Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2015:10173

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
05-11-2015
Datum publicatie
13-04-2016
Zaaknummer
TBS P15/0259
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bevestiging van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege met verbetering van gronden, te weten wijziging van de voorwaarden – indicatiestelling wordt op grond van de beslissing van de rechter alsnog opgesteld, wanneer er om welke reden dan ook (nog) geen indicatiestellingsadvies beschikbaar is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

TBS P15/0259

Beslissing d.d. 5 november 2015

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van het openbaar ministerie in de zaak tegen

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1958] ,

verblijvende in [kliniek] .

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Holland van 6 juli 2015, houdende voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de akte van beroep van de officier van justitie van 20 juli 2015;

- de aanvullende informatie van de [kliniek] van 15 oktober 2015, met als bijlage de wettelijke aantekeningen van 18 februari 2014 tot en met 30 maart 2015;

- het reclasseringsadvies van [naam] verslavingszorg van 20 oktober 2015;

- de door de deskundige, de heer [deskundige] , ter zitting overgelegd voorstel “voorwaarden bij voorwaardelijke beëindiging tbs met dwangverpleging”.

Het hof heeft ter zitting van 22 oktober 2015 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. W. Anker, advocaat te Leeuwarden, en de advocaat-generaal
mr. M.J.M van der Mark. Tevens is ter zitting als deskundige gehoord [deskundige] , reclasseringswerker, verbonden aan [naam] Verslavingszorg.

Overwegingen:

De aanvullende informatie van de kliniek

De terbeschikkinggestelde in juni 2015 is in verband met het transitieproces binnen de [kliniek] verhuisd naar een andere afdeling. Hij heeft daar erg moeten wennen. Hij vindt het lastig dat het team van de nieuwe afdeling uitsluitend uit vrouwen bestaat, en mist de gesprekken met mannen. De terbeschikkinggestelde is op 3 oktober 2015 verhuisd naar een HAT-woning (huisvesting Alleenstaande en Tweepersoons huishoudens) op het terrein van de [kliniek] . Hij woont daar zelfstandig en oefent voor het wonen in een RIBW. Hij wordt daar begeleid door medewerkers van de afdeling waar hij voor juni 2015 verbleef. Hij heeft weinig tijd nodig om te wennen. Er zijn geen aanwijzingen in het gedrag die wijzen op drugsgebruik. Hij werkt hele dagen in de tuinderij. Hij praktiseert semi-begeleid regioverlof en onbegeleid dorpsverlof. Deze verloven verlopen goed en voorspoedig.

Voor de plaatsing op de Afdeling Overige Forensische Zorg (OFZ) in het kader van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege, zoals de rechtbank heeft beslist, bestaat een wachtlijst. Naar verwachting is daar voor 1 januari 2016 geen plaats. Bij verlenging van, naar het hof begrijpt, de verpleging van overheidswege zal de terbeschikkinggestelde vanwege de komende andere bestemming van de [kliniek] overgeplaatst worden naar de FPC Van Mesdag. Dit zal voor hem zijn vierde kliniek zijn. De overplaatsing zal zeer waarschijnlijk een aanzienlijke vertraging van de resocialisatie c.q. de verloven opleveren als gevolg van aan elkaar moeten wennen. Aangezien deze overplaatsing niet is gebaseerd op het gedrag van de terbeschikkinggestelde of op het uitblijven van resultaten, wordt hij hierdoor gedupeerd.

De kliniek acht, gezien de tijd die is verstrekken sinds het uitbrengen van het verlengingsadvies en de ontwikkelingen die sindsdien hebben plaatsgevonden (waarbij thans onbegeleid verlof wordt gepraktiseerd, dat vlekkeloos is verlopen), en kijkend naar de door de rechtbank geformuleerde voorwaarden, een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege voorstelbaar.

Het standpunt van de reclassering

De reclassering is in haar nadere advies van 20 oktober 2015 gebleven bij haar eerdere advies de verpleging van overheidswege niet voorwaardelijk te beëindigen. Voor de plaatsing op de afdeling OFZ is een indicatie nodig en die wordt niet afgegeven. Desalniettemin is de terbeschikkinggestelde al wel op de wachtlijst voor die afdeling geplaatst.

De deskundige [deskundige] heeft ter zitting het standpunt van de reclassering herhaald. Hij acht een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege prematuur. De focus dient eerst meer gelegd te worden op de ontwikkeling van de terbeschikkinggestelde en op het recidiverisico. De terbeschikkinggestelde heeft sinds 2012 een positieve ontwikkeling doorgemaakt die we dienen voort te zetten via de weg der geleidelijkheid. De hoeveelheid spanningen dient uitgebouwd te worden met de kliniek op de achtergrond. De deskundige heeft verder verklaard dat, mocht het hof de beslissing van de rechtbank bevestigen, de door de rechtbank geformuleerde voorwaarden aangepast dienen te worden. Hij heeft een voorstel tot aanpassing van de op te leggen voorwaarden overgelegd.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft verwezen naar de appelschriftuur van de officier van justitie. De terbeschikkingstelling is niet soepel verlopen. De terbeschikkinggestelde geniet momenteel slechts begeleid verlof. Er is zelfs sprake geweest van een longstaystatus. Er kwam een kentering in 2012 en sindsdien lijkt het goed te gaan. Er is sprake van een langlopende terbeschikkingstelling en er dient bij de resocialisatie gekozen te worden voor de weg der geleidelijkheid. Ook de hoofdbehandelaar van de terbeschikkinggestelde adviseert geen voorwaardelijke beëindiging, maar zegt slechts dat dit “voorstelbaar” is. Ook hij adviseert dat gekozen moet worden voor de weg der geleidelijkheid. Gelet op de veiligheid, de aard en de ernst van de indexdelicten en de mate van recidive hebben we de kliniek nodig op de achtergrond. Een voorwaardelijk beëindiging van de verpleging van overheidswege - ook al vindt die plaats onder voorwaarden die onder meer de bewegingsvrijheid van de terbeschikkinggestelde beperken - acht de advocaat-generaal vanuit een oogpunt van veiligheid niet op haar plaats. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beslissing van de rechtbank en tot afwijzing van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. Subsidiair heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot het opnemen van de extra voorwaarden zoals voorgesteld door de deskundige [deskundige] ter zitting van het hof met daarbij opgelegd voorwaarden aan de bewegingsvrijheid van de terbeschikkinggestelde, zodat toezicht op hem kan worden gehouden.

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

De argumenten die de rechtbank noemt in de beslissing van 6 juli 2015 zijn nog steeds valide. Het recidiverisico is laag tot matig. De terbeschikkinggestelde zit al zeventien jaar binnen en er dreigt overplaatsing naar een vierde kliniek vanwege de sluiting van [kliniek] . De rechtbank heeft dit onwenselijk geacht. De overplaatsing zou een aanzienlijke vertraging opleveren bij de resocialisatie. Daarbij spelen de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit een rol. De raadsman heeft aangegeven dat hij op 21 en 22 oktober 2015 gebeld heeft met de hoofdbehandelaar van de terbeschikkinggestelde. Zijn toon is positiever dan in februari en de kliniek kan zich vinden in een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging. Sinds 3 oktober 2015 woont de terbeschikkinggestelde zelfstandig op het terrein van de kliniek. Het verlof verloopt voorspoedig. De terbeschikkinggestelde heeft verklaard dat hij zal zich houden aan alle voorwaarden die zullen worden de gesteld, ook aan de voorwaarden zoals die door de reclassering ter zitting aan het hof zijn overgelegd. De raadsman heeft verzocht de beslissing van de rechtbank te bevestigen, zo nodig onder aanpassing van de voorwaarden.

Het oordeel van het hof

De terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van de terbeschikkinggestelde is ingegaan op 4 april 2002 en duurt thans vijftien jaar. Het traject van behandeling en resocialisatie verloopt sinds enige tijd positief. Bij voorzetting van de verpleging van overheidswege zal - buiten toedoen van de terbeschikkinggestelde - in dat traject naar verwachting vertraging ontstaan omdat hij dan om redenen die niet met hem te maken hebben moet worden overgeplaatst naar een andere kliniek. Het hof acht die vertraging, mede gezien de lange duur van de terbeschikkingstelling, ongewenst. Met de rechtbank acht het hof een plaatsing onder strikte voorwaarden op de afdeling OFZ van de [kliniek] in het kader van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege een goed en verantwoord alternatief. Evenals de rechtbank is het hof van oordeel dat het gevaar voor de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen tot een zodanig aanvaardbaar niveau is teruggebracht dat beëindiging van de verpleging van overheidswege onder na te melden voorwaarden kan plaatsvinden. Het hof heeft daarbij het beveiligingsniveau op de afdeling OFZ in aanmerking genomen.

Met betrekking tot het ontbreken van een indicatie(advies) voor plaatsing op de afdeling OFZ merkt het hof op dat de rechter geenszins is gebonden aan (het voorhanden zijn van) zo’n indicatie(advies). Op grond van de beslissing van de rechter zal alsnog een daarop gebaseerde indicatiestelling opgesteld moeten worden. Het hof verwijst in dit verband naar de brief van 14 december 2012 van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie aan de Tweede Kamer, waarin de staatsecretaris bevestigt dat indien er om welke reden dan ook (nog) geen indicatiestellingsadvies beschikbaar is, de indicatiestelling vervolgens op grond van de beslissing van de rechter alsnog wordt opgesteld (Kamerstukken TK 2012-2013, 32398, nr. 24, p. 12).

De terbeschikkinggestelde heeft zich bereid verklaard zich te houden aan de voorwaarden in het door de deskundige [deskundige] ter zitting overgelegde voorstel “voorwaarden bij voorwaardelijke beëindiging tbs met dwangverpleging”, alsmede aan de aanvullende voorwaarden, onder andere met betrekking tot zijn bewegingsvrijheid, zoals besproken ter zitting van het hof.

Het hof zal daarom met verbetering van gronden en met wijziging van de voorwaarden de beslissing van de rechtbank tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege bevestigen.

Beslissing

Het hof:

Bevestigt met verbetering van gronden zoals hiervoor is overwogen de beslissing van de rechtbank Noord-Holland van 6 juli 2015 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde], met dien verstande dat de door de rechtbank geformuleerde voorwaarden worden gewijzigd zodat deze komen te luiden, dat de terbeschikkinggestelde:

Algemene voorwaarden

  1. geen strafbare feiten zal plegen;

  2. medewerking zal verlenen ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking aan het nemen van een of meer vingerafdrukken, of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

  3. medewerking zal verlenen aan reclasseringstoezicht overeenkomstig artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

Bijzondere voorwaarden

4. zich zal houden aan de aanwijzingen die hem door of namens de reclassering worden gegeven;

5. zich niet buiten Nederland zal begeven;

6. zich niet in situaties zal begeven of contacten zal hebben die zijn resocialisatie in gevaar kunnen brengen;

7. geen contact zal opnemen, direct of indirect, met de slachtoffers en hun naaste familie, behoudens toestemming van de reclassering;

8. zal verblijven in de afdeling Overige Forensische Zorg (OFZ) van [kliniek] , en zich zal houden aan de daar geldende huis- en gedragsregels, zich daar met betrekking tot zijn emotioneel welzijn, seksualiteit, seksueel grensoverschrijdend gedrag en verslavingsproblematiek zal laten behandelen, zolang de reclassering en de behandelaars dat nodig achten, en zich zal conformeren aan het op te stellen behandelplan;

9. in afwachting van een plaatsing op de afdeling OFZ zal verblijven in de [kliniek] en zich zal houden aan de daar geldende huis- en gedragsregels;

10. het terrein van de [kliniek] niet zal verlaten, behoudens voorafgaande toestemming van de reclassering;

11. zich met betrekking tot zijn emotioneel welzijn, seksualiteit, seksueel grensoverschrijdend gedrag en verslavingsproblematiek zal laten behandelen en medewerking zal verlenen aan medicamenteuze therapie indien dat door de behandelend psychiater noodzakelijk wordt geacht;

12. zich open en controleerbaar zal opstellen voor de reclassering, daaronder begrepen openheid en controleerbaarheid met betrekking tot zijn sociale- en familiecontacten;

13. zal meewerken aan partnerrelatiegesprekken, de reclassering en de behandelaars zal informeren ten aanzien van (nieuwe) partnerrelaties en zich bij die relaties zal laten begeleiden, zolang de reclassering en de behandelaars dat nodig achten;

14. zich zal onthouden van het gebruik van verdovende middelen (soft - en harddrugs) en van het gebruik van alcohol, en dat hij ter controle daarop zal meewerken aan bloed en/of urineonderzoeken en blaastesten;

15. zal meewerken, indien noodzakelijk, aan een time-out-plaatsing in de [kliniek] of een soortgelijke instelling, indien de reclassering dit nodig acht. Deze time-out-plaatsing duurt zolang als nodig is om de terbeschikkinggestelde op een verantwoorde en veilige wijze te laten terugkeren in de situatie voorafgaande aan de plaatsing, maar maximaal zeven weken, welke periode eenmaal met zeven kan worden verlengd.

16. zal meewerken aan het verkrijgen van een passende dagbesteding;

17. geen (nieuwe) schulden zal maken, de reclassering inzicht zal verschaffen in zijn financiële situatie en zo nodig budgetbeheer zal aanvaarden zolang de reclassering dat nodig acht;

18. zal meewerken aan een kennismakingsgesprek met de wijkagent van de wijk waarin de afdeling OFZ is gelegen.

Draagt aan [naam] Verslavingszorg op de terbeschikkinggestelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Aldus gedaan door

mr. E.A.K.G. Ruys als voorzitter,

mr. J.W. Rijkers en mr. P. de Bruin als raadsheren,

en drs. R. Poll en dr. P.K.J. Ronhaar als raden,

in tegenwoordigheid van mr. K. van Laarhoven als griffier,

en op 5 november 2015 in het openbaar uitgesproken.

De raden en mr. de Bruin zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.