Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:9991

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
24-12-2014
Datum publicatie
24-12-2014
Zaaknummer
21-004073-14
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2014:3977, Meerdere afhandelingswijzen
Cassatie: ECLI:NL:HR:2016:112, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Doodslag en poging doodslag op twee kinderen ("shaken baby-syndroom") door hun vader. Oorzaak letsel; uitsluiten andere oorzaak. Bewijs handelen verdachte. Voorwaardelijk opzet. Straftoemeting: 7 jaar met aftrek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-004073-14

Uitspraak d.d.: 24 december 2014

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de militaire kamer

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de militaire kamer van de rechtbank Gelderland van 30 juni 2014 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 05-900783-12 en 05-760272-13, tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd in [P.I. verblijfplaats],

eertijds wachtmeester, registratienummer [registratienummer]

[registratienummer].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 11 december 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis waarvan beroep. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. M.P.K. Ruperti, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- tenlastegelegd dat:

Zaak met parketnummer 05-900783-12:

primair:
hij op of omstreeks 16 juni 2012, te Almere, opzettelijk [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2]) van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte toen aldaar opzettelijk voornoemde persoon heeft vastgepakt en/of (meermalen) met kracht (heen en weer) heeft geschud en/of bewogen en/of bij die persoon een heftig contacttrauma heeft veroorzaakt, tengevolge waarvan voornoemde persoon is overleden;

subsidiair:
hij op of omstreeks 16 juni 2012, te Almere, aan zijn kind genaamd [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2]), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (onder andere letsel aan de hersen(vliezen) en craniocervicale overgang, althans hersenletsel) heeft toegebracht, door toen aldaar voornoemde [slachtoffer 1] opzettelijk meermalen met kracht (heen en weer) te schudden en/of te bewegen en/of bij genoemde persoon een heftig contacttrauma te veroorzaken, terwijl het feit de dood tengevolge heeft gehad;

meer subsidiair:
hij op of omstreeks 16 juni 2012, te Almere, opzettelijk mishandelend zijn kind [slachtoffer 1], althans een persoon, (geboren op [geboortedatum 2]), meermalen met kracht (heen en weer) heeft geschud en/of bewogen en/of bij die persoon een heftig contacttrauma heeft veroorzaakt, tengevolge waarvan voornoemde persoon letsel (onder andere letsel aan de hersen(vliezen) en craniocervicale overgang, althans (hersen)letsel) heeft bekomen, terwijl dit feit de dood tengevolge heeft gehad;

meest subsidiair:
hij op of omstreeks 16 juni 2012, te Almere, roekeloos en/of grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of nalatig zijn kind [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2]) meermalen met kracht heen en weer heeft geschud en/of bewogen en/of bij voornoemde persoon een heftig contacttrauma heeft veroorzaakt, waardoor het aan zijn, verdachtes, schuld te wijten is geweest dat voornoemde persoon zodanig letsel, te weten letsel aan de hersen(vliezen) en craniocervicale overgang, althans (hersen)letsel, heeft bekomen, dat deze aan de gevolgen daarvan is overleden;


Zaak met parketnummer 05-760272-13:

primair:
hij op of omstreeks 10 september 2013, te Almere, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3]) van het leven te beroven, met dat opzet voornoemde [slachtoffer 2] heeft vastgepakt en/of (meermalen) met kracht (heen en weer) heeft geschud en/of bewogen en/of bij voornoemde persoon een heftig contacttrauma heeft veroorzaakt waarbij/waardoor (ernstig) hersenletsel is ontstaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair:
hij op of omstreeks 10 september 2013, te Almere, aan zijn kind, althans een persoon, genaamd [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3]), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (hersenbloedingen/hersenletsel en/of een hersenfunctiestoornis -zich onder andere uitende in bewustzijnsvermindering, ademhalingsproblemen en/of versnelde hartslag- en/of uitgebreide retina oogbloedingen in de periferie), heeft toegebracht, door toen aldaar voornoemde persoon vast te pakken en/of opzettelijk meermalen met kracht (heen en weer) te schudden en/of te bewegen en/of bij voornoemde persoon een heftig contacttrauma te veroorzaken;

meer subsidiair:
hij op of omstreeks 10 september 2013, te Almere, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn kind, althans aan een persoon, genaamd [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3]), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet toen aldaar voornoemde persoon heeft vastgepakt en/of (meermalen) met kracht (heen en weer) heeft geschud en/of bewogen en/of bij die persoon een heftig contacttrauma heeft veroorzaakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meest subsidiair:
hij op of omstreeks 10 september 2013, te Almere, opzettelijk mishandelend zijn kind, althans een persoon (te weten [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum 3]), heeft vastgepakt en/of (meermalen) met kracht (heen en weer) heeft geschud en/of bewogen en/of bij die persoon een heftig contacttrauma heeft veroorzaakt, tengevolge waarvan deze zwaar lichamelijk letsel (hersenbloedingen/hersenletsel en/of een hersenfunctiestoornis -zich onder andere uitende in bewustzijnsvermindering, ademhalingsproblemen en/of versnelde hartslag- en/of uitgebreide retina oogbloedingen in de periferie), althans enig lichamelijk letsel, heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverwegingen

I. Oorzaak van de geconstateerde letsels

In de zaak met parketnummer 05-900783-12:

Ter terechtzitting van het hof heeft verdachte verklaard dat hij onschuldig is. Hij stelt dat hij [slachtoffer 1] niets heeft aangedaan.

Verdachte was in de middag van 16 juni 2012 alleen thuis met zijn zoontje [slachtoffer 1]. Om drie uur ’s middag is de moeder van verdachte, mevrouw [moeder verdachte], nog even bij verdachte langs geweest. Verdachte zat toen op de bank en gaf [slachtoffer 1] de fles. Zij heeft verklaard dat toen alles goed ging met [slachtoffer 1].

Verdachte heeft de moeder van [slachtoffer 1], [echtgenote], via een whats app-bericht later die middag laten weten dat [slachtoffer 1] huilde en ontroostbaar was. Ook liet hij haar weten dat [slachtoffer 1] een beetje raar deed, net of hij heel erg misselijk was. [slachtoffer 1] strekte zich ook.

Toen [slachtoffer 1] moeder thuiskwam, lag [slachtoffer 1] bij verdachte. Zij verklaarde dat het niet goed voelde. [slachtoffer 1] was klam en had een raar huiltje. Zij wilde met [slachtoffer 1] naar het ziekenhuis voor controle.

In het ziekenhuis is [slachtoffer 1] op 17 juni 2012 overleden.

De arts en patholoog [deskundige 1] komt tot de volgende bevindingen. Er werden letsels aan de hersen(vliezen) en craniocervicale overgang geconstateerd, die bij leven zijn ontstaan door inwerking van heftig uitwendig mechanisch geweld, hetgeen niet-accidenteel ofwel toegebracht, kan zijn (acceleratie-deceleratie-impact-trauma, voorheen het ‘shaken baby-(impact)syndrome’ genoemd) of accidenteel kan zijn (zoals impact door vallen van een hoogte). Voor wat de eventuele accidentele oorzaak betreft dient te worden opgemerkt dat dergelijk fataal verlopend hersenletsel in het kader van accidenteel trauma door vallen van een grote hoogte (zoals van een etage van een woning) kan ontstaan, maar niet in het kader van een zogenaamde ‘huis-tuin-keuken’ val (zoals een val uit bed, normale val van de trap).

De forensisch arts [deskundige 2] komt tot de conclusie dat de combinatie van medische bevindingen zeer veel waarschijnlijker is bij een heftig contacttrauma, bij fors schudden (acceleratie-deceleratietrauma) of bij een combinatie van beide, dan bij een medische oorzaak en/of een val van beperkte hoogte en/of gebruikelijke verzorgingshandelingen. Volgens [deskundige 2] zijn er geen medische aandoeningen geconstateerd die de combinatie van bevindingen kunnen verklaren.

Er is geen (uitwendig) letsel geconstateerd dat op accidenteel geweld zou duiden, noch heeft verdachte verklaard over een dergelijke toedracht. De uitgebrachte onderzoeksrapporten van de arts-patholoog en forensisch arts concluderen dat de sectiebevindingen zeer suggestief zijn voor fatale kindermishandeling en dat in het bijzonder een heftig contacttrauma, heftig schudden of een combinatie van beide als zeer waarschijnlijke oorzaken zijn aan te merken. Andere mogelijke oorzaken worden uitgesloten.

In de zaak met parketnummer 05-760272-13:

Verdachte ontkent ook zijn dochter [slachtoffer 2] iets te hebben aangedaan.

Op 10 september 2013 waren verdachte en zijn vrouw samen met hun dochter [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum 3]) in hun woning. Omstreeks 10:30 uur kreeg [slachtoffer 2] de fles, waarna [echtgenote] zich is gaan douchen. Na ongeveer 10 minuten kwam verdachte met [slachtoffer 2] naar boven, omdat [slachtoffer 2] “raar deed”. Toen de moeder haar overnam, was [slachtoffer 2] slapjes en bleek.

In het ziekenhuis is geconstateerd, samengevat, dat er op grond van de medische gegevens geen andere verklaring mogelijk is dan dat er bij [slachtoffer 2] sprake is van toegebracht schedelhersenletsel.

Uit de rapportage van de forensisch arts [deskundige 2] volgt dat bij [slachtoffer 2] onder meer ernstige hersenfunctiestoornissen, een bloeduitstorting onder het harde hersenvlies en uitgebreide netvliesbloedingen geconstateerd zijn. De bloeduitstortingen onder het harde hersenvlies en de netvliesbloedingen vormen een aanwijzing voor het ontstaansmechanisme van het hersenletsel. Deze combinatie van bevindingen is passend bij toegebracht schedelhersenletsel door heftig schudden (acceleratie-deceleratie-impact-trauma). Het betrof volgens de deskundige potentieel fataal letsel. Deze conclusie wordt bevestigd door dr. med. [deskundige 3], die op verzoek van de verdediging een deskundigenrapport heeft uitgebracht. De deskundige [deskundige 3] constateert dat er voldoende onderzoek is gedaan naar alternatieve oorzaken en dat het onderzoek omvattend en volledig is geweest. [deskundige 3] concludeert op basis van de medische onderzoeken dat een inwendige aandoening die tot de combinatie van bevindingen heeft geleid niet voorhanden is.

Op basis van de omtrent deze beide zaken uitgebrachte rapporten stelt het hof vast dat in beide zaken sprake is van een schudincident (acceleratie-deceleratie-impact-trauma, voorheen “shaken baby-(impact)syndroom” genoemd). Andere oorzaken zijn in de verschillende onderzoeken uitgesloten en ook anderszins niet aannemelijk geworden.

Deze oorzaak van de bij beide kinderen geconstateerde letsels is door de verdediging in hoger beroep ook niet betwist.

II. Het tijdstip van het ontstaan van de letsels en de acute noodsituatie

De deskundige [deskundige 2] heeft in zijn rapport in de zaak van [slachtoffer 1] aangegeven dat het traumatische incident juist voor (ordegrootte: seconden) het ontstaan van de klinische verschijnselen zoals bijvoorbeeld een onmiddellijke daling van het bewustzijnsniveau (lethargie of bewusteloosheid), onregelmatige ademhaling, moeilijkheden bij het ademen of ademstilstand en frequente insulten, moet hebben plaatsgevonden.

Als er sprake is geweest van een schudincident als oorzaak van de klinische noodsituatie, dan heeft dit incident kort (ordegrootte: seconden) voor de klinische noodsituatie plaatsgevonden.

In de zaak van [slachtoffer 2] heeft de deskundige [deskundige 3] in haar rapport geconcludeerd dat het schudincident onmiddellijk voor het opvallende gedrag van [slachtoffer 2] moet hebben plaatsgevonden.

III. Waardering door het hof

Het hof neemt de conclusies van de deskundigen over en maakt die tot de zijne.

Het ontstaan van de symptomen moet zo kort na het “schudincident” hebben plaatsgevonden, dat het naar het oordeel van het hof niet anders kan zijn dan dat het verdachte is geweest die zijn zoon [slachtoffer 1] zo krachtig heen en weer heeft geschud dat hij als gevolg daarvan is overleden.

Naar het oordeel van het hof kan het op basis van diezelfde conclusies ook niet anders zijn dan dat het verdachte is geweest die [slachtoffer 2] zo krachtig heen en weer heeft geschud dat zij aan de gevolgen daarvan had kunnen overlijden.

Het was immers verdachte die in beide zaken vlak voor en op het moment van het intreden van de acute noodsituatie met de baby alleen was.

Dat in een aantal rapporten door deskundigen, die het letsel (al dan niet uitsluitend op foto’s) hebben bekeken, wordt aangegeven dat achteraf bezien het exacte moment van het ontstaan van het letsel niet kan worden vastgesteld, omdat daarbij sprake is van een marge in tijd, doet aan het bovenstaande niet af. Die bevindingen hebben immers louter betrekking op het toestandsbeeld van het letsel ten tijde van het pathologisch of medisch onderzoek, terwijl bij de vraag of het verdachte is geweest die zijn beide kinderen krachtig door elkaar heeft geschud ook de feiten en omstandigheden zoals die blijken uit overige bewijsmiddelen, waaronder de getuigenverklaringen, zijn betrokken.

Opzet

Met de rechtbank is het hof van oordeel dat uit de bewijsmiddelen geen “boos” opzet bij verdachte op de dood van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] valt af te leiden.

Bij de vraag of er sprake was van opzet in voorwaardelijke zin, is van belang of verdachte met het schudden van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] bewust de aanmerkelijk kans heeft aanvaard dat zij als gevolg daarvan zouden overlijden.

Uit de omtrent het bij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] geconstateerde letsel uitgebrachte rapporten van de deskundige [deskundige 2] leidt het hof af dat het schudden van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] met veel kracht moet zijn gebeurd; dusdanig heftig dat getuigen de handeling direct als gevaarlijk zouden kwalificeren.

De deskundige [deskundige 3] heeft in haar rapport in de zaak van [slachtoffer 2] aangegeven dat het schudden, zoals in deze zaak moet hebben plaatsgevonden, zodanig grof is dat ook een medische leek zou herkennen dat dit gedrag schade toebrengt aan het kind.

Het hof is van oordeel dat ook verdachte beseft moet hebben dat zijn krachtige schudden tot het overlijden van de baby’s kon leiden. Door zo te handelen heeft verdachte dan ook bewust de aanmerkelijke kans op het overlijden van zijn kinderen aanvaard. Dat [slachtoffer 2] het heeft overleefd, is niet aan het handelen van verdachte, maar aan de reactie van haar moeder en het ingrijpen van de medici te danken.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 05-900783-12 primair en in de zaak met parketnummer 05-760272-13 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Zaak met parketnummer 05-900783-12:
hij op of omstreeks 16 juni 2012, te Almere, opzettelijk [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2]) van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte toen aldaar opzettelijk voornoemde persoon heeft vastgepakt en/of (meermalen) met kracht (heen en weer) heeft geschud en/of bewogen en/of bij die persoon een heftig contacttrauma heeft veroorzaakt, tengevolge waarvan voornoemde persoon is overleden;

Zaak met parketnummer 05-760272-13:
hij op of omstreeks 10 september 2013, te Almere, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3]) van het leven te beroven, met dat opzet voornoemde [slachtoffer 2] heeft vastgepakt en/of (meermalen) met kracht (heen en weer) heeft geschud en/of bewogen en/of bij voornoemde persoon een heftig contacttrauma heeft veroorzaakt waarbij/waardoor (ernstig) hersenletsel is ontstaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het in de zaak met parketnummer 05-900783-12 primair bewezen verklaarde levert op:

doodslag.

het in de zaak met parketnummer 05-760272-13 primair bewezen verklaarde levert op:

poging tot doodslag.

Strafbaarheid van de verdachte

Door [deskundige 4], GZ-psycholoog, is op 13 november 2013 omtrent verdachte een psychologisch rapport uitgebracht en op 14 november 2013 door [deskundige 5], psychiater, een psychiatrisch rapport. Deze deskundigen hebben geconcludeerd dat er geen aanwijzingen zijn gevonden dat er bij verdachte sprake was van een ziekelijke stoornis dan wel gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens.

Het hof neemt deze conclusies over en maakt die tot de zijne. Verdachte wordt volledig toerekeningsvatbaar geacht.

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zeer ernstige strafbare feiten. Hij heeft zijn zoontje, op dat moment ongeveer zes weken oud, gedood door hem krachtig door elkaar te schudden. Iets meer dan een jaar later, toen hij zich nog bevond in de schorsing van de voorlopige hechtenis van het eerste feit, heeft hij zijn dochtertje, toen ruim vijf weken oud, dusdanig hard door elkaar geschud dat zij met ernstig hersenletsel in het ziekenhuis is opgenomen. Gelukkig heeft de moeder snel en adequaat gereageerd en hebben de artsen haar leven weten te redden. Kinderen in de leeftijd van de slachtoffers zijn uitermate kwetsbaar en zijn volledig afhankelijk van de zorg van de ouders/verzorgers, in casu verdachte. Het hof neemt verdachte zijn handelen dan ook zeer kwalijk.

De gebeurtenissen hebben ook diep ingegrepen in het leven van de nabestaanden van [slachtoffer 1] en de familie van [slachtoffer 2], met name in het leven van de moeder. [slachtoffer 2] is lange tijd uit huis geplaatst geweest en is pas sinds kort weer bij de moeder thuis. De moeder zal de rest van haar leven moeten omgaan met wat er is gebeurd. Ter terechtzitting heeft zij aangegeven dat zij aan het verwerken van het verlies van [slachtoffer 1] nog niet eens is toegekomen. De toekomst zal moeten uitwijzen of en in hoeverre [slachtoffer 2] (blijvende) schade heeft opgelopen.

Verdachte heeft geen inzicht kunnen of willen geven in zijn handelen. De precieze toedracht in beide zaken blijft daardoor onduidelijk. Dit bemoeilijkt niet alleen het rouwproces voor de moeder en de familie van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], maar brengt ook met zich dat het hof geen rekening kan houden met eventuele verzachtende omstandigheden.

De zaak kan dan ook niet anders worden afgedaan dan door het opleggen van een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het hof vindt evenwel de door de rechtbank opgelegde straf te hoog. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat verdachte, als vader van beide kinderen en als partner van de moeder, ook zelf de zware last heeft te dragen van het verlies van zijn zoontje, de rouw die daardoor bij zijn echtgenote en familie is ontstaan en de grote zorg over de ontwikkeling van zijn dochter. Het hof acht het, gelet op de persoon van verdachte als ter zitting gebleken, zeer aannemelijk dat verdachte dit – ondanks zijn ontkennende proceshouding – ook zelf zo ervaart. Het hof zal daarom aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaar opleggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 45, 57 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 05-900783-12 primair en in de zaak met parketnummer 05-760272-13 primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave aan mevrouw [echtgenote] van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven oogjes van [slachtoffer 1].

Aldus gewezen door

mr. R. van den Heuvel, voorzitter,

mr. R.H. Koning, lid, en commodore (tit.) mr. P.T. Heblij, militair lid,

in tegenwoordigheid van J.R.M. Roetgerink, griffier,

en op 24 december 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. P.T. Heblij is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.