Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:9065

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
25-11-2014
Datum publicatie
08-12-2014
Zaaknummer
200.128.340
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

consumentenkoop; koop auto; non-conformiteit; prijsvermindering;

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RCR 2015/39

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof: 200.128.340

(zaaknummer rechtbank Almelo/Oost-Nederland, kanton, locatie/zittingsplaats Enschede: 415204)

arrest van de eerste kamer van 25 november 2014

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna: ‘[appellant]’,

advocaat: mr. J.C. Wery,

tegen:

[geïntimeerde] , h.o.d.n. [bedrijfsnaam 1], tevens h.o.d.n. [bedrijfsnaam 2],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

hierna: ‘[geïntimeerde]’,

advocaat: mr. M.B. Bollen.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 20 augustus 2013 hier over. In dat tussenarrest heeft het hof een comparitie van partijen gelast. Deze comparitie is gehouden op
25 september 2013. Het van die comparitie opgemaakte proces-verbaal en de bij die gelegenheid in het geding gebrachte akte overlegging productie tevens akte tot wijziging van eis maken deel uit van de stukken.

1.2

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- de memorie van grieven tevens houdende wijziging van eis,

- de memorie van antwoord,

- de akte overlegging producties van [appellant],

- de antwoordakte van [geïntimeerde].

1.3

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2 De vaststaande feiten

2.1

Het hof gaat in hoger beroep uit van de volgende feiten.

2.2

[appellant] heeft op 21 januari 2012 als consument van [geïntimeerde], onder de naam [bedrijfsnaam 2] handelend in Japanse sportauto’s, een gebruikte auto gekocht voor een koopprijs van € 21.750,-- exclusief de kosten voor het rijklaar maken van de auto (€ 23.090,-- inclusief onder andere de kosten voor het rijklaar maken van de auto). Het betreft een Nissan Skyline R34 GTR.

2.3

[appellant] heeft de auto op 3 maart 2012 bij [geïntimeerde] in [woonplaats] opgehaald en hij is ermee, voorzien van een tijdelijk kenteken, naar zijn woonplaats [woonplaats] gereden (een afstand van ruim 200 km).

2.4

Op 4 of 5 maart 2012 heeft [appellant] telefonisch bij [geïntimeerde] geklaagd dat de motor van de auto rinkelde/ratelde en afsloeg. [appellant] en een medewerker van [bedrijfsnaam 2] hebben toen of enkele dagen later telefonisch met elkaar gesproken over teruggave van de auto tegen terugbetaling van de koopprijs, maar konden het er niet over eens worden of [appellant], naar de wens van [geïntimeerde], de auto moest terugbrengen naar [woonplaats] dan wel of [geïntimeerde], naar de wens van [appellant], de auto moest ophalen in [woonplaats]. De verkoper zou er op terugkomen. Korte tijd later heeft [appellant] [bedrijfsnaam 2] telefonisch verzocht om de auto op te halen, maar dat is geweigerd.

2.5

[appellant] heeft op 8 maart 2012 de auto naar het bedrijf Sky-Engineering in Helmond gebracht. [medewerker] van Sky-Engineering heeft [appellant] meegedeeld dat er een forse schade aan het voertuig was omdat de lagers van de krukas waren versleten. Sky-Engeneering heeft [appellant] een conceptovereenkomst (“salescontract”) van 12 maart 2012 verstrekt (productie 2 inleidende dagvaarding). Daarin stonden de door Sky-Engeneering voorgestelde herstelwerkzaamheden opgesomd. De volgende herstelwerkzaamheden zijn handmatig aangekruist:

“Engine stripping and building € 1040,00

Removing engine and gearbox and refit engine and gearbox € 780,00

ACL race bearings for conrod and crank € 210,08

Cilinderhead cleaning, surfacing, reshim, reset valve clearance € 520,00

Engine machine work € 1795,00

Coolant, hoses and small parts € 150,00

NGK BKR8EIX spark plugs € 75,00”.

Op 13 maart 2012 heeft [appellant] de door hem voor akkoord ondertekende conceptovereenkomst aan Sky-Engineering teruggezonden.

2.6

Op 16 maart 2012 is de geldigheid van het tijdelijk kenteken geëindigd.

2.7

Bij brief van 25 april 2012 heeft de advocaat van [appellant] aan [geïntimeerde] verzocht een oplossing voor de problemen met de auto aan te bieden en meegedeeld dat indien het vóór
7 mei 2012 niet tot een oplossing kwam, hij bij die brief (gedeeltelijk) de overeenkomst vernietigde wegens de tekortkomingen aan de auto. [geïntimeerde] heeft niet op die brief gereageerd.

2.7

Op enig moment heeft Sky-Engineering een aantal werkzaamheden aan de auto verricht.

3 De motivering van de beslissing in hoger beroep

3.1

De zaak heeft een internationaal karakter, nu [appellant] woonachtig is in Duitsland. Aan de rechtbank komt rechtsmacht toe op grond van het bepaalde in artikel 2 lid 1 EEX-Vo.

3.2

Partijen zijn het erover eens dat sprake is van consumentenkoop en dat op hun geschil Nederlands recht van toepassing is, in het bijzonder titel 1 van Boek 7 BW.

3.3

Stellende dat de auto niet aan de koopovereenkomst van partijen voldoet (wat betreft onder andere de motor), heeft [appellant] bij de kantonrechter gevorderd dat [geïntimeerde] wordt veroordeeld tot betaling aan hem van de kosten van reparatie van de auto van € 4.570,08 (de som van de bedragen hiervoor onder 2.5 opgesomd) en van de buitengerechtelijke kosten, met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van de procedure. [geïntimeerde] heeft zich tegen de vordering verweerd.

3.4

De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 13 november 2012 [appellant] het bewijs opgedragen van “feiten en omstandigheden (…) waaraan de conclusie kan worden verbonden dat er ten aanzien van de betreffende auto sprake was van non-conformiteit verband houdend met de door hem gevorderde (herstel)schade” en “van feiten en omstandigheden (…) waaruit blijkt dat [geïntimeerde] op de juiste wijze in staat is gesteld door hem ([appellant], hof) om tot herstel van de afgeleverde zaak over te gaan en dat [geïntimeerde] niet binnen redelijke tijd na schriftelijke aanmaning door [appellant] aan zijn verplichting tot herstel van de afgeleverde zaak heeft voldaan”.

De kantonrechter heeft vervolgens na getuigenverhoren bij eindvonnis van 5 maart 2013 geoordeeld dat [appellant] niet is geslaagd in het leveren van het bewijs van de non-conformiteit die verband hield met de (herstel-)schadevordering. De kantonrechter heeft in een overweging (aangeduid als ten overvloede) geoordeeld dat [appellant] ook niet is geslaagd in de tweede bewijsopdracht aangezien [appellant] [geïntimeerde] geen reële kans tot schadeherstel heeft geboden. De kantonrechter heeft de vordering van [appellant] afgewezen, met veroordeling van [appellant] in de kosten van de procedure.

3.5

In hoger beroep heeft [appellant] zijn eis gewijzigd, eerst bij appeldagvaarding, vervolgens bij zijn onder 1.1 genoemde akte en nadien bij memorie van grieven. Nu [geïntimeerde] zich daartegen niet heeft verzet, zal het hof bij zijn beslissing uitgaan van de eis, zoals het laatst gewijzigd in de memorie van grieven. [appellant] heeft bij die memorie gevorderd dat het hof bij arrest:
a) de vonnissen a quo (ten dele) zal vernietigen,

b) opnieuw recht doende, bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

I. primair voor recht zal verklaren dat de koopovereenkomst ter zake de litigieuze auto rechtsgeldig partieel is ontbonden, althans deze partieel zal ontbinden, en voor recht zal verklaren dat er sprake was van non-conformiteit van de auto, en [geïntimeerde] zal veroordelen om aan [appellant] te betalen ter zake vermindering van de koopprijs (minimaal) de kosten van reparatie ad € 4.570,08, althans een zodanig bedrag als het hof in goede justitie vermeent te behoren, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf de dag van de appeldagvaarding tot de dag van de algehele voldoening,

subsidiair [geïntimeerde] zal veroordelen om aan [appellant] te betalen (ter zake de kosten van reparatie) (minimaal) de somma van € 4.570,08, althans een zodanig bedrag als het hof in goede justitie vermeent te behoren, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf de dag van de appeldagvaarding tot de dag van de algehele voldoening en

voorwaardelijk, mits het hiervoor eveneens subsidiair gevorderde wordt toegewezen, zal verklaren voor recht dat de koopovereenkomst ter zake de litigieuze auto rechtsgeldig is vernietigd, althans deze zal vernietigen, zulks op grond van dwaling, en [geïntimeerde] zal veroordelen om aan [appellant] te betalen ter zake de aankoopsom van de auto, alsmede de kosten van het rijklaar maken van de auto, de somma van € 23.090,--, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf de dag van de appeldagvaarding tot de dag van de algehele voldoening,

meer subsidiair de gevolgen van de koopovereenkomst op grond van artikel 6:230 BW zal wijzigen en/althans de koopprijs zal verlagen met een zodanig bedrag als het hof in goede justitie vermeent te behoren en [geïntimeerde] zal veroordelen dit bedrag aan [appellant] te betalen, althans zodanig te oordelen als het hof geraden voorkomt,

II. [geïntimeerde] zal veroordelen om aan [appellant] te betalen ter zake de buitengerechtelijke kosten van [appellant] de somma van € 692,59, althans een zodanig bedrag als het hof in goede justitie vermeent te behoren, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf de dag van de appeldagvaarding tot de dag van de algehele voldoening,
c) voorwaardelijk – voor zover het hof op de vorderingen sub a) en b) bevestigend beslist – [geïntimeerde] wegens onverschuldigde betaling zal veroordelen om aan [appellant] terug te betalen al hetgeen [appellant] ter uitvoering van het bestreden vonnis eventueel reeds aan [geïntimeerde] heeft voldaan, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van de voldoening tot de dag van terugbetaling,

d) alles met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van (het hof begrijpt:) het te wijzen arrest en – voor het geval voldoening binnen bedoelde termijn niet plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening, alsmede voor nakosten met een bedrag van € 131,-- dan wel, indien betekening van dit arrest plaatsvindt, op € 199,--.

3.6

De grieven, gelezen in samenhang met de eiswijziging in hoger beroep, leggen het geschil in volle omvang ter beoordeling aan het hof voor.

3.7

De overeenkomst van partijen betreft een consumentenkoop in de zin van artikel 7:5 lid 1 BW. Ingevolge artikel 7:17 lid 1 BW moet de afgeleverde zaak aan de overeenkomst beantwoorden. Ingevolge artikel 7:17 lid 2 BW beantwoordt een zaak niet aan de overeenkomst indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De vraag welke eigenschappen de koper op het moment van de koop mocht verwachten, is afhankelijk van alle relevante omstandigheden van het geval. De koper mag ingevolge artikel 7:17 lid 2 BW voorts verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. Ingevolge de hoofdregel van artikel 7:18 lid 2 BW wordt bij een consumentenkoop vermoed dat de auto bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord, indien de afwijking van het overeengekomene zich binnen een termijn van zes maanden na de aflevering openbaart. De stelplicht en bewijslast van het feit dat de afwijking van het overeengekomene zich binnen een termijn van zes maanden na de aflevering heeft geopenbaard, rust op de koper, in dit geval [appellant]. De in eerste aanleg aan [appellant] gegeven bewijsopdracht had (onder meer) ook betrekking op dit punt.

3.8

[appellant] heeft in eerste aanleg gesteld dat de auto niet aan de koopovereenkomst van partijen beantwoordt, omdat sprake is van een kapotte motor (kapotte krukas/motorlagers), een ontbrekende mistlamp, een verkeerde kilometerstand, het ontbreken van de airco en het feit dat een andere motor in de auto zit dan erin behoorde te zitten. [appellant] heeft daarbij gesteld dat hij alleen schade in verband met de kapotte krukas vordert, waarmee hij kennelijk doelt op het gevorderde bedrag aan herstelkosten van € 4.570,08 (hiervoor onder 2.5 gespecificeerd). In hoger beroep heeft [appellant] daaraan toegevoegd dat de auto ook op het punt van de snelheidsmeter niet aan de koopovereenkomst beantwoordt. Nu de primaire vordering van [appellant] strekt tot betaling van dat bedrag van € 4.570,08, terwijl [appellant] aan de overige door hem gestelde gebreken aan de auto geen concrete vordering (met een concreet bedrag) heeft verbonden, zal het hof slechts beoordelen of de auto beantwoordt aan de koopovereenkomst van partijen op het punt van de motor (krukas). De overige door [appellant] gestelde gebreken zullen niet worden besproken.

3.9

Het hof zal hierna beoordelen of [appellant] heeft bewezen dat de afwijking van het overeengekomene (op het punt van de motor (krukas)) zich binnen een termijn van zes maanden na de aflevering heeft geopenbaard. Het hof zal dit doen aan de hand van de getuigenverklaringen van de getuigen [getuige 1], [medewerker] en [appellant] zelf, welke getuigen [appellant] in dit verband in eerste aanleg heeft laten horen. Bij de waardering van het getuigenbewijs merkt het hof op dat de getuigenverklaring van [appellant] als een partijgetuigenverklaring moet worden aangemerkt. Op grond van artikel 164 lid 2 Rv geldt dat de getuigenverklaring van [appellant] geen bewijs in zijn voordeel kan opleveren, tenzij de verklaring strekt ter aanvulling van onvolledig bewijs. Hiervan is alleen sprake indien aanvullende bewijzen voorhanden zijn die zodanig sterk en zodanig essentiële punten betreffen dat zij de partijgetuigenverklaring voldoende geloofwaardig maken (vgl. HR 31 maart 1995, NJ 1997, 592).

3.10

Uit de getuigenverklaring van [getuige 1] volgt genoegzaam dat de motor van de auto op de dag van de aflevering al “geluiden” maakte, “rinkelde” en afsloeg als deze stilstond. Dat de motor van de auto rinkelende geluiden liet horen, vindt bevestiging in de verklaring van [geïntimeerde] tijdens de comparitie van partijen van 19 oktober 2012 dat [appellant] na een dag heeft gebeld dat de motor rinkelde en in de getuigenverklaring van [medewerker] dat [appellant] hem belde dat hij een geluid hoorde in de motor.

[geïntimeerde] heeft wel betwist dat de motor defect was, maar [appellant] heeft dat voldoende aangetoond. Zo heeft [appellant] zelf getuigd dat [medewerker] van Sky-Engineering hem vertelde dat de lagers van de krukas waren versleten, dat de speling daarin het tikkende geluid veroorzaakte en dat een dure reparatie nodig was omdat de prestatie van de motor anders geringer zou zijn en er nog meer schade zou optreden. De getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij enkele dagen later van [appellant] heeft gehoord dat er “Lagerschaden” was. De getuige [medewerker] heeft verklaard dat een van de werknemers van zijn bedrijf Sky-Engineering de auto van [appellant] heeft bekeken en hem heeft verteld dat er een probleem in de motor was, waarop hij met [appellant] heeft afgesproken dat de schade in de motor gerepareerd zou worden, waartoe hij het salescontract heeft opgesteld en dat de daarop aangekruiste zaken verband houden met de motorschade.

Dat dit zich in maart 2012 afspeelde, volgt naar het oordeel van het hof voldoende uit die verklaring van [medewerker], mede gezien zijn verklaring dat hij het salescontract van 12 maart 2012 heeft opgesteld. Uit deze verklaringen, waartegenover geen (aanbod tot) tegenbewijs staat, concludeert het hof dat de auto niet de eigenschappen bezat die voor een normaal gebruik van de auto nodig zijn en dat deze afwijking van het overeengekomene zich binnen zes maanden na de aflevering heeft geopenbaard. De auto beantwoordde dus wat betreft de motor (krukas) niet aan de koopovereenkomst.


3.11 Uit het vorenstaande volgt het wettelijke vermoeden dat de auto ook al bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord. Mede in het licht van Richtlijn 1999/44 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen (hierna: Richtlijn 1999/44), waarop artikel 7:18 lid 2 BW is geënt, volgt dat de verkoper in een dergelijk geval daadwerkelijk bewijs van het tegendeel moet leveren (gerechtshof Arnhem, 2 mei 2006, ECLI:NL:GHARN:2006:AX6541). [geïntimeerde] heeft in geen van beide instanties aangeboden bewijs van het tegendeel te leveren. Daarom moet ervan worden uitgegaan dat de auto bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord.

3.12

Over de precieze dagen waarop [appellant] met klachten naar (medewerkers van) [geïntimeerde] heeft gebeld, verklaren partijen niet eensluidend. [geïntimeerde] heeft tijdens de comparitie van partijen in eerste aanleg verklaard dat [appellant] inderdaad na een dag (het hof begrijpt: na de levering d.d.
3 maart 2012) heeft gebeld en heeft gezegd dat de motor rinkelde en afsloeg. Uit die verklaring van [geïntimeerde], de getuigenverklaringen en de verklaring van [appellant] tijdens de comparitie van partijen blijkt voldoende dat [appellant] in de week na de aflevering bij [geïntimeerde] heeft geklaagd over het rinkelend geluid en afslaan van de motor en dat ([appellant] uit de mededelingen van [geïntimeerde] mocht afleiden dat) [geïntimeerde] weigerde de auto op te halen en van [appellant] verlangde dat hij de auto zou brengen. Anders dan [geïntimeerde] aanvoert, behoefde [appellant], ook al was hij zelf automonteur met opleidingsbevoegdheid, in dat stadium niet exact aan te geven wat de aard en de omvang van het geconstateerde motorgebrek was. [geïntimeerde] heeft verder niet gereageerd op de brief van 25 april 2012 van de advocaat van [appellant] aan hem, waarin hij was aangemaand om met een oplossing te komen.

3.13

Ingevolge artikel 7:21 lid 1 BW kan de koper, indien het afgeleverde niet aan de overeenkomst beantwoordt, eisen, voor zover hier van belang: a. aflevering van het ontbrekende;

b. herstel van de afgeleverde zaak, mits de verkoper hieraan redelijkerwijs kan voldoen;
c. vervanging van de afgeleverde zaak. Ingevolge artikel 7:21 lid 2 BW kunnen de kosten van nakoming van de in artikel 7:21 lid 1 BW bedoelde verplichtingen niet aan de koper in rekening worden gebracht. Ingevolge artikel 7:21 lid 3 BW is de verkoper verplicht om, mede gelet op de aard van de zaak en op het bijzondere gebruik van de zaak dat bij de overeenkomst is voorzien, binnen een redelijke termijn en zonder ernstige overlast voor de koper, zijn in artikel 7:21 lid 1 BW bedoelde verplichtingen na te komen.

Ingevolge artikel 7:22 lid 1 BW heeft de koper, indien het afgeleverde niet aan de overeenkomst beantwoordt, bij een consumentenkoop voorts de bevoegdheid om: a. de overeenkomst te ontbinden, tenzij de afwijking van het overeengekomene, gezien haar geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt; b. de prijs te verminderen in evenredigheid met de mate van afwijking van het overeengekomene. Ingevolge artikel 7:22 lid 2 BW ontstaan de in artikel 7:22 lid 1 BW bedoelde bevoegdheden pas wanneer herstel en vervanging onmogelijk zijn of van de verkoper niet gevergd kunnen worden, danwel de verkoper tekort is geschoten in een verplichting als bedoeld in artikel 7:21 lid 3 BW.

3.14

Het hof is van oordeel dat [geïntimeerde] is tekortgeschoten in een verplichting als bedoeld in artikel 7:21 lid 3 BW. Uit de genoemde verklaringen van [geïntimeerde] en [appellant] tijdens de comparitie van partijen in eerste aanleg en de getuigenverklaringen in eerste aanleg blijkt afdoende dat [appellant] tijdig bij [geïntimeerde] heeft geklaagd over het rinkelend geluid en afslaan van de motor en dat ([appellant] uit de mededelingen van [geïntimeerde] mocht afleiden dat) [geïntimeerde] weigerde de auto op te halen en te herstellen als [appellant] de auto niet naar [geïntimeerde] terugbracht.

Het hof is van oordeel dat [appellant], mede gelet op de afstand van ruim 200 kilometer tussen de toenmalige woonplaats van [appellant] en het bedrijf van [geïntimeerde], niet verplicht was om de auto terug te (laten) brengen naar [geïntimeerde] en dat het aan [geïntimeerde] was om de auto op te halen. Een andersluidend oordeel zou afbreuk doen aan het hoge beschermingsniveau dat Richtlijn 1999/44/EG aan de consument (hier: [appellant]) wil bieden. Het in artikel 3 lid 3 van die Richtlijn neergelegde recht van de consument op kosteloos herstel of kosteloze vervanging beoogt de consument te beschermen tegen het risico van financiële lasten dat hem zonder die bescherming ervan zou kunnen weerhouden zijn rechten geldend te maken. Een verplichting om een auto met, zoals hiervoor vastgesteld, een motor die door ernstige slijtage van de krukas rinkelende geluiden maakte en die afsloeg, zelf terug te rijden of te laten vervoeren, zou voor [appellant] als consument een ernstige vorm van overlast opleveren (bij terugrijden met het risico van verdere motorschade en anders tegen relatief hoge transportkosten) die hem zou kunnen weerhouden om zijn recht op nakoming van de overeenkomst geldend te maken. Vergelijk HvJ EG 17 april 2008, zaak C- 404/06, ECLI:EU:C:2008:231 (Quelle/Bundesverband der Verbraucherzentralen und Verbraucherverbände). Nu [geïntimeerde] weigerde de auto op te halen, heeft [geïntimeerde] in strijd met artikel 7:21 lid 3 BW nagelaten binnen een redelijke termijn en zonder ernstige overlast voor [appellant] zijn in artikel 7:21 lid 1 BW bedoelde verplichtingen na te komen. Voor zover vereist, constateert het hof dat [geïntimeerde] in verzuim verkeert ten aanzien van zijn verplichting als bedoeld in artikel 7:21 lid 3 BW. [geïntimeerde] heeft immers niet gereageerd op de in de brief van 25 april 2012 genoemde aanmaning om (zo leest het hof die brief: vóór 7 mei 2012) met een oplossing te komen. Anders dan [geïntimeerde] aanvoert, is niet van belang of [appellant] de auto nu voor of na deze brief heeft laten herstellen. Uit de herhaalde weigering van [geïntimeerde] om de auto voor zijn rekening terug te (laten) halen, mocht [appellant] immers in redelijkheid afleiden dat [geïntimeerde] niet reëel bereid was tot herstel. Overigens heeft [geïntimeerde] ook niet aangevoerd dat en in hoeverre hij is benadeeld doordat hij, zelf geen reparatie- of herstelbedrijf, niet tijdig in de gelegenheid zou zijn gesteld om tot het herstel over te gaan.

3.15

Gelet daarop heeft [appellant] ingevolge artikel 7:22 lid 2 BW de bevoegdheid om op grond van artikel 7:22 lid 1 BW de overeenkomst te ontbinden dan wel de prijs te verminderen in evenredigheid met de mate van afwijking van het overeengekomene. De vordering van [appellant] is kennelijk gegrond op de bevoegdheid de prijs te verminderen. Het door [appellant] gestelde bedrag waarmee de koopprijs moet worden verminderd bedraagt € 4.570,08 (de eerder onder 2.5 genoemde kosten van reparatie van de auto). [appellant] heeft dat bedrag onderbouwd met zijn toelichting daarop in de inleidende dagvaarding onder 11 en met (de posten met kruisjes vermeld op) het meergenoemde salescontract. [medewerker], die een bedrijf voert van autoreparatie en tuning, heeft als getuige omtrent die posten met kruisjes verklaard dat deze posten volgens hem verband houden met de motorschade en dat alle reparaties zijn uitgevoerd volgens het salescontract. Tegenover die onderbouwing van het gevorderde bedrag en die getuigenverklaring van [medewerker] heeft [geïntimeerde] onvoldoende gemotiveerd betwist dat de reparatiekosten in verband met de slijtage van de krukas € 4.570,08 bedragen. De enkele standpunten van [geïntimeerde] in de memorie van antwoord onder 5.3 dat Sky-Engineering geen “normale garage” is, maar een gespecialiseerd tuningbedrijf, en dat de gevorderde kosten geen verband houden met het gestelde herstel van de motor van de auto, maar tuningwerkzaamheden betreffen, vormen een onvoldoende gemotiveerde betwisting. [geïntimeerde] heeft immers niet gemotiveerd tot welke vorm van tuning de aangekruiste werkzaamheden konden dienen. Gelet op het vorenstaande zal het hof ervan uitgaan dat de kosten van herstel van de auto, nodig om de auto in de staat te brengen die de koper mocht verwachten, € 4.570,08 bedragen.

3.16

Gezien het vorenstaande slagen de grieven.

3.17

Het hof zal voor recht verklaren dat sprake was van non-conformiteit van de auto en [geïntimeerde] veroordelen om aan [appellant] te betalen een bedrag van € 4.570,08 wegens vermindering van de koopprijs, te vermeerderen met de niet bestreden wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de dag van de appeldagvaarding (4 juni 2013) tot de dag van de algehele voldoening. De primaire vordering van [appellant] is aldus grotendeels toewijsbaar. Aan beoordeling van de (meer) subsidiaire vorderingen van [appellant] komt het hof daarom niet toe.

3.18

[appellant] heeft geen grief gericht tegen de afwijzing van de door hem in eerste aanleg gevorderde buitengerechtelijke incassokosten. Zijn in hoger beroep enkel herhaalde vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke proceskosten komt daarom in hoger beroep niet meer aan de orde.

3.19

De restitutievordering van [appellant] met de wettelijke rente is als op zichzelf onweersproken eveneens toewijsbaar.

4 Slotsom

4.1

In zijn hoger beroep tegen het tussenvonnis van 11 september 2012, dat enkel strekt tot een comparitie van partijen, moet [appellant] ingevolge artikel 131 Rv niet-ontvankelijk worden verklaard.

Tegen het volgende tussenvonnis en het eindvonnis slagen de grieven, zodat deze bestreden vonnissen van 13 november 2012 en 5 maart 2013 moeten worden vernietigd. Het hof zal opnieuw recht doen als hierna te vermelden.

4.2

Als de in het ongelijk te stellen partij zal het hof [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties veroordelen.

4.3

De kosten voor de procedure in eerste aanleg aan de zijde van [appellant] zullen worden vastgesteld op:

- explootkosten € 76,17

- griffierecht € 207,--

- getuigentaxen € 440,-- (€ 75,-- plus € 365,--)

subtotaal verschotten € 723,17

- salaris advocaat € 875,-- (3,5 punt x het toepasselijke liquidatietarief (€ 250,-- per

punt van de Staffel salarissen in rolzaken kanton))

Totaal € 1.598,17.

4.4

De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van [appellant] zullen worden vastgesteld op:

- explootkosten € 87,71

- griffierecht € 683,--

subtotaal verschotten € 770,71

- salaris advocaat € 1.264,-- (2 punten x tarief I van het toepasselijke

liquidatietarief in hoger beroep; het hof laat de twee

aktes in hoger beroep van [appellant] - als nodeloos

veroorzaakt - voor rekening van [appellant])

Totaal € 2.034,71.

4.5

Als niet weersproken zal het hof ook de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten toewijzen zoals hierna vermeld.

4.6

Overeenkomstig de daartoe strekkende vordering zal het hof het arrest uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Het meer of anders gevorderde zal het hof afwijzen.

5 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep van het comparitievonnis van de kantonrechter (rechtbank Almelo, kanton, locatie Enschede) van 11 september 2012;

vernietigt het vonnis van de kantonrechter (rechtbank Almelo, kanton, locatie Enschede) van
13 november 2012 en het vonnis van de kantonrechter (rechtbank Oost-Nederland, kanton, zittingsplaats Enschede) van 5 maart 2013 en doet opnieuw recht;

verklaart voor recht dat sprake was van non-conformiteit van de auto;

veroordeelt [geïntimeerde] om aan [appellant] te betalen een bedrag van € 4.570,08 wegens vermindering van de koopprijs, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf 4 juni 2013 tot de dag van de algehele voldoening;

veroordeelt [geïntimeerde] tot terugbetaling van hetgeen [appellant] ter uitvoering van het bestreden eindvonnis eventueel reeds aan [geïntimeerde] heeft betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf de dag van de voldoening tot de dag van terugbetaling;

veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties, tot aan de bestreden uitspraak aan de zijde van [appellant] wat betreft de eerste aanleg vastgesteld op € 723,17 voor verschotten en op € 875,-- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief en tot aan deze uitspraak wat betreft het hoger beroep vastgesteld op € 770,71 voor verschotten en op € 1.264,-- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit arrest, en - voor het geval voldoening binnen bedoelde termijn niet plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening;

veroordeelt [geïntimeerde] in de nakosten, begroot op € 131,--, met bepaling dat dit bedrag zal worden verhoogd met € 68,-- in geval [geïntimeerde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan deze uitspraak heeft voldaan én betekening heeft plaatsgevonden;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs. A.W. Steeg, C.G. ter Veer en P.H. van Ginkel, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 25 november 2014.