Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:8583

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
30-09-2014
Datum publicatie
10-11-2014
Zaaknummer
21-001231-14
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2014:1315, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft een - op dat moment 17 jarig meisje - gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

Het hof heeft de verdachte net als de rechtbank veroordeeld voor verkrachting.

Nu de bewezen verkrachtingshandeling slechts een relatief korte tijd heeft geduurd en er geen fysiek geweld tegen het slachtoffer is aangewend en uiteindelijk uit eigen beweging werd gestopt met de handelingen heeft het hof aan verdachte een aanzienlijke lagere gevangenisstraf opgelegd dan de voor verkrachting geldende oriëntatiepunten van het LOVS en dan in eerste aanleg door de rechtbank is opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-001231-14

Uitspraak d.d.: 30 september 2014

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 28 februari 2014 met parketnummer 05-740116-13 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Sovjetunie) op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 26 augustus 2014 en 30 september 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr Th.U. Hiddema, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing en een andere strafoplegging komt. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 7 augustus 2012 te Winterswijk, tezamen en in vereniging met een ander, te weten medeverdachte [medeverdachte], althans alleen, door geweld en/of door één of meer andere feitelijkheden, [slachtoffer], geboortedatum [geboortedatum], heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], immers heeft verdachte

- één of meer van zijn vingers in haar vagina gebracht en/of

- haar borsten gelikt en betast en/of

- getracht die [slachtoffer] te (tong)zoenen,

en bestaande dat geweld en/of door die één of meer andere feitelijkheden hierin dat

- verdachte en die medeverdachte de woning van die [slachtoffer] en slaapkamer, waar die [slachtoffer] lag te slapen, zijn binnengegaan en/of

- die medeverdachte, in aanwezigheid van verdachte, geslachtsgemeenschap met die [slachtoffer] heeft gehad waarna hij tegen verdachte heeft gezegd: "Ga maar, doe maar wat je wilt", althans woorden van gelijke strekking en/of

- verdachte naast die (naakte) [slachtoffer] in bed is gaan liggen en/of

- verdachte met kracht één of meer van zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer] heeft geduwd en/of

- verdachte die [slachtoffer] in haar gezicht heeft gespuugd en/of

- verdachte en/of die medeverdachte voorbij is/zijn gegaan aan de verbale en/of non-verbale tekenen van onwil/verzet van die [slachtoffer] en/of

- die medeverdachte de seksuele handelingen van verdachte met die [slachtoffer] heeft gefilmd met een mobiele telefoon,

en/of er(aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie is ontstaan;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmotivering

De advocaat-generaal heeft gerequireerd tot bewezenverklaring. De raadsman van verdachte heeft betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken.

Het hof acht het ten laste gelegde bewezen. Verdachte heeft in zijn verhoor van 11 september 2013 (blz. 86 dossier) verklaard dat hij wist dat aangeefster niet wilde en dat hij haar heeft gedwongen. Hij is twee minuten na medeverdachte [medeverdachte] naar boven gegaan. Hij is bij aangeefster op bed gaan liggen. [medeverdachte] ging naakt op de stoel zitten. Verdachte lette eerste niet op aangeefster maar toen hij verder ging, zag hij wel aan haar dat zij niet wilde en dat zij het niet leuk vond. Daarom ook zei hij tegen [medeverdachte] dat hij het niet geil vond. Later in datzelfde verhoor (blz. 87 dossier) heeft verdachte verklaard dat hij wel merkte dat aangeefster niet wilde en (blz. 88) dat [medeverdachte] tegen hem had gezegd “Kom we gaan samen naar haar toe en gaan gewoon een trio doen met haar als zij toch een hoertje is” en “Ze zal het sowieso goed vinden”. Voor zover het verdachte al niet vanaf aanvang af duidelijk was dat aangeefster niet instemde met de seksuele handelingen die verdachte bij haar pleegde, moet dat hem naar het oordeel van het hof in ieder geval duidelijk zijn geweest vanaf het moment dat [slachtoffer] hem toevoegde dat hij moest “opkankeren”. Door toen nog steeds in het bijzijn van zijn medeverdachte die eerder had gezegd “Ga maar, doe maar wat je wilt” of woorden van gelijke strekking door te gaan met haar op ruwe wijze te vingeren terwijl zij op haar rug lag en hij naast haar lag en waarbij verdachte met een of meer vingers in de vagina van [slachtoffer] drong heeft hij haar door feitelijkheden gedwongen dit vingeren te dulden.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 7 augustus 2012 te Winterswijk, tezamen en in vereniging met een ander, te weten medeverdachte [medeverdachte], althans alleen, door geweld en/of door één of meer andere feitelijkheden, [slachtoffer], geboortedatum [geboortedatum], heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], immers heeft verdachte

- één of meer van zijn vingers in haar vagina gebracht

en bestaande dat geweld en/of door die één of meer andere feitelijkheden hierin dat

- verdachte en die medeverdachte de woning van die [slachtoffer] en slaapkamer, waar die [slachtoffer] lag te slapen, zijn binnengegaan en/of

- [medeverdachte], in aanwezigheid van verdachte, geslachtsgemeenschap met die [slachtoffer] heeft gehad waarna hij tegen verdachte heeft gezegd: "Ga maar, doe maar wat je wilt", althans woorden van gelijke strekking en/of

- verdachte naast die (naakte) [slachtoffer] in bed is gaan liggen en/of

- verdachte met kracht één of meer van zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer] heeft geduwd en/of

- verdachte die [slachtoffer] in haar gezicht heeft gespuugd en/of

- verdachte en/of die medeverdachte voorbij is/zijn gegaan aan de verbale en/of non-verbale tekenen van onwil/verzet van die [slachtoffer] en/of

- die medeverdachte de seksuele handelingen van verdachte met die [slachtoffer] heeft gefilmd met een mobiele telefoon,

en/of er(aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie is ontstaan;

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het bewezenverklaarde levert op:

verkrachting.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

Inleiding

De officier van justitie heeft in eerste aanleg geëist dat verdachte ter zake van het bewezenverklaarde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en met bijzondere voorwaarden met aftrek van voorarrest.

De rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, heeft de verdachte ter zake van het medeplegen van verkrachting veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en met bijzondere voorwaarden en met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal heeft in hoger beroep geconcludeerd tot een bevestiging van het vonnis in eerste aanleg.

De raadsman heeft primair vrijspraak bepleit en subsidiair verzocht om rekening houdende met de omstandigheden van het feit een substantieel lagere straf op te leggen.

Beoordeling door het hof

Nu de bewezen verkrachtingshandeling slechts een relatief korte tijd heeft geduurd en verdachte geen fysiek geweld tegen het slachtoffer heeft aangewend en verdachte uiteindelijk uit eigen beweging is gestopt met zijn handelingen, zal het hof een aanzienlijk lagere straf opleggen dan de voor verkrachting geldende oriëntatiepunten van het LOVS.

Het hof houdt voorts rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals hiervan bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr A. van Waarden, voorzitter,

mr H.G.W. Stikkelbroeck en mr J.A.W. Lensing, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr L. Gereke, griffier,

en op 30 september 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.