersovertreding met een aan de betrokkene toebehorend voertuig waarmee de betrokkene zich niet kan verenigen. Gelet op de inhoud daarvan moet worden aangenomen dat de geldigheid van de machtiging niet beperkt is tot de dag waarop deze is gedateerd. Echter, in de akte van volmacht is niet de aan deze procedure ten grondslag liggende beschikking genoemd. De akte van volmacht dateert van 17 mei 2013, de beschikking waarbij de sanctie is opgelegd dateert van daarna.

4. Het document houdt, gelet op het voorgaande, niet een bijzondere volmacht in om in deze procedure beroep in te stellen. Gelet hierop kon de kantonrechter tot het oordeel komen dat de in het dossier aanwezige akte van volmacht niet toereikend was om vast te stellen dat de betrokkene in het concrete geval gewild heeft dat [gemachtigde] in rechte voor haar optreedt.

5. In zodanig geval is de kantonrechter naar analogie van artikel 8:24, tweede lid, Awb, bevoegd van een gemachtigde te verlangen dat deze een schriftelijk bewijs van machtiging overlegt ten einde vast te stellen dat degene die zich als gemachtigde van een betrokkene aandient daartoe werkelijk bevoegd is.

Niet-ontvankelijkverklaring kan echter eerst volgen indien de gemachtigde schriftelijk in de gelegenheid is gesteld het verzuim te herstellen, het verzuim niet binnen de in de brief genoemde termijn is hersteld en in de brief is meegedeeld dat niet-ontvankelijkverklaring kan volgen als het verzuim niet binnen die termijn is hersteld.

6. Uit het dossier blijkt niet dat de kantonrechter de gemachtigde, overeenkomstig het hiervoor overwogene, schriftelijk in de gelegenheid heeft gesteld het door de kantonrechter vastgestelde verzuim te herstellen.

Dat brengt mee dat de kantonrechter het beroep ten onrechte wegens het ontbreken van een deugdelijke machtiging niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter vernietigen en de zaak terugwijzen naar de kantonrechter in de rechtbank Oost-Brabant.

7. Nu de beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd is er aanleiding tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene ten behoeve van het hoger beroep.

De kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand komen voor vergoeding in aanmerking. De gemachtigde van de betrokkene heeft één proceshandeling verricht, te weten indiening van een beroepschrift. Daaraan dient één punt te worden toegekend.

De waarde per punt bedraag € 487,-. Gelet op de aard van de zaak past het hof wegingsfactor 0,25 (gewicht van de zaak = zeer licht) toe.

Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van

€ 121,75,- (= 1 x € 487,- x 0,25).

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 121,75.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Zomer als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.