Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:3613

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
21-05-2015
Datum publicatie
23-07-2015
Zaaknummer
200.158.521
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzoek tot ondercuratelestelling afgewezen. Bewind.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.158.521

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, 3086172)

beschikking van de familiekamer van 21 mei 2015

inzake

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats],
verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: [verzoeker],

advocaat: mr. C.C.A. Stallen te Eindhoven,

en

Stichting Altrecht,

kantoorhoudende te Nieuwegein,

verweerster in hoger beroep, verder te noemen: Altrecht.

Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:

[belanghebbende 1] ,

werkzaam bij IRS Bewindvoerders te Soest,

verder ook te noemen: de curator,

en

[belanghebbende 2] ,

wonende te [woonplaats],

verder te noemen: de zus van [verzoeker].

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht) van 30 juli 2014, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het beroepschrift, ingekomen op 29 oktober 2014;

  • -

    een e-mailbericht van de curator, ingekomen op 20 april 2015, met als bijlage een brief van de curator;

  • -

    een faxbericht van mr. Stallen, ingekomen op 20 april 2015;

  • -

    een e-mailbericht van mr. Stallen, ingekomen op 20 april 2015, met als bijlage een

e-mailbericht van Altrecht;

- een e-mailbericht van mr. Stallen, ingekomen op 20 april 2015, met als bijlage een brief

van Altrecht van 10 maart 2015.

2.2

De mondelinge behandeling van de zaak was gepland op 21 april 2015, maar heeft geen doorgang gevonden.

3 De vaststaande feiten

3.1

[verzoeker] is geboren op [geboortedatum] 1966 te [plaats] (Somalië).

3.2

Bij verzoekschrift, ingekomen bij de kantonrechter op 2 mei 2014, heeft Altrecht ondercuratelestelling van [verzoeker] verzocht met benoeming van de curator als zodanig.

3.3

Bij de bestreden beschikking van 30 juli 2014 heeft de kantonrechter [verzoeker] onder curatele gesteld wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand de curator als zodanig benoemd.

4 De motivering van de beslissing

4.1

Ingevolge artikel 1:378 lid 1 sub a Burgerlijk Wetboek (BW) kan een meerderjarige door de kantonrechter onder curatele worden gesteld, wanneer hij tijdelijk of duurzaam zijn belangen niet behoorlijk waarneemt of zijn veiligheid of die van anderen in gevaar brengt, als gevolg van:

  1. zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel

  2. gewoonte van drank- of drugsmisbruik,

en een voldoende behartiging van die belangen niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd.

4.2

Op grond van artikel 1:431 lid 1 BW kan de kantonrechter, indien een meerderjarige als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand dan wel verkwisting of het hebben van problematische schulden tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen, een bewind instellen over één of meer van de goederen die hem als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren.

Op grond van 1:435 lid 3 BW volgt de rechter bij de benoeming van de bewindvoerder de uitdrukkelijke voorkeur van de rechthebbende, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten.

4.3

Aan de orde is de vraag of de kantonrechter terecht en op goede gronden [verzoeker] onder curatele heeft gesteld dan wel kan worden volstaan met een minder verstrekkende voorziening.

4.4

[verzoeker] stelt dat er geen gronden zijn voor een onder curatelestelling en voert hiertoe het volgende aan. Hij bevindt zich in een geestelijk stabiele situatie, hetgeen ook wordt bevestigd door Altrecht. Zoals de curator heeft verklaard tijdens de zitting bij de kantonrechter, is voor hem de financiële kant het belangrijkste. Uit het onder 2.1. genoemde faxbericht van mr. Stallen van 20 april 2015 blijkt dat [verzoeker] zijn verzoek aan het hof wijzigt en dat hij, nu alle betrokkenen instemmen, verzoekt een bewind in te stellen over zijn goederen, met benoeming van de curator tot bewindvoerder.

4.5

Blijkens de onder 2.1. genoemde correspondentie steunen Altrecht en de curator dit verzoek van [verzoeker].

4.6

Het hof overweegt als volgt. Uit de stukken komt naar voren dat [verzoeker] een schizo- affectieve stoornis heeft en dat sprake is geweest van khat misbruik. [verzoeker] heeft op enig moment op eigen initiatief zijn medicatie gestaakt en is gedurende een periode van ongeveer een half jaar steeds meer ontremd en psychotisch geraakt. Bij [verzoeker] was sprake van desorganisatie van het denken en kon hij de gevolgen van zijn beslissingen niet overzien, hetgeen onder meer geleid heeft tot het ontstaan van schulden. Uit het proces-verbaal van de mondelinge behandeling bij de kantonrechter blijkt dat Altrecht heeft verklaard dat [verzoeker] periodes van ontregeling heeft doorgemaakt, waarin hij schulden veroorzaakte. Verder is onbetwist dat [verzoeker] thans geestelijk stabiel is.

Het hof is op grond van het vorenstaande van oordeel dat reeds ten tijde van de bestreden beschikking de gronden voor de ondercuratelestelling van [verzoeker] niet aanwezig waren.

Zoals ook door hem zelf wordt onderkend, heeft [verzoeker] wel hulp nodig bij het behartigen van zijn vermogensrechtelijke belangen, omdat hij schulden heeft. Nu Altrecht en de curator zich in hoger beroep achter het verzoek van [verzoeker] scharen, zal het hof zijn verzoek tot het instellen van de - minder verstrekkende voorziening van - onderbewindstelling als bedoeld in artikel 1:431 BW toewijzen.

4.7

Gelet op het voorgaande zal het hof de bestreden beschikking vernietigen, het verzoek tot ondercuratelestelling van [verzoeker] alsnog afwijzen en de goederen die aan [verzoeker] (zullen) toebehoren onder bewind stellen. Nu [verzoeker] zijn uitdrukkelijke voorkeur voor de curator als bewindvoerder heeft uitgesproken, zal het hof de curator benoemen als bewindvoerder. Van gegronde redenen die zich tegen zodanige benoeming verzetten is het hof niet gebleken.

4.8

Het hof ziet in de aard van de zaak aanleiding om de kosten van het hoger beroep te compenseren.

5 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

vernietigt de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht) van 30 juli 2014, en opnieuw beschikkende:

wijst af het verzoek tot ondercuratelestelling van [verzoeker], geboren op [geboortedatum] 1966;

bepaalt dat deze vernietiging door de griffier binnen tien dagen na heden zal worden bekendgemaakt in de Staatscourant;

stelt de goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan [verzoeker], geboren op [geboortedatum] 1966, onder bewind;

benoemt tot bewindvoerder [belanghebbende 1], werkzaam bij IRS Bewindvoerders te Soest, correspondentieadres: postbus 101, 3760 AC Soest;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de kosten van het geding in hoger beroep in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. B.F. Keulen, R. Prakke-Nieuwenhuizen en

C.J. Laurentius-Kooter, bijgestaan door mr. W. Nagelhout als griffier, is bij afwezigheid van de voorzitter getekend door mr. R. Prakke-Nieuwenhuizen en is op 21 mei 2015 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.