Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:3543

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
19-05-2015
Datum publicatie
21-05-2015
Zaaknummer
200.141.533-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoger beroep. Non-conformiteit zeiljacht. Consumentenkoop. Art. 7:22 lid 4 BW bepaalt dat de rechten en bevoegdheden van art. 7:22 lid 1 en de artikelen 20 en 21 de koper toekomen onverminderd alle andere rechten en vorderingen. Ingeval van non-conformiteit heeft de consument recht op schadevergoeding overeenkomstig de afdelingen 9 en 10 van boek 6 BW (art. 7:24 lid 1 BW). Daarvan kan niet ten nadele van de consument-koper worden afgeweken (art. 7:6 lid 1 BW).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RCR 2015/64
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.141.533/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/17/121313 / HA ZA 12-228)

arrest van de eerste kamer van 19 mei 2015

in de zaak van

1 UVM Verzekeringsmaatschappij N.V.,

gevestigd te Hoogeveen,

hierna: UVM,

2. [appellant 2],

wonende te [woonplaats],

hierna: [appellant 2],

appellanten,

in eerste aanleg: eisers,

advocaat: mr. D.D. Markvoort, kantoorhoudend te Hoogeveen, die ook heeft gepleit,

tegen

Rossinante Trading B.V.,

gevestigd te Engwierum,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: Rossinante,

advocaat: mr. P.S. [A], kantoorhoudend te Drachten, die ook heeft gepleit.

1 Het geding in eerste aanleg

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis van
23 oktober 2013 van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure is als volgt:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 21 januari 2014,

- de memorie van grieven (met producties),

- de memorie van antwoord,

- het gehouden pleidooi waarbij pleitnotities zijn overgelegd.

2.2

Na afloop van het pleidooi heeft het hof arrest bepaald.

2.3

De vordering van UVM en [appellant 2] in hoger beroep luidt:

"dat het hof

- zal vernietigen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, afdeling privaatrecht, locatie Leeuwarden van 23 oktober 2013;

- bij arrest de vorderingen van appelanten zal toewijzen;

- bij arrest geïntimeerde zal veroordelen tot betaling van de bedragen die bij dagvaarding in eerste aanleg gevorderd zijn;

- bij arrest geïntimeerde zal veroordelen in de kosten van de procedure, zowel die in eerste aanleg als die in hoger beroep;

alles zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad".

3 De feiten

3.1

Tegen de weergave van de vaststaande feiten in rechtsoverweging 2 (2.1 tot en met 2.17) van genoemd vonnis van 23 oktober 2013 is geen grief ontwikkeld en ook anderszins is niet van bezwaren daartegen gebleken, zodat ook in hoger beroep van die feiten zal worden uitgegaan. Deze feiten, aangevuld met feiten die in hoger beroep zijn komen vast te staan, luiden als volgt.

3.2

Tussen Rossinante (i.o.) als verkoper en [appellant 2] als koper is op 16 februari 2007

een schriftelijke koopovereenkomst gesloten met betrekking tot een nieuw aluminium

zeiljacht [fabrikant] 44, bouwjaar 2008 (hierna: het zeiljacht). De koopprijs van het zeiljacht - genaamd "[naam boot]" - bedroeg € 416.421,-. Het zeiljacht was in de markt gezet als ‘vertrekkersboot’, en werd door [appellant 2] gekocht met het doel een wereldreis te maken.
De levering van het zeiljacht heeft plaatsgevonden op of omstreeks 31 maart 2008, vanaf de werf van de fabrikant van het zeiljacht, [fabrikant] te [plaats 1], Frankrijk (hierna: [fabrikant] of de werf).

3.3

In artikel 5.1. van de koopovereenkomst is bepaald dat de HISWA algemene

aannemings-, verkoop en leveringsvoorwaarden (hierna te noemen: de HISWA

voorwaarden) onderdeel uitmaken van de overeenkomst.

Artikel 5 van de (toenmalige) HISWA voorwaarden bepaalt onder meer:

“Artikel 5 - DE GARANTIE

1. De leverancier staat ervoor in dat hij een pleziervaartuig of casco, inclusief de overeengekomen uitrustingsstukken en inventaris, levert dat beantwoordt aan de overeenkomst. De leverancier staat er bovendien voor in dat het geleverde de eigenschappen bezit die, alle omstandigheden in aanmerking genomen, voor een normaal gebruik nodig zijn, alsmede voor een bijzonder gebruik voor zover dat is overeengekomen.

(…)

4. Onverminderd de overige rechten die hem op grond van de wet toekomen heeft de afnemer recht op kosteloos herstel van gebreken en op vervanging van gebrekkige onderdelen op de werf van de leverancier binnen redelijke tijd. De afnemer kan op kosten van de leverancier een noodzakelijk herstel door een derde laten uitvoeren, voor zover de kosten daarvan redelijk zijn. Voor de vaststelling van die redelijkheid wordt het prijsniveau van de leverancier in aanmerking genomen. De derde die een noodzakelijk herstel kan uitvoeren wordt in overleg met de afnemer door de leverancier aangewezen.

Herstel bij een derde is alleen mogelijk:

- indien de leverancier niet of niet tijdig in staat is het gebrek op zijn eigen werf te herstellen of

- indien sprake is van een wanverhouding tussen de noodzakelijke kosten van transport van het voertuig naar de werf van de leverancier en de kosten van herstel op die werf of

- indien in verband met de omstandigheden van de afnemer niet kan worden verlangd dat

hij het herstel op de werf van zijn leverancier laat uitvoeren.

( ... )

8. De leverancier staat niet in voor gebreken die na de oplevering van de goederen zijn ontstaan als gevolg van normale slijtage, ondeskundig gebruik of gebrek aan zorgvuldigheid, of die het gevolg zijn van door de afnemer of door derden aangebrachte veranderingen aan het geleverde. Evenmin staat de leverancier in voor de eventueel ontstane schade als gevolg van vorenbedoelde gebreken.
( ... )”

3.4

Na de levering van het zeiljacht heeft [appellant 2] elektronica in het zeiljacht laten

inbouwen door [bedrijf 1] te [plaats 2]. Het gaat daarbij onder meer om een elektrische lier,

een boegschroef, een SSB-zender/ontvanger, een 220V dynamo, een watermaker, een

navtex en een scheidingstransformator voor de marifoon. [appellant 2] heeft zelf een plotter, een

mobilert en een elektrische barometer aangesloten. Voorts heeft [appellant 2] een aangesloten

antenne van de navtex verplaatst en een kabel losgehaald, deze op een andere plaats

doorgevoerd en vervolgens weer aangesloten.

3.5

[appellant 2] is in juli 2009 begonnen met het maken van een wereldreis met het

zeiljacht. Tijdens deze wereldreis zijn er op enig moment problemen opgetreden met de

waterpomp en de drinkwatervoorziening op het zeiljacht. Hierbij raakte het drinkwaterfilter

steeds verstopt door een korrelige substantie. [appellant 2] heeft het drinkwaterfilter meerdere

malen gereinigd, maar de problemen bleven aanhouden, waarna [appellant 2] de waterpomp

heeft vervangen.

3.6

In oktober 2009 heeft [appellant 2] de watertank opengemaakt, waarbij hij heeft

geconstateerd dat de bodem van de watertank was aangetast door corrosie. [appellant 2] heeft

Rossinante bij e-mail van 19 oktober 2009 op de hoogte gesteld van deze corrosie en haar ter zake aansprakelijk gesteld. Vervolgens heeft hij de tank schoon en droog gemaakt overeenkomstig de aanwijzingen van Rossinante. Rossinante heeft [appellant 2] bij e-mail van dezelfde datum verzocht rechtstreeks met de werf te communiceren.

3.7

In januari 2010 heeft [appellant 2] geconstateerd dat de corrosie zich verder had

uitgebreid. Op 6 januari 2010 heeft hij hiervan melding gemaakt bij zijn WA/Cascoverzekeraar, UVM. UVM heeft hierna Garantex B.V. ingeschakeld om als deskundige het zeiljacht te inspecteren. Een expert van Garantex - de heer [X] - heeft op 30 maart 2010 deze inspectie uitgevoerd op de (toenmalige) ligplaats van het schip te [plaats 3], Curaçao. In haar expertiserapport d.d. 12 juli 2010 meldt Garantex onder meer:
3. Schadeoorzaak
Er is sprake van verschillende afzonderlijke problemen in het vaartuig. Deze problemen zijn allen terug te voeren op fouten die gemaakt zijn door de werf bij de bouw en het ontwerp van het schip.


1. Corrosie in de watertank:

Er is een reeks testen en onderzoeken uitgevoerd om de oorzaak van de corrosie vast te stellen (zie bijlage 1 en 2). Aan de hand van deze gegevens concluderen wij dat de corrosie in de tank het gevolg is van de samenstelling van het ingenomen drinkwater. Het aluminium in de tank is onvoldoende bestand tegen de diverse in het drinkwater voorkomende chemicaliën waardoor overmatige corrosie optreedt. Deze conclusie wordt onderbouwd door het feit dat andere [fabrikant] eigenaren te maken

hebben met vergelijkbare problemen. De mate waarin varieert sterk met de locaties waar drinkwater is ingenomen. Met name drinkwaterinname buiten Europa leidt tot verregaande corrosie in de tank.

Het feit dat drinkwateropslag kan leiden tot (ernstige) corrosie in de tank moet als een constructief gebrek worden beschouwd. De bodem van de tank vormt tevens de huid van het schip. Verzwakking van de tank/bodemplaat kan in dit geval leiden tot falen van de bodemplaat. Het schip wordt in de markt gezet als ''vertrekkersboot" en er kan bij een dergelijk schip verwacht worden dat er op diverse locaties in de wereld drinkwater ingenomen zal worden .De tank dient hierop berekend te zijn.


2. Onthechting verfsysteem binnen en bovendeks:

De problemen met het verfsysteem moeten los worden beschouwd van de corrosie in de tank.
Analyse van de gegevens door International Paints levert een drietal mogelijke verklaringen op voor de problemen met de hechting. Zo kan het zijn dat de onderlaag onvoldoende is voorbehandeld en/of geschuurd. Ook kan er bij het opzetten van de verf een te dikke laagopbouw is geweest waardoor oplosmiddelen uit de verf in de plamuurlaag zijn getrokken waardoor deze weer zacht is geworden. Een laatste mogelijkheid is dat er bij het uitharden van de plamuur een te lage temperatuur is geweest of dat de temperatuur te grote schommelingen heeft vertoond. De coating aan de binnenzijde van het casco laat eveneens op diverse plaatsen los. Deze coating is vrij dun en in één laag opgebracht. Er is geen primer of onderlaag toegepast. De onthechting is het gevolg van een onvoldoende ontvetten van de ondergrond. Alle bovenstaande oorzaken zijn terug te voeren op een foutieve opbouw van het

verfsysteem bij de opbouw van het schip.


3. Elektrische problemen

De diverse problemen in elektrisch systeem vinden alle hun oorsprong bij de aanleg door de werf.
De aanleg is niet volgens de bijgeleverde schema’s uitgevoerd. Tot dusverre hebben de aansluitfouten niet geleid tot gevolgschade in de rest van het vaartuig. Dit valt echter voor de toekomst niet uit te sluiten.

4
4. Schadebegroting

( ... )

Om de diverse problemen op te lossen zal het schip bij voorkeur terug naar de werf gebracht worden. Aldaar kunnen de fouten hersteld worden. Indien het vaartuig elders gerepareerd wordt (buiten Europa) vallen de kosten niet te voorspellen. Dit is sterk afhankelijk van de geldende uurtarieven en beschikbare expertise. Ook is niet te voorspellen in hoeverre de schade in de tussentijd zal verergeren. Gesteld kan worden dat hoe langer gewacht wordt met herstel hoe hoger de kosten zullen worden.

( ... )

5. Aanbevelingen

1. Om de corrosie in de tank te stoppen dient de tank aan de binnenzijde te worden gecoat met een hiervoor geschikte coating. De voorbehandeling van de tank zal moeten bestaan uit het stralen van de plaat. Direct hierna zal een verfsysteem moeten worden aangebracht volgens de voorschriften van de leverancier.

2. De hechtingsproblemen van het verfsysteem op de romp kunnen alleen opgelost worden door het gehele systeem te verwijderen en opnieuw aan te brengen.

3. Elektrische problemen in het schip dienen (door de werf/importeur) exact te worden gelokaliseerd en verholpen.

( ... )

7. Opmerkingen

1. Verzekerde heeft een deel van het schilderwerk (buitenzijde romp) reeds zelf opnieuw laten schilderen op Curaçao.

( ... )”

3.8

[appellant 2] heeft [Y] op Curaçao ook onderzoek laten doen naar de onthechting van de verf. [Y] rapporteerde op 18 maart 2010:
Opinion
Although the undersigned has been a marine surveyor for a very considerable number of years, we see relatively few aluminium boats in Curaçao, and we have not experienced this particular‘malaise’ before. Of particular note is the clean, non-adherent interface between parts of the base coat and the hull.
We can only conclude that, for an unknown reason, the base coat is detaching from the hull surface, possibly as a result of improper preparation, application or conditions at the time of the initial base coat application.
Whatever the reason, the appearance of this anomaly is particuarly disturbing and disconcerting for the owner of a v/l, which is less thans 2 years old.”

3.9

Bij e-mail van 8 juni 2010 heeft UVM de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekeraar van Rossinante, [Z] Verzekeringen (hierna: [Z]) onder meer geschreven:
“Op basis van bijgaande testresultaten stellen wij Rossinante opnieuw aansprakelijk voor de schade aan de [fabrikant] van de heer [appellant 2].
1. Zoals je ziet is de verlichting in de mast niet aangesloten zoals het hoort. Deze is “af bouw” gemonteerd. De uitbreidingen die later aan het elektrisch systeem zijn uitgevoerd hebben hier geen invloed op (gehad).
2. Er heeft een materiaalonderzoek via Stork plaatsgevonden, voor wat betreft de legering van het gebruikte aluminium. (…) Wel blijkt dat er in de corrosieresten een significante hoeveelheid silicium en chloor aanwezig zijn.
(…)

4. Als laatste punt is geconstateerd dat er onthechtingsproblemen zijn in het verfsysteem. Als je de drie mogelijkheden leest die dit kunnen veroorzaken, hebben zij allen te maken met een slechte voorbereiding/te dikke laagopbouw/bij het uitharden van het plamuur een te lage temperatuur of te grote temperatuurswisseling. Alle drie hebben echter te maken met foutief opbrengen vanaf fabriek..

Ik wil je verzoeken deze bevindingen met de werf te bespreken en aan te geven wat jullie oplossing zal zijn. Wij hebben inmiddels geïnformeerd wat de kosten van repatriëring van het vaartuig zullen bedragen. Deze zullen uitkomen op ca. 15.000,- met de “Sevenstar”. (…)”

3.10

Namens (de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekeraar van) Rossinante heeft ESMA Expertise (hierna: ESMA) onderzoek verricht. In haar rapport van 9 juni 2010 vermeldt ESMA onder meer:

"( ... )

Opmerkingen

( ... ) In de aluminium drinkwatertank worden metaaldeeltjes aangetroffen. Er wordt niet aangegeven wat voor metaaldeeltjes zijn aangetroffen. Zijn de metaaldeeltjes van gelijk materiaal als de tank, dan kunnen de metaaldeeltjes geen invloed hebben op aantasting als gevolg van galvanische werking. Aantasting van aluminium tanks door stilstaand water is uiterst onwaarschijnlijk. Drinkwater met toevoegingen kunnen invloed hebben op de beschermlaag van aluminium. De geconstateerde gebreken aan de coating behoort een dergelijk jong vaartuig niet te vertonen. Wel merken wij op dat een zoute omgeving een agressieve werking heeft op aluminium. Indien de coating goed en volgens voorschrift is aangebracht en gebruik is gemaakt van de juiste coating moet deze bestand zijn tegen enige jaren intensief gebruik. Of er sprake is van een applicatiefout dan wel van een productiefout is goed vast te stellen door een onafhankelijke verfdeskundige. Het is vooralsnog uiterst onwaarschijnlijk dat de eventueel lekspanning invloed heeft op bijvoorbeeld het zacht worden van de

plamuurlagen. Het is ons niet bekend dat met name [fabrikant] jachten problemen hebben met aantasting van aluminium delen. Aantasting door lekspanning en galvanische corrosie is voor aluminium

jachten een doorlopend reëel probleem.

Opmerking

De omvang en de oorzaak van de problemen met de coating zullen door een onafhankelijk bedrijf te worden vastgesteld, alvorens tot enige reparatie wordt overgegaan. Indien er sprake is van een applicatie dan wel een productfout, zullen de reparatiekosten hoog oplopen. De oorzaak van de verschillende potentiaalverschillen in het boordnet zullen verder onderzocht dienen te worden.
De aansluitproblemen met de mastverlichting dienen hersteld te worden. Gezien de uitbreiding van het vaartuig met diverse apparatuur is het zeker niet uit te sluiten dat de gemeten lekspanning een gevolg is van een aansluit dan wel een aardfout."

3.11

Op 16 juni 2010 schrijft [Z] UVM:
“Naar aanleiding van uw aansprakelijkstelling hebben wij ESMA-Expertise verzocht te beoordelen of aan de hand van de bevindingen van de door u ingeschakelde expert als dan niet aansprakelijkheid van onze relatie is aangetoond. (…)
Gezien de bevindingen van de expert van ESMA kunnen wij namens onze relatie geen aansprakelijkheid erkennen. Dit omdat niet is aangetoond dat bij het door onze relatie opleveren van het schip, de gebreken reeds aanwezig waren.”

3.12

In opdracht van UVM/[appellant 2] is het zeiljacht in de loop van 2010 naar Nederland

getransporteerd voor het laten uitvoeren van herstelwerkzaamheden bij de werf van [bedrijf 2] in [plaats 2]. Het zeiljacht werd op advies van expert [X] van Garantex als deklast vervoerd.

3.13

In een aanvullend rapport van expertise vermeldt Garantex het volgende:
“Op 31 augustus 2010 is samen met de heer [Q] van Esma de schade aan de boot van verzekerde geïnspecteerd. De boot is ongeschonden overgekomen vanuit de Bahama’s en lag op het moment van inspectie bij [bedrijf 2] in [plaats 2].
De heer [Q] trad op namens de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekeraar (lopend via [Z] verzekeringen) van de tegenpartij.
De heer [Q] heeft onze rapportage bestudeerd en ter plaatse de boot geïnspecteerd. De heer [Q] deelt onze conclusies ten aanzien van de schadeoorzaken.
Het lijkt erop dat de schade niet valt onder de bedrijfsaansprakelijkheid van de tegenpartij. Dit houdt in dat de tegenpartij persoonlijk aansprakelijk zal zijn voor de schade en de daarmee gepaard gaande kosten. (..)”

3.14

ESMA vermeldt in haar rapport van 22 september 2010 onder meer:

" Constatering

Wij constateerden tijdens onze inspectie aan het vaartuig van tegenpartij, de heer [appellant 2], het volgende:

• De watertank is een geïntegreerde tank, waarbij het vlak van het voertuig de bodem van de tank vormt. Op de bovenkant van de tank is de vloer van de kajuit gesitueerd.

• Op het vlak - is bodem van tank - is sprake van putcorrosie in de aluminium plaat; diepte putcorrosie gemiddeld 1 mm, op sommige plaatsen richting 2 mm.

(...)

Reparatie

De aluminium plaat van het vlak is volgens opgave ter plaatse 6-8 mm dik. Gezien de thans nog geringe diepte van de corrosieputten is het vervangen van het vlak niet direct noodzakelijk. Wel is het noodzakelijk om verdere aantasting te voorkomen. In principe kan een coating bescherming bieden tegen verdere aantasting. ( ... )

Oorzaak van de schade

De oorzaak van de aantasting van de aluminium plaat is een gevolg van een geleidelijke aantasting van de aluminium plaat gedurende langere tijd (jaren). Volgens opgave van de eigenaar vertoont het onderwaterschip geen enkel spoor van aantasting. De eigenaar heeft het onderwaterschip recent gecontroleerd, nadat het vaartuig als deklast op een vrachtschip naar Nederland is gekomen. Aantasting door elektrolyse als gevolg van een lekstroom of veroorzaakt door een potentiaalverschil kan derhalve uitgesloten worden aangezien het onderwaterschip bij het bestaan van een lekstroom en/of potentiaalverschil zeker aangetast zal worden.

(...)

De heer [appellant 2] heeft gereclameerd bij de Franse fabrikant van de [fabrikant]. Volgens de fabriek wordt de aantasting veroorzaakt door te lang stilstaand water in de drinkwatertank, waardoor een corrosief milieu zou ontstaan. In het onderhavige geval is verzekerde al varend bezig met een lange reis van jaren. Er is derhalve nauwelijks sprake van lang stilstaand water. (...) De tanks en het vaartuig dienen uiteraard bestand te zijn voor gebruik als drinkwatertank. Van de kant van de werf [fabrikant] is geen enkel voorbehoud of aanwijzing voor controle kenbaar gemaakt ten aanzien van de watertanks."

3.15

Op 22 september 2010 heeft ir. [R] van TNO een bezoek gebracht aan het zeiljacht in [plaats 2]. In een brief van 5 oktober 2010 schrijft hij met betrekking tot de corrosie in de drinkwatertank onder meer:
“Wanneer zich toch corrosie voordoet bij deze materialen in de vorm van putten, is deze corrosie niet of nauwelijks meer te stoppen. Als de aantasting is geïnitieerd, gaat de putvorming in de diepte verder, waarbij het corrosieproces zichzelf in stand houdt door veranderingen in het milieu in de corrosieput (zgn. autokatalytisch proces). De gevormde corrosieputten worden daarmee dieper, en zeker niet wijder. Theorieën dat de corrosie zou stoppen door het wijder worden van de putten bij de voortgang van de aantasting met als gevolg schoonspoelen van de putten, zijn naar mijn mening onjuist (…) Om voortgang van de corrosie te voorkomen is ingrijpen noodzakelijk. (…)

3.16

Bij brief van 4 november 2010 schrijft [Z] verzekeringen aan UVM onder meer:
“Inzake bovengenoemde schade hebben wij van ESMA-Expertise het eindrapport ontvangen. Hieruit blijkt dat de door uw verzekerde geclaimde schade niet ten laste van onze relatie of verzekeraars kan worden gebracht. Wij zijn namelijk niet van mening dat door onze relatie een gebrekkig product is geleverd, zoals eerder door u gesteld. (…) Gezien het voorgaande moeten wij dan ook elke aansprakelijkheid van de hand wijzen. Het is immers zeer waarschijnlijk de samenstelling van het ingenomen drinkwater geweest die de putcorrosie heeft veroorzaakt en niet een minderwaardige eigenschap van de watertank of het vaartuig. U kunt onze relatie niet aansprakelijk houden voor de kwaliteit van het ingenomen drinkwater.”

3.17

De advocaat van UVM/[appellant 2] heeft Rossinante bij brief van 8 december 2010 onder meer medegedeeld:

"( ... ) Zoals u weet hebben zich bij dit schip verscheidene problemen voorgedaan. Deze problemen zijn terug te voeren op fouten die gemaakt zijn bij het ontwerp en/of de bouw van het schip. Kort gezegd gaat het om corrosie in de watertank, onthechting van het verfsysteem en problemen met betrekking tot de elektrische installatie. Er hebben diverse expertises plaatsgevonden, ook namens de door u ingeschakelde (aansprakelijkheids)verzekeraar.
Het herstel van de schade is verzekerd op een verzekeringsovereenkomst die de heer [appellant 2] heeft bij mijn cliënte, UVM Verzekeringsmaatschappij/Unigarant N.V. te Hoogeveen.

Door betaling van de schade treedt UVM in de rechten van de heer [appellant 2] jegens uw onderneming als verkoper. Ik stel mij op het standpunt dat het door u geleverde schip niet de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik noodzakelijk zijn en waarvan de heer [appellant 2] als koper de aanwezigheid niet behoefde te twijfelen. Anders gezegd: er is sprake van non-conformiteit als bedoeld in de wet (artikel 7:17 van het Burgerlijk Wetboek). U bent in een eerder stadium al in kennis gesteld van de situatie.(...) Hierbij stel ik u (voor zover nodig) nogmaals aansprakelijk voor alle schade en kosten die uit de geconstateerde gebreken voortvloeien, de kosten die te maken hebben met de

repatriëring van het schip daaronder nadrukkelijk begrepen. Hoewel van uw kant het schip al is onderzocht, stel ik u nog tot 1 januari a.s. in de gelegenheid om desgewenst nader onderzoek te (laten) verrichten. Ook de Franse werf heb ik tot 1 januari a.s. in de gelegenheid gesteld om nader onderzoek aan het schip te verrichten. Bijgaand treft u mijn brief aan de Franse werf aan.

Het schip bevindt zich op dit moment te [plaats 2] bij [bedrijf 2] ( ... ). Het ligt in de

bedoeling om na 1 januari a.s. het schip te (laten) herstellen. ( ... )"

3.18

In reactie op de hiervoor genoemde brief zijdens UVM/[appellant 2] heeft Rossinante de

advocaat van UVM/[appellant 2] bij brief van 17 december 2010 verzocht om verdere

communicatie te voeren met haar verzekeraar.

3.19

De advocaat van UVM/[appellant 2] heeft Rossinante bij brief van 11 januari 2011 onder meer bericht:

"( ... ) Ik stel vast dat u geen gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid om het schip nogmaals te (doen) bekijken. Zoals ik in mijn brief van 8 december jl. heb aangekondigd, zal het herstel van het schip nu ter hand worden genomen. De desbetreffende werf zal één dezer dagen de diverse

reparatiewerkzaamheden gaan uitvoeren. In uw brief van 17 december jl. verwijst u naar uw verzekeraar. Met de heer [S] van [Z] Verzekeringen had ik op 5 januari jl. een telefoongesprek. In dat telefoongesprek heb ik onder andere aangegeven dat ik er uiteraard geen bezwaar tegen heb indien de Franse werf de schade voor haar rekening neemt, maar dat, zolang daar geen sprake van is, uw onderneming aansprakelijk wordt gehouden voor de schade. ( ... )"

3.20

De advocaat van UVM/[appellant 2] heeft Rossinante bij brief van 15 februari 2011

medegedeeld:

"Hierbij zend ik u mijn reactie op de brief van [fabrikant] van 3 februari jl. Voor uw gemak sluit ik de Nederlandse tekst bij. Zodra de herstelwerkzaamheden hebben plaatsgevonden. zal ik u in kennis stellen van de kosten en u de gelegenheid geven om de aldus ontstane schade te vergoeden. ( .. )"

3.21

De advocaat van UVM/[appellant 2] heeft [fabrikant] bij brief van gelijke datum

medegedeeld:

"( ... ) Ik stel vast, dat u al zeer geruime tijd op de hoogte bent van de problemen die zich bij het desbetreffende jacht (en bij andere jachten van uw werf) hebben voorgedaan en dat uwerzijds geen initiatieven zijn genomen om de ontstane problemen op te lossen.

Ik stel verder vast, dat u in de tussentijd op geen enkele wijze hebt aangegeven meer tijd nodig te hebben. Bovendien stel ik vast, dat u aansprakelijkheid van de hand wijst en de oorzaak van de

problemen toeschrijft aan de wijzigingen die de eigenaar van het jacht aan het elektrisch systeem zou hebben aangebracht.

(...)

Overigens geeft u in overweging om de werf in Frankrijk eventuele herstelwerkzaamheden te laten verrichten, kennelijk niet op uw kosten, maar voor rekening van de eigenaar. Het schip zou daartoe naar Frankrijk getransporteerd moeten worden, eveneens voor rekening van de eigenaar zelf.

Ik stel vast, dat u niet alleen de aansprakelijkheid afwijst, maar ook niet aanbiedt om voor rekening van [fabrikant] de noodzakelijke herstelwerkzaamheden uit te voeren.

Gezien de omstandigheid dat u zich, ondanks bekendheid met de problematiek, afzijdig hebt gehouden en gezien de inhoud van uw brief van 3 februari jl., is er wat ons betreft geen enkele aanleiding om af te zien van het voornemen om noodzakelijke herstelwerkzaamheden (hier in Nederland) te laten uitvoeren. Wij zullen de importeur/verkoper Rossinante aanspreken tot vergoeding van deze herstelkosten. (...)"

3.22

De herstelwerkzaamheden aan het zeiljacht op de werf van [bedrijf 2] te

[plaats 2] zijn in februari 2011 aangevangen.

3.23

De advocaat van UVM/[appellant 2] heeft Rossinante bij brief van 1 maart 2011 onder

meer medegedeeld:

"In aansluiting op mijn bericht van 15 februari jl. laat ik u weten dat de [naam boot] is gestript ten behoeve van het schilderwerk en de probleemgebieden in het verfsysteem zijn kaal gehaald. Bij deze werkzaamheden is geconstateerd dat de onthechting van het verfsysteem op het dek doorloopt tot onder de opbouw. Dat betekent dat de schade nog veel groter is en dat voor een behoorlijk herstel noodzaak bestaat om de opbouw te lichten, zodat het dek geheel met de rest van de romp kan worden gestraald en gecoat. Het moge duidelijk zijn dat daarmee de herstelkosten aanzienlijk zullen toenemen. ( ... )"

3.24

Garantex heeft op 4 november 2011 een definitief rapport uitgebracht. Hierin

begroot zij de schade op een totaalbedrag van € 85.892,20 inclusief BTW. In haar rapport vermeldt Garantex onder meer:

"( ... )

2 Aanvulling

Metingen aan de elektra brachten nog altijd dezelfde meetwaarden naar voren als destijds gemeten in Curaçao. Om duidelijkheid te verkrijgen ten aanzien van deze meetwaarden hebben wij metingen laten verrichten door [S] te [plaats 4]. Uit de verrichte metingen bleek dat de elektrische isolatie van het gehele systeem goed is. De gemeten spanning wordt veroorzaakt door de lekstroomtester (testeur de fuite). Indien ingeschakeld zet deze een spanning op de romp. Het alarm gaat af zodra deze stroom wegvloeit via het boordnet. Door [S] zijn verder geen afwijkingen aangetroffen in het boordnet. Op 2 november hebben wij een afrondend bezoek gebracht aan [bedrijf 2] te [plaats 2]. Wij hebben alle nota's doorgenomen en een totaalbegroting gemaakt.

(. .. )

3.1

Toelichting op de schadebegroting

De slechte plaatdelen uit het vlak ter plaatse van de watertanks zijn uitgeslepen en geheel vervangen. Dit in tegenstelling tot de initiële plannen om het plaatwerk te repareren. Bij pogingen hiertoe bleek dat de aantasting zodanig diep was dat van herstel geen sprake kon zijn. Voor het laswerk en de demontage van de opbouw is de elektra losgekoppeld. Alle bedrading is vooraf gelabeld en hierna op dezelfde wijze weer aangesloten.
Romp en dek zijn geheel geschilderd en de kielkast is gestraald en geschilderd. Dit laatste in aanvulling op de offerte. Ook het verfwerk in de kielkast bleek grotendeels los te komen van de romp. Na demontage van de opbouw bleek dat de originele coating op het stuk onder de opbouw onvoldoende hechting op de romp had. Ook bleek dat de coating op het dek en onder de opbouw niet van gelijke dikte en samenstelling was: de coating is op verschillende momenten aangebracht. De corrosieproblemen langs de rand van de opbouw werden veroorzaakt door een slechte aansluiting van beide verfsystemen. Na demontage van de opbouw is een nieuwe coating op het gehele dek aangebracht (dus ook het deel onder de opbouw). De kwaliteit van het schilderwerk is door ons op het oog als goed beoordeeld.

Er zijn nieuwe kunststof watertanks onder de vloer aangebracht. De tanks zijn op de stringers geplaatst waardoor deze vrij blijven van de bodem. Tussen de tanks en de stringers zijn houten /klosjes aangebracht. De tanks zijn zeevast opgesteld middels keggen en banden. ( ... )"

3.25

UVM heeft als WA/cascoverzekeraar van [appellant 2] aan hem - onder aftrek van een

bedrag aan eigen risico van € 6.500,- - aan schade een bedrag van € 79.392,20 vergoed.

4 Het geschil en de beslissing van de rechtbank

4.1

UVM en [appellant 2] hebben gevorderd Rossinante, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen om aan UVM een bedrag van € 106.818,59 te voldoen en aan [appellant 2] een bedrag van € 22.162,78, met veroordeling van Rossinante in de proceskosten en de nakosten, alles te vermeerderen met wettelijke rente. UVM en [appellant 2] hebben aan hun vordering de stelling ten grondslag gelegd dat Rossinante toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen door een zeiljacht te leveren dat niet beantwoordde aan de overeenkomst.

4.2

Rossinante heeft verweer gevoerd. Zij heeft betwist dat sprake is van non-conformiteit. Zij heeft betoogd dat er in feite maar één probleem is: corrosievorming als gevolg van elektrolyse, hetgeen is terug te voeren op inbouwwerkzaamheden die [appellant 2] in eigen beheer heeft laten uitvoeren.

4.3

De rechtbank heeft in het midden gelaten of sprake is van non-conformiteit. Zij heeft geoordeeld dat ook in het geval daarvan sprake is, de vorderingen van UWV en [appellant 2] niet toewijsbaar zijn. Daartoe heeft zij onder meer het volgende overwogen:
“6.5. Indien er bij wijze van veronderstelling vanuit zou worden gegaan dat er in dezen sprake is van non-conformiteit, dan had bij een consumentenkoop als de onderhavige [appellant 2] op de voet van artikel 7:21 lid 1 sub b en lid 2 BW jegens Rossinante recht op - kosteloos - herstel van de gebreken aan het zeiljacht binnen een redelijke termijn. Ingevolge het zesde lid van dit artikel heeft te gelden dat indien bij een consumentenkoop de verkoper niet binnen een redelijke termijn nadat hij daartoe door de koper schriftelijk is aangemaand, aan zijn verplichting tot herstel van de afgeleverde zaak heeft voldaan, de koper bevoegd is om het herstel door een derde te doen plaatsvinden en de kosten daarvan op de verkoper te verhalen. De door UVM gevorderde en kennelijk op dit wetsartikel gebaseerde, herstelkosten zijn mitsdien slechts toewijsbaar indien Rossinante door UVM/[appellant 2] schriftelijk is aangemaand om binnen redelijke tijd tot herstel over te gaan en dit herstel vervolgens achterwege is gebleven.

6.6.

Naar het oordeel van de rechtbank staat genoegzaam vast dat UVM/[appellant 2] niet een zodanige schriftelijke aanmaning tot herstel aan Rossinante hebben doen uitgaan, zodat Rossinante niet uit dien hoofde tot vergoeding van de gevorderde herstelkosten gehouden is.

6.7.

De vordering tot vergoeding van de herstelkosten zou óók toewijsbaar kunnen zijn indien Rossinante als verkoper niet bereid zou zijn geweest om kosteloos te herstellen. Dat is echter niet komen vast te staan. De stelling van UVM/[appellant 2] dat Rossinante niet (kosteloos) wilde herstellen, is naar het oordeel van de rechtbank niet voldoende onderbouwd. (…) De rechtbank stelt verder vast dat UVM/[appellant 2] met [fabrikant] heeft gecorrespondeerd over (de voorwaarden van) herstel van het zeiljacht (zie de brief aan [fabrikant] van 15 februari 2011, r.o. 2.13.), maar die brief (aan de fabrikant)regardeert Rossinante (als verkoper) niet.
6.8. De primaire aanspraak op herstel of vervanging van de gekochte zaak doet overigens niet af aan het recht op schadevergoeding indien er als gevolg van een ondeugdelijke prestatie schade is geleden die door herstel of vervanging niet meer kan worden weggenomen.(…) Gesteld noch gebleken is evenwel dat van dergelijke schade in dezen (op enige wijze) sprake is. Meer in het bijzonder overweegt de rechtbank in dit verband dat de kosten van repatriëring van het zeiljacht en de reis- en verblijfkosten niet voor rekening van Rossinante kunnen worden gebracht. UVM/[appellant 2] hebben onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit kan worden afgeleid dat - na het constateren van de problemen aan het zeiljacht - het noodzakelijk was om het schip voor het voorgestane herstel naar Nederland terug te brengen én voorts dat het voor [appellant 2] onmogelijk was om met zijn zeiljacht naar Nederland terug te reizen.”

5 Bespreking van de grieven

5.1

UVM en [appellant 2] hebben twee grieven tegen het vonnis van de rechtbank geformuleerd:
Grief I: de rechtbank heeft ten onrechte geconcludeerd dat aan de vraag of sprake is van

non-conformiteit niet wordt toegekomen.
Grief II: De rechtbank heeft ten onrechte aangenomen dat er geen recht op schadevergoeding
is als gevolg van een ondeugdelijke prestatie.
De grieven leggen het geschil in volle omvang aan het hof voor en lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.

5.2

Tussen partijen is niet in geschil dat het hier om consumentenkoop gaat.
Afdeling 3 van de eerste titel van boek 7 BW regelt onder meer de rechten van de (consument-)koper op correcte nakoming (art. 7:20 en 21 BW) en de klachtplicht van de (consument-)koper (art. 7:23 BW).

5.3

UVM en [appellant 2] hebben zich op het standpunt gesteld dat het door Rossinante geleverde zeiljacht niet aan de overeenkomst beantwoordde omdat het behept bleek met een drietal gebreken, te weten:
a) putcorrosie in de watertank

b) onthechting van de verflagen
c) elektrische problemen.

5.4

Rossinante heeft niet betwist dat deze problemen zich tijdens de wereldreis van [appellant 2] hebben gemanifesteerd, maar zij heeft zich op het standpunt gesteld dat de problemen verband houden met wijzigingen die in opdracht van [appellant 2] aan het zeiljacht zijn aangebracht, nadat dit door Rossinante was geleverd. Volgens Rossinante heeft de inbouw van elektrische apparatuur elektrolyse veroorzaakt, hetgeen tot genoemde problemen heeft geleid.

5.5

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
Uit de rapportages van ESMA en Garantex blijkt dat de oorzaak van de problemen niet gelegen is in elektrolyse. Ze zijn het erover eens dat de corrosie van de watertank is veroorzaakt door de kwaliteit van het in het buitenland ingenomen drinkwater.
Ook een door [werknemer fabrikant] van de werf [fabrikant] geraadpleegde expert was die mening toegedaan, zo blijkt uit de e-mail die [werknemer fabrikant] [appellant 2] op 26 oktober 2009 in verband met de aantasting van de watertank zond:
“I have shown your pictures to an expert today. In his opinion it doesn’t seem to be an electrical problem. He is thinking most likely about a problem of chemical contamination due to an acid component in the water like chlorine.(…)”
ESMA, de deskundige die namens Rossinante is ingeschakeld, sluit de mogelijkheid van elektrolyse met zoveel woorden uit. In haar rapport van 22 september 2010 vermeldt zij dienaangaande:
“De oorzaak van de aantasting van de aluminium plaat is een gevolg van een geleidelijke aantasting van de aluminium plaat gedurende langere tijd (jaren). Volgens opgave van de eigenaar vertoont het onderwaterschip geen enkel spoor van aantasting. De eigenaar heeft het onderwaterschip recent gecontroleerd nadat het vaartuig als deklast op een vrachtschip naar Nederland is gekomen. Aantasting door elektrolyse als gevolg van een lekstroom of veroorzaakt door een potentiaalverschil kan derhalve uitgesloten worden aangezien het onderwaterschip bij het bestaan van een lekstroom en/of potentiaalverschil zeker aangetast zal worden.”
Garantex heeft nader onderzoek naar de elektra laten verrichten door [S] uit [plaats 4]. Uit metingen is gebleken dat de elektrische isolatie van het systeem goed is (zie r.o. 3.24) en dat dus geen sprake is van elektrolyse.
De onthechting van het verfsysteem staat los van de corrosie van de watertank. Garantex noemt drie mogelijke oorzaken van de onthechting van het verfsysteem die alle zijn terug te voeren op een gebrekkige opbouw daarvan. Ook [Y] noemt fouten bij het aanbrengen van de verf als mogelijke oorzaak van de onthechting.
In het licht van deze bevindingen van de door partijen geraadpleegde deskundigen acht het hof het verweer van Rossinante dat elektrolyse de oorzaak van alle problemen zou zijn, onvoldoende gemotiveerd. Rossinante heeft geen feiten of omstandigheden gesteld die afbreuk (kunnen) doen aan genoemde bevindingen. Voor bewijslevering is daarom geen plaats en het hof verwerpt dit verweer.

5.6

Het hof is voorts van oordeel dat uit de rapportages van Garantex, [Y], ESMA en TNO, hiervoor gedeeltelijk geciteerd in r.o. 3.7, 3.8, 3.10, 3.14 en 3.15 en waarvan de inhoud niet, althans niet voldoende gemotiveerd door Rossinante is betwist, volgt dat de gebreken aan de watertank en het verfsysteem van dien aard zijn dat sprake is van non-conformiteit van het zeiljacht. Daartoe wordt het volgende overwogen.

5.7

Vast staat dat het zeiljacht werd gekocht met het doel een wereldreis te maken. Kort na aanvang van die reis bleek dat sprake was van corrosie van de watertank doordat het aluminium niet bestand was tegen de kwaliteit van het ingenomen drinkwater. Rossinante heeft gesteld dat van non-conformiteit geen sprake is, omdat het aluminium van de tank extra dik is. Uit de verschillende rapportages blijkt echter dat er van ernstige corrosie sprake was hetgeen volgens TNO ingrijpen noodzakelijk maakte. Die noodzaak bestond temeer omdat de bodem van de watertank tevens de bodem van het zeiljacht vormt, zoals ook blijkt uit de e-mail van [X] van Garantex van 12 mei 2010 aan UVM (productie 30). Hij schrijft:
“Als er op korte termijn geen maatregelen genomen worden zal er een gat in de boot ontstaan.(…) Ik wil op korte termijn overleg met een expert van tegenpartij om tot een oplossing te komen voordat de boot naar de kelder gaat! Er moet tempo worden gemaakt en anders moeten we op eigen initiatief gaan handelen om erger te voorkomen.(…)”
Het hof is van oordeel dat ten aanzien van een zeiljacht dat bestemd is de wereldzeeën te bevaren mag worden verwacht dat het zodanig is uitgerust dat men overal ter wereld drinkwater in kan nemen, zonder dat dit tot (een zo snelle) aantasting van de watertank en daarmee de bodem van het zeiljacht leidt.

5.8

Ook de onthechting van het verfsysteem leidt tot het oordeel dat het zeiljacht non-conform is. Garantex spreekt in haar aanvullend rapport van expertise van 7 oktober 2010 (productie 24, blad 2 onderaan) van een levensduur van het schilderwerk van 10 jaar. Rossinante heeft niet betwist dat dit de gebruikelijke levensduur is. In dit geval trad al na twee jaar onthechting van de verflaag op. Het hof is van oordeel dat dit niet in overeenstemming is met hetgeen van een nieuw gebouwd zeiljacht mag worden verwacht. Rossinante erkent ook dat het verfsysteem na zo korte tijd nog niet zoveel problemen mag geven als zich in de praktijk hebben voorgedaan (cva onder 21). Voorts bevestigt zij dat in het geval de verfproblemen niet veroorzaakt worden door de door [appellant 2] in eigen beheer aangebrachte voorzieningen (lees: door elektrolyse) - hetgeen het hof hiervoor heeft vastgesteld - het zich laat aanzien dat sprake is van non-conformiteit van een deel van het uitgevoerde verfwerk (cva onder 24).

5.9

Ten aanzien van de vraag of [appellant 2] heeft voldaan aan de klachtplicht overweegt het hof als volgt.

5.10

UVM en [appellant 2] hebben aangevoerd dat de waterpomp al in 2008 verstopt raakte. Monteurs van [fabrikant] die in november 2008 een aantal werkzaamheden in het kader van de garantie kwamen uitvoeren hebben daar toen naar gekeken (mvg onder 5). Nadat [appellant 2] eind juli 2009 aan zijn wereldreis was begonnen, raakte het filter van de waterpomp opnieuw verstopt en dat probleem bleef zich ondanks het herhaaldelijk reinigen daarvan, voordoen.
In een poging de oorzaak te achterhalen heeft [appellant 2] de watertank in oktober 2009 opengemaakt. Toen ontdekte hij dat de bodem van de tank door corrosie was aangetast. (dagvaarding in eerste aanleg onder 2).
Rossinante heeft deze gang van zaken niet, althans niet gemotiveerd, weersproken.
Vast staat dat [appellant 2] Rossinante nog diezelfde maand, namelijk bij e-mail van
19 oktober 2009 aansprakelijk gesteld voor dit gebrek (productie 13). Rossinante heeft [appellant 2] vervolgens verwezen naar [fabrikant].
Het hof is van oordeel dat [appellant 2] aldus tijdig, namelijk binnen bekwame tijd na ontdekking, heeft geklaagd.

5.11

Wat de onthechting van de verf betreft hebben UVM en [appellant 2] – eveneens onweersproken – gesteld dat dit probleem in maart 2010 aan het licht kwam (mvg onder 12).
heeft ook daarover binnen bekwame tijd na ontdekking, namelijk bij e-mail van
25 maart 2010 bij Rossinante geklaagd (productie 17).

5.12

Wat de problemen met de elektra betreft overweegt het hof als volgt.
UVM en [appellant 2] hebben betoogd dat sprake was van verkeerde aansluitingen, hetgeen tot uiting kwam doordat er andere lichten aangingen dan er behoorden aan te gaan. Onder andere het stoomlicht, onderdeel van de navigatieverlichting, was niet correct aangesloten. Rossinante heeft betwist dat er bij aflevering van het zeiljacht sprake was van verkeerde aansluitingen. Zij stelt dat het probleem haar oorsprong vindt in de werkzaamheden die [appellant 2] na levering heeft laten uitvoeren.
Wat daarvan ook zij, het hof is van oordeel dat [appellant 2] het bestaan van dit probleem redelijkerwijs had behoren te ontdekken zodra hij het zeiljacht met zijn verlichting in gebruik nam. Op dat moment kon hij immers vaststellen dat de verlichting niet naar behoren functioneerde. Gesteld noch gebleken is evenwel dat [appellant 2] ter zake kort na de ingebruikname van het zeiljacht heeft geklaagd. In de correspondentie die in 2009 en begin 2010 is gevoerd, wordt immers slechts melding gemaakt van de corrosie van de watertank en de onthechting van de verf. Pas in de email van UVM van 8 juni 2010 wordt voor het eerst melding gemaakt van dit probleem. Het hof is daarom van oordeel dat [appellant 2] en UVM op dit gebrek geen beroep meer kunnen doen. Het deel van de vordering dat ziet op de kosten van het aanpassen van de elektra, te weten € 880,- (vergelijk de schadebegroting in het definitieve rapport van Garantex, productie 4, blad 2) komt dan ook niet voor toewijzing in aanmerking.

5.13

Nu op het punt van de watertank en het verfsysteem sprake is van non-conformiteit en [appellant 2] ter zake tijdig heeft geklaagd, hebben [appellant 2] en UVM naar het oordeel van het hof in beginsel recht op schadevergoeding.
De rechtbank heeft geoordeeld dat hen dat recht niet toekomt omdat niet is komen vast te staan dat UVM en [appellant 2] Rossinante schriftelijk hebben aangemaand in de zin van artikel 7:21 lid 6 BW om aan haar verplichting tot kosteloos herstel te voldoen. De rechtbank heeft daaraan de conclusie verbonden dat UVM en [appellant 2] geen recht op schadevergoeding hebben. Het hof acht dat oordeel onjuist.
Art. 7:21 lid 6 BW biedt de consument-koper de mogelijkheid om in geval van non-conformiteit eigenmachtig de zaak hersteld te krijgen. Deze bepaling luidt als volgt:
“Indien bij een consumentenkoop de verkoper niet binnen een redelijke tijd nadat hij daartoe door de koper schriftelijk is aangemaand, aan zijn verplichting tot herstel van de afgeleverde zaak heeft voldaan, is de koper bevoegd het herstel door een derde te doen plaatsvinden en de kosten daarvan op de verkoper te verhalen.”
De rechtbank miskent dat genoemde bepaling in de wet is opgenomen met het doel om de consument-koper te beschermen. De bepalingen van afdeling 3 van de eerste titel van boek 7 beogen de bevoegdheden van de consument-koper te vergroten en niet te beperken.
Art. 7:22 lid 4 BW bepaalt immers dat de rechten en bevoegdheden van art. 7:22 lid 1 en de artikelen 20 en 21 de koper toekomen onverminderd alle andere rechten en vorderingen. Ingeval van non-conformiteit heeft de consument recht op schadevergoeding overeenkomstig de afdelingen 9 en 10 van boek 6 BW (art. 7:24 lid 1 BW). Daarvan kan niet ten nadele van de consument-koper worden afgeweken (art. 7:6 lid 1 BW).
Bovendien heeft [appellant 2] naar het oordeel van het hof wel degelijk bij herhaling duidelijk gemaakt dat hij wenste dat Rossinante de aan het licht gekomen gebreken zou herstellen. [appellant 2] heeft tijdig bij Rossinante geklaagd. Rossinante heeft [appellant 2] vervolgens naar [fabrikant] verwezen en [appellant 2] heeft zich op verzoek van Rossinante vervolgens ook met de Franse werf verstaan. Daarbij heeft hij alle correspondentie steeds in afschrift aan Rossinante gezonden, zodat deze precies op de hoogte was van de ontwikkelingen. [appellant 2] heeft Rossinante ook in de gelegenheid gesteld het zeiljacht te inspecteren, zowel op Curaçao - van welke gelegenheid Rossinante geen gebruik heeft gemaakt - als in Nederland, waar het zeiljacht in opdracht van de verzekeraar van Rossinante door ESMA is onderzocht.
Aan de herhaalde verzoeken van [appellant 2] om met oplossingen te komen, heeft Rossinante geen gehoor gegeven. Zij is zich blijven verschuilen achter de Franse werf en heeft bij monde van [Z] herhaaldelijk iedere aansprakelijkheid afgewezen waarbij ze volhardde in haar standpunt dat de problemen te wijten waren aan door derden veroorzaakte elektrolyse, zulks ondanks het feit dat de verschillende deskundigen - waaronder de namens haarzelf ingeschakelde ESMA - inmiddels tot een ander oordeel waren gekomen.
Het hof is van oordeel dat [appellant 2] in die omstandigheid niet gehouden was het zeiljacht naar de werf in Frankrijk te vervoeren. Het was immers evident dat Rossinante en [fabrikant] niet van zins waren tot kosteloos herstel van het zeiljacht over te gaan, zoals de raadsman van UVM en [appellant 2] in zijn brief van 15 februari 2011, die zowel aan de werf als aan Rossinante werd gezonden, heeft vastgesteld, voordat UVM en [appellant 2] de herstelwerkzaamheden door
[bedrijf 2] Yachtbuilding hebben laten uitvoeren. Rossinante heeft toen niet alsnog de bereidheid uitgesproken om voor (kosteloos) herstel zorg te dragen. Nu Rossinante uitdrukkelijk iedere aansprakelijkheid had afgewezen, was gelet op het bepaalde in artikel 6:83 BW bovendien geen ingebrekestelling vereist om het verzuim van Rossinante te doen intreden.

5.14

Rossinante heeft ook nog aangevoerd dat het bepaalde in artikel 5 lid 4 van de HISWA voorwaarden meebrengt dat [appellant 2] het zeiljacht op de Franse werf had moeten aanbieden voor herstel.
UVM en [appellant 2] hebben in dit verband voor het eerst ter gelegenheid van het pleidooi in hoger beroep een beroep op vernietiging van de HISWA-voorwaarden gedaan, omdat deze naar hun oordeel onredelijk bezwarend zijn. Nu dit een nieuwe grief is, die in strijd met de twee conclusieregel is opgeworpen en Rossinante daar bovendien tegen bezwaar heeft gemaakt, laat het hof deze grief buiten behandeling.
Het beroep op artikel 5 lid 4 van de HISWA-voorwaarden faalt echter op dezelfde gronden als het beroep op artikel 7:21 lid 6 BW. De rechten van [appellant 2] als consument-koper kunnen niet contractueel worden beperkt of uitgesloten (artikel 7:6 BW). Nu Rossinante iedere aansprakelijkheid van de hand wees en niet bereid was tot kosteloos herstel van de gebreken over te gaan, was [appellant 2] niet gehouden het zeiljacht bij de werf van [fabrikant] aan te bieden, nog daargelaten of die werf in de zin van de HISWA-voorwaarden als werf van Rossinante - die zelf niet over een werf beschikt - kan worden beschouwd.
5.15 [appellant 2] en UVM - voor zover zij in de rechten van [appellant 2] is gesubrogeerd - kunnen dan ook aanspraak maken op schadevergoeding ter zake van de gebreken aan de watertank en het verfsysteem. Daarnaast kunnen zij aanspraak maken op vergoeding van gevolgschade.

5.16

Garantex heeft aangegeven dat de kosten van herstel van de gebreken € 85.892,20 hebben bedragen (productie 4 blad 2 bij dagvaarding in eerste aanleg). UVM heeft dit bedrag, onder aftrek van het eigen risico van € 6.500,- aan [appellant 2] vergoed. UVM vordert het door haar aan [appellant 2] uitgekeerde bedrag van € 79.392,20 van Rossinante.

5.17

Rossinante heeft aangevoerd dat er niet alleen gebreken zijn hersteld maar ook verbeteringen zijn aangebracht, te weten het aanbrengen van kunststof watertanks, nieuw schilderwerk en aanpassingen aan het elektrisch systeem. Voor het verwijderen van de polyester opbouw bestond naar haar oordeel geen noodzaak.

5.18

Het hof heeft hiervoor al overwogen dat de kosten van aanpassen van elektra
(€ 880,-) niet voor vergoeding in aanmerking komen omdat [appellant 2] op dat punt niet aan zijn klachtplicht heeft voldaan.
Wat de watertanks betreft, heeft deskundige [X] van Garantex ter gelegenheid van de comparitie van partijen in eerste aanleg bevestigd dat er enig dubbel werk is gedaan, omdat het aanvankelijk de bedoeling was te volstaan met het reinigen en coaten van de tanks, maar dat men al doende tot de conclusie kwam dat de corrosie te ernstig was en dat de tanks moesten worden vervangen. Nu het hier gaat om een niet onbegrijpelijke wijziging van inzichten tijdens de herstelwerkzaamheden en het hof geen aanleiding ziet de extra kosten die daardoor zijn ontstaan voor rekening van [appellant 2] of UVM te laten komen, zal het hof de met de watertank verband houdende posten, ‘Herstel vlak’ en ‘Plaatsen PE tanks’ (€ 9.490,- en € 4.061,-), volledig toewijzen.
Over de werkzaamheden aan de kiel heeft [X] tijdens de comparitie gezegd:
“De werkzaamheden met betrekking tot de kiel betrof een periodiek onderhoud, ik kan
[A] gelijk geven dat die kosten niet onder het schadebedrag vallen.”
Om die reden komt de post ‘Kiel en kielkast stralen en coaten’ ten bedrage van € 2.670,- niet voor vergoeding in aanmerking.
Met betrekking tot het verwijderen van de opbouw overweegt het hof dat niet in geschil is dat het schilderwerk ernstige gebreken vertoonde. De heer [B] van Rossinante heeft daarover ter gelegenheid van de comparitie van partijen in eerste aanleg verklaard:
“De verf viel van het schip af, ik heb de foto’s gezien. Ik heb de werf de foto’s toegestuurd. Die zeiden ook: “de boot lijkt te koken er is iets vreselijks aan de hand. De boot moet direct terug naar de werf.”
[X] heeft over het schilderwerk en de verwijdering van de opbouw verklaard:
“De corrosie zat onder de rand van de opbouw bij de overgang van polyester naar aluminium. We konden, toen de opbouw er af was gehaald zien dat het niet goed geschilderd was. Slecht schilderwerk was de oorzaak van de corrosie aan de buitenkant. Er was sprake van een inconsistente coating en niet uitgeharde plamuur. (…) Je trok het verfsysteem er zo af. Er was geen enkele hechting. De plamuur was te zacht en de laagopbouw veel te dun. De conclusie was dat dit in zijn geheel opnieuw moest.”
Een en ander is door Rossinante niet voldoende gemotiveerd weersproken. De namens haar ingeschakelde deskundige, ESMA, heeft de slechte kwaliteit van het schilderwerk bevestigd. Het hof acht dan ook voldoende aannemelijk gemaakt dat het gehele verfsysteem moest worden vervangen en dat daartoe de verwijdering van de opbouw noodzakelijk was omdat de corrosie zich ook onder de rand van de opbouw bevond. De post ‘Verwijderen opbouw en afwerken’ (€ 15.470,-) komt dan ook volledig voor toewijzing in aanmerking.
Wel is ten aanzien van het schilderwerk een korting wegens nieuw voor oud op zijn plaats, nu het schip na drie jaar is voorzien van een volledig nieuw verfsysteem. [appellant 2] heeft hierdoor een voordeel doordat hij het gebruikelijke, iedere 10 jaar, te plegen reguliere onderhoud voor wat betreft het schilderwerk drie jaar later zal hoeven uitvoeren. Het hof begroot het nieuw voor oud voordeel op 20% en zal het gevorderde schadebedrag met dat percentage verminderen. Het ter zake van de post straal- en schilderwerk te vergoeden bedrag wordt alsdan € 28.974,65.
De kosten van het doormeten van de elektrische installatie door [S] acht het hof ook voor toewijzing vatbaar, omdat dit voor het vaststellen van de schadeoorzaak noodzakelijk was, zeker in het licht van de omstandigheid dat Rossinante en de werf bleven volhouden dat elektrolyse de oorzaak van alle problemen was.
Ook de post ‘kraanwerk transport en tuigage van € 2.560,- is voor toewijzing vatbaar, nu daartegen geen verweer is gevoerd.

5.19

De kosten van het onderzoek door Garantex ten bedrage van € 16.652,63 komen als redelijke kosten ter vaststelling van aansprakelijkheid en schade eveneens voor toewijzing in aanmerking.

5.20

UVM maakt aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten.

Het hof stelt vast dat het Besluit van 27 maart 2012, houdende regels ter normering van de vergoeding voor kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte (Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten) niet van toepassing is. Het hof stelt vast dat inderdaad buitengerechtelijke incassokosten zijn gemaakt.

De buitengerechtelijke kosten op grond van het Rapport Voorwerk II worden toegewezen overeenkomstig twee punten van het toepasselijke liquidatietarief (€ 1.631,-), derhalve tot een bedrag van € 3.262,-.

5.21

Rossinante heeft bezwaar gemaakt tegen de door [appellant 2] geclaimde kosten in verband met de repatriëring van het zeiljacht. Rossinante heeft gesteld dat repatriëring niet noodzakelijk was en dat het herstel ook had kunnen worden uitgevoerd nadat [appellant 2] zijn wereldreis had voltooid. Het hof verwerpt dat standpunt nu uit de bevindingen van de diverse deskundigen, waaronder TNO en [X] (zie r.o. 5.7 hiervoor) genoegzaam blijkt van de noodzaak om snel in te grijpen.
Rossinante heeft voorts aangevoerd dat het zeiljacht niet als deklast vervoerd behoefde te worden en zelf nog had kunnen varen. Het hof verwerpt ook dat verweer. Gelet op de ernstige aantasting van de watertank die tevens de bodem van het zeiljacht vormde ([X] spreekt ter comparitie over putten van 3 mm in een plaat die 6 tot 8 mm dik is), alsmede gelet op de omstandigheid dat het orkaanseizoen was, was de beslissing het zeiljacht als deklast te vervoeren alleszins gerechtvaardigd. De kosten van transport van het zeiljacht en de reis- en verblijfkosten van [appellant 2] zullen daarom worden toegewezen evenals het bedrag van het eigen risico.

Slotsom
5.22 Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd. Het hof zal, opnieuw rechtdoende, de vordering van [appellant 2] van € 22.162,78 volledig toewijzen.
De vordering van UVM zal in hoofdsom worden toegewezen tot een bedrag van (2.560 + 28.974,65. + 9.490,- + 4.061,- + 15.470,- + 829,- = 57.762,82 + 11.663,08 btw = 73.047,73 en verminderd met het eigen risico van 6.500,- =) € 66.547,73. Daarnaast zullen de kosten van Garantex van € 16.652,63 worden toegewezen alsmede de buitengerechtelijke incassokosten van € 3.262,-, waarmee het totale bedrag komt op € 86.462,36.
UVM en [appellant 2] hebben wettelijke rente gevorderd primair vanaf de dag van betaling subsidiair vanaf de dag van de dagvaarding in eerste aanleg. Het hof zal het primair gevorderde niet toewijzen nu uit productie 7 onvoldoende duidelijk volgt onder welke van de daarin genoemde betalingen de toe te wijzen posten zijn begrepen, terwijl evenmin duidelijk is wanneer het bedrag van het eigen risico precies ten laste van [appellant 2] is gekomen. De wettelijke rente zal daarom worden toegewezen vanaf de dag van de inleidende dagvaarding. Rossinante zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in beide instanties, het nasalaris daaronder begrepen, een en ander op de wijze als in het dictum bepaald. Die kosten worden voor zover gevallen aan de zijde van UVM/[appellant 2] tot aan deze uitspraak begroot op € 1.788,- in eerste aanleg (2 pt tarief 894,-) en op € 4.893,- in hoger beroep (3 pt, tarief 1.631,-) en op € 131,- aan nasalaris te verhogen met € 68,- in geval van betekening.

De beslissing
Het gerechtshof:

vernietigt het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van
23 oktober 2013 en opnieuw rechtdoende:

veroordeelt Rossinante om binnen twee dagen na betekening van dit arrest, tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan UVM te betalen een bedrag van € 86.462,36 (zegge: zesentachtigduizend vierhonderdtweeënzestig euro en zesendertig cent) vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 20 juli 2012 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Rossinante om binnen twee dagen na betekening van dit arrest, tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [appellant 2] te betalen een bedrag van € 22.162,78 (zegge: tweeëntwintigduizend honderdtweeënzestig euro en achtenzeventig cent) vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 20 juli 2012 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Rossinante in de proceskosten van het geding in beide instanties en begroot die tot aan deze uitspraak voor zover gevallen aan de zijde van UVM/[appellant 2]:
in eerste aanleg op € 3.720,46 aan verschotten en op € 1.788,- aan salaris voor de advocaat en in hoger beroep op € 5.216,88 aan verschotten en op € 1.631,- aan salaris voor de advocaat en op € 131,00 aan nasalaris van de advocaat,
een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente over voormelde bedragen

vanaf 14 dagen na betekening van deze uitspraak tot de dag der algehele voldoening,

en te vermeerderen met € 68,00 voor nasalaris van de advocaat indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan deze uitspraak is voldaan èn betekening heeft plaatsgevonden;

verklaart deze uitspraak tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit arrest is gewezen door mr. M.M.A. Wind, mr. D.H. de Witte en mr. A. van Hees en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 19 mei 2015.