Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2014:7776

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
09-10-2014
Datum publicatie
09-10-2014
Zaaknummer
TBS P14-0352
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet langer voldaan aan vereiste voor verlenging van de tbs-maatregel, echter artikel 509t lid 2 van het Wetboek van Strafvordering staat aan beëindiging van de maatregel in de weg. Onder verwijzing naar zijn beslissing van 20 februari 2014 (ECLI:NL:GHARL: 2014:1669) wijzigt het hof de voorwaarden verbonden aan de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege en beperkt deze tot een minimum. De gewijzigde voorwaarden leveren geen strijd op met artikel 5 EVRM en evenmin met artikel 2 van het Vierde Protocol bij het EVRM.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

TBS P14/0352

Beslissing d.d. 9 oktober 2014

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van het openbaar ministerie in de zaak tegen

[terbeschikkinggestelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende te [verblijfplaats].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 29 juli 2014, houdende afwijzing van de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

  • -

    de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 25 mei 2007, waarbij de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege werd opgelegd;

  • -

    de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 12 december 2013, waarbij de verpleging van overheidswege voorwaardelijk is beëindigd;

  • -

    het verlengingsadvies van Reclassering Nederland van 14 mei 2014;

  • -

    de vordering van de officier van justitie, ingekomen op 13 juni 2014;

  • -

    de rapportage pro justitia van 18 juni 2014, opgemaakt door [psychiater 1], psychiater, en [arts], arts;

  • -

    het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

  • -

    de beslissing waarvan beroep;

  • -

    de akte van beroep van het openbaar ministerie van 5 augustus 2014;

  • -

    de memorie van appel [ongedateerd], ingediend door J. Ang, officier van justitie;

  • -

    het 2e voortgangsverslag toezicht tbs voorwaardelijke beëindiging van de verpleging, periode 13 maart 2014 tot 13 juni 2014, van Reclassering Nederland van 18 juli 2014;

  • -

    het 3e voortgangsverslag en update verlengingsadvies tbs voorwaardelijke verpleging, periode 13 juni 2014 tot 11 september 2014, van Reclassering Nederland van 12 september 2014.

Het hof heeft ter zitting van 25 september 2014 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr A.A. Bloemberg, advocaat te Haarlem, en de advocaat- generaal mr M. van Leent.

Overwegingen

Het advies van de reclassering

Uit het reclasseringsadvies van 14 mei 2014 blijkt dat de terbeschikkinggestelde lijdt aan een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische en borderline trekken.

Gedurende de periode van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging heeft hij zich goed aan de afspraken met de reclassering gehouden. De terbeschikkinggestelde woont bij zijn ouders. Hij zet zich goed in ten aanzien van zijn resocialisatie en neemt bijvoorbeeld zelf het initiatief naar [bedrijf] toe om via deze dienst toe geleid te worden naar werk. Bij zijn dagbesteding ([naam]) gaat hij respectvol met personeel en collegae om. Wel is de terbeschikkinggestelde een periode iets minder gemotiveerd geweest, omdat er in zijn ogen teveel mensen met verslavingsproblematiek werken. De terbeschikkinggestelde komt trouw op afspraken bij [naam] en bespreekt daar waar hij zoal mee te maken krijgt en hoe hij omgaat met teleurstellingen. De reclassering concludeert dat de eerste stappen ten aanzien van resocialisatie zijn gezet en dat de terbeschikkinggestelde daadwerkelijk probeert om op een positieve wijze invulling te geven aan zijn leven.

Bij continuering van de huidige situatie, gecombineerd met reclasseringstoezicht, is er volgens de reclassering sprake van een gemiddeld recidiverisico. Omdat de periode van resocialisatie nog vrij kort is en er nog geen sprake is van een consistente ontwikkeling, acht de reclassering het wenselijk de periode van voorwaardelijke beëindiging van de verpleging met een jaar te verlengen.

Uit de voortgangsverslagen van 18 juli 2014 en 12 september 2014 volgt dat de terbeschikkinggestelde zich ook de afgelopen periode goed begeleidbaar heeft opgesteld. Hij woont nog bij zijn ouders, maar staat op de wachtlijst voor begeleid zelfstandig wonen bij [naam]. Tijdens de vakantie van de eerste toezichthouder in augustus 2014 is de terbeschikkinggestelde niet verschenen op de afspraak met de tweede toezichthouder. Hij dacht dat de tbs-maatregel was afgelopen gelet op de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 juli 2014. De terbeschikkinggestelde heeft zelf weer contact met de reclassering gezocht toen bleek dat het Openbaar Ministerie hoger beroep had ingesteld.

Zijn behandelaar heeft het behandelcontact bij [naam] beëindigd, omdat de terbeschikkinggestelde niet meer telefonisch bereikbaar was en teveel afspraken miste.

Eind juni 2014 is de terbeschikkinggestelde gaan werken bij de [naam], een werkervaringsproject. Op een gegeven moment verzuimde hij van zijn werk en is besloten om te stoppen met dit werk. Hij was nog niet in staat om te voldoen aan de eisen van een reguliere betaalde baan. De terbeschikkinggestelde is toen teruggeplaatst bij het kledingsorteercentrum van [naam], maar ook daar verzuimde hij nogal eens. Meestal vergat hij door te geven dat hij op bepaalde dagen verhinderd was door andere afspraken. Het in overleg afmelden bij verhindering blijft een leerpunt voor de terbeschikkinggestelde.

Tijdens de verlengingszitting van 15 juli 2014 bij de rechtbank kwam naar voren dat de terbeschikkinggestelde het plan heeft om in Suriname te gaan wonen en werken. Hij had dit nog niet eerder als een serieuze optie met de reclassering besproken. Een week later gaf de terbeschikkinggestelde aan te twijfelen of het wel verstandig was naar Suriname te gaan. Hij had daar nog nooit gewoond en wilde zich liever op Nederland richten. In een later stadium gaf hij echter aan toch serieuze plannen te hebben om naar Suriname te vertrekken. De moeder van de terbeschikkinggestelde heeft aan de reclassering bevestigd dat er plannen zijn dat de terbeschikkinggestelde naar Suriname verhuist wanneer de tbs-maatregel is afgelopen. Familie, die daar woont, wil hem een kans geven om een bestaan in Suriname op te bouwen.

De reclassering schat het recidiverisico als gemiddeld in en blijft bij het advies om de periode van voorwaardelijke beëindiging van de verpleging met een jaar te verlengen.

De pro justitia rapportage van 18 juni 2014

Volgens de deskundigen [psychiater 1] en [arts] is er bij de terbeschikkinggestelde sprake van een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische kenmerken. De terbeschikkinggestelde had een lopende PIJ-maatregel toen hij de indexdelicten pleegde. Er zijn aanwijzingen van een milder wordende persoonlijkheidsstoornis.

De terbeschikkinggestelde heeft van de behandeling in de kliniek weinig geprofiteerd, maar dit lijkt te maken te hebben met de beperkte veranderbaarheid en leerbaarheid van de terbeschikkinggestelde. Buiten de kliniek is hij tot op heden in staat geweest zich te conformeren aan de afspraken en lijkt hij hier ten dele intrinsiek voor gemotiveerd.

Het recidiverisico van geweld bij voortduren van de terbeschikkingstelling, waarbij er voldoende externe structuur en begeleiding wordt geboden, wordt als laag geschat. Bij het wegvallen van de terbeschikkingstelling wordt het recidiverisico als laag tot matig geschat. Het risico ligt vooral in het gecalculeerd besluiten tot strafrechtelijk verwijtbaar gedrag. Risicofactoren liggen vooral in het beperkte netwerk, het ontbreken van vast werk en beperkingen in zijn copingvaardigheden. In de huidige situatie waarin de terbeschikkinggestelde door de geboden structuur en begeleiding gestabiliseerd is, is het recidiverisico op een aanvaardbaar niveau gekomen.

Geadviseerd wordt de terbeschikkingstelling met een jaar te verlengen en de voorwaarden niet aan te passen. Mogelijk kan de terbeschikkingstelling over een jaar worden beëindigd als de terbeschikkinggestelde zich zo verder ontwikkelt en hij een meer zelfstandig bestaan heeft opgebouwd zonder terug te vallen in oud (delict)gedrag.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beslissing van de rechtbank en heeft gevorderd de terbeschikkingstelling, waarvan de verpleging van overheidswege circa negen maanden geleden voorwaardelijk is beëindigd, met een jaar te verlengen. Er is volgens de advocaat-generaal wel degelijk voldaan aan de voorwaarden voor verlenging. Vast staat dat bij de terbeschikkinggestelde sprake was en is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. In de huidige tbs-setting wordt het recidiverisico laag en op een aanvaardbaar niveau ingeschat. Zonder het kader van terbeschikkingstelling wordt het recidiverisico laag tot matig geschat. Een risico van “aanvaardbaar niveau” binnen het kader van de terbeschikkingstelling impliceert volgens de advocaat-generaal dat daarvan geen sprake meer is bij het wegvallen van dat kader. Afgezien hiervan dient de verpleging van overheidswege gedurende minimaal een jaar voorwaardelijk te zijn beëindigd, voordat de terbeschikkingstelling kan worden beëindigd. Nu sinds de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege nog geen jaar is verstreken, kan de terbeschikkingstelling thans nog niet worden beëindigd. Het horen van de reclassering acht de advocaat-generaal niet noodzakelijk.

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouw

De terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouw hebben primair bevestiging van de beslissing van de rechtbank bepleit. In dit verband hebben zij gewezen op de rapportages van psychiater [psychiater 2] en psycholoog [psycholoog], die in 2013 beiden onafhankelijk van elkaar hebben geconcludeerd tot beëindiging van de terbeschikkingstelling. Volgens de raadsvrouw wordt niet langer voldaan aan het voor de verlenging vereiste gevaarscriterium. Uit de informatie van de reclassering blijkt dat de terbeschikkinggestelde zich sinds de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege negen maanden staande heeft weten te houden zonder signalen die neigen naar recidive. Hij heeft enkel nog periodiek contact met de reclassering, maar volgt geen behandeling meer bij [naam]. De voorwaarden, waar de terbeschikkinggestelde zich nu aan moet houden, verhinderen hem een toekomst op te bouwen in Suriname. Een dwingende verlenging van de terbeschikkingstelling op grond van artikel 509t, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering levert een schending op van artikel 5 EVRM en/of artikel 2, eerste en tweede lid, van het vierde protocol bij het EVRM.

Subsidiair hebben de terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouw verzocht om de behandeling aan te houden tot na 12 december 2014 teneinde de toezichthouder van de reclassering ter zitting te horen over de noodzaak van verlenging.

Het oordeel van het hof

Afwijzing verzoek horen toezichthouder reclassering

Het verzoek van de raadsvrouw om (de toezichthouder van) de reclassering ter zitting te horen wordt afgewezen, nu het hof dit niet noodzakelijk voorkomt, ook niet in het licht van het bepaalde in artikel 509t, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Het hof acht zich op basis van de voorhanden zijnde informatie voldoende voorgelicht om te kunnen oordelen op het door het openbaar ministerie ingestelde beroep.

Vernietiging

Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen, daar het tot een andere beslissing komt.

Doelstelling maatregel

De primaire doelstelling van de maatregel van de terbeschikkingstelling is de beveiliging van de samenleving. De maatregel wordt opgelegd aan personen die een ernstig delict hebben gepleegd en bij wie ten tijde van het begaan van dat delict een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond die (mede) van invloed is geweest op het plegen van het delict. Behandeling van die gebrekkige ontwikkeling en/of van die stoornis is noodzakelijk om het recidivegevaar tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen.

Indexdelicten

Bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 25 mei 2007 is de terbeschikkinggestelde veroordeeld tot een gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege vanwege vier straatroven, die hij samen met anderen heeft gepleegd en waarbij gebruik is gemaakt van (bedreiging met) geweld. Het betreft misdrijven die gericht zijn tegen en/of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen (artikel 38e, eerste lid Wetboek van Strafvordering).

Duur maatregel

De terbeschikkingstelling is formeel ingegaan op 16 juli 2007 en loopt thans ruim zeven jaar. De maatregel is op 16 augustus 2013 onherroepelijk verlengd tot 16 juli 2014.

Bij beslissing van de rechtbank Amsterdam van 12 december 2013 is de verpleging van overheidswege voorwaardelijk beëindigd.

De termijn van een terbeschikkingstelling kan worden verlengd indien de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen die verlenging eist.

Gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens

De kliniek heeft in oktober 2013 vastgesteld dat nog sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische en borderline trekken. De pro justitia rapporteurs hebben samenvattend vastgesteld dat er sprake is van een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische kenmerken. Eensluidend zijn zij derhalve van oordeel dat er bij de terbeschikkinggestelde nog sprake is van een stoornis van de geestvermogens.

Recidiverisico

Volgens de reclassering is de kans op recidive gemiddeld. De rapporteurs [psychiater 1] en [arts] schatten het recidiverisico bij het wegvallen van de maatregel van terbeschikkingstelling als laag tot matig in. Psychiater [psychiater 2] heeft op 4 mei 2013 in zijn zesjaarsrapportage aangegeven dat gezien de aard van de psychopathologie (nu én in het verleden) een tbs-maatregel niet (meer) passend is: er zal volgens hem altijd sprake blijven van een (matig) verhoogd recidivegevaar.

Gelet op de inhoud van voornoemde rapportages is het hof van oordeel dat weliswaar nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens, maar voldoende aannemelijk is geworden dat het risico dat de terbeschikkinggestelde na het beëindigen van de maatregel van terbeschikkingstelling een geweldsdelict zal begaan thans zodanig laag is, dat niet langer kan worden gezegd dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen verdere verlenging van de terbeschikkingstelling eist. Derhalve wordt niet voldaan aan het in artikel 38d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht genoemde vereiste voor verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling. Dit betekent dat de maatregel zou moeten worden beëindigd. Het bepaalde in artikel 509t, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, zoals dat luidt sinds 1 juli 2013, staat daaraan echter in de weg.

In zijn uitspraak van 20 februari 2014 (ECLI:NL:GHARL: 2014:1669) heeft het hof overwogen dat, in gevallen waarin niet langer wordt voldaan aan het vereiste van artikel 38d, aan een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege voorwaarden kunnen worden verbonden die zodanig weinig vrijheidsbeperkend zijn dat - zonder dat strijd ontstaat met het EVRM - toepassing kan worden gegeven aan artikel 509t, tweede lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering, indien de terbeschikkingstelling met een jaar wordt verlengd.

Artikel 2, Vierde Protocol EVRM

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard dat hij van plan is om op korte termijn Nederland te verlaten en een toekomst op te bouwen in Suriname. Het is onzeker of de door hem beoogde emigratie kan worden gerealiseerd zolang de terbeschikkingstelling loopt. Aangezien de mogelijkheden tot toezicht op de naleving van de voorwaarden in het buitenland beperkt zijn, kan de hiervoor vereiste toestemming van het openbaar ministerie immers slechts in uitzonderlijke gevallen aan de reclassering worden verleend.

De rechtbank Amsterdam heeft in de beslissing waarvan beroep, na eerst te hebben vastgesteld dat er geen wettelijke grond voor verlenging meer aanwezig is, overwogen

dat zij geen noodzaak ziet de terbeschikkinggestelde langer te onderwerpen aan een beperking op zijn recht Nederland te verlaten en dat zij van oordeel is dat toepassing van artikel 509t van het Wetboek van Strafvordering in het onderhavige geval strijdig is met het bepaalde in artikel 2 van het vierde protocol bij het EVRM. Op grond daarvan heeft de rechtbank de vordering van de officier van justitie afgewezen.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Artikel 2 van het Vierde Protocol bij het EVRM beschermt - kort gezegd - het recht op vrijheid van verplaatsing, inclusief het recht om ieder (bij het EVRM aangesloten) land te verlaten. Dit recht op vrijheid van keuze van verblijfplaats wordt ook naar het oordeel van het hof beperkt, indien in het kader van de toepassing van de laatste volzin van het tweede lid van artikel 509t van het Wetboek van Strafvordering aan de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege de voorwaarde van reclasseringstoezicht wordt verbonden, nu de terbeschikkinggestelde om aan die voorwaarde te kunnen voldoen - naar moet worden aangenomen - tot het einde van zijn terbeschikkingstelling in Nederland dient te verblijven.

Het door artikel 2, eerste en tweede lid, van het protocol beschermde recht op vrijheid van verplaatsing kan ingevolge het derde en vierde lid van dat artikel worden beperkt. Een dergelijke beperking is toegestaan indien deze is "in accordance with law and necessary in a democratic society in the interest of national security or public safety, for the maintenance of ordre public, for the prevention of crime, for the protection of health or morals, or for the protection of the rights and freedoms of others." Beperkingen zijn – in bepaaldelijk omschreven gebieden - eveneens toegestaan indien deze zijn "imposed in accordance with law and justified by the public interest in a democratic society."

Het hof is van oordeel dat in dit geval - na te melden - voorwaarden noodzakelijk zijn ter bescherming van de rechten en vrijheden van anderen en dat deze voorwaarden vallen binnen de door het derde lid van artikel 2 van het Vierde Protocol toegestane beperkingen van de in dat artikel geformuleerde rechten en vrijheden. Na te noemen voorwaarden zijn niet zodanig beperkend dat deze in feite vanwege het ontbreken van de verlengingsgrond van artikel 38d van het Wetboek van Strafrecht, neerkomen op een willekeurige vrijheidsbeneming als bedoeld in artikel 5 EVRM, ook niet in het geval dat het door de reclassering uit te oefenen toezicht met zich brengt dat de terbeschikkinggestelde Nederland niet mag verlaten. Het hof zal daarom met vernietiging van de beslissing waarvan beroep de vordering van de officier van justitie toewijzen met wijziging van de voorwaarden.

Beslissing

Het hof:

Wijst af het verzoek tot het horen van (de toezichthouder van) de reclassering;

Vernietigt de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 29 juli 2014 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde].

Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.

Wijzigt de aan de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege gestelde voorwaarden in de volgende voorwaarden:

  • -

    de terbeschikkinggestelde verleent medewerking aan het reclasseringstoezicht overeenkomstig artikel 14d, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

  • -

    de terbeschikkinggestelde verleent ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of biedt ter inzage een identiteitsbewijs aan als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.

Draagt Reclassering Nederland op de terbeschikkinggestelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Aldus gedaan door

mr Y.A.J.M. van Kuijck als voorzitter,

mr M. Keppels en mr. J.W. Rijkers als raadsheren,

en dr. W.J. Canton en dr. A. Vissers als raden,

in tegenwoordigheid van mr I.H.A. Bijl als griffier,

en op 9 oktober 2014 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.