Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:3544

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
19-05-2015
Datum publicatie
20-05-2015
Zaaknummer
200.151.335-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verwijzing naar de rol voor uitlating over nieuwe producties.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.151.335/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 2669070 \ CV EXPL 14-4)

arrest van de eerste kamer van 19 mei 2015 in de zaak van

[appellante] ,

wonende te [plaats],

appellante,

in eerste aanleg: eiseres in het incident tot tussenkomst,

hierna te noemen: [appellante],

advocaat: mr. R.S. van der Spek, kantoorhoudend te Leeuwarden,

tegen

[geïntimeerde] ,

gevestigd te [plaats],

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident tot oproeping in vrijwaring,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

advocaat: mr. H.D. Postma, kantoorhoudend te Leeuwarden.

1 Het geding in eerste instantie

1.1

Bij inleidende dagvaarding heeft [geïntimeerde] gevorderd dat [bedrijf], gevestigd te [plaats] (hierna: [bedrijf]), wordt veroordeeld tot betaling van onder meer € 118.965,93 (met nevenvorderingen) ten titel van (achterstallige) huur.

1.2

[appellante] heeft een incidentele conclusie tot tussenkomst ex art. 217 Rv genomen.

1.3

[bedrijf] heeft een incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van [X] genomen.

1.4

[geïntimeerde] heeft verweer gevoerd in de beide incidenten.

1.5

Bij vonnis van 8 april 2014 heeft de rechtbank Noord-Nederland, afdeling privaatrecht, locatie Leeuwarden (hierna: de kantonrechter), de incidentele vorderingen afgewezen met veroordeling van de aanleggers daarvan in de proceskosten van [geïntimeerde]. De kantonrechter heeft de hoofdzaak verwezen naar de rol van 6 mei 2014 voor conclusie van antwoord en iedere verdere beslissing aangehouden.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Bij exploot van 20 juni 2014 is door [appellante] hoger beroep ingesteld van voormeld vonnis van 8 april 2014, voor zover gewezen in het incident tot tussenkomst, met dagvaarding van [geïntimeerde] tegen de zitting van 1 juli 2014.

2.2

De conclusie van de appeldagvaarding, waarin de grieven zijn opgenomen, strekt tot vernietiging van het beroepen vonnis en tot het alsnog toewijzen van de vordering tot tussenkomst, met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten in beide instanties, alles uitvoerbaar bij voorraad.

2.3

Bij memorie van antwoord (met producties) heeft [geïntimeerde] geconcludeerd tot bekrachtiging van het vonnis van de kantonrechter van 8 april 2014 - voor zover aangevochten in appel - en tot veroordeling van [appellante] in de kosten van het hoger beroep.

2.4

Partijen hebben arrest gevraagd en zij hebben daartoe de stukken overgelegd. [appellante] heeft daarbij - in strijd met het bepaalde in art. 5.1 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven - niet het gehele procesdossier in eerste aanleg overgelegd. Voor de incidentele conclusie van [geïntimeerde] tot oproeping in vrijwaring (met producties) en de conclusie van antwoord in het incident inzake oproeping in vrijwaring (met producties) van [geïntimeerde] zal het hof daarom putten uit het door [geïntimeerde] overgelegde procesdossier.

3 De beoordeling in hoger beroep

3.1

[geïntimeerde] heeft bij memorie van antwoord twee nieuwe producties in het geding gebracht. [appellante] heeft zich nog niet kunnen uitlaten over deze nieuwe producties, waarvan met name genoemd de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) van 18 juli 2014 (productie 1).

3.2

De beginselen van hoor en wederhoor brengen met zich dat [appellante] alsnog in de gelegenheid dient te worden gesteld om zich uit te laten over de nieuwe producties. Het hof zal de zaak daartoe naar de rol verwijzen.

3.3

[appellante] zal in de gelegenheid worden gesteld om zich bij akte uit te laten over de producties die door [geïntimeerde] bij memorie van antwoord in het geding zijn gebracht. [appellante] dient haar akte (zonder producties) te beperken tot voormelde onderwerpen. [geïntimeerde] zal geen gelegenheid krijgen voor antwoordakte.

3.4

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

De beslissing

Het hof, rechtdoende in hoger beroep:

verwijst de zaak naar de rol van 16 juni 2015 voor akte (zonder producties) aan de zijde van [appellante];

verstaat dat [geïntimeerde] geen gelegenheid zal krijgen voor antwoordakte;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mr. J.H. Kuiper, mr. M.E.L. Fikkers en mr. D.H. de Witte, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 19 mei 2015.