Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:8452

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
04-11-2014
Datum publicatie
06-11-2014
Zaaknummer
200.096.714-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toerekenbare tekortkoming van legger van Stelconplaten. Niet bewezen dat schade aan Stelconplaten is veroorzaakt door rijden met auto's met te hoge aslasten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2013/429
NJF 2015/4

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.096.714/01

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 178914 / HA ZA 10-1642)

arrest van de tweede kamer van 4 november 2014

in de zaak van

[appellante],

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: [appellante],

advocaat: mr. P. Bosma, kantoorhoudend te Zeewolde,

tegen

1 Flevo-Sign VOF,

gevestigd te Zeewolde,

hierna: Flevo-Sign,

2. [geïntimeerde 1],

wonende te [woonplaats],

3. [geïntimeerde 2],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerden,

in eerste aanleg: eisers,

hierna gezamenlijk in enkelvoud te noemen: Flevo-Sign.,

advocaat: mr. J.B. de Jong, kantoorhoudend te Almere.

Het hof neemt het tussenarrest van 20 augustus 2013 hier over.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Ter uitvoering van de aan haar gegeven bewijsopdracht heeft [appellante] op

30 september 2013 getuigen doen horen. Op die zitting heeft [appellante] tevens een akte opgave getuigen, overlegging producties en uitlating genomen. Op 5 december 2013 heeft [appellante] opnieuw getuigen doen horen. Op die zitting heeft ook Flevo-Sign getuigen doen horen en is aan Flevo-Sign mondeling akte verleend van het overleggen van een notitie van [U] van 8 oktober 2012. Afschriften van de processen-verbaal van genoemde zittingen bevinden zich bij de processtukken.

1.2

Vervolgens hebben partijen ieder een memorie na enquete genomen. Daarna heeft

[appellante] eerst pleidooi gevraagd, doch dit verzoek vervolgens weer ingetrokken. Ten slotte hebben partijen arrest gevraagd op het overgelegde pleitdossier.

2 De verdere beoordeling

2.1

Bij arrest van 20 augustus 2013 heeft het hof [appellante] toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen het voorshands bewezen feit dat zij is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst met Flevo-Sign, in het bijzonder door aannemelijk te maken dat de door haar aangebrachte verharding wel geschikt was voor gebruik door zwaar materieel maar dat Flevo-Sign voertuigen over het terrein heeft laten rijden met een zwaardere aslast dan wettelijk is toegestaan en dat de schade daardoor is veroorzaakt.

2.2

Aan de zijde van [appellante] zijn als getuigen gehoord de heren [geïntimeerde 1] (vennoot van Flevo-Sign en geïntimeerde sub 2), [getuige 1] (werkzaam bij [Q], de leverancier van de Stelconplaten), [getuige 2] (auteur van het rapport van Grontmij) en [getuige 3] (werkzaam bij de firma [R], een klant van [appellante]). Aan de zijde van Flevo-Sign is als getuige gehoord de heer [getuige 4] (voormalig medewerker van Flevo-Sign).

Voorts zijn door [appellante] meerdere (kopieën van) foto's overgelegd en heeft zij schriftelijke verklaringen in het geding gebracht van [getuige 3] voornoemd en van [S].

2.3

De getuigen hebben, voor zover van belang, als volgt verklaard.

[geïntimeerde 1]:

In 2006 hebben wij een nieuwe bedrijfshal laten bouwen met grote spuitcabines erin. In september 2006 liep het concurrentiebeding met mijn vader af en mocht ik groter materieel gaan spuiten. Ik versta daaronder shovels, hijskranen, vrachtwagens, trailers en bedrijfsauto’s. U vraagt mij of daar materieel tussen zat met een te zware aslast. Ik zeg u dat wat over de weg komt aan de wettelijke eisen moet voldoen. U vraagt mij of ik bekend ben met die wettelijke eisen. Ik durf het niet precies te zeggen, maar volgens mij is het 12 of 15 ton. Er komt ook wel materiaal dat op een dieplader vervoerd wordt en dat zelf niet over de weg mag rijden. Als voorbeeld kan ik noemen de grondverzetmachine die op de eerste foto is te zien. Deze machine zal een gewicht hebben van 25 ton. Ik heb dat opgezocht. Er zijn ook wel machines bij van ongeveer 35 ton. Mr. Bosma vraagt mij of ik wel eens gezien heb wat er met het erf gebeurt als zo’n machine over het terrein rijdt. Nee dat heb ik niet gezien. Op den duur gaan de stelconplaten wel stuk. Mr. Bosma vraagt mij na hoeveel keer dat dan gebeurt. Dat kan ik zo niet zeggen. Er gaat zo nu en dan een plaat stuk en dan weer een ander. In 2007 was er zoveel stuk dat wij aan de bel hebben getrokken. Dit soort zwaar materieel maakt ongeveer 20% uit van mijn totale opdrachten. Het gaat om enkele tientallen keren. Desgevraagd kan ik bevestigen dat wij machines voor [T] hebben gespoten. Dat waren ongeveer 35 stuks. Het ging om asfalteermachines, walsen en splitwagens en dergelijke. Ook kreeg ik wel eens een opdracht doorgespeeld van mijn vader.

(…) Met de machines wordt over het terrein gemanoeuvreerd om bij de spuitinrichting te komen. (…)

Mij wordt gevraagd waar diepladers met voertuigen het voertuig losten als ze bij ons bedrijf kwamen. Ik kan u vertellen dat de weg waaraan ons bedrijf is gelegen een smalle weg is. Tot 2010 was de situatie zo dat een dieplader de bocht naar ons bedrijf niet kon maken, althans alleen met heel veel moeite. Daarom werden de voertuigen voor de inrit van ons bedrijf van de dieplader afgeladen. (…). Op een vraag van mr. Bosma verklaar ik dat er wel eens een dieplader op het terrein is gereden, maar dit veroorzaakte zoveel problemen dat we er daarna van hebben afgezien. Het is echt heel weinig gebeurd. Ik denk hooguit vijf keer. (…)

[getuige 1]:

(…) Ik kan uit eigen wetenschap niets verklaren over het soort materieel dat Flevo-Sign over het terrein heeft laten rijden. Wel kan ik iets zeggen over het schadebeeld dat ik heb waargenomen en dat u kunt zien op de eerste foto bij het rapport van Grontmij. Ik zie dat de platen voornamelijk sterschade vertonen. Dit duidt op een overschrijding van de puntbelasting. Deze kan bijvoorbeeld zijn ontstaan doordat zware rupsvoertuigen schuin van de dieplader zijn afgeladen. Bij het rijden met te zwaar materieel over het terrein zie je een ander schadebeeld. In dat geval ontstaan er in aanvang meer lijnscheuren. Als je er later weer overheen rijdt ontstaat er uiteraard nog meer schade. (…)

Een vrachtwagen heeft een spoorbreedte van 2,5 meter en de aslast wordt dus over twee stelconplaten verdeeld. De waarde van 15 ton aslast is eigenlijk hypothetisch, want een vrachtwagen mag maar maximaal een aslast van 11,5 ton hebben. Alles wat over de weg mag rijden moet ook over deze stelconplaten kunnen rijden zonder ze te beschadigen. Dit geldt dus ook voor een dieplader met een machine erop. Ook zou deze een ontheffing kunnen hebben.

[getuige 2]:

(…) Ik heb de betonplaten zelf niet gezien, omdat deze al waren vervangen toen ik werd ingeschakeld. Ik heb het schadebeeld op foto’s gezien. Deze foto’s waren meen ik afkomstig van [Q]. Ik schrok van het schadebeeld. Normaal gesproken delen dergelijke platen door vieren als ze breken. In dit geval waren de platen in 10 à 12 delen gebroken. Ik kan zelf uit eigen wetenschap niet verklaren welke voertuigen over het terrein hebben gereden.

Wel kan ik iets zeggen over waar het schadebeeld op duidt. Dat duidt erop dat er met zware belasting over het terrein is gereden. U vraagt mij of ik iets meer kan zeggen over welk type belasting, zoals bijvoorbeeld puntbelasting of andere belasting. Daar kan ik niets naders over verklaren. U vraagt mij of ik kan zien of de schade in één keer is ontstaan of in meerdere keren. Dat zou ook in meerdere keren kunnen zijn. Uit mijn rapport blijkt dat niet helemaal conform de legvoorschriften is gelegd, maar dat de platen nog altijd 14 ton konden dragen. Dit is meer dan de maximale wettelijke aslast van 11,5 ton.

(…) Wel kan ik verklaren dat rupsvoertuigen slecht zijn voor iedere verharding. Ze hebben metalen rupsen met ribbels eronder en deze beschadigen de verharding. Dit gebeurt vooral als ze krappe bochten maken. Dit soort voertuigen kunnen om hun eigen as draaien.

Bij defensie doen ze daarom rubberen pads op de ribbels. Mij wordt gevraagd of een puntbelasting ontstaat als een dergelijk voertuig vanaf een dieplader wordt gelost. Dit is inderdaad het geval. (…)

[getuige 3]:

Ik kan niets verklaren over het materiaal dat in de bewuste periode op het terrein van Flevo-Sign heeft gereden. Wel kan ik verklaren over mijn eigen ervaringen met erfverharding en het daarover laten rijden van zwaar materieel. U houdt mij voor mijn verklaring van

4 september 2013. Daar sta ik nog steeds volledig achter. In aanvulling daar op kan ik het volgende verklaren. Hydraulische graafmachines of hijskranen rijden op een rupsonderstel. Op Stelconplaten gaat dat alleen goed als alles volledig vlak is. Ligt er een steen of een blok hout dan komt een rupsonderstel omhoog en wordt er een grote puntbelasting op de platen uitgeoefend. Daardoor gaan ze onherroepelijk kapot. Bij betonklinkers is dat niet zo, omdat die kleiner zijn en opgesloten liggen. Daarom hebben wij bij al onze zes nieuwbouw locaties voor betonklinkers gekozen. Het materieel waar ik het net over had mag niet over de weg rijden want is daarvoor te zwaar. Het gaat om gewichten van 20 tot 120 ton. Bij vrachtwagens is het een ander verhaal. Deze rijden op luchtbanden die de oneffenheden kunnen opvangen. Ze hebben bij mijn weten een maximale aslast van 12 ton op een gestuurde as en 15 ton op een vaste as. Ik kan nog zeggen dat ook klanten van [R] slechte ervaringen hebben met Stelconplaten. Deze zijn eigenlijk ongeschikt voor gebruik door zwaar materieel op een rupsonderstel.

Op een vraag van mr. Bosma kan ik bevestigen dat een puntbelasting ontstaat wanneer een rupsvoertuig van een dieplader wordt afgeladen. De helft van het gewicht komt dan op de voorkant van de rupsbanden te rusten. Die helft wordt wel verdeeld over twee banden.

Dus als het om een gewicht van 20 ton gaat komt op beide voorkanten van de banden 5 ton te drukken. Ter verduidelijking verklaar ik dat het gewicht dus komt te rusten op de plek waar de voorkanten van de banden op de grond komen. (…)

[getuige 4]:

De voertuigen die bij Flevo-Sign werden gespoten betroffen met name vrachtwagens en opleggers en ander rollend materieel. Ook werden er kleine graafmachines op rupsbanden gespoten. Het rollend materieel kwam over de weg en ik neem aan dat deze een gewicht hadden dat was toegestaan. Het gewicht van de graafmachines die gespoten werden kan ik moeilijk inschatten. Ik heb geen technische achtergrond. Het waren geen hele grote graafmachines want deze pasten eenvoudigweg niet in de spuitcabine. De spuitcabine had een afmeting van 5 x 18 meter. De hoogte van de deur was ongeveer 3,5 a 4 meter. De wat grotere graafmachines werden aangevoerd op diepladers. Deze diepladers konden niet of nauwelijks het terrein op draaien. Daarom werd er afgeladen op de openbare weg. Dat heb ik zelf meerdere malen gezien. (…)

2.4

Beide partijen gaan er (terecht) van uit dat voertuigen die rijdend over de openbare weg het terrein van Flevo-Sign zijn opgereden in beginsel zullen hebben voldaan aan de wettelijke vereisten waaronder die van de maximaal toelaatbare aslast. Aldus komt het aan op de vraag of op het terrein van Flevo-Sign voertuigen hebben gereden met een zodanige aslast dat deze niet zelfstandig over de openbare weg hadden mogen rijden. Volgens

[appellante] is dat het geval en gaat het daarbij om zware graafmachines, kranen en vergelijkbaar materieel dat met diepladers over de openbare weg naar het terrein van

Flevo-Sign is vervoerd teneinde daar gespoten te worden.

2.5

Door [appellante] zijn diverse foto’s overgelegd waarop, zo is door Flevo-Sign niet bestreden, zwaar materieel is te zien op het terrein van Flevo-Sign. Getuige [geïntimeerde 1], vennoot van Flevo-Sign, heeft verklaard: “Er komt ook wel materiaal dat op een dieplader vervoerd wordt en dat zelf niet over de weg mag rijden. (…) Dit soort zwaar materieel maakt ongeveer 20% uit van mijn totale opdrachten. Het gaat om enkele tientallen keren. (…)Met de machines wordt over het terrein gemanoeuvreerd om bij de spuitinrichting te komen.”

2.6

Op grond hiervan acht het hof voldoende aannemelijk dat materieel met een te hoge aslast (dat wil zeggen: om op de openbare weg te mogen rijden) over het terrein van

Flevo-Sign heeft gereden. Weliswaar heeft Flevo-Sign in de memorie na enquete aangevoerd dat het ook vaak is voorgekomen dat voertuigen in gedemonteerde staat werden aangeleverd bij Flevo-Sign (omdat ze anders niet in de spuitcabine pasten) maar daarover heeft

[geïntimeerde 1] als getuige niets verklaard, terwijl "vaak" impliceert dat het ook wel eens niet gebeurde. Voor zover het echter gaat om zware rupsvoertuigen die op diverse overgelegde foto's zijn te zien, acht het hof van belang wat getuige [getuige 2] aanvullend heeft verklaard in zijn schriftelijke verklaring van 27 januari 2014 (overgelegd bij memorie na enquete van [appellante]): “Verder gaat dit voorbij aan het gebruik van (stalen) rusbanden. Die hebben feitelijk geen assen en de druk op de platen is heel laag (ze kunnen vaak door een drassig weiland rijden). Het wringen is hier de boosdoener, niet de (verticale) belasting" [onderstreping hof].

2.7

Aangenomen dat materieel met hogere dan de wettelijk toegestane aslasten over het terrein van Flevo-Sign heeft gereden, is de volgende vraag of voldoende aannemelijk is geworden dat daardoor de schade aan de Stelconplaten is ontstaan. Het hof stelt voorop dat in de productspecificaties van [Q] wordt gesproken over toelaatbare aslasten van 150 kN (15 ton) respectievelijk 137,7 kN (ruim 13 ton) voor een heftruck. Dit duidt er op dat aslasten tot aan deze waardes voor de Steconplaten sowieso geen probleem zouden moeten zijn. Hoe vaak die waardes zijn overgeschreden, valt uit het voorliggende bewijsmateriaal niet af te leiden. Voorts heeft alleen getuige [getuige 2] verklaard dat het schadebeeld erop duidt dat met een te zware belasting over het terrein is gereden. Daartegenover staat echter de verklaring van getuige [getuige 1], werkzaam bij [Q], die heeft verklaard dat de opgetreden sterschade duidt op een te hoge puntbelasting. Volgens hem zouden bij het rijden met te zwaar materieel lijnscheuren zijn ontstaan.

2.8

[appellante] heeft na de getuigenverhoren aangevoerd dat schade is ontstaan doordat Flevo-Sign op haar terrein rupsvoertuigen van diepladers heeft afgereden waardoor een hoge puntbelasting is ontstaan dan wel doordat met rupsvoertuigen over oneffenheden en obstakels is gereden dan wel doordat machines zijn gestempeld. Het hof overweegt dat getuigen [geïntimeerde 1] en [getuige 4] hebben verklaard dat behoudens enkele uitzonderingen (volgens [geïntimeerde 1] hooguit vijf keer) de diepladers aan de openbare weg werden afgeladen. Die enkele keren kunnen niet verklaren dat vrijwel alle Stelconplaten op het gehele terrein zijn gebroken. Uit het voorliggende bewijsmateriaal kan niet worden afgeleid dat veel vaker dan vijf keer rupsvoertuigen op het terrein van Flevo-Sign van diepladers zijn afgeladen. Voorts heeft geen enkele getuige iets heeft verklaard over oneffenheden of obstakels op het terrein dan wel het gestempeld staan van machines. Daar staat onvoldoende tegenover om in zoverre het tegenbewijs wel geleverd te achten.

2.9

Indien het voorliggende bewijsmateriaal ten slotte wordt bezien in het licht van het feit dat zowel door [U] (Stet) als Grontmij ([getuige 2]) is vastgesteld dat aan de door

[Q] voorgeschreven draagkrachteis in dit geval niet was voldaan, zij het volgens eerstgenoemde in extremere mate dan volgens laatstgenoemde, komt het hof tot de slotsom dat al met al onvoldoende aannemelijk is geworden dat de schade is ontstaan door het rijden met voertuigen met hogere aslasten dan wettelijk is toegestaan.

2.10

Het hof komt tot de slotsom dat [appellante] niet in het tegenbewijs is geslaagd. Dit leidt in samenhang met hetgeen in het tussenarrest onder 2.4.2 tot en met 2.4.8 is overwogen tot de conclusie dat de grieven 1, 5 en 6 geen doel kunnen treffen.

2.11

Ten aanzien van grief 2 (de btw) is in het tussenarrest al geoordeeld dat deze grief slaagt. Ter zitting van 5 december 2013 is namens beide partijen verklaard dat het daarop betrekking hebbende bedrag door Flevo-Sign is terugbetaald, zodat de restitutievordering in zoverre niet toewijsbaar is.

2.12

Grief 4 houdt in dat de rechtbank ten onrechte niet het verweer van [appellante] heeft gehonoreerd dat Flevo-Sign niet tijdig heeft geklaagd. Daartoe voert [appellante] aan dat Flevo-Sign pas eind 2009 melding bij haar heeft gemaakt van schade en dat in de brief van mr. De Jong van 15 januari 2010 wordt gemeld dat het merendeel van de platen is beschadigd. Aldus stelt zij nimmer de mogelijkheid te hebben gehad onderzoek te doen naar de oorzaak van de schade en om verdere schade te voorkomen.

2.13

De vraag of Flevo-Sign aan haar klachtplicht heeft voldaan moet worden beantwoord onder afweging van alle betrokken belangen en met inachtneming van alle relevante omstandigheden, waaronder het antwoord op de vraag of [appellante] nadeel lijdt door de in acht genomen klachttermijn (vgl. Hoge Raad 29 juni 2007, LJN AZ7617, NJ 2008, 606).

De laatstgenoemde omstandigheid is in belangrijke mate bepalend. Als de belangen van

[appellante] niet zijn geschaad, zal er niet snel voldoende reden zijn om Flevo-Sign een gebrek aan voortvarendheid te verwijten. In dit verband kan de ernst van de tekortkoming meebrengen dat een nalatigheid van Flevo-Sign haar niet kan worden tegengeworpen

(vgl. Hoge Raad 25 maart 2011, LJN BP8991 en HR 8-2-2013, LJN BY4600).

2.14

[U] heeft begin 2010 uitgebreid onderzoek gedaan naar de oorzaak van de scheurvorming. Niet gebleken is dat zij daarbij in enig opzicht is gehinderd door het tijdsverloop vanaf de levering tot aan dat moment. Ook [appellante] had derhalve toen nog onderzoek kunnen (doen) verrichten. [appellante] is dan ook niet in haar bewijsbelang of onderzoeksbelang geschaad. [appellante] heeft niet concreet onderbouwd dat zij bij een eerdere melding wel aansprakelijkheid zou hebben erkend en dat en hoe zij dan de (thans door haar betwiste) oorzaak voor verdere schade had kunnen wegnemen. Ook overigens zijn geen feiten of omstandigheden gesteld of gebleken die de conclusie kunnen rechtvaardigen dat een eventueel klagen eind 2009 (door Flevo-Sign is overigens gesteld dat zij al veel eerder mondeling heeft geklaagd ) tot verval van rechten aan de zijde van Flevo-Sign moet leiden, met name niet dat er in enig opzicht daardoor nadeel is geleden door [appellante].

De grief faalt.

2.15

Grief 3 heeft betrekking op de schadeomvang. Volgens [appellante] is de rechtbank er ten onrechte aan voorbijgegaan dat Flevo-Sign in augustus 2010 een volledig nieuwe erfverharding heeft ontvangen en dat zij inmiddels vier jaar op de door [appellante] aangelegde erfverharding heeft kunnen afschrijven. Uitgaande van een afschrijving in 10 jaar betekent dit dat een bedrag van € 10.000,- ten laste van de winst kon worden gebracht waardoor, uitgaande van 42 % inkomstenbelasting, € 4.200,- is bespaard. Voorts stelt [appellante] en biedt zij ten bewijze aan dat vervanging van de Stelconplaten en aanpassing van het legbed mogelijk was voor ten hoogte 50 tot 60 % van de kosten die Flevo-Sign nu heeft gemaakt door het laten aanbrengen van een duurdere erfverharding.

2.16

Het hof overweegt dat de Stelconplaten een levensduur hebben van 50 jaar. In dat licht bezien heeft [appellante] een afschrijving in 10 jaar niet onderbouwd. Voorts heeft Flevo-Sign gesteld dat zij in de bewuste periode verlies heeft geleden zodat er geen IB-voordeel was ter zake van afschrijving van materiële activa. Bij die stand van zaken acht het hof het door

[appellante] gestelde fiscale voordeel onvoldoende aannemelijk geworden, zodat het hof daaraan voorbijgaat.

2.17

Flevo-Sign heeft betwist dat zij een duurdere oplossing heeft gekozen. Enkel het transport en de vernietiging van de oude Stelconplaten hebben volgens haar geleid tot hoge kosten. Die had [appellante] zich kunnen besparen door aan een oplossing mee te werken in plaats van iedere aansprakelijkheid van de hand te wijzen, aldus Flevo-Sign. Het hof overweegt dat de oorspronkelijke verharding die door [appellante] is aangebracht is uitgevoerd voor de prijs van € 25.500,- (zie tussenarrest 2.1.3). In samenhang met prod. 1 bij inleidende dagvaarding begrijpt het hof dat dit de prijs exclusief btw is. Voor het aanbrengen van de nieuwe erfverharding is € 26.650,- excl. btw gefactureerd (prod. 11 inleidende dagvaarding), doch in die factuur is een post “opbreken stelconplaten” ad € 3.500,- begrepen. Als die post buiten beschouwing wordt gelaten, dan is de nieuwe erfverharding inderdaad niet duurder maar goedkoper geweest. Voorts deelt het hof de opvatting van Flevo-Sign dat als [appellante] zich kosten had willen besparen, zij zelf herstel en of vervanging had moeten aanbieden in plaats van onterecht aansprakelijkheid af te wijzen. Daarop stuit haar bewijsaanbod af.

De grief faalt.

3 De slotsom

Alleen grief 2 slaagt. Dat leidt ertoe dat het bestreden vonnis slechts in zoverre zal worden vernietigd dat in plaats van een bedrag van € 37.782,50 een bedrag van € 31.750,- zal worden toegewezen (zie r.o. 2.4.9 van het tussenarrest van 20 augustus 2013). Het verschil ad € 6.032,50 is reeds terugbetaald, zodat de restitutievordering van [appellante] geheel zal worden afgewezen. [appellante] zal als de in overwegende mate in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, tot heden aan de zijde van Flevo-Sign begroot op € 1.769,- aan verschotten en € 4.632,- aan geliquideerd salaris van de advocaat

(4 punten in tarief III). De door Flevo-Sign gevorderde rente over de proceskosten is toewijsbaar als na te melden en zal voor het overige worden afgewezen.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad, locatie Lelystad, slechts in zoverre dat in het dictum onder 5.1 een bedrag van € 31.750,- moet worden gelezen in plaats van een bedrag van € 37.782,50 en bekrachtigt dat vonnis voor het overige;

veroordeelt [appellante] in de kosten van het hoger beroep, tot heden aan de zijde van

Flevo-Sign begroot op € 1.769,- aan verschotten en € 4.632,- aan geliquideerd salaris van de advocaat, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in

artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na betekening van dit arrest tot aan de voldoening;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit arrest is gewezen door mr. L. Janse, mr. M.M.A. Wind en mr. R.A. van der Pol en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 4 november 2014.