Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:10203

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
10-06-2015
Datum publicatie
27-08-2018
Zaaknummer
16-661336-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Artt. 63 en 64 Sv. Bevoegdheid tot opheffing van bewaring. Zolang het onderzoek ter terechtzitting nog niet is aangevangen, worden beslissingen omtrent het opheffen of schorsen van de bewaring genomen door de rechter-commissaris. De meervoudige raadkamer was derhalve niet bevoegd. Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis dient alsnog te worden behandeld door de rechter-commissaris.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

locatie Arnhem

pkn: 16-661336-15

avnr: 000895-07

Het gerechtshof heeft te beslissen op het hoger beroep ingesteld door

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1964,

wonende op het adres [woonplaats] .

Het hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht van 21 mei 2015, voor zover houdende de afwijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte.

Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door

mr W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, in raadkamer van heden.

Het hof heeft gezien bovengenoemde beschikking en de akte opgemaakt door de griffier bij die rechtbank van 26 mei 2015.

OVERWEGINGEN:

Op 21 april 2015 heeft de rechter-commissaris in strafzaken in de rechtbank Midden-Nederland tegen verdachte een bevel tot bewaring verleend voor een termijn van veertien dagen.

De tenuitvoerlegging van het bevel tot bewaring is geschorst met ingang van 21 april 2015 tot de terechtzitting van 20 juli 2015.

Verdachte heeft bij verzoekschrift van 6 mei 2015 aan de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, verzocht de op (grond van) het bevel tot bewaring berustende en momenteel van rechtswege geschorste voorlopige hechtenis op te heffen. Het verzoek is behandeld door de meervoudige raadkamer van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht. De raadkamer heeft bij beschikking van 21 mei 2015 het verzoek afgewezen. Verdachte heeft tegen deze beschikking hoger beroep ingesteld.

Zolang het onderzoek ter terechtzitting nog niet is aangevangen, worden beslissingen omtrent het opheffen of schorsen van de bewaring genomen door de rechter-commissaris. De meervoudige raadkamer was derhalve niet bevoegd het verzoek te behandelen en daarop te beslissen.

Het hof zal de beslissing van de rechtbank daarom vernietigen en bepalen, dat het door verdachte gedane verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis alsnog dient te worden behandeld door de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Midden-Nederland.

Het hof heeft gelet op het bepaalde in de artikelen 63 en 64 van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING:

Het hof vernietigt de beslissing waarvan beroep en bepaalt dat het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte zal worden behandeld door de rechter-commissaris in strafzaken in de rechtbank Midden-Nederland.

Aldus gegeven op 10 juni 2015 door mrs E.A.K.G. Ruys, voorzitter, Y.A.J.M. van Kuijck en P.R. Wery, raadsheren, in tegenwoordigheid van B.F. Peters, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.