Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:7987

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
20-10-2014
Datum publicatie
20-10-2014
Zaaknummer
21-003242-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tussenarrest

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-003242-14

Uitspraak d.d.: 20 oktober 2014

TEGENSPRAAK

Tussenarrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel van 28 mei 2014 met parketnummer 08-950828-13 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans verblijvende in Huis van Bewaring Zwolle te Zwolle.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 6 oktober 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. J.W.E. Luiten, naar voren is gebracht.

Beoordeling verzoeken

De raadsman van verdachte heeft bij brief van 17 juli jl. verzocht om een deskundige (patholoog) te benoemen met het verzoek om contra-expertise naar de oorzaak van overlijden en de bevindingen van deskundige Botter.

Ter terechtzitting van 6 oktober jl. heeft de raadsman daarnaast verzocht tot het (doen) verrichten van onderzoek naar de wijze waarop de girale overboekingen van de bankrekening van het slachtoffer naar de bankrekening van verdachte hebben plaatsgevonden.

Standpunt advocaat-generaal

De advocaat-generaal is van oordeel dat de verzoeken dienen te worden afgewezen nu de noodzaak hiervan niet is gebleken.

Oordeel hof

Naar het oordeel van het hof is het verzoek van de raadsman om onderzoek te doen naar de wijze waarop de girale overboekingen van de bankrekening van het slachtoffer naar de bankrekening van verdachte hebben plaatsgevonden, onvoldoende onderbouwd. Het hof wijst dit verzoek af nu hier niet de noodzaak van is gebleken.

Het hof acht het noodzakelijk dat door de raadsheer-commissaris S.J.M. Eikelenboom-Schieveld als deskundige wordt benoemd met de opdracht de bevindingen van de deskundigen D. Botter en R. Dekker (met uitzondering van het bloedspatonderzoek) te beoordelen en daarover een deskundigenrapport uit te doen brengen, waarbij wordt ingegaan op enerzijds het scenario van Dekker die uitgaat van een ongeval (val van de trap) en anderzijds het scenario van Botter die uitgaat van een duw van de trap al dan niet met daaraan voorafgaand uitgeoefend geweld.

BESLISSING

Het hof:

Heropent het onderzoek.

Stelt de stukken in handen van de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in dit hof teneinde S.J.M. Eikelenboom-Schieveld als deskundige te benoemen.

Bepaalt dat het onderzoek zal worden hervat tegen een nog nader te bepalen terechtzitting.

Beveelt de oproeping van de verdachte tegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsman van de verdachte.

Om de klemmende redenen dat het zittingsrooster van het hof een eerdere behandeling van de zaak niet toelaat en de onderzoekshandelingen naar verwachting niet binnen een maand zullen zijn voltooid, zal het onderzoek langer dan een maand, maar niet langer dan drie maanden worden geschorst.

Aldus gewezen door

mr M. Otte, voorzitter,

mr A.J. Smit en mr J.M.J. Denie, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr I.I.D. Leene, griffier,

en op 20 oktober 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr J.M.J. Denie is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.