Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:7793

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
09-10-2014
Datum publicatie
08-01-2015
Zaaknummer
200.151.421
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vervangende toestemming tot verhuizing. Hoofdverblijf, zorgregeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2015-0011
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.151.421

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, 361863)

beschikking van de familiekamer van 9 oktober 2014

inzake

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats],
verzoekster in hoger beroep,

verder te noemen: de moeder,

advocaat: mr. E.V.S. van Baarle te Utrecht,

en

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats],

verweerder in hoger beroep,

verder te noemen: de vader,

advocaat: mr. C.E. van de Pas-Rutgers van der Loeff te Amsterdam.


1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 28 mei 2014, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift, ingekomen op 19 juni 2014;

- het aanvullend beroepschrift, ingekomen op 3 juli 2014;

- een journaalbericht van mr. Van Baarle met bijlagen, ingekomen op 5 augustus 2014;

- een journaalbericht van mr. Van Baarle met bijlagen, ingekomen op 7 augustus 2014;

- het verweerschrift in hoger beroep, ingekomen op 25 augustus 2014;

- een journaalbericht van mr. Van Baarle met bijlagen, ingekomen op 4 september 2014;

- een journaalbericht van mr. Van Baarle met bijlagen, ingekomen op 4 september 2014;

- een journaalbericht van mr. Van Baarle met bijlagen, ingekomen op 5 september 2014.

2.2

Na te noemen [kind 1] heeft bij brief van 16 juli 2014 aan het hof haar mening kenbaar gemaakt met betrekking tot het verzoek. Daarnaast is zij op 1 september 2014 verschenen en buiten afwezigheid van partijen door de voorzitter gehoord.

2.3

De mondelinge behandeling heeft op 5 september 2014 plaatsgevonden. Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten. Namens de Raad voor de Kinderbescherming (verder: de raad) is [A] verschenen.

2.4

Ter mondelinge behandeling heeft mr. Van de Pas een brief van 3 september 2014 met bijlagen overgelegd.

2.5

Artikel 1.4.4 van het Procesreglement verzoekschriftprocedures familiezaken gerechtshoven luidt: “Een belanghebbende legt de stukken waarop hij zich wenst te beroepen, zo spoedig mogelijk over. Uiterlijk op de tiende kalenderdag voorafgaand aan de mondelinge behandeling kunnen nog stukken worden overgelegd, mits in vijfvoud en met toezending in kopie aan iedere overige belanghebbende. Op stukken die nadien worden overgelegd en op stukken waarvan tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat zij niet door iedere overige belanghebbende zijn ontvangen en tegen overlegging waarvan bezwaar is gemaakt, wordt geen acht geslagen, tenzij het hof anders beslist. Omvangrijke stukken die zonder noodzaak op of vlak voor de tiende kalenderdag voorafgaande aan de mondelinge behandeling worden overgelegd, kunnen als in strijd met de goede procesorde buiten beschouwing worden gelaten.”

2.6

Desgevraagd hebben mr. Van de Pas en mr. Van Baarle ter mondelinge behandeling meegedeeld ermee in te stemmen dat acht wordt geslagen op de brieven die niet tijdig zijn binnengekomen, mits met alle brieven met bijlagen rekening wordt gehouden. Het hof slaat onder die omstandigheden ook acht op de te laat ingekomen brieven met bijlagen.

2.7

Na de mondelinge behandeling zijn de navolgende brieven ingekomen:

- een journaalbericht van mr. Van Baarle van 16 september 2014 met bijlage, ingekomen op

19 september 2014;

- een journaalbericht van mr. Van de Pas-Rutgers van der Loeff van 18 september 2014 met

bijlage, ingekomen op 19 september 2014;

- een journaalbericht van mr. Van Baarle van 22 september 2014 met bijlage, ingekomen op

23 september 2014;

- een journaalbericht van mr. Van de Pas-Rutgers van der Loeff van 22 september 2014 met

bijlage, ingekomen op 23 september 2014;

- een journaalbericht van mr. Van de Pas-Rutgers van der Loeff van 24 september 2014

ingekomen op 24 september 2014;
- een journaalbericht van mr. Van Baarle van 2 oktober 2014, ingekomen op diezelfde

datum.

2.8

Ter mondelinge behandeling heeft het hof aan partijen kenbaar gemaakt dat zij vier weken de gelegenheid hebben om tot een passende contactregeling tussen de vader en de kinderen te komen en het hof daarover te berichten. Het hof zal dan ook acht slaan op voormelde journaalberichten en de daarbij gevoegde brieven van de advocaten van partijen.

3 De vaststaande feiten

3.1

Het huwelijk van de partijen is op 22 mei 2013 ontbonden door echtscheiding.

3.2

Partijen zijn de ouders van:

- [kind 1] (verder te noemen: [kind 1]), geboren op [geboortedatum] 2002, en

- [kind 2], geboren op [geboortedatum] 2004.

De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit over de kinderen.

3.3

Bij echtscheidingsbeschikking van 17 april 2013 heeft de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, voor zover hier van belang, bepaald dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de moeder zullen hebben en als verdeling van de zorg- en opvoedingstaken de regeling vastgesteld zoals partijen zijn overeengekomen en in rechtsoverweging 3.4 is vermeld.

In rechtsoverweging 3.4 is het volgende te lezen:

“De zorgregeling houdt in dat de kinderen in de oneven weken van donderdagmiddag uit school (momenteel 15.00 uur) tot en met maandagochtend naar school (momenteel 8.30 uur) bij de man verblijven, en in de even weken van donderdagmiddag uit school tot en met vrijdagavond 20.00 uur, waarbij de man de kinderen terugbrengt naar de vrouw. De overige dagen verblijven de kinderen bij de vrouw. Voorts hebben de ouders de verantwoordelijkheid voor de kinderen op de gehele dag, zoals is neergelegd in het bij partijen bekende tweewekelijks schema, en dus ook op de ochtend als (één van) de kinderen ziek is/zijn.

Met betrekking tot de feestdagen en vakantie komen de ouders een verdeling overeen zoals is vermeld in bijlage 1 van het concept ouderschapsplan, met dien verstande dat het wisselmoment tijdens de zomer-, herfst- en kerstvakantie plaatsheeft op de zaterdag om 14.00 uur.”

3.4

Bij vonnis van 25 juli 2014 heeft de voorzieningenrechter bepaald dat het de moeder in afwachting van de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake de vervangende toestemming tot verhuizen, is toegestaan om met de kinderen in te wonen bij haar ouders in [plaats 1].

3.5

Op 31 juli 2014 is de moeder in het huwelijk getreden met de heer [B] (verder te noemen: [B]) en is zij samen met de kinderen met hem gaan samenwonen in [woonplaats].

4 De omvang van het geschil

4.1

Tussen partijen zijn in geschil het verzoek van de moeder om met de kinderen van [plaats 2] naar [woonplaats] te verhuizen en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen hen.

4.2

De rechtbank heeft in de bestreden beschikking:

- de verzoeken van de moeder ter verkrijging van vervangende toestemming om met de kinderen te verhuizen naar [woonplaats] en hen aldaar op een school in te schrijven afgewezen;

- het verzoek van de moeder om de haal- en brengtijden in het kader van de zorgregeling te wijzigen afgewezen; en

- uitvoerbaar bij voorraad - als verdeling van de zorgregeling - vastgesteld dat de kinderen gedurende de zomervakantie in de even jaren de eerste drie weken bij de moeder en de laatste drie weken bij de vader verblijven en in de oneven jaren de eerste drie weken bij de vader en de laatste drie weken bij de moeder, dat de kinderen gedurende de kerstvakantie in de even jaren de eerste week bij de vader verblijven en de tweede week bij de moeder en in de oneven jaren de eerste week bij de moeder en de tweede week bij de vader (waarbij de kinderen met kerst en oud en nieuw verblijven bij de ouder waar zij die week volgens het voorgaande verblijven) en bepaald dat het wisselmoment plaatsvindt op zaterdag om 14.00 uur.

4.3

De moeder is met zes grieven in hoger beroep gekomen tegen de bestreden beschikking. In haar eerste en tweede grief stelt de moeder dat de rechtbank ten onrechte haar verzoek om vervangende toestemming om te verhuizen naar [woonplaats] en om de kinderen aldaar in te schrijven heeft afgewezen. De derde en de vierde grief van de moeder zien op het vaststellen van een zorgregeling tussen de vader en de kinderen. In haar vijfde grief stelt de moeder dat de rechtbank ten onrechte haar brief van 14 april 2014 niet in de bestreden beschikking heeft vermeld en in haar zesde grief stelt de moeder ten slotte dat het de rechtbank het advies van de raad onjuist heeft weergegeven in de bestreden beschikking.

4.4

Het hof zal de grieven in hoger beroep per onderwerp beoordelen.

5 De motivering van de beslissing

5.1

Ingevolge artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag op verzoek van de ouders of een van hen aan de rechtbank, en in hoger beroep het hof, worden voorgelegd.

5.2

Het hof stelt voorop dat uit het bepaalde in artikel 1:253a BW volgt dat het hof een zodanige beslissing dient te nemen als het hof in het belang van de kinderen wenselijk voorkomt. Uit vaste jurisprudentie volgt dat, hoezeer het belang van het kind een overweging van de eerste orde dient te zijn bij de te verrichten afweging van belangen, andere belangen zwaarder kunnen wegen. Het hof zal bij zijn beslissing alle omstandigheden van het geval in acht dienen te nemen.

Ten aanzien van het verzoek tot vervangende toestemming

5.3

De moeder verzoekt het hof om haar alsnog vervangende toestemming te verlenen om met [kind 1] en [kind 2] naar [woonplaats] te verhuizen en hen aldaar in te schrijven op [naam school]. De moeder voert daartoe aan dat het voor haar noodzakelijk is om te verhuizen. Haar nieuwe partner, [B], dient naar [woonplaats] te verhuizen voor zijn werk. [B] is de kostwinner van het gezin en de moeder beschikt over onvoldoende financiële middelen om elders een woning te huren. Volgens de moeder is het ook in het belang van de kinderen dat het nieuwe gezin in stand blijft. Bovendien is het in het belang van de kinderen dat zij naar een vaste plek verhuizen waar zij bestaanszekerheid hebben en waar zij een sociaal leven kunnen opbouwen. De kinderen geven in dit kader aan zich prettig te voelen in hun nieuwe woonsituatie en dat zij zich niet gehoord voelen door de vader. De vader neemt geen deel aan schoolactiviteiten en is nog nooit bij de tennisles van de kinderen aanwezig geweest. De moeder heeft de verhuizing zorgvuldig voorbereid en geprobeerd de vader daarbij te betrekken, maar dat is niet gelukt. De moeder heeft voorts aangeboden de vader tegemoet te komen in de uitvoering van de omgangsregeling, zodat de vader minder reistijd heeft dan thans het geval is, maar ook hierop is door de vader afwijzend gereageerd.

5.4

De vader heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Hij verzoekt het hof de bestreden beschikking te bekrachtigen. De vader stelt dat het in het belang van de kinderen is dat de huidige rust en regelmaat wordt gehandhaafd. De vader is voornemens terug te verhuizen naar [plaats 1] en heeft ook al een huuroptie op een woning in [plaats 1]. De vader betwist voorts de noodzaak tot verhuizing van de moeder. Uit hetgeen de moeder stelt, blijkt bovendien dat de beslissing om te verhuizen nogal impulsief is genomen en, anders dan de moeder stelt, onvoldoende is doordacht en voorbereid. De kinderen hebben geen andere leefomgeving nodig om hun sociale activiteiten uit te voeren dan wel uit te breiden. De moeder heeft volgens de vader daarnaast onvoldoende alternatieven en maatregelen getroffen om de gevolgen van de verhuizing voor de kinderen en de vader te compenseren. De moeder dient, aldus nog steeds de vader, bij het uitvoeren van een omgangsregeling dan al het halen en brengen voor haar rekening te nemen.

5.5

De raad heeft ter mondelinge behandeling verklaard dat het in de onderhavige zaak bijzonder lastig is om een advies uit te brengen. De moeder heeft door te verhuizen niet de belangen van de kinderen voor ogen gehad. Zij heeft de vader niet tijdig betrokken bij haar plannen om te verhuizen en heeft daarover onvoldoende met hem gecommuniceerd. De ouders hebben in onderling overleg geen overeenstemming kunnen bereiken over een verhuizing van de moeder met de kinderen, maar desalniettemin heeft de moeder de kinderen betrokken in het verhuisproces. Zo wisten de kinderen dat er een huis is gekocht in [woonplaats] en mochten zijn hun kamers al inrichten, terwijl zij ook wisten dat de ouders het niet eens waren over de verhuizing, De moeder is volgens de raad een weg ingeslagen waarvan het bijna niet mogelijk is om weer terug te gaan, omdat dat verwarring en emoties bij de kinderen oproept. Daarmee heeft de moeder niet alleen de vader, maar ook de kinderen voor het blok gezet en aldus handelende heeft de moeder de belangen van de kinderen uit het oog verloren. [kind 1] en [kind 2] zijn flexibele kinderen en zij lijken zich goed te kunnen aanpassen aan de nieuwe situatie, aldus nog steeds de raad, maar de eventuele schade op de lange termijn is niet zichtbaar. De kinderen zijn loyaal aan beide ouders en worden nu gedwongen om tussen de ouders te kiezen. Dit geldt temeer nu de vader tot op heden een grote rol speelde in het leven van de kinderen met meer omgang dan een reguliere weekendregeling. Onder deze omstandigheden, mede gelet op de omstandigheid dat zowel de vader als de moeder de verantwoordelijkheid draagt voor de kinderen, maar de moeder de vader niet betrekt in haar beslissingen, heeft de raad ter mondelinge behandeling geadviseerd om de moeder geen vervangende toestemming te verlenen om met de kinderen te verhuizen.

5.6

Het hof overweegt als volgt. Het hof is allereerst van oordeel dat de moeder een ernstig verwijt valt te maken nu zij in weerwil van de bestreden beschikking en het vonnis in kort geding van 25 juli 2014 tóch met de kinderen naar [woonplaats] is verhuisd en hen heeft ingeschreven op [naam school]. Het hof is van oordeel dat de moeder daarmee niet in het belang van de kinderen heeft gehandeld, maar slechts haar eigen belang heeft laten prevaleren bij haar keuze Dit geldt temeer nu de moeder de kinderen op hun tweede schooldag na de zomervakantie, zonder afscheid te nemen op hun oude school, naar een nieuwe school heeft gebracht. In beginsel vormt deze handelswijze aanleiding de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vader te bepalen dan wel om geen vervangende toestemming te verlenen tot verhuizing. In de onderhavige zaak is het naar het oordeel van het hof evenwel niet reëel om de hoofdverblijfplaats bij de vader te bepalen, nu de vader niet in [plaats 1] woont en hij door zijn werkzaamheden niet in staat is volledig beschikbaar te zijn voor de verzorging en opvoeding van de kinderen. Het hof is voorts van oordeel dat het terugdraaien van de huidige - door de moeder gecreëerde - situatie, in die zin dat de moeder wordt verplicht terug te keren naar [plaats 1], niet in het belang van de kinderen te achten is. Niet alleen beschikt de moeder niet over voldoende financiële middelen om een passende huurwoning in [plaats 1] te betrekken, ook moeten de kinderen dan opnieuw verhuizen en moeten zij wederom wisselen van school. Het hof kan zich bovendien niet aan de indruk onttrekken, mede gelet op de houding van partijen ter mondelinge behandeling, dat een verhuizing van de moeder naar [plaats 1], de verhoudingen tussen de ouders nog meer op scherp zal stellen, hetgeen het hof evenmin in het belang van de kinderen acht. Al deze omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien brengen het hof ertoe om de moeder alsnog vervangende toestemming te verlenen om met de kinderen naar [woonplaats] te verhuizen en hen in te schrijven op [naam school]. Daarbij acht het hof het van groot belang, hetgeen door de ouders ter mondelinge behandeling ook eensluidend is erkend, dat het in het belang van de kinderen is dat er rust wordt gecreëerd. Het voorgaande brengt ook met zich dat het verzoek van de vader om de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem vast te stellen dient te worden afgewezen.

Ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

5.7

Partijen zijn niet nader tot elkaar gekomen om tot een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken te komen. De vader heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat uitbreiding van de omgang tijdens de weekenden en de vakanties vanwege zijn werkzaamheden als makelaar niet tot de mogelijkheden behoort. Bij brief van 18 september 2014 heeft de vader aangegeven dat hij alsnog akkoord kan gaan met een regeling waarbij hij gedurende drie uit de vier weekenden contact met de kinderen heeft, waarbij hij de kinderen op vrijdag ophaalt uit school en de moeder de kinderen op zondag ophaalt bij hem. De moeder heeft ter mondelinge behandeling ingestemd met een dergelijke regeling, zij het dat zij in haar brief van 22 september 2014 daarop terugkomt. Voorts heeft de vader verzocht de navolgende regeling voor de vakantie en feestdagen vast te stellen:

- de kinderen zullen de helft van de zomervakantie en de helft van de kerstvakantie bij ieder van hun ouders doorbrengen en de rest van alle schoolvakanties, feestdagen en studiedagen bij de vader. Studiedagen die niet aansluiten op een weekend of vakantie bij de vader zullen ten laste van moeders tijd gecompenseerd worden in de eerstvolgende kerst- of zomervakantie;

- tevens zullen de kinderen de zaterdag tussen Goede Vrijdag en Pasen bij de vader doorbrengen en, behalve Hemelvaartsdag, ook de vrijdag erna en het weekend na Hemelvaartsdag;

- het wisselmoment in de kerst- en de zomervakantie zal, indien de vader gedurende de eerste week de kinderen heeft, op zondagavond van zijn laatste weekend plaatsvinden om 19.00 uur; indien de vader de laatste week van de vakantie de kinderen heeft zal het wisselmoment op vrijdag om 19.00 uur zijn;

- voor verjaardagen van de kinderen, van de ouders, van opa’s en oma’s en andere familieleden, Vaderdag en Moederdag en Sinterklaas zal geen uitzondering worden gemaakt op bovenstaande regeling;

- indien er een feest-of studiedag is vóór een opvolgende schooldag, zal de overdracht plaatsvinden om 19.00 uur; een feest-of studiedag vooruitlopend aan een weekend of een vakantie gaat in op de dag ervoor wanneer de school uitgaat.

De moeder heeft gemotiveerd bezwaar gemaakt tegen de door de vader voorgestelde regeling.

5.8

Nu de moeder vervangende toestemming wordt verleend om met de kinderen naar [woonplaats] te verhuizen acht het hof, bezien de reisafstand tussen [woonplaats vader] en [woonplaats], het niet langer in het belang van de kinderen om doordeweeks omgang, op donderdag, tussen de vader en de kinderen vast te stellen. Het hof acht een contactregeling waarbij de kinderen gedurende een periode van vier weken drie weekenden bij de vader verblijven het meest in het belang van de kinderen en de vader. Het hof acht het echter ook in het belang van de kinderen dat zij in staat worden gesteld contact te hebben met de kinderen van de huidige echtgenoot van de moeder. Het hof zal daarom een omgangsregeling als na te melden vaststellen. Nu de moeder vervangende toestemming wordt verleend acht het hof het niet meer dan redelijk dat de vader de kinderen vrijdag uit school ophaalt en de moeder de kinderen op zondagavond om 19.00 uur bij de vader ophaalt. Nu de het halen en brengen van de kinderen gelijkelijk is verdeeld tussen partijen, zal het hof het verzoek van de vader om (zo begrijpt het hof) te bepalen dat de moeder een reiskostenvergoeding aan de vader verschuldigd, afwijzen.

5.9

Ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gedurende feestdagen en vakanties sluit het hof aan bij het door de moeder voorgestelde regeling (productie 21 bij het beroepschrift), waarbij het hof opmerkt dat de moeder ook ten aanzien van de vakanties en feestdagen ter mondelinge behandeling heeft toegezegd de vader te willen compenseren voor haar verhuizing naar [woonplaats]. De kinderen zullen aldus bij de vader verblijven, met dien verstande dat de vakantieregeling voorrang heeft op de verdeling van de feestdagen en met dien verstande dat het begin van de vakantie-omgangsregeling start op vrijdag uit school, waarbij de vader de kinderen haalt, en eindigt op maandag naar school, waarbij de vader de kinderen naar school brengt, en voor het overige aansluit bij de reguliere omgangsregeling:

Voorjaarsvakantie

Even jaren

Meivakantie

Oneven jaren

Zomervakantie

Even jaren eerste drie weken, oneven jaren laatste drie weken

Herfstvakantie

Even jaren

Kerstvakantie

Even jaren eerste week, oneven jaren laatste week

Goede vrijdag tot en met Tweede paasdag

Oneven jaren

Hemelvaartsdag en de daarop volgende vrijdag

Oneven jaren

Eerste en tweede Pinksterdag

Bij de ouder waar de kinderen conform de reguliere regeling op dat moment verblijven

Koningsdag

Even jaren

Sinterklaas (5 december)

Even jaren

Verjaardag kinderen

Even jaren

Vaderdag

Jaarlijks

Verjaardag vader

Jaarlijks

Verjaardagen grootouders vz.

Jaarlijks

Het wisselmoment in de kerst- en zomervakantie dient op zondagavond 19.00 uur te zijn. Degene waar de kinderen op dat moment verblijven brengt de kinderen naar de ouder waar zij gedurende de rest van de vakantie verblijven.

Wellicht ten overvloede overweegt het hof dat de kinderen op Moederdag en haar verjaardag bij de moeder zullen verblijven.

5.10

Het hof ziet vooralsnog geen aanleiding om te bepalen dat de moeder een dwangsom verschuldigd is, indien zij de moeder de door het hof vast te stellen regeling niet nakomt. Het hof gaat ervan uit dat de moeder, gelet op haar toezeggingen ter zitting, de contactregeling zal nakomen.

5.11

Het hof heeft de moeder ter mondelinge behandeling voorgehouden dat het in het belang van de kinderen is dat zij in de gelegenheid worden gesteld om afscheid te nemen van hun klasgenootjes van hun oude school, zodat zij op een goede manier een periode kunnen afsluiten.

6 De slotsom

6.1

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, dient het hof de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, te vernietigen en te beslissen als volgt.

6.2

Het hof zal de proceskosten in hoger beroep compenseren, nu partijen gewezen echtgenoten zijn en de procedure de uit dat huwelijk geboren kinderen betreft.

7 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 28 mei 2014, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en in zoverre opnieuw beschikkende:

verleent de moeder vervangende toestemming om met de kinderen naar [woonplaats] te verhuizen en hen in te schrijven op [naam school];

stelt als verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast dat de kinderen bij de vader verblijven gedurende een periode van vier weken in het eerste, het derde en het vierde weekend in die periode, waarbij de vader de kinderen uit school ophaalt en de moeder de kinderen op zondag om 19.00 uur bij de vader ophaalt;

daarnaast verblijven de kinderen bij de vader:

Voorjaarsvakantie

Even jaren

Meivakantie

Oneven jaren

Zomervakantie

Even jaren eerste drie weken, oneven jaren laatste drie weken

Herfstvakantie

Even jaren

Kerstvakantie

Even jaren eerste week, oneven jaren laatste week

Goede vrijdag tot en met Tweede paasdag

Oneven jaren

Hemelvaartsdag en de daarop volgende vrijdag

Oneven jaren

Eerste en tweede Pinksterdag

Bij de ouder waar de kinderen conform de reguliere regeling op dat moment verblijven

Koningsdag

Even jaren

Sinterklaas (5 december)

Even jaren

Verjaardag kinderen

Even jaren

Vaderdag

Jaarlijks

Verjaardag vader

Jaarlijks

Verjaardagen grootouders vz.

Jaarlijks

bepaalt ten aanzien van de regeling ter verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tijdens vakanties dat de omgangsregeling start op vrijdag uit school, waarbij de vader de kinderen ophaalt, en eindigt op maandag naar school, waarbij de vader de kinderen naar school brengt, en voor het overige aansluit bij de reguliere regeling;

bepaalt dat het wisselmoment in de kerst- en zomervakantie op zondagavond 19.00 uur is en dat degene waar de kinderen op dat moment verblijven de kinderen naar de ouder brengt waar zij gedurende de rest van de vakantie verblijven;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de kosten van het geding in hoger beroep in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. M.H.H.A. Moes, R. Krijger en R. Feunekes, bijgestaan door mr. M. van Esveld als griffier, en is op 9 oktober 2014 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.