Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:8584

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
30-09-2014
Datum publicatie
10-11-2014
Zaaknummer
21-001324-14
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2014:1316, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

“Medeplegen van verkrachting. Rechtsplicht.”

De verdachte heeft samen met zijn mededader een - op dat moment 17 jarig meisje - gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam. Daarnaast heeft hij kinderpornografische afbeeldingen/filmopnamen gemaakt van de seksuele gedragingen die met haar werden gepleegd. Het hof heeft de verdachte net als de rechtbank veroordeeld voor medeplegen van verkrachting en het vervaardigen en in bezit hebben van kinderporno.

Medeplegen:

Het hof acht bewezen dat verdachte het feit heeft medegepleegd. Daarvoor zijn in het bijzonder de volgende feiten en omstandigheden van belang:

- Verdachte heeft in strijd met de waarheid aan de medeverdachte aangegeven dat het slachtoffer te kennen had gegeven een trio met verdachte en diens medeverdachte te willen. Verdachte heeft de medeverdachte “meegenomen” naar de woning van (naam slachtoffer) en die laatste daar getuige laten zijn van de seks tussen hem en het slachtoffer.

- Verdachte heeft daarna tegen de medeverdachte gezegd: "Ga maar, doe maar wat je wilt" of woorden van gelijke strekking en hem er op die wijze toe aangezet seksuele handelingen met het slachtoffer te verrichten, welke zij zou ondergaan.

- Toen het slachtoffer duidelijk aangaf dat de seksuele handelingen moesten stoppen heeft verdachte niet onmiddellijk ingegrepen door daaraan een einde te maken. Omdat het verdachte was die de aldus ontstane situatie in het leven had geroepen - waar de kans dat het slachtoffer op enig moment niet zou instemmen met de seksuele handelingen van de medeverdachte van meet af aan duidelijk moet zijn geweest -, rustte op hem de plicht om daaraan zo snel mogelijk een einde te maken toen inderdaad duidelijk was dat het slachtoffer niet met die handelingen instemde. Hij heeft dit echter nagelaten.

Door dit al heeft verdachte een substantieel aandeel gehad aan het begane feit en is er sprake van nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachte.

Nu de bewezen verkrachtingshandeling slechts een relatief korte tijd heeft geduurd en er geen fysiek geweld tegen het slachtoffer is aangewend en uiteindelijk uit eigen beweging werd gestopt met de handelingen heeft het hof aan verdachte een aanzienlijke lagere gevangenisstraf opgelegd dan de voor verkrachting geldende oriëntatiepunten van het LOVS en dan in eerste aanleg door de rechtbank is opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-001324-14

Uitspraak d.d.: 30 september 2014

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 28 februari 2014 met parketnummer 05-740102-13 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 26 augustus 2014, 30 september 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr H. Sytema, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing en een andere strafoplegging. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1:
hij op of omstreeks 7 augustus 2012 te Winterswijk, tezamen en in vereniging met een ander, te weten medeverdachte [medeverdachte] althans alleen, door geweld en/of door één of meer andere feitelijkheden, [slachtoffer], geboortedatum [geboortedatum], heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], immers heeft die medeverdachte

- één of meer van zijn vingers in haar vagina gebracht en/of

- haar borsten gelikt en betast en/of

- te getracht die [slachtoffer] te (tong)zoenen,

en bestaande dat geweld en/of door die één of meer andere feitelijkheden hierin dat

- verdachte en die medeverdachte, met een door verdachte meegebrachte sleutel, de woning van die [slachtoffer] en slaapkamer waar die [slachtoffer] lag te slapen, zijn binnengegaan en/of

- verdachte, in aanwezigheid van die medeverdachte, geslachtsgemeenschap met die [slachtoffer] heeft gehad waarna verdachte tegen die medeverdachte heeft gezegd: "Ga maar, doe maar wat je wilt", althans woorden van gelijke strekking en/of

- die medeverdachte naast die (naakte) [slachtoffer] in bed is gaan liggen en/of

- die medeverdachte met kracht één of meer van zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer] heeft geduwd en/of

- die medeverdachte die [slachtoffer] in haar gezicht heeft gespuugd en/of

- verdachte en/of die medeverdachte voorbij is/zijn gegaan aan de verbale en/of non-verbale tekenen van onwil/verzet van die [slachtoffer] en/of

- verdachte die seksuele handelingen van die medeverdachte bij die [slachtoffer], heeft gefilmd met een mobiele telefoon,

en/of er (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie is ontstaan;

2:

hij in of omstreeks de periode van 7 augustus 2012 tot en met 8 augustus 2012 te Winterswijk

en/of te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, in totaal 3, althans een aantal, afbeeldingen/

multimediafiles (te weten filmfragmenten), dan wel een gegevensdrager (te weten een mobiele

telefoon merk/type Blackberry Bold 9900), bevattende die afbeeldingen/multimediafiles, in zijn

bezit heeft gehad en/of die afbeeldingen/multimediafiles heeft vervaardigd, zijnde afbeeldingen

van seksuele gedragingen waarbij een persoon was betrokken, die de leeftijd van 18 jaar nog niet

had bereikt, te weten afbeeldingen van de ontklede minderjarige [slachtoffer], geboortedatum

[geboortedatum], die naakt op een bed ligt door een volwassen man vaginaal met één of meerdere

vingers wordt gepenetreerd en die door diezelfde volwassen man wordt betast aan haar vagina en

borsten en die met diens tong/mond werd betast aan haar borsten;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De

verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmotivering

De advocaat-generaal heeft gerequireerd tot bewezenverklaring. De raadsman van verdachte heeft betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken.

Het hof acht beide ten laste gelegde feiten bewezen. Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde overweegt het hof als volgt. Voor zover het verdachte al niet vanaf aanvang af duidelijk was dat aangeefster niet instemde met de seksuele handelingen die medeverdachte [medeverdachte] bij haar pleegde, moet dat hem naar het oordeel van het hof in ieder geval duidelijk zijn geweest vanaf het moment dat [slachtoffer] [medeverdachte] toevoegde dat hij moest “opkankeren” wat ook voor verdachte hoorbaar moet zijn geweest. [slachtoffer] is door feitelijkheden - namelijk, nadat verdachte eerder tegen [medeverdachte] had gezegd: "Ga maar, doe maar wat je wilt" of woorden van gelijke strekking, waarna [medeverdachte] ook nadat [slachtoffer] had gezegd dat hij moest opkankeren, doorgegaan met het op ruwe wijze vingeren van die [slachtoffer] terwijl zij op haar rug lag waarbij [medeverdachte], naast haar lag en waarbij [medeverdachte] ook met een of meer vingers in de vagina van die [slachtoffer] is gedrongen - gedwongen deze seksuele handelingen te dulden. Dat zij dit niet wilde moet niet alleen voor [medeverdachte] duidelijk zijn geweest, maar ook voor verdachte, die doende was met zijn smartphone van de seksuele handelingen een filmpje te maken. [medeverdachte] is daarna nog korte tijd doorgegaan met zijn gedrag voordat hij stopte omdat hij - naar hij zei - het niet geil vond. Verdachte heeft nadat hem duidelijk moet zijn geweest dat [slachtoffer] van de handelingen van [medeverdachte] niet gediend was op geen enkele wijze aangegeven dat [medeverdachte] moest stoppen met zijn handelingen.

Het hof acht bewezen dat verdachte het feit heeft medegepleegd. Daarvoor zijn in het bijzonder de volgende feiten en omstandigheden van belang:

  • -

    Verdachte heeft in strijd met de waarheid aan de medeverdachte aangegeven dat [slachtoffer] te kennen had gegeven een trio met verdachte en diens medeverdachte te willen. Verdachte heeft de medeverdachte “meegenomen” naar de woning van [slachtoffer] en die laatste daar getuige laten zijn van de seks tussen hem en [slachtoffer].

  • -

    Verdachte heeft daarna tegen de medeverdachte gezegd: "Ga maar, doe maar wat je wilt" of woorden van gelijke strekking en hem er op die wijze toe aangezet seksuele handelingen met [slachtoffer] te verrichten, welke zij zou ondergaan.

  • -

    Toen [slachtoffer] duidelijk aangaf dat de seksuele handelingen moesten stoppen heeft verdachte niet onmiddellijk ingegrepen door daaraan een einde te maken. Omdat het verdachte was die de aldus ontstane situatie in het leven had geroepen - waar de kans dat [slachtoffer] op enig moment niet zou instemmen met de seksuele handelingen van de medeverdachte van meet af aan duidelijk moet zijn geweest -, rustte op hem de plicht om daaraan zo snel mogelijk een einde te maken toen inderdaad duidelijk was dat [slachtoffer] niet met die handelingen instemde. Hij heeft dit echter nagelaten.

Door dit al heeft verdachte een substantieel aandeel gehad aan het begane feit en is er sprake van nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachte.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1:
hij op of omstreeks 7 augustus 2012 te Winterswijk, tezamen en in vereniging met een ander, te weten medeverdachte [medeverdachte] althans alleen, door geweld en/of door één of meer andere feitelijkheden, [slachtoffer], geboortedatum [geboortedatum], heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], immers heeft die medeverdachte

- één of meer van zijn vingers in haar vagina gebracht en/of

- haar borsten gelikt en betast en/of

- te getracht die [slachtoffer] te (tong)zoenen,

en bestaande dat geweld en/of door die één of meer andere feitelijkheden hierin dat

- verdachte en die medeverdachte, met een door verdachte meegebrachte sleutel, de woning van die [slachtoffer] en slaapkamer waar die [slachtoffer] lag te slapen, zijn binnengegaan en/of

- verdachte, in aanwezigheid van die medeverdachte, geslachtsgemeenschap met die [slachtoffer] heeft gehad waarna verdachte tegen die medeverdachte heeft gezegd: "Ga maar, doe maar wat je wilt", althans woorden van gelijke strekking en/of

- die medeverdachte naast die (naakte) [slachtoffer] in bed is gaan liggen en/of

- die medeverdachte met kracht één of meer van zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer] heeft geduwd en/of

- die medeverdachte die [slachtoffer] in haar gezicht heeft gespuugd en/of

- verdachte en/of die medeverdachte voorbij is/zijn gegaan aan de verbale en/of non-verbale tekenen van onwil/verzet van die [slachtoffer] en/of

- verdachte die seksuele handelingen van die medeverdachte bij die [slachtoffer], heeft gefilmd met een mobiele telefoon,

en/of er (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie is ontstaan;

2:

hij in of omstreeks de periode van 7 augustus 2012 tot en met 8 augustus 2012 te Winterswijk

en/of te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, in totaal 3, althans een aantal, afbeeldingen/

multimediafiles (te weten filmfragmenten), dan wel een gegevensdrager (te weten een mobiele

telefoon merk/type Blackberry Bold 9900), bevattende die afbeeldingen/multimediafiles, in zijn

bezit heeft gehad en/of die afbeeldingen/multimediafiles heeft vervaardigd, zijnde afbeeldingen

van seksuele gedragingen waarbij een persoon was betrokken, die de leeftijd van 18 jaar nog niet

had bereikt, te weten afbeeldingen van de ontklede minderjarige [geboortedatum], geboortedatum

[geboortedatum], die naakt op een bed ligt door een volwassen man vaginaal met één of meerdere

vingers wordt gepenetreerd en die door diezelfde volwassen man wordt betast aan haar vagina en

borsten en die met diens tong/mond werd betast aan haar borsten;

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van verkrachting.

het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

Inleiding

De officier van justitie heeft in eerste aanleg geëist dat verdachte ter zake van het bewezenverklaarde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en met bijzondere voorwaarden met aftrek van voorarrest.

De rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, heeft de verdachte ter zake van het medeplegen van verkrachting veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal heeft in hoger beroep geconcludeerd tot een bevestiging van het vonnis in eerste aanleg en tot oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en met bijzondere voorwaarden en met aftrek van voorarrest.

De raadsman heeft verzocht om rekening houdende met de omstandigheden van het feit een substantieel lagere straf op te leggen.

Beoordeling door het hof

Nu de bewezen verkrachtingshandeling slechts een relatief korte tijd heeft geduurd en er geen fysiek geweld tegen het slachtoffer is aangewend en uiteindelijk uit eigen beweging werd gestopt met de handelingen zal het hof een aanzienlijke lagere straf opleggen dan de voor verkrachting geldende oriëntatiepunten van het LOVS.

Het hof houdt voorts rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals hiervan bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Het hof heeft hierbij onder meer ook gelet op de inhoud van het reclasseringsadvies van de Reclassering Nederland van 15 augustus 2014.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 47, 57, 63, 240b en 242 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr A. van Waarden, voorzitter,

mr H.G.W. Stikkelbroeck en mr J.A.W. Lensing, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr L. Gereke, griffier,

en op 30 september 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.