Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:8607

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
11-11-2014
Datum publicatie
11-11-2014
Zaaknummer
21-007420-13
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOVE:2013:2237, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd, behalve voor zover het betreft de aan de verdachte opgelegde maatregel en de motivering daarvan. Gedurende de procedure in hoger beroep is door de reclassering aanvullend gerapporteerd. Geadviseerd wordt anders dan voorheen de maatregel van een terbeschikkingstelling met voorwaarden aan de verdachte op te leggen, waartoe het hof ook beslist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-007420-13

Uitspraak d.d.: 11 november 2014

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, van 18 september 2013 met parketnummer 05-720011-13 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (België) op [geboortedatum],

verblijvende in Forensisch Psychiatrisch Kliniek (FPK) Assen.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 28 oktober 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het gerechtshof het vonnis van de eerste rechter zal bevestigen behoudens de beslissing ten aanzien van de op te leggen maatregel en dat aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling onder de door de reclassering voorgestelde voorwaarden wordt opgelegd met opneming in het arrest van de motivering ex artikel 359, zevende lid, van het Wetboek van Strafvordering. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw,

mr. J.A.A.M. Rupert, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof is van oordeel dat de eerste rechter op goede gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom dient het vonnis waarvan beroep met overneming van die gronden te worden bevestigd, behalve voor zover het betreft de aan de verdachte opgelegde maatregel en de motivering daarvan.

Gezien het vorenstaande zal het vonnis waarvan beroep op die onderdelen worden vernietigd en zal in zoverre opnieuw worden rechtgedaan.

Oplegging van maatregel

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met de door de reclassering voorgestelde voorwaarden wordt opgelegd.

Ook de raadsvrouw heeft bepleit dat oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden mogelijk is en dat het hof daarom niet tot oplegging van de maatregel terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege zou moeten overgaan.

In eerste aanleg heeft de rechtbank de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege opgelegd.

De hierna te melden maatregel is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft zijn huisgenote, die volgens familieleden van het slachtoffer als een moeder voor hem was, om het leven gebracht. Verdachte heeft het slachtoffer daarmee haar meest fundamentele recht – het recht op leven – ontnomen. Haar gewelddadige dood heeft groot verdriet en onherstelbaar leed toegebracht aan de nabestaanden, waarmee zij de rest van hun leven geconfronteerd zullen blijven. Uit de schriftelijke slachtoffer verklaring die door de nabestaanden is opgesteld, blijkt dat de dood van het slachtoffer hun hele leven heeft ontregeld en zij iedere dag verdriet hebben. Door het feit is bovendien de samenleving ernstig geschokt. Ten slotte is ook het lot van verdachte zelf tragisch, nu hij moet voortleven met het gegeven dat hij de vrouw die voor hem zorgde en als moeder voor hem was, om het leven heeft gebracht.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een inbraak bij een juwelier en beschadiging van een auto. Dit zijn ergerlijke feiten, die hinder en overlast veroorzaken voor de gedupeerden.

Het hof heeft kennisgenomen van het Uittreksel Justitiële Documentatie van 14 oktober 2014, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld.

Omtrent verdachte zijn op 15 maart 2013 en 20 maart 2013 pro Justitia rapportages uitgebracht door drs. A.M. de Jong, psychiater in opleiding, onder supervisie van gedragskundige drs. P.W.H. Frödl, psychiater, respectievelijk drs. R.A. Sterk, psycholoog. Beide rapporten zijn ouder dan één jaar, maar door de advocaat-generaal en de raadsvrouwe is ter terechtzitting geen bezwaar gemaakt tegen gebruikmaking van beide rapporten.

Beide rapporteurs concluderen dat verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van psychotische stoornis NAO (niet anderszins omschreven). Ten tijde van het tenlastegelegde was er sprake van voornoemde ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Er was sprake van psychotische achterdocht, verwardheid en oplopende kwaadheid gericht naar meerdere personen. De verdachte is daardoor in een toestand van psychotische razernij beland. De tenlastegelegde feiten zijn begaan vanuit een psychose.

Door psychiater De Jong wordt de kans op recidive als reëel aanwezig ingeschat. De psychose was ten tijde van het onderzoek door psychiater de Jong nog niet volledig in remissie en verdachte heeft laten zien gewelddadig, onvoorspelbaar en onberekenbaar te kunnen reageren. Voor verdachte protectieve factoren kunnen zijn het gebruik van de juiste en voldoende hoog gedoseerde anti-psychotische medicatie en daarbij regelmatige controles op de uitwerking van de anti-psychotische medicatie door de behandelend psychiater.

Door psycholoog Sterk wordt een verband geconstateerd tussen de gediagnostiseerde psychische problematiek en het tenlastegelegde. Gelet hierop tezamen met het feit dat verdachte niet zelfstandig in staat geacht kan worden om verandering te kunnen brengen in de geconstateerde psychische problematiek, wordt de kans op herhaling als hoog ingeschat.

Beide deskundigen adviseren een intensieve klinische behandeling en opname binnen het kader van de terbeschikkingstelling.

Psychiater De Jong merkt daarbij op dat een TBS kader voor de klinische behandeling in een gesloten forensische setting van verdachte noodzakelijk is, gezien de ernst van het tenlastegelegde, de ernst van de vastgestelde psychiatrische stoornis en het gevaar op een ernstig recidief delict als gevolg van zijn psychiatrische stoornis. Aangezien verdachte meewerkt aan zijn huidige medicamenteuze (met antipsychotica) behandeling en in de toekomst zegt te willen meewerken aan een klinische psychiatrische behandeling en er tevens sprake is van lijdensdruk van de verdachte en enig ziektebesef, wordt geadviseerd de maatregel van een terbeschikkingstelling met voorwaarden aan de verdachte op te leggen.

Ook psycholoog Sterk merkt op dat voor de geconstateerde psychotische stoornis behandeling is geïndiceerd. Verdachte moet goed ingesteld worden op medicatie. Voorts is psycho-educatie aangewezen zodat hij leert te leven met de beperkingen die de psychotische stoornis met zich meebrengt. Verder dient de verdachte in een begeleide woonvorm te verblijven omdat hij over onvoldoende structuur beschikt om zichzelf te kunnen handhaven. Deze structuur dient hem van buitenaf aangereikt te worden. Behandeling zal, gezien de als hoog ingeschatte kans op herhaling, plaats moeten vinden binnen een gesloten forensische setting waarbij voldoende mogelijkheden aanwezig zijn om agressief gedrag te beheersen. Een behandeling waaraan verdachte zich niet kan onttrekken en welke voldoende lang duurt om zijn problematiek te behandelen en de kans op herhaling te minimaliseren, kan verdachte binnen de TBS maatregel geboden worden. Omdat de verdachte gemotiveerd is voor behandeling en zich in het verleden ook niet tegen behandeling heeft verzet, gaat de voorkeur van psycholoog Sterk daarbij uit naar een terbeschikkingstelling met voorwaarden.

Door de reclassering is vervolgens op 23 mei 2013 en 23 augustus 2013 een maatregel rapport opgemaakt door [reclasseringswerker 1], reclasseringswerker bij Reclassering Nederland Adviesunit ’s-Hertogenbosch. Uit het rapport van 23 augustus 2013 komt naar voren dat verdachte in het kader van een schorsing verblijft in FPK Assen. Definitieve plaatsing binnen de FPK Assen, om de behandeling van verdachte voort te zetten, op basis van een terbeschikkingstelling met voorwaarden blijkt echter niet mogelijk.

Gedurende de procedure in hoger beroep is door de reclassering aanvullend gerapporteerd. Onderzocht is wederom of er mogelijkheden zijn voor een terbeschikkingstelling met voorwaarden.

Uit het maatregelrapport van 14 oktober 2014, opgemaakt door [reclasseringswerker 2], reclasseringswerker bij Reclassering Nederland, regio Midden Noord, komt naar voren dat verdachte op 11 juli 2013 is opgenomen in de FPK Assen. Verdachte houdt zich aan de afdelingsregels, volgt het aangeboden behandelprogramma en neemt zijn medicatie trouw in. Ook krijgt hij eens per vier weken medicatie in depotvorm. Verdachte heeft tijden gehad dat hij zich depressief voelde. Hij ervaart veel lijdensdruk door zijn eigen handelen en vindt het verschrikkelijk wat hij heeft veroorzaakt. Er hebben zich psychotische belevingen voorgedaan. Verdachte wordt verder omschreven als een kwetsbare man, die zich inzet voor zijn behandeling. Zijn motivatie is hoog te noemen. In de (bijna) anderhalf jaar dat hij is opgenomen in de FPK Assen hebben zich geen incidenten voorgedaan. De behandeling verloopt goed. Vanuit de FPK Assen is nu aangegeven dat verdachte in het kader van een terbeschikkingstelling met voorwaarden bij hen opgenomen kan worden. Hierbij moet worden meegenomen dat de FPK Assen inmiddels dusdanig goede ervaringen heeft met verdachte hetgeen maakt dat ze dit met hem aandurven. Begin oktober 2014 is een indicatie aangevraagd bij Indicatiestelling Forensische Zorg (IFZ ) te Arnhem. Inmiddels is bekend dat IFZ een indicatie afgeeft voor behandeling in de FPK Assen voor verdachte.

Desgevraagd heeft verdachte aangegeven dat hij bereid is om een langdurige klinische behandeling te volgen. Ook als met verdachte wordt besproken dat zelfstandig wonen er niet in zit en hulp, ondersteuning en controles van belang blijven in de toekomst, neemt verdachte dit aan en geeft hij dit aan dit allemaal te willen.

Verdachte lijkt open te staan voor toezicht vanuit de reclassering en is bereid samen te werken. Aangezien verdachte in het verleden al geruime tijd contacten heeft met de GGZ in een vrijwillig kader, heeft de reclassering geen aanwijzingen om aan de motivatie van verdachte te twijfelen. Door de reclassering wordt geadviseerd de maatregel van een terbeschikkingstelling met voorwaarden aan de verdachte op te leggen onder de door hen genoemden voorwaarden.

Gelet op alle rapportages omtrent de persoon van verdachte alsmede het verhandelde ter terechtzitting acht het hof oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden op zijn plaats.

Het hof heeft daarbij overwogen dat het onder 1 primair bewezenverklaarde feit een misdrijf betreft waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van meer dan vier jaren is gesteld en de veiligheid van anderen en de algemenen veiligheid van personen het opleggen van die maatregel eist. Het hof overweegt voorts nog dat de maatregel wordt opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt door de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In het maatregelrapport van [reclasseringswerker 2] voornoemd, gedateerd 14 oktober 2014 zijn door de reclassering bijzondere voorwaarden geadviseerd. Het hof neemt het advies van de reclassering over. Tijdens de behandeling ter zitting zijn verdachte deze voorwaarden voorgehouden. Verdachte heeft met de voorwaarden ingestemd. Ter bescherming van de algemene veiligheid van personen zullen aan deze terbeschikkingstelling de voorwaarden worden verbonden, zoals die hieronder in het dictum van dit arrest worden weergegeven.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 37a, 38, 38a, 57, 289, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde maatregel en doet in zoverre opnieuw recht.

Gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld.

Stelt daarbij de volgende voorwaarden betreffende het gedrag van de

terbeschikkinggestelde:

Algemene voorwaarden:

Dat de terbeschikkinggestelde

1. zich niet schuldig zal maken aan strafbare feiten;

2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, ter inzage zal aanbieden;

Bijzondere voorwaarden:

Dat de terbeschikkinggestelde

3. zich laat opnemen en behandelen in de FPK Assen of een soortgelijke instelling en actief de aangeboden programma’s volgt;

4. mee werkt aan de medicamenteuze behandeling;

5. zich onder toezicht van de reclassering zal stellen en zal zich houden aan de voorschriften en aanwijzingen en meldplicht door of namens deze instelling aan hem te geven;

6. toestemming geeft om gegevens uit te wisselen met personen en instanties die bij hem betrokken zijn voor zover dit noodzakelijk is in het kader van toezicht;

7. zich zal onthouden van alcoholgebruik en meewerkt aan controles hierop;

8. niet verandert van woonplek zonder toestemming van de reclassering;

9. zich houdt aan de afspraken in de FPK Assen;

draagt de Reclassering Nederland, Regio Midden Noord, op de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Aldus gewezen door

mr. J.P. Bordes, voorzitter,

mr. A.B.A.P.M. Ficq en mr. J.W. Rijkers, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. J.P. Fuchs-van Dis, griffier,

en op 11 november 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 11 november 2014.

Tegenwoordig:

mr. J.P. Bordes, voorzitter,

mr. M.J.M van der Mark, advocaat-generaal,

D.P. Post, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.