Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:10198

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
24-11-2015
Datum publicatie
22-05-2017
Zaaknummer
21-000653-15
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2016:3382, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-000653-15

Uitspraak d.d.: 24 november 2015

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland van 6 februari 2015 met parketnummer 05-141479-14 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 05-721007-12, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,

wonende te [woonplaats].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 10 november 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. M.R. Roethof, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewezenverklaring en strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2014 tot en met 30 juni 2014, te Arnhem, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof is van oordeel dat het door en namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Dat verdachte tegenover de politie onder druk en niet naar waarheid heeft verklaard omdat hij naar zijn zwangere vriendin toe wilde die op het punt stond te bevallen, zoals hij ter terechtzitting van het hof heeft aangevoerd, acht het hof gelet op de gedetailleerdheid van zijn verklaring tegenover de politie en in het licht van de overige gebezigde bewijsmiddelen niet geloofwaardig. Bovendien komt uit reclasseringsrapportages naar voren en is door verdachte ter zitting erkend dat zijn vriendin pas 6 weken later is bevallen.

Ook de verklaring van getuige [getuige] zoals afgelegd ter terechtzitting van het hof, inhoudende dat zijn verklaring zoals afgelegd tegenover de politierechter niet juist was, acht het hof niet geloofwaardig. Immers, [getuige] heeft op afzonderlijke momenten bij zowel de politie als bij de politierechter verklaard drugs van verdachte te hebben gekocht, en van ontoelaatbare druk waaronder die verklaringen zouden zijn afgelegd is niet gebleken.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2014 tot en met 30 juni 2014, te Arnhem, meermalen , althans eenmaal, ( telkens ) opzettelijk heeft verkocht en /of afgeleverd en /of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I , dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen -en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden- de navolgende omstandigheden.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de handel in cocaïne. Het is een feit van algemene bekendheid dat het gebruik van harddrugs een ernstige bedreiging voor de gezondheid van de gebruikers ervan vormt. Daarnaast zorgen harddrugs maatschappelijk gezien voor veel schade. De mensen die afhankelijk zijn van deze drugs veroorzaken veel overlast en schade om deze drugs te kunnen bekostigen. Om deze redenen dient tegen de handel in harddrugs krachtig te worden opgetreden.

Bij de strafbepaling heeft het hof de binnen de rechtspraak gehanteerde oriëntatiepunten in aanmerking genomen.

Alles afwegende acht het hof oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden. Anders dan de politierechter en de advocaat-generaal ziet het hof gelet op de aard en ernst van het bewezenverklaarde, de eerdere veroordeling in Spanje voor de betrokkenheid bij handel in harddrugs alsmede de persoon van de verdachte geen reden om een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen.

Beslag

De hierna te noemen inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen zijn vervaardigd of bestemd voor het bewezenverklaarde. Zij behoren de veroordeelde toe. Zij zullen daarom worden verbeurd verklaard.

Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Het onder verdachte inbeslaggenomen geldbedrag zal aan verdachte worden teruggegeven. In dat verband overweegt het hof, overeenkomstig de politierechter, dat niet vast staat dat dit geld afkomstig is van de handel in verdovende middelen, hetgeen voor verbeurdverklaring wel vereist is.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de rechtbank te Arnhem van 9 oktober 2012 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf, parketnummer 05-721007-12. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Echter, nu de bewezenverklaring in de onderhavige zaak ziet op een ander feit dan de feiten waarvoor verdachte in een proeftijd liep, zal de vordering tot tenuitvoerlegging in het onderhavige geval worden afgewezen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 14h, 14i, 14j, 24, 33, 33a, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

  • -

    1 weegschaal;

  • -

    1 notitieblok.

Gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven geldbedrag, te weten:

- een geldbedrag van € 659,-.

Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Gelderland van 19 januari 2015, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de rechtbank te Arnhem van 9 oktober 2012, parketnummer 05-721007-12, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden.

Aldus gewezen door

mr. G. Mintjes, voorzitter,

mr. Y.A.J.M. van Kuijck en mr. M.M.L.A.T. Doll, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. N.D. Mavus-ten Elshof, griffier,

en op 24 november 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 24 november 2015.

Tegenwoordig:

mr. M.E. van Wees, voorzitter,

mr. L.H.J. Vijlbrief-Smit, advocaat-generaal,

mr. I.I.D. Leene, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.