Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:9858

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
17-07-2014
Datum publicatie
31-12-2014
Zaaknummer
21-003339-13
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ1014, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Witwassen van door hypotheekfraude verkregen bouwdepot.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-003339-13

Uitspraak d.d.: 17 juli 2014

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 4 februari 2013 met parketnummer 16-994018-08 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats].

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 3 juli 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr R. Zilver, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing en tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg-

tenlastegelegd dat:

1:

hij, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 2 januari

2006 tot en met 20 januari 2006 te [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats] en/of

[plaats] en/of [plaats] en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

in een of meer nader te noemen authentieke akte(s), te weten een of meer

leveringsakte(n) en/of een of meer hypotheekakte(n),

een valse opgave heeft/hebben doen opnemen aangaande een feit van welks

waarheid die akte(s) moet(en) doen blijken,

met het oogmerk om die akte(s) te gebruiken of door anderen te doen gebruiken

als ware deze opgave in overeenstemming met de waarheid,

hebbende hij, verdachte en zijn mededader(s), althans verdachte alleen, toen

en daar, met voornoemd oogmerk in de volgende authentieke akte(s) valselijk en

in strijd met de waarheid, doen opnemen:

- in de akte van levering inzake de [adres] te [plaats] (opgemaakt

door notaris mr. [notaris 1]) dat verdachte en mevrouw [betrokkene]

[betrokkene] voornemens zijn het verkochte te gaan bewonen (D-10, pag. 5);

en/of het verkochte door verdachte en mevrouw [betrokkene] is te

gebruiken als woonhuis (D-10, pag 5); en/of

- in de akte van levering inzake de [adres] te [plaats] (opgemaakt door

notaris mr. [notaris 2]) dat het verkochte door verdachte en mevrouw [betrokkene]

[betrokkene] is te gebruiken als woonhuis (D-11, pag. 6); en/of

- in de akte van hypotheek inzake de [adres] te [plaats] (opgemaakt door

notaris mr. [notaris 2]) dat verdachte en mevrouw [betrokkene] er

jegens schuldeisers voor in staan dat zij voormeld registergoed geheel voor

zelfbewoning gebruikten casu quo gaan gebruiken (D-11, pag. 14); en/of

- in de akte van levering inzake de [adres] te [plaats]

(opgemaakt door notaris mr. [notaris 3]) dat verdachte en mevrouw [betrokkene]

[betrokkene] voormeld registergoed zullen gebruiken voor eigen bewoning

(D-12, pag. 8); en/of

- in de akte van hypotheek inzake de [adres] te [plaats]

(opgemaakt door notaris mr. [notaris 3]) dat verdachte en mevrouw [betrokkene]

[betrokkene] verklaarden er jegens de hypotheekbank voor in te staan dat

het onderpand niet is verhuurd noch anderszins aan derden in gebruik of genot

is afgestaan en dat het dient voor zelfbewoning (D-12, pag. 18); en/of

- in de akte van levering inzake de [adres] te [plaats]

(opgemaakt door notaris mr. [notaris 4]) dat verdachte en mevrouw

[betrokkene] voornemens zijn het gekochte zelf te gaan bewonen;

en/of het verkochte door verdachte en mevrouw [betrokkene] is te

gebruiken als woonhuis (D-13, pag. 5); en/of

- in de akte van hypotheek inzake de [adres] te [plaats]

(opgemaakt door notaris mr. [notaris 4]) dat verdachte en mevrouw

[betrokkene] verklaren dat het registergoed uitsluitend bestemd

is en blijft voor eigen gebruik (D-13, pag. 16);

2:

hij, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 maart

2006 tot en met 14 november 2008, te [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats]

en/of [plaats] en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(telkens) opzettelijk gebruik heeft/hebben gemaakt of gebruik heeft/hebben

doen of laten maken van (een) vervalst(e) of vals(e) geschrift(en),

als ware het/deze echt en onvervalst, te weten:

- een jaarrekening van de handelsonderneming [verdachte] over het jaar 2004 (D-83),

en/of

- een jaarrekening van de handelsonderneming [verdachte] over het jaar 2005 (D-84),

en/of

- een jaarrekening van de handelsonderneming [verdachte] over het jaar 2006 (D-102),

zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig

feit te dienen,

bestaande die valsheid en/of vervalsing hierin dat valselijk en/of in strijd

met de waarheid in de hierboven genoemde jaarrekening(en) is opgenomen dat:

- de handelsonderneming [verdachte] in het jaar 2004 een bedrijfsresultaat van

40.457,- euro en/of een omzet van 46.286,- euro heeft gehad, terwijl in

werkelijkheid het bedrijfsresultaat en/of de omzet lager was/waren, en/of

- de handelsonderneming [verdachte] in het jaar 2005 een bedrijfsresultaat van

64.414,- euro en/of een omzet (in de jaarrekening opgenomen als "bruto winst")

van 68.825,- euro heeft gehad, terwijl in werkelijkheid het bedrijfsresultaat

en/of de netto omzet lager was/waren, en/of

- de handelsonderneming [verdachte] in het jaar 2006 een bedrijfsresultaat van

57.208,- euro en/of een omzet (in de jaarrekening opgenomen als "bruto winst")

van 66.840,- euro heeft gehad, terwijl in werkelijkheid het bedrijfsresultaat

en/of de netto omzet lager was/waren,

en bestaande dit gebruik hieruit dat het/de volgende geschrift(en) is/zijn

overlegd bij de aanvraag van hypothecaire financiering van het/de volgende

pand(en):

- de jaarrekening van de handelsonderneming [verdachte] over het jaar 2004 (D-83)

bij de aanvraag van hypothecaire financiering van:

- [adres] te [plaats], en/of

- [adres] te [plaats], en/of

- de jaarrekening van de handelsonderneming [verdachte] over het jaar 2005 (D-84)

bij de aanvraag van hypothecaire financiering van:

- [adres] te [plaats], en/of

- [adres] te [plaats], en/of

- [adres] te [plaats], en/of

- [adres] te [plaats], en/of

- [adres] te [plaats], en/of;

- de jaarrekening van de handelsonderneming [verdachte] over het jaar 2006 (D-102)

bij de aanvraag van hypothecaire financiering van:

- [adres] te [plaats], en/of

- [adres] te [plaats], en/of

- [adres] te [plaats], en/of

- [adres] te [plaats];

3 primair:

hij, op of omstreeks 30 september 2005, in de gemeente [plaats] en/of

(elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) althans

alleen,

een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tussen [bedrijf] en

[verdachte] (D-43),

zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen,

valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst,

immers heeft/hebben hij, verdachte (en zijn mededader(s)),

- valselijk en/of in strijd met de waarheid in voornoemd geschrift (D-43)

opgenomen dat [bedrijf] en [verdachte] een arbeidsovereenkomst

voor de vernoemde periode waren aangegaan, terwijl in werkelijkheid er geen

(arbeids)overeenkomst tot stand is gekomen en/of het in werkelijkheid niet de

bedoeling is geweest om een (arbeids)overeenkomst tot stand te laten komen,

en/of

- valselijk en/of in strijd met de waarheid in voornoemd geschrift (D-43)

opgenomen dat de werkzaamheden "het t.b.v. bovenstaande regio [[plaats]]

uitdiepen van relaties en plegen van acquisitie" betreffen, terwijl verdachte

in werkelijkheid deze werkzaamheden niet heeft verricht en/of het in

werkelijkheid (ook) niet de bedoeling is geweest dat verdachte (deze)

werkzaamheden zou gaan verrichten,

een en ander (telkens) met het oogmerk dat geschrift als echt en onvervalst te

gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken;

subsidiair:

hij, op of omstreeks 21 november 2005 en/of 1 december 2005 in [plaats] en/of

(elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans

alleen,

(telkens) opzettelijk gebruik heeft/hebben gemaakt of gebruik heeft/hebben

doen of laten maken van een valse of vervalste arbeidsovereenkomst tussen [bedrijf]

[bedrijf] en [verdachte] (D-43),

zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen,

als ware het echt en onvervalst,

en/of dit geschrift heeft/hebben afgeleverd,

terwijl hij (en zijn mededader(s)) wist(en) of redelijkerwijs moest(en)

vermoeden dat dit geschrift bestemd was voor gebruik als ware deze echt en

onvervalst,

bestaande die valsheid en/of vervalsing hierin, dat

- valselijk en/of in strijd met de waarheid in voornoemd geschrift (D-43) is

doen voorkomen dat [bedrijf] en [verdachte] een

arbeidsovereenkomst voor de vernoemde periode zijn aangegaan, terwijl in

werkelijkheid er geen (arbeids)overeenkomst tot stand is gekomen en/of het

niet de intentie is geweest om een (arbeids)overeenkomst tot stand te laten

komen, en/of

- valselijk en/of in strijd met de waarheid in voornoemd geschrift (D-43) is

opgenomen dat de werkzaamheden "het t.b.v. bovenstaande regio [[plaats]]

uitdiepen van relaties en plegen van acquisitie" betreffen, terwijl verdachte

in werkelijkheid deze werkzaamheden niet heeft verricht en/of het (ook) niet

de intentie is geweest dat verdachte deze werkzaamheden zou gaan verrichten,

en bestaandedat gebruikmaken hierin dat hij, verdachte en/of zijn

mededader(s) voornoemd geschrift heeft/hebben overlegd bij:

- de aanvraag van een hypothecaire financiering voor de aankoop van het pand

aan de [adres] te [plaats] en/of bij de aanvraag van een

hypothecaire financiering voor de aankoop van het pand aan de [adres]

te [plaats], en/of

- de aanvraag(en) van (een) hypothecaire financiering(en) voor de aankoop van

(een) ander(e) pand(en);

4:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 9 september

2005 tot 14 december 2009, te [plaats] en/of (elders) in Nederland, tezamen en

in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, (telkens) (een) voorwerp(en), te weten een of meer

woning(en)/pand(en), en wel:

- [adres];

- [adres];

- [adres];

- [adres];

- [adres];

- [adres];

- [adres];

- [adres];

- [adres];

- [adres],

(alle te [plaats])

heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet

en/of van die/dat voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en/of zijn

mededader(s) (telkens) wist(en) dat bovenomschreven voorwerp(en) -

onmiddellijk of middellijk - geheel of gedeeltelijk, afkomstig was/waren uit

enig misdrijf (te weten oplichting en/of valsheid in geschrifte en/of valse

opgave in authentieke akte, althans enig (ander) misdrijf),

terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) hiervan een gewoonte

heeft/hebben gemaakt.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1, 2, 3 primair en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1:

hij, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 2 januari

2006 tot en met 20 januari 2006 te [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats] en/of

[plaats] en/of [plaats] en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

in een of meer nader te noemen authentieke akte(s), te weten een of meer

leveringsakte(n) en/of een of meer hypotheekakte(n),

een valse opgave heeft/hebben doen opnemen aangaande een feit van welks

waarheid die akte(s) moet(en) doen blijken,

met het oogmerk om die akte(s) te gebruiken of door anderen te doen gebruiken

als ware deze opgave in overeenstemming met de waarheid,

hebbende hij, verdachte en zijn mededader(s), althans verdachte alleen, toen

en daar, met voornoemd oogmerk in de volgende authentieke akte(s) valselijk en

in strijd met de waarheid, doen opnemen:

- in de akte van levering inzake de [adres] te [plaats] (opgemaakt

door notaris mr. [notaris 1]) dat verdachte en mevrouw [betrokkene]

[betrokkene] voornemens zijn het verkochte te gaan bewonen (D-10, pag. 5);

en/of het verkochte door verdachte en mevrouw [betrokkene] is te

gebruiken als woonhuis (D-10, pag 5); en/of

- in de akte van levering inzake de [adres] te [plaats] (opgemaakt door

notaris mr. [notaris 2]) dat het verkochte door verdachte en mevrouw [betrokkene]

[betrokkene] is te gebruiken als woonhuis (D-11, pag. 6); en/of

- in de akte van hypotheek inzake de [adres] te [plaats] (opgemaakt door

notaris mr. [notaris 2]) dat verdachte en mevrouw [betrokkene] er

jegens schuldeisers voor in staan dat zij voormeld registergoed geheel voor

zelfbewoning gebruikten casu quo gaan gebruiken (D-11, pag. 14); en/of

- in de akte van levering inzake de [adres] te [plaats]

(opgemaakt door notaris mr. [notaris 3]) dat verdachte en mevrouw [betrokkene]

[betrokkene] voormeld registergoed zullen gebruiken voor eigen bewoning

(D-12, pag. 8); en/of

- in de akte van hypotheek inzake de [adres] te [plaats]

(opgemaakt door notaris mr. [notaris 3]) dat verdachte en mevrouw [betrokkene]

[betrokkene] verklaarden er jegens de hypotheekbank voor in te staan dat

het onderpand niet is verhuurd noch anderszins aan derden in gebruik of genot

is afgestaan en dat het dient voor zelfbewoning (D-12, pag. 18); en/of

- in de akte van levering inzake de [adres] te [plaats]

(opgemaakt door notaris mr. [notaris 4]) dat verdachte en mevrouw

[betrokkene] voornemens zijn het gekochte zelf te gaan bewonen;

en/of het verkochte door verdachte en mevrouw [betrokkene] is te

gebruiken als woonhuis (D-13, pag. 5); en/of

- in de akte van hypotheek inzake de [adres] te [plaats]

(opgemaakt door notaris mr. [notaris 4]) dat verdachte en mevrouw

[betrokkene] verklaren dat het registergoed uitsluitend bestemd

is en blijft voor eigen gebruik (D-13, pag. 16);

2:

hij, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 maart

2006 tot en met 14 november 2008, te [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats]

en/of [plaats] en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(telkens) opzettelijk gebruik heeft/hebben gemaakt of gebruik heeft/hebben

doen of laten maken van (een) vervalst(e) of vals(e) geschrift(en),

als ware het/deze echt en onvervalst, te weten:

- een jaarrekening van de handelsonderneming [verdachte] over het jaar 2004 (D-83),

en/of

- een jaarrekening van de handelsonderneming [verdachte] over het jaar 2005 (D-84),

en/of

- een jaarrekening van de handelsonderneming [verdachte] over het jaar 2006 (D-102),

zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig

feit te dienen,

bestaande die valsheid en/of vervalsing hierin dat valselijk en/of in strijd

met de waarheid in de hierboven genoemde jaarrekening(en) is opgenomen dat:

- de handelsonderneming [verdachte] in het jaar 2004 een bedrijfsresultaat van

40.457,- euro en/of een omzet van 46.286,- euro heeft gehad, terwijl in

werkelijkheid het bedrijfsresultaat en/of de omzet lager was/waren, en/of

- de handelsonderneming [verdachte] in het jaar 2005 een bedrijfsresultaat van

64.414,- euro en/of een omzet (in de jaarrekening opgenomen als "bruto winst")

van 68.825,- euro heeft gehad, terwijl in werkelijkheid het bedrijfsresultaat

en/of de netto omzet lager was/waren, en/of

- de handelsonderneming [verdachte] in het jaar 2006 een bedrijfsresultaat van

57.208,- euro en/of een omzet (in de jaarrekening opgenomen als "bruto winst")

van 66.840,- euro heeft gehad, terwijl in werkelijkheid het bedrijfsresultaat

en/of de netto omzet lager was/waren,

en bestaande dit gebruik hieruit dat het/de volgende geschrift(en) is/zijn

overlegd bij de aanvraag van hypothecaire financiering van het/de volgende

pand(en):

- de jaarrekening van de handelsonderneming [verdachte] over het jaar 2004 (D-83)

bij de aanvraag van hypothecaire financiering van:

- [adres] te [plaats], en/of

- [adres] te [plaats], en/of

- de jaarrekening van de handelsonderneming [verdachte] over het jaar 2005 (D-84)

bij de aanvraag van hypothecaire financiering van:

- [adres] te [plaats], en/of

- [adres] te [plaats], en/of

- [adres] te [plaats], en/of

- [adres] te [plaats], en/of

- [adres] te [plaats], en/of;

- de jaarrekening van de handelsonderneming [verdachte] over het jaar 2006 (D-102)

bij de aanvraag van hypothecaire financiering van:

- [adres] te [plaats], en/of

- [adres] te [plaats], en/of

- [adres] te [plaats], en/of

- [adres] te [plaats];

3 primair:

hij, op of omstreeks 30 september 2005, in de gemeente [plaats] en/of

(elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) althans

alleen,

een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tussen [bedrijf] en

[verdachte] (D-43),

zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen,

valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst,

immers heeft/hebben hij, verdachte (en zijn mededader(s)),

- valselijk en/of in strijd met de waarheid in voornoemd geschrift (D-43)

opgenomen dat [bedrijf] en [verdachte] een arbeidsovereenkomst

voor de vernoemde periode waren aangegaan, terwijl in werkelijkheid er geen

(arbeids)overeenkomst tot stand is gekomen en/of het in werkelijkheid niet de

bedoeling is geweest om een (arbeids)overeenkomst tot stand te laten komen,

en/of

- valselijk en/of in strijd met de waarheid in voornoemd geschrift (D-43)

opgenomen dat de werkzaamheden "het t.b.v. bovenstaande regio [[plaats]]

uitdiepen van relaties en plegen van acquisitie" betreffen, terwijl verdachte

in werkelijkheid deze werkzaamheden niet heeft verricht en/of het in

werkelijkheid (ook) niet de bedoeling is geweest dat verdachte (deze)

werkzaamheden zou gaan verrichten,

een en ander (telkens) met het oogmerk dat geschrift als echt en onvervalst te

gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken;

4:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 9 september

2005 tot 14 december 2009, te [plaats] en/of (elders) in Nederland, tezamen en

in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, (telkens) (een) voorwerp(en), te weten een of meer

woning(en)/pand(en), en wel:

- [adres];

- [adres];

- [adres];

- [adres];

- [adres];

- [adres];

- [adres];

- [adres];

- [adres];

- [adres],

(alle te [plaats])

heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet

en/of van die/dat voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en/of zijn

mededader(s) (telkens) wist(en) dat bovenomschreven voorwerp(en) -

onmiddellijk of middellijk - geheel of gedeeltelijk, afkomstig was/waren uit

enig misdrijf (te weten oplichting en/of valsheid in geschrifte en/of valse

opgave in authentieke akte, althans enig (ander) misdrijf),

terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) hiervan een gewoonte

heeft/hebben gemaakt.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Door de advocaat-generaal en de raadsman is gesteld dat het onder 4 tenlastegelegde feit weliswaar bewezen verklaard kan worden maar dat het feit niet strafbaar is en dat derhalve

ontslag van alle rechtsvervolging dient te volgen.

Verdachte heeft hypotheken voor de aankoop van panden verkregen door het plegen van valsheid in geschrift. De verkregen gelden, in de vorm van hypotheken met een bouwdepot, werden gebruikt voor de aankoop van de panden. Voor zover er geld restte van het bouwdepot werd dit gebruikt ter mede financiering van andere aan te kopen panden.

Het hof is van oordeel dat, gelet op recente uitspraken van de Hoge Raad (onder meer HR 24 maart 2014, NJ 2014, nr.75), door de aankoop van andere panden, mede met geld uit het bouwdepot van de hypotheken die verkregen waren door het plegen van valsheid in geschrift, er sprake is van “voorwerpen middellijk uit misdrijf verkregen”.

Het hof merkt daarbij op dat een en ander niet anders zou zijn als verdachte en zijn echtgenote in de aangeschafte panden zouden wonen.

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

Medeplegen van in een authentieke akte een valse opgave doen opnemen aangaande een feit, van welks waarheid die akte moet doen blijken met het oogmerk om die akte te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, als ware haar opgave in overeenstemming met de waarheid; meermalen gepleegd.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

Medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst; meermalen gepleegd.

Het onder 3 primair bewezen verklaarde levert op:

Valsheid in geschrift; meermalen gepleegd.

Het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

Medeplegen van: van het plegen van witwassen een gewoonte maken.

Strafbaarheid van de verdachte

Door en namens verdachte is er een beroep gedaan op – kort gezegd – verschoonbare dwaling.

Het hof verwerpt dit beroep. Het hof gaat er veronderstellenderwijs van uit, dat verdachte niet wist of begreep, dat verlening van hypotheekgarantie (de Nationale Hypotheek Garantie regeling) niet mogelijk was, als het niet ging om eigen bewoning, maar om aankoop voor belegging. Het hof is van oordeel, dat verdachte er niet op mocht vertrouwen, dat de gang van zaken, waarin hij vragen van de notaris in strijd met de waarheid (blindelings) met “ja” moest beantwoorden. rechtens aanvaardbaar was. Verdachte heeft dus bewust op vragen van de notaris in strijd met de waarheid geantwoord en bewust in strijd met de waarheid in de akten onware feiten doen opnemen. Dat kan slechts te kwader trouw zijn geschied. Dan kan verdachte niet te goeder trouw hebben gehandeld overeenkomstig gegeven adviezen, waarbij in het midden wordt gelaten, of die adviezen wel voldoende gezaghebbend waren.

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft verdachte, na de eis van de officier van justitie inhoudende veroordeling tot 27 maanden gevangenisstraf, waarvan 7 maanden voorwaardelijk, veroordeeld ter zake van het onder 1, 2 en 3 primair bewezenverklaarde tot een geldboete van € 35.000,-- subsidiair 210 dagen hechtenis onvoorwaardelijk.

De advocaat-generaal heeft in hoger beroep gevorderd dat verdachte, rekening houdende met het tijdsverloop in deze zaak, zal worden veroordeeld ter zake van het onder 1, 2 en 3 primair tenlastegelegde tot 6 maanden gevangenisstraf geheel voorwaardelijk en een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, alsmede een geldboete van € 10.000,-- subsidiair 85 dagen hechtenis.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon van verdachte. Daarbij is het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft zich met anderen schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift en het valselijk doen opmaken van authentieke akten om zo hypotheken te verkrijgen voor de aankoop van diverse woningen als beleggingsobjecten. Het hof rekent het verdachte aan dat hij door het opmaken van onjuiste jaarrekeningen en een valselijk opgemaakte arbeidsovereenkomst misbruik heeft gemaakt van het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer pleegt te worden gesteld in dergelijke schriftelijke stukken. Daarnaast heeft verdachte, door valse verklaringen, onjuiste authentieke akten laten opmaken. Deze ernstige vorm van fraude rechtvaardigt zonder meer oplegging van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf.

Bij de bepaling van de hoogte van de op te leggen straf heeft het hof rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de omstandigheid dat uit het uittreksel Justitiële Documentatie betreffende verdachte blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Tevens neemt het hof in zijn oordeel mee dat het geloof hecht aan de verklaring van verdachte dat het niet de bedoeling was om de bank “een poot uit te draaien” maar dat het ging om het maximale aan hypotheek te kunnen verkrijgen voor de aanschaf van beleggingspanden. Het hof ziet ook geen meerwaarde in het opleggen van extra straf voor het onder 4 bewezenverklaarde feit.

Uit de stukken van de zaak is het hof verder het navolgende gebleken:

  • -

    de tenlastegelegde feiten zijn oude feiten gepleegd in de periode van 2005 tot 2009;

  • -

    op 21 januari 2009 is verdachte in verzekering gesteld;

  • -

    op 10 april 2012 is de zaak, voor een regie-behandeling, voor de eerste maal door de rechtbank behandeld;

  • -

    op 4 februari 2013 is door de rechtbank vonnis gewezen in deze zaak;

  • -

    op 15 februari 2013 is door zowel verdachte als het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld tegen het vonnis;

  • -

    op 12 maart 2013 is het dossier van de zaak ter griffie van het hof ingekomen;

  • -

    op 3 juli 2014 is de zaak inhoudelijk behandeld door het hof.

Het hof is van oordeel dat het totale tijdsverloop van de zaak (5 ½ jaar), in het bijzonder het tijdsverloop tussen de datum van inverzekeringstelling van verdachte en de datum van het vonnis van de rechtbank (4 jaar), zodanig lang is dat sprake is van een schending van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM en dat derhalve aanleiding is voor strafvermindering. Derhalve zal de overwogen gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden onvoorwaardelijk, die zou zijn opgelegd indien van overschrijding van de redelijke termijn geen sprake was, worden omgezet in een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf, zulks mede als waarschuwing aan verdachte om zich in de toekomst te onthouden van het plegen van dergelijke feiten, en een taakstraf van na te melden duur. Het hof acht deze afdoening passend en geboden.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het handelen van verdachte hem meer financieel nadeel dan financieel profijt uit het bewezenverklaarde feitencomplex heeft opgeleverd. Een en ander geeft het hof aanleiding om af te zien van oplegging van een geldboete.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57, 63, 225, 227 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 primair en 4 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3 primair en 4 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (éénhonderdtwintig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr R. de Groot, voorzitter,

mr J.M.J. Denie en mr P.L.M van Gorkom, raadsheren,

in tegenwoordigheid van G. Heeres, griffier,

en op 17 juli 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr P.L.M van Gorkom is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.