Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:10181

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
30-12-2015
Datum publicatie
08-05-2017
Zaaknummer
21-000170-14
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2017:795, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-000170-14

Uitspraak d.d.: 30 december 2015

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 31 december 2013 met parketnummer 05-720355-13 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

wonende te [woonplaats].

Het hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 16 december 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman, mr. M.A.I. Witlox, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - tenlastegelegd dat:

1. primair:
hij op of omstreeks 18 september 2013 te Velp en/of te Arnhem, althans te Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, ter voorbereiding van het misdrijf diefstal met geweldpleging in vereniging en/of afpersing in vereniging, resp. artikel(en) 312 jo 45/47 en/of 317 jo 45/47 van het Wetboek van Strafrecht opzettelijk één of meer voorwerpen, te weten:

- een (leen)auto en/of

- een navigatiesysteem (Garmin, met daarin vermeld/ingevoerd een adres in Enschede) en/of

- één of meer paar handschoenen en/of

- één of meer op vuurwapens gelijkende voorwerpen en/of

- een honkbalknuppel en/of

- één of meer cols en/of

- één of meer (geprepareerde) tie-rip(s) en/of

- ( duct-)tape en/of

- één of meer tassen, bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad (en/of één of meer mobiele telefoons en/of id-bewijzen niet voorhanden heeft/hebben gehad en/of bij zich heeft/hebben gedragen);

1. subsidiair:
hij op of omstreeks 18 september 2013 te Velp en/of te Arnhem, althans te Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, ter voorbereiding van het misdrijf gijzeling in vereniging, artikel 282a jo 45/47 van het Wetboek van Strafrecht, opzettelijk één of meer voorwerpen, te weten:

- een (leen)auto en/of

- een navigatiesysteem (Garmin, met daarin vermeld/ingevoerd een adres in Enschede) en/of - één of meer paar handschoenen en/of

- één of meer op vuurwapens gelijkende voorwerpen en/of

- een honkbalknuppel en/of

- één of meer cols en/of

- één of meer (geprepareerde) tie-rip(s) en/of

- ( duct-)tape en/of

- één of meer tassen, bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad (en/of één of meer mobiele telefoons en/of id-bewijzen niet voorhanden heeft/hebben gehad en/of bij zich heeft/hebben gedragen);

1. meer subsidiair:
hij op of omstreeks 18 september 2013 te Velp en/of te Arnhem, althans te Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, ter voorbereiding van het misdrijf wederrechtelijke vrijheidsberoving (ontvoering) in vereniging, artikel 282 jo 45/47 van het Wetboek van Strafrecht, opzettelijk één of meer voorwerpen, te weten:

- een (leen)auto en/of

- een navigatiesysteem (Garmin, met daarin vermeld/ingevoerd een adres in Enschede) en/of - één of meer paar handschoenen en/of

- één of meer op vuurwapens gelijkende voorwerpen en/of

- een honkbalknuppel en/of

- één of meer cols en/of

- één of meer (geprepareerde) tie-rip(s) en/of

- ( duct-)tape en/of

- één of meer tassen, bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad (en/of één of meer mobiele telefoons en/of id-bewijzen niet voorhanden heeft/hebben gehad en/of bij zich heeft/hebben gedragen).

2:
hij op of omstreeks 18 september 2013 te Velp, althans te Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, (een of meer) wapen(s) van categorie I onder 7°, te weten

- een airsoftwapen van een onbekend merk en type, kaliber 6 mm BB (welk wat vorm en afmeting betreft een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen van het merk en type Heckler & Koch, model MP 5 kaliber 9 x 19 mm)

en/of

- een airsoftwapen, merk KWC, model M1911A1 kaliber 6mm BB (welk wat vorm en afmeting betreft sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen van het merk Colt model M1911, kaliber .45 ACP),

zijnde (een) voorwerp(en) dat/die voor wat betreft zijn/hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) vuurwapen(s) en/of met (een) voor ontploffing bestemde voorwerp(en) voorhanden heeft gehad.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

De raadsman heeft in hoger beroep vrijspraak bepleit van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten. Daartoe heeft de raadsman de volgende verweren gevoerd.

Ten aanzien van feit 1.

Primair

Niet kan worden bewezen verklaard dat verdachte de in de tenlastelegging genoemde voorwerpen opzettelijk voorhanden heeft gehad, zoals vereist voor een strafbare voorbereidingshandeling. Verdachte wist niets van de in de auto aangetroffen handschoenen. Verdachte droeg geen col - zoals door de politie geverbaliseerd - en hij wist helemaal niets af van de in de auto aangetroffen nepwapens, de tie-rips en de duct-tape. Verdachte had voorts geen wetenschap van de spullen die in een tasje in zijn eigen auto zijn aangetroffen, bonnetjes voor cols en tie-rips.

Subsidiair

Niet kan worden bewezen verklaard dat verdachte het opzet had op de criminele bestemming van de in de tenlastelegging genoemde voorwerpen, noch dat het opzet van verdachte was gericht op een concreet misdadig doel.

Ten aanzien van feit 2.

Er is geen bewijs dat verdachte de imitatie-wapens, die zich bevonden in een tas in de achterbak van de auto, voorhanden heeft gehad. Verdachte wist niets van de aanwezigheid van die wapens en heeft de betreffende tas met nepwapens ook niet in de auto gezet.

Het hof overweegt als volgt.

Ten aanzien van feit 1 primair en 2

Op grond van artikel 46 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht is strafbaar de voorbereiding van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, wanneer de dader opzettelijk voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten of vervoermiddelen bestemd tot het begaan van dat misdrijf verwerft (..) dan wel voorhanden heeft.

Bij de beoordeling van de vraag of een voorwerp kennelijk is bestemd tot het begaan van een beoogd misdrijf zijn een drietal criteria van belang:

 de uiterlijke verschijningsvorm van de voorbereidingsmiddelen;

 het gebruik daarvan;

 het misdadige doel dat de verdachte met het gebruik van de voorbereidingsmiddelen voor ogen had.

Voor de beoordeling of de voorwerpen die een verdachte voorhanden heeft, zijn bestemd tot het begaan van een misdrijf als voornoemd, is de uiterlijke verschijningsvorm van die voorwerpen niet doorslaggevend: de intentie, het misdadige doel dat de verdachte voor ogen had, weegt mee voor het bewijs van de kennelijke bestemming (o.a. HR 20 februari 2007, LJN AZ0213). Dat houdt in dat een voorwerp in objectieve zin niet bestemd hoeft te zijn tot het begaan van een misdrijf, zoals bijvoorbeeld een navigatiesysteem, maar het voorwerp die bestemming wel kan verkrijgen bezien in het licht van het misdadige doel waar het voor wordt gebruikt.

Om te komen tot een bewezenverklaring van het plegen van een strafbaar feit in de zin van artikel 46 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht is behalve het vereiste van een kennelijke bestemming van de voorbereidingsmiddelen tot het begaan van een misdrijf, de bewezenverklaring van de criminele intentie van de verdachte vereist (o.a. Hoge Raad, 12 februari 2013, HR 2013:BZ1956 en HR:2014:179).

Het hof acht op grond van de in het dossier vervatte bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 primair en 2 tenlastegelegde feiten, welke hij in nauwe en bewuste samenwerking met zijn medeverdachten heeft gepleegd.

Het hof is van oordeel dat de in de tenlastelegging genoemde voorwerpen, in gezamenlijkheid beschouwd, voorbereidingsmiddelen betreffen kennelijk bestemd tot het begaan van een door de verdachten concreet beoogd misdrijf, namelijk diefstal met geweld in vereniging dan wel afpersing in vereniging en dat verdachte en zijn medeverdachten bij het voorhanden hebben van deze voorwerpen een criminele intentie voor ogen hadden.

Bij de beoordeling neemt het hof in het bijzonder de hierna volgende redengevende feiten en omstandigheden in aanmerking.

Verdachte en zijn twee medeverdachten zijn in de nacht van dinsdag 17 september 2013 op woensdag 18 september 2013 rond 04.00 uur tijdens een verkeerscontrole staande gehouden als inzittenden van een donkerkleurige Ford Ka met kenteken [AA-00-BB].

Verdachten bleken zich geen van allen te kunnen legitimeren aangezien zij geen legitimatiebewijzen bij zich droegen.

Tijdens de staandehouding kon de politie door de achterruit in de kofferbak van de auto kijken; de hoedenplank lag op de achterbank. In de kofferbak stond onder meer een open zwarte tas waaruit zichtbaar een honkbalknuppel stak.

De verbalisanten hebben daarop het onderzoek voortgezet op grond van de hun toekomende bevoegdheden op basis van de Wet wapens en munitie.

Bij nader onderzoek bleek de zwarte tas naast de honkbalknuppel ook (geprepareerde) tie-rips en een rol grijze duct-tape te bevatten. Het ‘geprepareerde’ van de tie-rips bestond erin dat zij paarsgewijs aan de uiteinden met elkaar verbonden waren, een cirkel vormden. Op de vraag: Wat zou je met die tie-rips kunnen doen als je het hele plaatje zo ziet?, antwoordde (mede-)verdachte [betrokkene 1], geconfronteerd met een foto van de tie-rips, later in verhoor (p. 114): Ja dan kun je iemand ermee vastmaken, dat soort dingen als je zou willen. Het hof merkt daarbij op dat [betrokkene 1] spreekt van ‘iemand’, niet van ‘iets’.

Uit het nader onderzoek bleek voorts dat in de kofferruimte ook een oranje boodschappentas stond met daarin een voorwerp dat sterk geleek op een vuurwapen. 1

Verdachten zijn daarop aangehouden ter zake van overtreding van de Wet wapens en munitie.

Na aanhouding van verdachten is voornoemde Ford Ka nader onderzocht.

De oranje boodschappentas bleek twee zogenaamde airsoftwapens te bevatten, te weten op het eerste gezicht niet van echt te onderscheiden replica’s van een automatisch vuurwapen, merk Heckler & Koch, MP5, respectievelijk van een handvuurwapen, merk Colt.

Onder de stoel van de bijrijder werd een zwart Garmin navigatiesysteem aangetroffen, aangesloten op de sigarettenaansteker. 2

Op de grond bij het koppelingspedaal lag een paar zwart/blauwe werkhandschoenen.

Ook op de stoel aan de passagierszijde van de auto en op de achterbank van de auto werd (telkens) een paar zwart/blauwe handschoenen aangetroffen.

Op de achterbank van de auto werden een zwarte pantykous en een zwartkleurige col aangetroffen.

Verdachte [betrokkene 2], die de auto bestuurde, droeg bij zijn aanhouding een zwarte col om zijn nek3 en een zwarte pantykous in een zak van zijn trui. 4

Bij de insluiting van verdachte [verdachte], ten tijde van de aanhouding gezeten op de bijrijdersstoel, bleek dat hij twee broeken over elkaar droeg. Ook hij droeg bij zijn aanhouding een zwarte col om zijn hals5.

Het hof stelt vast dat uit het dossier volgt dat de drie verdachten elkaar al geruime tijd kenden. Zij hebben elkaar jaren geleden ontmoet tijdens een periode van gezamenlijk verblijf in een TBS-instelling.

De rode Ford Ka waarin verdachten reden bleek eigendom te zijn van getuige [getuige], een kennis van de drie verdachten.

[getuige] heeft verklaard dat zij op dinsdagmiddag 17 september 2013 werd gebeld door verdachte [betrokkene 1] met de vraag of hij haar auto, een rode Ford Ka met kenteken [AA-00-BB] mocht lenen. [betrokkene 1] heeft die avond rond 23.30 uur de auto bij [getuige] opgehaald. Toen hij de auto kwam halen lagen er geen op vuurwapens gelijkende voorwerpen in haar auto, noch tie-rips, bivakmutsen, handschoenen of een honkbalknuppel, aldus [getuige]. 6 Ditzelfde geldt voor het navigatiesysteem.

[betrokkene 1] heeft beaamd dat hij de Ford Ka die avond ‘schoon’ heeft opgehaald bij getuige [getuige] en laat in die nacht met die auto naar de woning van [betrokkene 2] (het hof begrijpt: medeverdachte [betrokkene 2]) is gereden7. Het laatste vindt ook bevestiging in de inhoud van de nader te bespreken WhatsApp-berichten.

[betrokkene 1] heeft verklaard dat hij op 17 september 2013, de dag voor zijn aanhouding, in een winkel een drietal ‘tactical facewraps’ heeft gekocht, geschikt om je gezicht mee te vermommen.8

In de bij de woning van (mede-)verdachte [betrokkene 2] geparkeerd staande auto van verdachte [verdachte], een Peugeot 206 met kenteken [CC-00-DD], is een tas met spullen aangetroffen van de winkel [A], met daarin onder meer een aankoopbon voor een drietal facewraps d.d. 17 september 2013 en twee lege verpakkingen van ‘tactical facewraps’, merk Fostex. 9

[betrokkene 1] heeft daarover verklaard dat hij die nacht bij [betrokkene 2] ([betrokkene 2]) thuis was terwijl [verdachte] er ook was 10, en dat hij toen misschien aan [verdachte] heeft gevraagd om de bonnetjes van de door hem aangeschafte ‘facewraps’ weg te gooien, terwijl [verdachte] die vervolgens mogelijk in zijn auto heeft achtergelaten.11

In de Peugeot 206 van (mede-)verdachte [verdachte] zijn voorts tie-rips aangetroffen van hetzelfde soort en (deels) op dezelfde wijze geprepareerd 12 als de tie-rips die zijn aangetroffen in de zwarte tas achterin de rode Ford Ka.13

In de Peugeot van [verdachte] werd daarnaast een doos van een Garmin navigatieapparaat aangetroffen, van hetzelfde merk en type als het Garmin navigatieapparaat dat in de Ford Ka onder de stoel van de bijrijder werd aangetroffen (Garmin, type Nuvi 40). In de Ford Ka werd ook de bevestigingssteun van zo’n apparaat aangetroffen.

In de woning van [betrokkene 2], aan het adres [a-straat 1] te Arnhem, werden aangetroffen en inbeslaggenomen twee lege dozen die kennelijk behoorden bij de airsoftwapens uit de rode Ford Ka, een doos met daarin een derde airsoftwapen, te weten een multi-shotgun met bijbehorende munitie, een tas met kleding van (mede-)verdachte [betrokkene 1] en zijn portemonnee met daarin diverse passen, waaronder een visitekaartje van de winkel [A]. 14

Verdachte heeft blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg aangegeven dat hij die nacht samen met zijn medeverdachten bij [betrokkene 2] ([betrokkene 2]) was en dat ze daar met zijn drieën in de Ford Ka zijn gestapt.

[betrokkene 1] heeft verklaard dat hij de bewuste nacht op enig moment na 01.00 uur met de rode Ford Ka van [getuige] is vertrokken vanaf de woning van [betrokkene 2], samen met medeverdachten [verdachte] ([verdachte]) en [betrokkene 2] ([betrokkene 2]).

Ten aanzien van de bedoeling van de nachtelijke autorit hebben de verdachten zich beroepen op hun zwijgrecht.

[betrokkene 2] heeft tegenover de politie verklaard dat hij samen met de medeverdachten rond 04.00 uur wegreed bij zijn woning om te tanken en dat hij tijdens de autorit de route van ‘de tomtom’ aan het volgen was. 15

[betrokkene 2] heeft voorts verklaard dat de inbeslaggenomen imitatiewapens die in de kofferbak van de rode Ford Ka en in de woning zijn aangetroffen van hem waren en dat hij die airsoftwapens zelf heeft gekocht. 16

In het Garmin navigatiesysteem, aangetroffen in de Ford Ka waarin verdachten reden, stond als laatst ingevoerde adres: [b-straat 1] te Enschede.

Uit nader onderzoek van het inbeslaggenomen navigatieapparaat blijkt dat het kennelijk is gebruikt tijdens een autorit op maandagavond 16 september 2013 van Arnhem naar Enschede en weer terug. Dit rit startte om 20:37:27 uur vanuit de omgeving van de [a-straat 1] te Arnhem (de straat waarin [betrokkene 2] woont) en leidde naar de vlakbij de [b-straat 1] gelegen Euregioweg te Enschede; aankomst 21:47:55 uur. Ongeveer vijf minuten later wordt de terugreis aanvaard.17

Als vermeld heeft [betrokkene 2] verklaard dat hij ten tijde van de aanhouding “de tomtom” in de auto volgde. Het hof houdt het er dan ook voor dat de verdachten opnieuw onderweg waren naar (de omgeving van) de [b-straat 1] te Enschede.

Tijdens de nachtelijke rit van 17 op 18 september 2013 hebben verdachten hun mobiele telefoons niet meegenomen; die mobiele telefoons, vier stuks, werden aangetroffen in een kast op de eerste verdieping van de woning van verdachte [betrokkene 2].18

Uit onderzoek naar de gegevens in die telefoons blijkt het volgende.

Een Samsung, type GT1 1890 bleek in gebruik te zijn bij verdachte [betrokkene 2]. De in dit toestel opgeslagen WhatsApp-gesprekken van 16 – 17 – 18 september 2013 tussen verdachten [betrokkene 2], [verdachte] en [betrokkene 1] werden uitgelezen.

De inhoud van die WhatsApp-berichten luidt - onder meer - als volgt.

Op 16 september 2013, om 9:54:31: “Die tori wordt geklaard sws”.

Op 17 september 2013, om 12:15:46: ‘[betrokkene 1] wilt gaan sws… hij wil niet praten.”, om 12:21:51: “Ja, ik vind het goed, zeg maar dat we nu kent moet regelen”.

Ten aanzien van de inhoud van voornoemde WhatsApp gesprekken merkt het hof op dat het de woorden “[betrokkene 1]’ en ‘kent’ begrijpt als : [betrokkene 1] (medeverdachte [betrokkene 1]) en ‘kenteken/kentekenplaten’.

Het woord ‘tori’ betekent volgens het straatwoordenboek onder andere : ‘overval – kraak zetten – verhaal halen’. 19

De (gangbare) afkorting sws begrijpt het hof als: ‘sowieso’.

De telefoon van het merk Samsung type Galaxy Ace, betreft de telefoon van [betrokkene 1]. Ook die telefoon werd onderzocht.

Op dat toestel staan over de periode 15 – 18 september 2013 de volgende WhatsApp- berichten geregistreerd tussen de verdachten [betrokkene 2] en [betrokkene 1] 20 :

(15-09-2013, vanaf 9:13:14)

“Echt ik hoop dat we morgen”;

“En hard pakken wat ons toe komt”;

“Ik heb dit nodig ik weet niet van jullie maar dit kan echt nu gebruike”;

“Voor huis voor alles”;

“Yo"

"Door de hectiek morgen gaan we dins op woens… hij moet goed gaan daarom hebben ee ff speling nodig”

(vanaf 16-09-2013, 9.00:48)

“Ja we gaan sws. Ik ook”

"Ik ook"

"ik heb nu nog maar 7,-"

“Dan is het halen wat ons toekomt”.

“Ga de auto bij gaat halen”.

“Ze weten niet dat jullie mee”.

“Zeg gewoon je heb me niet gesproken”

"Want ze vroeg waar ik jou auto niet kon nemen"

(vanaf 17-09-2013, 12:17:43)

“Nee… vannacht vertrekken.. app je straks”

“nee moet kent hebben of waggu”

"Decrest is al klaar".

Ten aanzien van de inhoud van voornoemde WhatsApp-gesprekken merkt het hof op dat het de woorden ‘kent’ begrijpt als ‘kenteken'/kentekenplaten’, het woord ‘waggu’ als ‘wagen/ auto en het woord 'decrest' als 'de rest.

Ten aanzien van de woorden ‘ Yo, door de hectiek morgen gaan we dins op woens… hij moet goed gaan daarom hebben ee ff speling nodig’ gaat het hof er van uit dat kennelijk een afspraak wordt gemaakt om niet reeds maandag op pad te gaan maar in de nacht van dinsdag op woensdag, zijnde de nacht van 17 op 18 september 2013: omdat het goed moet gaan. 21

De telefoon van het merk Blackberry betreft de telefoon van verdachte [verdachte].

Op dat toestel zijn over de periode 15 – 18 september 2013 de volgende WhatsApp- berichten verzonden tussen de verdachten [betrokkene 2] en [verdachte]:

9/17/2013, 12:15 uur: [betrokkene 2]: "[betrokkene 1] wilt gaan sws… hij wil niet praten".

9/17/2013, 12:21 uur: [verdachte]: "Ja, ik vind het goed, maar zeg maar dat we nu kent moet regelen".

9/17/2013, 12:23 uur: [verdachte]: "Gaan niet op goed geluk, (…), gaat Focking veel mis, en zijn allebei broke".

9/17/2013: 12:23 uur [betrokkene 2]: “Heb ik al gezegd" en "Komt goed".

9/17/2013: 12:23 uur: [verdachte]: “Dan wordt je roekeloos, maar voor mij is heel simpel wil gaan, maar ga niet meer dat halve, dan maar skier en werk zoeken".

Het hof begrijpt dat in voornoemde gesprekken kennelijk wordt gesproken over het sowieso willen gaan, en dat [betrokkene 1] (het hof begrijpt: verdachte [betrokkene 1]) daarover verder niet wil praten.

Voorts wordt gesproken over het regelen van kentekenplaten of een auto, en over het feit dat [verdachte] en [betrokkene 2] blut (skier en broke) zijn en geen half werk willen of op goed geluk willen gaan. 22

[betrokkene 2] heeft aan het einde van zijn zakelijk verhoor - waarin verdachte zich op inhoudelijke vragen grotendeels heeft beroepen op zijn zwijgrecht - tegenover de politie verklaard dat hij ‘meer weet’ maar dat hij ervoor heeft gekozen niet alles te vertellen. [betrokkene 2] heeft verklaard geen ‘matennaaier’ te willen zijn. Hij aarzelt over het gebruik van zijn zwijgrecht en vraagt of hij daar nog op terug kan komen. 23

[betrokkene 1] heeft tijdens zijn politieverhoor onder meer als volgt verklaard:

“Nee ik ben er niet bij genaaid. Ik ben 41 jaar oud. Ik had ook kunnen blijven slapen. Met mijn verleden had ik er gewoon voor moeten kiezen om nee te zeggen. Ik heb mij laten verleiden om die facewraps te kopen, ik heb mij laten verleiden om in de trein te stappen om naar [betrokkene 2] te gaan, en ik heb mij laten verleiden om op te staan en de auto in te stappen. (…) Ik ben blij dat niet gebeurd is wat er misschien zou gaan gebeuren.”

Vraag: Wat denk je dat er nu gaat gebeuren?

Antwoord [betrokkene 1]: “Ik denk dat ik weer dwangverpleging ga krijgen. Heb ik ook zelf om gevraagd. Ik moet gewoon breken met mijn TBS verleden.”

Vraag: Waarom was het de bedoeling dat jij meeging?

Antwoord [betrokkene 1]: “Omdat ik een fucking mongool ben. Vanaf dat ik gepakt ben (het hof begrijpt: terzake het feit dat leidde tot oplegging van TBS) heb ik geen vorm van geweld meer gebruikt. Ik heb mijzelf overschat dat ik het wel red. En ergens denk ik die andere jongens ook. (…) En daarin hebben wij gewoon uh, ja, elkaars situaties overschat.” 24

Uit de processen-verbaal Wet wapens en munitie van 18 september 2013 (ten aanzien van de voorwerpen onder 1 en 2) en 24 september 2013 (ten aanzien van de voorwerpen onder 3 en 4) met de daarbij behorende kleurenfoto’s van de in de Ford Ka met kenteken [AA-00-BB] en de in de woning van (mede-)verdachte [betrokkene 2] inbeslaggenomen en onderzochte imitatiewapens en het verpakkingsmateriaal blijkt dat het gaat om imitatie-wapens die zodanig gelijken op een echt vuurwapen dat deze geschikt zijn voor bedreiging of afdreiging en daarmee wapens betreffen in de zin van artikel 2, lid 1, categorie I onder 7 van de WWM. 25

Feit 1en 2

Gelet op het voorgaande in samenhang bezien heeft het hof de overtuiging bekomen dat verdachten de onder 1 primair en 2 tenlastegelegde feiten tezamen en in vereniging hebben gepleegd.

Op grond van de hierboven weergegeven feiten en omstandigheden kan niet anders worden geconcludeerd dan dat verdachte en zijn medeverdachten gezamenlijk onderweg waren naar Enschede, omgeving [b-straat 1] aldaar.

Uit de aard van de aangetroffen goederen, de aard van de aangetroffen kleding (cols, panty's, handschoenen en de dubbele kleding van verdachte) en de omstandigheden waaronder zij zijn aangetroffen in de Ford Ka, kan worden afgeleid dat zij planmatig bezig waren met de voorbereiding van een misdrijf, waarbij zij nauw en bewust hebben samengewerkt. Gelet op dit gezamenlijke optreden, wat onder meer blijkt uit het door elk van de verdachten aanleveren van een deel van de aangetroffen voorwerpen (waarover in de WhatsApp-berichten wordt gezegd dat “de rest” klaar is, alleen een wagen of kentekenplaten moeten nog), het afspreken wanneer en van waaruit zou worden vertrokken, het niet meenemen van hun mobiele telefoons en identiteitsbewijzen, kan het niet anders dan dat verdachte en zijn medeverdachten wisten van de aanwezigheid van de in de auto aangetroffen voorwerpen, waaronder twee airsoft-wapens en een honkbalknuppel.

Naar het oordeel van het hof kan ook voldoende concreet worden vastgesteld wat het misdadige doel is dat verdachte en zijn medeverdachten met het gebruik van deze voorwerpen voor ogen hadden.

Uit de hiervoor aangehaalde WhatsApp-berichten, de verklaring van verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg en de verklaringen van de medeverdachten bij de politie, in combinatie met het adres in het aangetroffen navigatiesysteem en het gegeven dat daar de dag ervoor daadwerkelijk naartoe is gereden, in onderlinge samenhang bezien, kan worden vastgesteld dat verdachte en zijn medeverdachten tezamen wegens geldgebrek een overval (tori) in Enschede in de omgeving van de [b-straat 1] gingen plegen in de nacht van 17 op 18 september 2013.

Het hof is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen moet worden afgeleid dat het voorhanden hebben van de in de bewezenverklaring onder 1 primair genoemde voorwerpen strekte ter voorbereiding van het/de feit(en) als in die bewezenverklaring vermeld, op het begaan waarvan het opzet van de verdachte was gericht. Tevens kan daarmee de wetenschap van en het opzet op het voorhanden hebben van de airsoft-wapens, zoals ten laste gelegd in het tweede feit, worden bewezen.

Gelet op het voorgaande gaat het hof voorbij aan de ontkenning van verdachte inhoudende dat hij geen wetenschap had van de aanwezigheid van de imitatiewapens in de Ford Ka.

Het hof verwerpt de verweren.

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het onder 1 en 2 tenlastegelegde ook voor het overige wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1. primair:
hij op of omstreeks 18 september 2013 te Velp en/of te Arnhem, althans te Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, ter voorbereiding van het misdrijf diefstal met geweldpleging in vereniging en/of afpersing in vereniging, resp. artikel(s) 312 jo 45/47 cq. 317 jo 45/47 van het Wetboek van Strafrecht en/of wederrechtelijke vrijheidsberoving (ontvoering/gijzeling) in vereniging, artikel 282/282a jo 45/47 van het Wetboek van Strafrecht, opzettelijk één of meer voorwerpen, te weten:

- een (leen)auto en /of

- een navigatiesysteem (Garmin, met daarin vermeld/ingevoerd een adres in Enschede) en/of

- één of meer paar handschoenen en /of

- één of meer op vuurwapens gelijkende voorwerpen en /of

- een honkbalknuppel en /of

- één of meer cols en /of

- één of meer (geprepareerde) tie-rip(s) en /of

- ( duct-)tape en /of

- één of meer tassen,

bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad. (en/of één of meer mobiele telefoons en/of id-bewijzen niet voorhanden heeft/hebben gehad en/of bij zich heeft/hebben gedragen).

2:
hij op of omstreeks 18 september 2013 te Velp, althans te Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, (een of meer) wapen(s) van categorie I onder 7°, te weten

- een airsoftwapen van een onbekend merk en type, kaliber 6 mm BB (welk wat vorm en afmeting betreft een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen van het merk en type Heckler & Koch, model MP 5 kaliber 9 x 19 mm)

en /of

- een airsoftwapen, merk KWC, model M1911A1 kaliber 6mm BB (welk wat vorm en afmeting betreft sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen van het merk Colt model M1911, kaliber .45 ACP),

zijnde (een) voorwerp (en) dat/ die voor wat betreft zijn/ hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) vuurwapen(s) en/of met (een) voor ontploffing bestemde voorwerp(en) voorhanden heeft gehad.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van voorbereiding van diefstal voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, en/of afpersing,

terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich samen met twee anderen schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen om te komen tot een zeer ernstig feit, te weten diefstal met geweld of afpersing, in vereniging.

Voor het hof staat vast dat verdachte en zijn medeverdachten de nodige voorbereidingen voor die overval in nauwe samenwerking hebben getroffen en dat zij daadwerkelijk reeds onderweg waren naar hun slachtoffer(s) om deze door middel van geweld of bedreiging met geweld geld en/of goederen afhandig te maken.

Daarnaast heeft verdachte zich samen met de medeverdachten schuldig gemaakt aan het handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, door het voorhanden hebben van imitatie-wapens die voor het zicht niet vallen te onderscheiden van echte vuurwapens.

Indien het feit daadwerkelijk was uitgevoerd had dit grote gevolgen gehad voor de slachtoffers. Het betreft een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van overvallen of afpersingen te kampen kunnen krijgen met langdurige psychische klachten als gevolg van traumatiserende ervaringen zoals deze hier dreigden plaats te vinden.

De voorbereidingshandelingen hebben onder meer bestaan uit het zich voorzien van vermommingsmateriaal, van imitatiewapens en van materiaal om de slachtoffers te kunnen boeien en knevelen.

Dit in aanmerking genomen, en mede gelet op het feit dat verdachte voornemens was om de overval in vereniging met zijn medeverdachten te plegen, maakt dat er zonder meer van mag worden uitgegaan dat de slachtoffers uitermate angstige ogenblikken tegemoet hadden kunnen zien, indien de verdachten niet voortijdig waren aangehouden.

Feiten als de onderhavige dragen in ernstige mate bij aan gevoelens van onveiligheid en onrust in de maatschappij.

De rechtbank heeft verdachte in eerste aanleg vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte terzake van het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaar, met aftrek van de periode die door verdachte in voorarrest is doorgebracht.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen om te komen tot een zeer ernstig misdrijf, te weten een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaar of meer is gesteld.

Ten aanzien van de geweldsmisdrijven diefstal met geweld en afpersing geldt op grond van artikel 312 tweede lid van het Wetboek van Strafrecht een gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaar indien het feit in vereniging wordt gepleegd.

In het geval van een bewezenverklaring van het treffen van voorbereidingshandelingen voor een dergelijk misdrijf wordt de maximale hoofdstraf met de helft verminderd.

Bij de strafoplegging houdt het hof rekening met een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie gedateerd 18 november 2015 waaruit blijkt dat verdachte in het verleden vaker onherroepelijk is veroordeeld ter zake van vermogensdelicten en zware geweldsmisdrijven als afpersing.

Zo is verdachte in oktober 2004 veroordeeld tot een jeugddetentie van 15 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk en plaatsing in een inrichting voor jeugdigen voor 2 jaren voor meerdere afpersingen, in vereniging gepleegd. Op 6 maart 2007 heeft de rechtbank Groningen verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden voor (wederom) meerdere afpersingen, in vereniging gepleegd, en een poging daartoe, waarbij de rechtbank tevens de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging heeft opgelegd.

Bij de strafoplegging houdt het hof voorts rekening met de inhoud van diverse voorlichtingsrapportages in het dossier, waaronder onder meer adviezen van Reclassering Nederland gedateerd 1 april 2014, 11 juni 2014 en 11 maart 2015 in verband met de lopende TBS-maatregel van verdachte. Blijkens voornoemde adviezen was ten tijde van het tenlastegelegde sprake van een voorwaardelijke beëindiging van de TBS met dwangverpleging van verdachte, met bijzondere voorwaarden.

Het hof acht het feit dat verdachte zich niet al te lang na de voorwaardelijke beëindiging van zijn TBS-maatregel opnieuw is gaan bezighouden met het voorbereiden van zeer ernstige geweldsdelicten uitermate zorgelijk. Kennelijk hebben de langdurige en intensieve behandelingen en het toezicht in het kader van de terbeschikkingstelling niet tot gevolg gehad dat verdachte in staat dan wel bereid is zijn leven ten goede te keren.

Gelet op de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten, het omvangrijke strafblad en de daarmee verband houdende voorgeschiedenis van verdachte (de langdurige behandeling en het toezicht in het kader van een opgelegde TBS-maatregel) en tenslotte de proces-houding van verdachte – die ter terechtzitting in hoger beroep niet in persoon is verschenen en kennelijk geen verantwoordelijkheid voor zijn handelen heeft willen nemen– is het hof van oordeel dat de door de advocaat-generaal gevorderde straf passend en geboden is, zodat het hof tot oplegging van deze straf overgaat.

Beslag

Het onder 1 primair tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan met behulp van het hierna te noemen inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp. Het zal aan het verkeer worden onttrokken aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36b, 36c, 46, 47, 57, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

een honkbalknuppel.

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

kleding en schoeisel van verdachte.

Aldus gewezen door

mr. A.H. Garos, voorzitter,

mr. W. Foppen en mr. P.L.M van Gorkom, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. J.M. van Westerlaak, griffier,

en op 30 december 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. P.L.M van Gorkom is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 30 december 2015.

Tegenwoordig:

mr. R. van den Heuvel, voorzitter,

mr. A.C.L. van Holland, advocaat-generaal,

, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

1 Processen-verbaal van aanhouding verdachten [verdachte], [betrokkene 1] en [betrokkene 2], p. 52 e.v. resp 87 e.v. en 132 e.v, de foto’s p. 75 – 78 van het dossier en het proces-verbaal van bevindingen inbeslaggenomen goederen met foto’s van inbeslaggenomen goederen 246 e.v.

2 Proces-verbaal van bevindingen p. 164 e.v. en processen-verbaal van aanhouding verdachten [verdachte], [betrokkene 1] en [betrokkene 2], p. 52 e.v. resp 87 e.v. en 132 e.v.

3 Proces-verbaal van bevindingen p. 164 e.v.

4 Proces-verbaal van bevindingen inbeslaggenomen goederen met foto’s van inbeslaggenomen goederen, p. 248.

5 Proces-verbaal van bevindingen inbeslaggenomen goederen met foto’s van inbeslaggenomen goederen, p. 246 e.v.

6 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige], p. 174 e.v.

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 1], p. 100 e.v.

8 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 1], p. 109 en proces-verbaal van bevindingen inbeslaggenomen goederen met foto’s van inbeslaggenomen goederen, p. 246 e.v

9 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 1], p. 106 e.v. en proces-verbaal van bevindingen inbeslaggenomen goederen met foto’s van inbeslaggenomen goederen, p. 248 en 252 (bonnen [A])

10 Proces-verbaal van verhoor [betrokkene 1], p. 100 e.v.

11 Proces-verbaal van verhoor [betrokkene 1], p. 106 e.v.

12 Proces-verbaal van bevindingen inbeslaggenomen goederen met foto’s van inbeslaggenomen goederen, p. 249

13 Proces-verbaal van bevindingen inbeslaggenomen goederen met foto’s van inbeslaggenomen goederen, p. 250

14 Proces-verbaal van Verslag doorzoeking woning, p. 244 – 245 en proces-verbaal van bevindingen inbeslaggenomen goederen met foto’s van inbeslaggenomen goederen, p. 253.

15 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 2], p. 152.

16 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 2], p. 148 en 151.

17 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek Garmin navigatieapparaat, met als bijlagen: grafische weergaven van de rit Arnhem – Enschede vv., p. 180 e.v.

18 Proces-verbaal van WhatsApp inbeslaggenomen goed, Samsung type GTi 1890, p. 233 e.v.

19 Proces-verbaal van onderzoek WhatsApp inbeslaggenomen goed, Samsung type GTi 1890, p. 236.

20 Proces-verbaal van onderzoek WhatsApp inbeslaggenomen goed Samsung van verdachte [betrokkene 1], p. 237 e.v

21 Proces-verbaal van onderzoek WhatsApp inbeslaggenomen goed Samsung, p. 240 e.v.

22 Proces-verbaal van onderzoek WhatsApp inbeslaggenomen goed Blackberry van verdachte [verdachte], p. 241 e.v.

23 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 2], p. 157.

24 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 1], p. 116.

25 Proces-verbaal van verslag van doorzoeking woning, p. 244 – 245 en de processen-verbaal Wet Wapens en Munitie, dossierpagina 275 e.v. met als bijlagen prints van kleurenfoto’s en dossierpagina 280, met als bijlagen prints van kleurenfoto’s.