Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:9850

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
16-12-2014
Datum publicatie
19-12-2014
Zaaknummer
200.157.560-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Inzage van door de deurwaarder gemaakte selectie van documenten waarbij de beslagene niet de kans heeft gekregen de selectie vooraf in te zien, is strijdig met artikel 843a Rv. Op grond van artikel 843a lid 2 Rv bepaalt het hof de wijze van inzage.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummers gerechtshof 200.157.559/01 en 200.157.560/01

(zaaknummers rechtbank Noord-Nederland C/17/136794 / KG ZA 14-255 en C/17/136980 / KG ZA 14-266)

arrest van de eerste kamer van 16 december 2014 in spoedappel in de zaken van

1 Econvert Water & Energy B.V.,

gevestigd te Drachten,

hierna: Econvert, en

2. [appellant 2],

wonende te [woonplaats],

hierna: [appellant 2],

appellanten in het principaal appel en verweerders in het incidenteel appel,

tevens eisers in het incident,

in eerste aanleg: gedaagden in conventie en eisers in reconventie,

hierna: Econvert c.s.,

advocaat: mr. W.H.R. van Boetzelaer, kantoorhoudend te Heerenveen, die ook heeft gepleit,

tegen

1 de vennootschap naar buitenlands recht Voith Paper GmbH & Co,

gevestigd te Heidenheim an der Benz (Duitsland),

hierna: Voith GmbH, en

2. Voith Paper B.V.,

gevestigd te Epe,

hierna: Voith B.V.,

geïntimeerden in het principaal appel en eisers in het incidenteel appel,

tevens verweerders in het incident,

in eerste aanleg: eisers in conventie en verweerders in reconventie,

hierna gezamenlijk: Voith c.s.,

advocaten: mr. J.R. Spauwen, kantoorhoudend te Amsterdam, die ook heeft gepleit, tezamen

met zijn kantoorgenoot mr. E.W. Jurjens.

Het hof neemt de inhoud van het arrest in het incident tot schorsing tenuitvoerlegging ex art. 351 Rv van 6 november 2014 hier over.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit voornoemd incidenteel arrest van 6 november 2014.

2 De verdere beoordeling in het principaal en incidenteel hoger beroep

De vaststaande feiten

2.1

De door de voorzieningenrechter in rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.16 van het vonnis als vaststaand aangemerkte feiten zijn niet bestreden, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.

2.1.1

Voith c.s. maken deel uit van het wereldwijd opererende Duitse Voith-concern, een bedrijf dat industriële producten en toepassingen levert voor diverse markten: energie, olie en gas, papier, grondstoffen en transport. Voith GmbH is actief op de papiermarkt. Zij houdt zich onder meer bezig met het ontwerpen en realiseren van recyclingoplossingen voor haar klanten in de papierindustrie. Voith B.V. is de Nederlandse dochteronderneming van Voith GmbH.

2.1.2

Voith c.s. ontwerpen voor hun klanten industriële afvalwaterzuiveringsinstallaties.

Eén van de ontwerpen van Voith c.s. is de zogenaamde R2S-reactor. De R2S-reactor is ontworpen voor de anaerobe zuivering en recycling van afvalwater in de papierindustrie. De R2S-reactor is ontworpen en geperfectioneerd tussen 2007 en 2012 door diverse engineers die in dienst zijn van, of worden ingehuurd door Voith B.V.

2.1.3

[appellant 2] is een voormalig werknemer van Voith B.V. Hij is van oktober 2008 tot en met juli 2011 in dienst van Voith B.V. geweest. [appellant 2] - die een technische opleiding en achtergrond heeft - is in de jaren 2010/2011 als technisch product manager betrokken geweest bij de ontwikkeling en verkoop van de R2S-reactor. Samen met de engineers van Voith c.s., te weten [engineer 1], [engineer 2] en [engineer 3], vormde hij een "design team" dat zich bezig hield met het perfectioneren van de R2S-reactor op basis van de specificaties van de klant. [engineer 3] was de hoofdontwerper van de R2S-reactor, die samen met [engineer 2] verantwoordelijk was voor het basisontwerp van de R2S-reactor. Zij voorzagen [engineer 1] en [appellant 2] van hoogtechnologische 3D AutoCAD modellen van de R2S-reactor. Die modellen bevatten de complete technische details van de R2S-reactor en al haar individuele onderdelen.

2.1.4

Vóór zijn dienstverband bij Voith B.V. is [appellant 2] vanaf 1987 tot en met 2007 in dienst geweest van [B.V. S] te [vestigingsplaats], die marktleider is op de markt van anaerobe reactoren.

2.1.5

Eind juli 2011 heeft [appellant 2] ontslag genomen bij Voith B.V.

2.1.6

In de arbeidsovereenkomst tussen [appellant 2] en Voith B.V. is onder andere het volgende opgenomen:

"Article 13 - Confidentiality, return of goods and documents, etc.

1. Save insofar as required by law or otherwise, the Employee shall both during the term of and after termination of the Employment Agreement - irrespective of the manner in which and reasons why the Employment Agreement has been terminated - observe absolute confidentiality with respect to any information or knowledge which has or will become known to the Employee concerning the Employer and the activities of the Employer and any of Employer's affiliated companies or shareholders. This shall also apply to any inventions for which the Employer has not yet filed for property rights. Such confidentiality obligation also comprises all information about client's or other relations of the Employer, which comes to the knowledge of the Employee.

2. The Employee shall not in whatever way have or keep in his possession any documents, correspondence or copies thereof, or any other goods or property which he has acquired in the context of his employment with the Employer, save insofar as and as long as this is required for the performance of his duties for the Employer.

3. In any event the Employee shall he under an obligation to forthwith return to the Employer such documents, correspondence, copies, goods or property (including data carriers) upon the Employer’s first request to do so, or on termination of the Employment Agreement or in the event of suspension, irrespective of the manner in which and the reasons why the Employment Agreement has been terminated or, as the care may be, the Employee has been suspended.

(…)

Article 14 -Non-competition clause

The EMPLOYEE is not entitled to work either directly or indirectly for another party or run a business of his own during the employment without the prior written acceptance of the EMPLOYER. He is also not entitled to directly or indirectly work for another party active in the field of biorecovery of black liquor until 12 months after his employment has ended in order to prevent competition from benefiting the confidential information the employee ties himself or has access to".

2.1.7

Op 2 januari 2012 is Econvert opgericht. [appellant 2] is "general manager" en indirect bestuurder van Econvert. Econvert ontwikkelt anaerobe zuiveringsinstallaties voor onder meer de papier-, voedsel en drankenindustrie.

2.1.8

Econvert heeft een anaerobe zuiveringsreactor ontwikkeld die op de markt wordt gebracht onder de benaming "Econvert IR”.

2.1.9

Voith c.s. hebben de voorzieningenrechter op 15 augustus 2014 verlof gevraagd tot het leggen van conservatoir bewijsbeslag op de papieren administratie van Econvert, de zakelijke en privé e-mailbox van [appellant 2], de privé-computer(s) van [appellant 2] en de servers van Econvert met betrekking tot de zich daarin bevindende:

a. a) technische tekeningen en 3D AutoCAD modellen van de R2S-reactor die [appellant 2] vermoedelijk heeft meegenomen / bewaard na afloop van zijn dienstverband met Voith c.s.;

b) (e-mail)correspondentie, tussen [appellant 2] en zijn huidige werkgever Econvert en/of tussen [appellant 2] en klanten van Econvert en/of Voith c.s., en daarbij behorende bijlagen die aantonen dat [appellant 2] zijn technische kennis met betrekking tot de R2S-reactor heeft gedeeld met zijn nieuwe werkgever Econvert en/of met haar klanten.

c) (e-mail)correspondentie en bestanden die aantonen dat (werknemers van) Econvert deze kennis heeft gebruikt bij het ontwerp en het op de markt brengen van haar IR-reactor.

Tevens is verlof verzocht tot het in gerechtelijke bewaring (doen) nemen – door (kort samengevat) het maken van digitale kopieën, welke kopieën in gerechtelijke bewaring worden genomen - van de hiervoor bedoelde documenten door de deurwaarder - de heer
[Y] en/of mevrouw [Z] van [deurwaarderskantoor] Gerechtsdeurwaarders te [plaats 1] - al dan niet in samenwerking met ICT-deskundige(n) [Q] en/of [R] (althans een deskundige medewerker van ICT-dienstverlener [B.V. X] te [plaats 2]), waarbij de termijn voor dataselectie (indien dit niet op locatie mogelijk blijkt te zijn) is gesteld op drie werkdagen.

2.1.10

Bij beschikking van 18 augustus 2014 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden het gevraagde verlof verleend met de in die beschikking vermelde uitzonderingen en aanvullingen. Onder meer is in de beschikking vermeld:

"het verlof strekt zich enkel uit tot de in paragraaf 3.1 van het verzoekschrift ander a en b concreet

genoemde bescheiden en derhalve niet tot de onder c genoemde bescheiden, of andere niet specifiek

genoemde bescheiden".

2.1.11

Op 20 augustus 2014 hebben Voith c.s. op basis van voornoemd verlof conservatoir bewijsbeslag laten leggen onder [appellant 2] en Econvert op de locaties [adres 1] te [woonplaats] (de privéwoning van [appellant 2]) en [adres 2] te [plaats 3] (bedrijfsruimte Econvert). Het beslag is gelegd door deurwaarder [Y] van [deurwaarderskantoor] Deurwaarders te [plaats 1]. Bij de beslaglegging is hij geassisteerd door een ICT deskundige van [B.V. X], een dienstverlener met ervaring op het gebied van het leggen van bewijsbeslag en lid van de Nederlandse Vereniging van Beëdigde lnformaticadeskundigen.

2.1.12

Op beide voornoemde locaties heeft de deurwaarder beoordeeld of het mogelijk was om op locatie de data te separeren. Dit bleek op onderdelen niet mogelijk, zodat (op grond van het verlof) kopieën zijn gemaakt van (onderdelen van) gegevensdragers en bestanden. Alle mogelijk relevante data zijn op locatie gekopieerd; er zijn geen originele gegevensdragers meegenomen. De door de deurwaarder gekopieerde dataset (de “grote doos") kon als volgt worden aangeduid:

"Digitale kopie van de data, onder [appellant 2]:

170 Gigabyte; 118.409 bestanden (alle export van de mailboxen zijn aangeduid als 1 bestand);

13.799 mappen;

Digitale kopie van de data onder Econvert:

1,6 Gigabyte; 1913 bestonden; 345 mappen."

2.1.13

Zowel [appellant 2] als Econvert hebben van de deurwaarder direct een kopie ontvangen van deze dataset. Deze niet-gesepareerde dataset is conform het beslagverlof in tijdelijke bewaring genomen teneinde de dataseparatie - het nader uitfilteren van die data die wel onder het beslag vallen en die data waarvoor dat niet geldt - elders door de deurwaarder te laten uitvoeren.

2.1.14

Na een deurwaarderskort-geding ex artikel 438 lid 4 Rv teneinde een verlenging te

verkrijgen van de in het beslagverlof gestelde termijn van drie werkdagen voor dataseparatie, is de termijn voor dataseparatie bij beschikking van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden van 22 augustus 2014 verlengd tot en met
l september 2014 en waarbij is bepaald dat de teruggave van de grote dataset (de “grote doos”) en het verstrekken van een kopie van de kleine dataset uiterlijk op 2 september 2014 zal dienen plaats te vinden.

2.1.15

Aan de hand van zoektermen zijn de data door de deurwaarder vervolgens gesepareerd. Het resultaat is de “kleine doos”. Op 26 augustus 2014 heeft de deurwaarder partijen bericht dat de dataseparatie was voltooid. De “grote doos” en een kopie van de “kleine doos” zijn op 27 augustus 2014 op het bedrijfsadres van Econvert bezorgd. Uit het daarbij verstrekte overzicht van de deurwaarder volgt dat er 20.852 bestanden zijn aangetroffen (42 GB) waarin één of meerdere van de gehanteerde zoektermen voorkomen. Uit dit overzicht volgt voorts dat als zoektermen zijn gehanteerd: IR-reactor or ‘IR-reactor” or “IR reaktor” or “IR-reaktor” or R2S or [engineer 1] or [engineer 3] or [engineer 2] or “.dwf’ or “.dwfx” or “.dwg”.

2.1.16

Naar aanleiding van bezwaren van de zijde van [appellant 2] en Econvert met betrekking tot de wijze waarop de dataselectie is uitgevoerd, heeft de deurwaarder een aanvullende dataselectie uitgevoerd, waarbij slechts met de zoekterm "R2S" de kleine dataset is doorzocht. Hierdoor is wederom een kleinere data (de “ultra kleine doos”) vervaardigd.

2.1.17

De deurwaarder heeft de bestanden uit de “ultra kleine doos” vervolgens visueel doorgelopen. Hetgeen resteerde wordt door de deurwaarder (en partijen) aangeduid als de

“ultra ultra kleine doos”.

Het geschil en de procedures in eerste aanleg

2.2

Voith c.s. hebben in eerste aanleg, kort gezegd, inzage gevorderd van:

a. alle bescheiden die zijn getroffen door het in de dagvaarding genoemde bewijsbeslag
(de “kleine doos”), dat wil zeggen:

  • -

    i) alle technische tekeningen en (3D AutoCAD) modellen van de R2S-reactor die [appellant 2] heeft meegenomen/bewaard na afloop van zijn dienstverband met Voith c.s., en

  • -

    ii) alle e-mailcorrespondentie tussen [appellant 2] en zijn huidige werkgever Econvert en/of tussen [appellant 2] en klanten van Econvert en/of Voith c.s. en daarbij behorende bijlagen die aantonen dat [appellant 2] zijn technische kennis met betrekking tot de R2S-reactor heeft gedeeld met zijn nieuwe werkgever Econvert en/of met haar klanten.

alle bescheiden zoals genoemd onder (a), voor zover die niet zijn getroffen door

het in de dagvaarding genoemde bewijsbeslag.

2.3

Subsidiair hebben Voith c.s. gevorderd toe te staan dat een door de rechtbank aan te wijzen deskundige - in de persoon van de in de inleidende dagvaarding genoemde deurwaarder, eventueel bijgestaan door de in de inleidende dagvaarding genoemde ICT-deskundige(n), of een andere door de rechtbank aan te wijzen deskundige - inzage neemt in de “kleine doos” en de hiervoor onder 2.2. sub a genoemde bescheiden uit deze “kleine doos” extraheert door daaruit de bescheiden te selecteren met de volgende eigenschappen:

( a) bestanden bevattend technische tekeningen of modellen, te herkennen aan de extensie

.dwf, .dwfx, .jpg, of aan de extensie .doc, .bak, .ppt, up in combinatie met een visuele

inspectie, of eventuele andere relevante extensies, die tevens voldoen aan één van de

volgende criteria:

  • -

    i) een datum in of bij het document die ligt vóór 1 september 2011; of

  • -

    ii) een of meer van de volgende auteurs: [engineer 1], [auteur 1], [auteur 2], [auteur 3], [engineer 3],

[engineer 2]; of

  • -

    iii) aanwezigheid van de term “R2S” in titel of bestand zelf; of

  • -

    iv) bestandsnaam zoals genoemd in de lijst overgelegd als productie 20; of,

( b) emailberichten of andere correspondentie gewisseld door [appellant 2] met geadresseerden

binnen Econvert (te herkennen aan een emailadres met daarin de term “Econvert” of

anderszins), of met bedrijfsmatig opererende derden, die tevens voldoen aan één van de

volgende criteria:

  • -

    i) aanwezigheid van de term “R2S” in titel of het bestand zelf;

  • -

    ii) aanwezigheid van de term “Voith” in titel of het bestand zelf;

  • -

    iii) het bericht heeft als bijlage een bestand geïdentificeerd volgens de criteria

onder (a);

althans dergelijke bescheiden met andere eigenschappen door uw rechtbank in goede justitie

te bepalen.

2.4

Meer subsidiair hebben Voith c.s. inzage gevorderd van i) alle bescheiden die in het kader van het in de inleidende dagvaarding genoemde bewijsbeslag door de deurwaarder zijn geselecteerd op de term “R2S” (de “ultra kleine doos”), althans ii) van alle bescheiden die door de deurwaarder zijn geselecteerd op de term “R2S” én visueel zijn geïnspecteerd (de “ultra-ultra kleine doos”), althans een iii) in goede justitie een wijze van inzage te bepalen die recht doet aan de belangen van partijen.

2.5

In reconventie hebben Econvert c.s., eveneens verkort weergegeven, gevorderd opheffing van het bewijsbeslag dan wel een veroordeling van Voith c.s. om het beslag te beperken tot bescheiden die kunnen worden geselecteerd met de zoektermen "R2S" of ".dws".

2.6

De voorzieningenrechter heeft in zijn vonnis van 8 oktober 2014 (zaak-/rolnummer C/17/136794 / KG ZA 14-255) in conventie de subsidiaire vordering onder 2.4 ii) toegewezen. In reconventie heeft de voorzieningenrechter Voith c.s. veroordeeld alle in het kader van het bewijsbeslag verkregen informatie te (laten) vernietigen, uitgezonderd de stukken in de “ultra-ultra kleine doos”. De voorzieningenrechter heeft de proceskosten in beide instanties gecompenseerd in de zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

2.7

De deurwaarder heeft zich met een door hem opgemaakt proces-verbaal van bezwaar van Econvert c.s. over de wijze waarop de dataselectie heeft plaatsgevonden tot de voorzieningenrechter gewend met het verzoek partijen en de deurwaarder te instrueren. In zijn vonnis van 8 oktober 2014 (zaak-/rolnummer C/17/136980 / KG ZA 14-266) heeft de voorzieningenrechter hierover beslist dat partijen en de deurwaarder dienen te handelen conform hetgeen is overwogen en beslist in het hiervoor onder 2.6 genoemde vonnis.

2.8

De deurwaarder is op 31 oktober 2014 aangevangen met het gefaseerd verschaffen van inzage aan Voith c.s. van de bescheiden uit de "ultra ultra kleine doos". Econvert c.s. ontvangen gelijktijdig een afschrift van de bescheiden waarvan inzage is verleend.

2.9

Het hof heeft in zijn incidenteel arrest van 5 november 2014 de tenuitvoerlegging van de hiervoor onder 2.6 en 2.7 genoemde vonnissen van de voorzieningenrechter van 8 oktober 2014 ter zake van de veroordeling tot inzage in de "ultra-ultra kleine doos" geschorst.

De grieven in het principaal en het incidenteel hoger beroep

2.10

De grieven in het principaal hoger beroep beogen het geschil in volle omvang aan het hof voor te leggen. De grieven I, II, IV (gedeeltelijk) en V (gedeeltelijk) richten zich tegen de afwijzing van de door Econvert c.s. verzochte opheffing van het beslag. De grieven III, IV (gedeeltelijk), V (gedeeltelijk) en VII richten zich tegen de onder 2.6 toegewezen inzage en de onder 2.7 gegeven instructie en het oordeel van de voorzieningenrechter dat aan de voorwaarden van artikel 843a Rv is voldaan.

2.11

Tegen de door de voorzieningenrechter verleende omvang van de inzage hebben Voith c.s. incidenteel hoger beroep ingesteld. Voith c.s. menen dat de voorzieningenrechter de inzage ten onrechte heeft beperkt tot bescheiden uit de "ultra ultra kleine doos" (grief I). Met grief II in het principaal hoger beroep bestrijden Voith c.s. de door voorzieningenrechter uitgesproken proceskostenveroordeling.

2.12

Het hof zal de grieven in het principaal en het incidenteel hoger beroep, deels gezamenlijk, onder de volgende onderwerpen, bespreken.

Spoedeisend belang

2.13

Econvert c.s. waren gedaagden in kort geding. Anders dan Voith c.s. menen, behoeven zij geen spoedeisend belang aannemelijk te maken. Van een spoedeisend belang dat behandeling als spoedappel rechtvaardigt, is voldoende gebleken nu de inzage van de documenten nog niet is voltooid.

Kenbaarheid grieven in het principaal hoger beroep

2.14

Het eerste geschilpunt betreft de kenbaarheid van de grieven van Econvert c.s. in principaal appel. Voith c.s. stellen dat de grieven van Econvert c.s. alleen al moeten verworpen omdat, kort gezegd, Econvert c.s. hun gronden te summierlijk hebben toegelicht waardoor Voith c.s. niet weten waartegen zij zich dienen te verweren.

2.15

Het hof overweegt hierover als volgt. Aan Voith c.s. kan worden toegegeven dat de grieven in de memorie van grieven slechts summier zijn toegelicht, maar daaruit volgt nog niet dat het voor Voith c.s. niet kenbaar was waartegen zij zich hadden te verweren. Dat blijkt ook al uit hun uitgebreide reactie bij memorie van antwoord. Uit het oogpunt van hoor en wederhoor hebben Voith c.s. bovendien bij gelegenheid van pleidooi voldoende mogelijkheid gehad om in te gaan op de nadere toelichting van die grieven door Econvert c.s., waardoor er ook geen sprake is van schending van eisen van goede procesorde. Te meer niet nu er door Econvert c.s. geen nieuwe feiten zijn aangevoerd. Het hof passeert het verweer van Voith c.s. dat de grieven onvoldoende duidelijk zijn en verwerpt het daarin besloten beroep op niet-ontvankelijkheid.

Schending artikel 21 Rv

2.16

De meeste verstrekkende stelling van Econvert c.s. houdt in dat de vordering tot inzage moet worden afgewezen het bewijsbeslag moet worden opgeheven, omdat
Voith c.s. in hun verzoekschrift tot het doen leggen van conservatoir bewijsbeslag de in
artikel 21 Rv neergelegde plicht om de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren, hebben geschonden (grief V). Econvert c.s. betogen dat Voith c.s. de voorzieningenrechter op belangrijke punten onjuist en onvolledig hebben geïnformeerd waardoor hij het verlof tot het leggen van conservatoir bewijsslag ten onrechte heeft toegewezen. Dit wordt door Voith c.s. betwist.

2.17

Het hof overweegt hierover als volgt. Ingevolge artikel 21 Rv zijn partijen verplicht de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. De strekking van artikel 21 Rv is dat de rechter niet op het verkeerde been mag worden gezet door het aanvoeren van onjuiste feitelijke en onvolledige stellingen. Anders dan Voith c.s. stellen, ziet artikel 21 Rv niet alleen op het uitbannen van de bewuste leugen. Ook onvolledigheid kan strijd met artikel 21 Rv opleveren. De plicht om juist en volledig te zijn, geldt naar het oordeel van het hof in het bijzonder voor een verzoekschrift om verlof tot het leggen van een bewijsbeslag waarbij de beslagene, zoals ook hier in het geval is, op uitdrukkelijk verzoek van de beslaglegger vooraf niet is gehoord. Indien deze verplichting niet wordt nageleefd kan de rechter daaraan de gevolgen verbinden die hij in overeenstemming met de aard van en de ernst van de schending wenselijk acht (vergelijk HR 25 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO9675).

2.18

Het hof volgt Econvert c.s. in hun betoog dat Voith c.s. de voorzieningenrechter mogelijk op het verkeerde been hebben gezet door in het verzoekschrift de suggestie te wekken dat Voith c.s. de bedenkers zijn van de in het geding zijnde anaerobe zuiveringsreactor, terwijl een soortgelijk systeem al sinds 1985 door [B.V. S] op de markt wordt gebracht. Terecht verwijten Econvert c.s. Voith c.s. dat zij in hun verzoekschrift niet hebben vermeld dat [appellant 2] voorafgaand aan zijn indiensttreding bij Voith B.V. meer dan 20 jaar bij [B.V. S] in dienst is geweest en uit dien hoofde over relevante kennis met betrekking tot een anaerobe zuiveringsreactor beschikt. Het hof acht de verwijten, gelet op hetgeen hierna met betrekking tot de deugdelijkheid van de gepretendeerde vorderingen van Voith c.s. word overwogen, niet van dien aard dat het bewijsbeslag alleen al om die reden moet worden opgeheven. Het hof acht daartoe redengevend dat indien Voith c.s. wel een juiste beschrijving van de relevante markt en het arbeidsverleden van [appellant 2] hadden geschetst, op de belangrijkste grondslag - kort gezegd het gebruik van bedrijfsdocumenten van Voith c.s. - het beslagverlof ook zou zijn verleend. In zoverre faalt grief V. De schending van de verplichting om de rechter volledig te informeren dient naar het voorlopig oordeel van het hof wèl gevolgen te hebben voor een eventuele proceskostenveroordeling in de hoofdzaak, in die zin dat Voith c.s. in de proceskosten van het beslag moeten worden veroordeeld en deze niet, ook niet in de vorm van 1 punt uit het toepasselijke liquidatietarief, kunnen afwentelen op Econvert c.s.

2.19

Genoemde schending van de verplichting om volledig te zijn, heeft verder geen gevolgen voor de toegewezen inzage. In hun memorie van grieven lijken Econvert c.s. uit het oog te verliezen dat er een onderscheid moet worden gemaakt tussen de rechtmatigheid van het beslag en de rechtmatigheid van de inzage. Het recht op inzage of afgifte van afschriften van bescheiden als bedoeld in artikel 843a Rv is een zelfstandige bevoegdheid van de belanghebbende die, zoals Voith c.s. terecht in grief I in het incidenteel hoger beroep

stellen, afzonderlijk van de rechtmatigheid van het bewijsbeslag moet worden beoordeeld (vgl. HR 8 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV8510). De mogelijke onrechtmatigheid van het beslag leidt dus niet noodzakelijkerwijs tot (volledige) afwijzing van de vordering tot inzage. Alleen al om die reden kan grief I in het principaal hoger beroep, die inhoud dat de voorzieningenrechter de inzage in de "ultra-ultra kleine doos" had moeten afwijzen omdat de samenstelling daarvan in strijd met het verlof na 1 september 2012 heeft plaatsgevonden, niet slagen.

Inzage bescheiden op grond van artikel 843a lid 1 Rv

2.20

Aan het hof ligt de vraag voor of Voith c.s. op grond van het bepaalde in artikel 843a Rv recht hebben op inzage in en afschrift van de bescheiden als hiervoor genoemd onder 2.2 tot en met 2.4.

2.21

Bij de beoordeling van die vraag moet worden vooropgesteld, zoals ook de voorzieningenrechter met juistheid heeft gedaan, dat artikel 843a Rv niet voorziet in een onbeperkt recht op inzage van bescheiden jegens degene die deze te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft, maar dat deze bepaling het recht op inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde bescheiden afhankelijk stelt van een drietal cumulatieve vereisten. Op grond van het eerste lid van artikel 843a Rv moet de eiser i) een rechtmatig belang hebben bij de inzage, het afschrift of het uittreksel en ii) moet hij inzage, afschrift of uittreksel vorderen van bepaalde bescheiden iii) aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorganger partij is of was; daaronder valt mede een rechtsbetrekking uit onrechtmatige daad.

2.22

Naast deze beperkingen - waarmee is beoogd een dam op te werpen tegen zogenoemde “fishing expeditions” - bevat het artikel de nadere restrictie dat degene die de bescheiden te zijner beschikking heeft, niet is gehouden aan de vordering te voldoen indien daarvoor gewichtige redenen zijn, alsmede indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat ook zonder de gevorderde gegevens een behoorlijke rechtsbedeling is gewaarborgd.

2.23

Het ligt op de weg van de partij die exhibitie verlangt om voldoende concrete feiten en omstandigheden te stellen waaruit naar normale ervaringsregels de mogelijkheid van aansprakelijkheid kan worden afgeleid. Artikel 843a Rv biedt niet de mogelijkheid voor het opvragen van documenten waarvan Voith c.s. slechts vermoedt dat zij wel eens steun zouden kunnen geven aan hun stellingen. Niet nodig is, zoals in kort geding, dat voldoende aannemelijk is dat de onderliggende vordering slaagt. Dat zou immers niet verenigbaar zijn met het uitgangspunt dat een exhibitievordering ook kan worden ingesteld ter nadere onderbouwing van die onderliggende vordering. Voor het aannemen van een rechtmatig belang is het voldoende dat de partij die inzage verlangt aan de hand van de hem bekende feiten en omstandigheden aannemelijk maakt dat hij mogelijk een onderliggende vordering heeft. Het hof kan Voith c.s. dus niet volgen in hun stelling dat er alleen dan geen rechtmatig belang bestaat indien de achterliggende vordering voorshands onaannemelijk is. Met die stelling gaan Voith c.s. eraan voorbij dat de stelplicht op dit punt bij hen rust.

Rechtmatig belang en rechtsbetrekking

2.24

Voith c.s. stellen dat hun rechtmatig belang ligt in het feit dat zij nader bewijs nodig hebben voor hun stelling dat [appellant 2] na zijn dienstverband gedetailleerde technische documentatie van Voith c.s. met betrekking tot R2S-reactor onder zich heeft gehouden en met Econvert heeft gedeeld. Voith c.s. verwijten [appellant 2] en Econvert dat zij met gebruik van die documentatie zich aanzienlijke investeringen in onderzoek en ontwikkeling hebben bespaard. Dit leidt volgens Voith c.s. tot schending van de arbeidsovereenkomst door [appellant 2], onrechtmatige daad door [appellant 2] en Econvert en auteursrechtinbreuk. Econvert c.s. betwisten onder grief VI in het principaal hoger beroep dat Voith c.s. een rechtmatig belang hebben. De grief impliceert tevens dat er geen sprake is van een rechtsbetrekking als bedoeld in artikel 843a lid 1 Rv.

2.25

Het hof overweegt als volgt. Voor [appellant 2] geldt, zoals de voorzieningenrechter met juistheid heeft aangenomen en waartegen Econvert c.s. ook niet hebben gegriefd, dat hij op grond van artikel 13 lid 1 van zijn arbeidsovereenkomst met Voith B.V gehouden was alle informatie van Voith c.s. geheim te houden en dus niet met Econvert te delen, ongeacht of de informatie geheim was en ongeacht of de daarvan uitmakende werken, waaronder de door Voith c.s genoemde technische tekeningen en modellen, auteursrechtelijk beschermd zijn. Kern van zaak is de vraag of [appellant 2], zoals Voith c.s. stellen en waaraan Econvert c.s. in hun grieven voorbij gaan, de van Voith c.s. afkomstige technische tekeningen en modellen die hij nog in zijn bezit had, ten onrechte heeft gedeeld met Econvert.

2.26

Naar het oordeel van het hof moet om de volgende redenen voorshands worden aangenomen dat die vraag in bevestigde zin kan worden beantwoord. [appellant 2] heeft erkend dat hij na afloop van arbeidsovereenkomst de beschikking had over bestanden van Voith c.s., waaronder, zoals door Voith c.s. onweersproken is gesteld, technische tekeningen en 3D AutoCAD modellen van de R2S-reactor. Direct na beëindiging van zijn dienstverband met Voith c.s. heeft [appellant 2] met een aantal anderen binnen Econvert Water & Energy B.V. Econvert opgericht. Op dat moment was Econvert Water & Energy B.V. nog niet actief op het gebied van zuivering van afvalwater. Vervolgens is Econvert binnen betrekkelijke korte tijd erin geslaagd om een eigen anaerobe zuiveringsreactor te ontwikkelen. Uit de door Voith c.s. overgelegde afbeeldingen blijkt dat de IR-reactor van Econvert op een groot aantal punten overeenstemt met de R2S-reactor van Voith c.s. Dit alles geeft steun aan het door Voith c.s. geuite vermoeden dat Econvert bij de ontwikkeling van haar IR-reactor gebruikt heeft gemaakt van de technische documentatie van de R2S-reactor van Voith c.s. die [appellant 2] nog onder zich had. Dit vermoeden wordt naar het oordeel van het hof door Econvert c.s. voorshands onvoldoende weggenomen. Zelfs indien moet worden aangenomen, zoals Econvert c.s. stellen, dat [appellant 2] uit hoofde van zijn 20 jarig dienstverband bij [B.V. S] over voldoende eigen kennis beschikte en de gebruikte technologie tot de algemene stand van de techniek behoort, dan wordt hiermee naar het oordeel van het hof nog geen afdoende verklaring gegeven voor het feit dat Econvert in staat is geweest om binnen enkele maanden over een volledig uitgewerkt ontwerp te beschikken van een compleet nieuwe, hoogtechnologische anaerobe zuiveringsreactor.

2.27

Het hof acht het hoe dan ook voldoende aannemelijk - in de hiervoor onder 2.23 bedoelde mate - dat [appellant 2] de technische tekeningen en modellen van de R2S-reactor van Voith c.s. heeft gedeeld met Econvert en dat Econvert die tekeningen en modellen heeft gebruikt bij het ontwerpen van de IR-reactor, om zo met besparing van tijd en kosten met een eigen concurrerende reactor op de markt te komen. Het delen van die tekeningen en modellen met Econvert is naar het voorlopig oordeel van het hof, indien dit komt vast te staan, te beschouwen als een toerekenbare tekortkoming van [appellant 2] van zijn verplichting om de informatie van Voith c.s. geheim te houden als overeengekomen in artikel 13 lid 1 van zijn arbeidsovereenkomst met Voith c.s. Anders dan Econvert c.s. bij gelegenheid van pleidooi hebben betoogd (zie randnummer 29 van hun pleitaantekeningen), hebben Voith c.s. dit wèl met zoveel woorden gesteld.

2.28

Het (vermeende) gebruik van die tekeningen en modellen door Econvert is in de gegeven omstandigheden, waarbij Econvert duidelijk profiteert van de wanprestatie van [appellant 2], naar het oordeel van hof jegens Voith c.s. voorshands mogelijk als onrechtmatig handelen te bestempelen. Hoewel het hof onderkent dat als hoofdregel heeft te gelden dat het profiteren van wanprestatie nog niet onrechtmatig is, mag worden verondersteld dat Econvert, gelet op de positie die [appellant 2] bij Econvert bekleedde, op de hoogte was van het geheimhoudingsbeding en de schending daarvan door [appellant 2]. De hiervoor onder 2.26 genoemde feiten leveren voorshands voldoende bijkomende omstandigheden op om onrechtmatigheid te mogen veronderstellen. De vraag of Econvert c.s. door het gebruik van de technische documentatie van Voith c.s. tevens inbreuk maken op de auteursrechten van Voith c.s., behoeft thans niet te worden beantwoord. Die vraag komt pas aan de orde indien blijkt dat Econvert de tekeningen en modellen van de R2S-reactor van Voith c.s. heeft gebruikt (gekopieerd en bewerkt) voor haar IR-reactor. Grief VI in het principaal hoger beroep faalt.

Bepaalde bescheiden

2.29

Uit wat hiervoor is overwogen volgt echter niet dat de vordering tot inzage in de kleine doos, zoals Voith c.s. onder grief I in het incidenteel hoger beroep betogen, ook (volledig) toewijsbaar is. De vordering kan alleen worden toegewezen voor zover het bestanden betreft die kunnen bijdragen aan het bewijs van de stellingen van Voith c.s. dat
i) [appellant 2] door het gebruik van de technische tekeningen en modellen van de R2S-reactor van Voith c.s. het geheimhoudingsbeding heeft geschonden en ii) Econvert door het gebruik van die technische tekeningen en modellen bij het ontwerp van de IR-reactor onrechtmatig jegens Voith c.s. heeft gehandeld. Alleen ten aanzien van die bescheiden en bestanden is er sprake van een rechtmatig belang.

2.30

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is het voldoende aannemelijk dat Voith c.s. in beginsel rechtmatig belang hebben bij inzage van de onder 2.2 sub (a) (i) bedoelde bescheiden. In beginsel, omdat voor toewijzing van de vordering tot inzage is vereist dat de bescheiden waarvan Voith c.s. inzage vorderen voldoende bepaald zijn. Dit vereiste gaat naar het oordeel van het hof niet zover gaat dat de inhoud van de stukken bekend is, maar het moet wel voldoende duidelijk zijn om welke bescheiden het gaat. Met betrekking tot de primaire vordering van Voith c.s., geldt naar het oordeel van het hof dat het onvoldoende duidelijk is om welke bescheiden het gaat. Dit klemt te meer nu de zogenoemde kleine doos waarop de primaire vordering betrekking heeft, uit 20.852 bestanden bestaat en een verdere omschrijving van de inhoud van die bestanden ontbreekt. De voorzieningenrechter heeft de primaire vordering dus terecht afgewezen.

2.31

Met betrekking tot de subsidiaire vordering overweegt het hof dat het zonder nadere toelichting, die ontbreekt, onvoldoende duidelijk is op welke wijze de daarin opgenomen zoekcriteria, in het bijzonder de criteria genoemd onder 2.3 (a) onder (i) (ii) en(iv) en 2.3 (b) voldoende waarborgen dat alleen die bestanden worden geselecteerd die relevant zijn voor bewijs van de stellingen dat [appellant 2] de technische tekeningen en modellen van de R2S-reactor met Encovert heeft gedeeld en dat Econvert die tekeningen en modellen voor haar IR-reactor heeft gebruikt. Dit geldt ook voor de zoekterm IR. Voith c.s. hebben niet aannemelijk gemaakt dat zij rechtmatig belang hebben bij bescheiden die de term IR bevatten.

Het enkele vermoeden van de deurwaarder dat er R2S bestanden waren opgeslagen met de naam IR, maakt dit niet anders. De stelling van Voith c.s. dat het bewijsbeslag op deze wijze gemakkelijk gedwarsboomd kan worden door bestanden simpelweg een andere naam te geven, gaat uiteraard niet op omdat Econvert c.s. niet op de hoogte waren dat bewijsbeslag zou worden gelegd.

2.32

Het hof onderschrijft het oordeel van de voorzieningenrechter dat alleen de meest subsidiaire vordering van Voith c.s. voldoet aan de voorwaarden van artikel 843a Rv. Door te zoeken op de term op de term “R2S” en het visueel inspecteren van de met die zoekterm gevonden resultaten, wordt naar het oordeel van het hof voorshands voldoende gewaarborgd dat alleen die bestanden worden geselecteerd waarbij Voith c.s. rechtmatig belang hebben. De visuele inspectie van de bestanden is nodig om te voorkomen dat Voith c.s. meer te weten komt dan nodig is voor het beantwoorden van de hiervoor onder 2.25 geformuleerde vraag.

2.33

De slotsom is dat de inzagevordering zal worden toegewezen voor tekeningen en modellen met betrekking tot de R2S-reactor en de (e-mail)correspondentie tussen [appellant 2] en Econvert waarmee bedoelde tekeningen en modellen zijn uitgewisseld. De inzagevordering wordt voor alle andere door Voith c.s. genoemde stukken afgewezen. Dit betekent dat grief I in het incidenteel hoger beroep faalt.

Wijze van inzage (843a lid 2 Rv)

2.34

De grieven III, IV en VIII in het principaal hoger beroep betreffen ten slotte de wijze waarop de voorzieningenrechter heeft bepaald dat inzage moet worden verschaft. Econvert c.s. klagen erover dat de voorzieningenrechter door Voith c.s. direct inzage te verlenen in de "ultra ultra kleine doos", terwijl Econvert c.s. niet weten wat er in die doos zit omdat de deurwaarder daarvan voorafgaand aan de inzage daarvan geen opgave aan Econvert c.s. heeft gedaan, in strijd heeft gehandeld met artikel 843a Rv.

2.35

De klacht is naar het oordeel van het hof gegrond. Het gegeven dat de "ultra-ultra kleine doos" onderdeel uitmaakt van de "kleine doos", betekent immers nog niet dat de inhoud van de "ultra-ultra kleine doos" ook bekend is. Temeer niet, nu die zogenaamde "ultra-ultra kleine doos" uit nog eens 4.500 bestanden bestaat en de deurwaarder bij het samenstellen van die doos een nadere, door Econvert c.s. niet te controleren, visuele selectie van de documenten heeft gemaakt. Het had op de weg van de deurwaarder gelegen, mede gelet op de door Econvert c.s. aangevoerde gewichtige redenen en de door de deurwaarder op zijn website geplaatste "Richtlijn werkwijze gerechtsdeurwaarders - analoog en digitaal rechercheren bij bewijsbeslag" - waarin met zoveel woorden is opgenomen dat het voor een zorgvuldige procesgang wenselijk is dat beslagene voorafgaande aan de overdracht van een dataset ter controle inzage krijgt in de dataset die wordt afgegeven aan de verzoekende partij - om Econvert c.s. voorafgaand aan de inzage aan Voith c.s., een kopie van de "ultra ultra kleine doos" ter inzage te verstrekken.

2.36

Naar het oordeel van het hof dienen Econvert c.s. in lijn met hun subsidiaire verweer

alsnog in de gelegenheid te worden gesteld te controleren i) of de door de deurwaarder geselecteerde bestanden vallen binnen de reikwijdte van de door het hof verleende inzage, en

ii) of de geselecteerde bestanden concurrentiegevoelige informatie bevat waarvan de inzage op grond van artikel 843a lid 4 Rv door Econvert c.s. kan worden geweigerd.

Dat Econvert c.s. hun stellingen op dit laatste punt onvoldoende hebben onderbouwd, zoals Voith c.s. betogen, kan Econvert c.s. niet worden tegengeworpen omdat zij niet bekend zijn met de precieze inhoud van de door de deurwaarder geselecteerde bestanden. De deurwaarder dient te voorkomen dat bestanden met concurrentiegevoelige informatie aan Voith c.s. bekend wordt gemaakt. Indien een geschil ontstaat met betrekking tot de vraag of bepaalde bescheiden concurrentiegevoelige informatie bevat, dat niet in overleg met Econvert c.s. kan worden opgelost, dan zullen zij zich opnieuw tot de executierechter kunnen moeten wenden.

2.37

Het hof ziet naar aanleiding van het vooroverwogene en overeenkomstig de uiterst subsidiaire vordering van Voith c.s. aanleiding om op grond van artikel 843a lid 2 Rv de wijze te bepalen waarop inzage zal dienen te worden verschaft. De grieven III, IV en VIII in het principaal hoger beroep slagen dus. De bestreden vonnissen zullen op dit punt worden vernietigd. De vordering tot inzage zal worden toegewezen als hierna bepaald.

Opheffing beslag?

2.38

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen met betrekking tot de door Voith c.s. gepretendeerde vorderingen, kan niet worden gezegd dat summierlijk is gebleken van de ondeugdelijkheid van de door Voith c.s. ingeroepen rechten. Verder is niet gesteld of gebleken dat Encovert c.s. door het bewijsbeslag nadeel of hinder ondervinden. Er zijn immers kopieën gemaakt van de in beslag genomen bestanden en Econvert c.s. hebben de originele administratieve bescheiden weer in hun bezit, terwijl is bepaald dat Voith c.s. geen kennis mag nemen van de inhoud van de in beslag genomen informatie. Onder die omstandigheden en nu Encovert c.s. door het beslag op geen enkele wijze worden belemmerd en de feiten ook niet zonder meer de conclusie rechtvaardigen dat van de door Voith c.s. gestelde wanprestatie en onrechtmatige handelen geen sprake zou kunnen zijn, brengt een belangenafweging met zich mee dat het gelegde beslag niet zal worden opgeheven. De daartoe strekkende vordering van Encovert c.s. zal worden afgewezen. De daarop betrekking hebbende grieven I, II en IV in het principaal hoger beroep falen.

Proceskostenveroordeling eerste aanleg

2.39

Met grief II in het incidenteel hoger beroep komen Voith c.s. op tegen de door voorzieningenrechter uitgesproken proceskostenveroordeling. Voith c.s. menen dat de voorzieningenrechter ten onrechte de proceskosten in conventie en reconventie heeft gecompenseerd omdat in conventie de door Voith c.s. gevorderde inzage is gehonoreerd en de in reconventie de opheffing van het beslag is afgewezen.

2.40

Het hof kan Voith c.s. hierin niet volgen. Naar het oordeel van het hof heeft de voorzieningenrechter met juistheid de proceskosten in conventie en reconventie gecompenseerd omdat beide partijen op de door de voorzieningenrechter te beslissen geschilpunten gelijkelijk in het gelijk en ongelijk zijn gesteld. De enkele omstandigheid dat de voorzieningenrechter de inzage (in uitgeklede vorm) heeft toegewezen, maakt dit niet anders. Dit geldt ook voor de reconventie waarin het beslag weliswaar niet is opgeheven, maar Voith c.s. wel zijn veroordeeld de in het kader van het beslag verkregen informatie, uitgezonderd de informatie in de "ultra ultra kleine doos" te vernietigen. De grief faalt dan ook.

3 Slotsom

De grieven in het principaal hoger beroep slagen gedeeltelijk. Het hof zal de bestreden vonnissen van de voorzieningenrechter vernietigen voor wat betreft de zaak C/17/136794/KG ZA 14-255 de in conventie onder 6.1. toegewezen vordering en de zaak C/17/136980/KG ZA 14-266 de in conventie onder 4.1. toegewezen instructie. Het hof zal de inzagevordering opnieuw toewijzen als hierna bepaald. De grieven in het incidenteel hoger beroep falen. Het hof zal Voith c.s. als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij, veroordelen in de proceskosten van Econvert c.s. in het principaal en het incidenteel hoger beroep. Ook de kosten van de incidentele vordering ex artikel 351 Rv komen voor rekening van Voith c.s. (in totaal 3,5 punt in tarief II). Naar het oordeel van het hof gaat het hier om een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 237 Rv en niet artikel 1019h Rv. Het gaat hier immers, in de kern genomen, niet om het handhaven van rechten van intellectuele eigendom. Een volledige proceskosten veroordeling als bedoeld in artikel 1019h Rv is door Encovert c.s. overigens ook niet gevorderd, hetgeen eveneens een volledige procesveroordeling op de voet van 1019h Rv in de weg staat.

4 De beslissing

Het hof, recht doende in principaal en incidenteel hoger beroep:

ten aanzien van zaaknummer 200.157.559/01

- vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland van 8 oktober 2014, behoudens hetgeen daarin is bepaald in het dictum in conventie onder 6.3 tot en met 6.5 en in reconventie onder 6.6 tot en met 6.9, en in zoverre opnieuw rechtdoende;

- veroordeelt Econvert en [appellant 2] om binnen drie dagen na betekening van dit arrest toe te staan en te gedogen dat de in de inleidende dagvaarding genoemde deurwaarder, zo nodig bijgestaan door de daarin genoemde ICT-deskundige, inzage neemt in de "ultra ultra kleine doos" en daaruit aan de hand van de zoekterm R2S en een visuele inspectie alle technische tekeningen en 3D AutoCAD modellen van de R2S-reactor selecteert en de (email)-
correspondentie tussen [appellant 2] en Econvert waarmee bedoelde tekeningen en modellen zijn uitgewisseld;

- bepaalt dat de deurwaarder zijn selectie van de stukken eerst ter inzage aan Econvert c.s. ter hand stelt;

- veroordeelt Econvert en [appellant 2] om binnen veertien dagen nadat de deurwaarder de door hem gemaakte selectie van bestanden als hiervoor bepaald aan Econvert en [appellant 2] ter inzage ter hand heeft gesteld, Voith c.s. inzage te verlenen in en afschrift te verschaffen van deze selectie;

- veroordeelt Voith c.s. in de kosten van het principaal en incidenteel hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Econvert c.s. begroot op € 3.129,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief en op € 797,80 voor verschotten.

- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

ten aanzien van zaaknummer 200.157.560/01

- vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland van 8 oktober 2014, behoudens hetgeen daarin is bepaald in het dictum in conventie onder 4.2, en in zoverre opnieuw rechtdoende;

- instrueert partijen en de deurwaarder aldus dat gehandeld dient te worden conform het in zaaknummer 200.157.559/01 gewezen arrest.

- veroordeelt Voith c.s. in de kosten van het principaal en incidenteel hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Econvert c.s. begroot op € 894,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief en op € 797,80 voor verschotten.

Dit arrest is gewezen door mr. J.H. Kuiper, mr. R.E. Weening en mr. D.J. Buijs, en is door de voorzitter in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 16 december 2014.